Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018D0909

Besluit (GBVB) 2018/909 van de Raad van 25 juni 2018 tot vaststelling van een gemeenschappelijke reeks governanceregels voor PESCO-projecten

ST/9660/2018/INIT

OJ L 161, 26.6.2018, p. 37–41 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/909/oj

26.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/37


BESLUIT (GBVB) 2018/909 VAN DE RAAD

van 25 juni 2018

tot vaststelling van een gemeenschappelijke reeks governanceregels voor PESCO-projecten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 46, lid 6,

Gezien Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten (1),

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 11 december 2017 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2017/2315 vastgesteld.

(2)

Artikel 4, lid 2, onder f) van dat Besluit bepaalt dat de Raad een gemeenschappelijke reeks projectgovernanceregels moet vaststellen, die de deelnemende lidstaten die aan een afzonderlijk project meedoen, zo nodig voor dat project kunnen aanpassen.

(3)

Zoals is bepaald in overweging 5 van Besluit (GBVB) 2018/340 van de Raad (2), moet, om te zorgen voor samenhang, de uitvoering van alle PESCO-projecten worden gebaseerd op een gemeenschappelijke reeks projectgovernanceregels waaronder, in voorkomend geval, regels voor de rol van waarnemers.

(4)

In overeenstemming met punt 12 van de Aanbeveling van de Raad van 6 maart 2018 betreffende een stappenplan voor de uitvoering van de PESCO (3) dient de Raad uiterlijk eind juni 2018 over te gaan tot de vaststelling van de gemeenschappelijke reeks projectgovernanceregels. Deze reeks van regels moet een kader bieden waarmee wordt gewaarborgd dat PESCO-projecten op samenhangende en consistente wijze kunnen worden uitgevoerd, en nadere regelingen bevatten om de Raad regelmatig op de hoogte te brengen van de ontwikkeling van afzonderlijke projecten overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Besluit (GBVB) 2017/2315 en de Raad het nodige toezicht te laten verrichten. In dit verband moeten de rol en de verantwoordelijkheden van de deelnemende lidstaten, waaronder, in voorkomend geval, de rol van waarnemende staten, en van het PESCO-secretariaat - dat gezamenlijk door de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), de Militaire Staf van de EU (EUMS) en het Europees Defensieagentschap (EDA) wordt verzorgd - eveneens nader worden gespecificeerd. Voorts moeten in dit kader aan de deelnemers ook algemene richtsnoeren worden geboden voor het vaststellen van geschikte beheersregelingen voor elk project, in overeenstemming met artikel 5, lid 3, van Besluit (GBVB) 2017/2315. In deze context zal de Raad eveneens uiterlijk eind juni 2018 terugkomen op de kwestie van de coördinerende functies van de deelnemende lidstaten binnen de projecten.

(5)

Artikel 7 van Besluit (GBVB) 2017/2315 bepaalt dat de EDEO, met inbegrip van de EUMS en het EDA gezamenlijk de nodige secretariaatstaken voor de PESCO verzorgen, en worden voorts de rol en verantwoordelijkheden van deze entiteiten bij het ondersteunen van de werking van de PESCO, en PESCO -projecten, verder uitgewerkt.

(6)

Overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder g) van Besluit (GBVB) 2017/2315 moet de Raad te gepasten tijde een besluit vaststellen waarbij de algemene voorwaarden worden vastgesteld op grond waarvan derde landen bij wijze van uitzondering kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan afzonderlijke projecten, overeenkomstig artikel 9, in het bijzonder lid 1 ervan en overeenkomstig punt 13 van de Aanbeveling van de Raad van 6 maart 2018.

(7)

Derhalve moet de Raad een Besluit tot vaststelling van een gemeenschappelijke reeks governanceregels voor PESCO-projecten vaststellen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definitie

In dit besluit wordt onder „projectleden” verstaan de deelnemende lidstaten die meedoen aan een PESCO-project.

Artikel 2

Informatie en toezicht door de Raad

1.   De Raad zal ieder jaar uiterlijk in november Besluit (GBVB) 2018/340 actualiseren. De geactualiseerde lijst van de projectleden van elk afzonderlijk project, zijnde de projectleden die het projectvoorstel hebben ingediend, alsook de projectleden die tot het project zijn toegelaten overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Besluit (GBVB) 2017/2315, wordt samen met dat geactualiseerde besluit bekendgemaakt.

2.   De Raad wordt jaarlijks naar behoren door de projectleden op de hoogte gebracht van de ontwikkeling van de respectievelijke PESCO-projecten. Voor dat doel brengen de projectleden, via de projectcoördinatoren, aan het PESCO-secretariaat verslag uit over vooruitgang met de respectievelijke PESCO-projecten waaraan zij deelnemen, en zij gebruiken daarvoor het in lid 11 van de aanbeveling van de Raad van 6 maart 2018 bedoelde model voor beschrijving van een PESCO-project door middel van een gemeenschappelijke elektronische werkruimte. Deze verslagen moeten ook geconsolideerde informatie bevatten over de voortgang bij de uitvoering van het project, de bijbehorende routekaart, doelstellingen en mijlpalen, en over de bijdrage daarvan aan de verwezenlijking van de relevante verdergaande verbintenissen. Overeenkomstig Besluit (GBVB) 2013/488/EU van de Raad (4) kunnen de projectleden afspraken maken over een rubricering van de relevante delen van de informatie die moet worden verstrekt.

Het PESCO-secretariaat doet een aankondiging en geeft de projectcoördinatoren daarin zes weken de tijd om verslag uit te brengen, en verzamelt de geconsolideerde informatie van de PESCO-projecten om deze aan de Raad te doen toekomen. De toezending aan de Raad gebeurt in beginsel op het moment dat de hoge vertegenwoordiger het jaarverslag over de PESCO indient, met inachtneming van de punten 14, 15 en 16 van de aanbeveling van de Raad van 6 maart 2018.

3.   Op verzoek van de Raad verstrekken de projectleden, via de projectcoördinatoren, aanvullende informatie over bepaalde specifieke projecten, naast de in lid 2 bedoelde reguliere informatie.

4.   De deelnemende lidstaten verstrekken tevens informatie over hun individuele bijdrage aan de PESCO-projecten waaraan zij deelnemen via hun nationale uitvoeringsplannen die jaarlijks moeten worden geëvalueerd en geactualiseerd, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Besluit (GBVB) 2017/2315.

5.   De gemeenschappelijke elektronische werkruimte wordt door de projectcoördinatoren gebruikt om verslag uit te brengen over andere relevante vorderingen en wijzigingen met betrekking tot het project, waaronder de toelating van nieuwe projectleden en waarnemers, alsmede de datum van hun toelating. De gemeenschappelijke elektronische werkruimte wordt op zodanige wijze gebruikt dat de transparantie van de informatie aan alle deelnemende lidstaten wordt gewaarborgd.

Artikel 3

PESCO-secretariaat

Het PESCO-secretariaat zal, in overeenstemming met artikel 7 van Besluit (GBVB) 2017/2315 en met als doel te voldoen aan zijn verantwoordelijkheden:

a)

optreden als één contactpunt binnen het kader van de Unie voor alle PESCO-aangelegenheden;

b)

optreden als één contactpunt tevens voor alle deelnemende lidstaten, om relevante informatie te delen, met gebruikmaking van een functionele e-mailadres en een gemeenschappelijke elektronische werkruimte. Het PESCO-secretariaat zal ook zijn documenten via de gemeenschappelijke elektronische werkruimte verspreiden;

c)

ondersteunende en coördinerende functies leveren die verband houden met de beoordeling van PESCO-projectvoorstellen, en eraan bijdragen dat de indiening, door de deelnemende lidstaten, van de informatie die nodig is voor de beoordeling van de projecten en voor de rapportage aan de Raad, op gestructureerde wijze gebeurt;

d)

op verzoek aan de deelnemende lidstaten die voornemens zijn een project voor te stellen, steun bieden wanneer zij de andere deelnemende lidstaten daarvan in kennis stellen. Overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Besluit (GBVB) 2017/2315. Deze informatie wordt te gepasten tijde verspreid om steun te vergaren en aan de andere deelnemende lidstaten de mogelijkheid te bieden zich bij een gezamenlijke indiening van het voorstel aan te sluiten;

e)

projectleden steunen wanneer zij in de betrokken voorbereidende instanties van de Raad en in het kader van het EDA, al naar gelang, updates verstrekken over hun respectieve projecten;

f)

aan de desbetreffende diensten in de EDEO, met inbegrip van de EUMS, en aan het EDA, verzoeken doen toekomen van projectleden om ondersteuning voor de respectieve projecten en voor de uitvoering ervan.

Artikel 4

Projectleden

1.   In overeenstemming met artikel 5, lid 3 van Besluit (GBVB) 2017/2315 bepalen de projectleden met eenparigheid van stemmen in onderlinge overeenstemming de regelingen voor, en de reikwijdte van, hun samenwerking, en het beheer van dat project.

2.   Deze regelingen kunnen betrekking hebben op de bijdragen die nodig zijn om deel te nemen aan het project en de vereisten ervoor, op het besluitvormingsproces binnen het project, op de voorwaarden om uit het project te stappen of op de voorwaarden waarop andere deelnemende lidstaten kunnen toetreden, en op bepalingen in verband met de status van waarnemer. Deze regelingen kunnen tevens betrekking hebben op aangelegenheden als bedoeld in artikel 7.

3.   Overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Besluit (GBVB) 2017/2315, kunnen de projectleden in onderlinge overeenstemming besluiten andere deelnemende lidstaten toe te laten tot het project. Zij brengen de Raad op de hoogte van de toelating van de nieuwe leden.

4.   De projectleden kunnen in onderlinge overeenstemming en met eenparigheid van stemmen besluiten dat bepaalde besluiten, zoals die betreffende administratieve aangelegenheden, zullen worden genomen volgens een verschillende stemprocedure.

5.   De projectleden dragen met hun eigen middelen en deskundigheid bij aan het project. Afhankelijk van de reikwijdte van het project bepaalt ieder projectlid de aard van zijn bijdrage, zoals bijvoorbeeld personeel, financiële middelen, deskundigheid, uitrusting of bijdragen in natura. Dergelijke bijdragen zijn een ondersteuning voor de verwezenlijking van de doelstelling van het project en hebben een impact op het project.

6.   De projectleden streven ernaar ieder project zodanig op te zetten dat de resultaten en de tijdlijnen ervan stroken met andere PESCO-projecten en samenhang vertonen met initiatieven die in andere relevante institutionele kaders worden genomen, en daarbij zorgen zij voor transparantie en inclusiviteit en vermijden zij onnodig dubbel werk.

7.   De projectleden streven ernaar, in overeenstemming met de verdergaande verbintenissen die zij als deelnemende lidstaten zijn aangegaan, strijdkrachten en vermogens te leveren die bruikbaar zijn, die namelijk goed toegerust, opgeleid en interoperabel zijn, over de nodige structuren, voorraden en reserveonderdelen beschikken en kunnen worden ingezet om operaties uit te voeren en te ondersteunen.

8.   Elk projectlid wijst een nationaal contactpunt aan voor elk PESCO-project waaraan het deelneemt.

Artikel 5

Projectcoördinatoren

1.   De projectleden van elk PESCO-project zoeken in hun eigen gelederen één of meer projectcoördinatoren en zij benoemen deze met als opdracht coördinerende functies te verrichten. In beginsel mogen de initiatiefnemers van een project de rol van coördinator op zich nemen.

2.   In het bijzonder zullen projectcoördinatoren:

a)

de projectinformatie ten minste eenmaal per jaar actualiseren in een gezamenlijke elektronische werkruimte die het PESCO-secretariaat heeft ingericht, op basis van het model voor beschrijving van een PESCO-project;

b)

samenwerking mogelijk maken tussen projectleden, alsook met andere projectcoördinatoren in andere relevante PESCO-projecten, al naar gelang, en fungeren als contactpunt voor vragen over het project;

c)

als zij dat wensen, helpen bij het opzetten van regelingen voor het in artikel 4 bedoelde project, en van de nodige projectdocumentatie, met inbegrip van rapportage. De projectcoördinatoren mogen daarvoor gebruik maken van steuninstrumenten voor projectbeheer die in het kader van het EDA aan de deelnemende lidstaten ter beschikking worden gesteld;

d)

in voorkomend geval, ervoor ijveren dat de vermogens die in het kader van het project worden ontwikkeld, erop gericht zijn vermogenstekorten weg te werken die in het vermogensontwikkelingsplan en in de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie zijn gemeld, en zullen bijdragen tot het nakomen van de verdergaande verbintenissen, ook met het oog op de meest veeleisende taken, en bijdragen tot de verwezenlijking van het ambitieniveau van de Unie.

3.   De projectleden mogen in onderlinge overeenstemming aanvullende regelingen vaststellen betreffende de functies en verantwoordelijkheden van de projectcoördinator, afgestemd op de specifieke kenmerken van het project. In het bijzonder mogen de projectleden besluiten de rol van projectcoördinator toe te wijzen aan verscheidene personen uit eigen gelederen, met behoud van een centraal contactpunt voor het PESCO-secretariaat.

Artikel 6

Waarnemers

1.   De projectleden kunnen in onderlinge overeenstemming besluiten andere deelnemende lidstaten toe te staan waarnemers bij het project te worden.

2.   De deelnemende lidstaten mogen, in beginsel, slechts waarnemer worden op voorwaarden, ook wat betreft de duur, die door de projectleden wordt bepaald op basis van de specifieke kenmerken van het project. Deze voorwaarden worden op verzoek verstrekt door de projectcoördinatoren.

3.   De projectleden mogen in onderlinge overeenstemming specifieke regelingen vaststellen betreffende de positie van waarnemer, afgestemd op de bijzondere kenmerken van het project en de diverse stadia van de evolutie ervan.

4.   Waarnemers zijn niet verplicht met hun eigen middelen en deskundigheid bij te dragen aan een project. Zij mogen ambiëren lid te worden van een project in een later stadium, zonder vertraging te veroorzaken in de uitvoering van het project.

Artikel 7

Andere aangelegenheden die vallen onder de projectregelingen

1.   De regelingen die de projectleden in onderlinge overeenstemming binnen elk PESCO-project waar van toepassing schriftelijk mogen vaststellen voor de uitvoering van artikel 5, lid 3, van Besluit (GBVB) 2017/2315, kunnen een of meer van de volgende terreinen bestrijken:

voorbereiden, voorzitten en coördineren van bijeenkomsten van de projectleden;

verdelen van rollen en verantwoordelijkheden over de projectleden;

de Commissie uitnodigen om, naargelang het geval, betrokken te zijn bij de werkzaamheden van het project;

budgettaire en financiële regels;

aanwezigheid van waarnemers bij de werkzaamheden van het project;

regels die moeten worden toegepast als een projectlid beslist om uit het project te stappen (met inbegrip van de juridische en financiële aspecten) of als een deelnemende lidstaat wenst deel te nemen aan het project;

vaststellen van de gevallen waarin projectleden steun mogen vragen van de EDEO, met inbegrip van de EUMS, en het EDA;

specificaties, aankoopstrategie, de keuze van een ondersteunende structuur voor projectbeheer en selectie van industriële bedrijven. In dit verband mogen de projectleden in onderlinge overeenstemming besluiten de projectbeheerinstrumenten te gebruiken die het EDA gebruikt, zoals projectregelingen, gemeenschappelijke personeelsdoelstellingen, gemeenschappelijke personeelseisen, of businesscases.

2.   De projectleden kunnen overeenkomstig artikel 4, lid 4, in onderlinge overeenstemming en met eenparigheid van stemmen besluiten over voornoemde aangelegenheden nemen.

Artikel 8

Gebruik van strijdkrachten en ontwikkeling van vermogens

De strijdkrachten en vermogens die binnen een PESCO-project worden ontwikkeld mogen afzonderlijk door projectleden of collectief worden gebruikt, al naargelang het geval, in het kader van activiteiten van de Europese Unie en de VN, de NAVO of andere kaders.

Artikel 9

Evaluatie

Dit besluit wordt uiterlijk op 31 december 2020 geëvalueerd.

Indien nodig om rekening te houden met de algemene voorwaarden voor deelname aan individuele projecten door derde landen, zal dit besluit worden gewijzigd bij besluit van de Raad overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder g), en artikel 9, lid 1, van Besluit (GBVB) 2017/2315.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 25 juni 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

F. MOGHERINI


(1)  PB L 331, van14.12.2017, blz. 57.

(2)  Besluit (GBVB) 2018/340 van de Raad van 6 maart 2018 tot vaststelling van de lijst van projecten die in het kader van de PESCO zullen worden ontwikkeld (PB L 65, van 8.3.2018, blz. 24).

(3)  PB C 88, van 8.3.2018, blz. 1.

(4)  Besluit 2013/488/EU van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1).


Top