EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.9.2020
SWD(2020) 309 final
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE
Verslag over de rechtsstaat 2020
Landenhoofdstuk over Frankrijk
bij
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S
Verslag over de rechtsstaat 2020
Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie
{COM(2020) 580 final} - {SWD(2020) 300 final} - {SWD(2020) 301 final} - {SWD(2020) 302 final} - {SWD(2020) 303 final} - {SWD(2020) 304 final} - {SWD(2020) 305 final} - {SWD(2020) 306 final} - {SWD(2020) 307 final} - {SWD(2020) 308 final} - {SWD(2020) 310 final} - {SWD(2020) 311 final} - {SWD(2020) 312 final} - {SWD(2020) 313 final} - {SWD(2020) 314 final} - {SWD(2020) 315 final} - {SWD(2020) 316 final} - {SWD(2020) 317 final} - {SWD(2020) 318 final} - {SWD(2020) 319 final} - {SWD(2020) 320 final} - {SWD(2020) 321 final} - {SWD(2020) 322 final} - {SWD(2020) 323 final} - {SWD(2020) 324 final} - {SWD(2020) 325 final} - {SWD(2020) 326 final}
Samenvatting
Recent werd een aantal initiatieven genomen om de onafhankelijkheid, kwaliteit en efficiëntie van het Franse rechtsstelsel te verbeteren. Er is met name een hervorming voorgesteld om de bevoegdheden van de Hoge Raad voor de rechtspraak uit te breiden, wat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht verder zou versterken. De rechterlijke onafhankelijkheid wordt door ondernemingen als groot gezien en door het algemene publiek als gemiddeld. Daarnaast zijn nog andere initiatieven genomen om de kwaliteit en efficiëntie van het rechtsstelsel te verbeteren, met name betreffende digitalisering en middelen voor het gerechtelijk apparaat. Deze maatregelen zouden onder meer kunnen bijdragen aan de verbetering van de efficiëntie van de burgerlijke rechtspleging, die de laatste jaren achteruit is gegaan.
Frankrijk heeft zijn institutionele kader voor de bestrijding en preventie van corruptie in de openbare en de particuliere sector de laatste jaren versterkt. Er werden nieuwe gespecialiseerde instellingen voor corruptiebestrijding in het leven geroepen, zoals de Hoge Autoriteit voor de transparantie in het openbare leven (HATVP) en het Franse agentschap voor corruptiebestrijding (AFA). Met de goedkeuring van de Sapin II-wet in 2016 werd het mandaat van de HATVP uitgebreid tot het beheer van het lobbyregister, waardoor ze nu ook belast zal zijn met de regeling van “draaideurpraktijken”. Met de Sapin II-wet kwam er ook een ruim kader voor de bescherming van klokkenluiders. Het systeem van vermogensverklaringen bevat gedetailleerde informatie over vroegere en huidige activiteiten en belangen, die wordt gepubliceerd in een opendataformaat. De nationale openbare aanklager in financiële zaken heeft een goede staat van dienst waar het gaat om veroordelingen in gevallen van corruptie en verduistering van overheidsmiddelen op hoog niveau.
Frankrijk heeft een goed uitgewerkt wettelijk en institutioneel kader dat de mediapluriformiteit ondersteunt. De regulerende instantie voor de audiovisuele media is onafhankelijk en houdt nauw toezicht op de mediamarkt. Dankzij de regels betreffende transparantie over de eigendom van media wordt informatie over media-eigendom openbaar gemaakt. Bij ontwikkelingen in verband met de eigendom van media wordt bovendien het effect van directe en indirecte eigenaars op de mededinging beoordeeld. De toewijzing van overheidsreclame is gereguleerd en wordt gespreid over verschillende mediakanalen. De politieke invloed op de media wordt laag geacht, mede dankzij waarborgen in verband met ambtenaren en leden van de regulerende instantie voor de media. De redactionele onafhankelijkheid wordt goed beschermd, maar deze bescherming is grotendeels alleen van toepassing op journalisten met een arbeidsovereenkomst. Bovendien was er de laatste jaren een sterke toename van online en offline bedreigingen tegen journalisten, zelfs met fysieke aanvallen.
Het wetgevingsproces omvat effectbeoordelingen en frequente raadplegingen van belanghebbenden, en de Raad van State draagt ertoe bij dat de kwaliteit van wetgeving wordt verzekerd. Het recente initiatief voor een burgerconventie onderzoekt een innovatieve manier om burgers bij het wetgevingsproces te betrekken. Diverse onafhankelijke autoriteiten, waaronder de ombudsdienst (“Défenseur des droits”) en de Nationale Adviescommissie inzake de bescherming en bevordering van de mensenrechten, dragen bij aan de vrijwaring van de grondrechten. Het grondwettelijk hof, de Raad van State en andere onafhankelijke autoriteiten spelen een sleutelrol in het systeem van controles en waarborgen.
I.Justitieel stelsel
Het justitieel stelsel bestaat uit twee autonome geledingen: gewone rechtbanken met bevoegdheden in burgerlijke en strafzaken enerzijds en administratieve rechtbanken anderzijds. Beide geledingen bestaan uit drie niveaus: rechtbanken van eerste aanleg, hoven van beroep en een opperste gerechtshof (respectievelijk het Hof van Cassatie en de Raad van State). De Raad van State heeft ook een adviserende afdeling die adviezen geeft over wetsvoorstellen. Daarnaast staat hij in voor het beheer van de administratieve rechtbanken en hoven van beroep. Het grondwettelijk hof is bevoegd om de grondwettigheid van wetten te verifiëren. De Hoge Raad voor de rechtspraak, die bestaat uit een meerderheid van magistraten die door hun collega's worden verkozen, speelt een belangrijke rol bij de vrijwaring van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Het Openbaar Ministerie is een onderdeel van het gerechtelijk apparaat en staat onder het gezag van de minister van Justitie. Deze laatste kan algemene richtsnoeren voor het vervolgingsbeleid uitvaardigen, maar mag geen instructies geven in individuele zaken. Advocaten worden vertegenwoordigd door diverse balieverenigingen in heel Frankrijk.
Onafhankelijkheid
Recent werden hervormingen voorgesteld om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te versterken. De Hoge Raad voor de rechtspraak speelt een sleutelrol bij de vrijwaring van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Hij kan kandidaten benoemen voor een aantal sleutelfuncties, terwijl rechters meestal worden benoemd door de minister van Justitie na een bindend advies van de Raad. Aanklagers worden door de minister van Justitie benoemd na een advies van de Raad dat louter informatief is. Leden van de rechterlijke macht worden vervolgens formeel benoemd door de president van de Republiek. Een voorgestelde grondwetshervorming zou het advies van de Hoge Raad over de benoeming van kandidaat-aanklagers bindend maken bij de uitvoerende macht, wat zijn rol in het benoemingsproces zou versterken. Daarnaast is de Hoge Raad de instantie die bevoegd is om te beslissen over disciplinaire maatregelen voor rechters, terwijl de minister van Justitie disciplinaire besluiten over aanklagers goedkeurt op basis van een niet-bindend advies van de Hoge Raad. Met de voorgestelde hervorming zou de Hoge Raad ook de bevoegde instantie zijn die beslist over disciplinaire maatregelen betreffende aanklagers. De Greco toonde zich verheugd over deze voorgestelde grondwetswijzigingen. Bovendien zouden voormalige presidenten van de Republiek na de voorgestelde hervorming het recht verliezen om na hun ambtstermijn lid te worden van het grondwettelijk hof. Ook zou het Hof van Justitie van de Republiek, dat bevoegd is voor strafzaken betreffende regeringsleden in de uitoefening van hun functie, worden afgeschaft. De bevoegdheid voor dergelijke zaken zou overgaan naar het Parijse Hof van Beroep. Naast deze voorgestelde hervormingen vonden ook andere ontwikkelingen plaats, zoals de goedkeuring van een nieuw Compendium over de ethische verplichtingen van de rechterlijke macht door de Hoge Raad in januari 2019. Dit Compendium beveelt aan dat actieve leden van de rechterlijke macht geen ereorden voor zichzelf aanvragen, om bij het publiek geen twijfels over hun onafhankelijkheid te zaaien. In dat opzicht had de Raad van Europa zich eerder al bezorgd getoond over de mogelijkheid om officiële eretekens en onderscheidingen aan rechters toe te kennen.
De perceptie van de rechterlijke onafhankelijkheid is hoog bij ondernemingen en gemiddeld bij het algemene publiek. Bij respondenten uit het algemene publiek is 56 % van mening dat de onafhankelijkheid van rechtbanken “redelijk goed of zeer goed” is; 68 % van de respondenten uit het bedrijfsleven deelt die mening. Terwijl de perceptie van onafhankelijkheid bij ondernemingen de voorbije jaren is toegenomen, is ze sinds 2016 grotendeels stabiel gebleven bij het algemene publiek.
Kwaliteit
Er worden inspanningen gedaan om de digitalisering van het rechtsstelsel verder uit te werken. Online-informatie over het rechtsstelsel is voor het algemene publiek ruim beschikbaar, en er zijn bij de rechtbanken ruime mogelijkheden om onlinedagvaardingen door te sturen en de stadia van een procedure online te volgen. De mogelijkheid om een zaak langs elektronische weg in te dienen, blijft evenwel beperkt, net als de categorieën van arresten die online worden bekendgemaakt. In die zin vormt een recent besluit over het beschikbaar maken van gerechtelijke beslissingen aan het publiek een volgende stap in het digitaliseringsproces. Belanghebbenden hebben evenwel eerder al kritiek geuit op de bekendmakingswijzen en benadrukt dat de veiligheid en privacy van de leden van justitie moeten worden verzekerd. Daarnaast streeft de Programmawet voor Justitie 2018-2022 ernaar juridische procedures verder te digitaliseren en worden er inspanningen gedaan om de online indiening van verzoeken tot rechtsbijstand te vergemakkelijken.
Er zijn initiatieven genomen om de middelen voor het rechtsstelsel te verhogen. Hoewel de totale overheidsuitgaven voor rechtbanken in euro per inwoner hoger zijn dan het gemiddelde, zijn de uitgaven uitgedrukt als percentage van het bbp eerder laag. De Programmawet voor Justitie 2018-2022 voorziet in een aanzienlijke verhoging van de financiële middelen voor het rechtsstelsel, met een verschil van 24 % tussen de begroting van 2017 van 6,7 miljard EUR en het geplande bedrag van 8,3 miljard EUR in 2022. Bovendien werken het ministerie van Justitie en belanghebbenden sinds juli 2019 aan de uitwerking van een betrouwbaar instrument om de werklast te meten. De beschikbaarheid van een dergelijk instrument zou gunstig zijn om personele en financiële middelen binnen de rechterlijke macht optimaal te beheren. De inkomensgrens om in aanmerking te komen voor volledige rechtsbijstand ligt iets onder de Eurostat-armoedegrens. De Programmawet voor Justitie 2018-2022 voert verplichte bemiddeling in voor een aantal kleinere vorderingszaken, wat een invloed zou kunnen hebben op de toegang tot de rechter van de burgers.
Tijdens de COVID-19-pandemie werd een aantal maatregelen met betrekking tot de werking van het justitieel stelsel ingevoerd. Een van de maatregelen was de vervroegde vrijlating van bepaalde categorieën gevangenen, terwijl ook een automatische verlenging van de voorlopige hechtenis werd ingevoerd. Op de maatregel kwam felle kritiek van belanghebbenden, die erop wezen dat het grondrecht op vrijheid dreigde te worden geschonden. De Raad van State heeft een rechtsvordering die de wettigheid van de verlenging van de voorlopige hechtenis betwist, verworpen. Het Hof van Cassatie oordeelde dat de rechtbank die normaal gezien over de verlenging beslist zou hebben, snel de geldigheid van deze beslissing moest toetsen.
Efficiëntie
De burgerlijke rechtspleging kan efficiënter. De geraamde tijd om litigieuze burgerlijke en handelszaken te beslechten, is de voorbije jaren toegenomen, met een gemiddelde van meer dan 400 dagen in 2018. Bovendien is het afhandelingspercentage voor litigieuze burgerlijke en handelszaken gedaald tot 96 % in 2018, en is een aanzienlijk aantal litigieuze burgerlijke en handelszaken nog aanhangig. De recente invoering van de voorlopige uitvoering van rechterlijke beslissingen in eerste aanleg is erop gericht de efficiëntie van het rechtsstelsel verder te bevorderen. Bovendien kan ook de recente fusie van verschillende soorten rechtbanken van eerste aanleg in één vorm van “tribunal judiciaire” helpen deze doelstelling te behalen, hoewel belanghebbenden hun bezorgdheid hebben geuit over de impact van deze hervorming op de toegang van burgers tot de rechter.
II. Corruptiebestrijding
In Frankrijk is het institutionele en wetgevingskader grotendeels aanwezig. Zowel in de particuliere als in de openbare sector zijn er wetten om corruptie te voorkomen en te bestrijden, met bescherming van klokkenluiders, vermogensverklaringen, regels voor lobbywerk en “draaideurpraktijken”. Autoriteiten die betrokken zijn bij corruptiebestrijding zijn het agentschap voor corruptiebestrijding, de Hoge Autoriteit voor de Transparantie in het Openbare Leven (HATVP) en het Centrale bureau voor de bestrijding van corruptie en belastingmisdrijven. De nationaal financieel aanklager is bevoegd voor het onderzoek van corruptiezaken op hoog niveau.
Frankrijk behaalt 69/100 op de recentste corruptieperceptie-index van Transparency International, en staat op de 9e plaats in de Europese Unie en wereldwijd op de 23e plaats. Van de Franse respondenten vindt 70 % corruptie wijdverspreid in hun land (EU-gemiddelde 71 %), terwijl 10 % van de respondenten zich naar eigen zeggen in het dagelijks leven persoonlijk getroffen voelt door corruptie. Volgens 55 % van de ondernemingen is corruptie wijdverspreid (EU-gemiddelde 63 %), en 51 % van de ondernemingen vindt dat corruptie een probleem is wanneer zij zakendoen (EU-gemiddelde 37 %). Ook vindt 26 % van de respondenten dat er voldoende succesvolle vervolgingen zijn om mensen van corrupt gedrag te weerhouden (EU-gemiddelde 36 %) terwijl 43 % van de ondernemingen van mening is dat mensen en ondernemingen die zijn betrapt op omkoping van een hooggeplaatste ambtenaar, daarvoor een gepaste straf krijgen (EU-gemiddelde 31 %).
De nationale wetgeving criminaliseert alle vormen van actieve en passieve corruptiedelicten in de particuliere en de openbare sector. Dit omvat corruptie in de sport, evenals corruptie en beïnvloeding in de openbare sector. In januari 2020 keurde Frankrijk zijn eerste nationale meerjarenplan voor corruptiebestrijding goed. Het plan, dat werd opgesteld door het Franse agentschap voor corruptiebestrijding (AFA) in samenwerking met alle betrokken besturen en lokale overheden, heeft betrekking op de periode 2020-2022. Het nationale plan behelst zowel de preventieve als de repressieve dimensie van corruptie en voorziet in verscherpte preventiemaatregelen bovenop een toegenomen doeltreffendheid van internationale samenwerking op het stuk van corruptiebestrijding. Eind 2021 is een openbare raadpleging gepland om het maatschappelijk middenveld en alle belanghebbenden te betrekken bij de beoordeling van de eerste resultaten van de maatregelen van het nationaal plan.
Het agentschap voor corruptiebestrijding (AFA) werd opgericht op 9 december 2016. Aan het hoofd van het AFA staat een magistraat die bij besluit van de president van de Republiek is benoemd voor een niet-verlengbare termijn van zes jaar. Zijn functie kan alleen worden beëindigd op zijn verzoek of bij onbekwaamheid of ernstig wangedrag. Bij de uitoefening van zijn controlefunctie mag de directeur van het AFA geen instructies krijgen of vragen van enige bestuurlijke of regeringsautoriteit. Het AFA stelt het meerjarenplan voor corruptiebestrijding op en ondersteunt rechtspersonen uit de particuliere en openbare sector bij de preventie en opsporing van corruptie. Het ziet ook toe op de kwaliteit van preventiesystemen in overheidsorganen, op centraal en lokaal niveau, in non-profitorganisaties en stichtingen van algemeen belang en in overheids- en privéondernemingen onder zijn bevoegdheid, evenals op de uitvoering van gerechtelijke beslissingen aan de hand waarvan een conformiteitsprogramma wordt opgelegd.
De Hoge Autoriteit voor de Transparantie in het Openbare Leven (HATVP) ziet toe op de integriteit van de overheidsinstellingen. De opdrachten van deze onafhankelijke autoriteit, die in 2013 is opgericht, omvatten onder meer het controleren van de volledigheid, nauwkeurigheid en eerlijkheid van de vermogens- en belangenverklaringen van mandatarissen of ambtenaren, het melden van verdachte zaken aan het bureau van de nationaal financieel aanklager en het verstrekken van ethisch advies aan ambtenaren. Vermogensverklaringen worden ofwel doorgegeven aan de autoriteit die de betrokkene benoemd heeft, ofwel aan de HATVP. Belangenverklaringen van ambtenaren en ministers zijn beschikbaar in opendataformaat, terwijl de verklaringen van parlementsleden niet openbaar beschikbaar zijn. In 2018 ontving de HATVP 5 787 vermogens- en belangenverklaringen. Zij raamt dat 99,82 % van de ambtenaren zijn aangifteplicht naleeft. In 2018 verwees zij 30 zaken naar het Openbaar Ministerie. De HATVP kan in haar jaarverslagen ook voorstellen doen over mogelijke verbeteringen aan het wetgevings- en institutioneel kader. Met de goedkeuring van de Sapin II-wet in 2016 werd het mandaat van de HATVP uitgebreid tot het beheer van het lobbyregister. Sindsdien is zij ook belast met de regulering van “draaideurpraktijken”. In 2018 telde de Hoge Autoriteit 52 medewerkers, ontving ze 5 787 vermogens- en belangenverklaringen en beschikte ze over een begroting van 5,5 miljoen EUR. Andere instellingen die bij corruptiebestrijding betrokken zijn: de Nationale commissie voor campagnerekeningen en politieke financiering, en de ethisch commissaris van de Nationale Vergadering, die onlangs nog nieuwe opdrachten kreeg en steeds vaker door parlementsleden wordt geraadpleegd.
Hoewel alle politieniveaus corruptiedelicten kunnen onderzoeken, is een Centraal bureau voor de bestrijding van corruptie- en belastingmisdrijven (OCLCIFF) specifiek belast met het onderzoek naar corruptie en omkoping van buitenlandse ambtenaren. Het Centraal bureau (OCLCIFF) werkt onder leiding van het bureau van de nationaal financieel aanklager (PNF), een bureau dat sterk gespecialiseerd is in corruptiebestrijding. In februari 2020 publiceerde het ministerie van Justitie een verslag over corruptiegerelateerde zaken in 2018. Hieruit blijkt dat dergelijke zaken sinds 2013 met 24 % zijn toegenomen. Om het hoofd te bieden aan de uitdagingen die deze stijging met zich meebrengt, werd de financiële politie in juli 2019 gereorganiseerd. Er werd een onderdirectoraat opgericht dat zich uitsluitend bezighoudt met financiële misdaden waarin verschillende met deze zaken belaste departementen zijn ondergebracht: het onderdirectoraat voor de bestrijding van financiële misdrijven. Binnen deze nieuwe structuur is het OCLCIFF belast met corruptie, verduistering van overheidsmiddelen en belastingfraude. In 2020 werken 90 agenten voor het OCLCIFF.
De werkzaamheden van de nationale aanklager in financiële zaken (PNF) hebben geleid tot vervolging en veroordeling van verschillende zaken op hoog niveau waarbij politici en vertegenwoordigers van internationale ondernemingen betrokken waren. De PNF meldt dat hij nauwe banden heeft opgebouwd met zijn buitenlandse tegenhangers en dat hij verschillende overeenkomsten heeft gesloten na gezamenlijke onderzoeken door gebruik te maken van schikkingen van openbaar belang. In december 2019 beheerde de PNF 582 dossiers, waarvan 50 % te maken had met schendingen van de integriteit. Op 6 januari 2020 beschikte de PNF over 17 magistraten, naast vijf gespecialiseerde assistenten en 15 griffiers. Dit werd ontoereikend geacht en de Greco heeft geadviseerd om het bureau van de nationaal financieel aanklager bijkomend personeel toe te kennen. Daarnaast adviseerde de Greco dat de onafhankelijkheid van de uitvoerende macht moet worden verzekerd, met bijkomende waarborgen betreffende het doorsturen naar de regering van informatie over lopende procedures tegen personen met een uitvoerende topfunctie om de integriteit van het onderzoek niet te schaden.
Schikkingen van openbaar belang (CJIP) bieden een alternatief voor vervolging in Frankrijk. Dit instrument kan worden gebruikt na een voorafgaand onderzoek waardoor het mogelijk wordt om, aan de hand van een conformiteitsprogramma dat is uitgevoerd onder de controle van de AFA, de herhaling van corruptiedelicten door een rechtspersoon te voorkomen. Tot nu toe werden elf CJIP's getroffen, waarvan zes in verband met corruptie.
Ondernemingen van een bepaalde grootte moeten programma’s voor corruptiebestrijding opstellen. Managers van ondernemingen en openbare instellingen van industriële of commerciële aard met ten minste 500 werknemers en een omzet van meer dan 100 miljoen EUR moeten maatregelen invoeren om corruptie of ongeoorloofde beïnvloeding, in Frankrijk of in het buitenland, te voorkomen en op te sporen. Hieronder vallen ook het plegen van dergelijke handelingen in dochtermaatschappijen en bedrijven waarop zeggenschap wordt uitgeoefend. Centrale overheden, lokale overheden en hun openbare instellingen en semi-overheidsbedrijven, evenals erkende verenigingen en stichtingen van openbaar nut, moeten ook maatregelen nemen om daden van corruptie en andere schendingen van de integriteit te voorkomen en op te sporen.
Er is een geconsolideerde regeling voor de bescherming van klokkenluiders ingevoerd. Sinds 2007 zijn er diverse mechanismen ingevoerd in specifieke sectoren, onder meer voor corruptie, schade aan het milieu en aan de volksgezondheid. Met de goedkeuring van de Sapin II-wet in 2016 kwam er een algemene regeling voor de bescherming van klokkenluiders in de particuliere en de openbare sector.
Bepalingen die lobbywerk en “draaideurpraktijken” reguleren zijn grotendeels aanwezig. De Hoge Autoriteit voor de Transparantie in het Openbare Leven moet de overheid bijstaan bij de regulering van “draaideurpraktijken”. Met de wet op de transformatie van het overheidsapparaat wordt de Ethische Commissie voor de overheid samengevoegd met de Hoge Autoriteit voor de Transparantie in het Openbare Leven (HATVP). Voordat iemand die eerder in de particuliere sector heeft gewerkt in een hoge overheidsfunctie wordt aangeworven, geeft de HATVP een advies waarvan de aanwerving zal afhangen. Voordat een regeringslid wordt benoemd en met betrekking tot de persoon van wie de benoeming wordt beoogd, kan de president van de Republiek aan de voorzitter van de HATVP vragen om informatie die, op de datum van het verzoek en rekening houdend met de informatie waarover de HATVP beschikt, aangeeft of deze persoon zich in een situatie bevindt die een belangenconflict kan vormen, evenals de maatregelen die nodig zijn om dit belangenconflict te voorkomen of er onmiddellijk een einde aan te maken. Frankrijk heeft een open register van lobbyisten, terwijl een aantal organisaties, onder meer religieuze organisaties, uitgesloten zijn van de verplichting om zich te registreren. De Greco heeft evenwel vastgesteld dat volledige nauwkeurigheid van het register moet worden gewaarborgd, aangezien momenteel alleen lobbyorganisaties die contact leggen met hoge ambtenaren, geregistreerd moeten zijn. De HATVP verstrekt informatie over belangengroepen die vermeld staan in het register dat is opgericht na de goedkeuring van de Sapin II-wet, in opendataformaat.
III.Mediapluriformiteit
Frankrijk heeft een traditie van vrijheid van meningsuiting en van pluriformiteit en onafhankelijkheid van de media, die zijn verankerd in de grondwet en gewaarborgd via specifieke sectorale wetgeving, die wordt gehandhaafd door de onafhankelijke regulerende instantie van de media. De transparantie van media-eigendom is bij wet vastgelegd. Hetzelfde geldt voor de onafhankelijkheid van de media, die traditioneel een sterke bescherming geniet.
De onafhankelijkheid van de regulerende instantie van de media in Frankrijk is wettelijk gewaarborgd. De Conseil Supérieur de l'Audiovisuel (CSA) is een onafhankelijke administratieve autoriteit die in 1989 is opgericht. De zeven leden van de CSA worden bij besluit benoemd voor een niet-verlengbaar mandaat van zes jaar. De voorzitter wordt benoemd door de president van de Republiek, en drie leden worden benoemd door elk van de twee parlementaire kamers. Een lid kan alleen worden geschorst of ontslagen wegens onbekwaamheid, ongeschiktheid voor de functie of andere dwingende redenen die te maken hebben met de betrokkene. Er gelden algemene bepalingen om inmenging van de mediasector tot een minimum te beperken en om te verbieden dat instructies van andere overheden worden aangenomen. De begroting van de regulerende instantie van de media is door het parlement bevestigd, maar de financiële en personele middelen vallen onder de bevoegdheid van de regulerende instantie, wat haar onafhankelijke status benadrukt. Om een goed en verantwoord gebruik van middelen te verzekeren, moet de regulerende instantie haar financieel verslag jaarlijks voorleggen aan de regering en het parlement. De CSA heeft de bevoegdheid om straffen op te leggen, die in de rechtbank kunnen worden aangevochten. De bij wet opgelegde verplichting om de agenda's en beslissingen van de vergaderingen van de raad openbaar te maken, draagt bij aan de hoge transparantie van de activiteiten van de CSA. Het risico voor de onafhankelijkheid van de CSA is volgens de MPM 2020 zeer laag. Naast de CSA werd in 2019 de Franse Journalistieke Raad opgericht, met als doel bij te dragen aan het respect voor deontologische normen. Het is een zelfregulerende instantie, bestaande uit vertegenwoordigers van journalisten, uitgevers en het publiek. Op grond van een klacht of op eigen initiatief kan de raad bemiddelen tussen de betrokken partijen. Waar nodig kan hij ook adviezen geven.
De regels inzake transparantie van de media-eigendom vereisen dat ondernemingen bepaalde informatie over hun eigendom bekendmaken. Ondernemingen zijn wettelijk verplicht hun drie grootste eigenaars bekend te maken. Daarnaast moeten zij de CSA op de hoogte brengen wanneer de eigendom van of zeggenschap over een radio- of televisieonderneming minstens 10 % bedraagt. De CSA maakt de informatie over de kapitaalstructuur van uitgevers bekend op zijn website, en hij wordt door de mededingingsautoriteit geraadpleegd bij ontwikkelingen in de media-eigendom, waarvoor hij zowel rechtstreekse als onrechtstreekse media-eigenaars beoordeelt.
De toewijzing van overheidsreclame is gereguleerd door de wet betreffende overheidsopdrachten en de wet betreffende de informatiedienst van de regering. Volgens de Media Pluralism Monitor (MPM) 2020 is de toewijzing van overheidsreclame verdeeld over verschillende mediakanalen en vertoont de overeenstemmende risico-indicator betreffende overheidsregulering van middelen en steun voor de mediasector een minimaal risico. De CSA is verantwoordelijk voor de handhaving van de regels inzake politieke verslaggeving in de audiovisuele sector en ziet toe op een eerlijke verdeling van de zendtijd tijdens politieke debatten. Deze informatie wordt maandelijks meegedeeld aan beide kamers van het parlement, waardoor een goed niveau van transparantie en controle wordt gewaarborgd.
Een goed uitgewerkt rechtskader en de aanwezigheid van diverse spelers verkleinen het risico op politieke controle over de media. Zo zijn er op dit gebied wettelijke bepalingen met betrekking tot de verklaring van belangenconflicten voor ambtenaren en verwante veiligheidsmechanismen binnen de CSA, die leden van de raad verbieden een functie in een mediabedrijf te bekleden. De media moeten ook beschikken over een deontologisch handvest en zij moeten een comité voor nauwkeurigheid, onafhankelijkheid en pluriformiteit van de informatie en programma's oprichten. De MPM 2020 maakt melding van een laag risico van politieke controle op openbare of particuliere media in Frankrijk.
De redactionele vrijheid van journalisten is gewaarborgd door de toepassing van de “gewetensclausule” en de “beëindigingsclausule”. Met deze bepaling in de arbeidswet kunnen journalisten die een arbeidsovereenkomst met hun werkgever hebben, hun contract beëindigen zonder opzeggingstermijn en zonder sociale voordelen te verliezen als hun werk een bedreiging vormt voor hun morele normen. Dit voorkomt in zekere mate redactionele druk op journalisten. Deze waarborg is evenwel niet van toepassing op journalisten zonder arbeidsovereenkomst. Journalisten hebben het statutaire recht om hun bronnen niet bekend te maken. Om redenen van nationale veiligheid kan van dit recht worden afgeweken. Meerdere belanghebbenden melden dat journalisten te maken krijgen met druk en intimidatie om hun bronnen bekend te maken. Dergelijk gedrag zou het dagelijks werk van journalisten kunnen beïnvloeden en een afschrikkend effect kunnen hebben. Laster wordt als een strafbaar feit beschouwd en kan worden bestraft met onder meer gevangenisstraf (wanneer de laster verband houdt met ras of etnische afkomst).
Het wetgevingskader voorziet in maatregelen voor de fysieke veiligheid van journalisten, maar het aantal bedreigingen van journalisten neemt toe. De autoriteiten geven aan dat de wet geen specifieke bepaling over de veiligheid van journalisten bevat en dat journalisten worden beschermd als elke andere burger. De jongste jaren is een aantal gevallen gemeld van fysieke bedreigingen en aanvallen door overheids- en niet-overheidsactoren, met name tijdens de verschillende demonstraties in 2019. Daarbovenop komt een toenemend aantal online aanvallen en bedreigingen, waar daders gemakkelijk anoniem kunnen blijven. In 2019 en 2020 publiceerde het platform ter bevordering van de bescherming van de journalistiek en de veiligheid van journalisten van de Raad van Europa 19 waarschuwingen in verband met Frankrijk. Deze hadden met name te maken met inbreuken op de fysieke veiligheid, intimidatie van journalisten en beschuldigingen van laster. Gezien het bewijs van dergelijke aanvallen en het feit dat werd gemeld dat de bescherming van journalistieke bronnen in meerdere gevallen “in gevaar”was, registreerde de MPM 2020 een matig risico op het gebied van de beschermingsnormen van journalisten. Belanghebbenden maken zich ook zorgen over het toenemende aantal aanvallen op journalisten, met name tijdens demonstraties.
IV.Andere institutionele kwesties in verband met controles en waarborgen
Frankrijk heeft een semipresidentieel regeringsstelsel, met een president die rechtstreeks door de bevolking is gekozen en een eerste minister die verantwoording aflegt aan het parlement. Het parlement met twee kamers bestaat uit de Algemene Vergadering en de Senaat. Zowel de regering als leden van beide kamers van het parlement kunnen wetsvoorstellen indienen. Het grondwettelijk hof onderzoekt de grondwettigheid van wetten, voor of na de goedkeuring. Onafhankelijke autoriteiten spelen een belangrijke rol in het systeem van controles en waarborgen.
Tijdens het wetgevingsproces worden vaak effectbeoordelingen en raadplegingen van belanghebbenden gehouden. Wetsontwerpen afkomstig van de regering ondergaan een effectbeoordeling en worden voor advies ingediend bij de Raad van State. Daarnaast houden de overheden regelmatige raadplegingen van belanghebbenden bij de voorbereiding van wetgeving. Dergelijke raadplegingen zijn verplicht voor wetgeving op bepaalde gebieden. Er kunnen ook open raadplegingen voor het grote publiek worden georganiseerd. Onlangs bracht een nieuwe burgerconventie voor het klimaat 150 willekeurig gekozen burgers samen om de klimaatverandering te bespreken en wetsontwerpen op te stellen om ze aan te pakken. Vervolgens besliste de president om 146 van de 149 voorstellen aan de regering of het parlement voor te leggen of aan een referendum te onderwerpen. Dit recente initiatief vormt een innovatieve manier om burgers bij het wetgevingsproces te betrekken.
Diverse onafhankelijke autoriteiten dragen bij aan de bescherming van de grondrechten. De onafhankelijke Commission Nationale Consultative des Droits de l’Homme (CNCDH) is het nationale mensenrechteninstituut dat door de Global Alliance of National Human Rights Institutions (GANHRI) werd geaccrediteerd met de “A”-status. De samenstelling van de CNCDH waarborgt een diverse vertegenwoordiging van organisaties die actief zijn op het gebied van mensenrechten. De CNCDH heeft als opdracht onderzoeken in te stellen naar de naleving door overheden van de normen inzake de grondrechten en in verband hiermee advies te verstrekken. De subcommissie inzake accreditering (SCA) van de GANHRI heeft de CNCDH aangemoedigd om haar activiteiten met betrekking tot haar beschermingsopdracht verder uit te breiden, onder meer door te pleiten voor wetswijzigingen om deze opdracht uitdrukkelijk tot uiting te brengen. De SCA heeft de CNCDH ook aangemoedigd om de samenwerking met andere nationale mensenrechtenentiteiten zoals de ombudsdienst verder te versterken. Deze grondwettelijk vastgestelde instantie speelt ook een sleutelrol in het systeem van controles en waarborgen. Ze is belast met de bescherming van de rechten van burgers bij hun relaties met de overheid en elke natuurlijke of rechtspersoon kan er een beroep op doen. De ombudsdienst is bevoegd om onderzoeken uit te voeren, te bemiddelen, aanbevelingen te doen en voorstellen voor wettelijke hervormingen te formuleren. Onlangs bekritiseerde de ombudsdienst het feit dat de overheid had nagelaten gevolg te geven aan een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over de niet-handhaving van een binnenlandse gerechtelijke beslissing.
In het kader van de COVID-19-pandemie werd een noodtoestand afgekondigd, en de genomen maatregelen werden door de rechtbanken onderzocht. Met de in maart goedgekeurde wet om de COVID-19-pandemie aan te pakken werd een nieuwe noodtoestand afgekondigd die specifiek is toegesneden op gezondheidsnoodtoestanden en die los staat van de al bestaande noodtoestanden.Dankzij de “gezondheidsnoodtoestand” kon de regering bij besluit een reeks maatregelen goedkeuren om de COVID-19-pandemie aan te pakken, zoals een beperking van het vrije verkeer van de bevolking. De CNCDH uitte kritiek op een aantal van deze maatregelen, en vele ervan werden via gerechtelijke procedures betwist. Het grondwettelijk hof en de Raad van State keurden een aantal maatregelen af, onder meer de algemene verplichting om toestemming te verkrijgen voor demonstraties en een aantal bepalingen met betrekking tot gegevensverzameling in het licht van COVID-19. Het grondwettelijk hof valideerde de wet tot verlenging van de gezondheidsnoodtoestand.
Recente initiatieven zijn erop gericht de ruimte voor het maatschappelijk middenveld te vergroten. Hoewel Frankrijk wordt beschouwd als een land met een gekrompen ruimte voor het maatschappelijk middenveld, wil men met de recente invoering van het digitale instrument “Verenigingsrekening” de contacten tussen verenigingen en de overheid verbeteren, met name inzake subsidieaanvragen. De regering wil ook de ontwikkeling van maatschappelijke verenigingen stimuleren via een specifiek fonds.
Bijlage I: lijst van bronnen in alfabetische volgorde.*
* De lijst van de bijdragen die zijn ontvangen in het kader van de raadpleging voor het verslag over de rechtsstaat 2020 is te vinden op (COM-website).
Assemblée nationale (2019), Un nouvel élan pour la déontologie parlementaire: jaarverslag ingediend bij de president en het bureau van de Nationale Vergadering op 14 en 30 januari 2019, overeenkomstig artikel 80-3 van het reglement van de Nationale Vergadering.
http://www2.assemblee-nationale.fr/static/15/deontologue/rapport_activite_300119.pdf
Centre for Media Pluralism and Media Freedom (2020), 2020 Media pluralism monitor.
https://cmpf.eui.eu/media-pluralism-monitor/mpm-2020
CIVICUS, Monitor tracking civic space: France.
https://monitor.civicus.org/country/france/
CNCDH (2020), Advies over de gezondheidsnoodtoestand en de rechtsstaat.
Conseil constitutionnel, Décision n° 2020-800 DC du 11 mai 2020. Loi prorogeant l'état d'urgence sanitaire et complétant ses dispositions.
Conseil constitutionnel, Décision n° 2020-851/852 QPC du 3 juillet 2020. M. Sofiane A. et autre.
Conseil d'État, décisions nr. 441257, 441263, 441384 du 6 juillet 2020, obligation d’obtenir une autorisation avant d’organiser une manifestation.
Conseil supérieur de la magistrature (2019), Recueil des obligations déontologiques des magistrats.
Cour de cassation, arrest van 26 mei 2020, nr. 974 (20-81.910).
CSA, informatie over uitgevers.
https://www.csa.fr/Reguler/Espace-juridique/Les-relations-du-CSA-avec-les-editeurs/Convention-des-editeurs
Défenseur des droits (2020), Brief aan de voorzitters van de Senaat en de nationale vergadering over de wet tot verlenging van de gezondheidsnoodtoestand.
Directoraat-generaal Communicatie (2020), Eurobarometer: perceived independence of the national justice system in the EU among the general public.
Directoraat-generaal Communicatie (2020), Flash Eurobarometer 482: Businesses’ attitudes towards corruption in the EU.
Directoraat-generaal Communicatie (2020), Special Eurobarometer 502: Corruption.
Europees Hof voor de Rechten van de Mens, arrest van 9 april 2015, Tchokontio Happi v. France, verzoekschrift nr. 65829/12.
Europese Commissie (2020), Het EU-scorebord voor justitie.
Franse regering (2020), Bijdrage van Frankrijk aan het verslag over de rechtsstaat 2020.
Global Alliance of National Human Rights Institutions (GANHRI): Sub-Committee on Accreditation (SCA) (2019), GANHRI Sub-Committee on Accreditation Report — maart 2019.
GRECO (2018), Fifth Evaluation Round — Evaluation Report on France on preventing corruption and promoting integrity in central governments (top executive functions) and law enforcement agencies.
GRECO (2018), Fourth Evaluation Round — Second Compliance Report on France on corruption prevention in respect of members of Parliament, judges and prosecutors.
Haute Autorité pour la transparence de la vie publique (HATVP) (2019), Activiteitenverslag van 2018.
https://www.hatvp.fr/rapports_activite/rapport_2018/#popup3
Haute Autorité pour la transparence de la vie publique (HATVP), openbaar register
https://www.hatvp.fr/le-repertoire/
Hof van Beroep van Parijs (2020), Schikking van openbaar belang (CJIP) getroffen tussen de nationale aanklager in financiële zaken en de onderneming Airbus SE.
https://www.agence-francaise-anticorruption.gouv.fr/files/2020-02/20200129%20CJIP%20AIRBUS%20signée.pdf
Ministerie van Justitie (2020), Inbreuken op de integriteit: statistische elementen.
https://www.agence-francaise-anticorruption.gouv.fr/files/files/Fiche%20atteintes%20à%20la%20probité%20-%20chiffres%202018.pdf
.
OESO (2019), Indicators of regulatory policy and governance Europe 2019: France.
Présidente du Syndicat de la magistrature Katia Dubreuil (2019), brief van 3 december 2019 gericht aan de minister van Justitie.
Raad van Europa, Platform to promote the protection of journalism and safety of journalists: France.
https://www.coe.int/en/web/media-freedom/france
Raad van Europa: Committee of Ministers (2010), Recommendation CM/Rec(2010)12 of the Committee of Ministers to member states on judges: independence, efficiency and responsibilities.
Raad van Europa: Committee of Ministers (2016), Recommendation CM/Rec(2016)4 of the Committee of Ministers to member States on the protection of journalism and safety of journalists and other media actors.
Reporters without Borders, Country profile: France.
https://rsf.org/en/france
Syndicat de la magistrature (2020), Prolongation automatique des détentions provisoires : après le scandale et le fatras, la désinvolture!
http://www.syndicat-magistrature.org/Prolongation-automatique-des-detentions-provisoires-apres-le-scandale-et-le.html
.
Virtueel landbezoek aan Frankrijk in het kader van het verslag over de rechtsstaat 2020.
Bijlage II: landbezoek aan Frankrijk
De diensten van de Commissie hebben in mei en juni 2020 virtueel vergaderd met:
·Agence française anticorruption
·Commission nationale consultative des droits de l’Homme
·Conseil de déontologie journalistique et de médiation
·Conseil national des barreaux
·Conseil supérieur de l’audiovisuel
·Conseil supérieur de la magistrature
·Haute Autorité pour la transparence de la vie publique
·Ministerie van Justitie
·Office central de lutte contre la corruption et les infractions financières et fiscales
·Parquet national financier
·Reporters sans frontières
·Syndicat national des journalistes
* De Commissie heeft ook de volgende organisaties ontmoet tijdens een aantal horizontale vergaderingen:
·Amnesty International
·Civil Liberties Union for Europe
·Civil Society Europe
·Conference of European Churches
·EuroCommerce
·European Center for Not-for-Profit Law
·European Centre for Press and Media Freedom
·European Civic Forum
·Free Press Unlimited
·Front Line Defenders
·ILGA-Europe
·International Commission of Jurists
·International Federation for Human Rights
·International Press Institute
·Lifelong learning Platform
·Open Society Justice Initiative/Open Society European Policy Institute
·Reporters without Borders
·Transparency International EU