2003R1784 — NL — 01.07.2004 — 001.001
Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen
|
VERORDENING (EG) Nr. 1784/2003 VAN DE RAAD van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (PB L 270, 21.10.2003, p.78) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
No |
page |
date |
||
|
VERORDENING (EG) Nr. 1154/2005 VAN DE COMMISSIE van 18 juli 2005 |
L 187 |
11 |
19.7.2005 |
|
VERORDENING (EG) Nr. 1784/2003 VAN DE RAAD
van 29 september 2003
houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 36 en artikel 37, lid 2, derde alinea,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement ( 1 ),
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité ( 2 ),
Gezien het advies van het Comité van de Regio's ( 3 ),
Overwegende hetgeen volgt:|
(1) |
De werking en de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt voor landbouwproducten moeten gepaard gaan met de totstandkoming van een gemeenschappelijk landbouwbeleid, en dit beleid moet met name een gemeenschappelijke marktordening omvatten die naar gelang van de producten verschillende vormen kan aannemen. |
|
(2) |
Met het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden de doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag nagestreefd. Om de markten te stabiliseren en de landbouwbevolking in de sector granen een redelijke levensstandaard te verzekeren moeten maatregelen voor de interne markt worden vastgesteld die met name een interventieregeling en een gemeenschappelijke invoer- en uitvoerregeling omvatten. |
|
(3) |
Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( 4 ) is herhaaldelijk ingrijpend gewijzigd. Tengevolge van nieuwe wijzigingen moet die verordening duidelijkheidshalve worden ingetrokken en vervangen. |
|
(4) |
In Verordening (EEG) nr. 1766/92 is bepaald dat in het licht van de marktontwikkelingen een besluit moet worden genomen over een laatste verlaging van de interventieprijs voor granen die zal gelden vanaf het verkoopseizoen 2002/2003. Het is van belang dat de prijzen op de interne markt minder afhankelijk worden van de gegarandeerde prijzen. Derhalve is het dienstig de maandelijkse verhogingen te halveren om de marktfluïditeit te verbeteren. |
|
(5) |
Door de invoering van één enkele interventieprijs voor granen zijn enorme interventievoorraden rogge ontstaan, aangezien noch op de interne markt noch op de externe markten voldoende afzetmogelijkheden bestaan. Bijgevolg moet rogge van de interventieregeling worden uitgesloten. |
|
(6) |
In bijzondere omstandigheden moeten de interventiebureaus interventiemaatregelen kunnen treffen die aan die omstandigheden zijn aangepast. Om de noodzakelijke eenvormigheid van de interventieregelingen te handhaven moeten de evaluatie van deze bijzondere omstandigheden en de vaststelling van de passende maatregelen op communautair niveau plaatsvinden. |
|
(7) |
Gezien de bijzondere marktsituatie voor aardappel- en graanzetmeel kan het noodzakelijk blijken te voorzien in een zodanige productierestitutie dat de door de zetmeelindustrie gebruikte basisproducten tegen een lagere prijs aan deze industrie ter beschikking kunnen worden gesteld dan de prijs die tot stand komt door de toepassing van de gemeenschappelijke prijzen. |
|
(8) |
De totstandbrenging van een eengemaakte communautaire markt voor granen brengt met zich dat een regeling voor het handelsverkeer aan de buitengrenzen van de Gemeenschap moet worden ingesteld. Een regeling voor het handelsverkeer die een aanvulling vormt op de interventieregeling en die een stelsel van invoerrechten en uitvoerrestituties omvat, zou in beginsel de communautaire markt moeten stabiliseren. Een dergelijke regeling moet berusten op de verbintenissen die tijdens de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde zijn aangegaan. De uitvoerrestitutieregeling moet worden toegepast op verwerkte producten die granen bevatten, zodat die producten op de wereldmarkt kunnen worden verkocht. |
|
(9) |
Om toezicht te kunnen houden op de omvang van het handelsverkeer van granen met derde landen moet worden voorzien in een stelsel van invoer- en uitvoercertificaten waarvoor een zekerheid wordt gesteld als garantie dat de invoer of de uitvoer waarvoor die certificaten worden aangevraagd, zal plaatsvinden. |
|
(10) |
De meeste douanerechten voor landbouwproducten die vallen onder overeenkomsten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), zijn in het gemeenschappelijk douanetarief vastgesteld. Wegens de invoering van aanvullende regelingen moeten voor sommige granen evenwel afwijkende bepalingen worden vastgesteld. |
|
(11) |
Om eventuele nadelige gevolgen van de invoer van bepaalde landbouwproducten voor de communautaire markt te voorkomen of te neutraliseren, moet, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, de invoer van een of meer van die producten aan een aanvullend invoerrecht worden onderworpen. |
|
(12) |
Onder bepaalde voorwaarden moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om tariefcontingenten die voortvloeien uit overeenkomstig het Verdrag gesloten internationale overeenkomsten of uit andere besluiten van de Raad, te openen en te beheren. |
|
(13) |
De mogelijkheid om bij uitvoer naar derde landen een restitutie toe te kennen waarbij wordt uitgegaan van het verschil tussen de prijzen in de Gemeenschap en die op de wereldmarkt en waarbij de in de WTO-overeenkomst inzake de landbouw ( 5 ) vastgestelde beperkingen in acht worden genomen, zou de deelneming door de Gemeenschap aan de internationale graanhandel moeten veiligstellen. Voor dergelijke uitvoerrestituties moeten beperkingen gelden, uitgedrukt in hoeveelheid en in waarde. |
|
(14) |
De inachtneming van de in waarde uitgedrukte beperkingen moet bij de vaststelling van de uitvoerrestituties worden gegarandeerd door het toezicht op de betalingen in het kader van de regelgeving betreffende het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw. Het toezicht kan worden vergemakkelijkt door verplichte vaststelling vooraf van de uitvoerrestituties, waarbij de mogelijkheid onverlet blijft om in geval van gedifferentieerde uitvoerrestituties de vooraf vastgestelde bestemming te veranderen binnen het geografische gebied waarvoor hetzelfde eenheidsbedrag van de uitvoerrestitutie geldt. Bij verandering van de bestemming moet de voor de werkelijke bestemming geldende uitvoerrestitutie worden betaald tot maximaal het bedrag dat geldt voor de vooraf vastgestelde bestemming. |
|
(15) |
Om de inachtneming van de kwantitatieve beperkingen te garanderen moet een betrouwbaar en doeltreffend toezichtsysteem worden ingesteld. Daartoe moet worden bepaald dat de uitvoerrestituties uitsluitend worden toegekend na overlegging van uitvoercertificaten. De uitvoerrestituties moeten worden toegekend binnen de grenzen van de beschikbare hoeveelheden, uitgaande van de specifieke situatie van elk betrokken product. Van deze regel mag enkel worden afgeweken voor niet in bijlage I bij het Verdrag opgenomen verwerkte producten, waarvoor geen kwantitatieve beperkingen gelden, alsmede voor voedselhulpacties, die van elke beperking zijn vrijgesteld. Voor producten waarvan de uitvoer met uitvoerrestitutie de kwantitatieve beperkingen vermoedelijk niet zal overschrijden, moet kunnen worden afgeweken van de strikte beheersvoorschriften. |
|
(16) |
Voorzover dit voor de goede werking van deze gemeenschappelijke marktordening nodig is, moet de mogelijkheid worden geboden de toepassing van de regeling actief of passief veredelingsverkeer te reglementeren of, wanneer de marktsituatie zulks vereist, die toepassing te verbieden. |
|
(17) |
Het stelsel van douanerechten maakt het mogelijk van enige andere bescherming aan de buitengrenzen van de Gemeenschap af te zien. Het mechanisme van de interne markt en het stelsel van douanerechten kunnen in buitengewone omstandigheden tekort schieten. Om de communautaire markt in dergelijke gevallen niet onbeschermd te laten tegen de verstoringen die daarvan het gevolg kunnen zijn, moet de Gemeenschap in staat worden gesteld onverwijld alle nodige maatregelen te nemen. Deze maatregelen moeten stroken met de verplichtingen die voortvloeien uit de WTO-overeenkomsten. |
|
(18) |
Gezien de invloed van de wereldmarktprijs op de prijs op de interne markt moet de mogelijkheid worden geboden maatregelen te nemen om de interne markt te stabiliseren. |
|
(19) |
Verlening van staatssteun zou de goede werking van een op gemeenschappelijke prijzen gebaseerde interne markt in gevaar brengen. Daarom moeten de Verdragsbepalingen inzake steunmaatregelen van de staten van toepassing worden verklaard voor de producten die onder deze gemeenschappelijke marktordening vallen. |
|
(20) |
Aangezien de gemeenschappelijke graanmarkt zich voortdurend aan het ontwikkelen is, moeten de lidstaten en de Commissie elkaar de nodige gegevens over deze ontwikkelingen verstrekken. |
|
(21) |
De maatregelen voor de uitvoering van deze verordening moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( 6 ). |
|
(22) |
Om praktische en specifieke problemen te kunnen oplossen moet de Commissie worden gemachtigd om in noodgevallen de nodige maatregelen vast te stellen. |
|
(23) |
De uitgaven van de lidstaten in verband met hun verplichtingen in het kader van de toepassing van deze verordening moeten door de Gemeenschap worden gefinancierd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ( 7 ). |
|
(24) |
Bij de gemeenschappelijke marktordening voor granen moet gelijkelijk en op passende wijze rekening worden gehouden met de in de artikelen 33 en 131 van het Verdrag omschreven doelstellingen. |
|
(25) |
Bij de overgang van de bij Verordening (EEG) nr. 1766/92 vastgestelde regelingen naar de regelingen van deze verordening kunnen zich moeilijkheden voordoen waarop in deze verordening niet is ingegaan. Om dergelijke moeilijkheden te kunnen aanpakken moet de Commissie overgangsmaatregelen kunnen vaststellen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1
De gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen omvat een regeling voor de interne markt en een regeling voor het handelsverkeer met derde landen, en geldt voor de volgende producten:
|
GN-code |
Omschrijving |
|
|
a) |
0709 90 60 |
Suikermaïs, vers of gekoeld |
|
0712 90 19 |
Suikermaïs, gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
|
|
1001 90 91 |
Zachte tarwe en mengkoren, zaaigoed |
|
|
1001 90 99 |
Spelt, zachte tarwe en mengkoren, niet bestemd voor zaaidoeleinden |
|
|
1002 00 00 |
Rogge |
|
|
1003 00 |
Gerst |
|
|
1004 00 |
Haver |
|
|
1005 10 90 |
Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden |
|
|
1005 90 00 |
Maïs, andere dan zaaigoed |
|
|
1007 00 90 |
Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
|
|
1008 |
Boekweit, gierst en kanariezaad; andere granen |
|
|
b) |
1001 10 |
Durumtarwe |
|
c) |
1101 00 00 |
Meel van tarwe of van mengkoren |
|
1102 10 00 |
Roggemeel |
|
|
1103 11 |
Gries en griesmeel van tarwe |
|
|
1107 |
Mout, ook indien gebrand |
|
|
d) |
De in bijlage I genoemde producten |
|
Artikel 2
Het verkoopseizoen voor de in artikel 1 genoemde producten begint op 1 juli en eindigt op 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Artikel 3
Deze verordening is van toepassing onverminderd de maatregelen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van steunregelingen voor producenten van bepaalde gewassen ( 8 ).
HOOFDSTUK II
INTERNE MARKT
Artikel 4
1. Voor granen die voor interventie in aanmerking komen, wordt een interventieprijs ten bedrage van 101,31 euro per ton vastgesteld.
De in mei geldende interventieprijs voor maïs en sorgho blijft gelden in juli, augustus en september van hetzelfde jaar.
2. De interventieprijs heeft betrekking op het groothandelsstadium, levering franco magazijn, ongelost. Hij geldt voor alle voor de diverse graansoorten aangewezen interventiecentra in de Gemeenschap.
3. De interventieprijs wordt maandelijks verhoogd volgens de tabel in bijlage II.
4. De bij deze verordening vastgestelde prijzen kunnen volgens de procedure van artikel 37, lid 2, van het Verdrag worden gewijzigd op grond van ontwikkelingen in de productie en de marktsituatie.
Artikel 5
1. De door de lidstaten aangewezen interventiebureaus kopen de hun aangeboden, in de Gemeenschap geoogste zachte tarwe, durumtarwe, gerst, maïs en sorgho aan, voorzover de aanbiedingen voldoen aan de vastgestelde voorwaarden, met name wat kwaliteit en hoeveelheid betreft.
2. Deze aankopen kunnen slechts plaatsvinden tijdens de volgende interventieperioden:
a) van 1 augustus tot en met 30 april voor Griekenland, Spanje, Italië en Portugal;
b) van 1 december tot en met 30 juni voor Zweden;
c) van 1 november tot en met 31 mei voor de overige lidstaten.
Als de interventieperiode in Zweden leidt tot omlegging van de in lid 1 bedoelde producten van andere lidstaten naar de interventie in Zweden, moeten overeenkomstig de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld om de situatie te corrigeren.
3. Voor de aankopen geldt de interventieprijs, waarop zo nodig kwaliteitstoeslagen of -kortingen worden toegepast.
Artikel 6
De bepalingen voor de uitvoering van de artikelen 4 en 5 worden volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld, met name wat betreft:
a) de aanwijzing van de interventiecentra;
b) voor elke graansoort, de minimumkwaliteit en -hoeveelheid om voor interventie in aanmerking te komen;
c) de bij de interventie toe te passen toeslagen en kortingen;
d) de procedures en voorwaarden voor de overneming door de interventiebureaus;
e) de procedures en voorwaarden voor de afzet door de interventiebureaus.
Artikel 7
1. Wanneer zulks op grond van de marktsituatie noodzakelijk is, kunnen bijzondere interventiemaatregelen worden genomen.
Dergelijke interventiemaatregelen kunnen met name worden genomen als de marktprijzen in een of meer regio's van de Gemeenschap dalen of dreigen te dalen ten opzichte van de interventieprijs.
2. Over de aard en de toepassing van de bijzondere interventiemaatregelen, alsmede over de voorwaarden en procedures voor het te koop aanbieden of voor elke andere bestemming van de producten waarvoor deze maatregelen worden genomen, wordt besloten volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.
Artikel 8
1. Er kan een productierestitutie worden toegekend voor zetmeel op basis van maïs, tarwe of aardappelen en voor bepaalde derivaten die gebruikt worden bij de vervaardiging van bepaalde producten.
Bij ontstentenis van een omvangrijke nationale productie van andere granen ten behoeve van de zetmeelproductie, kan een productierestitutie worden toegekend voor zetmeel die in Finland en Zweden verkregen wordt uit gerst en haver, mits dit niet leidt tot een toename van de zetmeelproductie op basis van deze twee granen tot boven de:
a) 50 000 ton in Finland,
b) 10 000 ton in Zweden.
Overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 2, stelt de Commissie een lijst op van de in de eerste alinea bedoelde producten worden opgesteld.
2. De in lid 1 bedoelde restitutie wordt periodiek vastgesteld.
3. Overeenkomstig de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure worden nadere voorschriften voor de toepassing van dit artikel vastgesteld en het bedrag van de restitutie bepaald.
HOOFDSTUK III
HANDELSVERKEER MET DERDE LANDEN
Artikel 9
1. Voor alle invoer in, of uitvoer uit de Gemeenschap van in artikel 1 genoemde producten moet een invoer- of uitvoercertificaat worden overgelegd. Een afwijking is evenwel mogelijk voor producten die niet van grote invloed zijn op het aanbod op de graanmarkt.
Deze certificaten worden, onverminderd de toepassingsbepalingen voor de artikelen 12 tot en met 17, door de lidstaten afgegeven aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.
De invoer- of uitvoercertificaten zijn geldig in de hele Gemeenschap. Zij worden afgegeven op voorwaarde dat een zekerheid wordt gesteld als garantie dat de producten tijdens de geldigheidsduur van het certificaat worden in- of uitgevoerd. Deze zekerheid wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd als de invoer of de uitvoer niet of slechts ten dele binnen deze termijn plaatsvindt, behalve wanneer er sprake is van overmacht.
2. De geldigheidsduur van de certificaten en de overige toepassingsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.
Deel 1
Bepalingen betreffende de invoer
Artikel 10
1. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gelden voor de in artikel 1 genoemde producten de invoerrechten van het gemeenschappelijk douanetarief.
2. In afwijking van lid 1 is het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00, 1001 90 91, ex100190 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002, ex10 05, met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, en ex10 07, met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, gelijk aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.
3. Voor de berekening van het in lid 2 bedoelde invoerrecht worden regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de in dat lid bedoelde producten vastgesteld.
4. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 25, lid 2.
In deze bepalingen worden met name gespecificeerd:
a) de minimumvereisten voor zachte tarwe van hoge kwaliteit;
b) de in aanmerking te nemen prijsnoteringen;
c) de mogelijkheid om indien nodig in specifieke gevallen de marktdeelnemers in staat te stellen vóór aankomst van de betrokken zending te vernemen welk recht erop wordt toegepast.
Artikel 11
1. Onverminderd artikel 10, lid 2, wordt, om eventuele nadelige gevolgen van de invoer van in artikel 1 genoemde producten voor de communautaire markt te voorkomen of te neutraliseren, bij de invoer van één of meer van deze producten tegen het in artikel 10 bedoelde recht een aanvullend invoerrecht toegepast indien wordt voldaan aan de door de Commissie overeenkomstig lid 4 vast te stellen voorwaarden, tenzij die invoer de communautaire markt niet dreigt te verstoren of de gevolgen niet in verhouding zouden staan tot het beoogde doel.
2. Op invoer tegen een prijs die lager is dan het niveau dat de Gemeenschap aan de Wereldhandelsorganisatie heeft gemeld („de reactieprijs”), kan een aanvullend invoerrecht worden toegepast.
Voorts kan een aanvullend invoerrecht worden toegepast als in een jaar waarin de in lid 1 bedoelde nadelige gevolgen zich voordoen of dreigen zich voor te doen, het invoervolume een niveau overschrijdt dat is gebaseerd op de markttoegang, d.w.z. de invoer als percentage van het betrokken interne verbruik gedurende de voorgaande drie jaren („het reactievolume”).
3. De invoerprijzen die in aanmerking moeten worden genomen voor de toepassing van een aanvullend invoerrecht overeenkomstig lid 2, eerste alinea, worden vastgesteld op basis van de cif-invoerprijzen van de betrokken zending.
De cif-invoerprijzen worden daartoe getoetst aan de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt of op de communautaire invoermarkt.
4. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure. In deze bepalingen wordt met name gespecificeerd op welke producten aanvullende invoerrechten kunnen worden toegepast.
Artikel 12
1. De tariefcontingenten voor de invoer van in artikel 1 genoemde producten die voortvloeien uit overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten of uit andere besluiten van de Raad, worden door de Commissie geopend en beheerd overeenkomstig uitvoeringsbepalingen die worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.
2. De tariefcontingenten worden beheerd volgens een van de onderstaande methoden, of een combinatie daarvan:
a) op basis van de chronologische volgorde waarin de aanvragen worden ingediend (het beginsel „wie het eerst komt, het eerst maalt”);
b) evenredige verdeling van de hoeveelheden waarom bij de indiening van de aanvragen is verzocht (methode van het „gelijktijdig onderzoek”);
c) rekening houdend met de traditionele handelsstromen (methode van de „traditionele en de nieuwe marktdeelnemers”).
Andere passende methoden kunnen worden vastgesteld. Deze methoden moeten elke vorm van ongerechtvaardigde discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers voorkomen.
3. In de vastgestelde beheersmethode wordt zo nodig rekening gehouden met de voorzieningsbehoeften van de markt van de Gemeenschap en met de noodzaak om het evenwicht op deze markt te vrijwaren.
4. De in lid 1 bedoelde uitvoeringsbepalingen voorzien in de opening van jaarlijkse tariefcontingenten, die zo nodig op passende wijze over het jaar worden gespreid, en in de vaststelling van de toe te passen beheersmethode; zij bevatten, zo nodig:
a) bepalingen die de aard, de herkomst en de oorsprong van het product garanderen;
b) bepalingen betreffende de erkenning van het document aan de hand waarvan de onder a) bedoelde garanties kunnen worden gecontroleerd;
c) de voorwaarden inzake de afgifte en de geldigheidsduur van de invoercertificaten.
Voor het tariefcontingent voor invoer in Spanje van 2 000 000 ton maïs en 300 000 ton sorgho en het tariefcontingent voor invoer in Portugal van 500 000 ton maïs bevatten de uitvoeringsbepalingen ook de nodige bepalingen inzake de verrichting van de invoer in het kader van het tariefcontingent alsmede, in voorkomend geval, inzake de openbare opslag van de door de interventiebureaus van de betrokken lidstaten ingevoerde hoeveelheden en de afzet daarvan op de markt van die lidstaten.
Deel 2
Bepalingen betreffende de uitvoer
Artikel 13
1. Voorzover nodig om de onderstaande producten te kunnen uitvoeren op basis van de noteringen of de prijzen van die producten op de wereldmarkt en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die volgens artikel 300 van het Verdrag zijn gesloten, kan het verschil tussen deze noteringen of prijzen en de prijzen in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer; het gaat hierbij om:
a) de in artikel 1 genoemde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd;
b) de in artikel 1 genoemde producten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage III genoemde producten.
De uitvoerrestitutie voor de onder b) bedoelde producten mag niet hoger zijn dan de restitutie die geldt bij uitvoer van die producten in ongewijzigde staat.
2. Voor de toewijzing van de hoeveelheden die met uitvoerrestitutie kunnen worden uitgevoerd, wordt de methode vastgesteld:
a) die het best overeenstemt met de aard van het product en met de betrokken marktsituatie, zodat de beschikbare middelen zo doeltreffend mogelijk kunnen worden gebruikt, rekening houdend met de doeltreffendheid en met de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap, zonder dat dit leidt tot discriminatie tussen kleine en grote marktdeelnemers;
b) die, gezien de beheerseisen, administratief het minst belastend is voor de marktdeelnemers;
c) waarmee discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers wordt voorkomen.
3. De uitvoerrestitutie is voor de hele Gemeenschap gelijk. Zij kan worden gedifferentieerd naar gelang van de bestemming wanneer dat op grond van de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten noodzakelijk is. De restituties worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure. Zij kunnen:
a) periodiek worden vastgesteld;
b) via openbare inschrijving worden vastgesteld, voor de producten waarvoor die procedure voorheen bestond.
De uitvoerrestituties die periodiek worden vastgesteld, kunnen zo nodig door de Commissie tussentijds worden gewijzigd op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief.
Artikel 14
1. Voor in artikel 1 genoemde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, wordt de uitvoerrestitutie uitsluitend toegekend op aanvraag en na overlegging van een uitvoercertificaat.
2. De uitvoerrestitutie voor in artikel 1 genoemde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, is het bedrag dat geldt op de dag van de aanvraag van het certificaat en, voor een gedifferentieerde restitutie, de restitutie die op diezelfde dag geldt:
a) voor de op het certificaat aangegeven bestemming,
of, in voorkomend geval,
b) voor de werkelijke bestemming, indien die verschilt van de op het certificaat aangegeven bestemming. In dat geval mag het toe te passen bedrag niet hoger zijn dan het bedrag dat geldt voor de op het certificaat vermelde bestemming.
Er kunnen passende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de flexibiliteit waarin dit lid voorziet.
3. De leden 1 en 2 kunnen volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad ( 9 ) van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen van toepassing worden verklaard voor de in artikel 1 genoemde producten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage III genoemde goederen. De uitvoeringsbepalingen worden volgens diezelfde procedure vastgesteld.
4. Voor in artikel 1 genoemde producten waarvoor in het kader van voedselhulpacties uitvoerrestituties worden toegekend, kan volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure van de leden 1 en 2 worden afgeweken.
Artikel 15
1. Behoudens een afwijking waartoe is besloten volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure wordt voor de in artikel 1, onder a) en b), bedoelde producten de overeenkomstig artikel 14, lid 2, toe te passen restitutie aangepast op grond van de maandelijkse verhogingen van de interventieprijs, en, in voorkomend geval, van de schommelingen van de prijs.
2. Volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure kan een correctiebedrag voor de uitvoerrestituties worden vastgesteld. Zo nodig kan de Commissie deze correctiebedragen wijzigen.
3. Lid 1 en lid 2 kunnen geheel of gedeeltelijk worden toegepast op elk van de in artikel 1, onder c) en d), bedoelde producten, alsmede op de in artikel 1 bedoelde producten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen en die zijn opgenomen in bijlage III. In dat geval wordt de in het eerste lid bedoelde aanpassing gecorrigeerd door op de maandelijkse verhoging een coëfficiënt toe te passen die de verhouding aangeeft tussen de hoeveelheid basisproduct en de hoeveelheid daarvan die aanwezig is in het uitgevoerde verwerkte product of die gebruikt is in het uitgevoerde goed.
4. Bij uitvoer tijdens de eerste drie maanden van het verkoopseizoen van mout die aan het eind van het voorafgaande verkoopseizoen in voorraad was of vervaardigd is op basis van gerst die op dat moment in voorraad was, wordt de restitutie toegepast welke, voor het betrokken certificaat, toegepast zou zijn bij uitvoer in de laatste maand van het voorafgaande verkoopseizoen.
Artikel 16
Voorzover dit nodig is om rekening te houden met de bijzondere bereidingswijze van bepaalde alcoholhoudende dranken uit granen, kunnen de criteria voor de toekenning van de in artikel 13, lid 1, bedoelde uitvoerrestituties en de controlemethoden aan deze bijzondere situatie worden aangepast.
Artikel 17
De inachtneming van de kwantitatieve beperkingen die voortvloeien uit overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten, wordt gewaarborgd via uitvoercertificaten die voor de daarin vermelde referentieperiodes voor de betrokken producten worden afgegeven. Wat de naleving betreft van de verplichtingen uit hoofde van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw, laat het aflopen van een referentieperiode de geldigheid van de uitvoercertificaten onverlet.
Artikel 18
De uitvoeringsbepalingen voor dit deel, inclusief de bepalingen inzake de herverdeling van niet toegewezen of niet benutte hoeveelheden die voor uitvoer in aanmerking komen, en met name de bepalingen betreffende de in artikel 16 bedoelde aanpassing, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.
Bijlage III wordt volgens dezelfde procedure gewijzigd.
Deel 3
Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 19
1. Voorzover dit voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening in de sector granen nodig is, kan de Raad op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 37, lid 2, van het Verdrag:
a) in artikel 1 genoemde producten die bestemd zijn voor de vervaardiging van in artikel 1, onder c) en d), genoemde producten
b) in bijzondere gevallen, in artikel 1 genoemde producten die bestemd zijn voor de vervaardiging van in bijlage III genoemde producten,
geheel of gedeeltelijk uitsluiten van de regeling actief of passief veredelingsverkeer.
2. In afwijking van lid 1 neemt de Commissie, als de in lid 1 bedoelde situatie zich uitzonderlijk dringend laat aanzien en de communautaire markt door de regeling actief of passief veredelingsverkeer wordt verstoord of dreigt te worden verstoord, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure een besluit inzake de te nemen maatregelen. De maatregelen worden aan de Raad en de lidstaten meegedeeld, hebben een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden en zijn onmiddellijk van toepassing. Als de Commissie een dergelijk verzoek van een lidstaat ontvangt, neemt zij hierover een besluit binnen een week na ontvangst van het verzoek.
3. Iedere lidstaat kan de maatregelen waartoe de Commissie heeft besloten, binnen een week na de datum van de mededeling daarvan, aan de Raad voorleggen. De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid het besluit van de Commissie bevestigen, wijzigen of intrekken.
Als de Raad binnen drie maanden na de datum waarop het besluit aan hem is voorgelegd, geen besluit heeft genomen, wordt het besluit van de Commissie geacht te zijn ingetrokken.
Artikel 20
1. Voor de tariefindeling van de onder deze verordening vallende producten gelden de algemene bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de bijzondere regels voor de toepassing ervan. De tariefnomenclatuur die voortvloeit uit de toepassing van deze verordening, wordt overgenomen in het gemeenschappelijk douanetarief.
2. Behoudens andersluidende bepalingen die in deze verordening of ter uitvoering van de bepalingen daarvan worden vastgesteld, zijn in het handelsverkeer met derde landen verboden:
a) de toepassing van enige heffing van gelijke werking als een douanerecht;
b) de toepassing van enige kwantitatieve beperking of maatregel van gelijke werking.
Artikel 21
1. Als de noteringen of prijzen op de wereldmarkt voor één of meer van de in artikel 1 genoemde producten een peil bereiken waarbij de voorziening van de communautaire markt wordt verstoord of dreigt te worden verstoord, en als het ernaar uitziet dat deze toestand zal voortduren en ernstiger zal worden, kunnen passende maatregelen worden genomen. Bij extreme urgentie kunnen die maatregelen als vrijwaringsmaatregelen worden genomen.
2. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.
Artikel 22
1. Als in de Gemeenschap de markt voor een of meer van de in artikel 1 bedoelde producten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan die de doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen, kunnen in het handelsverkeer met landen die geen lid zijn van de WTO, passende maatregelen worden toegepast totdat de verstoring opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is.
2. Als de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, neemt de Commissie op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief een besluit over de te nemen maatregelen. Deze maatregelen worden aan de lidstaten meegedeeld en zijn onmiddellijk van toepassing. Als de Commissie een dergelijk verzoek van een lidstaat ontvangt, neemt zij hierover een besluit binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek.
3. Iedere lidstaat kan de maatregelen waartoe de Commissie heeft besloten, binnen drie werkdagen na de datum van de mededeling daarvan, aan de Raad voorleggen. De Raad komt onverwijld bijeen. Hij kan de betreffende maatregelen binnen een maand na de datum waarop die aan hem is voorgelegd, met gekwalificeerde meerderheid wijzigen of intrekken.
4. De bepalingen die op grond van dit artikel worden vastgesteld, worden toegepast met inachtneming van de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomstig artikel 300, lid 2, van het Verdrag gesloten overeenkomsten.
HOOFDSTUK IV
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 23
Tenzij in deze verordening anders is bepaald, zijn de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag van toepassing op de productie van en de handel in de in artikel 1 genoemde producten.
Artikel 24
De lidstaten en de Commissie verstrekken elkaar de gegevens die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening en voor de nakoming van de aangegane internationale verplichtingen betreffende granen.
De uitvoeringsbepalingen waarin wordt gespecificeerd welke gegevens moeten worden verstrekt en hoe zij moeten worden meegedeeld en verspreid, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.
Artikel 25
1. De Commissie wordt bijgestaan door een Comité van beheer voor granen, hierna „het Comité” te noemen.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt één maand.
3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 26
Het Comité kan elk vraagstuk onderzoeken dat door zijn voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een lidstaat, aan de orde wordt gesteld.
Artikel 27
Maatregelen die in noodgevallen zowel noodzakelijk als verantwoord zijn om praktische en specifieke problemen op te lossen, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.
Deze maatregelen mogen van bepaalde onderdelen van deze verordening afwijken, maar slechts voorzover en voor zolang dat strikt noodzakelijk is.
Artikel 28
Verordening (EG) nr. 1258/1999 en de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen zijn van toepassing voor de uitgaven die de lidstaten verrichten ter nakoming van de verplichtingen op grond van deze verordening.
Artikel 29
Deze verordening wordt op zodanige wijze toegepast dat gelijkelijk en op passende wijze rekening wordt gehouden met de in de artikelen 33 en 131 van het Verdrag omschreven doelstellingen.
HOOFDSTUK V
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 30
1. Verordening (EEG) nr. 1766/92 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de in bijlage IV opgenomen concordantietabel.
2. Volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure kunnen overgangsbepalingen worden vastgesteld.
Artikel 31
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van het verkoopseizoen 2004/05.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
Producten bedoeld in artikel 1, onder d)
|
GN-code |
Omschrijving |
|
0714 |
Maniokwortel, arrowroot (pijlwortel), salepwortel, aardperen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets; merg van de sagopalm |
|
ex11 02 |
Meel van granen, andere dan van tarwe of van mengkoren: |
|
1102 20 |
– maïsmeel |
|
1102 90 |
– ander: |
|
1102 90 10 |
– – van gerst |
|
1102 90 30 |
– – van haver |
|
1102 90 90 |
– – ander |
|
ex11 03 |
Gries, griesmeel en pellets van granen, met uitzondering van gries en griesmeel van tarwe (onderverdeling 1103 11), gries en griesmeel van rijst (onderverdeling 1103 19 50) en pellets van rijst (onderverdeling 1103 20 50) |
|
ex11 04 |
Op andere wijze bewerkte granen (bijvoorbeeld gepeld, geplet, in vlokken, gepareld, gesneden of gebroken), andere dan rijst bedoeld bij post 1006 en vlokken van rijst van onderverdeling 1104 19 91); graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen |
|
1106 20 |
Meel, gries en poeder, van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 0714 |
|
ex11 08 |
Zetmeel en inuline: |
|
– zetmeel: |
|
|
1108 11 00 |
– – tarwezetmeel |
|
1108 12 00 |
– – maïszetmeel |
|
1108 13 00 |
– – aardappelzetmeel |
|
1108 14 00 |
– – maniokzetmeel (cassave) |
|
ex11 08 19 |
– – ander zetmeel: |
|
1108 19 90 |
– – – ander |
|
1109 00 00 |
Tarwegluten, ook indien gedroogd |
|
1702 |
Andere suiker, chemisch zuivere lactose, maltose, glucose en fructose (levulose) daaronder begrepen, in vaste vorm; suikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen; kunsthonig, ook indien met natuurhonig vermengd; karamel: |
|
ex17 02 30 |
– glucose en glucosestroop, in droge toestand geen of minder dan 20 gewichtspercenten fructose bevattend: |
|
– – andere: |
|
|
– – – andere: |
|
|
1702 30 91 |
– – – – in wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd |
|
1702 30 99 |
– – – – andere: |
|
ex17 02 40 |
– glucose en glucosestroop, in droge toestand 20 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten fructose bevattend, met uitzondering van invertsuiker: |
|
1702 40 90 |
– – andere |
|
ex17 02 90 |
– andere, daaronder begrepen inverstsuiker en andere suiker en suikerstropen die in droge toestand 50 gewichtspercenten fructose bevatten: |
|
1702 90 50 |
– – maltodextrine en maltodextrinestroop |
|
– – karamel: |
|
|
– – – andere: |
|
|
1702 90 75 |
– – – – in poeder, ook indien geagglomereerd |
|
1702 90 79 |
– – – – andere: |
|
2106 |
Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
ex21 06 90 |
– andere: |
|
– – suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen: |
|
|
– – – andere: |
|
|
2106 90 55 |
– – – – van glucose en van maltodextrine |
|
ex23 02 |
Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van granen, ook indien in pellets |
|
ex23 03 |
Afvallen van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen, bietenpulp, uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie, bostel (brouwerijafval), afvallen van branderijen, ook indien in pellets: |
|
2303 10 |
– afvallen van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen |
|
2303 30 00 |
– bostel (bouwerijafval) en afvallen van branderijen |
|
ex23 06 |
Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van plantaardige vetten of oliën, ook indien fijngemaakt of in pellets, andere dan die bedoeld bij post 2304 of 2305: |
|
2306 70 00 |
– van maïskiemen |
|
ex23 08 |
Plantaardige zelfstandigheden en plantaardig afval, plantaardige residuen en bijproducten, ook indien in pellets, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
2308 00 40 |
– eikels en wilde kastanjes; draf (droesem) van vruchten, andere dan druiven |
|
2309 |
Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren: |
|
ex23 09 10 |
– honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein: |
|
2309 10 11 2309 10 13 2309 10 31 2309 10 33 2309 10 51 2309 10 53 |
– – bevattende zetmeel, glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, bedoeld bij de onderverdelingen 1702 30 51 tot en met 1702 30 99, 1702 40 90, 1702 90 50 en 2106 90 55, met uitzondering van bereidingen en voeders met een gehalte aan zuivelproducten (1) van 50 gewichtspercenten of meer |
|
ex23 09 90 |
– andere: |
|
2309 90 20 |
– – producten bedoeld in aanvullende aantekening 5 bij hoofdstuk 23 van de gecombineerde nomenclatuur |
|
– – andere, zogenaamde „premelanges” daaronder begrepen: |
|
|
2309 90 31 2309 90 33 2309 90 41 2309 90 43 2309 90 51 2309 90 53 |
– – – bevattende zetmeel, glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, bedoeld bij de onderverdelingen 1702 30 51 tot en met 1702 30 99, 1702 40 90, 1702 90 50 en 2106 90 55, of zuivelproducten (1), met uitzondering van bereidingen en voeders met een gehalte aan zuivelproducten van 50 gewichtspercenten of meer |
|
(1) Voor de toepassing van deze onderverdeling wordt onder zuivelproducten de producten verstaan die vallen onder de posten 0401 tot en met 0406 en onder de onderverdelingen 1702 11, 1702 19 en 2106 90 51. |
|
BIJLAGE II
Maandelijkse verhoging van de interventieprijs als bedoeld in artikel 4, lid 3
|
(EUR/t) |
|
|
Juli |
— |
|
Augustus |
— |
|
September |
— |
|
Oktober |
— |
|
November |
0,46 |
|
December |
0,92 |
|
Januari |
1,38 |
|
Februari |
1,84 |
|
Maart |
2,30 |
|
April |
2,76 |
|
Mei |
3,22 |
|
Juni |
3,22 |
BIJLAGE III
Producten bedoeld in artikel 13, lid 1, onder b), en in artikel 19, lid 1, onder b)
|
GN-code |
Omschrijving |
|
ex04 03 |
Karnemelk, gestremde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao: |
|
0403 10 |
— yoghurt: |
|
0403 10 51 t/m 0403 10 99 |
— — gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao |
|
0403 90 |
— andere: |
|
0403 90 71 t/m 0403 90 99 |
— — gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao |
|
ex07 10 |
Groenten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren: |
|
0710 40 00 |
— suikermaïs |
|
ex07 11 |
Groenten, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie: |
|
0711 90 30 |
— suikermaïs |
|
ex17 04 |
Suikerwerk zonder cacao (witte chocolade daaronder begrepen), met uitzondering van zoethoutextract (drop) van onderverdeling 1704 90 10 |
|
1806 |
Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten |
|
ex19 01 |
Moutextract; bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of minder dan 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen; bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
1901 10 00 |
— bereidingen voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein |
|
1901 20 00 |
— mengsels en deeg, voor de bereiding van bakkerswaren bedoeld bij post 1905 |
|
1901 90 |
— andere: |
|
1901 90 11 t/m 1901 90 19 |
— — moutextract |
|
— — andere: |
|
|
1901 90 99 |
— — — andere |
|
ex19 02 |
Deegwaren, ook indien gekookt of gevuld (met vlees of andere zelfstandigheden), dan wel op andere wijze bereid, zoals spaghetti, macaroni, noedels, lasagne, gnocchi, ravioli en cannelloni; koeskoes, ook indien bereid: |
|
— deegwaren, niet gekookt, noch gevuld of op andere wijze bereid: |
|
|
1902 11 00 |
— — waarin ei is verwerkt |
|
1902 19 |
— — andere |
|
ex19 02 20 |
— gevulde deegwaren (ook indien gekookt of op andere wijze bereid): |
|
— — andere: |
|
|
1902 20 91 |
— — — gekookt of gebakken |
|
1902 20 99 |
— — — andere |
|
1902 30 |
— andere deegwaren |
|
1902 40 |
— koeskoes |
|
1903 00 00 |
Tapioca en soortgelijke producten bereid uit zetmeel, in de vorm van vlokken, korrels, parels en dergelijke |
|
1904 |
Graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren (bijvoorbeeld cornflakes); granen (andere dan maïs) in de vorm van korrels, voorgekookt of op andere wijze bereid |
|
1905 |
Brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, ook indien deze producten cacao bevatten; ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten van meel of van zetmeel |
|
ex20 01 |
Groenten, vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur: |
|
— andere: |
|
|
2001 90 30 |
— — suikermaïs (Zea mays var. saccharata) |
|
2001 90 40 |
— — broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten |
|
ex20 04 |
Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006: |
|
— aardappelen: |
|
|
— — andere: |
|
|
2004 10 91 |
— — — in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken |
|
— andere groenten en mengsels van groenten: |
|
|
2004 90 10 |
— — suikermaïs (Zea mays var. saccharata) |
|
ex20 05 |
Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006: |
|
— aardappelen: |
|
|
2005 20 10 |
— — in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken |
|
2005 80 00 |
— suikermaïs (Zea mays var. saccharata) |
|
ex20 08 |
Vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
— andere, mengsels, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2008 19, daaronder begrepen: |
|
|
— — andere: |
|
|
— — — zonder toegevoegde alcohol: |
|
|
— — — — zonder toegevoegde suiker: |
|
|
2008 99 85 |
— — — — — maïs, andere dan suikermaïs (Zea mays var. saccharata) |
|
2008 99 91 |
— — — — — broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten |
|
ex21 01 |
Extracten, essences en concentraten, van koffie, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van koffie, van thee of van maté; gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten, alsmede extracten, essences en concentraten daarvan: |
|
— — preparaten op basis van extracten, essences of concentraten of op basis van koffie: |
|
|
2101 12 98 |
— — — andere |
|
2101 20 |
— extracten, essences en concentraten, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van thee of van maté: |
|
2101 20 98 |
— — — andere |
|
2101 30 |
— gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten, alsmede extracten, essences en concentraten daarvan: |
|
— — gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten: |
|
|
2101 30 19 |
— — — andere |
|
— — extracten, essences en concentraten van gebrande cichorei en van andere gebrande koffiesurrogaten: |
|
|
2101 30 99 |
— — — andere |
|
ex21 02 |
Gist, ook indien inactief; andere eencellige micro-organismen, dood (andere dan de vaccins bedoeld bij post 3002); samengesteld bakpoeder: |
|
— levende gist: |
|
|
2102 10 31 en 2102 10 39 |
— — bakkersgist |
|
2105 00 |
Consumptie-ijs, ook indien cacao bevattend |
|
ex21 06 |
Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
— andere: |
|
|
2106 90 10 |
— — preparaten, „fondues” genaamd |
|
— — andere: |
|
|
2106 90 92 |
— — — bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel |
|
2106 90 98 |
— — — andere |
|
2202 |
Water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken, andere dan de vruchten- en groentesappen bedoeld bij post 2009 |
|
2205 |
Vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen |
|
ex22 08 |
Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten: |
|
— whisky: |
|
|
2208 30 32 t/m 2208 30 88 |
— — andere dan zogenaamde Bourbon-whisky |
|
2208 50 |
— gin en jenever |
|
2208 60 |
— wodka |
|
2208 70 |
— likeuren |
|
— andere: |
|
|
— — andere gedistilleerde dranken en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten, in verpakkingen inhoudende: |
|
|
— — — niet meer dan 2 l: |
|
|
2208 90 41 |
— — — — ouzo |
|
— — — — andere: |
|
|
— — — — — gedistilleerde dranken: |
|
|
— — — — — — andere: |
|
|
2208 90 52 |
— — — — — — — zogenaamde „Korn” |
|
2208 90 54 |
— — — — — — — tequila |
|
2208 90 56 |
— — — — — — — andere |
|
2208 90 69 |
— — — — — andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten |
|
— — — meer dan 2 l: |
|
|
— — — — gedistilleerde dranken: |
|
|
2208 90 75 |
— — — — — tequila |
|
2208 90 77 |
— — — — — andere |
|
2208 90 78 |
— — — — andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten |
|
2905 43 00 |
Mannitol |
|
2905 44 |
D-glucitol (sorbitol) |
|
ex33 02 |
Mengsels van reukstoffen en mengsels (oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op basis van een of meer van deze zelfstandigheden met andere stoffen, van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie; andere bereidingen op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken: |
|
— van de soort gebruikt in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie: |
|
|
— — van de soort gebruikt in de drankenindustrie: |
|
|
— — — bereidingen die alle essentiële aromatische stoffen van een bepaalde drank bevatten: |
|
|
— — — — andere (met een effectief alcohol-volumegehalte van niet meer dan 0,5 % vol): |
|
|
3302 10 29 |
— — — — — andere |
|
exhoofdstuk 35 |
Eiwitstoffen; gewijzigd zetmeel; lijm; enzymen: |
|
3505 |
Dextrine en ander gewijzigd zetmeel (bijvoorbeeld voorgegelatineerd of veresterd zetmeel); lijm op basis van zetmeel, van dextrine of van ander gewijzigd zetmeel |
|
ex38 09 |
Appreteermiddelen, middelen voor het versnellen van het verfproces of van het fixeren van kleurstoffen, alsmede andere producten en preparaten (bijvoorbeeld preparaten voor het beitsen), van de soort gebruikt in de textielindustrie, in de papierindustrie, in de lederindustrie of in dergelijke industrieën, elders genoemd noch elders onder begrepen: |
|
3809 10 |
— op basis van zetmeel of van zetmeelhoudende stoffen |
|
3824 60 |
Sorbitol, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2905 44 |
BIJLAGE IV
Concordantietabel
|
Verordening (EEG) nr. 1766/92 |
Deze verordening |
|
Artikel 1, lid 1 |
Artikel 1 |
|
Artikel 1, lid 2 |
— |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
— |
Artikel 3 |
|
Artikel 3, lid 1 |
Artikel 4, lid 1 |
|
Artikel 3, lid 2 |
Artikel 4, lid 3 |
|
Artikel 3, lid 3 |
Artikel 4, lid 2 |
|
Artikel 3, lid 4 |
Artikel 4, lid 4 |
|
Artikel 4, lid 1 |
Artikel 5, lid 1 |
|
Artikel 4, lid 2, eerste alinea, eerste streepje |
Artikel 5, lid 2, eerste alinea, onder a) |
|
Artikel 4, lid 2, eerste alinea, tweede streepje |
Artikel 5, lid 2, eerste alinea, onder b) |
|
Artikel 4, lid 2, eerste alinea, derde streepje |
Artikel 5, lid 2, eerste alinea, onder c) |
|
Artikel 4, lid 2, tweede alinea |
Artikel 5, lid 2, tweede alinea |
|
Artikel 4, lid 3 |
Artikel 5, lid 3 |
|
Artikel 5, eerste streepje |
Artikel 6, onder a) |
|
Artikel 5, tweede streepje |
Artikel 6, onder b) |
|
Artikel 5, derde streepje |
Artikel 6, onder c) |
|
Artikel 5, vierde streepje |
Artikel 6, onder d) |
|
Artikel 5, vijfde streepje |
Artikel 6, onder e) |
|
Artikel 6 |
Artikel 7 |
|
Artikel 7 |
Artikel 8 |
|
Artikel 8 |
— |
|
Artikel 9 |
Artikel 9 |
|
Artikel 10 |
Artikel 10 |
|
Artikel 11 |
Artikel 11 |
|
Artikel 12, lid 1 |
Artikel 12, lid 1 |
|
Artikel 12, lid 2, eerste alinea, eerste streepje |
Artikel 12, lid 2, eerste alinea, onder a) |
|
Artikel 12, lid 2, eerste alinea, tweede streepje |
Artikel 12, lid 2, eerste alinea, onder b) |
|
Artikel 12, lid 2, eerste alinea, derde streepje |
Artikel 12, lid 2, eerste alinea, onder c) |
|
Artikel 12, lid 2, tweede en derde alinea |
Artikel 12, tweede alinea |
|
Artikel 12, leden 3 en 4 |
Artikel 12, leden 3 en 4 |
|
Artikel 13, leden 1, 2 en 3 |
Artikel 13, leden 1, 2 en 3 |
|
Artikel 13, leden 4, 5, 6 en 7 |
Artikel 14, leden 1, 2, 3 en 4 |
|
Artikel 13, lid 8, eerste alinea |
Artikel 15, lid 1 |
|
Artikel 13, lid 8, tweede en derde alinea |
Artikel 15, leden 2 en 3 |
|
Artikel 13, lid 8, vierde alinea |
Artikel 15, lid 4 |
|
Artikel 13, lid 9 |
Artikel 16 |
|
Artikel 13, lid 10 |
Artikel 17 |
|
Artikel 13, lid 11 |
Artikel 18 |
|
Artikel 14, lid 1, eerste streepje |
Artikel 19, lid 1, onder a) |
|
Artikel 14, lid 1, tweede streepje |
Artikel 19, lid 1, onder b) |
|
Artikel 14, leden 2 en 3 |
Artikel 19, leden 2 en 3 |
|
Artikel 15, lid 1 |
Artikel 20, lid 1 |
|
Artikel 15, lid 2, eerste streepje |
Artikel 20, lid 2, onder a) |
|
Artikel 15, lid 2, tweede streepje |
Artikel 20, lid 2, onder b) |
|
Artikel 16 |
Artikel 21 |
|
Artikel 17, lid 1, eerste alinea |
Artikel 22, lid 1 |
|
Artikel 17, lid 1, tweede alinea |
— |
|
Artikel 17, leden 2, 3 en 4 |
Artikel 22, leden 2, 3 en 4 |
|
Artikel 18 |
— |
|
Artikel 19 |
Artikel 23 |
|
Artikel 20 |
— |
|
Artikel 21, eerste zin |
Artikel 24, lid 1 |
|
Artikel 21, tweede zin |
Artikel 24, lid 2 |
|
Artikel 22 |
— |
|
Artikel 23 |
Artikel 25 |
|
Artikel 24 |
Artikel 26 |
|
— |
Artikel 27 |
|
— |
Artikel 28 |
|
Artikel 25 |
Artikel 29 |
|
Artikel 26, lid 1 |
Artikel 30, lid 1 |
|
Artikel 26, lid 2 |
— |
|
Artikel 26, lid 3 |
Artikel 32, lid 2 |
|
Artikel 27 |
Artikel 31 |
|
Bijlage A |
Bijlage I |
|
Bijlage B |
Bijlage III |
|
Bijlage C |
Bijlage IV |
|
Bijlage D |
Bijlage II |
( 1 ) Advies van 5 juni 2003 (Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
( 2 ) PB C 208 van 3.9.2003, blz. 39.
( 3 ) Advies van 2 juli 2003 (Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
( 4 ) PB L 181 van 1.7.1992, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1104/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 1).
( 5 ) PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.
( 6 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
( 7 ) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.
( 8 ) Zie blz. 1 van dit PB.
( 9 ) PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2580/2000 (PB L 298 van 25.11.2000, blz. 5).