2008R0491 — NL — 01.07.2013 — 001.001
Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen
|
VERORDENING (EG) Nr. 491/2008 VAN DE COMMISSIE van 3 juni 2008 (PB L 144, 4.6.2008, p.3) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
No |
page |
date |
||
|
VERORDENING (EU) Nr. 519/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 februari 2013 |
L 158 |
74 |
10.6.2013 |
|
VERORDENING (EG) Nr. 491/2008 VAN DE COMMISSIE
van 3 juni 2008
tot vaststelling van de toepassingsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat de productierestituties in de sector granen betreft
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) ( 1 ), en met name op artikel 98 juncto artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:|
(1) |
Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( 2 ) moet krachtens artikel 201, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 op 1 juli 2008 worden ingetrokken. |
|
(2) |
Verordening (EEG) nr. 1722/93 van de Commissie van 30 juni 1993 tot vaststelling van de toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad wat de regelingen inzake de productierestituties in de sector granen betreft ( 3 ) is herhaaldelijk ingrijpend gewijzigd. Nu Verordening (EG) nr. 1234/2007 als integrale-GMO-verordening is vastgesteld, is het dienstig Verordening (EEG) nr. 1722/93 dienovereenkomstig aan te passen. Duidelijkheidshalve moet die verordening worden ingetrokken en door een nieuwe verordening worden vervangen. |
|
(3) |
Gezien de bijzondere situatie op de markt voor zetmeel en met name de noodzaak om concurrerende prijzen te handhaven ten opzichte van zetmeel dat in derde landen wordt geproduceerd en wordt ingevoerd in de vorm van goederen waartegen de invoerregelingen de communautaire producenten onvoldoende beschermen, wordt op grond van artikel 96 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 een productierestitutie toegekend voor mais-, tarwe- of aardappelzetmeel en bepaalde derivaten daarvan die gebruikt worden bij de vervaardiging van bepaalde op een door de Commissie opgestelde lijst voorkomende producten, en, bij ontstentenis van een omvangrijke nationale productie van andere granen ten behoeve van de zetmeelproductie, voor bepaalde hoeveelheden zetmeel die elk verkoopseizoen in Finland en Zweden worden verkregen uit gerst en haver, mits dit niet leidt tot een toename van de productie van zetmeel op basis van deze twee granen. Deze restitutie wordt toegekend om het de betrokken verwerkende industrie mogelijk te maken zetmeel en sommige derivaten daarvan tegen lagere prijzen aan te schaffen dan het geval zou zijn wanneer de regels van de gemeenschappelijke marktordening voor de betrokken producten zouden worden toegepast. |
|
(4) |
Op grond van artikel 98 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 moeten nadere voorschriften voor de toekenning van de productierestituties worden vastgesteld, inclusief voorschriften inzake controle en betaling, zodat in alle lidstaten dezelfde voorschriften worden toegepast. |
|
(5) |
In Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat een lijst moet worden opgesteld van de producten bij de vervaardiging waarvan zetmeel wordt gebruikt dat recht geeft op de restitutie. |
|
(6) |
Met het oog op doeltreffende controlemaatregelen moet worden bepaald dat de begunstigden van de restitutie vooraf moeten worden erkend door de lidstaten op het grondgebied waarvan bovenbedoelde producten worden vervaardigd. |
|
(7) |
Er moet worden bepaald hoe de productierestitutie moet worden berekend en hoe vaak die moet worden vastgesteld. De momenteel meest bevredigende berekeningswijze is die welke is gebaseerd op het verschil tussen de marktprijs voor granen en de prijs die als grondslag dient voor de berekening van de invoerheffing. Met het oog op stabiliteit moet de productierestitutie in de regel elke maand worden vastgesteld en, om te controleren of de productierestitutie de juiste hoogte heeft, moet de ontwikkeling van de graanprijzen op de wereldmarkt en op de meest representatieve markten van de Gemeenschap worden gevolgd. Er moet worden gepreciseerd welke communautaire markten moeten worden gevolgd en worden bepaald dat alleen de prijzen van mais in aanmerking moeten worden genomen. In het verleden werden prijzen van andere granen in aanmerking genomen, maar die hadden geen enkel praktisch effect op de berekening van het restitutiebedrag, zodat referenties naar de prijzen van andere granen overbodig zijn. |
|
(8) |
Voor zetmeel en sommige derivaten daarvan die bij de vervaardiging van bepaalde goederen worden gebruikt, moet een productierestitutie worden betaald. Om zowel een passende controle op de productierestitutie als de betaling ervan aan de aanvragers te vergemakkelijken, zijn gedetailleerde gegevens nodig. De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat moet worden gemachtigd om van de aanvragers te eisen dat zij haar alle gegevens ter beschikking stellen en haar alle verificaties of inspecties laten verrichten die met het oog op deze controle nodig zijn. |
|
(9) |
De fabrikant van het product hoeft niet noodzakelijk basiszetmeel te gebruiken en daarom moet een lijst worden opgesteld van de zetmeelderivaten die de fabrikant, bij gebruik ervan, recht op de productierestitutie geven. |
|
(10) |
Veresterd of veretherd zetmeel zou wegens hun bijzondere kenmerken kunnen aanzetten tot een bepaalde speculatieve vorm van verwerking waarbij het de bedoeling is om voor eenzelfde product meer dan eenmaal de productierestitutie te ontvangen. Om deze speculatie te voorkomen, moeten maatregelen worden vastgesteld die garanderen dat veresterd of veretherd zetmeel niet opnieuw wordt verwerkt tot een grondstof voor het gebruik waarvan een restitutie kan worden aangevraagd. De hoogte van de zekerheid moet worden aangepast om dergelijke speculatie te voorkomen. |
|
(11) |
De productierestitutie mag niet worden betaald voordat de verwerking heeft plaatsgevonden. Zodra de verwerking heeft plaatsgevonden, moet de betaling worden verricht binnen vijf maanden nadat de bevoegde autoriteit heeft gecontroleerd dat het zetmeel is verwerkt. De fabrikant moet evenwel een voorschot kunnen krijgen voordat de controles zijn afgerond. |
|
(12) |
Met het oog op vereenvoudiging, verlichting van de administratieve druk en vermindering van de kosten voor de wederomzetting van gewijzigd zetmeel is het dienstig het bedrag van de productierestitutie waaronder controlemaatregelen niet nodig worden geacht, te verhogen, zonder dat evenwel het risico dat communautaire middelen onterecht worden uitgegeven, wordt vergroot. |
|
(13) |
Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwprodukten ( 4 ) is van toepassing op de regelingen waarin deze verordening voorziet. Bijgevolg moeten de primaire eisen worden vastgesteld inzake de verplichtingen waaraan de fabrikanten moeten voldoen en waarvan naleving met een zekerheid wordt gewaarborgd. |
|
(14) |
Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Overeenkomstig artikel 96 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan een productierestitutie, hierna „restitutie” genoemd, worden toegekend aan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die uit tarwe, mais of aardappelen verkregen zetmeel of sommige derivaten daarvan gebruikt voor de vervaardiging van goederen die zijn vermeld in de lijst in bijlage I bij de onderhavige verordening.
Voor Finland en Zweden kan ook een restitutie voor het gebruik van gerst- en haverzetmeel worden toegekend voor een totale hoeveelheid van 50 000 ton in Finland en 10 000 ton in Zweden.
2. Bij het nemen van een besluit over de toekenning van een restitutie wordt met name rekening gehouden met:
a) de concurrentie met derde landen en de mate van bescherming tegen die concurrentie die wordt geboden door de regelingen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en door het gemeenschappelijk douanetarief;
b) de technologische ontwikkeling op het gebied van de fabricage en het gebruik van zetmeel;
c) de in het eindproduct verwerkte hoeveelheid zetmeel en/of de relatieve waarde van het zetmeel in het eindproduct en/of het belang van het product voor de afzet van zetmeel, in het licht van de concurrentie met andere producten.
3. De eventuele toekenning van een restitutie voor een product mag niet tot concurrentiedistorsies ten opzichte van andere, niet voor deze restitutie in aanmerking komende producten leiden.
4. Als wordt geconstateerd dat de toekenning van een restitutie concurrentiedistorsie veroorzaakt, wordt deze restitutie:
a) afgeschaft, of
b) aangepast in de mate die nodig is om de concurrentiedistorsie weg te nemen.
5. Voor zetmeel dat in de Gemeenschap is ingevoerd in het kader van een invoerregeling op grond waarvan een verlaagd invoerrecht wordt toegepast, mag geen restitutie worden toegekend.
6. De Commissie stelt de in dit artikel bedoelde besluiten vast volgens de in artikel 195, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure.
Artikel 2
In deze verordening wordt verstaan onder:
a) „zetmeel”: basiszetmeel of een zetmeelderivaat als genoemd in bijlage II;
b) „goedgekeurde producten”: alle producten die zijn genoemd in bijlage I;
c) „de fabrikant”: de persoon die zetmeel gebruikt voor de vervaardiging van goedgekeurde producten.
Artikel 3
1. Als een restitutie wordt toegekend, wordt zij eenmaal per maand vastgesteld. Als de prijzen voor mais en/of tarwe in de Gemeenschap of op de wereldmarkt evenwel een significante verandering te zien geven, kan de overeenkomstig lid 2 berekende restitutie in de loop van die maand worden gewijzigd om met deze verandering rekening te houden.
2. De restitutie, per ton mais-, tarwe-, gerst- of haverzetmeel, wordt met name berekend op basis van het verschil, vermenigvuldigd met coëfficiënt 1,6, tussen:
a) het gemiddelde van de marktprijzen voor mais in Frankrijk en Hongarije gedurende de laatste vijf dagen vóór de dag van de vaststelling van de restitutie, en
b) het gemiddelde van de voor de bepaling van de invoerrechten voor mais gebruikte representatieve invoerprijzen cif Rotterdam die zijn genoteerd gedurende de laatste vijf dagen vóór de eerste toepassingsdag.
Voor de berekening van het in de eerste alinea bedoelde verschil zijn de volgende regels van toepassing:
a) als de in de eerste alinea, onder a), bedoelde marktprijs voor mais hoger is dan de interventieprijs als bedoeld in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1234/2007, maar lager dan 155 % van die prijs, is de prijs die in aanmerking moet worden genomen, gelijk aan de interventieprijs, verhoogd met de helft van het verschil tussen de werkelijke prijs en de interventieprijs;
b) als de in de eerste alinea, onder a), bedoelde marktprijs voor mais hoger is dan 155 % van de interventieprijs, is de prijs die in aanmerking moet worden genomen, gelijk aan de interventieprijs, verhoogd met 27,5 % van de interventieprijs.
Voor aardappelzetmeel kan een aparte restitutie worden vastgesteld om rekening te houden met de in artikel 4 bis van Verordening (EG) nr. 1868/1994 van de Raad ( 5 ) bedoelde minimumprijs. In dit geval wordt de berekening uitgevoerd op basis van de in de eerste alinea, onder a), bedoelde marktprijs voor mais in Frankrijk en Hongarije, binnen de grenzen van 115 % van de interventieprijs.
In de maanden juli, augustus en september wordt de in de eerste alinea, onder a), bedoelde prijs voor mais verminderd met het verschil tussen de in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde interventieprijs voor granen die geldt in juni en die welke geldt in juli, tenzij de in de eerste alinea, onder a), bedoelde prijs voor mais reeds overeenkomt met de voor de nieuwe oogst geldende prijs.
3. De te betalen restitutie is de overeenkomstig lid 2 berekende restitutie, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die in bijlage II is vermeld voor de GN-code van het daadwerkelijk voor de vervaardiging van de goedgekeurde producten gebruikte zetmeel.
4. De Commissie stelt de in dit artikel bedoelde besluiten vast volgens de in artikel 195, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure.
Artikel 4
1. Fabrikanten die voornemens zijn restituties aan te vragen, moeten zich daarvoor richten tot de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het zetmeel zal worden gebruikt, en daarbij de volgende gegevens verstrekken:
a) de naam en het adres van de fabrikant;
b) het gamma producten waarin zetmeel is verwerkt, waaronder zowel de op de lijst in bijlage I vermelde producten als die welke niet daarop voorkomen, met een volledige omschrijving en de GN-codes;
c) het adres van de plaats(en) waar het zetmeel tot een goedgekeurd product zal worden verwerkt, wanneer dit adres verschilt van dat van de fabrikant.
De lidstaten kunnen de fabrikant om aanvullende inlichtingen verzoeken.
2. De fabrikanten dienen bij de bevoegde autoriteit een schriftelijke verbintenis in waarin zij de bevoegde autoriteiten toestaan alle controles op het gebruik van het zetmeel te verrichten en verklaren dat zij alle vereiste inlichtingen zullen verstrekken.
3. De bevoegde autoriteit neemt maatregelen om zich ervan te vergewissen dat de fabrikant in de lidstaat is gevestigd en daar officieel is erkend.
4. Aan de hand van de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens stelt de bevoegde autoriteit een lijst van erkende fabrikanten op, die regelmatig wordt bijgewerkt.
Alleen fabrikanten die op deze wijze zijn erkend, kunnen overeenkomstig artikel 5 een restitutieaanvraag indienen.
Artikel 5
1. Als een fabrikant een restitutie wenst aan te vragen, moet hij schriftelijk bij de voor hem bevoegde autoriteit een restitutiecertificaat aanvragen. De aanvragen kunnen elke werkdag vóór 13.00 uur (Brusselse tijd) worden ingediend.
2. In de aanvraag moet het volgende worden vermeld:
a) de naam en het adres van de fabrikant;
b) de hoeveelheid te gebruiken zetmeel;
c) in geval van vervaardiging van een product van GN-code 3505 10 50, de hoeveelheid zetmeel die zal worden gebruikt;
d) de plaats(en) waar het zetmeel zal worden gebruikt;
e) de voor de verwerkingsverrichtingen geplande data.
3. De aanvraag moet vergezeld gaan van:
a) een zekerheidstelling overeenkomstig artikel 8;
b) een verklaring van de leverancier van het zetmeel dat het te gebruiken product rechtstreeks is vervaardigd van mais, tarwe, gerst, haver of aardappelen, met uitsluiting van elk gebruik van bijproducten die bij de vervaardiging van andere landbouwproducten of goederen zijn verkregen.
4. De lidstaten kunnen om aanvullende gegevens verzoeken.
Artikel 6
1. Zodra de bevoegde autoriteit de overeenkomstig artikel 5 ingediende aanvragen ontvangt, verifieert zij die en geeft zij meteen het restitutiecertificaat af.
2. De lidstaten gebruiken nationale formulieren voor het restitutiecertificaat, dat, onverminderd andere bepalingen in de communautaire regelgeving, ten minste de in lid 3 bedoelde gegevens bevat.
3. Het restitutiecertificaat bevat de in artikel 5, lid 2, genoemde gegevens, alsmede het restitutiebedrag en de datum waarop de geldigheid van het certificaat afloopt, namelijk de laatste dag van de derde maand volgende op die waarin het certificaat is afgegeven.
De geldigheidsduur van certificaten die in de periode van 1 juli tot en met 24 september worden aangevraagd, is evenwel beperkt tot 30 dagen te rekenen vanaf de dag van afgifte ervan, met dien verstande dat deze geldigheidsduur in ieder geval op 30 september afloopt.
4. Het te betalen en op het certificaat te vermelden restitutiebedrag is het op de dag van ontvangst van de aanvraag geldende bedrag.
Wanneer echter een deel van de op het certificaat vermelde hoeveelheid zetmeel wordt verwerkt in het verkoopseizoen voor granen na dat waarin de aanvraag is ontvangen, wordt de restitutie voor het zetmeel dat in het nieuwe verkoopseizoen wordt verwerkt, aangepast op basis van het verschil tussen de interventieprijs die geldt in de maand waarin het restitutiecertificaat is afgegeven enerzijds, en de in de maand van verwerking geldende interventieprijs anderzijds, vermenigvuldigd met coëfficiënt 1,6. Het ontstaansfeit voor de wisselkoers die geldt voor de restitutie, is het in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1913/2006 bedoelde ontstaansfeit.
Artikel 7
1. Fabrikanten die in het bezit zijn van een overeenkomstig artikel 6 afgegeven restitutiecertificaat kunnen, voor zover aan alle in deze verordening vastgestelde eisen is voldaan, om betaling van de op het certificaat vermelde restitutie verzoeken nadat het zetmeel is gebruikt voor de vervaardiging van de betrokken goedgekeurde producten.
2. De uit het certificaat voortvloeiende rechten zijn niet overdraagbaar.
Artikel 8
1. Het certificaat wordt afgegeven op voorwaarde dat de fabrikant bij de bevoegde autoriteit een zekerheid stelt van 15 EUR per ton basiszetmeel, in voorkomend geval vermenigvuldigd met de in bijlage II vermelde coëfficiënt voor de te gebruiken soort zetmeel.
2. De zekerheid wordt overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2220/85 vrijgegeven. Als primaire eis in de zin van artikel 20 van die verordening geldt de verwerking, binnen de geldigheidsduur van het certificaat, van de in de aanvraag vermelde hoeveelheid zetmeel tot goedgekeurde producten. Wanneer een fabrikant evenwel ten minste 90 % van de in de aanvraag vermelde hoeveelheid zetmeel heeft verwerkt, wordt aangenomen dat hij aan de bovenbedoelde primaire eis heeft voldaan.
Artikel 9
1. De restitutie mag pas definitief worden betaald nadat de fabrikant aan de bevoegde autoriteit de volgende gegevens heeft meegedeeld:
a) de datum of data van aankoop en levering van het zetmeel;
b) de naam en het adres van de leveranciers van het zetmeel;
c) de naam en het adres van de producenten van het zetmeel;
d) de datum of data waarop het zetmeel is verwerkt;
e) de hoeveelheid en de soort van het gebruikte zetmeel, met de GN-codes;
f) de uit het zetmeel vervaardigde hoeveelheid goedgekeurd product dat op het certificaat is vermeld.
2. Valt het op het certificaat vermelde product onder GN-code 3505 10 50, dan moet bij indiening van de in lid 1 bedoelde mededeling een zekerheid worden gesteld die gelijk is aan de restitutie die na de vervaardiging van het betrokken product zal worden betaald. Wanneer de restitutie evenwel minder dan 30 EUR per ton zetmeel bedraagt, hoeft geen zekerheid te worden gesteld en zijn de in artikel 10 van deze verordening bedoelde verificatie- en controlemaatregelen niet van toepassing.
De primaire eis in de zin van artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 2220/85 is het gebruik of de uitvoer van het product overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder a), respectievelijk onder b), van de onderhavige verordening. Het gebruik of de uitvoer vindt plaats binnen twaalf maanden na de datum waarop de geldigheidsduur van het certificaat afloopt. Als daartoe bij de bevoegde autoriteit een naar behoren gemotiveerd verzoek wordt ingediend, kan een verlenging van deze termijn met ten hoogste zes maanden worden overwogen.
3. Alvorens te betalen, vergewist de bevoegde autoriteit zich ervan dat het zetmeel voor de vervaardiging van de goedgekeurde producten is gebruikt overeenkomstig de op het certificaat vermelde gegevens. Normaal worden hiertoe administratieve controles verricht, die, indien nodig, met fysieke controles worden aangevuld.
4. De bij deze verordening voorgeschreven controles moeten volledig zijn uitgevoerd binnen vijf maanden na de datum waarop de bevoegde autoriteit de in lid 1 bedoelde inlichtingen heeft ontvangen.
5. Wanneer de verwerkte hoeveelheid zetmeel groter is dan de op het restitutiecertificaat vermelde hoeveelheid, wordt deze extra hoeveelheid, tot maximaal 5 % van de op het certificaat vermelde hoeveelheid, geacht op basis van dit document te zijn verwerkt en geeft zij recht op toekenning van de op het certificaat vermelde restitutie.
Artikel 10
1. De in artikel 9, lid 2, bedoelde zekerheid wordt pas vrijgegeven nadat ten genoegen van de bevoegde autoriteit is aangetoond dat het product van GN-code 3505 10 50:
a) binnen het douanegebied van de Gemeenschap is gebruikt voor de vervaardiging van andere dan de in bijlage II vermelde producten, of
b) bij rechtstreekse uitvoer naar derde landen, het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten.
2. Het in lid 1, onder a), bedoelde bewijs wordt geleverd doordat de fabrikant bij de bevoegde autoriteit een verklaring indient waarin wordt aangegeven:
a) of het betrokken product een verwerking moet ondergaan;
b) dat het product slechts voor de vervaardiging van andere dan de in bijlage II vermelde producten zal worden gebruikt;
c) dat het product slechts zal worden verkocht aan een partij die de onder b) bedoelde verbintenis aangaat, welke is vastgelegd in een daartoe in het verkoopcontract opgenomen bepaling of in een bijzondere, op de verkoopfactuur vermelde voorwaarde; de fabrikant moet een kopie van het aldus opgestelde verkoopcontract of van de aldus opgestelde factuur ter beschikking van de bevoegde autoriteit houden;
d) dat de fabrikant kennis heeft genomen van lid 8;
e) de naam en het adres van de ontvanger ingeval voor het product een transactie wordt gesloten, en de ontvangen hoeveelheid;
f) het nummer van het controle-exemplaar T5, als de koper van het product in een andere lidstaat is gevestigd.
3. Na elk kwartaal moet de fabrikant binnen 20 werkdagen bij de bevoegde autoriteit waaronder hij ressorteert, kopieën van de in lid 2 bedoelde verklaring indienen. De bevoegde autoriteit waaronder de fabrikant ressorteert, legt diezelfde documenten binnen 20 werkdagen na de ontvangst ervan over aan de bevoegde autoriteit waaronder de koper ressorteert.
4. De fabrikanten en de kopers van het onder GN-code 3505 10 50 vallende product moeten over een door de lidstaten erkende voorraadboekhouding beschikken aan de hand waarvan kan worden nagetrokken of de verbintenissen en de gegevens in de in lid 2 bedoelde verklaring van de fabrikant in acht zijn genomen. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verrichten verificaties op basis van deze voorraadboekhouding, en maken daarbij gebruik van financiële bescheiden, waaronder facturen en bankuittreksels, voor zover dit nodig is om zich te vergewissen van de geregistreerde kwantitatieve transacties.
Kopers die per kwartaal minder dan 1 000 kg producten van de genoemde code gebruiken, kunnen evenwel van toepassing van het bepaalde in de bovenstaande alinea worden vrijgesteld.
5. De in lid 4 bedoelde verificaties worden na afloop van elk kwartaal door de bevoegde autoriteiten van de respectieve lidstaten verricht in de gebouwen van de fabrikant en van de koper. Bij deze verificaties wordt nagegaan of de algemene gegevens voor die periode voor de betrokken fabrikanten en kopers met elkaar in overeenstemming zijn, en op ten minste 10 % van alle transacties en alle vormen van gebruik wordt een gedetailleerde verificatie verricht.
De bevoegde autoriteiten bepalen op basis van een risicoanalyse welke verificaties moeten worden verricht, rekening houdend met de grootte van de betrokken hoeveelheden en sommen, de bevindingen bij vorige verificaties en andere factoren die de bevoegde controleautoriteiten vaststellen.
Elke verificatie moet binnen vijf maanden na afloop van elk kwartaal zijn afgerond.
De bevoegde autoriteit waaronder de fabrikant ressorteert, moet binnen 20 werkdagen na het einde van de verificatie in het bezit zijn van de resultaten ervan.
Als de verificaties in twee of meer lidstaten worden verricht, delen de betrokken bevoegde autoriteiten elkaar de resultaten mee in het kader van de procedures als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1468/81 van de Raad ( 6 ).
6. Wanneer bij ten minste 3 % van de in lid 5 bedoelde controles onregelmatigheden worden ontdekt, verscherpen de bevoegde autoriteiten deze controles.
Als de resultaten van de verificaties zulks rechtvaardigen, legt de autoriteit die de zekerheid heeft vrijgegeven, aan de betrokken fabrikant de in lid 8 bedoelde sanctie op.
7. Wanneer het betrokken product naar een andere lidstaat wordt verzonden of over het grondgebied van een andere lidstaat naar derde landen wordt uitgevoerd, wordt overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie ( 7 ) een controle-exemplaar T5 afgegeven.
In vak 104 van dit controle-exemplaar wordt in de rubriek „Andere” een van de in bijlage III bij de onderhavige verordening opgenomen vermeldingen aangebracht.
8. Als niet aan de in de leden 1 tot en met 7 vastgestelde voorwaarden wordt voldaan, eist de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat, onverminderd de sancties waarin de nationale wetgeving voorziet, de betaling van een bedrag dat overeenkomt met 150 % van de hoogste restitutie die in de voorafgaande twaalf maanden voor het betrokken product heeft gegolden.
Artikel 11
1. De op het certificaat vermelde restitutie wordt slechts betaald voor de werkelijk verwerkte hoeveelheid zetmeel. Tegelijk wordt de in artikel 8, lid 1, bedoelde zekerheid overeenkomstig titel V van Verordening (EEG) nr. 2220/85 vrijgegeven.
2. De restitutie wordt betaald binnen vijf maanden na de afronding van de in artikel 9, lid 3, bedoelde controle. Op verzoek van de fabrikant kan de bevoegde autoriteit hem evenwel 30 dagen na ontvangst van de bovenbedoelde inlichtingen een met de restitutie overeenkomend voorschot toekennen. Behalve als het product onder GN-code 3505 10 50 valt, wordt dit voorschot slechts betaald nadat de fabrikant een zekerheid heeft gesteld die gelijk is aan 115 % van het voorschot. De zekerheid wordt overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2220/85 vrijgegeven.
Artikel 12
De lidstaten delen de Commissie de volgende gegevens mee:
a) uiterlijk aan het einde van de eerste week van elke maand, de hoeveelheden zetmeel waarvoor in de voorafgaande maand certificaataanvragen als bedoeld in artikel 5, lid 1, zijn ingediend;
b) binnen drie maanden na het einde van elk kwartaal, de soort, de hoeveelheden en de oorsprong van het zetmeel (mais, tarwe, aardappelen, gerst of haver) waarvoor restituties zijn betaald en de hoeveelheden producten waarvoor het zetmeel is gebruikt.
Artikel 13
Verordening (EEG) nr. 1722/93 wordt ingetrokken.
Artikel 14
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
Onder de onderstaande codes en hoofdstukken van de gecombineerde nomenclatuur vallende producten waarvoor zetmeel en/of derivaten daarvan zijn gebruikt
|
GN-code |
Omschrijving |
|
ex13 02 |
Plantensappen en plantenextracten; pectinestoffen, pectinaten en pectaten; agaragar en andere uit plantaardige producten verkregen plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd: |
|
– plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, verkregen uit plantaardige producten: |
|
|
ex130232 90 |
– – – plantenslijmen uit guarzaden |
|
ex130239 00 |
– – andere: |
|
– carrageen |
|
|
ex14 04 |
Plantaardige producten, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
1404 20 00 |
– katoenlinters |
|
ex17 02 |
Andere suiker, chemisch zuivere lactose, maltose, glucose en fructose (levulose) daaronder begrepen, in vaste vorm; suikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen; kunsthoning, ook indien met natuurhoning vermengd; karamel: |
|
1702 50 00 |
– chemisch zuivere fructose |
|
ex17 02 90 |
– andere, invertsuiker daaronder begrepen: |
|
1702 90 10 |
– – chemisch zuivere maltose |
|
ex Hoofdstuk 29 |
Organische chemische producten — met uitzondering van de onderverdelingen 2905 43 00 en 2905 44 |
|
Hoofdstuk 30 |
Farmaceutische producten |
|
3402 |
Organische tensioactieve producten (andere dan zeep); tensioactieve bereidingen, wasmiddelen (hulppreparaten voor het wassen daaronder begrepen) en reinigingsmiddelen, ook indien zeep bevattend, andere dan die bedoeld bij post 3401 |
|
ex Hoofdstuk 35 |
Eiwitstoffen; gewijzigd zetmeel; lijm; enzymen — met uitzondering van post 3501 en de onderverdelingen 3505 10 10, 3505 10 90 en 3505 20 |
|
ex Hoofdstuk 38 |
Diverse producten van de chemische industrie — met uitzondering van post 3809 en onderverdeling 3824 60 |
|
Hoofdstuk 39 |
Kunststof en werken daarvan |
|
ex Hoofdstuk 48 |
Papier en karton; cellulose-, papier- en kartonwaren |
|
4801 00 |
Courantenpapier, op rollen of in bladen |
|
4802 |
Papier en karton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden, alsmede papier en karton voor ponskaarten of ponsband, op rollen of in bladen, ander dan papier bedoeld bij de posten 4801 en 4803; handgeschept papier en handgeschept karton |
|
4803 00 |
Papier van de soort gebruikt voor toiletpapier, voor tissues, voor handdoeken, voor servetten en dergelijk papier voor huishoudelijk, hygiënisch of toiletgebruik, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, ook indien gecrept, geplisseerd, gegaufreerd, gegreineerd, geperforeerd of met gekleurd, versierd of bedrukt oppervlak, op rollen of in bladen |
|
4804 |
Kraftpapier en kraftkarton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, op rollen of in bladen, ander dan dat bedoeld bij post 4802 of 4803 |
|
4805 |
Ander papier en karton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, op rollen of in bladen, niet verder bewerkt dan bedoeld bij aantekening 2 op hoofdstuk 48 van de gecombineerde nomenclatuur |
|
4806 |
Perkamentpapier en perkamentkarton, vetvrij papier („greaseproof”), calqueerpapier, alsmede kristalpapier en ander door kalanderen verkregen doorschijnend of doorzichtig papier, op rollen of in bladen |
|
4807 |
Papier en karton, samengesteld uit opeengelijmde vellen, niet geïmpregneerd, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, ook indien inwendig versterkt, op rollen of in bladen |
|
4808 |
Papier en karton, gegolfd (ook indien daarop papier of karton in vlakke bladen is gelijmd), gecrept, geplisseerd, gegaufreerd (voorzien van inpersingen), gegreineerd of geperforeerd, op rollen of in bladen, ander dan papier van de soort beschreven in post 4803 |
|
4809 |
Carbonpapier, zelfkopiërend papier en ander papier voor het maken van doorslagen en overdrukken (gestreken, van een deklaag voorzien of geïmpregneerd papier voor stencils of offsetplaten daaronder begrepen), ook indien bedrukt, op rollen of in bladen |
|
4810 |
Papier en karton, aan een of aan beide zijden gestreken met kaolien of met andere anorganische stoffen, ook indien met bindmiddel, doch met uitzondering van elke andere deklaag, ook indien aan het oppervlak gekleurd of versierd, dan wel bedrukt, op rollen of in bladen |
|
4811 |
Papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, gestreken, van een deklaag voorzien, geïmpregneerd, bekleed, aan het oppervlak gekleurd of versierd, dan wel bedrukt, op rollen of in bladen, andere dan de producten omschreven in post 4803, 4809 of 4810 |
|
4812 00 00 |
Blokken en platen, van papierstof, voor filtreerdoeleinden |
|
ex48 13 |
Sigarettenpapier, ook indien op maat gesneden of in boekjes of in hulzen: |
|
ex48 13 90 |
– ander |
|
ex48 14 |
Behangselpapier en dergelijke wandbekleding; vitrofanies: |
|
4814 10 00 |
– zogenaamd ingrain-papier |
|
4814 20 00 |
– behangselpapier en dergelijke wandbekleding, bestaande uit papier aan de voorzijde voorzien van een deklaag van of bekleed met kunststof die is gegreineerd, gegaufreerd, gekleurd, met motieven bedrukt of op andere wijze versierd |
|
4814 90 |
– ander |
|
ex48 16 |
Carbonpapier, zelfkopiërend papier en ander papier voor het maken van doorslagen en overdrukken (ander dan dat van post 4809), complete stencils en offsetplaten, van papier, ook indien verpakt in dozen: |
|
4816 10 00 |
– carbonpapier en dergelijk papier |
|
4816 90 00 |
– ander |
|
Hoofdstuk 52 |
Katoen |
|
ex58 01 |
Fluweel, pluche en chenilleweefsel, ander dan bedoeld bij post 5806: |
|
– van katoen: |
|
|
5801 21 00 |
– – ongesneden inslagfluweel en -pluche |
|
ex58 02 |
Lussenweefsel (bad- of frotteerstof), ander dan bedoeld bij post 5806; getufte textielstoffen, andere dan bedoeld bij post 5703: |
|
– lussenweefsel van katoen: |
|
|
5802 11 00 |
– – ongebleekt |
|
5802 19 00 |
– – ander |
|
ex58 03 |
Weefsel met gaasbinding, ander dan bedoeld bij post 5806: |
|
5803 10 00 |
– van katoen |
BIJLAGE II
Basiszetmeel en zetmeelderivaten
|
GN-code |
Omschrijving |
Voor het vervaardigen van 1 ton benodigde hoeveelheid zetmeel (coëfficiënt) |
|
ex11 08 |
Zetmeel en inuline: |
|
|
– zetmeel: |
||
|
1108 11 00 |
– – tarwezetmeel |
1,00 |
|
1108 12 00 |
– – maiszetmeel |
1,00 |
|
1108 13 00 |
– – aardappelzetmeel |
1,00 |
|
ex11 08 19 |
– – ander zetmeel |
1,00 |
|
B. DE HIERNAVOLGENDE DERIVATEN WANNEER ZIJ ZIJN VERVAARDIGD UIT DE BOVENSTAANDE PRODUCTEN |
||
|
1702 |
Andere suiker, chemisch zuivere lactose, maltose, glucose en fructose (levulose) daaronder begrepen, in vaste vorm; suikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen; kunsthoning, ook indien met natuurhoning vermengd; karamel: |
|
|
ex17 02 30 |
– glucose en glucosestroop, in droge toestand geen of minder dan 20 gewichtspercenten fructose bevattend: |
|
|
– – andere: |
||
|
– – – bevattende, in droge toestand, 99 of meer gewichtspercenten zuivere glucose: |
||
|
1702 30 51 |
– – – – in wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd |
1,304 |
|
1702 30 59 |
– – – – andere (3) |
1,00 |
|
– – – andere: |
||
|
1702 30 91 |
– – – – in wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd |
1,304 |
|
1702 30 99 |
– – – – andere (3) |
1,00 |
|
ex17 02 40 |
– glucose en glucosestroop, in droge toestand 20 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten fructose bevattend: |
|
|
1702 40 90 |
– – andere (3) |
1,00 |
|
ex17 02 90 |
– andere, invertsuiker daaronder begrepen: |
|
|
1702 90 50 |
– – maltodextrine en maltodextrinestroop: |
|
|
– – – in wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd |
1,304 |
|
|
– – – andere (3) |
1,00 |
|
|
– – karamel: |
||
|
– – – andere: |
||
|
1702 90 75 |
– – – – in poeder, ook indien geagglomereerd |
1,366 |
|
1702 90 79 |
– – – – andere (3) |
0,95 |
|
ex29 05 |
Acyclische alcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan: |
|
|
– andere meerwaardige alcoholen: |
||
|
2905 43 00 |
– – mannitol |
1,52 |
|
2905 44 |
– – D-glucitol (sorbitol): |
|
|
– – – in waterige oplossing: |
||
|
2905 44 11 |
– – – – met een gehalte aan D-mannitol van niet meer dan 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte (4) |
1,068 |
|
2905 44 19 |
– – – – andere (4) |
0,944 |
|
– – – andere: |
||
|
2905 44 91 |
– – – – met een gehalte aan D-mannitol van niet meer dan 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte |
1,52 |
|
2905 44 99 |
– – – – andere |
1,52 |
|
3505 |
Dextrine en ander gewijzigd zetmeel (bijvoorbeeld voorgegelatineerd of veresterd zetmeel); lijm op basis van zetmeel, van dextrine of van ander gewijzigd zetmeel: |
|
|
ex35 05 10 |
– dextrine en ander gewijzigd zetmeel: |
|
|
3505 10 10 |
– – dextrine (5) |
1,14 |
|
– – ander gewijzigd zetmeel: |
||
|
3505 10 90 |
– – – andere (5) |
1,14 |
|
3505 20 |
– lijm |
1,14 |
|
ex38 09 |
Appreteermiddelen, middelen voor het versnellen van het verfproces of van het fixeren van kleurstoffen, alsmede andere producten en preparaten (bijvoorbeeld preparaten voor het beitsen), van de soort gebruikt in de textielindustrie, de papierindustrie, de lederindustrie of dergelijke industrieën, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
|
3809 10 |
– op basis van zetmeel of van zetmeelhoudende stoffen (5) |
1,14 |
|
ex38 24 |
Bereide bindmiddelen voor gietvormen of voor gietkernen; chemische producten en preparaten van de chemische of van aanverwante industrieën (mengsels van natuurlijke producten daaronder begrepen), elders genoemd noch elders onder begrepen; residuen van de chemische of van aanverwante industrieën, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
|
3824 60 |
– sorbitol, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2905 44: |
|
|
– – in waterige oplossing: |
||
|
3824 60 11 |
– – – met een gehalte aan D-mannitol van niet meer dan 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte (4) |
1,068 |
|
3824 60 19 |
– – – andere (4) |
0,944 |
|
– – andere |
||
|
3824 60 91 |
– – – met een gehalte aan D-mannitol van niet meer dan 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte |
1,52 |
|
3824 60 99 |
– – – andere |
1,52 |
|
(1) De aangegeven coëfficient geldt voor zetmeel met een drogestofgehalte van ten minste 87 % voor mais- en tarwezetmeel en ten minste 80 % voor aardappelzetmeel. 1. mais- of tarwezetmeel: (werkelijk percentage drogestofgehalte/87) × restitutie; 2. aardappelzetmeel: (werkelijk percentage drogestofgehalte/80) × restitutie. (2) Rechtstreeks vervaardigd uit mais, tarwe of aardappelen, met uitsluiting van elk gebruik van bijproducten die zijn verkregen bij de vervaardiging van andere landbouwproducten of goederen. (3) De restitutie wordt betaald voor producten van deze GN-codes met een drogestofgehalte van ten minste 78 %. De restitutie voor producten van deze GN-codes met een drogestofgehalte van minder dan 78 % wordt aangepast volgens de formule: (werkelijk percentage drogestofgehalte/78) × restitutie. (4) De restitutie wordt betaald voor D-glucitol (sorbitol) in waterige oplossing dat een drogestofgehalte heeft van ten minste 70 %. Als het drogestofgehalte lager is dan 70 %, wordt de restitutie aangepast volgens de formule: (werkelijk percentage drogestofgehalte/70) × restitutie. (5) De restitutie wordt betaald voor het werkelijke drogestofgehalte van zetmeel of dextrine. |
||
BIJLAGE III
In artikel 10, lid 7, bedoelde vermeldingen
|
in het Bulgaars |
: |
Предназначено за преработка или доставка съгласно Регламент (ЕО) № 491/2008, или за износ извън митническата територия на Общността. |
|
in het Spaans |
: |
Se utilizará para la transformación o la entrega, de conformidad con el artículo 10 del Reglamento (CE) no 491/2008 o para la exportación a partir del territorio aduanero de la Comunidad. |
|
in het Tsjechisch |
: |
Použije se pro zpracování nebo dodávku v souladu s článkem 10 nařízení Komise (ES) č. 491/2008 nebo pro vývoz z celního území Společenství. |
|
in het Deens |
: |
Til forarbejdning eller levering i overensstemmelse med artikel 10 i forordning (EF) nr. 491/2008 eller til udførsel fra Fællesskabets toldområde. |
|
in het Duits |
: |
Zur Verarbeitung oder Lieferung gemäß Artikel 10 der Verordnung (EG) Nr. 491/2008 oder zur Ausfuhr aus dem Zollgebiet der Gemeinschaft bestimmt. |
|
in het Ests |
: |
Kasutatakse töötlemiseks või tarnimisekskomisjoni määruse (EÜ) nr 491/2008 artikli 10 kohaselt või ekspordiks ühenduse tolliterritooriumilt. |
|
in het Grieks |
: |
Προς χρήση για μεταποίηση ή παράδοση σύμφωνα με το άρθρο 10 του κανονισμού (ΕΚ) αριθ. 491/2008 ή για εξαγωγή από το τελωνειακό έδαφος της Κοινότητας. |
|
in het Engels |
: |
To be used for processing or delivery in accordance with Article 10 of Commission Regulation (EC) No 491/2008 or for export from the customs territory of the Community. |
|
in het Frans |
: |
À utiliser pour la transformation ou la livraison, conformément à l’article 10 du règlement (CE) no 491/2008, ou pour l’exportation à partir du territoire douanier de la Communauté. |
|
in het Kroatisch |
: |
Za preradu ili isporuku u skladu s člankom 10. Uredbe Komisije (EZ) br. 491/2008 ili za izvoz iz carinskog područja Zajednice. |
|
in het Italiaans |
: |
Da utilizzare per la trasformazione o la consegna, conformemente all’articolo 10 del regolamento (CE) n. 491/2008, o per l’esportazione dal territorio doganale della Comunità. |
|
in het Lets |
: |
Izmantošanai pārstrādei vai piegādei saskaņā ar Komisijas Regulas (EK) Nr. 491/2008 10. pantu, vai arī eksportam no Kopienu teritorijas. |
|
in het Litouws |
: |
Naudoti perdirbimui arba pristatymui pagal Komisijos reglamento (EB) Nr. 491/2008 10 straipsnį, arba eksportui iš Bendrijos muitų teritorijos. |
|
in het Hongaars |
: |
Az 491/2008/EK bizottsági rendelet 10. cikkével összhangban történő feldolgozásra vagy szállításra vagy a Közösség vámterületéről történő kivitelre irányuló felhasználásra. |
|
in het Maltees |
: |
Biex jintuża għall-ipproċessar jew għall-kunsinna b’konformità ma’ l-Artikolu 10 tar-Regolament tal-Kummissjoni (KE) Nru 491/2008 jew għall-esportazzjoni mit-territorju doganali tal-Komunità. |
|
in het Nederlands |
: |
Bestemd voor verwerking of levering overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 491/2008 of voor uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap. |
|
in het Pools |
: |
Do przetwarzania lub dostaw, zgodnie z art. 10 rozporządzenia Komisji (WE) nr 491/2008, lub do wywozu z terytorium celnego Wspólnoty. |
|
in het Portugees |
: |
A utilizar para transformação ou entrega, em conformidade com o disposto no artigo 10.o do Regulamento (CE) n.o 491/2008, ou para exportação a partir do território aduaneiro da Comunidade. |
|
in het Roemeens |
: |
A se folosi pentru procesare sau livrare, conform articolului 10 din Regulamentul (CE) nr. 491/2008, sau pentru export de pe teritoriul vamal al Comunității. |
|
in het Slowaaks |
: |
Na použitie pri spracovaní alebo dodávke v súlade s článkom 10 nariadenia Komisie (ES) č. 491/2008 alebo na vývoz z colného územia Spoločenstva. |
|
in het Sloveens |
: |
Za predelavo ali dobavo v skladu s členom 10 Uredbe Komisije (ES) št. 491/2008 ali za izvoz iz carinskih območij Skupnosti. |
|
in het Fins |
: |
Käytetään jalostamiseen tai toimittamiseen asetuksen (EY) N:o 491/2008 10 artiklan mukaisesti taikka vientiin yhteisön tullialueelta. |
|
in het Zweeds |
: |
Avsedd för bearbetning eller leverans i enlighet med artikel 10 i kommissionens förordning (EG) nr 491/2008 eller för export från gemenskapens tullområde. |
( 1 ) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 361/2008 (PB L 121 van 7.5.2008, blz. 1).
( 2 ) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 735/2007 (PB L 169 van 29.6.2007, blz. 6).
( 3 ) PB L 159 van 1.7.1993, blz. 112. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1996/2006 (PB L 398 van 30.12.2006, blz. 1).
( 4 ) PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2006 (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 52).
( 5 ) PB L 197 van 30.7.1994, blz. 4.
( 6 ) PB L 144 van 2.6.1981, blz. 1.
( 7 ) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.