02006R0865 — NL — 19.01.2022 — 006.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EG) Nr. 865/2006 VAN DE COMMISSIE van 4 mei 2006 (PB L 166 van 19.6.2006, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EG) Nr. 100/2008 VAN DE COMMISSIE van 4 februari 2008 |
L 31 |
3 |
5.2.2008 |
|
|
VERORDENING (EU) Nr. 791/2012 VAN DE COMMISSIE van 23 augustus 2012 |
L 242 |
1 |
7.9.2012 |
|
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 792/2012 VAN DE COMMISSIE van 23 augustus 2012 |
L 242 |
13 |
7.9.2012 |
|
|
VERORDENING (EU) Nr. 1283/2013 VAN DE COMMISSIE van 10 december 2013 |
L 332 |
14 |
11.12.2013 |
|
|
VERORDENING (EU) 2015/56 VAN DE COMMISSIE van 15 januari 2015 |
L 10 |
1 |
16.1.2015 |
|
|
L 142 |
3 |
6.6.2015 |
||
|
VERORDENING (EU) 2019/220 VAN DE COMMISSIE van 6 februari 2019 |
L 35 |
3 |
7.2.2019 |
|
|
VERORDENING (EU) 2021/2280 VAN DE COMMISSIE van 16 december 2021 |
L 473 |
1 |
30.12.2021 |
|
VERORDENING (EG) Nr. 865/2006 VAN DE COMMISSIE
van 4 mei 2006
houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer
HOOFDSTUK I
DEFINITIES
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt, naast de definities van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 338/97, verstaan onder:
„datum van verwerving”: de datum waarop een specimen aan de natuur is onttrokken, in gevangenschap is geboren of kunstmatig is gekweekt of, indien die datum niet bekend is, de eerste bewijsbare datum waarop een persoon het in bezit heeft gehad;
„nakomelingen van de tweede generatie (F2)” en „nakomelingen van latere generaties (F3, F4, enzovoort)”: specimens die in een gecontroleerd milieu zijn geteeld uit ouders die zelf in een gecontroleerd milieu zijn geteeld, te onderscheiden van specimens die in een gecontroleerd milieu zijn geteeld uit ouders waarvan er ten minste één in het wild werd verwekt of aan de vrije natuur werd onttrokken (specimens van nakomelingen van de eerste generatie (F1);
„fokdierenbestand”: alle dieren die in het kader van een fokprogramma voor de reproductie worden gebruikt;
„gecontroleerd milieu”: een door menselijke ingrepen bepaald milieu dat is geschapen om dieren van een bepaalde soort te fokken, dat op een zodanige wijze is afgesloten dat dieren, eieren of gameten van de betrokken soort dat milieu niet kunnen binnenkomen of verlaten, en dat in het algemeen met name, maar niet uitsluitend, wordt gekenmerkt door kunstmatige behuizing, verwijdering van uitwerpselen, gezondheidszorg, bescherming tegen predatoren en kunstmatige voedselvoorziening;
„kweekmateriaal”: het bestand van onder gecontroleerde omstandigheden geteelde planten die voor vermeerdering worden gebruikt en waarvan ten genoegen van de bevoegde Cites-instanties van het uitvoerende land is aangetoond dat:
het bestand werd samengesteld in overeenstemming met de bepalingen van Cites en de relevante nationale wetgeving en op een wijze die geen nadelige gevolgen heeft voor het voortbestaan van de soort in het wild, en
de bestandsomvang wordt gehandhaafd op een niveau dat toereikend is voor de vermeerdering, zó dat de noodzaak van aanvulling met aan de natuur onttrokken specimens wordt geminimaliseerd of geëlimineerd, waarbij zulke aanvullingen slechts uitzonderlijk plaatsvinden en beperkt blijven tot de hoeveelheid die nodig is om de vitaliteit en de productiviteit van het kweekmateriaal te bestendigen;
„jachttrofee”: een volledig dier, of een gemakkelijk herkenbaar deel of afgeleid product van een dier, zoals vermeld op een begeleidende Cites-vergunning of begeleidend Cites-certificaat, dat aan de volgende voorwaarden voldoet:
het is onbewerkt, verwerkt of bewerkt;
het is door de jager legaal door jacht verworven voor persoonlijk gebruik door de jager;
het wordt ingevoerd, uitgevoerd of wederuitgevoerd door of namens de jager, in het kader van de overbrenging van het land van herkomst naar — in laatste instantie — de staat waar de jager zijn gewone verblijfplaats heeft;
„gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon”: een persoon die gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar in de Gemeenschap verblijft wegens beroepsmatige bindingen of, voor personen zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen die persoon en de plaats waar hij verblijft;
„reizende tentoonstelling”: een monsterverzameling, circus, menagerie, plantententoonstelling, orkest of museumtentoonstelling die of dat voor commerciële doeleinden aan het publiek wordt vertoond;
„transactiespecifieke certificaten”: overeenkomstig artikel 48 afgegeven certificaten die uitsluitend geldig zijn voor een of meer gespecificeerde transacties;
„specimenspecifieke certificaten”: andere overeenkomstig artikel 48 afgegeven certificaten dan transactiespecifieke certificaten;
„monsterverzameling”: een verzameling rechtmatig verworven dode specimens, delen en derivaten daarvan, die voor vertoningsdoeleinden over de grenzen worden vervoerd;
„preovereenkomstspecimen”: een specimen dat is verworven voordat de betrokken soort voor het eerst in de aanhangsels van de Overeenkomst is opgenomen.
HOOFDSTUK II
FORMULIEREN EN TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN
▼M3 —————
Artikel 4
Invullen van de formulieren
De aanvragen voor invoer- en uitvoervergunningen, wederuitvoercertificaten, de certificaten bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), artikel 5, leden 3 en 4, artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 338/97, certificaten van persoonlijke eigendom, certificaten van monsterverzameling, muziekinstrumentencertificaten en certificaten voor reizende tentoonstellingen alsmede kennisgevingen van invoer, vervolgbladen en etiketten mogen evenwel met de hand worden ingevuld indien dit op leesbare wijze, in inkt en in blokletters geschiedt.
Artikel 5
Inhoud van vergunningen, certificaten en aanvragen voor de afgifte van deze documenten
Vergunningen en certificaten, alsook de aanvragen voor de afgifte van deze documenten, moeten aan de volgende vereisten voldoen:
de beschrijving van de specimens omvat, voor zover daarin is voorzien, één van de in bijlage VII vermelde codes;
voor het aangeven van de hoeveelheid en de nettomassa worden de in bijlage VII vermelde eenheden gebruikt;
het taxon waartoe de specimens behoren, wordt tot op soortniveau aangegeven, behalve wanneer overeenkostig de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 338/97 een onderscheid tot op het niveau van de ondersoort wordt gemaakt of wanneer de Conferentie der Partijen bij de Overeenkomst geoordeeld heeft dat een onderscheid tot op een hoger taxonomisch niveau volstaat;
voor het aangeven van de wetenschappelijke naam van de betrokken taxa wordt gebruikgemaakt van de in bijlage VIII bij de onderhavige verordening vermelde standaardnomenclatuurwerken;
waar nodig wordt het doel van een transactie bepaald aan de hand van de criteria van artikel 5 quater en op de desbetreffende vergunning of het desbetreffende certificaat vermeld, met gebruikmaking van een van de codes van punt 1 van bijlage IX bij deze verordening;
de oorsprong van de specimens wordt aangegeven door middel van één van de in punt 2 van bijlage IX bij de onderhavige verordening vermelde codes.
Indien ten aanzien van het gebruik van de in punt 6 bedoelde codes aan bepaalde in Verordening (EG) nr. 338/97 of in deze verordening genoemde criteria moet worden voldaan, moeten zij aan die criteria voldoen.
Artikel 5 bis
Specifieke inhoud van vergunningen, certificaten en aanvragen voor specimens van planten
In het geval van specimens van planten die niet langer in aanmerking komen voor een ontheffing van de bepalingen van de overeenkomst of van Verordening (EG) nr. 338/97 in overeenstemming met de „Opmerking over de interpretatie van de bijlagen A, B, C en D” in de bijlage daarbij, op grond waarvan zij rechtmatig zijn uitgevoerd en ingevoerd, kan het land dat moet worden vermeld in vak 15 van de formulieren in de bijlagen I en III bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012, vak 4 van de formulieren in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012 en vak 10 van de formulieren in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012, het land zijn waar de specimens niet langer voor de ontheffing in aanmerking kwamen.
In die gevallen dient in het vak voor „speciale voorwaarden” in de vergunning of het certificaat de vermelding „Rechtmatig ingevoerd krachtens een ontheffing van de bepalingen van CITES” te worden opgenomen en te worden gespecificeerd welke ontheffing hier wordt bedoeld.
Artikel 5 ter
Specifieke inhoud van vergunningen en certificaten voor levende neushoorns en levende olifanten
Overeenkomstig artikel 4 of artikel 5 van Verordening (EG) nr. 338/97 afgegeven vergunningen en certificaten voor invoer of wederuitvoer van levende neushoorns of levende olifanten uit populaties die zijn opgenomen in bijlage B bij die verordening, bevatten een clausule waarin wordt verklaard dat hoorn of ivoor van deze dieren of hun nakomelingen niet terecht mag komen in de commerciële handel of commerciële activiteiten in de Unie. Bovendien worden levende neushoorns of levende olifanten van deze populaties niet onderworpen aan de trofeejacht buiten hun historische voorkomingsgebied.
Artikel 5 quater
Doel van de transactie
De code vermeldt de reden waarom de specimens worden uitgewisseld of verplaatst van de exporteur naar de importeur of van de wederexporteur naar de importeur.
Artikel 6
Bijlagen bij de formulieren
Indien een bijlage bij een in artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012 bedoeld formulier een integrerend deel van dat formulier uitmaakt, moeten zowel dit feit als het aantal bladzijden duidelijk op de betrokken vergunning of het betrokken certificaat worden vermeld en dient elke bladzijde van de bijlage te worden voorzien van:
het nummer van de vergunning of het certificaat en de datum van afgifte daarvan;
de handtekening en het stempel of zegel van de administratieve instantie die de vergunning of het certificaat heeft afgegeven.
Artikel 7
Door derde landen afgegeven vergunningen en certificaten
HOOFDSTUK III
AFGIFTE, GEBRUIK EN GELDIGHEID VAN DOCUMENTEN
Artikel 8
Afgifte en gebruik van documenten
De documenten worden afgegeven en gebruikt overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van deze verordening en Verordening (EG) nr. 338/97, en met name artikel 11, leden 1 tot en met 4, van die verordening. Vergunningen en certificaten mogen worden afgegeven in papieren vorm of in elektronische vorm.
Om te garanderen dat die verordeningen alsmede de nationaalrechtelijke bepalingen ter uitvoering daarvan worden nageleefd, kan de administratieve instantie van afgifte voorschriften, voorwaarden en eisen opleggen die in de betrokken documenten worden vermeld.
De administratieve instanties treffen een besluit over de afgifte van vergunningen en certificaten binnen één maand vanaf de dag waarop een volledige aanvraag is ingediend.
Indien de administratieve instantie van afgifte derden dient te raadplegen, kan een dergelijk besluit evenwel alleen worden genomen nadat deze raadpleging ten genoegen van de instantie is voltooid. De aanvragers worden van aanzienlijke vertragingen bij de behandeling van hun aanvraag in kennis gesteld.
Artikel 9
Zendingen van specimens
Onverminderd de artikelen 31, 38, 44 ter, 44 decies en 44 septdecies wordt voor elke zending van specimens die als deel van één vracht gezamenlijk wordt verzonden, een afzonderlijke invoervergunning, kennisgeving van invoer, uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat afgegeven.
Artikel 10
Geldigheid van invoer- en uitvoervergunningen, wederuitvoercertificaten, certificaten voor reizende tentoonstellingen, certificaten van persoonlijke eigendom, certificaten van monsterverzameling en muziekinstrumentencertificaten
Wat betreft kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.) uit gedeelde bestanden waarvoor uitvoerquota gelden en waarvoor een uitvoervergunning werd afgegeven, mag de geldigheidstermijn van de in alinea 1 bedoelde invoervergunningen de laatste dag van het contingentjaar waarin de kaviaar werd geoogst en verwerkt of, indien deze datum vroeger valt, de laatste dag van de in alinea 1 bedoelde periode van 12 maanden, niet overschrijden.
Wat betreft kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.) waarvoor een wederuitvoercertificaat werd afgegeven, mag de geldigheidstermijn van de in alinea 1 bedoelde invoervergunningen de laatste dag van de periode van 18 maanden na de datum van afgifte van de relevante originele uitvoervergunning of, indien deze datum vroeger valt, de laatste dag van de in alinea 1 bedoelde periode van 12 maanden, niet overschrijden.
Wat betreft kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.) uit gedeelde bestanden waarvoor uitvoerquota gelden, mag de geldigheidstermijn van de in alinea 1 bedoelde uitvoervergunningen de laatste dag van het contingentjaar waarin de kaviaar werd geoogst en verwerkt of, indien deze datum vroeger valt, de laatste dag van de in alinea 1 bedoelde periode van 6 maanden, niet overschrijden.
Wat betreft kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.), mag de geldigheidstermijn van de in alinea 1 bedoelde wederuitvoercertificaten de laatste dag van de periode van 18 maanden na de datum van afgifte van de relevante originele uitvoervergunning of, indien deze datum vroeger valt, de laatste dag van de in alinea 1 bedoelde periode van 6 maanden, niet overschrijden.
Artikel 11
Geldigheid van gebruikte invoervergunningen en van de in de artikelen 47, 48, 49, 60 en 63 bedoelde certificaten
De kopieën voor de houder van gebruikte invoervergunningen verliezen hun geldigheid in de volgende gevallen:
indien daarop vermelde levende specimens zijn gestorven;
indien daarop vermelde levende dieren zijn ontsnapt of zijn vrijgelaten;
indien daarop vermelde specimens zijn verloren, vernietigd of gestolen;
indien enig gegeven dat is vermeld in de vakken 3, 6 of 8 niet langer met de werkelijkheid overeenstemt.
De in de artikelen 47, 48, 49 en 63 bedoelde certificaten verliezen hun geldigheid in de volgende gevallen:
indien daarop vermelde levende specimens zijn gestorven;
indien daarop vermelde levende dieren zijn ontsnapt of zijn vrijgelaten;
indien daarop vermelde specimens zijn verloren, vernietigd of gestolen;
indien enig gegeven dat is vermeld in vak 2 of vak 4 van een certificaat niet langer met de werkelijkheid overeenstemt;
voor zover de in vak 20 gespecificeerde speciale voorwaarden niet langer worden vervuld.
Overeenkomstig de artikelen 48 en 63 afgegeven certificaten zijn transactiespecifiek tenzij de specimens waarop die certificaten betrekking hebben, van een uniek en permanent merkteken zijn voorzien of, in het geval van dode specimens die niet kunnen worden gemerkt, op een andere wijze zijn geïdentificeerd.
De administratieve instantie van de lidstaat waar het specimen zich bevindt, mag tevens, in overleg met de betrokken wetenschappelijke autoriteit, besluiten om een transactiespecifiek certificaat af te geven indien zij van oordeel is dat er andere factoren in samenhang met de instandhouding van de soort pleiten tegen de afgifte van een specimenspecifiek certificaat.
Voor zover een transactiespecifiek certificaat wordt afgegeven om verschillende transacties mogelijk te maken, is het enkel geldig binnen het grondgebied van de lidstaat van afgifte. Voor zover transactiespecifieke certificaten moeten worden gebruikt in een andere lidstaat dan de lidstaat van afgifte, worden zij enkel voor één transactie afgegeven en is hun geldigheid beperkt tot die transactie. In vak 20 moet worden vermeld of het certificaat voor één of meer transacties geldt en op het grondgebied van welke lidstaat (lidstaten) het geldig is.
De in artikel 48, lid 1, onder d), en in artikel 60 bedoelde certificaten verliezen hun geldigheid indien de in vak 1 vermelde informatie niet langer met de werkelijkheid overeenstemt.
Artikel 12
Ongeldig verklaarde, verloren, gestolen of vernietigde documenten
Artikel 13
Tijdstip van aanvraag van invoer- en (weder)uitvoerdocumenten en onderwerping aan een douaneprocedure
Artikel 14
Geldigheid van door derde landen afgegeven documenten
Wanneer specimens in de Gemeenschap worden binnengebracht, worden de vereiste van derde landen afkomstige documenten alleen als geldig beschouwd, indien zij voor de uitvoer of wederuitvoer van de specimens uit het betrokken land zijn afgegeven en voor dat doel zijn gebruikt vóór het verstrijken van hun geldigheidsduur en indien zij niet later dan zes maanden na de afgiftedatum worden gebruikt voor het binnenbrengen van de specimens in de Gemeenschap.
Certificaten van oorsprong voor specimens van de in bijlage C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten mogen evenwel tot twaalf maanden na de afgiftedatum ervan worden gebruikt voor het binnenbrengen van de specimens in de Unie, en certificaten voor reizende tentoonstellingen, certificaten van persoonlijke eigendom en muziekinstrumentencertificaten mogen tot drie jaar na de afgiftedatum ervan worden gebruikt voor het binnenbrengen van de specimens in de Unie alsook voor het aanvragen van overeenkomstige certificaten conform de artikelen 30, 37 en 44 nonies van deze verordening.
Artikel 15
Afgifte met terugwerkende kracht van bepaalde documenten
De ontheffing van lid 1 is ook van toepassing voor zover ten aanzien van als persoonlijke bezittingen en huisraad ingevoerde of (weder)uitgevoerde specimens, waarop de bepalingen van hoofdstuk XIV van toepassing zijn, en ten aanzien van rechtmatig verworven levende dieren die persoonlijke bezittingen zijn en om persoonlijke, niet-commerciële redenen worden gehouden de bevoegde administratieve instantie van de lidstaat in overleg met de relevante handhavingsinstantie ervan overtuigd is dat er aanwijzingen zijn dat een echte vergissing is begaan en dat er geen poging is gedaan om bedrog te plegen en de invoer of (weder)uitvoer van de berokken specimens in overeenstemming is met Verordening (EG) nr. 338/97, de Overeenkomst en de relevante wetgeving van een derde land.
Op de krachtens lid 1 afgegeven documenten wordt duidelijk vermeld dat zij met terugwerkende kracht zijn afgegeven en wordt de reden van deze afgifte vermeld.
In het geval van invoervergunningen, uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten van de Gemeenschap wordt deze vermelding aangebracht in vak 23.
In het geval van ingevolge lid 2, tweede alinea, afgegeven invoervergunningen voor bedoelde levende dieren die persoonlijke bezittingen zijn en voor specimens van soorten die zijn opgenomen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 en die worden bedoeld in artikel 4, lid 5, onder b), van die verordening, wordt in vak 23 het beding „in afwijking van artikel 8, lid 3 of lid 5, van Verordening (EG) nr. 338/97 zijn commerciële activiteiten overeenkomstig artikel 8, lid 1, van die verordening verboden gedurende ten minste 2 jaar te rekenen vanaf de datum van afgifte van deze vergunning” opgenomen.
Artikel 16
Doorvoer van specimens via de Gemeenschap
De artikelen 14 en 15 van de onderhavige verordening zijn van overeenkomstige toepassing op specimens van in de bijlagen A en B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten die via de Gemeenschap worden doorgevoerd, indien die doorvoer voor het overige in overeenstemming is met die verordening.
Artikel 17
Fytosanitaire certificaten
In het geval van kunstmatig gekweekte planten van de in de bijlagen B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten en kunstmatig gekweekte hybriden van de in bijlage A bij genoemde verordening opgenomen, niet van een annotatie voorziene soorten, geldt het volgende:
de lidstaten mogen bepalen dat een fytosanitair certificaat wordt afgegeven in plaats van een uitvoervergunning;
door derde landen afgegeven fytosanitaire certificaten worden in de plaats van een uitvoervergunning aanvaard.
Wanneer een in lid 1 bedoeld fytosanitair certificaat wordt afgegeven, wordt daarop de wetenschappelijke naam op soortniveau of, indien zulks onmogelijk is in het geval van de taxa die als familie in de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 338/97 zijn opgenomen, op geslachtsniveau vermeld.
Kunstmatig gekweekte orchideeën en cactussen van bijlage B bij Verordening (EG) nr. 338/97 mogen evenwel als zodanig worden vermeld.
Op de fytosanitaire certificaten worden ook het aantal specimens en de aard daarvan vermeld en zij worden voorzien van een stempel, zegel of andere specifieke vermelding luidens welke „de specimens kunstmatig zijn gekweekt overeenkomstig de CITES-definitie”.
Artikel 18
Vereenvoudigde procedures met betrekking tot bepaalde handel in biologische monsters
In het geval van handelsverkeer dat geen effect of slechts een verwaarloosbaar effect heeft op de instandhouding van de betrokken soorten, mogen vereenvoudigde procedures gebaseerd op van tevoren verstrekte vergunningen en certificaten worden toepgepast ten aanzien van biologische monsters van de in bijlage XI gespecificeerde aard en omvang, indien deze dringend vereist zijn voor de in die bijlage gespecificeerde toepassingen en mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
elke lidstaat moet een register instellen en bijhouden van de personen en instanties die de vereenvoudigde procedures mogen gebruiken, hierna „de geregistreerde personen en instanties” genoemd, alsook van de soorten die zij mogen uitwisselen volgens die procedures, en moet ervoor zorgen dat dit register iedere vijf jaar door de administratieve instantie wordt gecontroleerd;
de lidstaten moeten de geregistreerde personen en instanties gedeeltelijk ingevulde vergunningen en certificaten verstrekken;
de lidstaten moeten de geregistreerde personen of instanties machtigen om op de voorkant van de vergunning of het certificaat specifieke informatie in te vullen wanneer de administratieve instantie van de betrokken lidstaat in vak 23 of op een soortgelijke plaats of in een bijlage bij de vergunning of het certificaat heeft voorzien in:
een lijst van de vakken die de geregistreerde personen of instanties gemachtigd zijn in te vullen voor elke zending;
een plaats voor de handtekening van de persoon die het document heeft ingevuld.
Indien de onder c), i), bedoelde lijst het vak voor de wetenschappelijke namen omvat, neemt de administratieve instantie op de voorkant van de vergunning of het certificaat of in een bijlage een lijst op van toegelaten soorten.
Artikel 19
Vereenvoudigde procedures met betrekking tot de uitvoer of wederuitvoer van dode specimens
In het geval van uitvoer of wederuitvoer van dode specimens van de in de bijlagen B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten, met inbegrip van delen en afgeleide producten daarvan, mogen de lidstaten voorzien in de toepassing van vereenvoudigde procedures gebaseerd op van tevoren verstrekte uitvoervergunningen of wederuitvoercertificaten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
een bevoegde wetenschappelijke autoriteit moet vaststellen dat bedoelde uitvoer of wederuitvoer geen nadelig effect zal hebben op de instandhouding van de betrokken soorten;
elke lidstaat moet een register instellen en bijhouden van personen en instanties die de vereenvoudigde procedures mogen gebruiken, hierna „de geregistreerde personen en instanties” genoemd, alsook van de soorten die zij mogen uitwisselen volgens die procedures, en moet ervoor zorgen dat dit register iedere vijf jaar door de administratieve instantie wordt gecontroleerd;
de lidstaten moeten de geregistreerde personen en instanties gedeeltelijk ingevulde uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten verstrekken;
de lidstaten moeten de geregistreerde personen of instanties machtigen om specifieke informatie in te vullen in de vakken 3, 5, 8 en 9 of 10 van de vergunning of het certificaat, mits zij aan de volgende voorwaarden voldoen:
zij ondertekenen de ingevulde vergunning of het ingevulde certificaat in vak 23;
zij zenden onverwijld een kopie van de vergunning of het certificaat toe aan de administratieve instantie van afgifte;
zij houden een register bij dat op verzoek aan de bevoegde administratieve instantie wordt overgelegd en dat nadere gegevens bevat over de verkochte specimens, met inbegrip van soortnaam, aard van het specimen en oorsprong van het specimen, de datum van de verkoop en de naam en het adres van de personen aan wie de specimens werden verkocht.
HOOFDSTUK IV
INVOERVERGUNNINGEN
Artikel 20
Aanvragen
Het naar behoren ingevulde formulier wordt ingediend bij de administratieve instantie van de lidstaat van bestemming en bevat de gegevens en gaat vergezeld van de bewijsstukken welke deze instantie noodzakelijk acht om te kunnen vaststellen of krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 338/97 een vergunning moet worden afgegeven.
Het niet vermelden van gegevens in de aanvraag wordt gemotiveerd.
Artikel 20 bis
Afwijzing van aanvragen voor een invoervergunning
De lidstaten wijzen aanvragen af voor invoervergunningen betreffende kaviaar en vlees van steursoorten (Acipenseriformes spp.) uit gedeelde bestanden, tenzij er voor de soorten uitvoerquota werden vastgesteld overeenkomstig de door de Conferentie der Partijen bij de Overeenkomst erkende procedure.
Artikel 21
Invoervergunningen voor specimens van in bijlage I bij de Overeenkomst en in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten
In het geval van een invoervergunning die is afgegeven voor specimens van de in bijlage I bij de Overeenkomst en in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten, kan de kopie voor het land van uitvoer of wederuitvoer aan de aanvrager worden teruggezonden ter overlegging aan de administratieve instantie van het land van uitvoer of wederuitvoer met het oog op de afgifte van een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat. Het origineel wordt, overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder b), ii), van die verordening, ingehouden in afwachting dat de uitvoervergunning of het wederuitvoercertificaat voor de betrokken specimens wordt overgelegd.
Indien de kopie voor het land van uitvoer of wederuitvoer niet aan de aanvrager wordt teruggezonden, wordt aan deze laatste een schriftelijke verklaring verstrekt dat een invoervergunning zal worden afgegeven en op welke voorwaarden dit zal gebeuren.
Artikel 22
Door de invoerder aan het douanekantoor over te leggen documenten
Onverminderd artikel 53 legt de invoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger de volgende documenten over aan het grensdouanekantoor van de overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 aangewezen plaats van binnenkomst in de Gemeenschap:
de originele invoervergunning (formulier nr. 1);
de „kopie voor de houder” (formulier nr. 2);
voor zover zulks is aangegeven in de invoervergunning, eventuele aanvullende documenten van het land van uitvoer of wederuitvoer.
In voorkomend geval vermeldt de invoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger het nummer van de vrachtbrief of de luchtvrachtbrief in vak 26.
Artikel 23
Procedure in het douanekantoor
Het douanekantoor bedoeld in artikel 22 — of in artikel 53, lid 1, ingeval dit van toepassing is — geeft, na vak 27 van de originele invoervergunning (formulier nr. 1) en de „kopie voor de houder” (formulier nr. 2) te hebben ingevuld, laatstgenoemd document aan de invoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger terug.
De originele invoervergunning (formulier nr. 1) en de eventuele aanvullende documenten van het land van uitvoer of wederuitvoer worden doorgezonden overeenkomstig artikel 45.
HOOFDSTUK V
KENNISGEVINGEN VAN INVOER
Artikel 24
Door de invoerder aan het douanekantoor over te leggen documenten
Artikel 25
Procedure in het douanekantoor
Het douanekantoor bedoeld in artikel 24 — of in artikel 53, lid 1, ingeval dit van toepassing is — geeft, na vak 14 van de originele kennisgeving van invoer (formulier nr. 1) en de „kopie voor de invoerder” (formulier nr. 2) te hebben ingevuld, laatstgenoemd document aan de invoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger terug.
De originele kennisgeving van invoer (formulier nr. 1) en de eventuele aanvullende documenten van het land van uitvoer of wederuitvoer worden doorgezonden overeenkomstig in artikel 45.
HOOFDSTUK VI
UITVOERVERGUNNINGEN EN WEDERUITVOERCERTIFICATEN
Artikel 26
Aanvragen
Het naar behoren ingevulde formulier wordt ingediend bij de administratieve instantie van de lidstaat waar de specimens zich bevinden en bevat de gegevens en gaat vergezeld van de bewijsstukken welke die instantie noodzakelijk acht om te kunnen vaststellen of krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 338/97 een vergunning of certificaat moet worden afgegeven.
Het niet vermelden van gegevens in de aanvraag wordt gemotiveerd.
Wanneer ter staving van een aanvraag van een wederuitvoercertificaat een „kopie voor de houder” van een invoervergunning, een „kopie voor de invoerder” van een kennisgeving van invoer of een op basis daarvan afgegeven certificaat wordt overgelegd, worden deze documenten slechts aan de aanvrager teruggegeven na aanpassing van het aantal specimens waarvoor het document geldig blijft.
Een dergelijk document wordt niet aan de aanvrager teruggegeven indien het wederuitvoercertificaat wordt afgegeven voor het totale aantal specimens waarvoor het document geldig is, of indien het wordt vervangen overeenkomstig artikel 51.
Artikel 26 bis
Afwijzing van aanvragen voor uitvoervergunningen
De lidstaten wijzen aanvragen af voor uitvoervergunningen betreffende kaviaar en vlees van steursoorten (Acipenseriformes spp.) uit gedeelde bestanden, tenzij er voor de soorten uitvoerquota werden vastgesteld overeenkomstig de door de Conferentie der Partijen bij de Overeenkomst erkende procedure.
Artikel 27
Door de (weder)uitvoerder aan het douanekantoor over te leggen documenten
De (weder)uitvoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger legt de originele uitvoervergunning of het originele wederuitvoercertificaat (formulier nr. 1), de „kopie voor de houder” (formulier nr. 2) en de „kopie voor terugzending aan de instantie van afgifte” (formulier nr. 3) over aan een overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 aangewezen douanekantoor.
In voorkomend geval vermeldt de (weder)uitvoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger het nummer van de vrachtbrief of de luchtvrachtbrief in vak 26.
Artikel 28
Procedure in het douanekantoor
Het in artikel 27 bedoelde douanekantoor geeft, na vak 27 te hebben ingevuld, de originele uitvoervergunning of het originele wederuitvoercertificaat (formulier nr. 1) en de „kopie voor de houder” (formulier nr. 2) aan de (weder)uitvoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger terug.
De „kopie voor terugzending aan de instantie van afgifte” (formulier nr. 3) van de uitvoervergunning of het wederuitvoercertificaat wordt doorgezonden overeenkomstig artikel 45.
Artikel 29
Van tevoren aan kwekerijen verstrekte vergunningen
Wanneer een lidstaat, overeenkomstig de door de Conferentie der Partijen bij de Overeenkomst vastgestelde richtsnoeren, de kwekerijen registreert die kunstmatig gekweekte specimens van de in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten uitvoeren, mag hij de betrokken kwekerijen van tevoren uitvoervergunningen voor in bijlage A of B bij die verordening opgenomen soorten verstrekken.
In vak 23 van die van tevoren verstrekte uitvoervergunningen wordt het registratienummer van de kwekerij aangebracht met de volgende vermelding:
„Vergunning uitsluitend geldig voor kunstmatig gekweekte planten zoals omschreven in Resolutie 11.11 van de Conferentie der Partijen bij CITES (Rev. CoP13), uitsluitend geldig voor de volgende taxa: …”.
HOOFDSTUK VII
CERTIFICATEN VOOR REIZENDE TENTOONSTELLINGEN
Artikel 30
Afgifte
De lidstaten kunnen certificaten voor reizende tentoonstellingen afgeven voor wettig verworven specimens die deel uitmaken van een reizende tentoonstelling en aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
zij zijn in gevangenschap geboren en gefokt overeenkomstig de artikelen 54 en 55 of die kunstmatig zijn gekweekt overeenkomstig artikel 56;
zij zijn in de Gemeenschap verworven of binnengebracht voordat de bepalingen betreffende de soorten die zijn opgenomen in de bijlagen I, II en III bij de Overeenkomst of bijlage C bij Verordening (EEG) nr. 3626/82 of de bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 op hen van toepassing werden.
Artikel 31
Gebruik
Een certificaat voor een reizende tentoonstelling kan worden gebruikt als:
een invoervergunning overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 338/97;
een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 338/97;
een certificaat overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97, uitsluitend om de vertoning van de specimens aan het publiek voor commerciële doeleinden mogelijk te maken.
Artikel 32
Instantie van afgifte
Artikel 33
Vereisten met betrekking tot specimens
Ten aanzien van een specimen waarvoor een certificaat voor een reizende tentoonstelling wordt afgegeven, moet aan alle onderstaande vereisten zijn voldaan:
het specimen moet door de administratieve instantie van afgifte zijn geregistreerd;
het specimen moet vóór het verstrijken van de geldigheid van het certificaat worden teruggebracht naar de lidstaat waar het is geregistreerd;
het specimen moet van een uniek en permanent merkteken zijn voorzien overeenkomstig artikel 66 in het geval van levende dieren, of anderszins op zodanige wijze zijn geïdentificeerd dat de instanties van elke lidstaat waar het specimen wordt binnengebracht, kunnen verifiëren dat het certificaat overeenstemt met het specimen dat wordt in- of uitgevoerd.
In het geval van certificaten voor reizende tentoonstellingen die overeenkomstig artikel 32, lid 2, worden afgegeven, is het bepaalde in lid 1, onder a) en b), van dit artikel niet van toepassing. In dergelijke gevallen wordt in vak 20 van het certificaat de volgende vermelding aangebracht:
„Dit certificaat is alleen geldig indien het vergezeld gaat van een origineel certificaat voor een reizende tentoonstelling, afgegeven door een derde land.”.
Artikel 34
Aanvragen
De aanvrager van een certificaat voor een reizende tentoonstelling vult waar passend de vakken 3 en 9 tot en met 18 van het aanvraagformulier (formulier nr. 3) en de vakken 3 en 9 tot en met 18 van het origineel en van alle kopieën in.
De lidstaten kunnen echter bepalen dat alleen een aanvraagformulier moet worden ingevuld; in een dergelijk geval mag de aanvraag betrekking hebben op meer dan één certificaat.
Het naar behoren ingevulde formulier wordt ingediend bij een administratieve instantie van de lidstaat waar de specimens zich bevinden of, in het in artikel 32, lid 2, bedoelde geval, bij de administratieve instantie van de lidstaat van eerste bestemming, en bevat de gegevens en gaat vergezeld van de bewijsstukken welke deze instantie noodzakelijk acht om te kunnen vaststellen of een certificaat moet worden afgegeven.
Het niet vermelden van gegevens in de aanvraag wordt gemotiveerd.
Artikel 35
Door de houder aan het douanekantoor over te leggen documenten
In het geval van een certificaat voor een reizende tentoonstelling dat overeenkomstig artikel 32, lid 1, is afgegeven, legt de houder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger het origineel van dat certificaat (formulier nr. 1) en het origineel en een kopie van het vervolgblad ter verificatie over aan een overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 aangewezen douanekantoor.
Het douanekantoor geeft, na het vervolgblad te hebben ingevuld, de originele documenten terug aan de houder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger, viseert de kopie van het vervolgblad en zendt overeenkomstig artikel 45 die geviseerde kopie door naar de betrokken administratieve instantie.
In het geval van een certificaat voor een reizende tentoonstelling dat overeenkomstig artikel 32, lid 2, is afgegeven, is lid 1 van dit artikel van toepassing maar legt de houder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger ook het door het derde land afgegeven originele certificaat en vervolgblad ter verificatie over.
Het douanekantoor geeft, na beide vervolgbladen te hebben ingevuld, de originele certificaten voor de reizende tentoonstelling en de originele vervolgbladen terug aan de invoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger en zendt overeenkomstig artikel 45 een geviseerde kopie van het vervolgblad van het door de administratieve instantie van de lidstaat afgegeven certificaat door naar die instantie.
Artikel 36
Vervanging
Een verloren, gestolen of vernietigd certificaat voor een reizende tentoonstelling kan alleen worden vervangen door de instantie die het heeft afgegeven.
Op het duplicaat worden indien mogelijk hetzelfde nummer en dezelfde geldigheidstermijn aangebracht als op het oorspronkelijke document, alsook, in vak 20, een van de volgende vermeldingen:
„Dit certificaat is een eensluidend afschrift van het origineel”, of „Dit certificaat annuleert en vervangt het origineel met nummer xxxx, afgegeven op xx/xx/xxxx”.
HOOFDSTUK VIII
CERTIFICATEN VAN PERSOONLIJKE EIGENDOM
Artikel 37
Afgifte
Artikel 38
Gebruik
Op voorwaarde dat het specimen waarop dit certificaat betrekking heeft, door zijn rechtmatige eigenaar wordt vergezeld, kan het certificaat worden gebruikt als:
een invoervergunning overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 338/97;
een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 338/97, als het land van bestemming daarmee instemt.
Artikel 39
Instantie van afgifte
In vak 23 van het certificaat van persoonlijke eigendom of in een passende bijlage bij het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht:
„Geldig voor meerdere grensoverschrijdende overbrengingen, op voorwaarde dat het specimen vergezeld wordt door zijn eigenaar. De wettige eigenaar bewaart het originele formulier.
Het specimen waarop dit certificaat betrekking heeft, mag niet worden verkocht of op enige andere wijze overgedragen dan in overeenstemming met artikel 43 van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie. Dit certificaat is niet overdraagbaar. Indien het specimen sterft, wordt gestolen, vernietigd of verloren, of indien het wordt verkocht of op enige andere wijze wordt vervreemd, dient dit certificaat onverwijld aan de administratieve instantie van afgifte te worden terugggezonden.
Dit certificaat is alleen geldig indien het vergezeld gaat van een vervolgblad, dat bij elke grensoverschrijding door een douanebeambte moet worden afgestempeld en ondertekend.
Dit certificaat doet geen afbreuk aan het recht om strengere nationale maatregelen vast te stellen inzake restricties of voorwaarden ten aanzien van het houden of in bezit hebben van levende dieren.”.
Artikel 40
Vereisten met betrekking tot specimens
Ten aanzien van een specimen waarvoor een certificaat van persoonlijke eigendom wordt afgegeven, moet aan de volgende vereisten zijn voldaan:
het specimen moet zijn geregistreerd door de administratieve instantie van de lidstaat waar de eigenaar zijn gewone verblijfplaats heeft;
het specimen moet vóór het verstrijken van de geldigheid van het desbetreffende certificaat worden teruggebracht naar de lidstaat waar het specimen is geregistreerd;
het specimen mag niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt, tenzij op de in artikel 43 genoemde voorwaarden;
het specimen moet van een uniek en permanent merkteken zijn voorzien overeenkomstig artikel 66.
In het geval van certificaten van persoonlijke eigendom die overeenkomstig artikel 39, lid 2, worden afgegeven, is het bepaalde in lid 1, onder a) en b), van dit artikel niet van toepassing.
In dergelijke gevallen wordt in vak 23 van het certificaat de volgende vermelding aangebracht:
„Dit certificaat is alleen geldig indien het vergezeld gaat van een origineel certificaat van persoonlijke eigendom, afgegeven door een derde land, en indien het specimen waarop het betrekking heeft, wordt vergezeld door zijn eigenaar.”.
Artikel 41
Aanvragen
De aanvrager van een certificaat van persoonlijke eigendom vult waar passend de vakken 1, 4 en 6 tot en met 23 van het aanvraagformulier en de vakken 1, 4 en 6 tot en met 22 van het origineel en van alle kopieën in.
De lidstaten kunnen echter bepalen dat alleen een aanvraagformulier moet worden ingevuld; in een dergelijk geval mag de aanvraag betrekking hebben op meer dan één certificaat.
Het naar behoren ingevulde formulier wordt ingediend bij een administratieve instantie van de lidstaat waar de specimens zich bevinden of, in het in artikel 39, lid 2, bedoelde geval, bij de administratieve instantie van de lidstaat van eerste bestemming, en moet de gegevens bevatten en vergezeld gaan van de bewijsstukken welke deze instantie noodzakelijk acht om te kunnen vaststellen of een certificaat moet worden afgegeven.
Het niet vermelden van gegevens in de aanvraag wordt gemotiveerd.
Wanneer een aanvraag wordt ingediend voor een certificaat met betrekking tot specimens waarvoor een dergelijke aanvraag eerder is afgewezen, stelt de aanvrager de administratieve instantie daarvan in kennis.
Artikel 42
Door de houder aan het douanekantoor over te leggen documenten
In het geval van invoer, uitvoer of wederuitvoer van een specimen waarvoor overeenkomstig artikel 39, lid 1, een certificaat van persoonlijke eigendom is afgegeven, legt de houder van het certificaat het origineel van dat certificaat (formulier nr. 1) en het origineel en een kopie van het vervolgblad ter verificatie over aan een overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 aangewezen douanekantoor.
Het douanekantoor geeft, na het vervolgblad te hebben ingevuld, de originele documenten terug aan de houder, viseert de kopie van het vervolgblad en zendt overeenkomstig artikel 45 van de onderhavige verordening die geviseerde kopie door naar de betrokken administratieve instantie.
In het geval van een certificaat van persoonlijke eigendom dat overeenkomstig artikel 39, lid 2, is afgegeven, is lid 1 van dit artikel van toepassing maar legt de houder ook het door het derde land afgegeven originele certificaat ter verificatie over.
Het douanekantoor geeft, na beide vervolgbladen te hebben ingevuld, de originele documenten terug aan de houder en zendt overeenkomstig artikel 45 een geviseerde kopie van het vervolgblad van het door de administratieve instantie van de lidstaat afgegeven certificaat door naar die instantie.
Artikel 43
Verkoop van specimens
Wanneer de houder van een overeenkomstig artikel 39, lid 1, van de onderhavige verordening afgegeven certificaat van persoonlijke eigendom het betrokken specimen wenst te verkopen, dient hij eerst het certificaat bij de administratieve instantie van afgifte in te leveren en, indien het specimen behoort tot een in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soort, bij de bevoegde instantie een certificaat aan te vragen overeenkomstig artikel 8, lid 3, van die verordening.
Artikel 44
Vervanging
Een verloren, gestolen of vernietigd certificaat van persoonlijke eigendom kan alleen worden vervangen door de instantie die het heeft afgegeven.
Op het duplicaat worden indien mogelijk hetzelfde nummer en dezelfde geldigheidstermijn aangebracht als op het oorspronkelijke document, alsook, in vak 23, een van de volgende vermeldingen:
„Dit certificaat is een eensluidend afschrift van het origineel”, of „Dit certificaat annuleert en vervangt het origineel met nummer xxxx, afgegeven op xx/xx/xxxx”.
HOOFDSTUK VIII BIS
CERTIFICATEN VAN MONSTERVERZAMELING
Artikel 44 bis
Afgifte
De lidstaten kunnen met betrekking tot monsterverzamelingen certificaten van monsterverzameling afgeven op voorwaarde dat de verzameling onder een geldig carnet ATA valt en specimens, delen of derivaten omvat van in de bijlagen A, B of C van Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten.
Voor de toepassing van de eerste alinea moeten specimens, delen of derivaten van in bijlage A opgenomen soorten voldoen aan hoofdstuk XIII van deze verordening.
Artikel 44 ter
Gebruik
Op voorwaarde dat een monsterverzameling die onder een certificaat van monsterverzameling valt door een geldig carnet ATA begeleid wordt, kan een in overeenstemming met artikel 44 bis afgegeven certificaat worden gebruikt als volgt:
als een invoervergunning overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 338/97;
als een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 338/97, voor zover het land van bestemming het gebruik van carnets ATA erkent en toestaat;
als een certificaat overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97, uitsluitend om de vertoning van de specimens aan het publiek voor commerciële doeleinden mogelijk te maken.
Artikel 44 quater
Instantie van afgifte
Artikel 44 quinquies
Eisen
De volgende tekst dient in vak 23 of in een passende bijlage bij het certificaat te worden opgenomen:
„Voor monsterverzameling begeleid door carnet ATA nr.: xxx
Dit certificaat heeft betrekking op een monsterverzameling en is niet geldig tenzij begeleid door een geldig carnet ATA. Dit certificaat is niet overdraagbaar. De specimens die onder dit certificaat vallen mogen niet worden verkocht of op een andere wijze overgebracht terwijl zij zich buiten het grondgebied bevinden van de staat die dit document heeft afgegeven. Dit certificaat mag worden gebruikt voor (weder)uitvoer uit [land van (weder)uitvoer vermelden] via [landen die worden bezocht vermelden] voor vertoningsdoeleinden en invoer terug in [land van (weder)uitvoer vermelden].”.
In het geval van certificaten van monsterverzameling die overeenkomstig artikel 44 quater, lid 2, worden afgegeven, zijn de leden 1 en 4 van dit artikel niet van toepassing. In dergelijke gevallen dient in vak 23 van het certificaat de volgende tekst te worden opgenomen:
„Dit certificaat is niet geldig tenzij begeleid door een origineel CITES-document, door een derde land afgegeven in overeenstemming met de door de Conferentie der Partijen bij de Overeenkomst vastgestelde bepalingen.”.
Artikel 44 sexies
Aanvragen
De lidstaten kunnen echter bepalen dat enkel een aanvraagformulier moet worden ingevuld.
Het niet vermelden van gegevens in de aanvraag wordt gemotiveerd.
Artikel 44 septies
Door de houder aan het douanekantoor over te leggen documenten
Het douanekantoor geeft, na het carnet ATA te hebben verwerkt in overeenstemming met de douaneregels in Verordening (EG) nr. 2454/93 en indien nodig het nummer van het begeleidende carnet ATA op het origineel en het afschrift van het certificaat van monsterverzameling te hebben ingevuld, de originele documenten terug aan de houder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger, viseert het afschrift van het certificaat van monsterverzameling en zendt overeenkomstig artikel 45 die geviseerde kopie door naar de betrokken administratieve instantie.
Op het moment van de eerste uitvoer uit de Gemeenschap zendt het douanekantoor echter, na het invullen van vak 27, het originele certificaat van monsterverzameling (formulier 1) en het afschrijft voor de houder (formulier 2) aan de houder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger terug en zendt het kantoor in overeenstemming met artikel 45 het afschrift voor terugzending aan de administratieve instantie van afgifte (formulier 3) door.
Artikel 44 octies
Vervanging
Een verloren, gestolen of vernietigd certificaat van monsterverzameling kan alleen worden vervangen door de instantie die het heeft afgegeven.
Op het duplicaat worden indien mogelijk hetzelfde nummer en dezelfde geldigheidstermijn aangebracht als op het oorspronkelijke document, alsook, in vak 23, een van de volgende vermeldingen:
„Dit certificaat is een eensluidend afschrift van het origineel”, of „Dit certificaat annuleert en vervangt het origineel met nummer xxxx, afgegeven op xx/xx/xxxx”.
HOOFDSTUK VIII ter
MUZIEKINSTRUMENTENCERTIFICATEN
Artikel 44 nonies
Afgifte
De lidstaten kunnen muziekinstrumentencertificaten afgeven voor de niet-commerciële grensoverschrijdende overbrenging van muziekinstrumenten met het oog op onder meer — maar niet uitsluitend — persoonlijk gebruik, optredens, producties (opnames), uitzendingen, onderwijs, tentoonstellingen of wedstrijden, indien de instrumenten in kwestie voldoen aan de volgende voorwaarden:
zij zijn afkomstig van soorten die zijn opgenomen in de bijlagen A, B of C bij Verordening (EG) nr. 338/97, met uitzondering van specimens van in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten die verworven zijn na de opname van de soort in een aanhangsel bij de overeenkomst;
het voor de vervaardiging van het muziekinstrument gebruikte specimen is legaal verworven;
het muziekinstrument is naar behoren geïdentificeerd.
Artikel 44 decies
Gebruik
Het certificaat mag worden gebruikt:
als een invoervergunning overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 338/97, of
als een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 338/97.
Artikel 44 undecies
Instantie van afgifte
In vak 23 van het muziekinstrumentencertificaat of in een passende bijlage bij het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht:
„Geldig voor meerdere grensoverschrijdende overbrengingen. De eigenaar bewaart het origineel.
Het muziekinstrument waarop dit certificaat, dat meerdere grensoverschrijdende overbrengingen toelaat, betrekking heeft, is bestemd voor niet-commercieel gebruik, onder meer — maar niet uitsluitend — persoonlijk gebruik, optredens, producties (opnames), uitzendingen, onderwijs, tentoonstellingen of wedstrijden. Het muziekinstrument waarop dit certificaat betrekking heeft, mag niet worden verkocht noch mag het bezit ervan worden overgedragen terwijl het zich bevindt buiten het land waar het certificaat is afgegeven.
Dit certificaat moet vóór het verstrijken van de geldigheid ervan worden teruggezonden aan de administratieve instantie van het land waar het is afgegeven.
Dit certificaat is alleen geldig indien het vergezeld gaat van een vervolgblad dat bij elke grensoverschrijding door een douanebeambte moet worden afgestempeld en ondertekend.”
.Artikel 44 duodecies
Vereisten met betrekking tot specimens
Ten aanzien van een specimen waarvoor een muziekinstrumentencertificaat wordt afgegeven, moet aan de volgende vereisten zijn voldaan:
het muziekinstrument moet door de administratieve instantie van afgifte zijn geregistreerd;
het muziekinstrument moet vóór het verstrijken van de geldigheid van het desbetreffende certificaat worden teruggebracht naar de lidstaat waar het is geregistreerd;
het muziekinstrument mag niet worden verkocht noch mag het bezit ervan worden overgedragen terwijl het zich buiten het land van de gewone verblijfplaats van de aanvrager bevindt, behalve onder de in artikel 44 quindecies genoemde voorwaarden;
het muziekinstrument moet naar behoren zijn geïdentificeerd.
Artikel 44 terdecies
Aanvragen
De lidstaten kunnen bepalen dat alleen een aanvraagformulier moet worden ingevuld; in een dergelijk geval mag de aanvraag betrekking hebben op meer dan één certificaat.
Het niet vermelden van gegevens in de aanvraag wordt gemotiveerd.
Artikel 44 quaterdecies
Door de houder aan het douanekantoor over te leggen documenten
Wanneer een specimen waarvoor overeenkomstig artikel 44 undecies een muziekinstrumentencertificaat is afgegeven, in de Unie wordt binnengebracht of wordt uitgevoerd of wederuitgevoerd, legt de houder van het certificaat het origineel van dat certificaat en het origineel evenals een kopie van het vervolgblad ter verificatie over aan een overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 aangewezen douanekantoor.
Het douanekantoor geeft, na het vervolgblad te hebben ingevuld, de originele documenten terug aan de houder, viseert de kopie van het vervolgblad en zendt die geviseerde kopie overeenkomstig artikel 45 door naar de betrokken administratieve instantie.
Artikel 44 quindecies
Verkoop van specimens
Wanneer de houder van een overeenkomstig artikel 44 undecies van deze verordening afgegeven muziekinstrumentencertificaat het betrokken specimen wenst te verkopen, levert hij eerst het certificaat bij de administratieve instantie van afgifte in en, indien het specimen tot een in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soort behoort, vraagt hij bij de bevoegde instantie een certificaat aan overeenkomstig artikel 8, lid 3, van die verordening.
Artikel 44 sexdecies
Vervanging
Een verloren, gestolen of vernietigd muziekinstrumentencertificaat kan alleen worden vervangen door de instantie die het heeft afgegeven.
Op het duplicaat worden, indien mogelijk, hetzelfde nummer en dezelfde geldigheidstermijn aangebracht als op het oorspronkelijke document, alsook in vak 23 één van de volgende vermeldingen:
„Dit certificaat is een eensluidend afschrift van het origineel.” of „Dit certificaat annuleert en vervangt het op xx/xx/xxxx afgegeven origineel met het nummer xxxx.”.
Artikel 44 septdecies
Binnenbrengen in de Unie van muziekinstrumenten met door derde landen afgegeven certificaten
Voor het binnenbrengen in de Unie van een muziekinstrument behoeft geen uitvoerdocument of invoervergunning te worden overgelegd indien een derde land voor het instrument een muziekinstrumentencertificaat heeft afgegeven volgens voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van artikelen 44 nonies en undecies. Voor de wederuitvoer van dat muziekinstrument moet geen wederuitvoercertificaat worden overgelegd.
HOOFDSTUK IX
DOUANEPROCEDURE
Artikel 45
Doorzending van aan douanekantoren overgelegde documenten
De douanekantoren zenden alle documenten die hun overeenkomstig Verordening (EG) nr. 338/97 en de onderhavige verordening zijn overgelegd, onverwijld door naar de bevoegde administratieve instantie van hun lidstaat.
De administratieve instanties die deze documenten ontvangen, zenden de documenten welke door andere lidstaten zijn afgegeven, samen met eventuele ingevolge de overeenkomst afgegeven aanvullende documenten onverwijld door naar de betrokken administratieve instanties. Ten behoeve van de verslaglegging wordt het origineel van kennisgevingen ook doorgezonden naar de administratieve instanties van het land van invoer, indien dit verschilt van het land waar het specimen in de Unie is binnengebracht.
HOOFDSTUK X
IN ARTIKEL 5, LID 2, ONDER B), ARTIKEL 5, LEDEN 3 EN 4, ARTIKEL 8, LID 3, EN ARTIKEL 9, LID 2, ONDER B), VAN VERORDENING (EG) Nr. 338/97 BEDOELDE CERTIFICATEN
Artikel 46
Instantie van afgifte
De in artikel 5, lid 2, onder b), artikel 5, leden 3 en 4, artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde certificaten kunnen door de administratieve instantie van de lidstaat waar de specimens zich bevinden, worden afgegeven na ontvangst van een aanvraag overeenkomstig artikel 50 van de onderhavige verordening.
Artikel 47
In artikel 5, lid 2, onder b), en artikel 5, leden 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde certificaten (voor uitvoer of wederuitvoer vereiste certificaten)
In de in artikel 5, lid 2, onder b), en artikel 5, leden 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde certificaten wordt vermeld welke van de volgende omstandigheden op de specimens van toepassing is:
het betreft specimens die aan de natuur zijn onttrokken overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van oorsprong;
het betreft achtergelaten of ontsnapte specimens die werden teruggevangen overeenkomstig de in de lidstaat van terugvangst geldende wetgeving;
het betreft specimens die in de Gemeenschap zijn verworven of binnengebracht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 338/97;
het betreft specimens die vóór 1 juni 1997 in de Gemeenschap zijn verworven of binnengebracht overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3626/82;
het betreft specimens die vóór 1 januari 1984 in de Gemeenschap zijn verworven of binnengebracht overeenkomstig de Overeenkomst;
het betreft specimens die op het grondgebied van een lidstaat werden verworven of daar werden binnengebracht voordat de in punt 3 of punt 4 genoemde verordeningen of de Overeenkomst daarop van toepassing werden of in die lidstaat van toepassing werden.
Artikel 48
In artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoeld certificaat (certificaat voor commercieel gebruik)
In een certificaat voor de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97 genoemde doeleinden wordt bevestigd dat de betrokken specimens van een in bijlage A bij die verordening opgenomen soort om een van de volgende redenen zijn vrijgesteld van één of meer verbodsbepalingen van artikel 8, lid 1, van die verordening:
de specimens zijn in de Gemeenschap verworven of binnengebracht voordat de bepalingen betreffende de soorten die in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97, in bijlage I bij de Overeenkomst of in bijlage C1 bij Verordening (EEG) nr. 3626/82 zijn opgenomen, op deze specimens van toepassing werden;
de specimens zijn van oorsprong uit een lidstaat en overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat aan de natuur onttrokken;
het betreft in gevangenschap geboren en gefokte dieren of delen daarvan of afgeleide producten daarvan;
de specimens mogen worden gebruikt voor één van de in artikel 8, lid 3, onder c) en onder e), f) en g), van Verordening (EG) nr. 338/97 genoemde doeleinden;
het betreft bewerkte specimens die olifantenivoor bevatten en die meer dan 50 jaar geleden zijn verkregen, als omschreven in artikel 2, punt w), van Verordening (EG) nr. 338/97.
Artikel 49
In artikel 9, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoeld certificaat (certificaat voor het vervoer van levende specimens)
In een certificaat voor de in artikel 9, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 338/97 genoemde doeleinden wordt bevestigd dat de overbrenging van de betrokken levende specimens van een in bijlage A bij die verordening opgenomen soort vanaf de voorgeschreven plaats zoals vermeld in de invoervergunning of in een eerder afgegeven certificaat, is toegestaan.
Artikel 50
Aanvraag van in artikel 5, lid 2, onder b), artikel 5, leden 3 en 4, artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde certificaten
De aanvrager van een in artikel 5, lid 2, onder b), artikel 5, leden 3 en 4, artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoeld certificaat vult waar passend de vakken 1, 2 en 4 tot en met 19 van het aanvraagformulier en de vakken 1 en 4 tot en met 18 van het origineel en van alle kopieën in.
De lidstaten kunnen echter bepalen dat alleen een aanvraagformulier moet worden ingevuld; in een dergelijk geval mag de aanvraag betrekking hebben op meer dan één certificaat.
Het naar behoren ingevulde formulier wordt ingediend bij een administratieve instantie van de lidstaat waar de specimens zich bevinden en moet de gegevens bevatten en vergezeld gaan van de bewijsstukken welke deze instantie noodzakelijk acht om te kunnen vaststellen of een certificaat moet worden afgegeven.
Het niet vermelden van gegevens in de aanvraag wordt gemotiveerd.
Wanneer een aanvraag wordt ingediend voor een certificaat met betrekking tot specimens waarvoor een dergelijke aanvraag eerder is afgewezen, stelt de aanvrager de administratieve instantie daarvan in kennis.
Artikel 51
Wijziging van vergunningen, kennisgevingen en certificaten
Wanneer een zending die door een „kopie voor de houder” (formulier nr. 2) van een invoervergunning, een „kopie voor de invoerder” (formulier nr. 2) van een kennisgeving van invoer of een certificaat wordt gedekt, wordt gesplitst of wanneer om andere redenen de op een dergelijk document vermelde gegevens niet langer met de werkelijkheid overeenstemmen, kan de administratieve instantie één van de volgende maatregelen treffen:
de nodige wijzigingen in die documenten aanbrengen overeenkomstig artikel 4, lid 2;
één of meer overeenkomstige certificaten afgeven voor de artikelen 47 en 48 genoemde doeleinden.
Voor de toepassing van punt b) kan de administratieve instantie zich eerst van de geldigheid van het te vervangen document vergewissen, zo nodig in overleg met de administratieve instantie van een andere lidstaat.
HOOFDSTUK XI
ETIKETTEN
Artikel 52
Gebruik van etiketten
Aan de in lid 1 bedoelde wetenschappers en wetenschappelijke instellingen wordt door de administratieve instantie van de lidstaat waar zij zijn gevestigd, een registratienummer toegekend.
Het registratienummer bestaat uit vijf tekens, waarvan de eerste twee de tweeletterige ISO-landencode voor de betrokken lidstaat vormen en de laatste drie een uniek nummer dat door de bevoegde administratieve instantie aan iedere instelling wordt toegekend.
HOOFDSTUK XII
IN ARTIKEL 4, LID 7, VAN VERORDENING (EG) Nr. 338/97 BEDOELDE AFWIJKINGEN VAN DE DOUANEPROCEDURES
Artikel 53
Andere douanekantoren dan het grensdouanekantoor op de plaats van binnenkomst
HOOFDSTUK XIII
IN GEVANGENSCHAP GEBOREN EN GEFOKTE SPECIMENS EN KUNSTMATIG GEKWEEKTE SPECIMENS
Artikel 54
In gevangenschap geboren en gefokte specimens van diersoorten
Onverminderd het bepaalde in artikel 55 wordt een specimen van een diersoort uitsluitend beschouwd als zijnde in gevangenschap geboren en gefokt indien ten genoegen van een bevoegde administratieve instantie, welke overleg pleegt met een bevoegde wetenschappelijke autoriteit van de betrokken lidstaat, is aangetoond dat aan de volgende vereisten is voldaan:
het betreft een nakomeling of een afgeleid product van een nakomeling, die in een gecontroleerd milieu is geboren of anderszins op één van de volgende wijzen is geteeld:
als gevolg van de paring of een andere vorm van gametenoverdracht tussen ouderdieren in een gecontroleerd milieu, in het geval van geslachtelijke voortplanting;
uit ouderdieren die zich bij het begin van de ontwikkeling van de nakomeling in een gecontroleerd milieu bevonden, in het geval van ongeslachtelijke voortplanting;
het fokdierenbestand is in overeenstemming met de op het moment van verwerving daarop toepasselijke wettelijke bepalingen op een zodanige wijze gevormd dat het voortbestaan van de betrokken soort in het wild daardoor geen schade heeft ondervonden;
het fokdierenbestand wordt zonder toevoeging van aan de natuur onttrokken specimens in stand gehouden, afgezien van de occasionele aanvulling met dieren, eieren of gameten in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke bepalingen en op een zodanige wijze dat het voortbestaan van de betrokken soort in het wild daardoor geen schade ondervindt, en zulks uitsluitend voor één of meer van de volgende doeleinden:
om schadelijke inteelt te voorkomen of te matigen, waarbij de omvang van de aanvulling door de behoefte aan nieuw genetisch materiaal wordt bepaald;
teneinde een bestemming te geven aan verbeurdverklaarde dieren, overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97;
in uitzonderlijke gevallen, om zich daarvan als fokdieren te bedienen;
het fokdierenbestand heeft zelf in een gecontroleerd milieu nakomelingen van de tweede of een latere generatie opgeleverd (F2, F3 enzovoort), dan wel wordt beheerd op een wijze waarvan is aangetoond dat daarbij de productie van nakomelingen van de tweede generatie in een gecontroleerd milieu is gewaarborgd.
Artikel 55
Vaststelling van de afstamming
Wanneer een bevoegde instantie het met het oog op de toepassing van artikel 54, artikel 62, lid 1, of artikel 63, lid 1, noodzakelijk acht de afstamming van een dier vast te stellen via een typering van het bloed of een ander weefsel, dient deze typering of dienen de daartoe noodzakelijke monsters op de door die instantie vastgestelde wijze beschikbaar te worden gesteld.
Artikel 56
Kunstmatig gekweekte specimens van plantensoorten
Een specimen van een plantensoort wordt uitsluitend beschouwd als zijnde kunstmatig gekweekt als ten genoegen van een bevoegde administratieve instantie, welke overleg pleegt met een bevoegde wetenschappelijke autoriteit van de betrokken lidstaat, is aangetoond dat aan de volgende vereisten is voldaan:
het betreft een plant of een afgeleid product van een plant, die in gecontroleerde omstandigheden is opgekweekt uit een zaad, stek, fragment, weefselcallus of ander plantenweefsel, spore of ander vermeerderingsstadium;
het kweekmateriaal werd samengesteld en wordt in stand gehouden overeenkomstig de definitie in artikel 1, punt 4 bis;
▼M2 —————
zowel de onderstam als de ent zijn kunstmatig gekweekt zoals bepaald onder a) en b), indien het geënte planten betreft.
Voor de toepassing van a) gelden als gecontroleerde omstandigheden: een niet-natuurlijk, in sterke mate door menselijke ingrepen bepaald milieu, waarbij onder meer, maar niet uitsluitend, kan worden gebruikgemaakt van grondbewerking, bemesting, onkruidbestrijding, bevloeiing of op aankweek gerichte handelingen zoals verpotting, verspening en bescherming tegen ongunstige weersomstandigheden. Voor agarhout leverende taxa, die worden geteeld via marcotteren (lucht-afleggen) of uit zaden, stekken, enten, fragmenten, weefselcallussen of ander plantenweefsel, sporen en andere vermeerderingsstadia, verwijst de zinsnede „onder gecontroleerde omstandigheden” naar een boomplantage, met inbegrip van andere niet-natuurlijke omgevingen die door menselijke ingrepen worden bepaald met als doel planten of plantendelen en -derivaten te produceren.
Bomen van agarhout leverende taxa die zijn geteeld in bijvoorbeeld:
tuinen (privétuinen en/of gemeenschappelijke tuinen);
teeltplantages van de overheid, privépersonen of gemeenschappen, hetzij in monocultuur, hetzij als gemengde aanplant,
worden beschouwd als kunstmatig gekweekt in de zin van lid 1.
HOOFDSTUK XIV
PERSOONLIJKE BEZITTINGEN EN HUISRAAD
Artikel 57
Binnenbrengen en opnieuw binnenbrengen van persoonlijke bezittingen en huisraad in de Gemeenschap
De in artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde afwijking van artikel 4 van die verordening voor persoonlijke bezittingen en huisraad geldt niet voor specimens die met winstoogmerk worden gebruikt, worden verkocht, voor commerciële doeleinden worden tentoongesteld, ten verkoop worden gehouden, te koop worden aangeboden of met het oog op verkoop worden vervoerd.
Bedoelde afwijking geldt alleen voor specimens, met inbegrip van jachttrofeeën, die aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
zij maken deel uit van de persoonlijke bagage van reizigers afkomstig uit derde landen,
zij maken deel uit van de persoonlijke bezittingen van natuurlijke personen die, komende vanuit een derde land, hun gewone verblijfplaats kiezen in de Gemeenschap;
het betreft jachttrofeeën die door een reiziger zijn verworven en op een latere datum worden ingevoerd.
Vóór het voor de eerste keer binnenbrengen in de Gemeenschap, door een gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon, van persoonlijke bezittingen of huisraad, met inbegrip van jachttrofeeën, die specimens zijn van in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten, is de overlegging van een invoervergunning aan de douane niet vereist indien het origineel van een (weder)uitvoerdocument en een kopie daarvan worden overgelegd.
De douanediensten zenden het origineel door zoals bepaald in artikel 45 van de onderhavige verordening en geven de afgestempelde kopie aan de houder terug.
Voor het opnieuw binnenbrengen in de Gemeenschap, door een gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon, van persoonlijke bezittingen of huisraad, met inbegrip van jachttrofeeën, die specimens zijn van in bijlage A of B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten, is de overlegging van een invoervergunning aan de douane niet vereist indien één van de volgende documenten wordt overgelegd:
de door de douane geviseerde „kopie voor de houder” (formulier nr. 2) van een eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning;
de in lid 3 bedoelde kopie van het (weder)uitvoerdocument;
een bewijs dat de specimens in de Gemeenschap werden verworven.
In afwijking van de leden 3 en 4 is voor het binnenbrengen of opnieuw binnenbrengen in de Gemeenschap van de volgende in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen producten de overlegging van een (weder)uitvoerdocument of invoervergunning niet vereist:
kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.), tot maximaal 125 gram per persoon, in recipiënten die individueel zijn gemerkt in overeenstemming met artikel 66, lid 6;
ten hoogste drie „rainsticks” van Cactaceae spp. per persoon;
ten hoogste vier dode, bewerkte specimens van Crocodylia spp. per persoon (met uitzondering van vlees en jachttrofeeën);
ten hoogste drie schelpen van Strombus gigas per persoon;
ten hoogste vier dode specimens van Hippocampus spp. per persoon;
ten hoogste drie specimens schelpen van Tridacnidae per persoon, in totaal niet meer dan drie kg, waarbij een specimen één intacte schelp of twee bij elkaar passende helften kan omvatten;
specimens van agarhout (Aquilaria spp. en Gyrinops spp.): ten hoogste één kg houtspaanders, 24 ml olie en twee reeksen kralen of gebedskettingen (of twee halskettingen of armbanden) per persoon.
Artikel 58
Uitvoer en wederuitvoer van persoonlijke bezittingen en huisraad uit de Gemeenschap
De in artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde afwijking van artikel 5 van die verordening voor persoonlijke bezittingen en huisraad geldt niet voor specimens die met winstoogmerk worden gebruikt, worden verkocht, voor commerciële doeleinden worden tentoongesteld, ten verkoop worden gehouden, te koop worden aangeboden of met het oog op verkoop worden vervoerd.
Bedoelde afwijking geldt alleen voor specimens die aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
zij maken deel uit van de persoonlijke bagage van reizigers die naar een derde land gaan;
zij maken deel uit van de persoonlijke bezittingen van natuurlijke personen die, komende vanuit de Gemeenschap, hun gewone verblijfplaats kiezen in een derde land.
Voor de wederuitvoer, door een gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon, van persoonlijke bezittingen of huisraad, met inbegrip van persoonlijke jachttrofeeën, die specimens zijn van in bijlage A of B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten, is de overlegging van een wederuitvoercertificaat aan de douane niet vereist indien één van de volgende documenten wordt overgelegd:
de door de douane geviseerde „kopie voor de houder” (formulier nr. 2) van een eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning;
de in artikel 57, lid 3, van de onderhavige verordening bedoelde kopie;
een bewijs dat de specimens in de Gemeenschap werden verworven.
De vorige alinea is niet van toepassing bij de wederuitvoer van hoorn van neushoorns of olifantenivoor in persoonlijke bezittingen of huisraad; voor deze specimens is de overlegging van een wederuitvoercertificaat aan de douane vereist.
Artikel 58 bis
Commercieel gebruik van persoonlijke bezittingen en huisraad in de Unie
Commerciële activiteiten met specimens van de in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten die in de Unie worden binnengebracht overeenkomstig artikel 7, lid 3, van die verordening, mogen door de administratieve instanties van de lidstaten alleen onder de volgende voorwaarden worden toegestaan:
de aanvrager moet aantonen dat het specimen ten minste twee jaar vóór het voor commerciële doeleinden kan worden gebruikt, in de Unie is binnengebracht, en
de administratieve instantie van de betrokken lidstaat heeft geverifieerd dat het specimen in kwestie overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 338/97 voor commerciële doeleinden had kunnen worden ingevoerd op het tijdstip waarop het in de Unie is binnengebracht.
Zodra aan die voorwaarden is voldaan, geeft de administratieve instantie een schriftelijke verklaring af waaruit blijkt dat het specimen voor commerciële doeleinden mag worden gebruikt.
HOOFDSTUK XV
ONTHEFFINGEN EN AFWIJKINGEN
Artikel 59
Ontheffingen van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 overeenkomstig artikel 8, lid 3, van die verordening
Artikel 60
Afwijking van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 ten behoeve van wetenschappelijke instellingen
Onverminderd artikel 9 van Verordening (EG) nr. 338/97 kan aan wetenschappelijke instellingen die met het oog op het onderhavige artikel door een administratieve instantie in overleg met een wetenschappelijke autoriteit zijn erkend, een afwijking van de verbodsbepalingen van artikel 8, lid 1, van genoemde verordening worden toegestaan door de afgifte van een certificaat dat betrekking heeft op alle specimens in hun collectie van in bijlage A bij die verordening opgenomen soorten die bestemd zijn voor één van de volgende doeleinden:
het fokken in gevangenschap of voor de kunstmatige kweek ter bevordering van de instandhouding van de betrokken soorten;
onderzoek of opleiding met het oog op het behoud of de instandhouding van de betrokken soorten.
Verkoop van specimens waarop het certificaat betrekking heeft mag uitsluitend geschieden aan andere wetenschappelijke instellingen waaraan een dergelijk certificaat is verleend.
Artikel 61
Ontheffingen van artikel 8, leden 1 en 3, van Verordening (EG) nr. 338/97
Onverminderd artikel 9 van Verordening (EG) nr. 338/97 zijn noch het verbod van artikel 8, lid 1, van die verordening om specimens van de in bijlage A bij die verordening opgenomen soorten voor commerciële doeleinden aan te kopen, te koop aan te bieden of te verwerven, noch de bepaling in artikel 8, lid 3, van die verordening dat ontheffingen van deze verbodsbepalingen per geval worden verleend door de afgifte van een certificaat, van toepassing indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de specimens zijn gedekt door een van de in artikel 48 van de onderhavige verordening bedoelde specimenspecifieke certificaten;
de specimens vallen onder één van de algemene ontheffingen waarin artikel 62 van de onderhavige verordening voorziet.
Artikel 62
Algemene ontheffingen van artikel 8, leden 1 en 3, van Verordening (EG) nr. 338/97
De bepaling van artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97 dat ontheffingen van de verbodsbepalingen van artikel 8, lid 1, van die verordening per geval worden verleend door de afgifte van een certificaat, is niet van toepassing op de volgende specimens, waarvoor geen certificaat is vereist:
in gevangenschap geboren en gefokte specimens van de in bijlage X genoemde diersoorten en de hybriden daarvan, voor zover de specimens behorend tot soorten die van een annotatie zijn voorzien, overeenkomstig artikel 66, lid 1, van de onderhavige verordening zijn gemerkt;
kunstmatig gekweekte specimens van plantensoorten;
meer dan 50 jaar geleden verworven bewerkte specimens als omschreven in artikel 2, punt w), van Verordening (EG) nr. 338/97, met uitzondering van specimens die olifantenivoor bevatten.
dode specimens van krokodilachtigen van bijlage A met oorsprongscode D, mits zij zijn gemerkt of op een andere wijze zijn geïdentificeerd in overeenstemming met deze verordening;
kaviaar van Acipenser brevirostrum en de hybriden daarvan, met oorsprongscode D, mits de specimens zich bevinden in een recipiënt dat in overeenstemming met deze verordening is gemerkt.
Artikel 63
Van tevoren verstrekte certificaten uit hoofde van artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97
Met het oog op artikel 8, lid 3, onder d), van Verordening (EG) nr. 338/97 mogen de lidstaten aan fokkers die daartoe door een administratieve instantie zijn geaccrediteerd, van tevoren certificaten verstrekken op voorwaarde dat de betrokkenen een fokregister bijhouden dat op verzoek aan de bevoegde administratieve instantie wordt overgelegd.
Op dergelijke certificaten wordt in vak 20 de volgende vermelding aangebracht:
„Certificaat uitsluitend geldig voor het (de) volgende taxon (taxa): …”.
Met het oog op artikel 8, lid 3, onder d) en h), van Verordening (EG) nr. 338/97 mogen de lidstaten van tevoren certificaten verstrekken aan personen aan wie door een administratieve instantie toestemming is verleend om op basis van dergelijke certificaten dode, in gevangenschap gefokte specimens en/of kleine aantallen dode, in de Gemeenschap legaal aan de natuur onttrokken specimens te verkopen, op voorwaarde dat deze personen: aan de volgende vereisten voldoen:
zij houden een register bij dat op verzoek aan de bevoegde administratieve instantie wordt overgelegd en dat gedetailleerde gegevens bevat betreffende de verkochte specimens en soorten, de doodsoorzaak — indien bekend, de personen van wie de specimens werden verkregen en de personen aan wie zij werden verkocht;
zij dienen bij de bevoegde administratieve instantie jaarlijks een verslag in dat gedetailleerde gegevens bevat betreffende de omzet over het betrokken jaar, het aantal specimens en de aard daarvan, de betrokken soorten en de manier waarop de specimens werden verkregen.
HOOFDSTUK XVI
EISEN INZAKE HET MERKEN VAN SPECIMENS
Artikel 64
Merken van specimens met het oog op invoer en commerciële activiteiten in de Gemeenschap
Voor de volgende specimens of voorwerpen worden invoervergunningen slechts afgegeven indien de aanvrager ten genoegen van de bevoegde administratieve instantie aantoont dat de specimens overeenkomstig artikel 66, lid 6, individueel zijn gemerkt:
specimens die afkomstig zijn van een door de Conferentie der Partijen bij de Overeenkomst erkend programma voor fok in gevangenschap;
specimens die afkomstig zijn van een door de Conferentie der Partijen bij de Overeenkomst erkend ranching-programma;
specimens van een populatie van een in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soort waarvoor door de Conferentie der Partijen bij de Overeenkomst een uitvoerquotum is goedgekeurd;
onbewerkte slagtanden van de Afrikaanse olifant alsmede stukken daarvan die zowel ten minste 20 cm lang als ten minste 1 kg zwaar zijn;
ongelooide, gelooide en/of geheel bewerkte huiden, flanken, staarten, kelen, poten alsmede repen van de rughuid en andere delen van krokodilachtigen die naar de Gemeenschap worden uitgevoerd alsmede volledige ongelooide, gelooide of geheel bewerkte huiden en flanken van krokodilachtigen die naar de Gemeenschap worden wederuitgevoerd;
levende gewervelde dieren behorend tot de in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten die deel uitmaken van een reizende tentoonstelling;
recipiënten die kaviaar van Acipenseriformes spp. bevatten, met inbegrip van blikken, potjes of dozen waarin kaviaar rechtstreeks is verpakt.
Artikel 65
Merken van specimens met het oog op uitvoer en wederuitvoer
Artikel 66
Merkingsmethoden
Artikel 33, lid 1, artikel 40, lid 1, artikel 48, lid 2, artikel 59, lid 5, en artikel 65, lid 4, zijn niet van toepassing wanneer ten genoegen van de bevoegde administratieve instantie wordt aangetoond dat de lichamelijke kenmerken van de betrokken specimens van dien aard zijn dat op het moment van de afgifte van het desbetreffende certificaat geen enkele merkingsmethode veilig kan worden toegepast.
In dit geval geeft de betrokken administratieve instantie een transactiespecifiek certificaat af en vermeldt zij dit feit in vak 20 van het certificaat of vermeldt zij daar — wanneer op een later tijdstip een merkingsmethode veilig kan worden toegepast — de passende voorschriften.
Specimenspecifieke certificaten, certificaten voor reizende tentoonstellingen en certificaten van persoonlijke eigendom worden niet afgegeven voor onder dit lid vallende levende specimens.
Kaviaar van verschillende soorten steurachtigen (Acipenseriformes) mag niet in een primair recipiënt worden gemengd, behalve in het geval van geperste kaviaar (d.w.z. kaviaar bestaande uit de niet-bevruchte eieren (kuit) van één of meer soorten steuren of lepelsteuren die overblijven na de verwerking en bereiding van hoogwaardigere kaviaar).
Verwerkings- en (her)verpakkingsbedrijven die over een vergunning beschikken, zijn verplicht een adequaat register bij te houden van de hoeveelheden kaviaar die, naar gelang van het geval, worden ingevoerd, uitgevoerd, wederuitgevoerd, in situ geproduceerd of opgeslagen. Dit register moet beschikbaar worden gemaakt voor controle door de administratieve instantie van de betrokken lidstaat.
Aan elk van deze verwerkings- of (her)verpakkingsbedrijven wordt door die administratieve instantie een unieke registratiecode toegekend.
De lijst van installaties die overeenkomstig dit artikel over een vergunning beschikken, alsook elke wijziging hiervan, moet aan het secretariaat van de Overeenkomst en aan de Commissie worden meegedeeld.
Voor de toepassing van dit lid worden ook kaviaarproducerende aquacultuurbedrijven als verwerkingsbedrijven beschouwd.
In gevangenschap geboren en gefokte vogels alsook andere in een gecontroleerd milieu geboren vogels worden gemerkt met behulp van een individueel gemerkte naadloze, gesloten pootring.
Als naadloze, gesloten pootring geldt een ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is geknoeid en waarvan het formaat zodanig is dat hij, nadat hij in de eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet meer kan worden verwijderd wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt, en die commercieel voor dat doel is vervaardigd.
Artikel 67
Humane merkingsmethoden
Wanneer op het grondgebied van de Gemeenschap voor het merken van levende dieren het vasthechten van een identificatieplaatje, manchet, ring of ander voorwerp, het aanbrengen van een merkteken op enig lichaamsdeel of het inplanten van een microchiptransponder noodzakelijk is, geschiedt dit met de gepaste zorgen, rekening houdend met het welzijn en het natuurlijke gedrag van het betrokken specimen.
Artikel 68
Wederzijdse erkenning van merkingsmethoden
HOOFDSTUK XVII
INFORMATIE EN RAPPORTAGE
Artikel 69
Rapporten over invoer, uitvoer en wederuitvoer, en uitvoeringsverslagen
De lidstaten vergaren gegevens over de invoer in en de uitvoer en wederuitvoer uit de Gemeenschap die plaatsvindt op basis van de door hun administratieve instanties afgegeven vergunningen en certificaten, ongeacht de feitelijke plaats van binnenkomst of (weder)uitvoer.
Overeenkomstig artikel 15, lid 4, onder a), van Verordening (EG) nr. 338/97 delen de lidstaten deze informatie met betrekking tot de soorten van de bijlagen A, B en C bij genoemde verordening per kalenderjaar volgens het in lid 4 van dit artikel genoemde tijdschema aan de Commissie mee in gecomputeriseerde vorm en overeenkomstig de door het secretariaat van de Overeenkomst gepubliceerde richtsnoeren voor het opstellen en indienen van de CITES-jaarverslagen.
▼M8 —————
De in lid 1 bedoelde informatie wordt overgelegd in twee afzonderlijke delen:
een deel betreffende de invoer, uitvoer en wederuitvoer van specimens van de in de bijlagen bij de Overeenkomst opgenomen soorten;
een deel betreffende de invoer, uitvoer en wederuitvoer van specimens van de andere in de bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten alsmede het binnenbrengen in de Gemeenschap van specimens van de in bijlage D bij die verordening opgenomen soorten.
De in artikel 15, lid 4, onder c), van Verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde informatie omvat nauwkeurige gegevens betreffende de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die zijn genomen met het oog op de uitvoering en het toezicht op de naleving van Verordening (EG) nr. 338/97 en van deze verordening.
Daarnaast rapporteren de lidstaten over de volgende aspecten:
de overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van de onderhavige verordening geregistreerde personen en instanties;
de overeenkomstig artikel 60 van de onderhavige verordening geregistreerde wetenschappelijke instellingen;
de overeenkomstig artikel 63 van de onderhavige verordening geaccrediteerde fokkers;
de kaviaar(her)verpakkingsbedrijven waaraan overeenkomstig artikel 66, lid 7, van de onderhavige verordening een vergunning is verleend;
het gebruik dat zij overeenkomstig artikel 17 van de onderhavige verordening maken van fytosanitaire certificaten;
gevallen waarin uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten retroactief zijn afgegeven in overeenstemming met artikel 15 van de verordening.
De in lid 5, tweede alinea, bedoelde informatie wordt, wanneer zij niet in de mededeling op grond van artikel 15, lid 4, punt a), van Verordening (EG) nr. 338/97 of in de kennisgeving op grond van artikel 66, lid 7, is opgenomen, samen met de mededeling overeenkomstig artikel 15, lid 4, punt c), in gecomputeriseerde vorm ingediend.
Artikel 70
Wijziging van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 338/97
Met het oog op de voorbereiding van wijzigingen van Verordening (EG) nr. 338/97 overeenkomstig artikel 15, lid 5, van die verordening delen de lidstaten met betrekking tot de reeds in de bijlagen bij die verordening opgenomen soorten en de voor opneming in aanmerking komende soorten, de Commissie alle relevante informatie mee betreffende de volgende aspecten:
de biologische situatie van deze soorten en de situatie ten aanzien van de handel daarin;
het gebruik dat van specimens van deze soorten wordt gemaakt;
de methoden om toe te zien op de in de handel gebrachte specimens.
HOOFDSTUK XVIII
SLOTBEPALINGEN
Artikel 71
Afwijzing van aanvragen voor een invoervergunning volgend op de invoering van beperkingen.
De in lid 1 bedoelde beperkingen zijn, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, niet van toepassing op de volgende specimens:
overeenkomstig de artikelen 54 en 55 in gevangenschap geboren en gefokte of overeenkomstig artikel 56 kunstmatig gekweekte specimens;
specimens die worden ingevoerd voor de in artikel 8, lid 3, onder e), f) of g), van Verordening (EG) nr. 338/97 omschreven doeleinden;
levende of dode specimens die deel uitmaken van het huisraad van personen die de Gemeenschap binnenkomen om zich daar te vestigen.
Artikel 72
Overgangsmaatregelen
Artikel 73
Kennisgeving van uitvoeringsbepalingen
De lidstaten stellen de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst in kennis van de specifieke bepalingen die zij ter uitvoering van deze verordening invoeren alsmede van alle rechtsinstrumenten die zij toepassen en alle maatregelen die zij treffen voor de uitvoering en het toezicht op de naleving van deze verordening. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis.
Artikel 74
Intrekking
Verordening (EG) nr. 1808/2001 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de in bijlage XII opgenomen concordantietabel.
Artikel 75
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
▼M3 —————
BIJLAGE VII
Codes ter omschrijving van de specimens en eenheden die overeenkomstig artikel 5, punten 1 en 2, in de vergunningen en certificaten moeten worden gebruikt
|
Omschrijving |
Code van de handelsterm |
Bij voorkeur te gebruiken eenheid |
Alternatieve eenheid |
Toelichting |
|
balein |
BAL |
kg |
aantal |
walvisbaarden |
|
bast |
BAR |
kg |
|
boomschors (vers, gedroogd of in poedervorm; niet verwerkt) |
|
lichamen |
BOD |
aantal |
kg |
in essentie complete dode dieren, met inbegrip van verse of verwerkte vissen, opgezette schildpadden, geconserveerde vlinders, reptielen op alcohol, complete opgezette jachttrofeeën enz. |
|
been |
BON |
kg |
aantal |
beenderen, met inbegrip van kaken |
|
calipee |
CAL |
kg |
|
calipee of calipash (kraakbeen van soepschildpadden) |
|
schildpadpantsers |
CAP |
aantal |
kg |
onbewerkte, complete schildpadpantsers (Testudinata spp.) |
|
snijwerk |
CAR |
kg |
aantal |
ander snijwerk dan dat van ivoor, been of hoorn — bijvoorbeeld koraal en hout (met inbegrip van handwerk). NB: Snijwerk van ivoor moet als zodanig worden aangemerkt (zie hieronder — „IVC”). Daarnaast moet de code van de handelsterm voor soorten die voor meer dan één type product voor snijwerk kunnen worden gebruikt (bv. hoorn en been), het type van het handelsproduct aangeven (bv. snijwerk van been „BOC” of snijwerk van hoorn „HOC”). |
|
snijwerk — been |
BOC |
kg |
aantal |
snijwerk van been |
|
snijwerk — hoorn |
HOC |
kg |
aantal |
snijwerk van hoorn |
|
snijwerk — ivoor |
IVC |
kg |
aantal |
snijwerk van ivoor, met inbegrip van bv. kleinere bewerkte stukken van ivoor (messenheften, schaakspellen, mahjongsets enz.). NB: Snijwerk van hele slag- of stoottanden moet worden opgegeven als slag- of stoottanden (zie „TUS” hieronder). Sieraden die zijn gemaakt van snijwerk van ivoor, moeten worden gerapporteerd als „sieraden — ivoor” (zie IJW hieronder). |
|
kaviaar |
CAV |
kg |
|
onbevruchte, dode, verwerkte eieren van alle soorten Acipenseriformes; ook kuit genoemd |
|
houtspaanders |
CHP |
kg |
|
houtspaanders, met name van Aquilaria spp., Gyrinops spp. en Pterocarpus santalinus |
|
klauwen |
CLA |
aantal |
kg |
klauwen — bv. van Felidae, Ursidae of Crocodylia (NB: „Schildpadklauwen” zijn meestal schubben en geen echte klauwen) |
|
textiel |
CLO |
m2 |
kg |
textiel — indien een weefsel niet uitsluitend van het haar van een onder Cites vallende soort is vervaardigd, verdient het de voorkeur de hoeveelheid (massa) haar van de desbetreffende soort onder „HAI” te registreren |
|
koraal (onbewerkt) |
COR |
aantal |
kg |
ruw(e) of onbewerkt(e) koraal en koraalrots (met inbegrip van levend steen en substraat) [zoals gedefinieerd in Resolutie 11.11 van de Conferentie der Partijen bij Cites (Rev. CoP15)]. Koraalrots moet worden geregistreerd als „Scleractinia spp.” NB: De omvang van een partij wordt alleen in aantal stuks geregistreerd indien de koraalspecimens in water worden vervoerd. Levend steen (vochtig vervoerd in dozen) moet worden opgegeven in kg; koraalsubstraat moet worden opgegeven in aantal stuks (aangezien dit in water wordt vervoerd als substraat waaraan non-Cites-koraal wordt toegevoegd). |
|
cosmetische producten |
COS |
g |
ml |
►M8 elk product of mengsel van producten dat uitsluitend op een uitwendig deel van het lichaam wordt aangebracht (bv. huid, haar, nagels, genitaliën, lippen of tanden of de slijmvliezen van de mondholte) om dat lichaamsdeel te reinigen, odoriseren of beschermen, of het uiterlijk ervan te wijzigen. Cosmetische producten kunnen het volgende omvatten: make-up, parfum, huidcrème, nagellak, haarkleurstoffen, zeep, shampoo, scheercrème, deodorant, zonnebrandmiddelen, tandpasta. De hoeveelheid moet een weergave zijn van de hoeveelheid van de in de Cites-lijst opgenomen soorten. ◄ |
|
culturen |
CUL |
aantal kolven enz. |
|
culturen van kunstmatig gekweekte planten |
|
afgeleide producten |
DER |
kg/l |
|
niet elders in deze tabel genoemde afgeleide producten |
|
gedroogde planten |
DPL |
aantal |
|
gedroogde planten — bv. herbariumspecimens |
|
oren |
EAR |
aantal |
|
oren, gewoonlijk van olifanten |
|
eieren |
EGG |
aantal |
kg |
complete dode of leeggeblazen eieren (zie ook „kaviaar”) |
|
eieren (levend) |
EGL |
aantal |
kg |
levende bevruchte eieren, gewoonlijk van vogels of reptielen, maar in voorkomend geval ook van vissen of ongewervelde dieren |
|
eierschalen |
ESH |
g/kg |
|
onbewerkte eierschalen (geen complete eieren) |
|
extracten |
EXT |
kg |
l |
extracten, gewoonlijk van planten |
|
veren |
FEA |
kg/aantal vleugels |
aantal |
veren — indien de veren in voorwerpen (bv. prenten) zijn verwerkt, dient het aantal voorwerpen te worden geregistreerd |
|
vezels |
FIB |
kg |
m |
vezels, bv. plantenvezels, maar met inbegrip van snaren voor tennisrackets |
|
vinnen |
FIN |
kg |
|
verse, ingevroren of gedroogde vinnen en delen van vinnen (met inbegrip van zwemvliezen) |
|
visbroed |
FIG |
kg |
aantal |
►M8 levende jonge vis voor de aquariumhandel, aquacultuur, broederijen, consumptie of vrijlating, met inbegrip van levende Europese aal (Anguilla anguilla) tot een lengte van 12 cm ◄ |
|
bloemen |
FLO |
kg |
|
bloemen |
|
bloempotten |
FPT |
aantal |
|
van plantendelen (bv. boomvarenvezels) vervaardigde bloempotten. (NB: Levende planten die als zogenaamde „mini-tuintjes” worden verkocht, moeten niet als „bloempotten” maar als „levende planten” worden geregistreerd) |
|
kikkerbillen |
LEG |
kg |
|
kikkerbillen |
|
vruchten |
FRU |
kg |
|
vruchten |
|
poten |
FOO |
aantal |
|
poten, bv. van olifanten, neushoorns, nijlpaarden, leeuwen, krokodillen enz. |
|
bontproducten (groot) |
FPL |
aantal |
|
grote vervaardigde producten van bont — bv. bontdekens van beer of lynx of andere bontproducten met een aanzienlijke omvang. |
|
bontproducten (klein) |
FPS |
aantal |
|
kleine van bont vervaardigde producten, met inbegrip van handtassen, sleuteletuis, portemonnees, kussens, versiering enz. |
|
gal |
GAL |
kg |
|
gal |
|
galblazen |
GAB |
aantal |
kg |
galblazen |
|
kledingstukken |
GAR |
aantal |
|
kledingstukken, met inbegrip van handschoenen en hoeden maar niet van schoenen, met inbegrip van versieringen of decoraties op kledingstukken |
|
genitalia |
GEN |
kg |
aantal |
testikels en gedroogde penissen |
|
kieuwbogen |
GIL |
aantal |
|
kieuwbogen (bv. van haaien) |
|
onderstammen |
GRS |
aantal |
|
onderstammen (zonder de ent) |
|
haar |
HAI |
kg |
g |
haar van alle diersoorten, bv. van olifanten, jaks, vicuña's, guanaco's |
|
haarproducten |
HAP |
aantal |
g |
producten gemaakt van haar (bv. armbanden van olifantenhaar) |
|
hoorns |
HOR |
aantal |
kg |
hoorns, met inbegrip van geweitakken |
|
sieraden |
JWL |
aantal |
g |
sieraden — met inbegrip van armbanden, halssnoeren en ander sieraden die zijn gemaakt van andere producten dan ivoor (bv. hout, koraal enz.) |
|
sieraden — ivoor |
IJW |
aantal |
g |
van ivoor gemaakte sieraden |
|
lederproducten (groot) |
LPL |
aantal |
|
grote van leder vervaardigde producten zoals aktetassen, meubels, valiezen, reiskoffers |
|
lederproducten (klein) |
LPS |
aantal |
|
kleine van leder vervaardigde producten zoals gordels, bretels, fietszadels, houders voor chequeboekjes of betaalkaarten, handtassen, sleuteletuis, notitieboekjes, portemonnees, schoenen, tabaksbuiltjes, portefeuilles, horlogebandjes en versiering |
|
levende specimens |
LIV |
aantal |
kg |
levende dieren en planten |
|
bladeren |
LVS |
kg |
aantal |
bladeren |
|
stammen |
LOG |
m3 |
|
alle soorten onbewerkt hout, al dan niet ontdaan van schors en/of bast, eventueel vierkant bezaagd, met name bestemd om tot planken, houtpulp of bladen fineer te worden verwerkt. NB: De omvang van partijen stammen van bijzondere houtsoorten die per gewicht worden verhandeld (bv. lignum vitae, Guaiacum spp.) moet in kg worden geregistreerd |
|
vlees |
MEA |
kg |
|
vlees, met inbegrip van visvlees maar geen hele vissen (zie „lichamen”), zowel vers of onverwerkt vlees als verwerkt vlees (bv. gerookt, rauw, gedroogd, bevroren of ingeblikt) |
|
geneesmiddelen |
MED |
kg/l |
|
geneesmiddelen |
|
muskus |
MUS |
g |
|
muskus |
|
olie |
OIL |
kg |
l |
olie, bv. van schildpadden, zeehonden of robben, walvissen, vissen, diverse planten |
|
parels |
PRL |
aantal |
|
parels (bv. voor Strombus gigas) |
|
pianotoetsen |
KEY |
aantal |
|
ivoren pianotoetsen (bv. voor één normale piano zouden 52 ivoren pianotoetsen nodig zijn) |
|
stukken been |
BOP |
kg |
|
onbewerkte stukken been |
|
stukken hoorn |
HOP |
kg |
|
onbewerkte stukken hoorn, met inbegrip van snijafval |
|
stukken ivoor |
IVP |
kg |
|
onbewerkte stukken ivoor, met inbegrip van snijafval |
|
samenvoegsels van vellen |
PLA |
m2 |
|
tot banen samengevoegde pelterijen, met inbegrip van vloerkleedjes indien deze van meerdere huiden zijn vervaardigd |
|
triplex- en multiplexhout |
PLY |
m2 |
m3 |
materiaal bestaande uit drie of meer platen van verlijmd hout die op elkaar zijn geperst en in het algemeen zo zijn aangebracht dat de vezels van de opeenvolgende lagen in een hoek ten opzichte van elkaar liggen |
|
poeders |
POW |
kg |
|
poeders |
|
poppen |
PUP |
aantal |
|
vlinderpoppen |
|
wortels |
ROO |
aantal |
kg |
wortels, bollen, wortelstokken, stengel- of wortelknollen NB: Voor de agarhout leverende taxa Aquilaria spp. en Gyrinops spp. is de bij voorkeur te gebruiken eenheid „kilogram”. De alternatieve eenheid is „aantal”. |
|
vloerkleden |
RUG |
aantal |
|
vloerkleden |
|
rostrums van zaagvissen |
ROS |
aantal |
kg |
rostrums van zaagvissen |
|
verzaagd hout |
SAW |
m3 |
|
hout dat gewoon in de lengterichting is verzaagd of tot profielhout is verwerkt; meestal meer dan 6 mm dik. NB: De omvang van partijen verzaagd hout van bijzondere houtsoorten die per gewicht worden verhandeld (bv. lignum vitae, Guaiacum spp.) moet in kg worden geregistreerd |
|
schubben |
SCA |
kg |
|
schubben, bv. van schildpadden, andere reptielen, vissen, schubdieren |
|
zaden |
SEE |
kg |
|
zaden |
|
schelpen |
SHE |
aantal |
kg |
ruwe of onbewerkte schelpen van weekdieren |
|
flanken |
SID |
aantal |
|
flankgedeelten van huiden (géén „Tinga frames” van krokodilachtigen — zie daarvoor onder „huiden”) |
|
skeletten |
SKE |
aantal |
|
in essentie complete skeletten |
|
huiden |
SKI |
aantal |
|
in essentie complete huiden, ongelooid of gelooid, met inbegrip van „Tinga frames” van krokodilachtigen, buitenlaag van het lichaam, met of zonder schubben |
|
huidstukken |
SKP |
kg |
|
huidstukken, met inbegrip van snijdsels, ongelooid of gelooid |
|
schedels |
SKU |
aantal |
|
schedels |
|
soep |
SOU |
kg |
l |
soep, bv. van schildpad |
|
specimen (wetenschappelijk) |
SPE |
kg/l/ml/ aantal |
|
wetenschappelijke specimens, met inbegrip van bloed en weefsels (bv. nieren, milten enz.), weefselpreparaten, geconserveerde museumspecimens enz. |
|
stengels |
STE |
aantal |
kg |
plantenstengels NB: Voor de agarhout leverende taxa Aquilaria spp. en Gyrinops spp. is de bij voorkeur te gebruiken eenheid „kilogram”. De alternatieve eenheid is „aantal”. |
|
zwemblazen |
SWI |
kg |
|
hydrostatisch orgaan; met inbegrip van vislijm/steurlijm |
|
staarten |
TAI |
aantal |
kg |
staarten, bv. van kaaimannen (voor het leer) of vossen (als decoratie van kledingstukken, kragen, boa's enz.), met inbegrip van staartvinnen van walvisachtigen. |
|
tanden |
TEE |
aantal |
kg |
tanden, bv. van walvissen, leeuwen, nijlpaarden, krokodillen enz. |
|
hout |
TIM |
m3 |
kg |
onbewerkt hout in een andere vorm dan stammen of verzaagd hout |
|
trofeeën |
TRO |
aantal |
|
trofeeën — als één trofee gelden alle daartoe in aanmerking komende delen van één dier voor zover zij samen worden uitgevoerd: zo vormen twee hoorns, de schedel, het nekvel, het rugvel, de staart en de vier poten (samen tien specimens) één trofee. Indien echter bijvoorbeeld de schedel en de hoorns de enige specimens van een dier zijn die worden uitgevoerd, dan worden deze delen als één trofee geregistreerd. In de andere gevallen wordt ieder stuk afzonderlijk geregistreerd. Een compleet opgezet lichaam wordt geregistreerd onder „BOD”. Een huid alléén wordt onder „SKI” geregistreerd. De handel in opgezette dieren, schoudertaxidermiehouders en opgezette delen van dieren die samen met de bijbehorende delen van hetzelfde dier met dezelfde vergunning wordt uitgevoerd, moet worden aangegeven als „1 TRO” |
|
slurf |
TRU |
aantal |
kg |
olifantenslurf. NB: Een olifantenslurf die als onderdeel van een jachttrofee samen met andere trofeeproducten van hetzelfde dier met dezelfde vergunning wordt uitgevoerd, moet worden aangegeven als „TRO”. |
|
slag- of stoottanden |
TUS |
aantal |
kg |
in essentie complete slag- of stoottanden, al dan niet bewerkt, met inbegrip van olifant-, nijlpaard-, walrus- en narwalstoottanden maar niet van andere tanden |
|
fineerbladen |
|
|
|
|
|
— geschild fineer |
VEN |
m3 |
kg |
hout in dunne platen of bladen van uniforme dikte (gewoonlijk niet meer dan 6 mm), meestal verkregen door schillen (geschild fineer) of snijden (gesneden fineer), bestemd voor de fabricage van triplex/multiplex, gefineerde meubels en dozen enz. |
|
— gesneden fineer |
VEN |
m2 |
kg |
|
|
was |
WAX |
kg |
|
Was |
|
houtproduct |
WPR |
aantal |
kg |
vervaardigde houtproducten met inbegrip van afgewerkte houtproducten zoals meubels en muziekinstrumenten. |
Lijst van meeteenheden
|
Meeteenheid |
Code van de eenheid |
|
gram |
g |
|
kilogram |
kg |
|
liter |
l |
|
kubieke centimeter |
cm3 |
|
milliliter |
ml |
|
meter |
m |
|
vierkante meter |
m2 |
|
kubieke meter |
m3 |
|
aantal specimens |
aantal |
NB: Indien er geen meeteenheid is aangegeven, wordt aangenomen dat het aantal (bv. het aantal levende dieren) als eenheid is gebruikt.
BIJLAGE VIII
Standaardnomenclatuurwerken die krachtens artikel 5, punt 4), moeten worden gevolgd bij het aangeven van de wetenschappelijke naam van de soorten op vergunningen en certificaten
FAUNA
|
|
|
Desbetreffende taxon |
Taxonomische referentie |
|
MAMMALIA |
|||
|
|
|
Alle taxa van MAMMALIA — met uitzondering van de erkenning van de volgende namen voor de wilde vormen van bepaalde soorten, die de voorkeur krijgen boven de naam van de gedomesticeerde vorm: Bos gaurus, Bos mutus, Bubalus arnee, Equus africanus, Equus przewalskii, en — met uitzondering van de hierna onder de verschillende Mammalia-ordes vermelde taxa |
Wilson, D. E. & Reeder, D. M. (ed.) (2005). Mammal Species of the World. A Taxonomic and Geographic Reference. Third edition, Vol. 1-2, xxxv + 2 142 pp. Baltimore (Johns Hopkins University Press). |
|
ARTIODACTYLA |
Bovidae |
Ovis spp. |
Valdez, R. & Weinberg, P.J. (2011). Species accounts 188-207 for Ovis spp., pp. 727-739 in Wilson, D.E., & Mittermeier, R.A. (eds.), Handbook of the Mammals of the World. Vol.2. Hoofed Mammals. Lynx Edicions, Barcelona. ISBN 978-84-96553-77-4. |
|
|
Camelidae |
Lama guanicoe |
Wilson, D. E. & Reeder, D. M. (1993): Mammal Species of the World: a Taxonomic and Geographic Reference. Second edition. xviii + 1 207 pp., Washington (Smithsonian Institution Press). |
|
CARNIVORA |
Felidae |
Felidae spp. |
Kitchener A. C., Breitenmoser-Würsten CH., Eizirik E., Gentry A., Werdelin L., Wilting A., Yamaguchi N., Abramov A. V., Christiansen P., Driscoll C., Duckworth J. W., Johnson W., Luo S.-J., Meijaard E., O’Donoghue P., Sanderson J., Seymour K., Bruford M., Groves C., Hoffmann M., Nowell K., Timmons Z. & Tobe S. (2017). A revised taxonomy of the Felidae. The final report of the Cat Classification Task Force of the IUCN/SSC Cat Specialist Group. Cat News Special Issue 11, 80 pp. |
|
CETACEA |
Balaenopteridae |
Balaenoptera omurai |
Wada, S., Oishi, M. & Yamada, T. K. (2003). A newly discovered species of living baleen whales. – Nature, 426: 278-281. |
|
|
Delphinidae |
Orcaella heinsohni |
Beasly, I., Robertson, K. M. & Arnold, P. W. (2005). Description of a new dolphin, the Australian Snubfin Dolphin, Orcaella heinsohni sp. n. (Cetacea, Delphinidae). -- Marine Mammal Science, 21 (3): 365-400. |
|
|
Delphinidae |
Sotalia fluviatilis Sotalia guianensis |
Caballero, S., Trujillo, F., Vianna, J. A., Barrios-Garrido, H., Montiel, M. G., Beltrán-Pedreros, S., Marmontel, M., Santos, M. C., Rossi-Santos, M. R. & Baker, C. S. (2007). Taxonomic status of the genus Sotalia: species level ranking for "tucuxi" (Sotalia fluviatilis) and "costero" (Sotalia guianensis) dolphins. - Marine Mammal Science, 23: 358-386. |
|
|
Delphinidae |
Sousa plumbea Sousa sahulensis |
Jefferson, T. A.& Rosenbaum, H. C. (2014). Taxonomic revision of the humpback dolphins (Sousa spp.), and description of a new species from Australia. Marine Mammal Science, 30 (4): 1494-1541. |
|
|
Delphinidae |
Tursiops australis |
Charlton-Robb, K., Gershwin, L.-A., Thompson, R., Austin, J., Owen, K. & McKechnie, S. (2011). A new dolphin species, the Burrunan Dolphin Tursiops australis sp. nov., endemic to southern Australian coastal waters. PLoS ONE, 6 (9): e24047. |
|
|
Iniidae |
Inia araguaiaensis |
Hrbek, T., da Silva, V. M. F., Dutra, N., Gravena, W., Martin, A. R. & Farias, I. P. (2014): A new species of river dolphin from Brazil or: How little do we know our biodiversity. PLoS ONE 83623: 1-12. |
|
|
Phocoenidae |
Neophocaena asiaeorientalis |
Jefferson, T. A. & Wang, J. Y. (2011). Revision of the taxonomy of finless porpoises (genus Neophocaena): The existence of two species. Journal of Marine Animals and their Ecology, 4 (1): 3-16. |
|
|
Physeteridae |
Physeter macrocephalus |
Rice, D. W. (1998). Marine Mammals of the World: Systematics and Distribution - Society of Marine Mammalogy Special Publication Number 4, The Society for Marine Mammalogy, Lawrence, Kansas. |
|
|
Platanistidae |
Platanista gangetica |
Rice, D. W., (1998). Marine Mammals of the World: Systematics and Distribution - Society of Marine Mammalogy Special Publication Number 4, The Society for Marine Mammalogy, Lawrence, Kansas. |
|
|
Ziphiidae |
Mesoplodon hotaula |
Dalebout, M. L., Scott Baker, C., Steel, D., Thompson, K., Robertson, K. M., Chivers, S. J., Perrin, W. F., Goonatilake, M., Anderson, C. R., Mead, J. G., Potter, C. W., Thompson, L., Jupiter, D. & Yamada, T. K. (2014). Resurrection of Mesoplodon hotaula Deraniyagala 1963: A new species of beaked whale in the tropical Indo-Pacific. Marine Mammal Science, 30 (3): 1081-1108. |
|
PRIMATES |
Atelidae |
Ateles geoffroyi |
Rylands, A. B., Groves, C. P., Mittermeier, R. A., Cortes-Ortiz, L. & Hines, J. J. (2006). Taxonomy and distributions of Mesoamerican primates. In: A. Estrada, P. Garber, M. Pavelka and L. Luecke (eds), New Perspectives in the Study of Mesoamerican Primates: Distribution, Ecology, Behavior and Conservation, pp. 29–79. Springer, New York, USA. |
|
|
Aotidae |
Aotus jorgehernandezi |
Defler, T. R. & Bueno, M. L. (2007). Aotus diversity and the species problem. – Primate Conservation, 22: 55-70. |
|
|
Cebidae |
Callithrix manicorensis |
Garbino, T. & Siniciato, G. (2014). The taxonomic status of Mico marcai (Alperin 1993) and Mico manicorensis (van Roosmalen et al. 2000) (Cebidae, Callitrichinae) from Southwestern Brazilian Amazonia. International Journal of Primatology, 35 (2): 529-546. (voor Mico marcai, onder één noemer gebracht met Mico manicorensis, te behandelen als Callithrix manicorensis onder Cites] |
|
|
Cebidae |
Cebus flavius |
Oliveira, M. M. de & Langguth, A. (2006). Rediscovery of Marcgrave’s Capuchin Monkey and designation of a neotype for Simia flava Schreber, 1774 (Primates, Cebidae). – Boletim do Museu Nacional do Rio de Janeiro, N.S., Zoologia, 523: 1-16. |
|
|
Cebidae |
Mico rondoni |
Ferrari, S. F., Sena, L., Schneider, M. P. C. & Júnior, J. S. S. (2010). Rondon’s Marmoset, Mico rondoni sp. n., from southwestern Brazilian Amazonia. International Journal of Primatology, 31: 693-714. |
|
|
Cebidae |
Saguinus ursulus |
Gregorin, R. & de Vivo, M. (2013). Revalidation of Saguinus ursula Hoffmannsegg (Primates: Cebidae: Callitrichinae). Zootaxa, 3721 (2): 172-182. |
|
|
Cebidae |
Saimiri collinsi |
Merces, M. P., Alfaro, J. W. L., Ferreira, W. A. S., Harada, M. L. & Júnior, J. S. S. (2015). Morphology and mitochondrial phylogenetics reveal that the Amazon River separates two eastern squirrel monkey species: Saimiri sciureus and S. collinsi. Molecular Phylogenetics and Evolution, 82: 426-435. |
|
|
Cercopithecidae |
Cercopithecus lomamiensis |
Hart, J.A., Detwiler, K.M., Gilbert, C.C., Burrell, A.S., Fuller, J.L., Emetshu, M., Hart, T.B., Vosper, A., Sargis, E.J. & Tosi, A.J. (2012). Lesula: A new species of Cercopithecus monkey endemic to the Democratic Republic of Congo and implications for conservation of Congo’s Central Basin. PLoS ONE, 7 (9): e44271. |
|
|
Cercopithecidae |
Macaca munzala |
Sinha, A., Datta, A., Madhusudan, M. D. & Mishra, C. (2005). Macaca munzala: A new species from western Arunachal Pradesh, northeastern India. International Journal of Primatology, 26 (4): 977-989: doi:10.1007/s10764-005-5333-3. |
|
|
Cercopithecidae |
Rhinopithecus strykeri |
Geismann, T., Lwin, N., Aung, S. S., Aung, T. N., Aung, Z. M., Hla, T. H., Grindley, M. & Momberg, F. (2011). A new species of snub-nosed monkey, genus Rhinopithecus Milne-Edwards, 1872 (Primates, Colobinae), from Northern Kachin State, Northeastern Myanmar. – American Journal of Primatology, 73: 96-107. |
|
|
Cercopithecidae |
Rungwecebus kipunji |
Davenport, T. R. B., Stanley, W. T., Sargis, E. J., de Luca, D. W., Mpunga, N. E., Machaga, S. J. & Olson, L. E. (2006). A new genus of African monkey, Rungwecebus: Morphology, ecology, and molecular phylogenetics. Science, 312: 1378-1381. |
|
|
Cercopithecidae |
Trachypithecus villosus |
Brandon- Jones, D., Eudey, A. A., Geissmann, T., Groves, C. P., Melnick, D. J., Morales J. C., Shekelle, M. & Steward, C.-B. (2004). Asian primate classification. International Journal of Primatology, 25: 97-163. |
|
|
Cercopithecidae |
Cheirogaleus lavasoensis |
Thiele, D., Razafimahatratra, E. & Hapke, A. (2013). Discrepant partitioning of genetic diversity in mouse lemurs and dwarf lemurs – biological reality or taxonomic bias? Molecular Phylogenetics and Evolution, 69: 593-609. |
|
|
Cercopithecidae |
Microcebus gerpi |
Radespiel, U., Ratsimbazafy, J. H., Rasoloharijaona, S., Raveloson, H., Andriaholinirina, N., Rakotondravony, R., Randrianarison, R. M. & Randrianambinina, B. (2012). First indications of a highland specialist among mouse lemurs (Microcebus spp.) and evidence for a new mouse lemur species from eastern Madagascar. Primates, 53: 157-170. |
|
|
Cercopithecidae |
Microcebus marohita Microcebus tanosi |
Rasoloarison, R. M., Weisrock, D. W., Yoder, A. D., Rakotondravony, D. & Kappeler, P. M. [2013]. Two new species of mouse lemurs (Cheirogaleidae: Microcebus) from Eastern Madagascar. - International Journal of Primatology, 34: 455-469. |
|
|
Hylobatidae |
Nomascus annamensis |
Van Ngoc Thinh, Mootnick, A. R., Vu Ngoc Thanh, Nadler, T. & Roos, C. (2010). A new species of crested gibbon from the central Annamite mountain range. Vietnamese Journal of Primatology, 4: 1-12. |
|
|
Lorisidae |
Nycticebus kayan |
Munds, R.A., Nekaris, K.A.I. & Ford, S.M. (2013). Taxonomy of the bornean slow loris, with new species Nycticebus kayan (Primates, Lorisidae). American Journal of Primatology, 75: 46-56. |
|
|
Pitheciidae |
Cacajao melanocephalus Cacajao oukary |
Ferrari, S. F., Guedes, P. G., Figueiredo-Ready, W. M. B. & Barnett, A. A. (2014). Reconsidering the taxonomy of the Black-faced Uacaris, Cacajao melanocephalus group (Mammalia: Pitheciidae), from the northern Amazon Basin. Zootaxa, 3866 (3): 353-370. |
|
|
Pitheciidae |
Callicebus aureipalatii |
Wallace, R. B., Gómez, H., Felton, A. & Felton, A. (2006). On a new species of titi monkey, genus Callicebus Thomas (Primates, Pitheciidae), from western Bolivia with preliminary notes on distribution and abundance. Primate Conservation, 20: 29-39. |
|
|
Pitheciidae |
Callicebus caquetensis |
Defler, T. R., Bueno, M. L. & García, J. (2010). Callicebus caquetensis: a new and Critically Endangered titi monkey from southern Caquetá, Colombia. Primate Conservation, 25: 1-9. |
|
|
Pitheciidae |
Callicebus vieira |
Gualda-Barros, J., Nascimento, F. O. & Amaral, M. K. (2012). A new species of Callicebus Thomas, 1903 (Primates, Pitheciidae) from the states of Mato Grosso and Pará, Brazil. Papéis Avulsos de Zoologia (São Paulo), 52: 261-279. |
|
|
Pitheciidae |
Callicebus miltoni |
Dalponte, J. C., Silva, F. E. & Silva Júnior, J. S. (2014). New species of titi monkey, genus Callicebus Thomas, 1903 (Primates, Pitheciidae), from Southern Amazonia, Brazil. Papéis Avulsos de Zoologia, São Paulo, 54: 457-472. |
|
|
Pitheciidae |
Pithecia cazuzai Pithecia chrysocephala Pithecia hirsuta Pithecia inusta Pithecia isabela Pithecia milleri Pithecia mittermeieri Pithecia napensis Pithecia pissinattii Pithecia rylandsi Pithecia vanzolinii |
Marsh, L.K. (2014). A taxonomic revision of the saki monkeys, Pithecia Desmarest, 1804. Neotropical Primates, 21: 1-163. |
|
|
Tarsiidae |
Tarsius lariang |
Merker, S. & Groves, C.P. (2006). Tarsius lariang: A new primate species from Western Central Sulawesi. International Journal of Primatology, 27 (2): 465-485. |
|
|
Tarsiidae |
Tarsius tumpara |
Shekelle, M., Groves, C., Merker, S. & Supriatna, J. (2010). Tarsius tumpara: A new tarsier species from Siau Island, North Sulawesi. Primate Conservation, 23: 55-64. |
|
PROBOSCIDEA |
Elephantidae |
Loxodonta africana |
Wilson, D. E. & Reeder, D. M. (1993). Mammal Species of the World: a Taxonomic and Geographic Reference. Second edition. xviii + 1 207 pp., Washington (Smithsonian Institution Press). |
|
SCANDENTIA |
Tupaiidae |
Tupaia everetti |
Roberts, T. E., Lanier, H. C., Sargis, E. J. & Olson, L. E. (2011). Molecular phylogeny of treeshrews (Mammalia: Scandentia) and the timescale of diversification in Southeast Asia. Molecular Phylogenetics and Evolution, 60 (3): 358-372. |
|
|
Tupaiidae |
Tupaia palawanensis |
Sargis, E. J., Campbell, K. K. & Olson, L. E. (2014). Taxonomic boundaries and craniometric variation in the treeshrews (Scandentia, Tupaiidae) from the Palawan faunal region. Journal of Mammalian Evolution, 21 (1): 111-123. |
|
AVES |
|||
|
|
|
Namen voor vogels op het niveau van de orde en de familie |
Morony, J. J., Bock, W. J. & Farrand, J., Jr. (1975). Reference List of the Birds of the World. American Museum of Natural History. 207 pp. |
|
|
|
Alle vogelsoorten – met uitzondering van de hierna genoemde taxa en voor Lophura imperialis en Lophura hatinhensis, waarvan de specimens moeten worden behandeld als specimens van L. edwardsi |
Dickinson, E.C. (ed.) (2003). The Howard and Moore Complete Checklist of the Birds of the World. Revised and enlarged 3rd Edition. 1 039 pp. London (Christopher Helm). in combinatie met Dickinson, E.C. (2005). Corrigenda 4 (02.06.2005) to Howard & Moore Edition 3 (2003). |
|
APODIFORMES |
Trochilidae |
Chlorostilbon lucidus |
Pacheco, J. F. & Whitney, B. M. (2006). Mandatory changes to the scientific names of three Neotropical birds Bull. Brit. Orn. Club, 126: 242-244. |
|
|
Trochilidae |
Eriocnemis isabellae |
Cortés-Diago, A., Ortega, L. A., Mazariegos-Hurtado, L. & Weller, A.-A. (2007) A new species of Eriocnemis (Trochilidae) from southwest Colombia. Ornitologia Neotropical, 18:161-170. |
|
|
Trochilidae |
Phaethornis aethopyga |
Piacentini, V. Q., Aleixo, A. & Silveira, L. F. (2009). Hybrid, subspecies or species? The validity and taxonomic status of Phaethornis longuemareus aethopyga Zimmer, 1950 (Trochilidae). Auk,126: 604-612. |
|
FALCONIFORMES |
Accipitridae |
Aquila hastata |
Parry, S. J., Clark, W. S. & Prakash, V. (2002). On the taxonomic status of the Indian Spotted Eagle Aquila hastata. Ibis, 144: 665-675. |
|
|
Accipitridae |
Buteo socotraensis |
Porter, R. F. & Kirwan, G. M. (2010). Studies of Socotran birds VI. The taxonomic status of the Socotra Buzzard. Bulletin of the British Ornithologists‘ Club, 130 (2): 116–131. |
|
|
Falconidae |
Micrastur mintoni |
Whittaker, A. (2002). A new species of forest-falcon (Falconidae: Micrastur) from southeastern Amazonia and the Atlantic rainforests of Brazil. Wilson Bulletin, 114: 421-445. |
|
PASSERIFORMES |
Muscicapidae |
Garrulax taewanus |
Collar, N. J. (2006). A partial revision of the Asian babblers (Timaliidae). Forktail, 22: 85-112. |
|
PSITTACIFORMES |
Cacatuidae |
Cacatua goffiniana |
Roselaar, C. S. & Michels, J. P. (2004). Nomenclatural chaos untangled, resulting in the naming of the formally undescribed Cacatua species from the Tanimbar Islands, Indonesia (Psittaciformes: Cacatuidae). Zoologische Verhandelingen, 350: 183-196. |
|
|
Loriidae |
Trichoglossus haematodus |
Collar, N. J. (1997). Family Psittacidae (Parrots). In del Hoyo, J., Elliot, A. and Sargatal, J. (eds.), Handbook of the Birds of the World, 4 (Sandgrouse to Cuckoos): 280-477. Barcelona (Lynx Edicions). |
|
|
Psittacidae |
Aratinga maculata |
Nemesio, A. & Rasmussen, C. (2009). The rediscovery of Buffon’s “Guarouba” or “Perriche jaune”: two senior synonyms of Aratinga pintoi Silveira, Lima & Höfling, 2005 (Aves: Psittaciformes). Zootaxa, 2013: 1-16. |
|
|
Psittacidae |
Forpus modestus |
Pacheco, J. F. & Whitney, B. M. (2006). Mandatory changes to the scientific names of three Neotropical birds. Bulletin of the British Ornithologists’ Club, 126: 242-244. |
|
|
Psittacidae |
Pionopsitta aurantiocephala |
Gaban-Lima, R., Raposo, M. A. & Hofling, E. (2002). Description of a new species of Pionopsitta (Aves: Psittacidae) endemic to Brazil. Auk, 119: 815-819. |
|
|
Psittacidae |
Poicephalus robustus Poicephalus fuscicollis |
Coetzer, W.G., Downs, C.T., Perrin, M.R. & Willows-Munro, S. (2015). Molecular Systematics of the Cape Parrot (Poicephalus robustus). Implications for Taxonomy and Conservation. PLoS ONE, 10(8): e0133376. doi: 10.1371/journal.pone.0133376. |
|
|
Psittacidae |
Psittacula intermedia |
Collar, N. J. (1997) Family Psittacidae (Parrots). In del Hoyo, J., Elliot, A. and Sargatal, J. (eds.), Handbook of the Birds of the World, 4 (Sandgrouse to Cuckoos): 280-477. Barcelona (Lynx Edicions). |
|
|
Psittacidae |
Pyrrhura griseipectus |
Olmos, F., Silva, W. A. G. & Albano, C. (2005). Grey-breasted Conure Pyrrhura griseipectus, an overlooked endangered species. Cotinga, 24: 77-83. |
|
|
Psittacidae |
Pyrrhura parvifrons |
Arndt, T. (2008). Anmerkungen zu einigen Pyrrhura-Formen mit der Beschreibung einer neuen Art und zweier neuer Unterarten. Papageien, 8: 278-286. |
|
STRIGIFORMES |
Strigidae |
Glaucidium mooreorum |
da Silva, J. M. C., Coelho, G. & Gonzaga, P. (2002). Discovered on the brink of extinction: a new species of pygmy owl (Strigidae: Glaucidium) from Atlantic forest of northeastern Brazil. Ararajuba, 10(2): 123-130. |
|
|
Strigidae |
Ninox burhani |
Indrawan, M. & Somadikarta, S. (2004). A new hawk-owl from the Togian Islands, Gulf of Tomini, central Sulawesi, Indonesia. Bulletin of the British Ornithologists' Club, 124: 160-171. |
|
|
Strigidae |
Otus thilohoffmanni |
Warakagoda, D. H. & Rasmussen, P. C. (2004). A new species of scops-owl from Sri Lanka. Bulletin of the British Ornithologists' Club, 124 (2): 85-105. |
|
REPTILIA |
|||
|
CROCODYLIA & RHYNCHOCEPHALIA |
|
Crocodylia & Rhynchocephalia met uitzondering van de hierna genoemde taxa |
Wermuth, H. & Mertens, R. (1996) (reprint). Schildkröte, Krokodile, Brückenechsen. xvii + 506 pp. Jena (Gustav Fischer Verlag). |
|
|
Crocodylidae |
Crocodylus johnstoni |
Tucker, A. D. (2010). The correct name to be applied to the Australian freshwater crocodile, Crocodylus johnstoni [Krefft, 1873]. Australian Zoologist, 35 (2): 432-434. |
|
|
Sphenodontidae |
Sphenodon spp. |
Hay, J. M., Sarre, S. D., Lambert, D. M., Allendorf, F. W. & Daugherty, C. H. (2010). Genetic diversity and taxonomy: a reassessment of species designation in tuatara (Sphenodon: Reptilia). Conservation Genetics, 11 (93): 1063-1081. |
|
SAURIA |
|
Voor de afbakening van de families binnen het taxon Sauria |
Pough, F. H., Andrews, R. M., Cadle, J. E., Crump, M. L., Savitzky, A. H. & Wells, K. D. (1998). Herpetology. Upper Saddle River/New Jersey (Prentice Hall). |
|
|
Agamidae |
Saara spp. Uromastyx spp. |
Wilms, T. M., Böhme, W., Wagner, P., Lutzmann, N. & Schmitz, A. (2009). On the phylogeny and taxonomy of the genus Uromastyx Merrem, 1820 (Reptilia: Squamata: Agamidae: Uromastycinae) – resurrection of the genus Saara Gray, 1845. Bonner zool. Beiträge, 56 (1-2): 55-99. |
|
|
Anguidae |
Abronia spp. |
UETZ, P., FREED, P. & HŎSEK, J. (eds.) (2016). Taxonomic checklist of the species of the genus Abronia. Species information extracted from “The Reptile Database”, versie van 15 augustus 2016, geraadpleegd op 11 mei 2017. Zie bijlage 2 bij AC29 Doc.35. op https://cites.org/sites/default/files/eng/com/ac/29/E-AC29-35-A2.pdf |
|
|
Chamaeleonidae |
Chamaleonidae spp. |
Glaw, F. (2015). Taxonomic checklist of chamaeleons (Squamata: Chamaeleonidae). Vertebrate Zoology, 65 (2): 167-246. |
|
|
Cordylidae |
Cordylidae spp., met uitzondering van het hierna genoemde taxon |
Stanley, E. L., Bauer, A. M., Jackman, T. R., Branch, W. R. & P. le F. N. (2011). Between a rock and a hard polytomy: rapid radiation in the rupicolous girdled lizards (Squamata: Cordylidae). Molecular Phylogenetics and Evolution, 58 (1): 53-70. |
|
|
Cordylidae |
Cordylus marunguensis |
Greenbaum, E., Stanley, E. L., Kusamba, C., Moninga, W. M., Goldberg, S. R. & Cha (2012). A new species of Cordylus (Squamata: Cordylidae) from the Marungu Plateau of south-eastern Democratic Republic of the Congo. African Journal of Herpetology, 61 (1): 14-39. |
|
|
Gekkonidae |
Cnemaspis psychedelica |
Grismer, L. L., Ngo, V. T. & Grismer, J. L. (2010). A colorful new species of insular rock gecko (Cnemaspis Strauch 1887) from southern Vietnam. Zootaxa, 58: 46–58. |
|
|
Gekkonidae |
Dactylonemis spp. Hoplodactylus spp. Mokopirirakau spp. |
Nielsen, S. V., Bauer, A. M., Jackman, T. R., Hitchmough, R. A. & Daugherty, C. H. (2011). New Zealand geckos (Diplodactylidae): Cryptic diversity in a post-Gondwanan lineage with trans-Tasman affinities. Molecular Phylogenetics and Evolution, 59 (1): 1-22. |
|
|
Gekkonidae |
Lygodactylus williamsi |
Species information extracted from UETZ, P., FREED, P. & HŎSEK, J. (eds.) (2016). The Reptile Database, versie van 15 augustus 2016, geraadpleegd op 11 mei 2017. Zie bijlage 2 bij AC29 Doc.35. op https://cites.org/sites/default/files/eng/com/ac/29/E-AC29-35-A2.pdf |
|
|
Gekkonidae |
Nactus serpensinsula |
Kluge, A.G. (1983). Cladistic relationships among gekkonid lizards. Copeia, 2: 465-475. |
|
|
Gekkonidae |
Naultinus spp. |
Nielsen, S. V., Bauer, A. M., Jackman, T. R., Hitchmough, R. A. & Daugherty, C. H. (2011). New Zealand geckos (Diplodactylidae): Cryptic diversity in a post-Gondwanan lineage with trans-Tasman affinities. Molecular Phylogenetics and Evolution, 59 (1): 1-22. |
|
|
Gekkonidae |
Paroedura masobe |
Nussbaum, R.A. & Raxworthy, C.J. (1994). A new rainforest gecko of the genus Paroedura Günther from Madagascar. Herpetological Natural History, 2 (1): 43-49. |
|
|
Gekkonidae |
Phelsuma spp. Rhoptropella spp. |
Glaw, F. & Rösler, H. (2015). Taxonomic checklist of the day geckos of the genera Phelsuma Gray, 1825 and Rhoptropella Hewitt, 1937 (Squamata: Gekkonidae). Vertebrate Zoology, 65 (2): 167-246. |
|
|
Gekkonidae |
Toropuku spp. Tukutuku spp. Woodworthia spp. |
Nielsen, S. V., Bauer, A. M., Jackman, T. R., Hitchmough, R. A. & Daugherty, C. H. (2011). New Zealand geckos (Diplodactylidae): Cryptic diversity in a post-Gondwanan lineage with trans-Tasman affinities. Molecular Phylogenetics and Evolution, 59 (1): 1-22. |
|
|
Gekkonidae |
Uroplatus spp., met uitzondering van de hierna genoemde taxa |
Raxworthy, C.J. (2003). Introduction to the reptiles. In: Goodman, S.M. & Bernstead, J.P. (eds.), The natural history of Madagascar: 934-949. Chicago. |
|
|
Gekkonidae |
Uroplatus finiavana |
Ratsoavina, F. M., Louis jr., E. E., Crottini, A., Randrianiaina, R. -D., Glaw, F. & Vences, M. (2011). A new leaf tailed gecko species from northern Madagascar with a preliminary assessment of molecular and morphological variability in the Uroplatus ebenaui group. Zootaxa, 3022: 39-57. |
|
|
Gekkonidae |
Uroplatus giganteus |
Glaw, F., Kosuch, J., Henkel, W. F., Sound, P. & Böhme, W. (2006). Genetic and morphological variation of the leaf-tailed gecko Uroplatus fimbriatus from Madagascar, with description of a new giant species. Salamandra, 42: 129-144. |
|
|
Gekkonidae |
Uroplatus pietschmanni |
Böhle, A. & Schönecker, P. (2003). Eine neue Art der Gattung Uroplatus Duméril, 1805 aus Ost-Madagaskar (Reptilia: Squamata: Gekkonidae). Salamandra, 39 (3/4): 129-138. |
|
|
Gekkonidae |
Uroplatus sameiti |
Raxworthy, C. J., Pearson, R. G., Zimkus, B. M., Reddy, S., Deo, A. J., Nussbaum, R. A. & Ingram, C. M. (2008). Continental speciation in the tropics: contrasting biogeographic patterns of divergence in the Uroplatus leaf-tailed gecko radiation of Madagascar. Journal of Zoology, 275: 423–440. |
|
|
Iguanidae |
Iguanidae spp., met uitzondering van de hierna genoemde taxa |
Hollingsworth, B. D. (2004). The Evolution of Iguanas: An Overview of Relationships and a Checklist of Species. In: Iguanas: Biology and Conservation (Alberts, A. C., Carter, R. L., Hayes, W. K. & Martins, E. P., Eds): 19-44. Berkeley (University of California Press). |
|
|
Iguanidae |
Brachylophus bulabula |
Keogh, J. S., Edwards, D. L., Fisher, R. N. & Harlow, P. S. (2008). Molecular and morphological analysis of the critically endangered Fijian iguanas reveals cryptic diversity and a complex biogeographic history. Philosophical Transactions of the Royal Society B, 363 (1508): 3413-3426. |
|
|
Iguanidae |
Conolophus marthae |
Gentile, G. & Snell, H. (2009). Conolophus marthae sp. nov. (Squamata, Iguanidae), a new species of land iguana from the Galápagos archipelago. Zootaxa, 2201: 1-10. |
|
|
Iguanidae |
Ctenosaura spp. |
Iguana Taxonomy Working Group (2016). A checklist of the iguanas of the world (Iguanidae; Iguaninae). In: Iguanas: Biology, Systematics, and Conservation (J. B. Iverson, T.D. Grant, C .R. Knapp, and S. A. Pasachnik, Eds.): 4-46. Herpetological Conservation and Biology 11(Monograph 6). |
|
|
Iguanidae |
Cyclura lewisi |
Burton, F. J. (2004). Revision to Species Cyclura nubila lewisi, the Grand Cayman Blue Iguana. Caribbean Journal of Science, 40 (2): 198-203. |
|
|
Iguanidae |
Phrynosoma blainvillii Phrynosoma cerroense Phrynosoma wigginsi |
Montanucci, R.R. (2004). Geographic variation in Phrynosoma coronatum (Lacertilia, Phrynosomatidae): further evidence for a peninsular archipelago. Herpetologica, 60: 117. |
|
|
Lanthanotidae |
Lanthanotidae spp. |
UETZ, P., FREED, P. & HŎSEK, J. (eds.) (2016). Informatie over de families, geslachten en soorten uit de Integrated Taxonomic Information Service (ITIS), een online referentiewerk; informatie over de soorten uit The Reptile Database, versie van 15 augustus 2016, geraadpleegd op 11 mei 2017. Zie bijlage 2 bij AC29 Doc.35. op https://cites.org/sites/default/files/eng/com/ac/29/E-AC29-35-A2.pdf |
|
|
Teiidae |
Teiidae spp. |
Harvey, M. B., Ugueto, G. N. & Gutberlet, R. L. Jr. (2012). Review of teiid morphology with a revised taxonomy and phylogeny of the Teiidae (Lepidosauria: Squamata). Zootaxa, 3459: 1-156. |
|
|
Varanidae |
Varanidae spp., met uitzondering van de hierna genoemde taxa |
Böhme, W. (2003). Checklist of the living monitor lizards of the world (family Varanidae) Zoologische Verhandelingen, Leiden, 341: 1-43. in combinatie met Koch, A., Auliya, M. & Ziegler, T. (2010.: Updated Checklist of the living monitor lizards of the world (Squamata: Varanidae). - Bonn zoological Bulletin, 57 (2): 127-136. |
|
|
Varanidae |
Varanus bangonorum Varanus dalubhasa |
Welton, L. J., Travers, S. L., Siler, C. D. & Brown, R. M. (2014). Integrative taxonomy and phylogeny-based species delimitation of Philippine water monitor lizards (Varanus salvator complex) with descriptions of two new cryptic species. Zootaxa, 3881 (3): 201-227. |
|
|
Varanidae |
Varanus hamersleyensis |
Maryan, B., Oliver, P. M., Fitch, A. J. & O’Connell, M. (2014). Molecular and morphological assessment of Varanus pilbarensis (Squamata: Varanidae), with a description of a new species from the southern Pilbara, Western Australia. Zootaxa, 3768 (2): 139-158. |
|
|
Varanidae |
Varanus nesterovi |
Böhme, W., Ehrlich, K., Milto, K. D., Orlov, N. & Scholz, S. (2015). A new species of desert monitor lizard (Varanidae: Varanus: Psammosaurus) from the western Zagros region (Iraq, Iran). Russian Journal of Herpetology, 22 (1): 41-52. |
|
|
Varanidae |
Varanus samarensis |
Koch, A., Gaulke, M. & Böhme, W. (2010). Unravelling the underestimated diversity of Philippine water monitor lizards (Squamata: Varanus salvator complex), with the description of two new species and a new subspecies. Zootaxa, 2446: 1-54. |
|
|
Varanidae |
Varanus sparnus |
Doughty, P., Kealley, L., Fitch, A. & Donnellan, S. C. (2014). A new diminutive species of Varanus from the Dampier Peninsula, western Kimberley region, Western Australia. Records of the Western Australian Museum, 29: 128–140. |
|
SERPENTES |
|
Loxocemidae spp. Pythonidae spp. Boidae spp. Bolyeriidae spp. Tropidophiidae spp. Viperidae spp. met uitzondering van het behoud van de genera Acrantophis, Sanzinia, Calabaria, Lichanura, de erkenning van Epicrates maurus als geldige soort en met uitzondering van de hierna genoemde soorten |
McDiarmid, R. W., Campbell, J. A. & Touré, T. A. (1999). Snake Species of the World. A Taxonomic and Geographic Reference. Volume 1, Washington, D.C. (The Herpetologists’ League). |
|
|
Boidae |
Candoia paulsoni Candoia superciliosa |
Smith, H. M., Chiszar, D., Tepedelen, K. & van Breukelen, F. (2001). A revision of the bevelnosed boas (Candoia carinata complex) (Reptilia: Serpentes). Hamadryad, 26 (2): 283-315. |
|
|
Boidae |
Corallus batesii |
Henderson, R. W., Passos, P. & Feitosa, D. (2009). Geographic variation in the Emerald Treeboa, Corallus caninus (Squamata: Boidae). Copeia, 2009 (3): 572-582. |
|
|
Boidae |
Epicrates crassus Epicrates assisi Epicrates alvarezi |
Passos, P. & Fernandes, R. (2008). Revision of the Epicrates cenchria complex (Serpentes: Boidae). Herpetological Monographs, 22: 1-30. |
|
|
Boidae |
Eryx borrii |
Lanza, B. & Nistri, A. (2005). Somali Boidae (genus Eryx Daudin 1803) and Pythonidae (genus Python Daudin 1803) (Reptilia Serpentes). Tropical Zoology, 18 (1): 67-136. |
|
|
Boidae |
Eunectes beniensis |
Dirksen, L. (2002). Anakondas. NTV Wissenschaft. |
|
|
Colubridae |
Xenochrophis piscator Xenochrophis schnurrenbergeri Xenochrophis tytleri |
Vogel, G. & David, P. (2012). A revision of the species group of Xenochrophis piscator (Schneider, 1799) (Squamata: Natricidae). Zootaxa, 3473: 1-60. |
|
|
Elapidae |
Micrurus ruatanus |
McCranie, J. R. (2015). A checklist of the amphibians and reptiles of Honduras, with additions, comments on taxonomy, some recent taxonomic decisions, and areas of further studies needed. Zootaxa, 3931 (3): 352–386. |
|
|
Elapidae |
Naja atra Naja kaouthia |
Wüster, W. (1996). Taxonomic change and toxinology: systematic revisions of the Asiatic cobras (Naja naja species complex). Toxicon, 34: 339-406. |
|
|
Elapidae |
Naja mandalayensis |
Slowinski, J. B. & Wüster, W. (2000). A new cobra (Elapidae: Naja) from Myanmar (Burma). Herpetologica, 56: 257-270. |
|
|
Elapidae |
Naja oxiana Naja philippinensis Naja sagittifera Naja samarensis Naja siamensis Naja sputatrix Naja sumatrana |
Wüster, W. (1996). Taxonomic change and toxinology: systematic revisions of the Asiatic cobras (Naja naja species complex). Toxicon, 34: 339-406. |
|
|
Pythonidae |
Leiopython bennettorum Leiopython biakensis Leiopython fredparkeri Leiopython huonensis Leiopython hoserae |
Schleip, W. D. (2008). Revision of the genus Leiopython Hubrecht 1879 (Serpentes: Pythonidae) with the redescription of taxa recently described by Hoser (2000) and the description of new species. Journal of Herpetology, 42 (4): 645–667. |
|
|
Pythonidae |
Morelia clastolepis Morelia kinghorni Morelia nauta Morelia tracyae |
Harvey, M. B., Barker, D. B., Ammerman, L. K. & Chippindale, P. T. (2000). Systematics of pythons of the Morelia amethistina complex (Serpentes: Boidae) with the description of three new species. Herpetological Monographs, 14: 139-185. |
|
|
Pythonidae |
Python bivittatus |
Jacobs, H. J., Auliya, M. & Böhme, W. (2009). Zur Taxonomie des Dunklen Tigerpythons, Python molurus bivittatus KUHL, 1820, speziell der Population von Sulawesi. Sauria, 31: 5-16. |
|
|
Pythonidae |
Python breitensteini Python brongersmai |
Keogh, J. S., Barker, D. G. & Shine, R. (2001). Heavily exploited but poorly known: systematics and biogeography of commercially harvested pythons (Python curtus group) in Southeast Asia. Biological Journal of the Linnean Society, 73: 113-129. |
|
|
Pythonidae |
Python kyaiktiyo |
Zug, G.R., Grotte, S. W. & Jacobs, J. F. (2011). Pythons in Burma: Short-tailed python (Reptilia: Squamata). Proceedings of the biological Society of Washington, 124 (2): 112-136. |
|
|
Pythonidae |
Python natalensis |
Broadley, D. G. (1999). The southern African python, Python natalensis A. Smith 1840, is a valid species. African Herp News, 29: 31-32. |
|
|
Tropidophiidae |
Tropidophis spp., met uitzondering van de hierna genoemde taxa |
Hedges, S.B. (2002). Morphological variation and the definition of species in the snake genus Tropidophis (Serpentes, Tropidophiidae). Bulletin of the Natural History Museum, London (Zoology), 68 (2): 83-90. |
|
|
Tropidophiidae |
Tropidophis celiae |
Hedges, B. S., Estrada, A. R. & Diaz, L. M. (1999): New snake (Tropidophis) from western Cuba. Copeia, 1999 (2): 376-381. |
|
|
Tropidophiidae |
Tropidophis grapiuna |
Curcio, F. F., Sales Nunes, P. M., Suzart Argolo, A. J., Skuk, G. & Rodrigues, M. T. (2012). Taxonomy of the South American dwarf boas of the genus Tropidophis Bibron, 1840, with the description of two new species from the Atlantic forest (Serpentes: Tropidophiidae). Herpetological Monographs, 26 (1): 80-121. |
|
|
Tropidophiidae |
Tropidophis hendersoni |
Hedges, B. S. & Garrido, O. (2002). A new snake of the genus Tropidophis (Tropidophiidae) from Eastern Cuba Journal of Herpetology, 36:157-161. |
|
|
Tropidophiidae |
Tropidophis morenoi |
Hedges, B. S., Garrido, O. & Diaz, L. M. (2001). A new banded snake of the genus Tropidophis (Tropidophiidae) from north-central Cuba. Journal of Herpetology, 35: 615-617. |
|
|
Tropidophiidae |
Tropidophis preciosus |
Curcio, F. F., Sales Nunes, P. M., Suzart Argolo, A. J., Skuk, G. & Rodrigues, M. T. (2012). Taxonomy of the South American dwarf boas of the genus Tropidophis Bibron, 1840, with the description of two new species from the Atlantic forest (Serpentes: Tropidophiidae). Herpetological Monographs, 26 (1): 80-121. |
|
|
Tropidophiidae |
Tropidophis spiritus |
Hedges, B. S. & Garrido, O. (1999). A new snake of the genus Tropidophis (Tropidophiidae) from central Cuba. Journal of Herpetology, 33: 436-441. |
|
|
Tropidophiidae |
Tropidophis xanthogaster |
Domínguez, M., Moreno, L. V. & Hedges, S. B. (2006). A new snake of the genus Tropidophis (Tropidophiidae) from the Guanahacabibes Peninsula of Western Cuba. mphibia-Reptilia, 27 (3): 427-432. |
|
|
Viperidae |
Atheris desaixi Bitis worthingtoni |
UETZ, P., FREED, P. & HŎSEK, J. (eds.) (2016). Informatie over de soorten uit The Reptile Database, versie van 15 augustus 2016, geraadpleegd op 11 mei 2017. Zie bijlage 2 bij AC29 Doc.35. op https://cites.org/sites/default/files/eng/com/ac/29/E-AC29-35-A2.pdf |
|
TESTUDINES |
|
Namen van ordes van Testudines |
Wermuth, H. & Mertens, R. (1996) (reprint). Schildkröte, Krokodile, Brückenechsen. xvii + 506 pp. Jena (Gustav Fischer Verlag). |
|
|
|
Namen van soorten en families met uitzondering van het behoud van de volgende namen: Mauremys iversoni, Mauremys pritchardi, Ocadia glyphistoma, Ocadia philippeni, Sacalia pseudocellata, en met uitzondering van de hieronder genoemde taxa |
Fritz, U. & Havaš, P. (2007): Checklist of Chelonians of the World. Vertebrate Zoology, 57 (2): 149-368. Dresden. ISSN 1864-5755 [zonder het aanhangsel] |
|
|
Emydidae |
Graptemys pearlensis |
Ennen, J. R., Lovich, J. E., Kreiser, B. R., Selman, W. & Qualls, C. P. (2010). Genetic and morphological variation between populations of the Pascagoula Map Turtle (Graptemys gibbonsi) in the Pearl and Pascagoula Rivers with description of a new species. Chelonian Conservation and Biology, 9 (1): 98-113. |
|
|
Geoemydidae |
Batagur affinis |
Praschag, P., Sommer, R. S., Mccarthy, C., Gemel, R. & Fritz, U. (2008). Naming one of the world's rarest chelonians, the southern Batagur. Zootaxa, 1758: 61-68. |
|
|
Geoemydidae |
Batagur borneoensis Batagur dhongoka Batagur kachuga Batagur trivittata |
Praschag, P., Hundsdörfer, A. K. & Fritz, U. (2007). Phylogeny and taxonomy of endangered South and South-east Asian freshwater turtles elucidate by mtDNA sequence variation (Testudines: Geoemydidae: Batagur, Callagur, Hardella, Kachuga, Pangshura). Zoologica Scripta, 36: 429-442. |
|
|
Geoemydidae |
Cuora bourreti Cuora picturata |
Spinks, P. Q., Thomson, R. C., Zhang, Y.P., Che, J., Wu, Y. & Shaffer, H. B. (2012). Species boundaries and phylogenetic relationships in the critically endangered Asian box turtle genus Cuora. Molecular Phylogenetics and Evolution, 63: 656–667. doi:10.1016/j.ympev.2012.02.014. |
|
|
Geoemydidae |
Cyclemys enigmatica Cyclemys fusca Cyclemys gemeli Cyclemys oldhamii |
Fritz, U., Guicking, D., Auer, M., Sommer, R. S., Wink, M. & Hundsdörfer, A. K. (2008). Diversity of the Southeast Asian leaf turtle genus Cyclemys: how many leaves on its tree of life? Zoologica Scripta, 37: 367-390. |
|
|
Geoemydidae |
Mauremys reevesii |
Barth, D., Bernhard, D., Fritzsch, G. & U. Fritz (2004). The freshwater turtle genus Mauremys (Testudines, Geoemydidae) – a textbook example of an east-west disjunction or a taxonomic misconcept? Zoologica Scripta, 33: 213-221. |
|
|
Testudinidae |
Centrochelys sulcata |
Turtle Taxonomy Working Group [van Dijk, P. P., Iverson, J. B., Rhodin, A. G. J., Shaffer, H. B. & Bour, R. ]. (2014): Turtles of the world, 7TH edition: Annotated checklist of taxonomy, synonymy, distribution with maps, and conservation status. 000.v7. Chelonian Research Monographs, 5 doi: 10.3854/crm.5.000.checklist.v7.2014. |
|
|
Testudinidae |
Chelonoidis carbonarius Chelonoidis denticulatus Chelonoidis niger |
Olson, S .L. & David, N. (2014). The gender of the tortoise genus Chelonoidis Fitzinger, 1835 (Testudines: Testudinidae). - Proceedings of the Biological Society of Washington, 126(4): 393-394. |
|
|
Testudinidae |
Gopherus morafkai |
Murphy, R. W., Berry, K. H., Edwards, T., Leviton, A. E., Lathrop, A. & Riedle, J. D. (2011). The dazed and confused identity of Agassiz’s land tortoise, Gopherus agassizii (Testudines, Testudinidae) with the description of a new species, and its consequences for conservation. Zookeys, 113: 39-71. |
|
|
Testudinidae |
Homopus solus |
Branch, W. R. (2007). A new species of tortoise of the genus Homopus (Chelonia: Testudinidae) from southern Namibia. African Journal of Herpetology, 56 (1): 1-21. |
|
|
Testudinidae |
Kinixys nogueyi Kinixys zombensis |
Kindler, C., Branch, W. R., Hofmeyr, M. D., Maran, J., Široký, P., Vences, M., Harvey, J., Hauswaldt, J. S., Schleicher, A., Stuckas, H. & Fritz, U. (2012). Molecular phylogeny of African hinge-back tortoises (Kinixys): implications for phylogeography and taxonomy (Testudines: Testudinidae). Journal of Zoological Systematics and Evolutionary Research, 50: 192–201. |
|
|
Trionychidae |
Lissemys ceylonensis |
Praschag, P., Stuckas, H., Päckert, M., Maran, J. & Fritz, U. (2011). Mitochondrial DNA sequences suggest a revised taxonomy of Asian flapshell turtles (Lissemys Smith, 1931) and the validity of previously unrecognized taxa (Testudines: Trionychidae). Vertebrate Zoology, 61 (1): 147-160. |
|
|
Trionychidae |
Nilssonia gangeticus Nilssonia hurum Nilssonia leithii Nilssonia nigricans |
Praschag, P., Hundsdörfer, A.K., Reza, A.H.M.A. & Fritz, U. (2007). Genetic evidence for wild-living Aspideretes nigricans and a molecular phylogeny of South Asian softshell turtles (Reptilia: Trionychidae: Aspideretes, Nilssonia). Zoologica Scripta, 36:301-310. |
|
AMPHIBIA |
|||
|
|
|
Amphibia spp., met uitzondering van de hierna genoemde taxa |
Frost, D. R. (ed.) (2015). Taxonomic Checklist of Amphibian Species listed in the CITES Appendices and the Annexes of EC Regulation 338/97. Informatie over de soorten uit Amphibian Species of the World: a taxonomic and geographic reference, een online referentiewerk, versie 6.0, geraadpleegd in mei 2015 met aanvullende opmerkingen van de nomenclatuurspecialist van het Cites-Comité dieren. Zie bijlage 5 bij CoP17 Doc. 81.1 op https://cites.org/sites/default/files/eng/cop/17/WorkingDocs/E-CoP17-81-01-A5.pdf |
|
|
|
Anura: Microhylidae: Dyscophus spp en Scaphiophryne spp.; Telmatobiidae: Telmatobius culeus; en Caudata: Salamandridae: Paramesotriton hongkongensis |
FROST, D. R. (ed.) (2017). Species information extracted from Amphibian Species of the World: a taxonomic and geographic reference, een online referentiewerk, versie 6.0, geraadpleegd op 12 mei 2017. Zie bijlage 3 bij AC29 Doc.35. op https://cites.org/sites/default/files/eng/com/ac/29/E-AC29-35-A3.pdf |
|
|
|||
|
ELASMOBRANCHII, ACTINOPTERI, COELACANTHI, en DIPNEUSTI |
|||
|
|
|
Alle vissoorten, met uitzondering van de hieronder vermelde taxa |
Eschmeyer, W.N. & Fricke, R. (eds.) (2015). Taxonomic Checklist of Fish species listed in the CITES Appendices and the Annexes of EC Regulation 338/97 (Elasmobranchii, Actinopteri, Coelacanthi, and Dipneusti, except the genus Hippocampus). Informatie uit de Catalog of Fishes, een online referentiewerk, versie van 3 februari 2015. Zie bijlage 6 bij CoP17 Doc. 81.1 op https://cites.org/sites/default/files/eng/cop/17/WorkingDocs/E-CoP17-81-01-A6.pdf |
|
|
|
Elasmobranchii: Carcharhiniformes: Carcharhinidae: Carcharhinus falciformis; Lamniformes: Alopiidae: Alopias spp.; Myliobatiformes: Myliobatidae: Mobula spp.; Potamotrygonidae: Potamotrygon spp.; Actinopteri: Perciformes: Pomacanthidae: Holacanthus clarionensis |
ESCHMEYER, W. N., FRICKE, R., & VAN DER LAAN, R. (eds.) (2017). Informatie uit de Catalog of Fishes: Genera, Species, References, een online referentiewerk, versie van 28 april 2017, geraadpleegd op 12 mei 2017. Zie bijlage 4 bij AC29 Doc.35. op https://cites.org/sites/default/files/eng/com/ac/29/E-AC29-35-A4.pdf |
|
SYNGNATHIFORMES |
Syngnathidae |
Hippocampus spp. |
Lourie, S. A., Pollom, R. A. and Foster, S. J. (2016). A global revision of the Seahorses Hippocampus Rafinesque 1810 (Actinopterygii: Sygnathiformes): Taxonomy and biogeography with recommendations for further research. Zootaxa, 4146 (1): 1-066. |
|
|
|||
|
ARACHNIDA |
|||
|
ARANEAE |
Theraphosidae |
Aphonopelma albiceps Aphonopelma pallidum Brachypelma spp., met uitzondering van de hierna genoemde taxa |
Platnick, N. (2006). Taxonomic Checklist of CITES listed Spider Species. Informatie uit The World Spider Catalog, een online referentiewerk, versie 6.5 van 7 april 2006. [zie http://www.cites.org/common/docs/Res/12_11/spider_checklist.pdf] |
|
|
Theraphosidae |
Brachypelma ruhnaui onder één noemer gebracht met Brachypelma albiceps, die in het kader van Cites moet worden behandeld als Aphonopelma albiceps |
Platnick, N. I. (2014). The World Spider Catalogue, V15. http://platnick.sklipkani.cz/html/ |
|
|
Theraphosidae |
Brachypelma kahlenbergi |
Rudloff, J.-P. (2008). Eine neue Brachypelma-Art aus Mexiko (Araneae: Mygalomorphae: Theraphosidae: Theraphosinae). Arthropoda, 16 (2): 26-30. |
|
SCORPIONES |
Scorpionidae |
Pandinus spp., met uitzondering van de hierna genoemde taxa |
Lourenço, W. R. & Cloudsley-Thompson, J. C. (1996). Recognition and distribution of the scorpions of the genus Pandinus Thorell, 1876 accorded protection by the Washington Convention. Biogeographica, 72 (3): 133-143. |
|
|
Scorpionidae |
Pandinus camerounensis Pandinus roeseli |
Lourenço, W. R. (2014). Further considerations on the identity and distribution of Pandinus imperator (C. L. Koch, 1841) and description of a new species from Cameroon (Scorpiones: Scorpionidae). Entomologische Mitteilungen aus dem Zoologischen Museum Hamburg, 17 (192): 139-151. |
|
|
|||
|
INSECTA |
|||
|
COLEOPTERA |
Lucanidae |
Colophon spp. |
Bartolozzi, L. (2005). Description of two new stag beetle species from South Africa (Coleoptera: Lucanidae). African Entomology, 13 (2): 347-352. |
|
LEPIDOPTERA |
Papilionidae |
Achillides spp. [alleen de soorten uit de Filipijnen] |
Page, M. G. P. & Treadaway, C. G. (2004). Papilionidae of the Philippine Island. In: E. Bauer, and T. Frankenbach, Eds.). Butterflies of the world, Supplement 8. Goecke & Evers, Keltern. 58 pp. |
|
|
Papilionidae |
Ornithoptera spp. Trogonoptera spp. Troides spp. |
Matsuka, H. (2001). Natural History of Birdwing Butterflies. 367 pp. Tokyo (Matsuka Shuppan).(ISBN 4-9900697-0-6). |
|
|
|||
|
HIRUDINOIDEA |
|||
|
ARHYNCHOBDELLIDA |
Hirudinidae |
Hirudo medicinalis Hirudo verbana |
Nesemann, H. & Neubert, E. (1999). Annelida: Clitellata: Branchiobdellida, Acanthobdellea, Hirudine. Süßwasserfauna von Mitteleuropa, 6 (2), 178 pp., Berlin (Spektrum Akad. Verlag). ISBN 3-8274-0927-6. |
|
|
|||
|
BIVALVIA |
|||
|
VENEROIDA |
Tridacnidae |
Tridacna ningaloo |
Penny, S. & Willan, R. C. (2014). Description of a new species of giant clam (Bivalvia: Tridacnidae) from Ningaloo Reef, Western Australia. Molluscan Research, 34 (3): 201-211. |
|
|
Tridacnidae |
Tridacna noae |
Su, Y., Hung, J.-H., Kubo, H. & Liu, L.-L. (2014). Tridacna noae (Röding, 1798) – a valid giant clam species separated from T. maxima (Röding, 1798) by morphological and genetic data. Raffles Bulletin of Zoology, 62: 124-135. |
|
CEPHALOPODA |
|||
|
|
Nautilidae |
Nautilidae spp. |
Informatie over de families, geslachten en soorten uit de Integrated Taxonomic Information Service (ITIS), een online referentiewerk. Zie bijlage 5 bij AC29 Doc.35 op https://cites.org/sites/default/files/eng/com/ac/29/E-AC29-35-A5.pdf |
|
|
|||
|
ANTHOZOA & HYDROZOA |
|
Alle onder Cites vallende soorten |
Taxonomische checklist van alle onder Cites vallende koraalsoorten, gebaseerd op gegevens van het UNEP-WCMC uit 2012. |
FLORA
|
|
|
Desbetreffende taxon |
Taxonomische referentie |
|
AMARYLLIDACEAE, PRIMULACEAE |
|
Cyclamen, Galanthus en Sternbergia |
Davis, A.P. et al. (1999). CITES Bulb Checklist, samengesteld door de Royal Botanic Gardens, Kew, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland), als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot de taxa Cyclamen, Galanthus en Sternbergia. |
|
APOCYNACEAE |
|
Pachypodium spp. |
CITES Aloe and Pachypodium Checklist (U. Eggli et al., 2001, samengesteld door de Städtische Sukkulenten-Sammlung, Zurich, Zwitserland, in samenwerking met de Royal Botanic Gardens, Kew, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland), en de bijgewerkte editie: An Update and Supplement to the CITES Aloe & Pachypodium Checklist [J. M. Lüthy (2007), CITES Management Authority of Switzerland, Bern, Zwitserland], als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot de geslachten Aloe en Pachypodium. |
|
|
|
Hoodia spp. |
Plants of Southern Africa: an annotated checklist. Germishuizen, G. & Meyer N. L. (eds.) (2003). Strelitzia 14: 150-151. National Botanical Institute, Pretoria, South Africa, als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot het geslacht Hoodia. |
|
CACTACEAE |
|
Alle Cactaceae. |
CITES Cactaceae Checklist third edition (2016, samengesteld door D. Hunt) als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot het taxon Cactaceae, en de wijzigingen en bijwerkingen in A Supplement to the CITES Cactaceae Checklist Third Edition 2016 (Hunt, D. 2018). De checklist en de aanvulling daarop zijn te vinden op de website van de Royal Botanic Gardens, Kew, VK op “goo.gl/M26yL8”. |
|
CYCADACEAE, STANGERIACEAE en ZAMIACEAE |
|
Alle Cycadaceae, Stangeriaceae en Zamiaceae. |
The World List of Cycads: CITES and Cycads: Checklist 2013 (Roy Osborne, Michael A. Calonje, Ken D. Hill, Leonie Stanberg en Dennis Wm. Stevenson) in CITES and Cycads a user's guide (Rutherford, C. et al., Royal Botanic Gardens, Kew. Verenigd Koninkrijk 2013), als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot de taxa Cycadaceae, Stangeriaceae en Zamiaceae. |
|
DICKSONIACEAE |
|
Dicksonia-soorten uit Noord- en Zuid-Amerika. |
Dicksonia species of the Americas (2003, samengesteld door de Botanische Tuin van Bonn en het Bundesamt für Naturschutz, Bonn, Duitsland), als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot het geslacht Dicksonia. |
|
DROSERACEAE, NEPENTHACEAE, SARRACENIACEAE |
|
Dionaea, Nepenthes en Sarracenia. |
CITES Carnivorous Plant Checklist (B. von Arx et al., 2001, Royal Botanic Gardens, Kew, VK), als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot de taxa Dionaea, Nepenthes en Sarracenia. |
|
EBENACEAE |
|
Diospyros spp. — populaties van Madagaskar. |
The genus Diospyros in Madagascar: a Preliminary Checklist for CITES Parties (CVPM 2016) gebaseerd op de Catalogue of the Vascular Plants of Madagascar is te vinden op de website van de catalogus. Dit referentiewerk moet worden gebruikt als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot het geslacht Diospyros from Madagascar. Zie http://www.tropicos.org/ProjectWebPortal.aspx?pagename=Diospyros&projectid=17 . Zie, voor een link naar de pagina: http://www.tropicos.org/Name/40031908?projectid=17, en om het pdf-bestand te downloaden: http://www.tropicos.org/docs/MadCat/Diospyros%20checklist%2028.03.2016.pdf Ter informatie: updates over nieuwe namen zullen regelmatig beschikbaar worden gesteld in de onlinedatabank „Catalogue of the Vascular Plants of Madagascar” (http://www.tropicos.org/Project/Madagascar). |
|
EUPHORBIACEAE |
|
Succulente soorten van het geslacht Euphorbia. |
The CITES Checklist of Succulent Euphorbia Taxa (Euphorbiaceae), tweede editie (S. Carter en U. Eggli, 2003, uitgegeven door het Bundesamt für Naturschutz, Bonn, Duitsland), als richtsnoer bij de naamgeving van succulente Euphorbia-soorten. |
|
LEGUMINOSAE |
|
Dalbergia spp. — populaties van Madagaskar |
A Preliminary Dalbergia checklist for Madagascar for CITES (CVPM 2014) gebaseerd op de Catalogue of the Vascular Plants of Madagascar is beschikbaar als pdf op de Cites-website als SC65 Inf. 21. Dit referentiewerk moet worden gebruikt als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot het geslacht Dalbergia uit Madagascar. Zie: https://cites.org/sites/default/files/eng/com/sc/65/Inf/E-SC65-Inf-21.pdf Ter informatie: updates over nieuwe namen zullen regelmatig beschikbaar worden gesteld in de onlinedatabank “Catalogue of the Vascular Plants of Madagascar” (http://www.tropicos.org/Project/Madagascar). |
|
LEGUMINOSAE |
|
Paubrasilia echinata |
Gagnon, E., Bruneau, A., Hughes, C.E., de Queiroz, L. P. & Lewis, G.P. (2016). A new generic system for the pantropical Caesalpinia group (Leguminosae) als richtsnoer bij de naamgeving van taxa behorend tot dit taxon. Dit referentiewerk is gratis toegankelijk op “https://phytokeys.pensoft.net/articles.php?id=9203”, en aanvullende informatie over het taxon is te vinden op http://floradobrasil.jbrj.gov.br/reflora/listaBrasil” |
|
LEGUMINOSAE |
|
Platymiscium pleiostachyum |
Bente B. Klitgraard (2005). Platymiscium (Leguminosae: Dalbergieae); biogeography, systematics, morphology, taxonomy and uses. Kew Bulletin. Vol. 60, No. 3 (2005), pp. 321 – 400, als richtsnoer bij de naamgeving van taxa behorend tot dit taxon. Dit referentiewerk is (gratis) te vinden op https://www.jstor.org/stable/4111062?seq=1#page_scan_tab_contents. |
|
LILIACEAE |
|
Aloe spp. |
CITES Aloe and Pachypodium Checklist (U. Eggli et al., 2001, samengesteld door de Städtische Sukkulenten-Sammlung, Zurich, Zwitserland, in samenwerking met de Royal Botanic Gardens, Kew, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland), en de bijgewerkte editie: An Update and Supplement to the CITES Aloe & Pachypodium Checklist [J. M. Lüthy (2007), CITES Management Authority of Switzerland, Bern, Zwitserland], als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot de geslachten Aloe en Pachypodium. |
|
ORCHIDACEAE |
|
Laelia, Phalaenopsis, Pleione en Sophronitis (Volume 1, 1995) en Cymbidium, Dendrobium, Disa, Dracula en Encyclia (Volume 2, 1997), en Aerangis, Angraecum, Ascocentrum, Bletilla, Brassavola, Calanthe, Catasetum, Miltonia, Miltonioides en Miltoniopsis, Renanthera, Renantherella, Rhynchostylis, Rossioglossum, Vanda en Vandopsis (Volume 3, 2001); en Aerides, Coelogyne, Comparettia en Masdevallia (Volume 4, 2006) |
CITES Orchid Checklist, (samengesteld door de Royal Botanic Gardens, Kew, Verenigd Koninkrijk), als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot de geslachten Cattleya (niet C. jongheana), Cypripedium, Laelia (niet Laelia jongheana/Cattleya jongheana), Phalaenopsis, Pleione en Sophronitis (Volume 1, 1995) en Cymbidium, Dendrobium (niet D. cruentum), Disa, Dracula en Encyclia (Volume 2, 1997), en Aerangis (niet A. ellisii), Angraecum, Ascocentrum, Bletilla, Brassavola, Calanthe, Catasetum, Miltonia, Miltonioides en Miltoniopsis, Renanthera, Renantherella, Rhynchostylis, Rossioglossum, Vanda en Vandopsis (Volume 3, 2001); en Aerides, Coelogyne, Comparettia en Masdevallia (Volume 4, 2006). |
|
ORCHIDACEAE |
|
Paphiopedilum spp., Phragmipedium spp., Aerangis ellisii, Cattleya jongheana, Cattleya lobata, Dendrobium cruentum, Mexipedium xerophyticum, Peristeria elata en Renanthera imschootiana |
Govaerts, R., Caromel, A., Dhanda, S., Davis, F., Pavitt, A., Sinovas, P., & Vaglica, V. (2019). CITES Appendix I Orchid Checklist. Second Version, Royal Botanic Gardens, Kew, Surrey, and UNEP-WCMC, Cambridge. Dit referentiewerk dient als richtsnoer te worden gebruikt bij de naamgeving van de taxa Paphiopedilum spp., Phragmipedium spp., Aerangis ellisii, Cattleya jongheana, Cattleya lobata, Dendrobium cruentum, Mexipedium xerophyticum, Peristeria elata en Renanthera imschootiana. Deze referentie is te vinden op de website van de Royal Botanic Gardens, Kew, UK op “goo.gl/M26yL8”. |
|
ORCHIDACEAE |
|
Bulbophyllum spp. |
CITES checklist for Bulbophyllum and allied taxa (Orchidaceae). Sieder, A., Rainer, H., Kiehn, M. (2007): Adres van de auteurs: Faculteit biogeografie en botanische tuin van de Universiteit Wenen; Rennweg 14, A-1030 Wenen (Oostenrijk), als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot het taxon Bulbophyllum. |
|
PALMAE |
|
Dypsis decipiens en Dypsis decaryi. |
Proposed Standard Reference for two CITES-listed palms endemic to Madagascar (CVPM 2016) is gebaseerd op de Catalogue of the Vascular Plants of Madagascar en is beschikbaar als pdf op de website van de US Fish & Wildlife Service. Dit dient als richtsnoer te worden gebruikt bij de naamgeving van Dypsis decipiens en Dypsis decaryi. Zie http://www.fws.gov/internationa |
|
TAXACEAE |
|
Taxus spp. |
World Checklist and Bibliography of Conifers (A. Farjon, 2001), als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot het taxon Taxus. |
|
ZYGOPHYLLACEAE |
|
Guaiacum spp. |
Lista de especies, nomenclatura y distribución en el genero Guaiacum. Davila Aranda. P. & Schippmann, U. (2006): Medicinal Plant Conservation 12:50 als richtsnoer bij de naamgeving van soorten behorend tot het geslacht Guaiacum. |
BIJLAGE IX
1. In artikel 5, punt 5, bedoelde codes voor het aangeven van het doel van de transactie in vergunningen en certificaten
|
B |
Fok in gevangenschap of kunstmatige kweek |
|
E |
Educatieve doeleinden |
|
G |
Botanische tuinen |
|
H |
Jachttrofeeën |
|
L |
Rechtshandhaving/gerechtelijke en forensische doeleinden |
|
M |
Medische doeleinden (m.i.v. biomedisch onderzoek) |
|
N |
Introductie of reïntroductie in het wild |
|
P |
Persoonlijke bezittingen |
|
Q |
Reizende tentoonstellingen (monsterverzameling, circus, menagerie, plantententoonstelling, orkest of museumtentoonstelling die of dat voor commerciële doeleinden aan het publiek wordt vertoond) |
|
S |
Wetenschappelijke doeleinden |
|
T |
Commerciële doeleinden |
|
Z |
Dierentuinen |
2. In artikel 5, punt 6, bedoelde codes voor het aangeven van de oorsprong van de specimens in vergunningen en certificaten
|
W |
Aan de natuur onttrokken specimens |
|
R |
Specimens van dieren die in een gecontroleerd milieu zijn grootgebracht nadat zij als eieren of juvenielen werden onttrokken aan de vrije natuur waar zij anders slechts een zeer kleine kans zouden hebben gehad om te overleven tot het volwassen stadium |
|
D |
Dieren van soorten van bijlage A die voor commerciële doeleinden in gevangenschap zijn gefokt in het kader van een in het register van het Cites-secretariaat opgenomen programma overeenkomstig Resolutie Conf. 12.10 (Rev. CoP15) en planten van soorten van bijlage A die voor commerciële doeleinden kunstmatig zijn gekweekt overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XIII van Verordening (EG) nr. 865/2006, alsmede delen en afgeleide producten daarvan |
|
A |
Overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XIII van Verordening (EG) nr. 865/2006 voor niet-commerciële doeleinden kunstmatig gekweekte planten van bijlage A en kunstmatig gekweekte planten van de bijlagen B en C alsmede delen en afgeleide producten daarvan |
|
C |
Overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XIII van Verordening (EG) nr. 865/2006 in gevangenschap gefokte dieren, alsmede delen en afgeleide producten daarvan |
|
F |
In gevangenschap geboren dieren met betrekking waartoe niet aan de criteria van hoofdstuk XIII van Verordening (EG) nr. 865/2006 is voldaan, alsmede delen en afgeleide producten daarvan |
|
I |
In beslag genomen of verbeurdverklaarde specimens ( 4 ) |
|
O |
Van vóór de Overeenkomst daterende specimens (4) |
|
U |
Oorsprong onbekend (nader te motiveren) |
|
X |
Specimens die zijn gehaald uit zeegebied dat niet onder de rechtsmacht van een staat valt |
|
Y |
Specimens van planten die zijn verkregen uit geassisteerde productie en die niet als “kunstmatig gekweekt” in de zin van artikel 56 en evenmin als “aan hun natuurlijk milieu onttrokken” worden beschouwd omdat zij worden gekweekt of geplant in een omgeving met een zekere mate van menselijke interventie met het oog op de plantaardige productie |
BIJLAGE X
IN ARTIKEL 62, LID 1, BEDOELDE DIERSOORTEN
Aves
ANSERIFORMES
Anatidae
Anas laysanensis
Anas querquedula
Aythya nyroca
Branta ruficollis
Branta sandvicensis
Oxyura leucocephala
COLUMBIFORMES
Columbidae
Columba livia
GALLIFORMES
Phasianidae
Catreus wallichii
Colinus virginianus ridgwayi
Crossoptilon crossoptilon
Crossoptilon mantchuricum
Lophophorus impejanus
Lophura edwardsi
Lophura swinhoii
Polyplectron napoleonis
Syrmaticus ellioti
Syrmaticus humiae
Syrmaticus mikado
PASSERIFORMES
Fringillidae
Carduelis cucullata
PSITTACIFORMES
Psittacidae
Cyanoramphus novaezelandiae
Psephotus dissimilis
BIJLAGE XI
In Artikel 18 bedoelde typen biologische monsters en het gebruik waarvoor zij bestemd zijn
|
Type monster |
Typische grootte monster |
Toepassing |
|
bloed en daarvan afgeleide bestanddelen |
maximaal 5 ml voor vloeibare monsters of droog bloedmonster op een objectglaasje, filtreerpapier of swab |
biomedisch onderzoek; identificatie van de soort; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose, met inbegrip van serologie |
|
inwendige weefsels (botanisch of zoölogisch), gefixeerd |
weefsels (5 mm3-25 mm3) in een fixeerglaasje of histologisch glaasje met daarin gefixeerd weefsel met een doorsnede van ± 5 um |
Histologie en elektonenmicroscopie voor het opsporen van organismen en giftige stoffen; taxonomisch onderzoek; biomedisch onderzoek; identificatie van soorten; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose |
|
inwendige weefsels (botanisch of zoölogisch), bevroren |
Weefseldelen (5 mm3-25 mm3) |
biomedisch onderzoek; identificatie van soorten; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose |
|
inwendige weefsels (botanisch of zoölogisch), vers (met uitzondering van eicellen, sperma en embryo’s) |
Weefseldelen (5 mm3 – 25 mm3) |
biomedisch onderzoek; identificatie van soorten; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose |
|
uitwendig weefsel, met inbegrip van haar, huid, veren, schubben, been, eierschaal, tanden, ivoor, hoorn, bladeren, schors, zaden, vruchten of bloemen |
Afzonderlijke monsters met of zonder fixeermiddel voor ivoor: stukken ivoor van ongeveer 3 cm x 3 cm en 1 cm dik of minder, afhankelijk van de analysemethode, overeenkomstig de ICCWC Guidelines on methods and procedures for ivory and laboratory analysis (1) voor neushoorn: kleine hoeveelheden poeder/schaafsel, verzegeld in een fraudebestendige monsterfles, overeenkomstig deprocedure for DNA-bemonstering van neushoorn (2) |
identificatie van soorten; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose; leeftijdsanalyse; biomedisch onderzoek |
|
orale/cloacale/mucosale/nasale/urinale/rectale swabs |
kleine hoeveelheden weefsel of cellen op een swab in een buis |
identificatie van soorten; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose, met inbegrip van serologie; biomedisch onderzoek |
|
cellijnen en weefselculturen |
geen restricties qua monstergrootte |
biomedisch onderzoek; identificatie van soorten; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose; leeftijdsanalyse |
|
DNA of RNA (gezuiverd) |
maximaal 0,5 ml volume per afzonderlijk analysemonster gezuiverd DNA of RNA |
biomedisch onderzoek; identificatie van soorten; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose; leeftijdsanalyse |
|
afscheidingen (speeksel, gif, melk, plantaardige afscheidingen) |
1-5 ml in flesjes |
de productie van antigif; biomedisch onderzoek; identificatie van soorten; bepaling van de geografische oorsprong; geslachtsbepaling; individuele identificatie; het testen van bloedverwantschap; toxicologische analyse; ziekteonderzoek/diagnose, met inbegrip van serologie; leeftijdsanalyse |
|
(1)
https://www.unodc.org/documents/Wildlife/Guidelines_Ivory.pdf
(2)
Republic of South Africa, Department of Environmental Affairs, Procedures for Rhino horn DNA Sampling |
||
BIJLAGE XII
Concordantietabel
|
Verordening (EG) nr. 1808/2001 |
Deze verordening |
|
Artikel 1, onder a) en b) |
Artikel 1, punten 1 en 2 |
|
Artikel 1, onder c) |
— |
|
Artikel 1, onder d) tot en met f) |
Artikel 1, punten 3, 4 en 5 |
|
— |
Artikel 1, punten 6, 7 en 8 |
|
Artikel 2, leden 1 en 2 |
Artikel 2, leden 1 en 2 |
|
— |
Artikel 2, leden 3 en 4 |
|
Artikel 2, leden 3 en 4 |
Artikel 2, leden 5 en 6 |
|
Artikel 3 |
Artikel 3 |
|
Artikel 4, leden 1 en 2 |
Artikel 4, leden 1 en 2 |
|
Artikel 4, lid 3, onder a) en b) |
Artikel 5, eerste alinea, punten 1 en 2 |
|
— |
Artikel 5, eerste alinea, punt 3 |
|
Artikel 4, lid 3, onder c) tot en met e) |
Artikel 5, eerste alinea, punten 4, 5 en 6 |
|
Artikel 4, lid 4 |
Artikel 6 |
|
Artikel 4, lid 5 |
Artikel 7 |
|
Artikel 5 |
Artikel 8 |
|
Artikel 6 |
Artikel 9 |
|
Artikel 7, lid 1 |
Artikel 10 |
|
Artikel 7, lid 2 |
Artikel 11 |
|
Artikel 7, leden 3 en 4 |
Artikel 12 |
|
Artikel 8, lid 1 |
Artikel 13 |
|
Artikel 8, lid 2 |
Artikel 14 |
|
Artikel 8, lid 3 |
Artikel 15, leden 1 en 2 |
|
Artikel 8, lid 4 |
Artikel 15, leden 3 en 4 |
|
Artikel 8, lid 5 |
Artikel 16 |
|
Artikel 8, leden 6 en 7 |
Artikel 17 |
|
— |
Artikelen 18 en 19 |
|
Artikel 9 |
Artikel 20 |
|
Artikel 10 |
Artikel 21 |
|
Artikel 11 |
Artikel 22 |
|
Artikel 12 |
Artikel 23 |
|
Artikel 13 |
Artikel 24 |
|
Artikel 14 |
Artikel 25 |
|
Artikel 15 |
Artikel 26 |
|
Artikel 16 |
Artikel 27 |
|
Artikel 17 |
Artikel 28 |
|
Artikel 18 |
Artikel 29 |
|
— |
Artikelen 30 tot en met 44 |
|
Artikel 19 |
Artikel 45 |
|
Artikel 20, lid 1 |
Artikel 46 |
|
Artikel 20, lid 2 |
Artikel 47 |
|
Artikel 20, lid 3, onder a) en b) |
Artikel 48, lid 1, onder a) en b) |
|
Artikel 20, lid 3, onder c) |
— |
|
Artikel 20, lid 3, onder d) en e) |
Artikel 48, lid 1, onder c) en d) |
|
Artikel 20, lid 4 |
Artikel 49 |
|
Artikel 20, leden 5 en 6 |
Artikel 50, leden 1 en 2 |
|
Artikel 21 |
Artikel 51 |
|
Artikel 22 |
Artikel 52 |
|
Artikel 23 |
Artikel 53 |
|
Artikel 24 |
Artikel 54 |
|
Artikel 25 |
Artikel 55 |
|
Artikel 26 |
Artikel 56 |
|
Artikel 27, lid 1, eerste en tweede streepje en de daaropvolgende tekst |
Artikel 57, lid 1, onder a), b) en c) |
|
Artikel 27, leden 2, 3 en 4 |
Artikel 57, leden 2, 3 en 4 |
|
Artikel 27, lid 5, onder a) en b) |
Artikel 57, lid 5, onder a) en b) |
|
— |
Artikel 57, lid 5, onder c) en d) |
|
Artikel 28, lid 1, eerste en tweede streepje |
Artikel 58, lid 1, onder a) en b) |
|
Artikel 28, leden 2 en 3 |
Artikel 58, leden 2 en 3 |
|
Artikel 28, lid 4, onder a) en b) |
Artikel 58, lid 4 |
|
Artikel 29 |
Artikel 59 |
|
Artikel 30 |
Artikel 60 |
|
Artikel 31 |
Artikel 61 |
|
Artikel 32 |
Artikel 62 |
|
Artikel 33 |
Artikel 63 |
|
Artikel 34, lid 1 |
— |
|
Artikel 34, lid 2, onder a) tot en met f) |
Artikel 64, lid 1, onder a) tot en met f) |
|
Artikel 34, lid 2, onder g) en h) |
Artikel 64, lid 2 |
|
Artikel 35, leden 1 en 2 |
Artikel 65, leden 1 en 2 |
|
Artikel 35, lid 3, onder a) en b) |
Artikel 65, lid 3 |
|
— |
Artikel 65, lid 4 |
|
Artikel 36, lid 1 |
Artikel 66, leden 1, 2 en 3 |
|
Artikel 36, lid 2 |
Artikel 66, lid 4 |
|
Artikel 36, leden 3 en 4 |
Artikel 66, leden 5 en 6 |
|
— |
Artikel 66, lid 7 |
|
Artikel 36, lid 5 |
Artikel 66, lid 8 |
|
Artikel 37 |
Artikel 67 |
|
Artikel 38 |
Artikel 68 |
|
Artikel 39 |
Artikel 69 |
|
Artikel 40 |
Artikel 70 |
|
Artikel 41 |
Artikel 71 |
|
Artikel 42 |
Artikel 74 |
|
Artikel 43 |
Artikel 72 |
|
Artikel 44 |
Artikel 73 |
|
Artikel 45 |
Artikel 75 |
|
Bijlage I |
Bijlage I |
|
Bijlage II |
Bijlage II |
|
— |
Bijlage III |
|
— |
Bijlage IV |
|
Bijlage III |
Bijlage V |
|
Bijlage IV |
Bijlage VI |
|
Bijlage V |
Bijlage VII |
|
Bijlage VI |
Bijlage VIII |
|
Bijlage VII |
Bijlage IX |
|
Bijlage VIII |
Bijlage X |
|
— |
Bijlage XI |
|
— |
Bijlage XII |
BIJLAGE XIII
IN ARTIKEL 57, LID 3 BIS, BEDOELDE SOORTEN EN POPULATIES
( 1 ) PB L 242 van 7.9.2012, blz. 13.
( 1 ) PB L 344 van 7.12.1983, blz. 1.
( 2 ) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/57 van de Commissie van 15 januari 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012 van de Commissie wat betreft de voorschriften voor het ontwerp van de vergunningen, certificaten en andere documenten in Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer en Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad (PB L 10 van 16.1.2015, blz. 19).
( 2 ) Alleen gebruiken in combinatie met een andere oorsprongscode.