2005R0560 — NL — 09.03.2012 — 013.001
Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen
|
VERORDENING (EG) Nr. 560/2005 VAN DE RAAD van 12 april 2005 (PB L 095, 14.4.2005, p.1) |
Gewijzigd bij:
VERORDENING (EG) Nr. 560/2005 VAN DE RAAD
van 12 april 2005
tot instelling van beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Ivoorkust
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60, 301 en 308,
Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2004/852/GBVB van de Raad van 13 december 2004 betreffende beperkende maatregelen tegen Ivoorkust ( 1 ),
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement ( 2 ),
Overwegende hetgeen volgt:|
(1) |
De VN-Veiligheidsraad heeft in zijn Resolutie 1572 (2004) van 15 november 2004 betreurd dat de vijandelijkheden in Ivoorkust opnieuw zijn opgelaaid en dat het op 3 mei 2003 overeengekomen staakt-het-vuren herhaaldelijk is geschonden, en heeft daarom, handelende overeenkomstig hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, besloten bepaalde beperkende maatregelen tegen Ivoorkust in te stellen. |
|
(2) |
Gemeenschappelijk Standpunt 2004/852/GBVB voorziet in de uitvoering van de maatregelen bedoeld in Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad, met inbegrip van de bevriezing van tegoeden en economische middelen van personen die door het bevoegde sanctiecomité van de Verenigde Naties zijn aangemerkt als een bedreiging voor de vrede en voor het nationale verzoeningsproces in Ivoorkust, in het bijzonder de personen die de uitvoering van de overeenkomst van Linas-Marcoussis en de overeenkomst van Accra III belemmeren, personen van wie op basis van relevante informatie is vastgesteld dat zij verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht in Ivoorkust, personen die publiekelijk aanzetten tot haat en geweld en personen van wie het comité heeft vastgesteld dat zij inbreuk maken op het wapenembargo dat eveneens bij Resolutie 1572 (2004) is opgelegd. |
|
(3) |
Deze maatregelen vallen binnen het toepassingsgebied van het Verdrag; bijgevolg is er ter voorkoming van concurrentievervalsing communautaire wetgeving noodzakelijk voor de uitvoering ervan voorzover het de Gemeenschap betreft. Voor de toepassing van deze verordening wordt het grondgebied van de Gemeenschap geacht het gehele grondgebied te omvatten van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in dat Verdrag bepaalde voorwaarden. |
|
(4) |
Willen de maatregelen in deze verordening effectief zijn, dan dient deze verordening op de dag van haar bekendmaking in werking te treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1) „Sanctiecomité”: het krachtens punt 14 van Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad ingestelde Comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;
2) „tegoeden”: financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:
a) contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;
b) deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldo's op rekeningen, schulden en schuldbewijzen,
c) in het openbaar en ondershands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, met inbegrip van aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;
d) interesten, dividenden of andere inkomsten over of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;
e) krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;
f) kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;
g) bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen;
h) ieder ander exportfinancieringsbewijs;
3) „bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van, toegang hebben tot of omgaan met tegoeden dat zou leiden tot wijziging van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;
4) „economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden vormen, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;
5) „bevriezing van economische middelen”: het voorkomen van het gebruiken van economische middelen om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren.
Artikel 2
1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die in de bijlagen I of I bis zijn vermeld, worden bevroren.
2. Aan of ten behoeve van de in de bijlagen I en I bis genoemde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen mogen geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld.
3. Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen direct of indirect te omzeilen.
4. In bijlage I worden de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen vermeld als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van Besluit 2010/656/GBVB, als gewijzigd.
5. In bijlage I bis worden de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen vermeld als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), van Besluit 2010/656/GBVB, als gewijzigd.
Artikel 2 bis
1. In de bijlagen I en I bis worden de redenen vermeld waarom een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst is opgenomen, zoals vastgesteld door de VN-Veiligheidsraad of, wat bijlage I betreft, door het Sanctiecomité.
2. De bijlagen I en I bis bevatten verder, wanneer beschikbaar, informatie die nodig is om de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen te kunnen identificeren zoals deze door de VN-Veiligheidsraad of, wat bijlage I betreft, door het Sanctiecomité is verstrekt. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan die informatie namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en de plaats van vestiging omvatten. Bijlage I vermeldt tevens de datum van aanwijzing door de Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.
Artikel 3
1. In afwijking van artikel 2 kunnen de op de websites in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bevroren tegoeden en economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
a) noodzakelijk zijn ter dekking van basisuitgaven, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of nutsvoorzieningen;
b) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;
c) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen.
Voor een persoon, entiteit of lichaam van bijlage I stellen de lidstaten het Sanctiecomité in kennis van hun voornemen om toegang te verlenen tot de tegoeden of economische middelen. De toelating wordt niet verleend als zij binnen twee werkdagen na deze kennisgeving een negatief besluit van het Sanctiecomité ontvangen.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, en alleen voor de personen, entiteiten en lichamen van bijlage I, kunnen de op de websites in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bevroren tegoeden en economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor buitengewone uitgaven en mits de lidstaten het Sanctiecomité in kennis hebben gesteld van hun besluit en dat besluit door het Comité is goedgekeurd, overeenkomstig de voorwaarden van punt 14, onder e), van Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, en alleen voor de personen, entiteiten en lichamen van bijlage I bis, kunnen de op de websites in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor buitengewone uitgaven en mits de betrokken lidstaat aan alle andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken voordat de toelating wordt verleend de redenen heeft meegedeeld waarom de toelating moet worden verleend.
Artikel 3 bis
In afwijking van artikel 2 kunnen de op de websites in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten ten aanzien van de in bijlage I bis vermelde personen, entiteiten en lichamen toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen die noodzakelijk zijn voor humanitaire doeleinden, mits zij de andere lidstaten en de Commissie hiervan op voorhand in kennis hebben gesteld.
Artikel 3 ter
In afwijking van artikel 2 en mits een betaling verschuldigd is door in bijlage I bis vermelde personen, entiteiten of lichamen op grond van een contract of overeenkomst die door hen is gesloten of een verplichting die voor hen is ontstaan vóór de datum waarop zij zijn opgenomen in de lijst, kunnen de op de websites in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:
i) de betrokken tegoeden of economische middelen worden gebruikt voor een betaling door een in bijlage I bis vermelde persoon, entiteit of lichaam;
ii) de betaling niet in strijd is met artikel 2, lid 2.
Ten minste twee weken voordat de toestemming wordt gegeven, stelt de betrokken lidstaat de andere lidstaten en de Commissie in kennis van deze vaststelling en van zijn voornemen toestemming te geven.
Artikel 4
In afwijking van artikel 2 kunnen de op de websites in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten het vrijgeven van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen toestaan indien aan volgende voorwaarden is voldaan:
a) de betrokken tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht dat is vastgesteld vóór de datum waarop deze verordening van toepassing werd op de in artikel 2 bedoelde personen, entiteiten of lichamen, of van een justitieel, administratief of arbitrair vonnis dat van vóór die datum dateert;
b) de betrokken tegoeden of economische middelen worden uitsluitend aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gedekt of door een dergelijk vonnis geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;
c) het retentierecht of het vonnis komt niet ten goede aan een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage I of I bis;
d) de erkenning van het retentierecht of het vonnis is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat; en
e) het retentierecht of het vonnis is door de lidstaten gemeld aan het Sanctiecomité, indien het betrekking heeft op personen, entiteiten of lichamen van bijlage I.
Artikel 5
De betrokken bevoegde autoriteit stelt de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van de artikelen 3 of 4 verleende toestemming.
Artikel 6
Artikel 2, lid 2, is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:
a) rente of andere inkomsten op die rekeningen, of
b) betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of zijn ontstaan vóór de datum waarop deze verordening op de betrokken rekeningen van toepassing werd,
mits deze rente, andere inkomsten en betalingen bevroren zijn overeenkomstig artikel 2, lid 1.
Artikel 7
Artikel 2, lid 2, vormt geen beletsel voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen in de Unie die tegoeden ontvangen die op de rekening van een op de lijst voorkomende natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam worden overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens worden bevroren. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de relevante bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.
Artikel 8
1. Onverminderd de toepasselijke voorschriften inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim en onverminderd de bepalingen van artikel 284 van het Verdrag, dienen natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen:
a) alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 2 zijn bevroren, onverwijld te verstrekken aan de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn, en deze informatie, direct of via deze bevoegde autoriteiten, aan de Commissie te doen toekomen;
b) bij de verificatie van deze informatie samen te werken met de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten.
2. Alle direct door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten.
3. De overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie wordt alleen gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij verstrekt of ontvangen is.
Artikel 9
De bevriezing van tegoeden of economische middelen of de weigering tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming met deze verordening is, mag geen aanleiding geven tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke of rechtspersoon of de entiteit die deze maatregel implementeert, of van de directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen zijn bevroren als gevolg van nalatigheid.
Artikel 9 bis
Het is verboden:
a) obligaties of waardepapieren die na de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn uitgegeven of gegarandeerd door de onrechtmatige regering van de heer Laurent GBAGBO, door namens haar of onder haar gezag optredende personen of entiteiten, of door entiteiten die haar eigendom zijn of onder haar zeggenschap staan, aan te kopen of bij de uitgifte ervan als makelaar op te treden of te assisteren. Bij wijze van uitzondering, is het financiële instellingen toegestaan dergelijke obligaties of waardepapieren aan te kopen met een waarde die overeenstemt met de waarde van obligaties en waardepapieren die zij reeds bezitten en die komen te vervallen;
b) in welke vorm dan ook leningen te verstrekken aan de onrechtmatige regering van de heer Laurent GBAGBO, aan namens haar of onder haar gezag optredende personen of entiteiten, of aan entiteiten die haar eigendom zijn of onder haar zeggenschap staan.
Artikel 9 ter
De verbodsbepalingen van artikel 2, lid 2, en artikel 9 bis geven geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die tegoeden of economische middelen beschikbaar hebben gesteld, indien deze niet wisten en redelijkerwijs niet konden vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden vormen op de bedoelde verbodsbepalingen.
Artikel 10
De Commissie en de lidstaten stellen elkaar onverwijld in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en wisselen onderling alle andere voor deze verordening relevante informatie waarover zij beschikken uit, met name betreffende inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken.
Artikel 11
De Commissie wordt gemachtigd bijlage II te wijzigen op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie.
Artikel 11 bis
1. Wanneer de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst plaatst, neemt de Raad die natuurlijke persoon of rechtspersoon, die entiteit of dat lichaam op in bijlage I.
2. Wanneer de Raad besluit een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam te onderwerpen aan de in artikel 2, lid 1, bedoelde maatregelen, wijzigt hij bijlage I bis dienovereenkomstig.
3. De Raad stelt de in de leden 1 en 2 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in kennis van zijn besluit en van de redenen voor plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij door een kennisgeving te publiceren, zodat zij daarover opmerkingen kunnen indienen.
4. Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad zijn besluit en brengt hij de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen daarvan op de hoogte.
5. Indien de Verenigde Naties besluiten een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam van de lijst te schrappen, of de identificatiegegevens van een op de lijst geplaatste natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam te wijzigen, past de Raad bijlage I dienovereenkomstig aan.
6. De lijst in bijlage I bis wordt met regelmatige tussenpozen en ten minste om de 12 maanden opnieuw bezien.
Artikel 12
De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die gelden voor overtredingen van deze verordening, en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van deze regels, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen.
Artikel 12 bis
Wanneer in deze verordening wordt bepaald dat zaken moeten worden gemeld of meegedeeld aan de Commissie of anderszins met de Commissie moet worden gecommuniceerd, wordt daartoe gebruik gemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld in bijlage II.
Artikel 13
Deze verordening is van toepassing:
a) op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim;
b) aan boord van vliegtuigen of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;
c) op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;
d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen;
e) op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.
Artikel 14
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
Lijst van natuurlijke of rechtspersonen, of entiteiten als bedoeld in de artikelen 2, 4 en 7
(1) Charles Blé Goudé (ook bekend als Gbapé Zadi). Adres: a) Bloc P 170, Yopougon Selmer, Ivoorkust, b) Hotel Ivoire, Abidjan, Cocody, Ivoorkust. Geboortedatum: 1.1.1972. Geboorteplaats: a) Guibéroua (Gagnoa), Ivoorkust; b) Niagbrahio/Guiberoua, Ivoorkust; c) Guiberoua, Ivoorkust. Nationaliteit: Ivoriaans. Paspoortnummer: a) 04LE66241 (Ivoorkust, afgegeven op 10.11.2005, geldig tot 9.11.2008), b) AE/088 DH 12 (diplomatiek paspoort van Ivoorkust, afgegeven op 20.12.2002, geldig tot 11.12.2005), c) 98LC39292 (Ivoorkust, afgegeven op 24.11.2000, geldig tot 23.11.2003). Nummer reisdocument: C2310421 (Zwitserland, afgegeven op 15.11.2005, geldig tot 31.12.2005).
Overige informatie: 1) Adres a) in 2001, adres b) als aangegeven op reisdocument nr. C2310421; 2) mogelijke schuilnaam of titel: „Général” of „Génie de kpo”; 3) leider van COJEP („Young Patriots”). Bepleitte bij herhaling in het openbaar het gebruik van geweld tegen installaties en personeel van de Verenigde Naties en tegen buitenlanders; gaf leiding en nam deel aan gewelddaden door straatbenden, met inbegrip van vechtpartijen, verkrachtingen en buitengerechtelijke executies; intimidatie van de Verenigde Naties, de Internationale Werkgroep (IWG), de politieke oppositie en de onfhankelijke pers; sabotage van internationale radiostations; verzet tegen de activiteiten van de IWG, de operaties van de Verenigde Naties in Ivoorkust (UNOCI), de Franse troepen en het vredesproces als vastgesteld in VN-Resolutie 1643 (2005).
(2) Eugène N’goran Kouadio Djué. Geboortedatum: a) 1.1.1966, b) 20.12.1969. Nationaliteit: Ivoriaans. Paspoortnummer: 04LE017521 (afgegeven op 10.2.2005, geldig tot 10.2.2008).
Overige informatie: leider van de „Union des Patriotes pour la Libération Totale de la Côte d’Ivoire (UPLTCI)”. Bepleitte bij herhaling in het openbaar het gebruik van geweld tegen installaties en personeel van de Verenigde Naties en tegen buitenlanders; gaf leiding en nam deel aan gewelddaden door straatbenden, met inbegrip van vechtpartijen, verkrachtingen en buitengerechtelijke executies; verzet tegen de activiteiten van de IWG, de operaties van de Verenigde Naties in Ivoorkust (UNOCI), de Franse troepen en het vredesproces als vastgesteld in VN-Resolutie 1643 (2005).
(3) Martin Kouakou Fofié. Geboortedatum: 1.1.1968. Geboorteplaats: Bohi, Ivoorkust. Nationaliteit: Ivoriaans. Nummer identiteitskaart: a) 2096927 (Burkina Faso, afgegeven op 17.3.2005), b) 970860100249 (Ivoorkust, afgegeven op 5.8.1997, geldig tot 5.8.2007).
Overige informatie: a) nationaliteitscertificaat van Burkina Faso: CNB N.076 (17.2.2003), vadersnaam: Yao Koffi Fofié, moedersnaam: Ama Krouama Kossonou; b) korporaal-chef, commandant van de Forces Nouvelles, sector Korhogo. Troepen onder zijn leiding maakten zich, in strijd met de mensenrechten en het internationale humanitaire recht, schuldig aan rekrutering van kindsoldaten, ontvoeringen, opleggen van dwangarbeid, seksueel misbruik van vrouwen, arbitraire aanhoudingen en buitengerechtelijke executies; verzet tegen de activiteiten van de IWG, de operaties van de Verenigde Naties in Ivoorkust (UNOCI), de Franse troepen en het vredesproces als vastgesteld in VN-Resolutie 1643 (2005).
(4) Laurent GBAGBO. Geboortedatum: 31 mei 1945. Geboorteplaats: Gagnoa, Ivoorkust.
Voormalig President van Ivoorkust: belemmert het proces voor vrede en verzoening; weigert het resultaat van de presidentsverkiezingen te erkennen. Datum plaatsing op de VN-lijst: 30.3.2011 (plaatsing op de lijst van de Europese Unie: 22.12.2010).
(5) Simone GBAGBO. Geboortedatum: 20 juni 1949. Geboorteplaats: Moossou, Grand-Bassam, Ivoorkust.
Voorzitter van de parlementaire fractie van het Front Populaire Ivoirien (FPI): belemmert het proces voor vrede en verzoening; zet publiekelijk aan tot haat en geweld. Datum plaatsing op de VN-lijst: 30.3.2011 (plaatsing op de lijst van de Europese Unie: 22.12.2010).
(6) Désiré TAGRO. Paspoortnummer: PD-AE 065FH08. Geboortedatum: 27 januari 1959. Geboorteplaats: Issia, Ivoorkust. Overleden op 12 april 2011 te Abidjan.
Secretaris-generaal van het zogenaamde „presidentschap” van de heer GBAGBO: neemt deel aan de onwettige regering van de heer GBAGBO; belemmert het proces voor vrede en verzoening; weigert de uitslag van de presidentsverkiezingen te erkennen; neemt deel aan de gewelddadige onderdrukking van volksbewegingen. Datum plaatsing op de VN-lijst: 30.3.2011 (plaatsing op de lijst van de Europese Unie: 22.12.2010).
(7) Pascal AFFI N'GUESSAN. Paspoortnummer: PD-AE 09DD00013. Geboortedatum: 1 januari 1953. Geboorteplaats: Bouadriko, Ivoorkust.
Voorzitter van het Front Populaire Ivoirien (FPI): belemmert het proces voor vrede en verzoening; zet aan tot haat en geweld. Datum plaatsing op de VN-lijst: 30.3.2011 (plaatsing op de lijst van de Europese Unie: 22.12.2010).
(8) Alcide DJÉDJÉ. Geboortedatum: 20 oktober 1956. Geboorteplaats: Abidjan, Ivoorkust.
Naaste adviseur van de heer GBAGBO: neemt deel aan de onwettige regering van de heer GBAGBO; belemmert het proces voor vrede en verzoening; zet publiekelijk aan tot haat en geweld. Datum plaatsing op de VN-lijst: 30.3.2011.
BIJLAGE I BIS
Lijst van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die niet zijn aangewezen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of het Sanctiecomité, als bedoeld in de artikelen 2, 4 en 7
|
Naam (en eventuele aliassen) |
Identificatiegegevens |
Redenen voor plaatsing op de lijst |
|
|
1. |
Kadet Bertin |
Geboren in 1957 te Mama |
Speciaal adviseur „veiligheid, defensie en militaire uitrusting” van Laurent Gbagbo, voormalig minister van Defensie van Laurent Gbagbo. Neef van Laurent Gbagbo. In ballingschap in Ghana. Onder internationaal aanhoudingsbevel. Verantwoordelijkheid op het gebied van gewelddaden en gedwongen verdwijningen, alsook financiering en bewapening van de milities en de „jonge patriotten” (COJEP). Betrokken bij de financiering van en de handel in wapens, en het omzeilen van het embargo. Kadet Bertin onderhield bevoorrechte relaties met de milities in het westen en trad op als verbindingspersoon tussen Gbagbo en deze groepen. Betrokken bij de oprichting van het „Limacorps” (doodseskaders). Blijft vanuit zijn ballingsoord in Ghana werken aan een gewapende herovering van de macht. Eist tevens de onmiddellijke vrijlating van Gbagbo. Door zijn financiële slagkracht, zijn kennis van de illegale kanalen van de wapenhandel en zijn voortdurende contacten met nog steeds actieve militiegroepen (met name in Liberia) blijft Kadet Bertin een reële bedreiging voor de veiligheid en stabiliteit in Ivoorkust. |
|
2. |
Oulaï Delafosse |
Geboren op 28 oktober 1968 |
Voormalig sous-préfet (onderprefect) van Toulepleu. Hoofd van de Union patriotique de résistance du Grand Ouest (Patriottische verzetsunie voor West-Ivoorkust). Draagt als militiehoofd verantwoordelijkheid voor gewelddaden en misdrijven, in het bijzonder in het gebied rond Toulepleu. Staat onder rechtstreeks bevel van Kadet Bertin en was tijdens de crisis na de verkiezingen zeer actief in het rekruteren van Liberiaanse huurlingen, alsook in de illegale handel in wapens afkomstig uit Liberia. Sinds het uitbreken van de crisis na de verkiezingen zaaien zijn troepen terreur en zijn honderden mensen afkomstig uit het noorden van Ivoorkust geëlimineerd. Door zijn politieke extremisme, zijn verbondenheid met Kadet Bertin en de sterke banden met het milieu van de Liberiaanse huurlingen, blijft hij een bedreiging voor de stabiliteit van het land. |
|
3. |
Pastor Gammi |
Hoofd van de in 2004 opgerichte militie „Mouvement ivoirien pour la libération de l’Ouest” (MILOCI — Ivoriaanse beweging voor de bevrijding van West-Ivoorkust). Als hoofd van de MILOCI, een pro-Gbagbomilitie, betrokken bij meerdere slachtpartijen en gewelddaden. Op de vlucht in Ghana (zou zich in Takoradi bevinden). Onder internationaal aanhoudingsbevel. Is vanuit zijn ballingsoord toegetreden tot de „Coalition Internationale pour la libération de la Côte d’Ivoire” (CILCI — Internationale coalitie voor de bevrijding van Ivoorkust), die ijvert voor gewapend verzet met als doel Gbagbo opnieuw aan de macht te brengen. |
|
|
4. |
Marcel Gossio |
Geboren op 18 februari 1951 in Adjamé Paspoortnummer: 08AA14345 (geldig tot 6 oktober 2013) |
Voortvluchtig buiten Ivoorkust. Onder internationaal aanhoudingsbevel. Betrokken bij het verduisteren van openbare middelen en bij het financieren van troepenbewapening. Sleutelfiguur bij de financiering van de Gbagbo-clan en de milities. Speelt tevens centrale rol in de illegale wapenhandel. Vanwege de aanzienlijke bedragen die door hem zijn verduisterd en zijn kennis van de illegale bewapeningsnetwerken blijft hij een gevaar voor de stabiliteit en de veiligheid van Ivoorkust. |
|
5. |
Justin Koné Katina |
Voortvluchtig in Ghana. Onder internationaal aanhoudingsbevel. Betrokken bij de overval op de „Banque centrale des Etats de l’Afrique de l’Ouest” (BCEAO — Centrale bank van de West-Afrikaanse staten). Blijft zich, ook vanuit zijn ballingsoord, opwerpen als woordvoerder van Gbagbo. In een perscommuniqué van 12 december 2011 beweert hij dat Ouattara nooit de verkiezingen heeft gewonnen en noemt hij het nieuwe bewind onrechtmatig. Roept op tot verzet en is van mening dat Gbagbo weer aan de macht zal komen. |
|
|
6. |
Ahoua Don Mello |
Geboren op 23 juni 1958 in Bongouanou Paspoortnummer: PD-AE/044GN02 (geldig tot 23 februari 2013) |
Woordvoerder van Laurent Gbagbo. Voormalig minister van Uitrusting en Sanering in de onrechtmatige regering. In ballingschap in Ghana. Onder internationaal aanhoudingsbevel. Blijft vanuit zijn ballingsoord verklaren dat de verkiezing van president Ouattara frauduleus is en dat hij diens gezag niet erkent. Weigert gehoor te geven aan de verzoeningsoproep van de Ivoriaanse regering en roept in de pers dikwijls op tot opstand, verricht mobilisatierondes in de vluchtelingenkampen in Ghana. In december 2011 verklaart hij dat Ivoorkust een „belegerde stammenstaat” is en dat „de dagen van het Ouattara-bewind zijn geteld”. |
|
7. |
Moussa Touré Zéguen |
Geboren op 9 september 1944 Oud paspoort: AE/46CR05 |
Hoofd van de Groupement des patriotes pour la paix (GPP — Groepering van patriotten voor vrede), Oprichter van de „Coalition Internationale pour la libération de la Côte d’Ivoire” (CILCI — Internationale coalitie voor de bevrijding van Ivoorkust). Militiehoofd sinds 2002; geeft sinds 2003 leiding aan de GPP. Onder zijn bevel wordt de GPP de gewapende arm van Gbagbo in Abidjan en het zuiden van het land. Samen met de GPP maakt hij zich schuldig aan zeer veel gewelddaden, hoofdzakelijk tegen de bevolkingsgroepen uit het noorden en tegen tegenstanders van het bewind. Is persoonlijk betrokken bij de gewelddadigheden na de verkiezingen (met name in de wijken Abobo en Adjamé). In zijn ballingsoord Accra richt Touré Zéguen de CILCI op, die tot doel heeft Gbagbo weer aan de macht te brengen. Vanuit zijn ballingsoord legt hij de ene opruiende verklaring na de andere af (bv. tijdens de persconferentie van 9 december 2011); blijft denken volgens een strikte logica van conflict en gewapende vergelding. Is van mening dat Ivoorkust onder Ouattara onrechtmatig is en „is geherkoloniseerd”, en „roep[t] de Ivorianen op om de bedriegers te verjagen” (Jeune Afrique, juli 2011). Onderhoudt een blog waarin hij fel oproept tot mobilisatie van het Ivoriaanse volk tegen Ouattara. |
BIJLAGE II
Websites van de in de artikelen 3, 4, 5, 7 en 8 bedoelde bevoegde autoriteiten en adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie
BELGIË
http://www.diplomatie.be/eusanctions
BULGARIJE
http://www.mfa.government.bg
TSJECHIË
http://www.mfcr.cz/mezinarodnisankce
DENEMARKEN
http://www.um.dk/da/menu/Udenrigspolitik/FredSikkerhedOgInternationalRetsorden/Sanktioner/
DUITSLAND
http://www.bmwi.de/BMWi/Navigation/Aussenwirtschaft/Aussenwirtschaftsrecht/embargos.html
ESTLAND
http://www.vm.ee/est/kat_622/
IERLAND
http://www.dfa.ie/home/index.aspx?id=28519
GRIEKENLAND
http://www.mfa.gr/www.mfa.gr/en-US/Policy/Multilateral+Diplomacy/Global+Issues/International+Sanctions/
SPANJE
http://www.maec.es/es/MenuPpal/Asuntos/Sanciones%20Internacionales/Paginas/ Sanciones_%20Internacionales.aspx
FRANKRIJK
http://www.diplomatie.gouv.fr/autorites-sanctions/
ITALIË
http://www.esteri.it/MAE/IT/Politica_Europea/Deroghe.htm
CYPRUS
http://www.mfa.gov.cy/sanctions
LETLAND
http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539
LITOUWEN
http://www.urm.lt
LUXEMBURG
http://www.mae.lu/sanctions
HONGARIJE
http://www.kulugyminiszterium.hu/kum/hu/bal/Kulpolitikank/nemzetkozi_szankciok/
MALTA
http://www.doi.gov.mt/EN/bodies/boards/sanctions_monitoring.asp
NEDERLAND
http://www.minbuza.nl/sancties
OOSTENRIJK
http://www.bmeia.gv.at/view.php3?f_id=12750&LNG=en&version=
POLEN
http://www.msz.gov.pl
PORTUGAL
http://www.min-nestrangeiros.pt
ROEMENIË
http://www.mae.ro/node/1548
SLOVENIË
http://www.mzz.gov.si/si/zunanja_politika/mednarodna_varnost/omejevalni_ukrepi/
SLOWAKIJE
http://www.foreign.gov.sk
FINLAND
http://formin.finland.fi/kvyhteistyo/pakotteet
ZWEDEN
http://www.ud.se/sanktioner
VERENIGD KONINKRIJK
www.fco.gov.uk/competentauthorities
Adres voor kennisgevingen of andere mededelingen aan de Europese Commissie:
Europese Commissie
Dienst instrumenten buitenlands beleid
Eenheid FPIS.2
CHAR 12/106
B-1049 Brussel
België
E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu
Tel.: (32 2) 295 55 85
Fax: (32 2) 299 08 73
( 1 ) PB L 368 van 15.12.2004, blz. 50.
( 2 ) Advies uitgebracht op 24 februari 2005 (nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad).