01997R1467 — NL — 30.04.2024 — 003.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EG) Nr. 1467/97 VAN DE RAAD van 7 juli 1997 (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
L 174 |
5 |
7.7.2005 |
||
|
VERORDENING (EU) Nr. 1177/2011 VAN DE RAAD van 8 november 2011 |
L 306 |
33 |
23.11.2011 |
|
|
L 1264 |
1 |
30.4.2024 |
||
VERORDENING (EG) Nr. 1467/97 VAN DE RAAD
van 7 juli 1997
over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
AFDELING 1
DEFINITIES EN EVALUATIES
Artikel 1
Artikel 2
Voorts wordt de overschrijding van de referentiewaarde als tijdelijk beschouwd indien uit de begrotingsprognoses van de Commissie blijkt dat het tekort na afloop van de in de eerste alinea bedoelde ernstige economische neergang of uitzonderlijke omstandigheden onder de referentiewaarde zal dalen.
De Commissie stelt overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU een verslag op indien de verhouding tussen de overheidsschuld en het bbp de referentiewaarde overschrijdt, de begrotingssituatie niet vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont en indien de in de controlerekening van de lidstaat geregistreerde afwijkingen groter zijn dan:
hetzij 0,3 procentpunt van het bbp per jaar;
hetzij cumulatief 0,6 procentpunt van het bbp.
Het in artikel 126, lid 3, VWEU, bedoelde verslag weerspiegelt in voorkomend geval:
de omvang van de schuldproblemen op basis van de methode van artikel 10 van Verordening 2024/1263, de ontwikkeling van de schuldenpositie van de overheid en de financiering ervan, en de bijbehorende risicofactoren en dan met name de looptijdstructuur, de valutasamenstelling van de schuld en voorwaardelijke verplichtingen, met inbegrip van eventuele impliciete verplichtingen die verband houden met de vergrijzing en de particuliere schuld;
de middellangetermijnontwikkelingen in de begrotingssituatie, waaronder met name de omvang van de werkelijke jaarlijkse en cumulatieve afwijking van het door de Raad vastgestelde netto-uitgavenpad, zoals vastgesteld op basis van de controlerekening;
de middellangetermijnontwikkelingen in de economische situatie, waaronder potentiële groei, de inflatieontwikkelingen en de conjuncturele ontwikkelingen, vergeleken met de aannames die ten grondslag liggen aan het door de Raad vastgestelde netto-uitgavenpad;
de voortgang met hervormingen en investeringen, waaronder met name begrepen beleid ter voorkoming en correctie van macro-economische onevenwichtigheden en beleid voor de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie voor groei en werkgelegenheid van de Unie, waaronder beleid dat door de bij Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ) ingestelde herstel- en veerkrachtfaciliteit wordt ondersteund, en de algehele kwaliteit van de overheidsfinanciën, waaronder met name de doeltreffendheid van nationale begrotingskaders;
gestegen overheidsinvesteringen in defensie, indien daarvan sprake is, ook rekening houdend met moment van boeking van uitgaven voor militair materieel.
De Commissie houdt terdege en uitdrukkelijk rekening met alle andere factoren die naar het oordeel van de betrokken lidstaat relevant zijn om de nakoming van de tekort- en schuldcriteria volledig te kunnen beoordelen, en die de lidstaat aan de Raad en de Commissie kenbaar heeft gemaakt. In dat verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan financiële bijdragen voor bevordering van internationale solidariteit en verwezenlijking van de gemeenschappelijke beleidsdoelen van de Unie als bedoeld in artikel 13, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263.
Indien de verhouding tussen de overheidsschuld en het bbp de referentiewaarde overschrijdt, wordt bij de nalevingsbeoordeling op basis van het tekortcriterium in de in artikel 126, leden 4, 5, en 6, VWEU bedoelde stappen die voorafgaan aan het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort enkel met die factoren rekening gehouden indien volledig is voldaan aan de tweeledige voorwaarde van het overkoepelende beginsel, namelijk dat het overheidstekort dicht bij de referentiewaarde blijft en de overschrijding van de referentiewaarde slechts van tijdelijke aard is.
Bij de nalevingsbeoordeling op basis van het schuldcriterium wordt in de stappen die leiden tot het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort echter wel rekening gehouden met die factoren.
AFDELING 1 bis
ECONOMISCHE DIALOOG
Artikel 2 bis
De Raad wordt geacht de aanbevelingen en voorstellen van de Commissie te volgen, of zijn standpunt in het openbaar toe te lichten.
De bevoegde commissie van het Europees Parlement kan de lidstaat waarop deze besluiten, aanbevelingen of aanmaningen betrekking hebben, de gelegenheid bieden om deel te nemen aan een gedachtewisseling.
AFDELING 2
BESPOEDIGING VAN DE PROCEDURE BIJ BUITENSPORIGE TEKORTEN
Artikel 3
In zijn aanbeveling verzoekt de Raad de lidstaat tevens een correctief netto-uitgavenpad uit te voeren om te waarborgen dat het algemene overheidstekort binnen de in de aanbeveling bepaalde termijn onder de referentiewaarde blijft of wordt gebracht en gehandhaafd.
Indien de procedure bij buitensporige tekorten is ingesteld op grond van het tekortcriterium, geldt voor de jaren waarin het algemene overheidstekort de referentiewaarde naar verwachting zal overschrijden, als benchmark voor het correctieve netto-uitgavenpad een minimale jaarlijkse structurele aanpassing van ten minste 0,5 % van het bbp.
Indien de procedure bij buitensporige tekorten is ingesteld op basis van het schuldcriterium, is het correctieve netto-uitgavenpad ten minste even veeleisend als het door de Raad overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde netto-uitgavenpad, en corrigeert het in de regel binnen de door de Raad gestelde termijn de gecumuleerde afwijkingen van de controlerekening.
De Raad kan op aanbeveling van de Commissie besluiten een herziene aanbeveling uit hoofde van artikel 126, lid 7, VWEU vast te stellen indien:
naar aanleiding van een dergelijke aanbeveling doeltreffende maatregelen zijn genomen en de voorwaarden van artikel 26 van Verordening (EU) 2024/1263 van toepassing zijn, of
de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) 2024/1263 van toepassing zijn.
In de herziene aanbeveling kan met name de termijn voor het corrigeren van het buitensporige tekort worden verlengd, in de regel met een jaar.
Artikel 4
Indien de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 8, VWEU vaststelt dat de betrokken lidstaat geen effectief gevolg aan zijn aanbevelingen heeft gegeven, brengt hij daaromtrent verslag uit aan de Europese Raad.
Artikel 5
De Raad kan op aanbeveling van de Commissie besluiten een herziene aanmaning uit hoofde van artikel 126, lid 9, VWEU vast te stellen indien:
naar aanleiding van een dergelijke aanmaning doeltreffende maatregelen zijn genomen en de voorwaarden van artikel 26 van Verordening (EU) 2024/1263 van toepassing zijn, of
de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) 2024/1263 van toepassing zijn.
In de herziene aanmaning kan met name de termijn voor het corrigeren van het buitensporige tekort worden verlengd, in de regel met een jaar.
Artikel 6
Artikel 7
Indien een deelnemende lidstaat zich niet voegt naar de opeenvolgende handelingen van de Raad overeenkomstig artikel 126, leden 7 en 9, VWEU, wordt het besluit van de Raad om overeenkomstig artikel 126, lid 11, VWEU sancties op te leggen doorgaans genomen binnen zestien maanden na de in artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 479/2009 vastgestelde termijnen voor het verstrekken van gegevens. Ingeval artikel 3, lid 5, of artikel 5, lid 2, van deze verordening wordt toegepast, wordt de termijn van zestien maanden dienovereenkomstig gewijzigd. In het geval van een opzettelijk tekort waarvan de Raad besluit dat het buitensporig is, wordt een spoedprocedure gevolgd.
Artikel 8
AFDELING 3
OPSCHORTING EN OPVOLGING
Artikel 9
De procedure bij buitensporige tekorten wordt geschorst indien:
de betrokken lidstaat handelt overeenkomstig aanbevelingen die zijn gedaan overeenkomstig artikel 126, lid 7, VWEU;
de betrokken deelnemende lidstaat handelt overeenkomstig de aanmaningen die zijn gegeven overeenkomstig artikel 126, lid 9, VWEU.
Artikel 10
De Raad en de Commissie volgen regelmatig de uitvoering van de maatregelen:
Artikel 10 bis
AFDELING 4
SANCTIES
Artikel 11
Telkens wanneer de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 11, VWEU besluit sancties aan een deelnemende lidstaat op te leggen, wordt in de regel een boete verlangd. De Raad kan besluiten om naast deze boete de andere maatregelen te nemen als bepaald in artikel 126, lid 11, VWEU.
Artikel 12
▼M2 —————
Artikel 14
Afhankelijk van de mate waarin de betrokken deelnemende lidstaat erin is geslaagd het buitensporige tekort te corrigeren, trekt de Raad de in artikel 126, lid 11, eerste en tweede streepje, VWEU, bedoelde sancties overeenkomstig artikel 126, lid 12, VWEU in.
Artikel 15
Overeenkomstig artikel 126, lid 12, VWEU trekt de Raad alle nog openstaande sancties in indien het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort wordt ingetrokken. Boeten die overeenkomstig artikel 12 van deze verordening zijn opgelegd, worden niet aan de betrokken deelnemende lidstaat terugbetaald.
Artikel 16
De in artikel 12 bedoelde geldboeten vormen algemene ontvangsten voor de Uniebegroting.
AFDELING 5
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
▼M3 —————
Artikel 17 bis
Dat verslag bevat een evaluatie van:
de doeltreffendheid van deze verordening bij de verwezenlijking van de in artikel 1, lid 1, bedoelde doelstelling, en
de vooruitgang die is geboekt bij het waarborgen van een nauwere coördinatie van het economisch beleid en de aanhoudende convergentie van de economische prestaties van de lidstaten overeenkomstig het VWEU.
Artikel 17 ter
Op aanbeveling van de Commissie stelt de Raad een herziene aanbeveling krachtens artikel 126, lid 7, VWEU of een herziene aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, VWEU vast voor lidstaten waaraan op 30 april 2024 reeds een aanbeveling krachtens artikel 126, lid 7, VWEU, of een aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, VWEU was gericht en die daaraan effectief gevolg hebben gegeven.
De Raad stelt de herziene aanbeveling of aanmaning tezamen vast met de vaststelling van de aanbeveling op grond van artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 waarin het netto-uitgavenpad wordt vastgesteld.
Artikel 18
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1999.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
▼M3 —————
( 1 ) Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad (PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj).
( 2 ) Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17).
( 3 ) Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 1).
( 4 ) PB C 73 van 25.3.2006, blz. 21.