02004D0512 — NL — 11.06.2019 — 001.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
BESCHIKKING VAN DE RAAD van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2019/817 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 mei 2019 |
L 135 |
27 |
22.5.2019 |
|
BESCHIKKING VAN DE RAAD
van 8 juni 2004
betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS)
(2004/512/EG)
Artikel 1
1. Er wordt een systeem voor de uitwisseling tussen de lidstaten van informatie op het gebied van visa opgezet, het „Visuminformatiesysteem” (VIS), waarin de bevoegde nationale autoriteiten informatie op het gebied van visa kunnen invoeren, deze kunnen bijwerken en langs elektronische weg kunnen raadplegen.
2. Het Visuminformatiesysteem wordt gebaseerd op een gecentraliseerde architectuur en bestaat uit:
a) de centrale infrastructuur van het gemeenschappelijke identiteitsregister bedoeld in artikel 17, lid 2, onder a), van Verordening (UE) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ),
b) een centraal informatiesysteem, hierna „centraal visuminformatiesysteem” te noemen (CS-VIS),
c) een interface in elke lidstaat, hierna „nationale interface” te noemen (NI-VIS), die voor de verbinding met de bevoegde centrale nationale autoriteit van de betrokken lidstaat zorgt,
d) een communicatie-infrastructuur tussen het centrale visuminformatiesysteem en de nationale interfaces,
e) een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het CS-VIS,
f) een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem van het VIS en de centrale infrastructuur van het Europees zoekportaal ingesteld bij artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817 en van het gemeenschappelijke identiteitsregister ingesteld bij artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817.
Artikel 2
1. Het centraal visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces worden door de Commissie ontwikkeld.
2. De nationale infrastructuren worden door de lidstaten aangepast en/of ontwikkeld.
Artikel 3
De maatregelen die vereist zijn voor de ontwikkeling van het centraal visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedure wanneer zij andere dan de in artikel 4 bedoelde aangelegenheden betreffen.
Artikel 4
De maatregelen die vereist zijn voor de ontwikkeling van het centraal visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces worden met betrekking tot de volgende aangelegenheden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5, lid 3, bedoelde procedure:
a) het ontwerpen van de fysieke architectuur van het systeem, onder meer van het communicatienetwerk;
b) de technische aspecten die van invloed zijn op de bescherming van persoonsgegevens;
c) de technische aspecten die aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor de begrotingen van de lidstaten of die aanzienlijke technische gevolgen hebben voor de nationale systemen van de lidstaten;
d) de uitwerking van de beveiligingseisen, met inbegrip van biometrische aspecten.
Artikel 5
1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2424/2001 van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) opgerichte comité ( 2 ).
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.
4. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 6
De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een voortgangsverslag voor over de ontwikkeling van het centraal visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces, zulks voor het eerst aan het einde van het jaar dat volgt op de ondertekening van het contract voor de ontwikkeling van het VIS.
Artikel 7
Deze beschikking is van toepassing vanaf de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 8
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
( 1 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).
( 2 ) PB L 328 van 13.12.2001, blz. 4.