MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Naar een open en veilig Europa /* COM/2014/0154 final */
MEDEDELING
VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH
EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Naar een
open en veilig Europa Inleiding De afgelopen
vijf jaar is er beleid ontwikkeld om Europa opener en veiliger te maken. In
juni 2014 zal de Europese Raad de strategische richtsnoeren vaststellen
voor de verdere ontwikkeling van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. De Raad erkent
dat gemeenschappelijke problemen om gemeenschappelijke Europese oplossingen vragen
en zal kunnen voortbouwen op de aanzienlijke vooruitgang die is geboekt sinds
in 2009 de ambitieuze doelstellingen van het programma van Stockholm werden
vastgesteld. Sindsdien is er ten slotte overeenstemming bereikt over een
gemeenschappelijk Europees asielstelsel, dat de normen ten behoeve van degenen
die bescherming nodig hebben, heeft verbeterd. Het Schengengebied – een van de
meest populaire resultaten van het Europees project – is versterkt. De
mogelijkheden voor legale migratie zijn verbeterd; er bestaan nu duidelijkere
voorwaarden voor binnenkomst en verblijf en migranten genieten nu in alle
lidstaten dezelfde reeks rechten. Het gemeenschappelijk visumbeleid is
aanzienlijk gewijzigd, waardoor het voor mensen die legaal reizen gemakkelijker
is geworden de Europese Unie binnen te komen. Dat is gunstig voor de groei van
de economie van de EU. Voor verschillende landen is geen visum meer nodig. Door wetgeving
en praktische samenwerking op het gebied van veiligheid bestaan er nu
gemeenschappelijke instrumenten die de samenleving en economie van de lidstaten
helpen beschermen tegen zware en georganiseerde misdaad. Om gemeenschappelijke
dreigingen als mensenhandel, terrorisme, cybercriminaliteit en corruptie het
hoofd te kunnen bieden, is meer samenwerking bij rechtshandhaving van wezenlijk
belang gebleken. Er is ook een
kader vastgesteld voor het externe migratie- en asielbeleid van de EU. Hierdoor
kan de EU op het gebied van migratie en ontwikkeling een brede samenwerking
aangaan met naburige en verder weg gelegen landen en een bijdrage leveren aan
lopende initiatieven van de VN of overheden buiten de EU. Sinds Stockholm
zijn er aanzienlijke vorderingen gemaakt, maar de klus is nog lang niet
geklaard. Zo zal het nog heel wat werk vragen om de bestaande instrumenten
volledig uit te voeren en te doen naleven. De asielwetgeving moet coherenter
worden omgezet. Het rechtskader voor een gemeenschappelijk migratiebeleid moet
nog worden voltooid en op het gebied van integratie moeten er verdere
inspanningen worden geleverd. Veiligheidsproblemen moeten worden aangepakt en
het is duidelijk dat de lidstaten en EU-agentschappen daartoe op het gebied van
handhaving nauwer moeten samenwerken. Het toezicht op en de evaluatie van de
doeltreffendheid van wetgeving en beleid moet een integraal onderdeel van de
beleidscyclus gaan uitmaken. De EU en haar
lidstaten zullen ook voor nieuwe problemen komen te staan. Europa maakt deel
uit van een wereld die wordt gekenmerkt door globalisering en onderlinge
verwevenheid en waarin de internationale mobiliteit waarschijnlijk zal
toenemen. Er zullen meer mensen naar Europa willen komen. Sommigen, zoals
toeristen, studenten en dienstverleners, zullen maar even willen blijven, maar
anderen beogen een meer permanent verblijf omdat ze willen werken of
bescherming zoeken. De EU zal te maken krijgen met demografische veranderingen,
urbanisatie, steeds diversere samenlevingen en tekorten op de arbeidsmarkt. Het
is van cruciaal belang om de voordelen van het binnenlands beleid voor de
economische groei te maximaliseren en om Europa aantrekkelijk te maken voor
mensen met de juiste vaardigheden en reizigers met de juiste reisdocumenten. Europa zal ook
te maken krijgen met de gevolgen van instabiliteit in grote delen van de wereld
en met name in haar directe omgeving. Gebeurtenissen als de Arabische lente en
de huidige crisis in Syrië vragen om passende en gecoördineerde maatregelen ten
aanzien van gemengde instromen van migranten en er zijn extra inspanningen
nodig om nieuwe tragedies rond de Middellandse Zee te voorkomen. De
technologische ontwikkelingen gaan snel. Zij bieden nieuwe kansen voor
economische groei en veranderen het contact en de relaties tussen mensen
fundamenteel. Deze veranderingen brengen ook nieuwe veiligheidsproblemen met
zich mee. Computercriminaliteit baart steeds grotere zorgen, de mensenhandel
wordt telkens geraffineerder, de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad
neemt nieuwe vormen aan en terrorisme blijft de veiligheid bedreigen. We moeten
technologische vernieuwingen en wetenschap benutten omdat deze kunnen helpen om
deze gevaren te trotseren. De EU zal de instrumenten moeten blijven inzetten die
voor paraatheid en veerkracht op het gebied van veiligheid essentieel zijn. Met
name moet zij gebruikmaken van haar programma voor onderzoek en ontwikkeling,
Horizon 2020. In een wereld
waar de onderlinge afhankelijkheid steeds meer toeneemt, moeten kwesties op het
gebied van binnenlandse zaken worden ingepast in het algemene externe beleid
van de EU. De dialoog en samenwerking met derde landen kunnen daardoor worden
verbeterd. Consistentie en coherentie met het externe beleid zullen ertoe
bijdragen dat op problemen vooruit kan worden gelopen, de doelstellingen van de
EU beter worden verwezenlijkt, haar waarden worden bevorderd en haar
internationale verplichtingen op het gebied van mensenrechten worden nagekomen. Deze
strategische overwegingen vinden plaats in een periode waarin Europa zich
geleidelijk herstelt van een economische en maatschappelijke crisis die haar
sporen heeft nagelaten. Er is nog steeds sprake van hoge werkloosheid en onze
samenlevingen zijn kwetsbaarder en gevoeliger voor xenofobie. Tegen deze
achtergrond moeten onze politieke leiders daadkrachtig optreden om te zorgen
voor een open en veilig Europa waar de grondrechten gewaarborgd worden. De
grondslag voor dit optreden is het Handvest van de grondrechten van de Europese
Unie, dat moet worden geëerbiedigd door de EU-instellingen bij de vaststelling
en uitvoering van wetgeving en door de lidstaten wanneer zij binnen de
werkingssfeer van het EU-recht opereren. Het binnenlands beleid bevordert en
beschermt de Europese waarden en zorgt ervoor dat burgers een veilig en
beschermd leven kunnen leiden, waarbij zij de rijkdom kunnen genieten die de
verscheidenheid van onze samenlevingen hun biedt. Ter
voorbereiding van deze mededeling heeft de Commissie een brede reeks van
belanghebbenden en belangstellenden geraadpleegd. Zij deed dit met name door
middel van een conferentie van belanghebbenden, die onder het motto "Open
and safe Europe: What's next?" op 29 en 30 januari 2014 plaatsvond en via
een openbare raadpleging waaraan velen een bijdrage leverden. Ook in het
Europees Parlement en binnen de Raad, het Comité van de regio's en de raden van
bestuur van EU-agentschappen vonden discussies over ons toekomstige beleid
plaats. Het debat over
het binnenlands beleid moet op feiten gebaseerd zijn. Daartoe wordt in het aan
deze mededeling gehechte werkdocument van de diensten van de Commissie een
aantal statistische gegevens gepresenteerd die voor de meningsvorming op dit
gebied relevant zijn. De politieke
prioriteiten 1. Een effectief
migratie- en mobiliteitsbeleid Demografische
veranderingen, in het bijzonder de inkrimping van de beroepsbevolking in
Europa, in combinatie met aanzienlijke tekorten aan deskundige arbeidskrachten
in bepaalde sectoren (met name techniek, IT en gezondheidszorg) belemmeren de
productiviteit van de EU en zodoende haar economisch herstel. Er wordt in
toenemende mate op mondiaal niveau gedongen om vaardigheden en talenten. Dit
heeft gevolgen voor de arbeidsmarkt van een groot aantal lidstaten en zal de
komende tien jaar doorslaggevend zijn voor de economische voorspoed in Europa. De afgelopen 15
jaar heeft de EU legale migratie sectorgewijs benaderd. Dit heeft geresulteerd
in een gemeenschappelijk juridisch kader dat de toelating van bepaalde
categorieën personen regelt, rechten erkent en schendingen bestraft. Het heeft
er ook toe geleid dat lidstaten zich gezamenlijk inzetten voor integratie en terugkeer.
Nu is het moment om dit alles te consolideren binnen een gemeenschappelijke
EU-migratiebeleid dat meer samenhang vertoont en ook rekening houdt met de
economische behoeften op de korte en de lange termijn. 1.1. De voordelen van migratie en integratie
optimaal benutten Europa heeft
behoefte aan een goed beheerd migratiebeleid dat effectief bijdraagt tot de
Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Europa moet
nieuw talent aantrekken en op mondiaal niveau concurrerend zijn. Synergieën met
andere beleidsterreinen zijn belangrijk. De EU moet zorgen voor consistentie,
bijvoorbeeld tussen migratie en werkgelegenheid, onderwijs en ontwikkelings- en
handelsbeleid en het kortstondig verkeer van hooggeschoolde dienstverleners
mogelijk maken. Wanneer internationale studenten worden aangetrokken en ervoor
wordt gezorgd dat zij ook na hun studie blijven en wanneer legaal verblijvende
migranten worden gestimuleerd om onderwijs te volgen, zal dat ertoe bijdragen
dat er in de toekomst voldoende aanbod is van de vaardigheden waaraan de
arbeidsmarkt in de EU behoefte heeft. Om beter vast te
kunnen stellen welke economische sectoren en beroepen te kampen hebben met
moeilijkheden bij aanwerving of een tekort aan deskundige krachten, moet worden
gezorgd voor een gezamenlijke analyse, via structurele dialogen met lidstaten,
ondernemingen en vakbonden, van de behoefte aan arbeidsmigratie en mobiliteit
op handelsgebied. De behoeften van de lidstaten kunnen van elkaar verschillen.
Een coördinatieplatform op EU-niveau zou daarom zinvol zijn om ervoor te zorgen
dat migratie en mobiliteit een positief effect op de economie van de EU hebben.
Tegelijkertijd
zouden krachtigere maatregelen moeten worden genomen die ervoor zorgen dat het
potentieel van al legaal in de lidstaten verblijvende migranten maximaal wordt
benut. De arbeidsparticipatie van deze migranten ligt thans namelijk behoorlijk
onder het gemiddelde en veel van hen hebben in vergaande mate met sociale
uitsluiting te maken. De bestaande mechanismen voor onderlinge afstemming van
vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, zoals EURES en het EU-vaardighedenpanorama,
moeten verder worden verbeterd en ook voor onderdanen van niet-EU-landen
toegankelijk worden. Maatregelen in de voorbereidingsfase van het vertrek
kunnen migranten nuttige ondersteuning geven wat betreft informatie, opleiding
of erkenning van kwalificaties. Zij mogen echter niet als voorwaarde voor
toelating tot de EU worden opgevat. Het moet migranten eenvoudiger worden
gemaakt een onderneming te kunnen beginnen door ervoor te zorgen dat zij op
verleende vergunningen kunnen vertrouwen en dat informatie en mogelijkheden tot
netwerken eenvoudig toegankelijk zijn. Er moet meer
worden gedaan op het gebied van de overdraagbaarheid van pensioen- en sociale
rechten. Migrerende werknemers moeten bijvoorbeeld in dezelfde mate als
EU-burgers hun bedrijfspensioenrechten kunnen overdragen van de ene naar de
andere sector of van het ene naar het andere land, met inbegrip van derde
landen. Om talent aan te
trekken, zou de EU de erkenning van buitenlandse kwalificaties en
beroepsvaardigheden verder moeten aanmoedigen en verruimen; dat zal ook
bijdragen tot een goed gebruik van de vaardigheden en kwalificaties van legaal
verblijvende migranten. Met het oog hierop zou de EU ook het gesprek kunnen
aangaan met haar internationale partners. Eenvoudigere en snellere
visumprocedures zouden bijdragen tot de aantrekkelijkheid van de EU voor
studenten en onderzoekers. De bestaande
EU-regels inzake de toelating en rechten van migranten moeten door alle
lidstaten effectief en coherent worden uitgevoerd. Een evaluatie van de
vigerende wetgeving inzake legale migratie zou helpen lacunes vast te stellen,
de samenhang te verbeteren en het effect van het bestaande kader te beoordelen.
Er zouden verdere maatregelen kunnen worden genomen om de materiële
toelatingsvoorwaarden voor en de rechten van onderdanen van derde landen te
codificeren en te stroomlijnen. Dit zou een stap betekenen in de richting van
een "gemeenschappelijke ruimte voor migratie", waarmee wordt beoogd
de mobiliteit van onderdanen van derde landen in de EU te bevorderen, onder
meer door de wederzijdse erkenning van nationale vergunningen. Europa is een kleurrijke
samenleving, waar integratie een uitdaging blijft. Om de sociale samenhang te
vergroten en de voordelen van migratie ten volle te kunnen genieten, moet er
meer worden gedaan om migranten daadwerkelijk op de arbeidsmarkt en in de
ontvangende samenlevingen te integreren. Daarbij moet meer aandacht worden
besteed aan het evenwicht tussen mannen en vrouwen en aan het feit dat de
werkloosheid onder vrouwelijke migranten veel groter is. Er moet worden gezorgd
voor een eerlijke behandeling en een niet-discriminerende toegang tot de
arbeidsmarkt. Kwetsbare migranten, vooral vrouwen, jongeren en niet-begeleide
minderjarigen moeten specifieke ondersteuning krijgen en in overeenstemming met
het VN-Verdrag voor de rechten van het kind moet het belang van het kind steeds
voorop staan. Op basis van hetgeen op het gebied van integratie reeds is
bereikt, zou vastgesteld kunnen worden welk beleid succesvol is en zouden beste
praktijken verspreid kunnen worden. Capaciteiten moeten verder worden opgebouwd
en de betrokkenheid van lokale en regionale autoriteiten moet verder worden vergroot.
Deze laatste staan immers in de frontlinie als het om integratiebeleid gaat. 1.2. Een geloofwaardige aanpak van illegale migratie
en terugkeer Het voorkomen en
terugdringen van illegale migratie vormt een wezenlijk onderdeel van elk goed
beheerd migratiestelsel. Het terugdringen van illegale migratie vraagt om een
mix van maatregelen. Illegale migratie gaat vaak gepaard met mensensmokkel en
mensenhandel en wordt gestimuleerd door de vraag van werkgevers die
mogelijkheden tot illegale arbeid bieden. Samenwerking met landen van herkomst
en doorgang is van wezenlijk belang en zou een integraal onderdeel moeten zijn
van het externe beleid van de EU, waaronder ontwikkelingssamenwerking. Er zou een
grondige evaluatie van de huidige regels inzake mensensmokkel kunnen
plaatsvinden en een nieuwe algemene EU-strategie zou voor een optimaal gebruik
van de bestaande instrumenten kunnen zorgen door de vraag naar illegale
migranten en de betrokken criminele netwerken aan te pakken. Er zouden meer
preventieve maatregelen moeten worden uitgevoerd, zoals voorlichtingscampagnes
in landen van herkomst en doorgang, om mensen te waarschuwen voor de gevaren
van illegale migratie. De Unie zal
voorrang blijven geven aan maatregelen voor vrijwillige terugkeer en er moet worden
overwogen om maatregelen te nemen op het gebied van vrijwillige terugkeer en
re-integratie met steun van de EU. Deze zouden in nauwe samenwerking met landen
van herkomst, internationale organisaties en non-gouvernementele organisaties
kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast moet
de EU blijven samenwerken met derde landen om ervoor te zorgen dat de bestaande
overnameverplichtingen in met derde landen gesloten internationale
overeenkomsten die de daadwerkelijke terugkeer garanderen van onderdanen van
derde landen die illegaal in de EU verblijven, onverkort worden nagekomen. Het
kan nodig zijn om met andere belangrijke landen van herkomst nieuwe
overnameovereenkomsten te sluiten, waarbij alle mogelijkheden die in de EU op
extern gebied reeds bestaan, moeten worden onderzocht. De EU moet vasthouden
aan een terugkeerbeleid dat is gebaseerd op gemeenschappelijke normen die een
realistische en humane terugkeer waarborgen en waarbij de grondrechten en de
waardigheid van een ieder worden geëerbiedigd. 2. Schengen, visa
en externe grenzen 2.1. Schengen De
totstandbrenging van het Schengengebied, waardoor mensen zonder controles
kunnen reizen, vormt een centraal onderdeel van het Europese project. Jaarlijks
maken Europese burgers meer dan 1,25 miljard reizen om ergens in Europa op
vakantie te gaan, zaken te doen of vrienden of familie te bezoeken, en zij kunnen
daarbij probleemloos de binnengrenzen overschrijden. Dit vrije verkeer wordt
niet alleen zeer op prijs gesteld door de burgers, maar heeft ook grote
voordelen voor de Europese economie. Het is nodig het Schengengebied te
voltooien. De concrete uitvoering van de onlangs overeengekomen wijzigingen in
de Schengengovernance heeft de hoogste prioriteit. Deze zal ertoe bijdragen dat
het wederzijds vertrouwen tussen de Schengenlanden groeit, misbruik wordt
voorkomen en de Unie kan optreden wanneer een lidstaat nalaat zijn deel van de
buitengrenzen te controleren. Bijzondere
aandacht vraagt de soepele werking van het Schengeninformatiesysteem (SIS II).
Deze is nodig om de veiligheid en het vrije verkeer van personen te waarborgen,
een van de kerntaken van het in 2012 opgerichte EU-agentschap voor
grootschalige systemen (EU-LISA). EU-LISA moet niet alleen zorgen voor de
concrete werking van zowel huidige als toekomstige IT-systemen op het gebied
van binnenlandse zaken, maar in de komende jaren ook gebruik proberen te maken
van de synergie tussen de betrokken EU-agentschappen op het gebied van
IT-systemen, veiligheid en ontwikkeling.
2.2.
Betere uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid Het visumbeleid
moet erop zijn gericht het legaal reizen gemakkelijker en het Schengengebied
tot een aantrekkelijker bestemming voor onderdanen uit derde landen te maken.
Daarbij moet wel een hoog veiligheidsniveau worden gehandhaafd. Het is in het
belang van de EU dat zij openstaat voor bezoekers. Deze dragen immers bij tot
de economische groei. Het is dan ook tijd om het gemeenschappelijk visumbeleid
te voltooien. Daartoe moet de Schengenvisumcode worden herzien, zodat de wijze
waarop de lidstaten Schengenvisa verwerken meer wordt geharmoniseerd, en moet
de wereldwijde uitrol van het Visuminformatiesysteem (VIS) worden voltooid. Er
zou kunnen worden gedacht aan een systeem dat meer op een beoordeling van
individuen dan op nationaliteiten is gebaseerd. Daarvoor moet echter eerst het
effect van een dergelijk beleid worden geëvalueerd. De lokale
consulaire samenwerking en uitwisseling van informatie moet gestimuleerd
blijven worden om zo een meer geharmoniseerde en snelle uitgifte van visa te
waarborgen. De oprichting van Schengenvisumcentra moet worden aangemoedigd. De
aanwezigheid van lidstaten in derde landen met het oog op de behandeling van en
de besluitvorming over visumaanvragen wordt daarmee versterkt en zo praktisch
mogelijk vormgegeven. Een slim
visumbeleid betekent ook dat de lijsten van landen waarvan de burgers een visum
nodig hebben, regelmatig worden herzien. Om nauwere samenwerking tussen de EU
en haar partnerlanden en sociale contacten tussen burgers te bevorderen, zou er
aan visumversoepelingsovereenkomsten kunnen worden gedacht wanneer
liberalisering nog geen realistische optie is. De huidige praktijk waarbij in
geval van een visumversoepelingsovereenkomst ook steeds een
overnameovereenkomst wordt gesloten, heeft zijn waarde bewezen en moet in de
toekomst worden voortgezet. 2.3. Geïntegreerd beheer van de buitengrenzen In de afgelopen
jaren is een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de EU aanzienlijk
dichterbij gekomen. Door een herziening van zijn mandaat heeft Frontex een
belangrijkere rol gekregen. Daardoor kan het agentschap lidstaten bij
gezamenlijke operaties beter ondersteunen en meer met derde landen samenwerken.
Eurosur zal de samenwerking tussen lidstaten en Frontex versterken door te
helpen met het beheer van de buitengrenzen en het redden van levens, met name
op de Middellandse Zee. In overeenstemming met de Europese strategie voor
maritieme veiligheid moet ook worden gestreefd naar samenwerking tussen
maritieme actoren. Het aantal
mensen dat naar de EU komt stijgt progressief. Deze tendens zal zich naar
verwachting voortzetten, vooral wat het aantal vliegreizigers betreft. Daarom
moet de EU haar grensbeheer moderniseren en efficiënter maken door toepassing
van de meest geavanceerde technologie. Voor legale reizigers moet Europa
toegankelijker worden, maar tegelijkertijd moet de grensbeveiliging worden verscherpt.
Er moet dan ook prioriteit worden gegeven aan de uitvoering van het
"slimmegrenzenpakket", dat bestaat uit een Europees inreis-/uitreissysteem
en het programma voor geregistreerde reizigers. Rekening houdend met de
beoordeling van de haalbaarheid van de oprichting van een Europees systeem van
grenswachten zouden nieuwe benaderingen van effectief grensbeheer kunnen worden
overwogen. 3. Een
gemeenschappelijk Europees asielsysteem in de praktijk Gesteld dat het
aantal asielzoekers toeneemt, kan de EU de komende jaren voor aanzienlijke
uitdagingen op het gebied van internationale bescherming komen te staan.
Complexe en gemengde migrantenstromen zetten de responscapaciteit van lidstaten
onder druk waar het gaat om de behandeling van asielaanvragen, de opvang en het
voorzien in de behoeften van kwetsbare groepen en de integratie van degenen van
wie wordt erkend dat zij internationale bescherming behoeven. 3.1. Consolidatie van het gemeenschappelijk Europees
Asielsysteem (CEAS) Er is thans
overeenstemming over de wetgeving inzake het gemeenschappelijke Europees
asielsysteem (CEAS). Door deze wetgeving kunnen degenen die bescherming nodig
hebben eenvoudiger asiel aanvragen, wordt de kwaliteit van de opvang verbeterd,
worden asielbesluiten sneller genomen en zijn deze besluiten ook
betrouwbaarder. Het is nu zaak te zorgen voor de daadwerkelijke omzetting en
coherente tenuitvoerlegging, zodat de lidstaten de problemen op het gebied van
internationale bescherming kunnen aanpakken. Het Europees
Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) zal daarbij een belangrijke rol
spelen. Het draagt bij tot een betere kwaliteit van de beoordeling van
asielaanvragen en harmoniseert de praktijken in de EU, onder andere door
toezicht te houden op de kwaliteit van asielbesluiten en de informatie van de
landen van herkomst (COI) van de lidstaten te bundelen. Een van de
doelstellingen van het Verdrag is de invoering van een uniforme status die
overal in de EU wordt erkend. In overeenstemming met die doelstelling moeten er
nieuwe regels over de wederzijdse erkenning van asielbesluiten tussen de
lidstaten en een kader voor de overdracht van bescherming komen. Dit zou
belemmeringen voor het verkeer binnen de EU wegnemen en het eenvoudiger maken
om de aan bescherming verbonden voordelen over de binnengrenzen heen over te
dragen. 3.2. Verantwoordelijkheid en solidariteit Verantwoordelijkheid
en solidariteit moeten hand in hand gaan. Dit betekent enerzijds dat lidstaten
de regels van het acquis van de Unie volledig in acht moeten nemen en
anderzijds dat lidstaten andere lidstaten moeten steunen wanneer hun
asielstelsel tijdelijk onder grote druk staat. Een vorm van
solidariteit die moet worden bevorderd, is de hervestiging van personen die
internationale bescherming genieten. In de afgelopen jaren is daarmee vanaf
Malta ervaring opgedaan. Een nieuwe vorm van solidariteit die de komende jaren
zou kunnen worden ontwikkeld, is de gemeenschappelijke verwerking van
asielaanvragen. Het delen van opvangplaatsen in noodsituaties is ook het
overwegen waard. Daarmee zou kunnen worden voorkomen dat sommige landen
overbelast zijn terwijl andere ruimte over hebben. In de toekomst moet worden
nagedacht over nog andere manieren om tot een evenrediger verdeling van
verantwoordelijkheden tussen de lidstaten te komen. 3.3. Voorkomen van en omgaan met crises Een mechanisme
voor vroegtijdige waarschuwing, paraatheid en crisisbeheer is nu verankerd in
de Dublin-verordening. Wil elk van deze fasen juist worden uitgevoerd, dan
moeten de lidstaten de Commissie en het EASO meer informatie verschaffen over
de actuele situatie en over eventuele tekortkomingen die tot een crisis zouden
kunnen leiden. Dit betekent dat er meer informatie moet worden verzameld en dat
er een risicoanalyse moet plaatsvinden op basis van door de lidstaten,
EU-delegaties en –agentschappen en internationale organisaties verstrekte of
uit andere bronnen afkomstige informatie. Door preventiemaatregelen en
noodplannen moet worden voorkomen dat asielsystemen in de lidstaten niet op hun
taak berekend zijn. De Unie moet
beter voorbereid zijn op de opvang van massale stromen asielzoekers. Het
bestaande kader voor tijdelijke bescherming moet daarom geëvalueerd en zo nodig
tot een praktischer en flexibeler instrument omgevormd worden. 3.4. Omgaan met externe problemen en legale routes
voor het aanvragen van asiel in de EU Er moet meer
worden gedaan om, als integraal onderdeel van het externe beleid van de EU, strenge
beschermingsnormen in landen van doorgang en herkomst te bevorderen en meer
mensen ervan te weerhouden via de Sahara, de Middellandse Zee of andere routes
gevaarlijke reizen te ondernemen, in de hoop Europa te bereiken. De reikwijdte
van de bestaande regionale beschermingsprogramma's (RBP's), zoals die in
Noord-Afrika en in de Hoorn van Afrika, moet worden vergroot en er moet worden
gekeken of er nieuwe programma's bij moeten komen. De RBP'S moeten meer nadruk
leggen op de versterking van de mogelijkheden van nationale autoriteiten om
iets aan het vluchtelingenprobleem te doen. Zo kan er bijvoorbeeld
internationale bijstand worden verleend en voorlichting worden gegeven over de
positieve effecten die vluchtelingen op lokale gemeenschappen hebben. De EU moet
ervoor proberen te zorgen dat personen die een goed gemotiveerde behoefte aan
bescherming hebben, ordelijker arriveren. Dat vermindert de kans op
mensensmokkel en menselijke tragedies. Nu er nieuwe
financiële middelen beschikbaar zijn, dient de EU zich sterker in te zetten
voor hervestiging. Dat dient in nauwe samenhang met het ontwikkelingsbeleid van
de EU te gebeuren. Deze aanpak kan langetermijnoplossingen bieden voor mensen
van wie de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de VN (UNHCR) heeft vastgesteld
dat zij bescherming behoeven. Op het gebied van hervestiging heeft de EU tot nu
toe maar bescheiden resultaten geboekt. Mondiaal gezien blijven het de
ontwikkelingslanden die het overgrote deel van de vluchtelingen huisvesten. Alle
28 lidstaten zouden meer solidariteit moeten tonen met gastlanden in de derde
wereld door mee te werken aan hervestiging en een groter deel van de
verantwoordelijkheid op zich te nemen. Procedures voor
beschermde toegang – die het mogelijk maken om om bescherming te verzoeken
zonder een mogelijk fatale reis naar de grens van de EU te hoeven ondernemen –
zouden een aanvulling op hervestiging kunnen vormen. Daarbij moet eerst voor
een gecoördineerde benadering van visa op humanitaire gronden en
gemeenschappelijke richtsnoeren worden gezorgd. Er zou kunnen worden begonnen
met een studie naar de haalbaarheid van de gezamenlijke behandeling van
verzoeken om bescherming buiten de EU, met behoud van het reeds bestaande recht
een asielprocedure in de EU te beginnen. 4. Verdere
versterking van de totaalaanpak van migratie en mobiliteit (TAMM) De maatregelen
die worden genomen om de vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid in Europa te
waarborgen, worden ook beïnvloed door gebeurtenissen en ontwikkelingen buiten
de EU. Politieke veranderingen en instabiliteit, toenemende
welvaartsverschillen en klimaatverandering zijn er de oorzaak van dat mensen zowel
op grotere schaal vrijwillig als gedwongen naar elders vertrekken. De
buitengrenzen van de EU komen daardoor onder druk te staan. De EU moet
effectiever gaan samenwerken met haar oostelijke en zuidelijke nabuurlanden,
maar ook met verder weggelegen landen, teneinde de fundamentele oorzaken van
illegale en gedwongen migratie weg te nemen. Daartoe moet de EU landen van
oorsprong en doorgang blijven helpen illegale migratie te voorkomen,
migrantensmokkel en mensenhandel te bestrijden, het grensbeheer te verbeteren
en asiel en opvang te verlenen. De EU moet
partnerschappen met derde landen op het gebied van migratie en mobiliteit
versterken zodat het kader en de instrumenten die de TAMM biedt, optimaal
worden benut. Met name mobiliteitspartnerschappen kunnen een belangrijke rol
spelen bij het verhelpen van de tekorten in Europa aan arbeidskrachten en
specifieke vaardigheden en bij het bevorderen van mobiliteit op het gebied van
handel. Ook dialogen over visumliberalisering en de bevordering van de afgifte van
korte-termijnvisa kunnen de economische groei in de EU en de ontwikkeling in
derde landen stimuleren. Het versterken
van de effecten van de TAMM in derde landen verdient daarom prioriteit. Bij de
vaststelling van doelstellingen en maatregelen moeten zorgpunten en
prioriteiten op het gebied van externe betrekkingen voldoende aandacht krijgen.
Het is van wezenlijk belang dat de diverse belanghebbenden samenwerken. Van de
capaciteiten van de EEAS, met inbegrip van de EU-delegaties, moet optimaal
gebruik worden gemaakt, zodat het optreden van de EU efficiënt en samenhangend
is. In het kader van
de EU-agenda voor migratie en ontwikkeling dient er aandacht te zijn voor het
optimaliseren van de ontwikkelingseffecten van zuid-zuidmigratie, het opnemen
van het migratiebeleid in nationale plannen voor ontwikkeling en
armoedebestrijding, het versterken van de beleidscoherentie voor ontwikkeling
en het bevorderen van re-integratiemaatregelen voor teruggekeerde migranten. Samenwerking
met het oog op een goed beheer van migratie kan voor de ontwikkeling in landen
van herkomst aanzienlijke voordelen hebben. De EU moet haar
betrekkingen met de landen van het nabuurschap intensiveren door dialogen over
migratie, mobiliteit en veiligheid en het sluiten en uitvoeren van
mobiliteitspartnerschappen. Er moet voor worden gezorgd dat de partnerschappen
die op dit gebied zijn gesloten met Marokko (ondertekend in 2013) en Tunesië
(ondertekend in 2014), volledig worden uitgevoerd. De EU moet blijven
investeren in regionale migratiedialogen en bilaterale relaties met buiten het
nabuurschap gelegen prioritaire landen en daarbij blijven ijveren voor
mensenrechten, democratie, fundamentele waarden en goede governance. 5. Een beschermend Europa In 2010 keurde
de EU haar eerste interneveiligheidstrategie (IVS) en een begeleidend actieplan
goed. De strategie is gericht op prioriteitsgebieden waar gemeenschappelijke
EU-maatregelen de belangrijkste veiligheidsdreigingen zouden tegengaan en heeft
een toegevoegde waarde voor de inspanningen van de lidstaten. Deze strategie heeft
als uitgangspunt dat het nodig is de veiligheid te versterken, maar daarbij wel
de grondrechten volledig te eerbiedigen, met inbegrip van het recht op privacy
en bescherming van persoonsgegevens. Er werd gekozen voor de volgende vijf
strategische doelstellingen: 1) het ontwrichten van internationale criminele
netwerken, 2) het voorkomen van terrorisme en aanpakken van radicalisering en
aanwerving, 3) het verhogen van de veiligheidsniveaus voor burgers en
ondernemingen in de cyberruimte, 4) het versterken van veiligheid door middel
van grensbeheer en 5) het vergroten van Europa's veerkracht bij crises en rampen.
Deze doelstellingen blijven van kracht. Aangezien de problemen zich
ontwikkelen, moeten de Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement echter
samen voor een actuele versie van de IVS zorgen en voor elke doelstelling de
maatregelen voor de periode 2015-2020 herzien. Door een op preventie en
rechtshandhaving gebaseerde benadering te bevorderen, zou de vernieuwde IVS ook
een grotere synergie moeten aanmoedigen tussen binnenlandse zaken en andere
beleidsgebieden die met interne veiligheid te maken hebben, zoals vervoer, de
interne markt, de douane-unie, onderzoek en ontwikkeling, de digitale markt,
burgerbescherming en externe betrekkingen. In het kader van het zevende
kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling zijn middelen vrijgemaakt voor
onderzoek op het gebied van veiligheid. Het volgende programma, Horizon 2020,
gaat uit van extra inspanningen. De EU zal de Europese veiligheidssector
blijven steunen met het oogmerk strategische prioriteiten op het gebied van
veiligheid te verwezenlijken. 5.1.
Ontwrichting van internationale criminele netwerken Georganiseerde
criminele groepen nestelen zich in de economie van de EU en brengen daarmee de
veiligheid in gevaar. Ernstige misdrijven met een grensoverschrijdende
dimensie, zoals corruptie, mensenhandel en handel in verdovende middelen,
vuurwapens en andere illegale goederen, en de seksuele uitbuiting van kinderen,
berokkenen de slachtoffers en de samenleving in haar geheel ernstige schade.
Een aantal van die dreigingen neemt in omvang toe. De georganiseerde misdaad
wordt steeds flexibeler en ontwikkelt haar activiteiten zowel binnen als buiten
de Europese grenzen. De georganiseerde misdaad blijft een ernstig gevaar vormen
voor de interne veiligheid van de EU en kan destabiliserende gevolgen hebben voor
derde landen. De EU moet zich
aan deze dreigingen blijven aanpassen en er krachtiger op reageren, waarbij zij
haar optreden binnen en buiten de Unie moet coördineren. Het is in dit verband
van wezenlijk belang dat de autoriteiten van de lidstaten operationeel
samenwerken en zich daarbij vooral richten op prioriteiten waarover op het
niveau van de EU overeenstemming is bereikt binnen de beleidscyclus voor
ernstige en georganiseerde misdaad. Het wederzijds vertrouwen moet worden
versterkt en er moet, met steun uit EU-fondsen en van agentschappen meer
gebruik worden gemaakt van gezamenlijke onderzoeksteams (JIT's) en andere
gezamenlijke operaties. Er moet worden onderzocht of de EU maatregelen moet
nemen om ervoor te zorgen dat verschillen tussen nationale regels inzake
onderzoekstechnieken de praktische samenwerking van de JIT's niet belemmeren. Er moet meer
informatie worden uitgewisseld tussen de handhavingsautoriteiten van de
lidstaten en de betrokken EU-agentschappen en tussen deze agentschappen
onderling, waarbij optimaal gebruik moet worden gemaakt van de bestaande
EU-instrumenten. De rol van Europa als knooppunt voor de uitwisseling van
informatie in de EU moet worden versterkt, in nauwe samenwerking met de
lidstaten, OLAF en Frontex. Alle lidstaten moeten centrale contactpunten
opzetten, met inachtneming van het kader voor douanesamenwerking. Systemen voor
de uitwisseling van informatie moeten beter op elkaar afgestemd worden, waarbij
rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingen binnen het bredere kader
van de interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten. Ter
ondersteuning van de praktische samenwerking moet de opleiding op EU-niveau van
rechtshandhavingsfunctionarissen verder worden ontwikkeld. Het Europees
opleidingsprogramma voor rechtshandhaving moet de komende jaren volledig worden
uitgevoerd zodat een groot aantal rechtshandhavingsfunctionarissen,
grenswachten en douanebeambten van alle rangen, er profijt van heeft. Tegelijkertijd
moet de EU haar inspanningen opvoeren die specifiek gericht zijn op de
misdrijven die slachtoffers en de samenleving het meeste schade berokkenen.
Corruptie ondermijnt het vertrouwen in de democratie, brengt de interne markt
schade toe, ontmoedigt buitenlandse investeringen, berooft de overheid van
belastinginkomsten en speelt de georganiseerde misdaad in de kaart. Om
corruptie doeltreffender aan te pakken, zouden de lidstaten de aanbevelingen moeten
opvolgen uit het EU-corruptiebestrijdingsverslag, dat ook in de komende jaren
moet blijven verschijnen. Corruptiebestrijdingsmaatregelen moeten beter
afgestemd worden op de EU-beleidsterreinen en de EU-financiering moet de opbouw
van institutionele en administratieve capaciteit ondersteunen. De samenwerking
tussen de EU-instellingen, de lidstaten en internationale organisaties moet
verder worden uitgebreid. Georganiseerde
criminele groepen worden gemotiveerd door de enorme opbrengsten die illegale
handel, corruptie, financiële misdrijven en andere criminele activiteiten
genereren. Er moet meer worden gedaan om die stimulans tegen te gaan en om te
voorkomen dat criminele winsten in de legale economie terechtkomen. De
richtlijn betreffende de bevriezing en confiscatie van opbrengsten van
misdrijven in de EU moet zo snel mogelijk door alle lidstaten worden omgezet en
uitgevoerd. Bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen en
rechtshandhavings- en justitiële en administratieve autoriteiten, zoals fiscale
of vergunningverlenende instanties, moeten meer samenwerken teneinde vermogen
beter op te kunnen sporen. Het witwassen van geld stelt criminele groepen in
staat de opbrengsten van hun misdrijven te verbergen. Om misbruik van het
financiële systeem te voorkomen, moet het voorstel voor een vierde
anti-witwasrichtlijn snel worden goedgekeurd, omgezet en uitgevoerd en moet
worden onderzocht of er behoefte is aan EU-strafwetgeving ter bestrijding van
witwaspraktijken. Mensenhandel
vormt een groeiende bedreiging. De EU heeft een EU-strategie 2012-2016
vastgesteld om dit misdrijf uit te bannen en een richtlijn, die nu zonder
uitstel volledig moet worden omgezet en uitgevoerd. De uitvoering van de
strategie moet worden voltooid, ook voor zover deze betrekking heeft op
mensenhandel in derde landen. Er moet een strategie voor na 2016 worden
vastgesteld, die zich onder andere uitstrekt tot preventie, slachtofferhulp,
veilige terugkeer en re-integratie en de rol van het internet. Er moet worden
onderzocht of het noodzakelijk is het opzettelijk gebruikmaken van diensten van
slachtoffers van mensenhandel strafbaar te stellen. Om deze doelstellingen te kunnen
verwezenlijken, moet de functie van EU-coördinator voor de bestrijding van
mensenhandel gehandhaafd blijven. De handel in
illegale verdovende middelen blijft voor de georganiseerde misdaad een uiterst
lucratieve zaak. In 2013 brachten Europol en het EU-drugsagentschap (EMCDDA)
gezamenlijk het allereerste "Drug Markets Report" uit, waarin werd
gewezen op de toename van nieuwe psychoactieve stoffen. De Commissie heeft
wetgeving voorgesteld die het mogelijk maakt zulke stoffen snel uit de markt te
nemen wanneer zij schadelijk voor de gezondheid zijn, zij het dat legaal
industrieel en commercieel gebruik is toegestaan. Ook deze wetgeving moet worden
goedgekeurd en geïmplementeerd in het kader van de gebalanceerde benadering die
in de EU-drugsstrategie tot uitdrukking komt. Seksuele
uitbuiting en misbruik van kinderen brengt de slachtoffers levenslange schade
toe. Er moet voorrang worden gegeven aan de omzetting en uitvoering van de
EU-richtlijn ter bestrijding van online-exploitatie. Ook op andere
beleidsterreinen moet aandacht worden geschonken aan de bescherming van
kinderen tegen seksuele misdrijven en er moet worden bekeken of er niet een
algemene EU-strategie moet komen. Geweld waarbij
vuurwapens worden gebruikt, blijft overal in de EU ernstig letsel en dodelijke
slachtoffers veroorzaken en de illegale handel in vuurwapens moet dan ook
krachtiger worden aangepakt. Een herziening van de bestaande wetgeving op het
gebied van de verkoop en overdracht van vuurwapens binnen de EU zou het gevaar
van illegaal gebruik en illegale handel in vuurwapens terugdringen, mits de
wetgeving in de praktijk strenger wordt gehandhaafd. Tot slot dient
de doeltreffendheid van bestaande overeenkomsten en regelingen inzake het delen
met derde landen van voor rechtshandhaving relevante informatie onverminderd
geëvalueerd en zo nodig vergroot te worden. Het toenemend gebruik van
persoonsgegevens van passagiers (PNR), zowel in derde landen als tussen
lidstaten, moet aan de orde komen in de context van een nieuw regelgevingskader
op EU-niveau, dat een hoog niveau van gegevensbescherming garandeert voor zowel
het verwerken van PNR-gegevens binnen de EU als de overdracht van PNR-gegevens
vanuit de EU aan derde landen. Het PNR-instrument van de EU moet nu eindelijk worden
goedgekeurd en uitgevoerd. Bovendien moet er een herziening van de richtlijn
betreffende de bewaring van gegevens plaatsvinden, parallel aan een herziening
van de e-privacy-richtlijn en met inachtneming van de resultaten van de onderhandelingen
over het kader voor gegevensbescherming. 5.2. Voorkoming
van terrorisme en aanpak van radicalisering en rekrutering De
afgelopen jaren hebben er diverse terroristische aanslagen plaatsgevonden,
meestal gepleegd door individuen of kleinere groepen, maar niettemin veelal met
ernstige gevolgen. De dreiging van terrorisme en gewelddadig extremisme zal de
EU de komende jaren voor een zware uitdaging stellen. Het is een zorgwekkende
ontwikkeling dat vooral jonge mensen naar landen als Syrië gaan om als
buitenlander aan de strijd deel te nemen. Eenmaal daar sluiten sommigen zich
aan bij terroristische groeperingen. Bij terugkeer zouden zij een ernstige
bedreiging voor de veiligheid in de EU kunnen vormen. Als
reactie daarop moeten wij terrorisme voorkomen, zoals uiteengezet in de
EU-terrorismebestrijdingsstrategie, en radicalisering die tot terrorisme leidt,
bestrijden. Wij moeten krachtiger tegen gewelddadig extremisme en terrorisme optreden
en daarbij breed opereren door zowel met interne als externe aspecten rekening
te houden. De geplande actualisering van de EU-strategie ter bestrijding van
radicalisering en rekrutering van terroristen zal van vitaal belang zijn voor
het plannen van vervolgstappen. Zoals de Commissie heeft voorgesteld, moet de
nadruk komen te liggen op hulp aan degenen die een extremistische omgeving
willen verlaten, de opleiding van lokale actoren, betrokkenheid bij lokale
gemeenschappen, nauwere samenwerking met de particuliere sector bij de bestrijding
van radicalisering via het internet en een betere integratie van interne
maatregelen in het externe optreden. De bestrijding van gewelddadig terrorisme
moet deel blijven uitmaken van de EU-bijstand aan derde landen op het gebied
van ontwikkeling en veiligheid, onder meer wat betreft onderwijs,
maatschappelijke organisaties, gender, governance en media. Om deze
maatregelen te ondersteunen, moet het netwerk voor voorlichting over
radicalisering worden versterkt en uitgebreid tot een kenniscentrum, waar goede
praktijken worden verzameld en het werk van degenen die in het veld opereren
beter wordt gecoördineerd. Het is
van belang dat de EU de lidstaten helpt bij het netwerken op het gebied van
rechtshandhaving en het verbeteren van de opleiding en trainingen voor
rechtshandhavingsautoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het optreden na
een terroristische aanslag. ATLAS, een EU-netwerk van interventie-eenheden ter
bestrijding van terrorisme, voerde in 2013 de grootste EU-operatie in de
geschiedenis uit. Dit optreden moet een vervolg krijgen in de vorm van nieuwe
trainingen, niet alleen op operationeel, maar ook op strategisch niveau. Een
van de doelstellingen voor de komende jaren moet het opleiden van beter
getrainde en meer interoperabele eenheden zijn. De EU
heeft al overeenstemming bereikt over wetgeving die het moeilijker maakt de
hand te leggen op precursoren voor het maken van explosieven. Nu is het zaak
ervoor te zorgen dat deze wetgeving doeltreffend wordt uitgevoerd. Ook moeten
de werkzaamheden inzake chemische stoffen, biologische, radiologische en
nucleaire materialen en explosieven worden opgevoerd en meer voorrang krijgen. Bij de
coördinatie van terrorismebestrijding moet rekening worden gehouden met de
nieuwe institutionele structuren die bij het Verdrag van Lissabon zijn ingevoerd,
onder meer ter ondersteuning van de werkzaamheden van de hoge
vertegenwoordiger/de EDEO inzake de externe betrekkingen van de EU, met name
wat betreft de bevordering van de communicatie tussen de Unie en derde landen. 5.3.
Verhoging van het veiligheidsniveau voor burgers en ondernemers in de
cyberruimte Onze
samenlevingen worden steeds afhankelijker van het internet. Er moeten veilige
en betrouwbare systemen worden opgezet, zodat mensen en ondernemingen de
mogelijkheden van internet ten volle kunnen benutten. Het is cruciaal dat er
veilig elektronisch kan worden betaald. Er doemen echter nieuwe problemen op,
waaronder het gebruik van digitale valuta en online-platforms die zich voor
vele vormen van ernstige en georganiseerde criminaliteit lenen. De komende
jaren zal het aantal cyberaanvallen waarschijnlijk toenemen, ondanks de
krachtige maatregelen die worden genomen om cybercriminaliteit krachtiger te
kunnen bestrijden en de cyberveiligheid te verbeteren. De
mogelijkheden om cybercriminaliteit concreet te kunnen bestrijden, moeten
worden vergroot. De EU heeft binnen Europol een Europees centrum voor de
bestrijding van cybercriminaliteit (EC3) opgezet. In het eerste jaar van zijn
bestaan heeft het centrum zijn waarde al bewezen door lidstaten te ondersteunen
bij hun onderzoek naar een breed scala aan strafbare feiten, variërend van
fraude tot online-kindermisbruik. De Commissie zal steun blijven geven aan de
ontwikkeling van EC3 als de centrale instantie voor de strijd tegen
cybercriminaliteit in Europa. Een van de belangrijkste taken van de EU zal erin
bestaan de lidstaten te helpen bij de ontwikkeling van hun mogelijkheden
cybercriminaliteit te bestrijden. Idealiter zouden alle lidstaten over een
centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit beschikken. Op
strategisch niveau moet de respons van de EU beter worden gecoördineerd. De
eerste EU-cyberveiligheidsstrategie is vastgesteld met het oogmerk de veiligste
internetomgeving ter wereld te creëren. Deze visie moet nu in de praktijk
worden gebracht. De
strategie stuurt ook aan op meer internationale samenwerking, zowel op
strategisch als operationeel niveau. In dit opzicht is de tijdens de top in 2010
met de VS bereikte overeenstemming over de oprichting van een werkgroep inzake
cyberveiligheid en cybercriminaliteit nuttig gebleken voor het behalen van
concrete resultaten. Daarbij valt met name te denken aan de door de EU en de VS
opgerichte Wereldwijde alliantie tegen seksuele uitbuiting van kinderen via het
internet. De alliantie verenigt op dit moment 52 landen uit alle delen van de
wereld en kan als inspiratiebron dienen voor toekomstige initiatieven. De EU
moet ervoor zorgen dat de alliantie succesvol blijft en meer landen overhalen
om zich aan te sluiten. De EU
heeft al overeenstemming bereikt over strengere wetgeving ter bestrijding van
cybercriminaliteit. Deze moet nu snel worden ingevoerd. Effectief optreden op
dit terrein vereist ook intensievere samenwerking met de particuliere sector.
Ook moet duidelijk worden waar in de cyberruimte de rechtsmacht ligt. In dit
opzicht zal het Verdrag van Boedapest inzake cybercriminaliteit van de Raad van
Europa een belangrijke rol blijven spelen voor de mondiale samenwerking en is
het van belang dat lidstaten die het Verdrag nog niet hebben geratificeerd, daartoe
overgaan. 5.4. De
veiligheid versterken door grensbeheer Uniforme
en strenge normen inzake grensbeveiliging en –beheer, met volledige
eerbiediging van de grondrechten, zijn onontbeerlijk. Beleid op het gebied van
grensbeheer is van groot belang voor de strijd tegen grensoverschrijdende
misdaad en de handhaving van een hoog veiligheidsniveau. De
geïntegreerde strategie voor grensbeheer moet worden bijgesteld op basis van de
ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de huidige beleidsinstrumenten.
De EU moet erover nadenken hoe bestaande systemen en platforms kunnen worden geïntegreerd
en streven naar verdere samenwerking op nationaal niveau tussen grenswachten en
andere aan de grens werkzame autoriteiten, teneinde de veiligheid te vergroten. Wat het
goederenverkeer betreft, zal in aansluiting op de mededeling van de Commissie
uit 2013 in 2014 een strategie inzake douanerisicobeheer en beveiliging van de
toeleveringsketen worden gepresenteerd. Dit initiatief maakt een effectiever
risicobeheer mogelijk door de beschikbaarheid en het gebruik van gegevens over
de toeleveringsketen te verbeteren, de samenwerking en coördinatie tussen
douaneautoriteiten op internationaal niveau en met andere rechtshandhavings- en
veiligheidsagentschappen op te voeren, en de lidstaten en de EU in staat te
stellen tot een meer geïntegreerde en consistente EU-respons op risico's voor
de toeleveringsketen te komen. 5.5.
Vergroting van Europa 's veerkracht ten aanzien van crises en rampen De EU
heeft haar capaciteit om door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen te
voorkomen, zich op dergelijke rampen voor te bereiden en daarop te reageren,
aanzienlijk vergroot. Nu zal er vooral voor worden gezorgd dat de ingevoerde
systemen ook werken. Het coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties heeft
zijn taak aangevangen als dienstverlener en als platform voor de coördinatie
van het optreden bij grote rampen. De
volledige uitvoering van de nieuwe wetgeving op het gebied van civiele
bescherming zal een belangrijke uitdaging vormen. Deze wetgeving legt de
contouren vast voor toekomstige werkzaamheden van de Unie op dit terrein. Over
de voorwaarden waaronder de solidariteitsclausule kan worden toegepast, moet
nog overeenstemming worden bereikt. Deze regels zullen bepalend zijn voor de
manier waarop aan grote crises het hoofd moet worden geboden. Er zal naar
worden gestreefd om ook op andere beleidsterreinen en bij het gebruik van fondsen
rekening te houden met rampenbeheer en om de bijdrage van wetenschap en
innovatie aan rampenbeheer te versterken. Operationele
uitdagingen, zoals de interoperabiliteit van uitrusting en
communicatiesystemen, moeten de nodige aandacht krijgen en de activiteiten op
het gebied van opleiding en oefeningen moeten worden geïntensiveerd. 5.6. Het
scheppen van interne veiligheid in een mondiaal kader De Europese
interne veiligheid vereist ook dat er buiten de EU-grenzen en in samenwerking
met partners in derde landen wordt opgetreden. Een dergelijke samenwerking is
bijvoorbeeld nodig om radicalisering tegen te gaan en om de handel in mensen en
verdovende middelen te bestrijden. Veel
derde landen zijn zo instabiel dat de democratie, de rechtsstaat en de
mensenrechten er in gevaar zijn, maar ook de EU er ernstige gevolgen van kan ondervinden.
Problemen op het gebied van de interne veiligheid moeten systematischer worden
aangepakt, als onderdeel van het externe beleid van de EU, in samenhang met
hulp- en samenwerkingsprogramma's van de EU en andere beleidsinstrumenten voor
internationale samenwerking. Dit moet
gebeuren door het verlenen van bijstand bij de opbouw van capaciteit op het
gebied van rechtshandhaving, het aanbieden van opleiding of door het
uitwisselen van kennis en beste praktijken. De EU zal de
ontwikkelingssamenwerking met haar partners opvoeren en deze helpen bij hun
streven de mensenrechten beter te beschermen, de rechtsstaat te versterken en
governance-aspecten als transparantie, participatie en verantwoordingsplicht te
bevorderen. De EU
moet samen met haar partners op nationaal en internationaal niveau blijven
werken aan de totstandkoming van een gemeenschappelijke agenda op het gebied
van veiligheid, met het oog op synergieën en om gelijk op te trekken met de lidstaten
en andere donoren. De samenwerking met de EEAS moet verder worden versterkt
teneinde op de internationale agenda plaats in te ruimen voor de strategische
prioriteiten op het gebied van binnenlandse zaken. Conclusie Het waarborgen
van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid is een centrale doelstelling voor
de Europese Unie. Sinds 1999, toen het Verdrag van Amsterdam in werking trad en
het Tampere Programma werd goedgekeurd, is er veel gedaan om te zorgen voor een
open en veilig Europa dat is gebaseerd op de eerbiediging van de mensenrechten
en op het vaste voornemen de Europese burger van dienst te zijn. Bij
toekomstige werkzaamheden moet voorrang worden gegeven aan de uitvoering van
wetgeving, de consolidering van de behaalde resultaten en een grotere
praktische samenwerking. Wanneer goed in de gaten wordt gehouden of wetgeving
en beleid doeltreffend zijn, kunnen de maatregelen van de EU zo nodig worden
aangepast en een strategisch gebruik van EU-financiering zal de EU-prioriteiten
ten goede komen, overeenkomstig het streven van de EU-instellingen naar slimme
regelgeving. De op de burgers georiënteerde benadering moet een leidend
beginsel blijven voor verdere werkzaamheden. Tegelijkertijd
moeten wij onze aandacht richten op de kansen en uitdagingen die voor ons
liggen. Het moet volstrekt duidelijk zijn dat het Europees Parlement, de
lidstaten, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger/EEAS, EU-agentschappen en
vele andere partijen de krachten nadrukkelijker moeten bundelen om het hoofd te
kunnen bieden aan een veranderende omgeving. In deze mededeling is geprobeerd de
uitdagingen te inventariseren en worden maatregelen voorgesteld die volgens de
Commissie met het Europees Parlement en de Raad zouden moeten worden besproken.
Er zou dan ook rekening met deze mededeling moeten worden gehouden wanneer de
Europese Raad in overeenstemming met artikel 68 zijn strategische richtsnoeren
vaststelt.