1985R3703 — NL — 28.07.2006 — 002.001
Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen
|
VERORDENING (EEG) Nr. 3703/85 VAN DE COMMISSIE van 23 december 1985 (PB L 351, 28.12.1985, p.63) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
No |
page |
date |
||
|
VERORDENING (EEG) Nr. 3506/89 VAN DE COMMISSIE van 23 november 1989 |
L 342 |
11 |
24.11.1989 |
|
|
VERORDENING (EG) Nr. 1115/2006 VAN DE COMMISSIE van 20 juli 2006 |
L 199 |
6 |
21.7.2006 |
|
VERORDENING (EEG) Nr. 3703/85 VAN DE COMMISSIE
van 23 december 1985
houdende uitvoeringsbepalingen inzake de gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde soorten verse of gekoelde vis
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte betreffende de toetreding van Spanje en Portugal, en met name op artikel 4, lid 4,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 103/76 van de Raad van 19 januari 1976 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde soorten verse of gekoelde vis ( 2 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3396/85 ( 3 ), en met name op de artikelen 6, 8 en 8 bis,
Overwegende dat uit ervaring is gebleken dat nadere toelichtingen moeten worden gegeven op de bij Verordening (EEG) nr. 103/76 vastgestelde gemeenschappelijke handelsnormen, ten einde een meer harmonische toepassing van deze normen in de Lid-Staten te waarborgen;
Overwegende dat de indeling van haring en makreel aan de hand van steekproeven, als bedoeld in artikel 8 bis van Verordening (EEG) nr. 103/76, zodanig moet worden uitgevoerd dat inachtneming van de communautaire normen voor deze soorten wordt gewaarborgd; dat, ten einde de betrouwbaarheid van de resultaten van de indeling aan de hand van steekproeven voor de partijen als geheel te waarborgen, het aantal te nemen steekproeven, het gewicht of de omvang van elk monster en de methoden voor de toetsing van de indeling en voor de gewichtscontrole van de in de handel gebrachte partijen moeten worden vastgesteld rekening houdende met de vorm waarin de produkten te koop worden aangeboden;
Overwegende dat de betrokken Lid-Staten, om bij te dragen tot een verbetering van de kwaliteit van aan de hand van steekproeven ingedeelde vis en om te voorkomen dat vis met een onvoldoende versheidsgraad in de handel wordt gebracht, maatregelen moeten invoeren waarbij onder andere wordt voorzien in inspecties van de technische voorzieningen voor bewaring van de vis aan boord van de schepen;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor visserijprodukten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bij deze verordening worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld met betrekking tot controle op de overeenstemming met de gemeenschappelijke handelsnormen vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 103/76 voor de indeling en de weging van bepaalde vis.
Artikel 2
Een partij wordt als homogeen beschouwd in de zin van artikel 7, lid 1, en artikel 8, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 103/76, indien zij voor niet meer dan 10 % bestaat uit vis die behoort tot de versheids- en grootteklasse onmiddellijk beneden en/of boven die welke voor de betrokken kist of partij is vermeld.
Artikel 3
Bij de indeling van door een vaartuig aan wal gebrachte hoeveelheden van een bepaald product, mag de totale hoeveelheid van een partij die wordt beschouwd als een partij van geringe omvang in de zin van artikel 7, lid 1, en artikel 8, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 103/76, niet meer bedragen dan 100 kg van het betrokken product dat door het vaartuig wordt aangevoerd en voor een bepaalde verkoop bestemd is. De bevoegde diensten van de Lid-Staten zijn evenwel gemachtigd een kleinere hoeveelheid dan 100 kg vast te stellen voor zover de bijzondere productie- en verhandelingsomstandigheden zulks noodzakelijk maken.
Artikel 4
De Lid-Staten nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat een overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 103/76 vastgestelde indeling van een product in het kader van de eerste verkoop slechts onder toezicht van de bevoegde instanties kan worden gewijzigd.
Artikel 5
Om overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 103/76 te waarborgen dat de standaardkisten de veronderstelde hoeveelheid bevatten, moet ten minste één kist op 100 worden gewogen onverminderd stringentere nationale bepalingen of handelspraktijken in de Lid-Staten. Een variatie in het nettogewicht, als bedoeld in artikel 8, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 103/76, van 5 % beneden of boven het vermelde of veronderstelde gewicht wordt toegestaan onder voorbehoud van stringentere nationale handelsrechtelijke bepalingen.
Artikel 6
De in de artikelen 7 en 8 van Verordening (EEG) nr. 103/76 bedoelde indeling in en de vermelding van de versheids- en grootteklasse gebeurt binnen een redelijke termijn voordat de producten voor het eerst te koop worden aangeboden, teneinde zo de in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 3796/81 bedoelde controle te vergemakkelijken.
Artikel 7
1. De indeling van de in bijlage II vermelde soorten in de verschillende versheids- en grootteklassen aan de hand van steekproeven als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 103/76, wordt uitgevoerd volgens de bepalingen die zijn vastgesteld in de volgende leden en in artikel 8.
2. De monsters worden, rekening houdende met de handelsgebruiken in de Lid-Staten, zodanig genomen dat zij representatief zijn voor de betrokken hoeveelheden. De monsters worden volgens een zekere regelmaat genomen waarbij rekening wordt gehouden met het gewicht van de te nemen monsters en de totale voor verkoop bestemde hoeveelheid.
3. De monsters worden genomen uit de voor de verkoop bestemde hoeveelheid volgens onderstaand schema. Voor hoeveelheden boven 100 ton bedragen zij ten minste 0,08 %.
|
Voor de verkoop bestemde hoeveelheid (ton) |
Minimumgewicht van de te nemen monsters (kg) |
|
minder dan 5 |
8 |
|
5 tot minder dan 15 |
20 |
|
15 tot minder dan 40 |
40 |
|
40 tot minder dan 60 |
60 |
|
60 tot minder dan 80 |
80 |
|
80 tot minder dan 100 |
100 |
|
100 en meer |
120 |
4. Als de vis wordt aangevoerd door een vaartuig dat is uitgerust met bewaartanks voor vis, worden, rekening houdende met bovenstaande bepalingen, monsters genomen van de inhoud van elke tank.
Artikel 8
1. Alle vis van ieder monster wordt ingedeeld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 103/76. De versheidsklasse wordt bepaald volgens de criteria vermeld onder de punten I van bijlage A bij deze verordening.
Vervolgens worden de voor de verkoop bestemde hoeveelheden ingedeeld volgens dezelfde indeling als die van de vis van het monster, tenzij een visuele keuring van de betrokken hoeveelheden aanleiding geeft tot twijfels inzake de representativiteit van het monster.
Wat de versheids- en grootteklasse betreft is een schommeling binnen de in artikel 2 vastgestelde grenzen toegestaan.
2. Als uit onderzoek van het monster blijkt
a) dat meer dan 10 % van de onderzochte vissen behoort tot versheidsklasse B, wordt het gewicht van de volgens artikel 7, lid 3, te nemen monsters, ten minste verdubbeld. Een voldoende aantal vissen wordt eveneens onderzocht aan de hand van de versheidscriteria die zijn vervat in de punten II van bijlage A bij Verordening (EEG) nr. 103/76. De betrokken hoeveelheden kunnen in een hogere klasse dan klasse B worden ingedeeld wanneer de kwaliteit van alle vissen van het tweede monster hoger is dan klasse B;
b) dat een deel van de onderzochte vissen niet voldoet aan de voorwaarden voor verkoop voor menselijke consumptie, mogen de betrokken hoeveelheden niet voor dit doel worden verkocht, tenzij bij indeling overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van Verordening (EEG) nr. 103/76 blijkt dat een deel daarvan mag worden verkocht voor menselijke consumptie;
c) dat bepaalde hoeveelheden, wat de versheid en de grootte betreft, mogelijk niet homogeen zijn, bepalen de in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 103/76 bedoelde deskundigen hoe groot de extra te nemen monsters moeten zijn.
3. Als uit een visuele keuring van de vissen blijkt dat zij aan boord van de vaartuigen niet zijn bewaard overeenkomstig artikel 6, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 103/76, is de in lid 2, onder a), beschreven beoordelingsmethode van toepassing.
Artikel 9
De Lid-Staten garanderen via regelmatige controles dat voor producten die volgens de steekproefmethode zijn ingedeeld, Verordening (EEG) nr. 103/76 wordt nageleefd.
Artikel ►M1 10 ◄
1. Ten einde het gewicht van de aan wal gebrachte hoeveelheden te bepalen, worden de kisten of het vervoermiddel, waarin de betrokken hoeveelheden zijn geladen, gewogen. Wanneer dit niet mogelijk is wordt het gewicht van de aan wal gebrachte hoeveelheden berekend door optelling van het gewicht van de inhoud van de standaardkisten in welke de hoeveelheden moeten worden gelost.
Een extra steekproefsgewijze weging vindt evenwel plaats voor deze standaardkisten.
2. In het geval de hoeveelheden in standaardkisten worden aangeboden op een veiling teneinde te worden verkocht voor een bepaalde verkoop, vindt de weging plaats volgens de bepaling van artikel 5.
3. Het gewicht van de aan boord van een schip overgeladen hoeveelheden wordt berekend door toepassing van de in de bijlage genoemde coëfficiënten op:
— enerzijds, het met adequate technische middelen bepaalde volume van de vangsten van elk vaartuig of van de inhoud van elke tank;
— anderzijds, het volume van de op het verwerkingsvaartuig overgeladen hoeveelheden, bepaald met gebruikmaking van de door de ijkdienst van de betrokken Lid-Staat erkende recipiënt.
Artikel ►M1 11 ◄
In het kader van de steekproefregeling nemen de Lid-Staten de noodzakelijke maatregelen teneinde met name te waarborgen dat:
— alle vaartuigen beschikken over adequate middelen en deze gebruiken om het behoud van de kwaliteit van de betrokken producten volgens de in Verordening (EEG) nr. 103/76 bedoelde maatstaven te waarborgen;
— voor wat betreft vaartuigen uitgerust met bewaartanks, de tanks goed worden schoongemaakt en de temperatuur in de tanks een adequate bewaring mogelijk maakt alsmede het vaststellen van deze temperatuur;
— alle in de handel gebrachte hoeveelheden worden geregistreerd, gespecificeerd naar versheids- en grootteklasse. De registratie vindt plaats in het in artikel ►M1 10 ◄ , lid 1, bedoelde geval, op basis van de door de kapitein van het betrokken vaartuig en door de koper ondertekende stukken, en in het in artikel ►M1 10 ◄ , lid 3, bedoelde geval, op basis van de door de kapiteins van de betrokken vaartuigen ondertekende stukken.
Artikel ►M1 12 ◄
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
BIJLAGE ►M1 I ◄
|
Soort |
Grootte (1) |
Volume (m3) |
Coëfficiënten |
|
Haring |
1 |
1 |
0,86 |
|
2 |
|||
|
3 |
|||
|
Makreel |
1 |
1 |
0,8 |
|
2 |
|||
|
3 |
|||
|
Sprot |
1 |
1 |
0,92 |
|
(1) De grootte klassen zijn die welke zijn omschreven ter uitvoering van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3796/81. |
|||
BIJLAGE II
1. Haring van de soort Clupea harengus
2. Sardines van de soort Sardina pilchardus
3. Makreel van de soort Scomber scombrus
4. Makreel van de soort Scomber japonicus
5. Horsmakreel van de soort Trachurus spp.
6. Ansjovis van de soort Engraulis spp.
7. Zeeschijter van de soort Maena smaris.
8. Sprot van de soort Sprattus sprattus.
( 1 ) PB nr. L 379 van 31. 12. 1981, blz. 1.
( 2 ) PB nr. L 20 van 28. 1. 1976, blz. 29.
( 3 ) PB nr. L 322 van 3. 12. 1985, blz. 1.