|
18.2.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 47/28 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 15 oktober 2003
betreffende de financiële participatie van het Waalse Gewest in Carsid SA
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 3527)
(Slechts de teksten in de Nederlandse en de Franse taal zijn authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2005/137/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,
Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),
Gelet op Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (1),
Na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (2) en gezien deze opmerkingen,
Overwegende hetgeen volgt:
I. PROCEDURE
|
(1) |
Bij schrijven van 17 oktober 2001 heeft België bij de Commissie het voornemen van het Waalse Gewest aangemeld om een inbreng te doen in het kapitaal van een nieuwe staalonderneming, Carsid SA. België heeft de Commissie aanvullende inlichtingen verstrekt bij brieven van 20 november 2001 en 14 februari 2002. |
|
(2) |
Bij schrijven van 3 april 2002 heeft de Commissie België in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 6, lid 5, van Beschikking nr. 2496/96/EGKS van de Commissie van 18 december 1996 houdende communautaire regels voor steun aan de ijzer- en staalindustrie (3). |
|
(3) |
Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt (4). De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de betrokken maatregel te maken. |
|
(4) |
De Commissie heeft van belanghebbenden opmerkingen terzake ontvangen. Zij heeft deze voor een reactie doorgezonden aan België en heeft bij brieven van 17 juni, 6 september, 22 oktober en 25 november 2002 opmerkingen van België ontvangen. |
II. IN CARSID PARTICIPERENDE ONDERNEMINGEN
|
(5) |
De Société wallonne de gestion et de participations, hierna „Sogepa” genoemd, is een holdingmaatschappij van het Waalse Gewest, die onder meer de activiteiten van de Société wallonne pour la sidérurgie, hierna „SWS” genoemd, heeft overgenomen. In de sector ijzer en staal heeft zij als opdracht om, in het kader van het Waalse algemeen economisch beleid, de oprichting of uitbreiding van ondernemingen te stimuleren en het overheidsinitiatief in de industrie te bevorderen. Op het tijdstip van de aanmelding had Sogepa een participatie van 25 % in het kapitaal van Cockerill Sambre, een Belgische ijzer- en staalproducent. Zij had ook een belang van 25 % in het kapitaal van Duferco Clabecq (zie overweging 9), Duferco La Louvière (zie overweging 11) en Duferco Belgium (zie overweging 12). |
|
(6) |
De participatie van Sogepa in Cockerill Sambre werd op 17 december 2001 omgeruild voor een participatie van 8 % in het kapitaal van Usinor, die op haar beurt, begin 2002, een participatie van 4,25 % werd in het kapitaal van Arcelor (zie overweging 7). Het belang van Sogepa in Duferco Clabecq werd teruggebracht tot 5,91 % na de kapitaalvermindering tot aanzuivering van verliezen die op 8 augustus 2002 plaatsvond en gevolgd werd door een kapitaalverhoging onderschreven door Duferco Investment. Evenzo is de rechtstreekse participatie van Sogepa in Duferco La Louvière nagenoeg verdwenen als gevolg van de kapitaalvermindering tot aanzuivering van verliezen op 8 november 2001, gevolgd door een kapitaalverhoging onderschreven door Duferco Belgium. |
|
(7) |
Usinor Belgium SA is een holdingmaatschappij van de Usinor-groep in België. De Franse Usinor-groep was tot eind 2001 een van de belangrijkste Europese staalconcerns. In 2001 bedroeg de omzet wereldwijd 14 523 miljoen EUR. Op het tijdstip van de aanmelding had Usinor 75 % van Cockerill Sambre in handen. Begin 2002 is de Usinor-groep gefuseerd met de Luxemburgse Arbed-groep en de Spaanse Aceralia-groep. Samen vormen zij thans de Arcelor-groep, de grootste staalproducent ter wereld. |
|
(8) |
Duferco Investment SA, hierna „Duferco Investment” genoemd, is een holdingmaatschappij van de Duferco-groep, een Italiaans-Zwitsers privé-concern dat is gespecialiseerd in de handel in staalproducten (met inbegrip van grondstoffen), maar dat eveneens lange en platte producten in koolstofstaal produceert. In 2001 behaalde het concern een wereldwijde omzet van 3,2 miljard USD. In België heeft Duferco Investment zeggenschap over twee staalproducerende bedrijven, Duferco Clabecq en Duferco La Louvière. Deze beide ondernemingen betalen aan Duferco Investment, voor de diensten die de groep aan de Belgische ondernemingen verleent, een jaarlijkse commissie van […] (*1) van haar omzet, bestaande uit een agentschapscommissie ([…]) en een beheerscommissie ([…]). |
|
(9) |
Duferco Clabecq is de onderneming die de Duferco-groep en de Waalse overheid (via de SWS) hebben opgericht met het oog op de overname van de onderneming Forges de Clabecq (5) die sinds 3 januari 1997 failliet is. De SWS heeft bijgedragen in de kapitalisering van Duferco Clabecq door een inbreng van circa 8,6 miljoen EUR en de toekenning van een achtergestelde lening van circa 13,6 miljoen EUR (voor 75 % gewaarborgd door de Duferco-groep). De bijdrage van de Duferco-groep bestond uit een inbreng van circa 25,9 miljoen EUR. In haar besluit van 25 november 1997 heeft de Commissie geoordeeld dat deze maatregelen van de SWS geen staatssteun vormden. In dat besluit merkte de Commissie op dat, volgens het bedrijfsplan van de onderneming, vanaf het tweede werkingsjaar een positieve exploitatiemarge verwacht werd en dat vanaf het vijfde jaar winst zou worden gemaakt. |
|
(10) |
In onderstaande tabel zijn over Duferco Clabecq enkele financiële kerngegevens te vinden tot en met 30 september 2001.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(11) |
Duferco La Louvière is de onderneming die Duferco Investment en de Waalse overheid (via de SWS) hebben opgericht met het oog op de overname van de onderneming Hoogovens-Usines Gustave Boël (6) die sinds oktober 1998 onder gerechtelijk akkoord werkte. SWS heeft bijgedragen in de kapitalisering van Duferco La Louvière door een inbreng van circa 17,8 miljoen EUR en de toekenning van een achtergestelde lening van circa 27,8 miljoen EUR (voor 75 % gewaarborgd door de Duferco-groep). De bijdrage van de Duferco-groep bestond uit een inbreng van circa 53,5 miljoen EUR. In haar besluit van 1 juli 1999 heeft de Commissie geoordeeld dat deze maatregelen van de SWS geen staatssteun vormden. In dat besluit merkte de Commissie op dat volgens het bedrijfsplan vanaf 2000 weer winst werd verwacht. |
|
(12) |
Daarnaast hebben Duferco Investment en Sogepa, met het oog op hun bijdrage in de financiering van nieuwe investeringen van Duferco La Louvière, de holding Duferco Belgium opgericht die een belang zou nemen in het kapitaal van Duferco La Louvière. Sogepa zou bijdragen in de kapitalisering van Duferco Belgium door een inbreng van circa 15,6 miljoen EUR en de toekenning van een achtergestelde lening van circa 24,3 miljoen EUR (voor 75 % gewaarborgd door de Duferco-groep). De bijdrage van de Duferco-groep zou bestaan uit een inbreng van circa 46,8 miljoen EUR. Op 30 september 2001 was 25 % van het kapitaal (15,6 miljoen EUR) vrijgegeven en had Sogepa het volledige bedrag van de lening uitgekeerd. Op 20 september 2001 had Duferco Belgium leningen voor circa 36 miljoen EUR toegekend ten behoeve van de financiering van de investeringen van Duferco La Louvière. In het op 30 september 2001 afgesloten boekjaar meldde Duferco Belgium een verlies van 31 209 EUR. |
|
(13) |
In de onderstaande tabel zijn over Duferco La Louvière enkele financiële kerngegevens te vinden tot en met 30 september 2001.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
III. GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE MAATREGEL
|
(14) |
Nadat de voorzitter van de groep Usinor Sacilor in februari 2001 had aangekondigd dat hij voornemens was de activiteiten van de warmwalserij van Cockerill Sambre te Charleroi stop te zetten, werden er tussen Usinor-Cockerill Sambre, de Duferco-groep en Sogepa besprekingen aangevat met als voornaamste doel voor de productie van plakken een gemeenschappelijke onderneming op te richten, waarvan de industriële uitrusting gevormd zou worden door de huidige installaties van Cockerill Sambre te Charleroi, aangevuld met uitrusting afkomstig van Duferco Clabecq (continugieterij) (7). Deze besprekingen resulteerden in de protocol-overeenkomst inzake de oprichting van Carsid die op 12 oktober 2001 werd ondertekend. |
|
(15) |
De maatregel van het Waalse Gewest bestaat uit een inbreng door Sogepa in het maatschappelijk kapitaal van het nieuwe staalbedrijf Carsid SA. Aanvankelijk was voorzien dat deze inbreng 20 miljoen EUR zou bedragen. Bij schrijven van 14 mei 2002 heeft België de Commissie evenwel meegedeeld dat, zonder afbreuk te doen aan het feit dat België het niet eens was met de analyse van de Commissie in haar besluit tot inleiding van de procedure, teneinde de bezwaren van de Commissie weg te nemen, de inbreng van Sogepa zou worden teruggebracht tot 9 miljoen EUR, terwijl de overige 11 miljoen EUR die oorspronkelijk gepland waren, (eveneens contant) dienden te worden ingebracht door Duferco Investment. |
|
(16) |
In afwachting van een gunstige beschikking van de Commissie heeft Cockerill Sambre op 27 december 2001 een inbreng in natura gedaan waarvan de nettowaarde werd vastgesteld op 35 miljoen EUR, terwijl Duferco een inbreng in geld deed ten belope van 25 miljoen EUR. Het startkapitaal van Carsid werd bijgevolg vastgesteld op 60 miljoen EUR. |
|
(17) |
De inbreng in natura door Cockerill Sambre bestond uit de inbreng van een productie-eenheid die grosso modo overeenstemde met de geïntegreerde productielijn van de vestiging te Charleroi en de elektrische productielijn van de vestiging te Marcinelle. In oktober 2001 vond voor deze installaties een expertise door een onafhankelijk bedrijf plaats, waarbij de nuttige waarde op […] miljoen EUR werd vastgesteld. Daarnaast heeft Cockerill nog voorraden ingebracht ter waarde van […] miljoen EUR en passiva bestaande uit voorzieningen ([…] miljoen EUR), schulden met betrekking tot bezoldigingen ([…] miljoen EUR) en leveranciersschulden ([…] miljoen EUR). |
|
(18) |
De inbreng in geld door Duferco werd aangewend voor de onmiddellijke verwerving van de continugieterij voor breedband en andere secundaire installaties te Clabecq. In november 2001 vond voor deze installaties een expertise door een onafhankelijk bedrijf plaats, waarbij de nuttige waarde op 25 miljoen EUR werd vastgesteld. |
|
(19) |
Onmiddellijk na de oprichting heeft Cockerill 40 % van haar belang in Carsid overgedragen aan Usinor Belgium en 18,33 % aan Duferco (voor de prijs van […] miljoen EUR, te betalen vanaf […]). Daardoor is het kapitaal van Carsid thans verdeeld over Usinor Belgium (40 %) en Duferco (60 %). Na de geplande inbreng van middelen door Sogepa en Duferco Investment zou het belang van Sogepa in Carsid uiteindelijk 11,25 % bedragen, terwijl het overige kapitaal verdeeld is over Duferco Investment (58,75 %) en Usinor Belgium SA (30 %). |
IV. BEGINSELEN INZAKE DE WERKING VAN CARSID
|
(20) |
Carsid zal over twee productielijnen voor plakken beschikken, met name één geïntegreerde gietlijn, met een productiecapaciteit van 1,8 miljoen ton per jaar, welke productie bestemd zal zijn voor Duferco, en één elektrische lijn, waarvan de productie zal worden verdeeld tussen Cockerill ([…]) en de Waalse ondernemingen van Duferco ([…]). Tijdens een overgangsperiode […], zal het grootste deel van de productie van Carsid evenwel bestemd zijn voor Cockerill Sambre. |
|
(21) |
De transactie heeft ten gevolge dat de hoogoven van Clabecq (met een jaarlijkse productiecapaciteit van ongeveer 1,5 miljoen ton staal) definitief wordt gesloten. |
|
(22) |
Carsid zal uitsluitend voor de ondernemingen van de Duferco-groep en Arcelor produceren en zal niet op de open markt actief zijn. Daartoe hebben Cockerill Sambre en de Duferco-groep met Carsid langlopende leveringscontracten gesloten die lopen tot eind […] (Cockerill Sambre) of […] (Duferco). Cockerill Sambre zal de overeenkomst evenwel eind […] voor het eerst kunnen opzeggen. Voorts kunnen, ingeval Cockerill Sambre haar recht uitoefent om afstand te doen van haar aandelen-Carsid, zowel Cockerill Sambre als Duferco hun contracten per […] beëindigen. |
|
(23) |
Naast de reeds vermelde productie-installaties (zie overweging 20) gaat Carsid ervan uit een nieuwe […]-installatie te verwerven om de kwaliteit van haar producten te verbeteren, alsmede onderhoudsinvesteringen uit te voeren aan andere installaties en milieu-investeringen te verrichten. De kostprijs voor de overbrenging van de continugieterij van Duferco Clabecq naar Charleroi wordt geraamd op […] miljoen EUR. Usinor Belgium zal een bijdrage leveren aan de kredietbehoeften van Carsid door een lening van […] en een kredietlijn voor hetzelfde bedrag, waarop een jaarlijkse rente van […] van toepassing is. |
|
(24) |
De bevoorrading met grondstoffen wordt tegen vergoeding toevertrouwd aan de betrokken diensten van Arcelor en de Duferco-groep. Zo zal de aankoop van schroot toevallen aan de groep-[…] en de aankoop van ertsen, kolen en cokes aan de […]-groep. |
|
(25) |
De aandeelhouders van Carsid zijn overeengekomen dat de ondernemingen waarvoor de geproduceerde plakken bestemd zijn, de productiekosten van de respectieve productielijn voor hun rekening zullen nemen. De plakken zullen daarenboven worden geleverd tegen productiekosten + 1 %, zodat de onderneming zeker geen verlies maakt. Voorts zijn de aandeelhouders overeengekomen dat vanaf het […] jaar de helft van de winst als dividend zal worden uitgekeerd. |
|
(26) |
De vaste kosten van de gietlijn zullen door Duferco worden gedragen, terwijl de vaste kosten van de elektrische lijn zullen worden gedragen door Cockerill Sambre tot een capaciteit van […] ton. Wanneer de capaciteit van de elektrische lijn op 1 miljoen ton zal zijn gebracht, blijft daarvan slechts […] ten laste van Cockerill, terwijl de rest ten laste is van Duferco. De partner die de aan de andere partij toegekende capaciteit geheel of gedeeltelijk benut, draagt evenwel de vaste kosten in verhouding tot het gebruik ervan. De variabele kosten worden gedragen door elke partij naar verhouding van de aan hen toegekende productie. In het contract is vastgelegd dat de personeelsbezetting van de elektrische lijn voornamelijk veranderlijk is door een beroep te doen op het stelsel van technische werkloosheid en door, voorzover mogelijk, de werknemers in de gietlijn in te zetten. |
V. DE SITUATIE OP DE MARKT VOOR IJZER EN STAAL IN 2001
|
(27) |
Na een voor de communautaire ijzer- en staalindustrie zeer goed jaar 2000 (met een recordproductie van 163,2 miljoen ton staal) viel sedert begin 2001 een daling in de productie vast te stellen, een evolutie die nadien bevestigd werd. Meer algemeen, kwam er, naast de groeivertraging die over heel de wereld werd vastgesteld, de onzekerheid over de verdere ontwikkeling van de economie als gevolg van de gebeurtenissen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten. |
|
(28) |
Wat in het bijzonder de platte producten in koolstofstaal betreft, die de belangrijkste producten van Duferco Clabecq en Duferco La Louvière zijn, was de marktsituatie in de Gemeenschap in 2001 als gevolg van de invoer bijzonder zorgwekkend (zie in die zin de gegevens over 2001 in Verordening (EG) nr. 560/2002 van de Commissie van 27 maart 2002 tot instelling van voorlopige vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde ijzer- en staalproducten (8). Op wereldvlak is de situatie nauwelijks beter, zoals door alle deelnemers aan de bijeenkomst op hoog niveau die op 17 en 18 september 2001 bij de OESO plaatsvond, werd vastgesteld. Bovendien hebben de in januari en juli 2001 door de Verenigde Staten uitgevoerde onderzoeken in de staalsector de onzekerheid over de vooruitzichten voor de evolutie in de internationale handel in ijzer- en staalproducten nog doen toenemen. |
|
(29) |
België is een netto-uitvoerder van ijzer- en staalproducten. In 2001 was 70 % van de productie bestemd voor de rest van de Gemeenschap. |
VI. DE TWIJFEL VAN DE COMMISSIE BIJ DE INLEIDING VAN DE PROCEDURE
|
(30) |
De Commissie had twijfel geuit of het optreden van Sogepa wel overeenstemde met dat van een privé-investeerder, zelfs indien dit optreden beoordeeld werd in het kader van de door haar in het verleden verrichte investeringen, en wel om twee redenen:
|
VII. OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN
A. Corus
|
(31) |
De ijzer- en staalproducent Corus is van oordeel dat de investering van het Waalse Gewest via Sogepa in Carsid staatssteun vormt. Deze onderneming baseert zich daarvoor op het gegeven dat een privé-investeerder die een rendabele investering wil doen, geen belang in Carsid zou hebben genomen tegen de voorwaarden waarmee Sogepa heeft ingestemd. |
|
(32) |
Ten eerste is Carsid volgens Corus niet concurrerend en zal zij dat ook in de toekomst niet zijn. Door haar ligging in het binnenland heeft Carsid, volgens Corus, bepaalde concurrentienadelen wat betreft kostprijs van de „inputs”: personeel, kolen en ijzererts, schroot, stroom. Overigens is de onderneming te klein om schaalvoordelen te hebben (9). Daarentegen bezit Carsid geen specifieke voordelen: zij zal gewone halfafgewerkte producten afzetten waarvoor er overcapaciteit bestaat terwijl andere producenten beter uitgerust zijn om deze te exporteren. De productiekosten te Charleroi liggen momenteel 15 % boven die van een gemiddelde concurrent. Met een kostprijs van 219 USD per ton is Charleroi de producent met de hoogste kosten in Europa (met uitzondering van de kleine Griekse producent Halyvourgiki). Zij staat nummer 207 op de lijst van 300 producenten die door de analisten van World Steel Dynamics worden gevolgd. |
|
(33) |
Daarbij komt nog dat Carsid zijn plakken zal afzetten tegen kostprijs + 1 %, waardoor Duferco en Arcelor in een ongunstige concurrentiepositie worden geplaatst voor de afzet van hun afgewerkte producten die op basis van deze plakken worden geproduceerd. Een privé-investeerder die een participatie wil nemen in Carsid, zou dus bevreesd zijn dat de voortzetting van deze regeling zou leiden tot ofwel een belangrijke daling van de afname van Duferco en Arcelor bij Carsid, of tot nieuwe onderhandelingen over de afzetprijs. Deze vrees zou de privé-investeerder ertoe bewegen de in zijn investeringsbesluit verrekende risicopremie te verhogen en een rendement te eisen dat boven het normale ligt. |
|
(34) |
Volgens Corus is er weinig hoop dat Carsid ooit een levensvatbaar winstpeil bereikt. Dit is net de reden waarom Usinor in februari openlijk aankondigde dat de staalproductie te Charleroi geen enkele toekomst had. Bijgevolg kan de investering door Sogepa niet worden beschouwd als het optreden van een normale investeerder. De overige aandeelhouders hebben andere motieven. Usinor wil Charleroi verlaten zonder opnieuw te hoeven onderhandelen over de toezeggingen die zij heeft gedaan bij de overname van Cockerill, en deze transactie biedt haar de kans om zulks tegen lagere of zelfs zonder kosten te doen. Wanneer Duferco de levering van plakken aan haar Belgische bedrijven toevertrouwt aan Carsid, kan zij waarschijnlijk meer dan de geleden verliezen recupereren dankzij de winst die zij maakt op de afzet van het eindproduct. Duferco beschouwt deze transactie ook als een middel om de herstelling van de hoogoven van Clabecq te vermijden en de productie over te brengen naar Charleroi, waar zij minder hoopt te verliezen dan te Clabecq. Deze transactie zal echter geen winst opleveren. Sogepa investeert dus enkel om werkgelegenheid veilig te stellen. |
|
(35) |
Ten tweede is Corus van oordeel dat het rendement dat van de investering verwacht wordt, onvoldoende is om de investering te rechtvaardigen. Corus heeft de netto actuele waarde berekend van de opbrengsten die Sogepa met haar investeringen zou kunnen behalen. In de meest optimistische scenario's kan Sogepa, volgens Corus, hopen op een interne rendementsgraad (internal rate of return — IRR) van maximaal 4,9 %. Dit ligt dus duidelijk onder het percentage dat een privé-investeerder zou eisen. In nagenoeg alle overige scenario's is het rendement negatief. |
|
(36) |
Ten derde is Corus van oordeel dat de waarde van de ingebrachte uitrusting sterk overdreven is. Met deze transactie wordt Cockerill immers vooral de kans geboden de locatie te Charleroi te verlaten zonder sluitingskosten te hoeven te betalen. Aangezien niet verwacht mag worden dat deze uitrusting in de betrokken situatie enige winst oplevert, is de werkelijke waarde ervan nul. In elk geval, mocht de betrokken uitrusting geveild worden, zou de opbrengst hiervan niet hoger liggen dan die van het schroot. Ervaring op dit gebied heeft Corus geleerd dat de schrootwaarde in het gunstigste geval de milieukosten dekt voor de sanering van de site. |
|
(37) |
Ten vierde is Corus van mening dat Sogepa, zelfs indien de waarde van de uitrusting correct geraamd is, een groter economisch risico zou lopen dan de privé aandeelhouders van Carsid omdat zij als enige aandeelhouder nieuwe middelen zou inbrengen in een meer dan onzeker project. Aangezien de inbreng van de beide privé-aandeelhouders van Carsid een inbreng in natura is, hetzij rechtstreeks, hetzij omdat hun inbreng gebruikt wordt om de uitrusting van bedrijven binnen de groep over te nemen, betwijfelt Corus dat een privé-aandeelhouder bereid zou zijn om als enige alle middelen in geld te verstrekken die nodig zijn voor de nieuwe behoeften van de onderneming. |
|
(38) |
Ten vijfde betoogt Corus dat er, gelet op het feit dat de staalindustrie gekenmerkt wordt door structurele overcapaciteit, een vermoeden bestaat van staatssteun wanneer de overheid participeert in een onderneming die in deze sector actief is. |
|
(39) |
Ten zesde, aldus Corus, is de transactie ten aanzien van Carsid enkel uitvoerbaar dankzij de bijzondere brugpensioenregeling voor Charleroi en Clabecq. Volgens Corus vereist een afwijking van de wettelijke minimumpensioenleeftijd (58 jaar) een discretionair administratief besluit, bij gebreke waarvan alle werknemers die in Charleroi werkzaam zijn door Carsid moeten worden overgenomen, anders moet hun werkgever alle lasten dragen van hun brugpensioen. Voor Corus komt de betrokkenheid van de overheid in de brugpensioenregeling neer op staatssteun. |
|
(40) |
Ten zevende is Corus van oordeel dat de algemene context de investering van Sogepa niet rechtvaardigt. Gezien de resultaten van de vorige door Sogepa toegekende maatregelen, zou geen enkele privé-investeerder instemmen met een bijkomende investering. Een investeerder die zich in de situatie van Sogepa zou bevinden, zou alle banden met de entiteiten van Duferco/Cockerill verbroken hebben, in plaats van nieuwe middelen te investeren in Carsid. |
B. Het Verenigd Koninkrijk
|
(41) |
Voor het Verenigd Koninkrijk is het, aangezien de onderneming, ook al is zij zelfstandig, niet actief is op de open markt, weinig waarschijnlijk dat een privé-investeerder die een investering rendabel probeert te maken, middelen in Carsid zou hebben ingebracht tegen de voorwaarden die voor deze deelneming werden vastgesteld. |
VIII. OPMERKINGEN VAN BELGIË
|
(42) |
Allereerst betoogt de Belgische overheid dat de Waalse overheid sinds decennia een beleid voert van investeringen in de Waalse ijzer- en staalindustrie en dat Sogepa dus niet kan worden beschouwd als een onafhankelijke privé-investeerder omdat zij belangen heeft in Duferco Clabecq, Duferco La Louvière en Arcelor. Volgens de Belgische overheid is het optreden van Sogepa dat van een privé-holding of een privé-groep van ondernemingen die een op een sector gericht beleid voert en daarbij geleid wordt door vooruitzichten op rentabiliteit op een langere termijn, omdat zij als aandeelhouder investeert in een industrieel project van twee groepen waarin zij belangen heeft (indirect voordeel) en waarvan de rentabiliteit verzekerd is (direct voordeel). |
|
(43) |
Daarnaast betwist de Belgische overheid de stelling van de Commissie als zou Sogepa de enige aandeelhouder zijn die nieuwe middelen in geld inbrengt, aangezien Duferco Investment op 27 december 2001 bij Carsid een kapitaalverhoging ten belope van 25 miljoen EUR heeft onderschreven. Hoewel de verkoop van de continugieterij van Duferco Clabecq overeengekomen werd in navolging van de inbreng door de beide privé-partners van Carsid, is deze overdacht toch gerechtvaardigd doordat Carsid voor de Duferco-groep plakken van een specifiek formaat diende te produceren, hetgeen ook de verwerving nodig maakte van een continugieterij die beantwoordde aan de criteria van die in Clabecq. |
|
(44) |
Wat de gelijkwaardigheid van de risico's voor Sogepa betreft, is de Belgische overheid van oordeel dat Sogepa een risico neemt dat gebaseerd is op haar inbreng. Alle aandeelhouders van Carsid, of zij nu uitrusting of nieuwe middelen in geld inbrengen, dragen volgens het Belgische recht hetzelfde risico. De Commissie kan Sogepa niet verplichten een inbreng in natura te doen, noch kan zij eisen dat de privé-aandeelhouders een nieuwe kapitaalverhoging in geld onderschrijven, ook al bedraagt hun reeds uitgevoerde inbreng 60 miljoen EUR. |
|
(45) |
Wat de waarde van de ingebrachte installaties betreft, is de Belgische overheid van oordeel dat deze het voorwerp zijn geweest van onafhankelijke expertises. Wat meer bepaald de inbreng van Cockerill Sambre betreft, is volgens artikel 444 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen de aanstelling van een bedrijfsrevisor vereist. Wat de waarde van de van Duferco Clabecq overgenomen uitrusting betreft, is het niet alleen zo dat Arcelor heeft ingestemd met de in de expertise vastgestelde waarde, maar zou een nieuwe continugieterij welke vergelijkbaar is met die van Duferco Clabecq, thans ongeveer 60 miljoen EUR kosten en zou de opstelling ervan 18 tot 24 maanden in beslag nemen, terwijl de gieterij van Duferco Clabecq in 12 maanden kan worden overgebracht en opgesteld. |
|
(46) |
Wat het concurrentievermogen van Carsid betreft, is de Belgische overheid van oordeel dat Carsid talrijke voordelen biedt waaronder kostenvermindering (10), flexibiliteit bij de overdracht van de productie tussen gietlijn en elektrische lijn, waardoor gemakkelijker op de vraag kan worden ingespeeld, en de totstandbrenging van een regionale captive markt waarmee de walserijen van Duferco en Arcelor kunnen worden bevoorraad. Ondanks de voordelen die locaties langs de kust bieden, zoals Corus stelt, produceert Carsid, die gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van haar industriële partners, plakken tegen […] EUR per ton, wat duidelijk lager is dan het door Corus aangehaalde cijfer van 219 USD. |
|
(47) |
Wat de productiekosten van Carsid betreft, bedroegen, volgens een studie van CRU International Limited, in 2000 de kosten van Marcinelle 176,6 USD, hetgeen betekent dat ze slechts 3 % boven het Europese gemiddelde lagen en minder dan 4 % boven het wereldgemiddelde. In die studie werd uitgegaan van een productie van 1 650 kt, terwijl de productie van Carsid thans 1 800 kt bereikt. De productiestijging en de verbetering van de productiviteit verklaren de daling in de productiekosten voor plakken, die thans ongeveer […] EUR per ton bedragen. Deze kostprijs ligt dus ver beneden de marktprijs voor plakken, die in Europa ongeveer 225 EUR per ton bedraagt (inclusief transport). |
|
(48) |
Dankzij deze bevoorrading met plakken produceren Duferco Clabecq en Duferco La Louvière breedband en plaat tegen concurrerender prijzen, die rond het Europese gemiddelde liggen. Het gebruik van Carsid-plakken zou een verbetering opleveren van de brutomarge met ongeveer […] miljoen EUR per jaar voor Duferco La Louvière en met ongeveer […] miljoen EUR voor Duferco Clabecq. |
|
(49) |
Daarnaast is volgens de Belgische overheid de vrees niet gerechtvaardigd dat de installaties van Carsid niet volledig zullen worden benut, omdat zowel Arcelor als Duferco langlopende leveringscontracten hebben ondertekend die lopen tot […]. In deze contracten is bepaald dat wanneer een partij het aandeel waarop zij recht heeft niet gebruikt, zij de vaste kosten moet dragen voor de installaties die voor haar zijn gereserveerd. |
|
(50) |
Wat de rentabiliteit van de investering betreft, heeft de Belgische overheid in haar schrijven van 7 mei 2002 het rendement op de in Carsid geïnvesteerde eigen middelen voor de periode […] geraamd op gemiddeld […] per jaar nà belastingen ([…] per jaar vóór belastingen). |
|
(51) |
Overigens heeft de Belgische overheid, in haar reactie op de berekeningen van Corus (zie overweging 35 van deze beschikking) van de netto geactualiseerde waarde van het voor Carsid verwachte rendement, dezelfde methode gebruikt als Corus, met evenwel enkele correcties, met name wat betreft de restwaarde van de installaties van Carsid en het scenario waarin de activiteiten worden verdergezet. De IRR van Carsid zou […] bedragen (11), hetgeen volgens de Belgische overheid aanvaardbaar zou zijn voor een vergelijkbare investering (rekening houdend met een langetermijnrente van 5 %, te verhogen met 3 % voor het inherente risico van de ijzer- en staalindustrie). Volgens andere, nadien meegedeelde berekeningen, zou de IRR van Carsid […] bedragen wanneer uitgegaan wordt van het scenario dat de fabriek na […] normaal blijft draaien (12), of […] wanneer het scenario van de vereffening van de onderneming (13) wordt gehanteerd. |
|
(52) |
In ieder geval is de Belgische overheid van mening dat de rentabiliteit bewezen mag worden geacht wanneer de overheidsmaatregel gepaard gaat met gelijktijdige en belangrijke privé-maatregelen. Evenmin mag de Commissie zich in de plaats stellen van de investeerder, maar moet zij met redelijke zekerheid aantonen dat het door de overheid gefinancierde programma aanvaardbaar zou zijn voor een privé-investeerder die volgens de in de markteconomie normale gebruiken handelt. |
|
(53) |
Wat de situatie in de ijzer- en staalsector betreft, is het volgens de Belgische overheid inderdaad zo dat deze sector in 2001 een vrij zware conjuncturele inzinking doormaakte, maar zulks maakt deel uit van de cyclus eigen aan de ijzer- en staalindustrie. Na de door de Verenigde Staten genomen maatregelen zijn de prijzen in Europa en Azië evenwel fors gaan stijgen, wat een duurzame evolutie lijkt, ondanks de economische conjunctuur en een vrij zwakke vraag. Op de markt voor plakken is er in Europa overigens geen sprake van structurele overcapaciteit. Integendeel, Europa is een netto-importeur van plakken, en deze situatie zou in de komende jaren niet anders evolueren. |
|
(54) |
Wat de resultaten van Duferco Clabecq en Duferco La Louvière in het verleden betreft, betoogt de Belgische overheid dat oorzaken buiten de Duferco-groep (grondstoffenmarkten, wisselkoersen en productmarkten) en de gevolgen van de productieverlaging en de noodzaak van een herstructurering, een grote invloed hebben gehad op hun resultaten, zodat deze ondernemingen niet de verwachtingen uit de aanvankelijke bedrijfsplannen hebben kunnen behalen. |
|
(55) |
Wat ten slotte de brugpensioenregeling betreft, voert de Belgische overheid aan dat deze regeling geen enkele overdracht van staatsmiddelen ten gunste van de werkgever inhoudt. Bovendien beschikt de Belgische overheid niet over beoordelingsbevoegdheid om werknemers van een onderneming in aanmerking te laten komen voor deze regeling. Wanneer voldaan is aan de in de wet uiteengezette criteria, is de onderneming die de aanvraag indient erkend als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, en kunnen de werknemers de voordelen van deze regeling genieten. |
IX. BEOORDELING VAN DE MAATREGEL
|
(56) |
Ofschoon de procedure is ingeleid op grond van het EGKS-Verdrag, was het, praktisch gezien, onmogelijk een eindbeschikking te geven vóór 23 juli 2002 (de opmerkingen van België in verband met de opmerkingen van derden werden pas op 17 juni 2002 ontvangen, terwijl aanvullende inlichtingen pas nadien werden verstrekt (zie overweging 4 van deze beschikking). In haar mededeling betreffende bepaalde aspecten van de behandeling van mededingingszaken als gevolg van het aflopen van het EGKS-Verdrag (14) heeft de Commissie gesteld dat zij in dergelijke gevallen een eindbeschikking zal geven op grond van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag (punt 43 van de mededeling). |
|
(57) |
In elk geval betrof de twijfel die de Commissie kenbaar had gemaakt bij de inleiding van de procedure, de vraag of het steunvoornemen van België staatssteun vormde. Zoals in de rechtspraak is benadrukt, zijn de verduidelijkingen die de Gemeenschapsrechter heeft aangebracht inzake het begrip staatssteun zoals bepaald in artikel 87 van het EG-Verdrag van belang voor de toepassing van de overeenkomstige bepalingen van het EGKS-Verdrag, voorzover zij niet onverenigbaar zijn met dit Verdrag (15). |
|
(58) |
Overeenkomstig artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. |
A. De vraag of sprake is van staatssteun
|
(59) |
Er wordt niet betwist dat de door Sogepa ingebrachte middelen staatsmiddelen vormen, noch dat het optreden van Sogepa, gezien haar opdracht, toe te rekenen is aan het Waalse Gewest. |
|
(60) |
Wat vervolgens de vraag betreft of er sprake is van steun, moet worden uitgemaakt of de aan Carsid ter beschikking gestelde staatsmiddelen als een echte inbreng van risicodragend kapitaal volgens de normale gebruiken van een privé-investeerder die in de markteconomie handelt kunnen worden aangemerkt. |
|
(61) |
In haar besluit tot inleiding van de procedure had de Commissie, gelet op het feit dat de beide privé aandeelhouders van Carsid hun investering in natura verrichtten, hetzij rechtstreeks, hetzij door de directe besteding van hun inbreng voor de verwerving van uitrusting afkomstig van ondernemingen van de groep, betwijfeld of een hypothetische privé-aandeelhouder van Clabecq bereid zou zijn te aanvaarden dat hij als enige zijn gehele inbreng in geld zou doen om het hoofd te bieden aan de nieuwe behoeften van de onderneming. |
|
(62) |
In de eerste plaats wijst de Commissie erop dat, boekhoudkundig gezien en volgens de Belgische wetgeving, de inbreng van kapitaal in de vorm van materiële activa gelijkwaardig is aan een inbreng in geld. Een en ander doet echter niets af aan de beoordeling die de Commissie bij de inleiding van de procedure gemaakt had ten aanzien van het feit dat Duferco Investment en Usinor geen nieuwe risico's lopen. |
|
(63) |
Wat immers allereerst de inbreng van 25 miljoen EUR door Duferco Investment betreft, doet de Commissie opmerken dat deze onmiddellijk is overgedragen aan Duferco Clabecq voor de verwerving van de continugieterij (Carsid moet nog […] miljoen EUR betalen voor haar verhuis uit Clabecq) en de daarmee samenhangende installaties. Hoewel het hier formeel gezien twee onderscheiden ondernemingen betreft met verschillende aandeelhouders, is de Commissie van oordeel dat deze vanuit economisch oogpunt deel uitmaken van de Duferco-groep en dat de groep daardoor geen nieuw risico aangaat. Dit is des te meer het geval omdat vanaf 8 augustus 2002 Duferco Investment 94,09 % van het kapitaal van Duferco Clabecq in handen heeft (zie overweging 6). |
|
(64) |
Wat de inbreng van Usinor betreft, constateert de Commissie dat Usinor, met name gezien haar bekendgemaakt besluit om de door Carsid ingebrachte installaties te sluiten, geen nieuw risico neemt. Integendeel, Usinor zal van Duferco Investment […] miljoen EUR ontvangen als vergoeding voor de overdracht van een deel van haar participatie (zie overweging 19). Ook wordt overeenkomstig de voorwaarden van de oprichtingsovereenkomst van Carsid (zie met name overweging 26) voor Usinor de mogelijkheid beperkt verliezen te maken, zelfs indien de onderneming zou besluiten de elektrische lijn niet te gebruiken. |
|
(65) |
Toch merkt de Commissie op dat, gezien de verlaging van de inbreng van Sogepa en de verhoging van de inbreng van Duferco Investment, om de oorspronkelijk voorziene 20 miljoen EUR aan middelen in geld te behouden (cf. overweging 15), één van de privé-partners een nieuw risico aangaat. |
|
(66) |
Wat betreft de vergoeding die verwacht wordt van het door Sogepa geïnvesteerde kapitaal, betwijfelde de Commissie in haar besluit tot inleiding van de procedure dat deze inbreng in overeenstemming was met het beginsel van de privé-investeerder die handelt in een markteconomie, met name rekening houdend met de toestand op de ijzer- en staalmarkt en de situatie van de ondernemingen van de Duferco-groep en zelfs Cockerill Sambre. |
|
(67) |
Het argument van de Belgische overheid dat de rentabiliteit bewezen mag worden geacht wanneer de overheidsmaatregel gepaard gaat met gelijktijdige en belangrijke privé-maatregelen, kan niet in aanmerking worden genomen. Om de reeds in overweging 64 van deze beschikking uiteengezette redenen is het immers evident dat het besluit van Usinor om een belang te nemen in Carsid niet rechtstreeks verband hield met de rentabiliteit van Carsid (de conclusie zou integendeel kunnen zijn dat de ingebrachte installaties voor Usinor niet voldoende rendabel waren). Met deze transactie vermijdt Usinor bovendien een duur sociaal plan. |
|
(68) |
Voorts is het feit dat de Duferco-groep bereid is een nieuw risico ten belope van 11 miljoen EUR aan te gaan, evenmin bepalend om uit te maken of Sogepa optreedt als een normale investeerder die handelt volgens de in een markteconomie normale gebruiken, en wel om de volgende redenen. |
|
(69) |
Ten eerste zal Duferco een rechtstreeks voordeel halen uit Carsid, wat bij Sogepa niet het geval is, namelijk de commissie op de aankoop van grondstoffen die in de geïntegreerde lijn worden gebruikt. Vanuit dat oogpunt ligt de directe rentabiliteit van de investering voor Duferco hoger dan voor Sogepa. |
|
(70) |
Ten tweede blijft, gezien de agentschaps- en beheerscommissies die Duferco ontvangt van Duferco Clabecq en Duferco La Louvière ([…] van de omzet), de indirecte rentabiliteit van de investering nog steeds hoger voor Duferco dan voor Sogepa. Zelfs wanneer deze commissies marktconform zouden zijn, zoals door de Belgische overheid werd betoogd (16), ontvangt Duferco van deze ondernemingen een voordeel dat Sogepa niet ontvangt. |
|
(71) |
Wat de vergoeding betreft voor het door Carsid geïnvesteerde kapitaal, is de Commissie van oordeel dat deze niet beantwoordt aan hetgeen een investeerder, die onder normale marktvoorwaarden handelt, zou kunnen verwachten. Volgens de ramingen die de Commissie maakte op basis van de verwachte cashflow bij Carsid, zou, in het meeste optimistische en voor Carsid meest voordelige scenario (100 % capaciteitsbenutting, constante kosten vanaf […], een exploitatie die voortgezet wordt na […]), de IRR van de investering […] bedragen hetgeen ver onder het vereiste minimumpercentage ligt gelet op het risico, en dat in ieder geval lager is dan voor een investering in de ijzer- en staalsector ([…]) zoals aangegeven door de Belgische autoriteiten. Aangezien de resultaten van Carsid bovendien sterk beïnvloed worden door de geproduceerde hoeveelheden, die op hun beurt afhangen van de marktsituatie, zal dit percentage lager liggen. |
|
(72) |
Het in overweging 71 genoemde percentage van […] ligt immers hoger dan het percentage waarop de Belgische overheid uitkwam met de berekening die zij in haar schrijven van 7 mei 2002 maakt (zie overweging 50) waarvoor zij een andere methode had gebruikt. De Commissie kan de berekeningen die de Belgische overheid achteraf heeft gemaakt niet aanvaarden (zie overweging 51), voorzover daarin de uiteindelijke waarde van de investering sterk wordt overgewaardeerd. De door de Belgische overheid gebruikte uiteindelijke waarden die resulteren in een IRR van, onderscheidenlijk, […], worden verkregen door dubbeltelling van posten voor afschrijvingen, voorzieningen, investeringen, alsmede de restwaarde van activa, met inbegrip van de voorraden. Deze zijn immers al verrekend in de verwachte cashflow. Bovendien wordt bij de berekening door de Belgische overheid geen rekening gehouden met het feit dat, in het geval van een vereffening van de onderneming, de uitrusting misschien niet tegen […] van hun initiële boekwaarde kunnen worden verkocht, zoals de Belgische overheid oordeelt. In werkelijkheid wordt voor de berekening van de continuïteitswaarde de uiteindelijke waarde van de investering doorgaans gemeten aan de hand van de winstcapaciteit (earning power) van de onderneming, en wordt deze dus verkregen door de laatst verwachte cashflow van de onderneming, tegen het juiste percentage, in het oneindige (perpetuity) te disconteren. |
|
(73) |
Wat betreft het feit dat Sogepa de indirecte voordelen van Carsid, voor de ondernemingen die de aldaar geproduceerde plakken gaan gebruiken, in aanmerking neemt, is de Commissie van mening dat de positie van Sogepa als minderheidsaandeelhouder in deze onderneming de inzet van nieuwe middelen niet rechtvaardigt. |
|
(74) |
Ten eerste vertegenwoordigt de productie van Carsid die Arcelor zou gaan gebruiken, immers een uiterst gering percentage in de totale productie van de Arcelor-groep. Daardoor kan de oprichting van Carsid slechts een verwaarloosbare invloed hebben op de concurrentiepositie van Arcelor — en dus op de winst van Sogepa. |
|
(75) |
Ten tweede staan, wat Duferco Clabecq en Duferco La Louvière betreft, de cijfers die inzake de verbetering van de brutomarge van deze ondernemingen (zie overweging 48) naar voren worden geschoven, verre van vast. Deze cijfers zijn immers gebaseerd op scenario's van maximale capaciteitsbenutting bij zowel Duferco Clabecq als Duferco La Louvière, alsmede bij Carsid. Op markten, zoals die voor platte producten, die gekenmerkt worden door een structurele overcapaciteit op mondiaal niveau, doet een maximale capaciteitsbenutting zich evenwel slechts uitzonderlijk voor. |
|
(76) |
Bovendien had Sogepa slechts een minderheidsbelang in Duferco Clabecq en Duferco La Louvière, ondernemingen die bij de oprichting van Carsid samen een gecumuleerd verlies van 94 miljoen EUR hadden en die, gezien de situatie op de markt voor ijzer en staal (zie overweging 28), niet konden hopen, althans niet op korte termijn, dat hun situatie aanzienlijk zou verbeteren. De Commissie merkt trouwens op dat Duferco Clabecq voor de Belgische wetgeving inzake brugpensioen was aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering (17). Onder die omstandigheden is de Commissie van oordeel dat een investeerder met een minderheidsbelang die een groot deel van de waarde van zijn initiële investering had verloren zonder voordelen te ontvangen die te vergelijken zijn met die voor de overige partners, en dit bovendien op een markt in crisis, niet bereid zou zijn nieuwe middelen in te zetten. |
|
(77) |
Gelet op het voorgaande is de Commissie van oordeel dat een investeerder met een minderheidsbelang die handelt onder de normale omstandigheden van een markteconomie, niet bereid zou zijn middelen aan te brengen voor een transactie waarvoor geen passende rentabiliteit verwacht kan worden en waarvan de overige partners de voornaamste begunstigden zouden zijn. De participatie van het Waalse Gewest in Carsid onder de in deze beschikking beschreven voorwaarden zou Carsid een voordeel verschaffen. Aangezien de ijzer- en staalsector wordt gekenmerkt door scherpe concurrentie en er een belangrijk handelsverkeer tussen de lidstaten bestaat voor ijzer- en staalproducten, kan deze steun de mededinging vervalsen en het intracommunautair handelsverkeer ongunstig beïnvloeden. Bijgevolg zou het staatssteun vormen in de zin van artikel 87 van het Verdrag. |
X. VERENIGBAARHEID MET DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT
|
(78) |
Deze steun kan niet worden aangemerkt als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt op grond van de afwijkingen bepaald in artikel 87, lid 2, van het Verdrag, omdat het niet gaat om steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers noch om steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen. Evenmin kan de steun verenigbaar worden verklaard met de gemeenschappelijke markt op grond van artikel 87, lid 3, onder b) en d). De steun is immers niet bedoeld om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen, noch is hij bedoeld om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen. Bijgevolg dient de Commissie de verenigbaarheid van de steun te onderzoeken op grond van de afwijking bepaald in artikel 87, lid 3, onder a) en c). |
|
(79) |
Carsid, Arcelor, Duferco Clabecq en Duferco La Louvière behoren tot de ijzer- en staalindustrie als omschreven in bijlage B bij de multisectorale kaderregeling betreffende regionale steun voor grote investeringsprojecten (18). Volgens punt 27 van die kaderregeling is regionale steun aan de ijzer- en staalindustrie onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt. Voorzover de Belgische overheid zou aanvoeren dat er sprake is van herstructureringssteun, is volgens punt 1 van de mededeling van de Commissie betreffende reddings-, herstructurerings- en sluitingssteun aan de ijzer- en staalindustrie (19) reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden uit de ijzer- en staalindustrie onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt. |
|
(80) |
De Commissie doet opmerken dat het aflopen van het EGKS-Verdrag geen invloed heeft op het onderzoek naar de verenigbaarheid van de aangemelde maatregel met de gemeenschappelijke markt voorzover de wijzigingen in het materiële recht die het gevolg zijn van het aflopen van dit Verdrag, geen weerslag hebben gehad op het verbod op regionale investeringssteun (zie met name punt 19 van de in overweging 56 genoemde mededeling). |
XI. CONCLUSIE
|
(81) |
Concluderend, is de Commissie van oordeel dat de participatie van Sogepa in het kapitaal van Carsid staatssteun vormt die onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De door België voorgenomen financiële participatie door de Société wallonne de gestion et de participations (Sogepa) ten bedrage van 9 miljoen EUR in de onderneming Carsid SA, vormt staatssteun die onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt. Deze steunmaatregel mag bijgevolg niet ten uitvoer worden gelegd.
Artikel 2
België deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om hieraan te voldoen.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België.
Gedaan te Brussel, 15 oktober 2003.
Voor de Commissie
Mario MONTI
Lid van de Commissie
(1) PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.
(2) PB C 95 van 19.4.2002, blz. 2.
(3) PB L 338 van 28.12.1996, blz. 42.
(4) Zie voetnoot 2.
(*1) Vertrouwelijke informatie
(5) Begin 1996 was de onderneming in een bijzonder lastige economische en financiële situatie terechtgekomen, waardoor de Waalse overheid besloten had, via een maatregel van de SWS, de volledige zeggenschap te verwerven en een aantal maatregelen te nemen om de onderneming te redden, onder meer een kapitaalsverhoging met 1,5 miljard BEF. Op 18 december 1996 heeft de Commissie een negatieve eindbeschikking gegeven ten aanzien van deze maatregelen en de terugvordering gelast van de reeds betaalde steun (Beschikking 97/271/EGKS van de Commissie van 18 december 1996 — Staal EGKS — Forges de Clabecq (PB L 106 van 24.4.1997, blz. 30)). Na deze beschikking heeft de bevoegde Belgische rechter op 3 januari 1997 het faillissement van de onderneming uitgesproken.
(6) De groep Hoogovens Staal heeft de zeggenschap verworven over de onderneming, die sinds april 1997 in moeilijkheden verkeerde. Een herstelplan was opgesteld, maar de toestand van de onderneming bleef verslechteren.
(7) Schrijven van de Belgische overheid van 31 mei 2001 in het kader van het dossier NN 121/2000 Duferco Belgium.
(8) PB L 85 van 28.3.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1287/2002 (PB L 187 van 16.7.2002, blz. 25).
(9) In het geval van Carsid moeten de grondstoffen worden overgeladen van zeeschepen op binnenschepen, en vervolgens verscheept via rivieren en waterwegen vooraleer te kunnen worden uitgeladen bij de fabriek. Een en ander betekent een dubbele goederenbehandeling en extra transportkosten. Aangezien voor de productie van 1 ton plakken circa 550 kg kolen en 1 550 kg ijzererts nodig is, stijgt de kostprijs van plakken — door 5 à 10 EUR extra materiaalkosten per ton — met 10 à 20 EUR per ton, of circa 6-12 %. Bovendien liggen de arbeidskosten in België hoger dan in de meeste andere regio's van de Gemeenschap en is de arbeidsproductiviteit er, ten dele wegens de grootte van het bedrijf, laag, hetgeen de kosten doet stijgen met 20 EUR per ton.
(10) Een enkele onderhoudsploeg voor beide lijnen, één magazijn met reserveonderdelen, besparingen inzake onderzoek en ontwikkeling, vereenvoudiging bij het afstellen van de „processen” en synergie-effecten op het vlak van de logistiek.
(11) De Belgische overheid heeft de verwachte cashflow van Carsid gebruikt en hebben op het eind van het […] gerekend met een uiteindelijke waarde van […], die het resultaat is van een restwaarde van de installaties die […] bedraagt van de initiële boekwaarde, met name […] miljoen EUR, vermeerderd met de waarde van drie maanden voorraden.
(12) De onderneming heeft een deel van de verwachte cashflow van Carsid gebruikt en heeft op het eind van het […] gerekend met een uiteindelijke waarde van […] miljoen EUR, die de uitkomst is van de som van het onderschreven kapitaal, de niet-uitgekeerde winst, afschrijvingen en voorzieningen die hoger liggen dan de investeringsbehoeften, en […] van de initiële boekwaarde van de installaties.
(13) Van de uiteindelijke waarde als bepaald in voetnoot 12, hebben zij de afvloeiingskosten in mindering gebracht.
(14) PB C 152 van 26.6.2002, blz. 5.
(15) Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 21 januari 1999 in gevoegde zaken T-129/95, T-2/96 en T-97/96, Neue Maxhütte Stahlwerke GmbH en Lech-Stahlwerke GmbH/Commissie, Jurispr. 1999, blz. II-17, punt 100.
(16) Volgens de Belgische overheid lagen, vóór de komst van Duferco, de commissies in de agentschapscontracten die zowel Clabecq als La Louvière gesloten hadden, tussen […]. Wat de beheerscommissies betreft, liggen volgens internationale studies van consultancybedrijven en gerenommeerde zakenbanken, de beheerscommissies tussen 2,5 en 5 % van de omzet gedurende een periode van 5 tot 10 jaar, te rekenen vanaf de overname van de te saneren ondernemingen.
(17) In de onderhavige beschikking neemt de Commissie geen standpunt in over deze regeling.