EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016R1375

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1375 van de Commissie van 29 juli 2016 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

C/2016/5106

OJ L 221, 16.8.2016, p. 1–201 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2016/1375/oj

16.8.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1375 VAN DE COMMISSIE

van 29 juli 2016

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad (1), en met name artikel 45,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad geeft uitvoering aan de maatregelen van Besluit 2010/413/GBVB van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB (2).

(2)

De Raad heeft op 18 oktober 2015 Verordening (EU) 2015/1861 van de Raad (3) tot wijziging van Verordening (EU) nr. 267/2012 vastgesteld.

(3)

Bij Verordening (EU) 2015/1861 werden onder meer de bijlage I en III ingevoerd en werd bijlage VIIB gewijzigd. Bijlage I bevat de lijst met items, met inbegrip van goederen, technologie en programmatuur, opgenomen in de lijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden. Bijlage III omvat de lijst met items, met inbegrip van goederen en technologie, opgenomen in de lijst van het Controleregime voor de uitvoer van rakettechnologie. Bijlage VII ter omvat de lijst met grafiet en metalen (ruw of halffabricaat).

(4)

Bij artikel 45 van Verordening (EU) nr. 267/2012 wordt de Commissie gemachtigd de bijlagen I, III, en VII ter te wijzigen. Uit hoofde van dit artikel en teneinde de tenuitvoerlegging te vergemakkelijken, moeten de bijlagen I en III worden aangevuld met informatie, waardoor een betere identificatie van de items in deze bijlagen mogelijk wordt onder verwijzing naar bestaande identificatiecodes, zoals toegepast overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad (4). Aan bijlage VII ter dienen tevens een aantal technische wijzigingen te worden aangebracht.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 267/2012 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

Bijlage I wordt vervangen door bijlage I bij deze verordening.

(2)

Bijlage III wordt vervangen door bijlage II bij deze verordening.

(3)

Bijlage VII ter wordt vervangen door bijlage III bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juli 2016.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid


(1)  Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 961/2010 (PB L 88 van 24.3.2012, blz. 1).

(2)  PB L 195 van 27.7.2010, blz. 39.

(3)  Verordening (EU) 2015/1861 van de Raad van 18 oktober 2015 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (PB L 274 van 18.10.2015, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1).


BIJLAGE I

„BIJLAGE I

CATEGORIE 0 — NUCLEAIRE GOEDEREN, INSTALLATIES EN UITRUSTING

0A   Systemen, apparatuur en onderdelen

De overeenkomstige systemen, apparatuur en onderdelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Controlelijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG) als in INFCIRC/254/Rev.12/deel 1 (1)

0A001

“Kernreactoren” en speciaal ontworpen of gebouwde uitrusting en onderdelen ervan, als hieronder:

TLB1.1

Volledige kernreactoren

0A001.a

“Kernreactoren”;

TLB1.1

Kernreactoren die in staat zijn om een beheerste zichzelf onderhoudende kettingreactie van kernsplijting te handhaven.

VERKLARENDE NOOT: Een “kernreactor” omvat de delen in of rechtstreeks bevestigd aan het reactorvat, de uitrusting die het vermogensniveau in de kern regelt, alsmede de onderdelen die gewoonlijk het primaire koelmiddel van de reactorkern bevatten, daarmee in rechtstreeks contact komen of dit reguleren. UITVOER: De uitvoer van alle belangrijke producten binnen dit bereik mag uitsluitend conform de procedures van de richtsnoeren plaatsvinden. De individuele producten binnen dit functioneel gedefinieerde bereik die uitsluitend conform de procedures van de richtsnoeren mogen worden uitgevoerd, staan vermeld in de punten 1.2 tot en met 1.11. De regering behoudt zich het recht voor de procedures van de richtsnoeren toe te passen op andere producten binnen dit functioneel gedefinieerde bereik.

0A001.b

Metalen vaten, of belangrijke speciaal vervaardigde onderdelen ervan, met inbegrip van het deksel van een reactordrukvat, die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd als omhulsel van de kern van een “kernreactor”;

TLB1.2

Nucleaire reactorvaten

Metalen vaten, of belangrijke in een werkplaats gefabriceerde onderdelen ervan, die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd als omhulsel van de kern van een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1, alsmede relevante inwendige delen van kernreactoren als gedefinieerd in punt 1.8.

VERKLARENDE NOOT: Punt 1.2 heeft betrekking op reactorvaten, ongeacht de druk, en omvat reactordrukvaten en calandria's. Het deksel van een reactorvat valt onder punt 1.2 als belangrijk in een werkplaats gefabriceerd onderdeel van een drukvat.

0A001.c

Bedieningsapparatuur, speciaal ontworpen of vervaardigd om splijtstof in een “kernreactor” aan- of af te voeren;

TLB1.3

Machines om nucleaire splijtstof in een kernreactor aan of af te voeren

Bedieningsapparatuur, speciaal ontworpen of vervaardigd om splijtstof in een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1. aan- of af te voeren.

VERKLARENDE NOOT: Bovenvermelde producten zijn geschikt voor operaties in bedrijf of uitgerust met technisch geavanceerde voorzieningen voor het positioneren of aligneren om complexe brandstofmanipulaties in uitgeschakelde toestand mogelijk te maken, bijvoorbeeld operaties waarbij direct zicht op of toegang tot de splijtstof normalerwijze niet mogelijk is.

0A001.d

Regelstaven, d.w.z. staven die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor de beheersing van het splijtingsproces in een “kernreactor”, de draag- of ophangconstructies daarvoor, mechanismen voor het besturen van de regelstaven en buizen voor het geleiden van de regelstaven;

TLB1.4

Regelstaven en -apparatuur voor kernreactoren

Speciaal ontworpen of vervaardigde staven en draag- of ophangconstructies daarvoor, mechanismen voor het besturen van de regelstaven of buizen voor het geleiden van de regelstaven voor de beheersing van het splijtingsproces in een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1.

0A001.e

Drukpijpen, d.w.z. buizen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om dienst te doen als houder van zowel de splijtstofelementen en het primaire koelmiddel in een “kernreactor”;

TLB1.5

Nucleaire reactordrukbuizen

Buizen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om dienst te doen als houder van zowel de splijtstofelementen en het primaire koelmiddel in een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1.

VERKLARENDE NOOT: Drukbuizen zijn een onderdeel van splijtstofkanalen die zijn ontworpen om bij hoge druk (soms meer dan 5 MPa) te werken.

0A001.f

Buizen (of samenstellen van buizen) van zirkoniummetaal of zirkoniumlegeringen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor gebruik als splijtstofstaven in een “kernreactor”, in hoeveelheden van meer dan 10 kg;

N.B.:

Voor drukpijpen van zirkonium zie 0A001.e. en voor calandriabuizen zie 0A001.h.

TLB1.6

Splijtstofbekleding

Buizen (of samenstellen van buizen) van zirkoniummetaal of zirkoniumlegeringen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor gebruik als splijtstofstaven in een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1., in hoeveelheden van meer dan 10 kg.

N.B.:

Voor drukbuizen van zirkonium zie 1.5. Voor calandriabuizen zie 1.8.

VERKLARENDE NOOT: Buizen van zirkoniummetaal of zirkoniumlegeringen voor gebruik in een kernreactor bestaan uit zirkonium waarin de gewichtsverhouding tussen hafnium en zirkonium minder is dan 1:500.

0A001.g

Koel- of circulatiepompen, d.w.z. pompen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor het doen circuleren van het primaire koelmiddel van “kernreactoren”;

TLB1.7

Koel- of circulatiepompen voor het primaire koelmiddel

Pompen of circulatiepompen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor het doen circuleren van het primaire koelmiddel van kernreactoren als gedefinieerd in punt 1.1.

VERKLARENDE NOOT: Speciaal ontworpen of vervaardigde koel- of circulatiepompen omvatten pompen voor watergekoelde reactoren, circulatiepompen voor gasgekoelde reactoren, en elektromagnetische en mechanische pompen voor vloeibaar-metaalgekoelde reactoren. Deze uitrusting kan pompen omvatten met uitgebreide afdichtingssystemen of meervoudige afdichtingssystemen om lekkage van het primaire koelmiddel te voorkomen, pompen met ingekapselde rotor en pompen met traagheidssystemen. Deze definitie omvat pompen die zijn gecertificeerd volgens Section III, Division I, Subsection NB (Class 1 components) van de American Society of Mechanical Engineers (ASME) Code, of gelijkwaardige normen.

0A001.h

“Inwendige delen van kernreactoren” die speciaal ontworpen of vervaardigd zijn voor gebruik in een “kernreactor”, met inbegrip van draagconstructies voor de reactorkern, brandstofkanalen, calandriabuizen, hitteschilden, keerschotten, roosterplaten van de reactorkern en diffusorplaten;

Technische noot:

In 0A001.h. wordt onder “inwendige delen van kernreactoren” verstaan iedere grote structuur binnen een reactorvat die één of meer functies heeft, zoals ondersteuning van de kern, handhaving van de splijtstofafstelling, sturing van het primaire koelmiddel, het verschaffen van stralingsschermen voor het reactorvat, en de besturing van instrumentatie in de kern.

TLB1.8

Inwendige delen van kernreactoren

“Inwendige delen van kernreactoren”, speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1. Hiertoe behoren bijvoorbeeld draagconstructies voor de reactorkern, brandstofkanalen, calandriabuizen, hitteschilden, keerschotten, roosterplaten van de reactorkern en diffusorplaten.

VERKLARENDE NOOT: “inwendige delen van kernreactoren” zijn iedere grote structuur binnen een reactorvat die één of meer functies heeft, zoals ondersteuning van de kern, handhaving van de splijtstofafstelling, sturing van het primaire koelmiddel, het verschaffen van stralingsschermen voor het reactorvat, en de besturing van instrumentatie in de kern.

0A001.i

Warmtewisselaars als hieronder:

1.

Stoomgeneratoren, speciaal ontworpen of vervaardigd voor het primaire, of intermediaire, koelmiddelcircuit van een “kernreactor”;

2.

Andere warmtewisselaars, speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in het primaire koelmiddelcircuit van een “kernreactor”;

Noot:

0A001.i. heeft geen betrekking op warmtewisselaars voor de ondersteuningssystemen van de reactor, bijvoorbeeld het noodkoelsysteem of het koelsysteem voor de afvoer van vervalwarmte.

TLB1.9

Warmtewisselaars

(a) Stoomgeneratoren, speciaal ontworpen of vervaardigd voor het primaire, of intermediaire, koelmiddelcircuit van een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1. (b) andere warmtewisselaars, speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in het primaire koelmiddelcircuit van een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1.

VERKLARENDE NOOT: Stoomgeneratoren zijn speciaal ontworpen of vervaardigd om de in de reactor gegenereerde warmte af te geven aan het voedingwater voor de opwekking van stoom. In het geval van een snelle reactor met een secundaire koelmiddelkring bevindt de stoomgenerator zich in het secundaire circuit. In een gasgekoelde reactor kan een warmtewisselaar worden gebruikt om warmte af te geven aan een secundaire gaskringloop die een gasturbine aandrijft. De reikwijdte van de controle voor deze rubriek heeft geen betrekking op warmtewisselaars voor de ondersteuningssystemen van de reactor, bijvoorbeeld het noodkoelsysteem of het koelsysteem voor de afvoer van vervalwarmte.

0A001.j

Neutrondetectoren, speciaal ontworpen of vervaardigd voor het bepalen van de niveaus van de neutronenflux in de kern van een “kernreactor”;

TLB1.10

Neutrondetectoren

Speciaal ontworpen of vervaardigde neutronendetectoren voor het bepalen van de niveaus van de neutronenflux in de kern van een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1.

VERKLARENDE NOOT: De reikwijdte van deze rubriek omvat detectoren binnen en buiten de kern die fluxniveaus meten in een breed bereik, doorgaans van 104 neutronen per cm2 per seconde tot 1010 neutronen per cm2 per seconde of meer. Buiten de kern heeft betrekking op instrumenten buiten de kern van een reactor als gedefinieerd in punt 1.1, maar binnen het biologische scherm.

0A001.k

“Externe hitteschilden” die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een “kernreactor” ter vermindering van warmteverlies en ter bescherming van het insluitingsvat.

Technische noot:

In 0A001.k. betekent “externe hitteschilden” grote structuren die over het reactorvat zijn geplaatst en die warmteverlies van de reactor verminderen en de temperatuur binnen het insluitingsvat verlagen.

TLB1.11

Externe hitteschilden

“Externe hitteschilden” die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1. ter vermindering van warmteverlies en ter bescherming van het insluitingsvat.

VERKLARENDE NOOT: “externe hitteschilden” zijn grote structuren die over het reactorvat zijn geplaatst en die warmteverlies van de reactor verminderen en de temperatuur binnen het insluitingsvat verlagen.

0B001

Fabrieken voor de scheiding van isotopen van “natuurlijk uraan”, “verarmd uraan”, of “speciale splijtstoffen” en speciaal daarvoor ontworpen of vervaardigde uitrusting en onderdelen, als hieronder:

TLB5

Fabrieken voor de scheiding van isotopen van natuurlijk uraan, verarmd uraan of speciaal splijtbaar materiaal en speciaal daarvoor ontworpen of vervaardigde uitrusting, andere dan analyse-instrumenten

0B001.a

Fabriek, speciaal ontworpen voor de scheiding van isotopen van “natuurlijk uraan”, “verarmd uraan” of “speciale splijtstoffen” als hieronder:

1.

Gascentrifuges;

2.

Gasdiffusiescheidingsinstallaties;

3.

Aërodynamische scheidingsinstallaties;

4.

Scheidingsinstallaties met behulp van chemische uitwisselaars;

5.

Scheidingsinstallaties met behulp van ionenuitwisselaars;

6.

Isotopenscheidingsinstallaties werkend met atomaire-damp-“lasers”;

7.

Isotopenscheidingsinstallaties werkend met moleculaire “lasers”;

8.

Plasmascheidingsinstallaties;

9.

Elektromagnetische scheidingsinstallaties;

TLB5

 

0B001.b

Gascentrifuges en samenstellingen en onderdelen, speciaal ontworpen of aangepast voor gebruik in gascentrifuges, als hieronder:

Technische noot:

In 0B001.b. betekent “materiaal met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding”:

1.

maragingstaal met een maximale treksterkte van 1,95 GPa of meer;

2.

aluminiumlegeringen met een maximale treksterkte van 0,46 GPa of meer; of

3.

“stapel- en continuvezelmateriaal” met een “specifieke modulus” van meer dan 3,18 × 106m en een “specifieke treksterkte” van meer dan 7,62 × 104 m;

1.

Gascentrifuges;

TLB5.1

5.1.   Gascentrifuges en samenstellingen en onderdelen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor gebruik in gascentrifuges

INLEIDENDE NOOT

Een gascentrifuge bestaat in de regel uit één of meer dunwandige cylinders met een diameter tussen 75 mm en 650 mm die in een vacuüm worden geplaatst en ronddraaien met een hoge omtreksnelheid van circa 300 m/s of meer, waarbij de centrale as verticaal geplaatst is. Om de hoge snelheid te bereiken moeten de constructiematerialen van de roterende onderdelen een hoge sterkte/dichtheidsverhouding hebben en moet de rotoropstelling, en dus ook de afzonderlijke onderdelen daarvan, volgens zeer nauwe toleranties worden vervaardigd om de onbalans te minimaliseren. In tegenstelling tot andere centrifuges wordt de gascentrifuge voor uraanverrijking gekenmerkt door de aanwezigheid van één of meer roterende schijfvormige keerschotten in de rotorkamer en een stationaire buisconfiguratie voor het aan- en afvoeren van UF6-gas met ten minste drie afzonderlijke kanalen waarvan er twee zijn verbonden met inlaatstukken die vanaf de rotoras naar de buitenzijde van de rotorkamer lopen. In het vacuüm bevinden zich eveneens een aantal kritische onderdelen die niet roteren en die, hoewel zij speciaal ontworpen zijn, niet moeilijk te vervaardigen zijn en evenmin worden vervaardigd van unieke materialen. Voor een centrifuge-installatie is evenwel een groot aantal van deze onderdelen vereist, zodat de hoeveelheden een belangrijke indicatie voor het eindgebruik kunnen opleveren.

0B001.b

 

TLB5.1.1

Roterende onderdelen

0B001.b.

2.

Complete rotoren;

TLB5.1.1a

a)

Complete rotoren;

dunwandige cylinders, of een aantal onderling verbonden dunwandige cylinders, vervaardigd van één of meer van de materialen met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding als omschreven in de VERKLARENDE NOOT bij dit punt. Voor onderling verbonden cylinders geldt dat zij zijn samengevoegd met behulp van flexibele balgen of ringen als omschreven in 5.1.1, onder c). In zijn uiteindelijke vorm is de rotor voorzien van één of meer inwendige keerschotten en deksels als omschreven in punt 5.1.1, onder d) en e). Het is echter mogelijk dat het volledige samenstel slechts gedeeltelijk geassembleerd wordt geleverd.

0B001.b.

3.

Rotorbuiscylinders met een wanddikte van 12 mm of minder, een diameter tussen 75 en 650 mm en vervaardigd van “materiaal met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding”;

TLB5.1.1b

b)

Rotorbuizen:

Speciaal ontworpen of vervaardigde dunwandige cylinders met een dikte van 12 mm of minder, een diameter tussen 75 mm en 650 mm en vervaardigd van één of meer van de materialen met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding als omschreven in de VERKLARENDE NOOT bij dit punt.

0B001.b.

4.

Ringen of balgen met een wanddikte van 3 mm of minder en een diameter tussen 75 mm en 650 mm, speciaal ontworpen om een rotorbuis op bepaalde plaatsen te verstevigen of om een aantal rotorbuizen samen te voegen, vervaardigd van “materiaal met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding”;

TLB5.1.1c

c)

Ringen of balgen:

Speciaal ontworpen of vervaardigde onderdelen om een rotorbuis op bepaalde plaatsen te verstevigen of om een aantal rotorbuizen samen te voegen. Een balg is een korte cylinder met een wanddikte van 3 mm of minder, een diameter tussen 75 mm en 650 mm, voorzien van een spiraal en vervaardigd van één of meer van de materialen met een hoge sterkte/ dichtheidsverhouding als omschreven in de VERKLARENDE NOOT bij dit punt.

0B001.b.

5.

Keerschotten met een diameter tussen 75 mm en 650 mm, ontworpen om in een rotorbuis gemonteerd te worden en vervaardigd van “materiaal met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding”;

TLB5.1.1d

d)

Keerschotten:

Schijfvormige onderdelen met een diameter tussen 75 mm en 650 mm, speciaal ontworpen of vervaardigd om in de rotorbuis van een centrifuge te worden gemonteerd om de aftapkamer te isoleren van de belangrijkste scheidingskamer en in sommige gevallen de circulatie van UF6-gas in de belangrijkste scheidingskamer van de rotorbuis te bevorderen, vervaardigd van één of meer van de materialen met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding als omschreven in de VERKLARENDE NOOT bij dit punt.

0B001.b.

6.

Onder- en bovendeksels met een diameter tussen 75 mm en 650 mm, speciaal ontworpen om op de uiteinden van een rotorbuis te passen en vervaardigd van “materiaal met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding”;

TLB5.1.1e

e)

Boven- en onderdeksels:

Schijfvormige onderdelen met een diameter tussen 75 mm en 650 mm, speciaal ontworpen of vervaardigd om op de uiteinden van een rotorbuis te worden geplaatst en zodoende UF6 in de rotorbuis opgesloten te houden, en in sommige gevallen om als geïntegreerd onderdeel een element van het bovenste lager (bovendeksel) te ondersteunen, te bevestigen of te bevatten of om de roterende delen van de motor en het onderste lager (onderdeksel) te dragen, vervaardigd van één of meer van de materialen met een hoge sterkte/dichtheidsverhouding als omschreven in de VERKLARENDE NOOT bij dit punt.

 

 

TLB5.1.1

VERKLARENDE NOOT

De voor roterende onderdelen van centrifuges gebruikte materialen zijn onder meer:

a)

maragingstaal met een maximale treksterkte van 1,95 GPa of meer;

b)

aluminiumlegeringen met een maximale treksterkte van 0,46 GPa of meer;

c)

vezelmateriaal geschikt voor gebruik in composietconstructies met een specifieke modulus van 3,18 × 106 m of meer en een specifieke treksterkte van 7,62 × 104 m of meer (“specifieke modulus” is Young's Modulus in N/m2 gedeeld door het soortgelijk gewicht in N/m3; “specifieke treksterkte” is de treksterkte in N/m2 gedeeld door het soortgelijk gewicht in N/m3).

0B001.b

 

TLB5.1.2

Statische onderdelen

0B001.b.

7.

Magnetische lagers als hieronder:

a.

Lagers bestaande uit een ringvormige magneet in een behuizing, vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, bevattende een dempend medium en waarvan de magneet is gekoppeld aan een poolschoen of een tweede magneet die aan het bovendeksel van de rotor is bevestigd;

b.

Actieve magnetische lagers speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik met gascentrifuges;

TLB5.1.2A.1

a)

Magnetische lagers:

1.

Speciaal ontworpen of vervaardigde lagers, bestaande uit een ringvormige magneet in een behuizing die een dempend medium bevat. De behuizing wordt vervaardigd van een materiaal dat bestand is tegen UF6 (zie de VERKLARENDE NOOT bij punt 5.2). De magneet is gekoppeld aan een poolschoen of een tweede magneet die aan het bovendeksel beschreven in 5.1.1, onder e), is bevestigd.

De magneet kan ringvormig zijn met een verhouding tussen de buiten- en binnendiameter kleiner dan of gelijk aan 1,6:1. De magneet kan een beginpermeabiliteit van 0,15 H/m of meer, of een remanentie van 98,5 % of meer, of een energiedichtheid groter dan 80 kJ/m3 hebben. Naast de gebruikelijke materiaaleigenschappen geldt dat de afwijking van de magnetische assen ten opzichte van de geometrische assen aan zeer kleine toleranties moet voldoen (minder dan 0,1 mm) of dat de homogeniteit van het materiaal van de magneet van groot belang is.

0B001.b.

 

TLB5.1.2a2

2.

Actieve magnetische lagers speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik met gascentrifuges.

VERKLARENDE NOOT

Deze lagers hebben doorgaans de volgende kenmerken:

zij zijn ontworpen om een rotor die met een frequentiebereik van 600 Hz of hoger draait, gecentreerd te houden, en

zij zijn verbonden met een betrouwbare stroominstallatie en/of een eenheid van ononderbroken stroomtoevoer (UPS), waardoor ze meer dan een uur kunnen werken.

0B001.b.

8.

Speciaal ontworpen lagers, bestaande uit een taats/lagerkomsamenstel, gemonteerd op een demper;

TLB5.1.2b

b)

Lagers/dempers:

Speciaal ontworpen lagers, bestaande uit een taats/lagerkomsamenstel, gemonteerd op een demper; De taats is in de regel een as van gehard staal met een halve bol aan het ene uiteinde en een voorziening om de taats aan het in punt 5.1.1, onder e), omschreven onderdeksel te bevestigen aan het andere uiteinde. Aan de as kan evenwel een hydrodynamisch lager bevestigd zijn. De lagerkom is tabletvormig met een halfronde holte in één oppervlak.

Deze onderdelen worden vaak los van de demper geleverd.

0B001.b.

9.

Turbomoleculaire pompen bestaande uit cylinders met inwendige, machinaal vervaardigde of geëxtrudeerde langwerpige spiraalvormige groeven en inwendige, machinaal bewerkte gaten;

TLB5.1.2c

c)

Moleculaire pompen:

Turbomoleculaire pompen bestaande uit cylinders met inwendige, machinaal vervaardigde of geëxtrudeerde langwerpige spiraalvormige groeven en inwendige, machinaal bewerkte gaten. Typische afmetingen zijn: binnendiameter:

75 mm tot 650 mm, wanddikte: 10 mm of meer, lengte gelijk aan of groter dan de diameter. De groeven hebben in de regel een rechthoekige doorsnede en een diepte van 2 mm of meer.

0B001.b.

10.

Ringvormige stators voor meerfasige wisselstroom-hysteresismotoren (magnetische-weerstandsmotoren) voor synchrone werking in vacuüm, met een frequentiebereik van 600 Hz of hoger en een vermogen van 40 VA of hoger;

TLB5.1.2d

d)

Motorstators:

Ringvormige stators voor meerfasige wisselstroom-hysteresismotoren (magnetische-weerstandsmotoren) voor synchrone werking in vacuüm, met een frequentiebereik van 600 Hz of hoger en een vermogen van 40 VA of hoger. De stators kunnen bestaan uit meerfasige wikkelingen op een gelamineerde ijzerkern met geringe verliezen die is samengesteld uit dunne lagen met een typische dikte van 2,0 mm of minder.

0B001.b.

11.

Centrifugebehuizingen/houders, speciaal ontworpen om de rotorbuis van een gascentrifuge te bevatten, bestaande uit een starre cylinder met een wanddikte tot 30 mm met nauwkeurig afgewerkte uiteinden die evenwijdig zijn aan elkaar en staan met een nauwkeurigheid van 0,05 graden of beter loodrecht op de lengteas van de cylinder;

TLB5.1.2e

e)

Centrifugebehuizingen/houders:

Speciaal ontworpen of vervaardigde onderdelen om de rotorbuis van een gascentrifuge te bevatten. De behuizing bestaat uit een starre cylinder met een wanddikte tot 30 mm met nauwkeurig afgewerkte uiteinden om de lagers te positioneren en met één of meer flensen voor de bevestiging. De bewerkte uiteinden zijn evenwijdig aan elkaar en staan met een nauwkeurigheid van 0,05 graden of beter loodrecht op de lengteas van de cylinder. De behuizing kan ook een honingraatachtige constructie hebben om plaats te bieden aan een aantal rotorsamenstellen.

0B001.b.

12.

Inlaatstukken bestaande uit speciaal ontworpen of vervaardigde buizen voor de extractie van UF6-gas uit de rotorbuis volgens het principe van een Pitotbuis en die aan het centrale gasextractiesysteem kan worden bevestigd;

TLB5.1.2f

f)

Inlaatstukken:

Speciaal ontworpen of vervaardigde buizen voor extractie van UF6-gas uit de rotorbuis volgens het principe van een Pitot-buis (d.w.z. met een opening die naar de perifere gasstroom in de rotorbuis is gericht, bijvoorbeeld door het uiteinde van een radiaal geplaatste buis om te buigen) die aan het centrale gasextractiesysteem kan worden bevestigd.

0B001.b.

13.

Frequentieomzetters (convertors of invertors), speciaal ontworpen of vervaardigd voor de voeding van motorstators van gascentrifugeverrijkers en speciaal ontworpen onderdelen hiervoor, die aan alle hieronderstaande specificaties voldoen:

a.

Een meerfasige frequentieoutput van 600 Hz of hoger; en

b.

Hoge stabiliteit (frequentieafwijkingen minder dan 0,2 %);

TLB5.2.5

5.2.5.   Frequentieomzetters

Frequentieomzetters (ook bekend als convertors of invertors), speciaal ontworpen of vervaardigd voor de voeding van motorstators als gedefinieerd in punt 5.1.2, onder d), of onderdelen en subassemblages hiervoor, die alle onderstaande kenmerken hebben:

1.

Een meerfasige frequentieoutput van 600 Hz of hoger; en

2.

Hoge stabiliteit (frequentieafwijkingen minder dan 0,2 %);

0B001.b.

14.

Afsluiters en regelkleppen, als hieronder:

a.

Afsluitkleppen speciaal ontworpen of vervaardigd om in werking te treden in reactie op de aanvoer-, product- en restproductstromen van UF6 van een individuele gascentrifuge;

b.

Afsluit- of regelkleppen met balgafdichting, vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, met een binnendiameter tussen 10 mm en 160 mm, speciaal ontwikkeld of vervaardigd voor gebruik in hoofd- of hulpsystemen van gascentrifuge-verrijkingsinstallaties;

TLB5.2.3

5.2.3   Speciale afsluit- en regelkleppen

a.

Afsluitkleppen speciaal ontworpen of vervaardigd om in werking te treden in reactie op de aanvoer-, product- en restproductstromen van UF6 van een individuele gascentrifuge.

b.

Afsluit- of regelkleppen met balgafdichting, vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, met een binnendiameter tussen 10 mm en 160 mm, speciaal ontwikkeld of vervaardigd voor gebruik in hoofd- of hulpsystemen van gascentrifuge-verrijkingsinstallaties.

VERKLARENDE NOOT

Speciaal ontworpen of vervaardigde kleppen zijn onder meer kleppen met balgafdichtingen, snel reagerende afsluitkleppen, snel reagerende kleppen en andere.

0B001.c

Speciaal voor gasdiffusiescheidingsinstallaties ontworpen of vervaardigde uitrusting en onderdelen, als hieronder:

1.

Membranen voor gasdiffusie vervaardigd van poreus metallisch, polymeer of keramisch “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, met een poriegrootte van 10 tot 100 nm, een dikte van 5 mm of minder en, voor buisvormige membranen, met een diameter van 25 mm of minder;

TLB5.3.1a

Membranen voor gasdiffusie en materialen daarvoor

a)

Speciaal ontworpen of vervaardigde dunne, poreuze filters met een poriegrootte van 10 — 100 nm, een dikte van 5 mm of minder en, voor buisvormige membranen, met een diameter van 25 mm of minder, vervaardigd van metallisch, polymeer of keramisch materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6 (zie de VERKLARENDE NOOT bij punt 5.4), en

0B001.c

2.

Gasdiffusorvaten, vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”;

TLB5.3.2

Diffusorvaten

Speciaal ontworpen of vervaardigde hermetisch afgesloten vaten die bestemd zijn om het gasdiffusiemembraan te bevatten, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen UF6 (zie de VERKLARENDE NOOT bij punt 5.4).

0B001.c

3.

Compressoren of aanjagers met een aanzuigcapaciteit van 1 m3/min of meer van UF6, een werkdruk van maximaal 500 kPa met een werkdrukverhouding van 10:1 of minder, en vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”;

TLB5.3.3

Compressoren en aanjagers

Speciaal ontworpen of vervaardigde compressoren of aanjagers met een aanzuigcapaciteit van 1 m3 per minuut of meer UF6 en een werkdruk van maximaal 500 kPa, ontworpen om langdurig in een UF6-atmosfeer te werken, alsmede afzonderlijke assemblages van dergelijke compressoren en aanjagers. Deze compressoren en aanjagers hebben een werkdrukverhouding van 10:1 of minder en zijn vervaardigd van, of beschermd met, materiaal dat bestand is tegen UF6 (zie de VERKLARENDE NOOT bij punt 5.4).

0B001.c

4.

Asafdichtingen voor compressoren of aanjagers bedoeld in 0B001.c.3., ontworpen op een inleksnelheid van het buffergas van minder dan 1 000 cm3/min.;

TLB5.3.4

Asafdichtingen

Speciaal ontworpen of vervaardigde vacuümafdichtingen met aan- en afvoerkoppelingen, om de as die de rotor van de compressor of aanjager verbindt met de aandrijfmotor af te dichten, zodat een betrouwbare afdichting wordt verkregen tegen het inlekken van lucht in de binnenkamer van de compressor of aanjager die met UF6 is gevuld. Dergelijke afdichtingen zijn in de regel ontworpen op een inleksnelheid van het buffergas van minder dan 1 000 cm3 per minuut.

0B001.c

5.

Warmtewisselaars, vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, en ontworpen op een leksnelheid die een drukverandering van minder dan 10 Pa/h per uur veroorzaakt bij een drukverschil van 100 kPa;

TLB5.3.5

Warmtewisselaars voor de koeling van UF6

Speciaal ontworpen of vervaardigde warmtewisselaars, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen UF6 (zie de VERKLARENDE NOOT bij punt 5.4), en ontworpen op een leksnelheid die een drukverandering van minder dan 10 Pa per uur veroorzaakt bij een drukverschil van 100 kPa.

0B001.c

6.

Afsluit- of regelkleppen met balgafdichting, handmatig of automatisch, vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”;

TLB5.4.4

Speciale afsluit- en regelkleppen

Speciaal ontworpen of vervaardigde afsluit- of regelkleppen met balgafdichting, handmatig of automatisch, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, bestemd voor installatie in de hoofd- en de hulpsystemen van gasdiffusieverrijkingsinrichtingen.

0B001.d

Speciaal voor aërodynamische scheidingsprocessen ontworpen of vervaardigde uitrusting en onderdelen, als hieronder:

1.

Scheidingsstraalpijpen, bestaande uit spleetvormige, gebogen kanalen met een kromtestraal van minder dan 1 mm, bestand tegen corrosie door UF6, met in de straalpijp een scherpe scheidingsrand die de gasstroom in tweeën deelt;

TLB5.5.1

Scheidingsstraalpijpen

Speciaal ontworpen of vervaardigde scheidingsstraalpijpen en assemblages daarvan. Scheidingsstraalpijpen, bestaande uit spleetvormige, gebogen kanalen met een kromtestraal van minder dan 1 mm, bestand tegen corrosie door UF6, met in de straalpijp een scherpe scheidingsrand die de gasstroom in tweeën deelt.

0B001.d

2.

Cylindrische of conische buizen (vortexbuizen) vervaardigd van of beschermd met “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6” en met een of meer tangentiële inlaten;

TLB5.5.2

Vortexbuizen

Speciaal ontworpen of vervaardigde vortexbuizen en assemblages daarvan. Cyilindrische of conische buizen (vortexbuizen) vervaardigd van of beschermd met “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6” en met een of meer tangentiële inlaten. Zij kunnen aan een of aan beide uiteinden zijn uitgerust met aanhangsels van het straalpijptype.

VERKLARENDE NOOT: Het gas komt de vortexbuis tangentieel aan één uiteinde binnen, of via wervelschoepen of op verschillende tangentiële plaatsen langs de buis.

0B001.d

3.

Compressoren of aanjagers vervaardigd van of beschermd met “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, en asafdichtingen daarvoor;

TLB5.5.3

TLB5.5.4

Compressoren en aanjagers

Speciaal ontworpen of vervaardigde compressoren of aanjagers vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door het UF6/dragergasmengsel (dragergas: waterstof of helium).

Asafdichtingen

Speciaal ontworpen of vervaardigde asafdichtingen, inclusief aan- en afvoerkoppelingen, voor de afdichting van de as die de compressor- of aanjagerrotor verbindt met de aandrijfmotor, teneinde een betrouwbare afdichting te waarborgen tegen het uitlekken van procesgassen of het inlekken van lucht of afdichtingsgassen in de binnenste kamer van de compressor of aanjager die met het UF6/dragergasmengsel is gevuld.

0B001.d

4.

Warmtewisselaars, vervaardigd van of beschermd met “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”;

TLB5.5.5

Warmtewisselaars voor de gaskoeling

Warmtewisselaars, vervaardigd van of beschermd met “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”.

0B001.d

5.

Behuizingen van scheidingselementen, vervaardigd van of beschermd met “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6” speciaal ontworpen om vortexbuizen of scheidingsstraalpijpen te bevatten;

TLB5.5.6

Behuizingen van scheidingselementen

Speciaal ontworpen of vervaardigde behuizingen van scheidingselementen, vervaardigd van of beschermd met “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, om vortexbuizen of scheidingsstraalpijpen te bevatten.

0B001.d

6.

Afsluit- of regelkleppen met balgafdichting, handmatig of automatisch, vervaardigd van of beschermd met “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, met een diameter van 40 mm of meer;

TLB5.5.10

UF6-massaspectrometers/ionenbronnen

UF6-massaspectrometers/ionenbronnen speciaal ontworpen of vervaardigd om on-linemonsters te kunnen nemen van UF6-gasstromen, met alle volgende eigenschappen:

1.

In staat zijn 320 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer te meten en een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 1 a.m.e. op 320 a.m.e.;

2.

Ionenbronnen, vervaardigd van of bekleed met nikkel, nikkel-chroom-legeringen met een nikkelgehalte van 60 of meer gewichtsprocent of nikkel-chroom-legeringen;

3.

Ionisatiebronnen die werken met elektronenbeschieting;

4.

Een collectorsysteem dat geschikt is voor isotopenanalyse.

0B001.d

7.

Processystemen om UF6 van het dragergas (waterstof of helium) te scheiden tot een gehalte van 1 ppm UF6 of minder, met inbegrip van:

a.

Cryogene warmtewisselaars en cryogene scheiders die geschikt zijn voor temperaturen van 153 K (– 120 °C) of lager;

b.

Cryogene koeleenheden die geschikt zijn voor temperaturen van 153 K (– 120 °C) of lager;

c.

Scheidingsstraalpijpen of vortexbuizen voor de scheiding van UF6 van het dragergas;

d.

Koudevallen voor UF6 die geschikt zijn voor het uitvriezen van UF6;

TLB5.5.12

Systemen om UF6 van het dragergas te scheiden

Systemen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om UF6 van het dragergas (waterstof of helium) te scheiden.

VERKLARENDE NOOT: Deze systemen zijn ontworpen om het UF6-gehalte van het dragergas te verminderen tot 1 ppm of minder, en kunnen uitrusting omvatten als:

a)

cryogene warmtewisselaars en cryogene scheiders die geschikt zijn voor temperaturen van 153 K (– 120 °C) of lager; of

b)

cryogene koeleenheden die geschikt zijn voor temperaturen van 153 K (– 120 °C) of lager, of

c)

scheidingsstraalpijpen of vortexbuizen voor de scheiding van UF6 van het dragergas, of

d)

koudevallen voor UF6 die geschikt zijn voor het uitvriezen van UF6.

0B001.e

Speciaal voor scheidingsprocessen met behulp van chemische uitwisselaars ontworpen of vervaardigde uitrusting en onderdelen, als hieronder:

1.

Pulskolommen voor snelle vloeistof-vloeistofuitwisseling met een verblijftijd per trap van 30 seconden of minder en bestand tegen geconcentreerd zoutzuur (bv. vervaardigd van of beschermd met geschikte kunststoffen zoals gefluoreerde koolwaterstofpolymeren of glas);

TLB5.6.1

Vloeistof-vloeistofwisselkolommen (chemische uitwisseling)

Tegenstroomkolommen voor vloeistof-vloeistofwissel met mechanische voeding, speciaal ontworpen of vervaardigd voor uraanverrijking via chemische uitwisseling. Om bestand te zijn tegen corrosie door geconcentreerde zoutzuuroplossingen, zijn deze kolommen en hun inwendige onderdelen in de regel vervaardigd van of bekleed met geschikte kunststoffen (zoals gefluoreerde koolwaterstofpolymeren) of glas. De verblijftijd per trap in deze kolommen is normaliter vastgesteld op 30 seconden of minder.

0B001.e

2.

Pulskolommen voor snelle vloeistof-vloeistofuitwisseling met een verblijftijd per trap van 30 seconden of minder en bestand tegen geconcentreerd zoutzuur (bv. vervaardigd van of beschermd met geschikte kunststoffen zoals gefluoreerde koolwaterstofpolymeren of glas);

TLB5.6.2

Centrifugale contactors voor vloeistof-vloeistofwissel (chemische uitwisseling)

Centrifugale contactors voor vloeistof-vloeistofwissel, speciaal ontworpen of vervaardigd voor uraanverrijking via chemische uitwisseling. Dergelijke contactors maken gebruik van rotatie om dispersie van de organische en waterige stromen te verkrijgen en vervolgens centrifugale kracht om de verschillende fasen te scheiden. Om bestand te zijn tegen corrosie door geconcentreerde zoutzuuroplossingen, zijn de contactors in de regel vervaardigd van of bekleed met geschikte kunststoffen (zoals gefluoreerde koolwaterstofpolymeren) of glas. De verblijftijd per trap in deze centrifugale contactors is normaliter vastgesteld op 30 seconden of minder.

0B001.e

3.

Elektrochemische reductiecellen, bestand tegen oplossingen van geconcentreerd zoutzuur, ontworpen om uraan van valentie te veranderen;

TLB5.6.3a

Uraanreductiesystemen en uitrusting (chemische uitwisseling)

(a)

Elektrochemische reductiecellen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om uraan van een valentietoestand naar een andere te reduceren voor uraanverrijkingsdoeleinden via chemische uitwisseling. De met de processtroom in contact komende celmaterialen moeten bestand zijn tegen corrosie door geconcentreerde zoutzuuroplossingen.

VERKLARENDE NOOT: Het kathodegedeelte moet zo ontworpen zijn dat re-oxidatie van het uraan naar zijn hogere valentietoestand wordt voorkomen. Om het uraan in het kathodegedeelte te houden, kan de cel een ondoorlatend membraan bevatten dat vervaardigd is van een speciaal kationenwisselingsmateriaal. De kathode bestaat uit een geschikte vaste geleider zoals grafiet.

0B001.e

4.

Voedingsuitrusting voor elektrochemische reductiecellen, ontworpen om U+4 uit de organische stroom te verwijderen en, voor die onderdelen die met de processtroom in contact komen, vervaardigd van of beschermd met geschikte materialen (bv. glas, fluorkoolwaterstofpolymeren, polyfenylsulfaat, polyethersulfon en met hars geïmpregneerd grafiet);

TLB5.6.3b

(b)

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen aan de verrijkingskant van de cascade, om U+4 uit de organische stroom te verwijderen, de zuurverhouding aan te passen en de elektrochemische reductiecellen te voeden.

VERKLARENDE NOOT: Deze systemen bestaan uit vloeistofextractie-apparatuur om U+4 uit de organische stroom in een waterige oplossing te brengen, verdampings- en/of andere apparatuur voor de pH-aanpassing van de oplossing en pompen en andere transferapparatuur voor het voeden van de elektrochemische reductiecellen. Bij het ontwerp wordt zeer veel aandacht geschonken aan het voorkomen van verontreiniging van de waterige stroom met bepaalde metaalionen. Daarom zijn de onderdelen van het systeem die met de processtroom in contact komen, vervaardigd van of bekleed met geschikte materialen (zoals glas, fluorkoolwaterstofpolymeren, polyfenylsulfaat, polyethersulfon en met hars geïmpregneerd grafiet).

0B001.e

5.

Systemen voor de behandeling van het voedingsmateriaal, ontworpen om een zeer zuivere uraanchlorideoplossing te produceren, bestaande uit voorzieningen voor het in oplossing brengen, voor vloeistofextractie en/of voor ionenwisseling voor de zuivering en elektrolytische cellen voor de reductie van U+6 of U+4 tot U+3;

TLB5.6.4

Systemen voor de behandeling van het voedingsmateriaal (chemische uitwisseling)

Systemen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om zeer zuivere uraanchloridevoedingsoplossingen te produceren voor inrichtingen voor uraanisotopenscheiding op basis van chemische uitwisseling.

VERKLARENDE NOOT: Deze systemen bestaan uit voorzieningen voor het in oplossing brengen, voor vloeistofextractie en/of voor ionenwisseling voor de zuivering en elektrolytische cellen voor de reductie van U+6 of U+4 tot U+3. Deze systemen produceren uraanchlorideoplossingen die slechts enkele ppm metaalonzuiverheden zoals chroom, ijzer, vanadium, molybdeen en andere bivalente of hogere multivalente kationen bevatten. Materialen voor de bouw van onderdelen van het systeem voor de behandeling van zeer zuiver U+3 zijn onder meer glas, gefluoreerde koolwaterstofpolymeren, polyfenylsulfaat en polyethersulfon, alsmede met kunststof bekleed en met hars geïmpregneerd grafiet. NSG deel 1 juni 2013 — 39 — 5.6.5. Uraan

0B001.e

6.

Oxidatiesystemen voor uraan, ontworpen om U+3 te oxideren tot U+4;

TLB5.6.5

Oxidatiesystemen voor uraan (chemische uitwisseling)

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de oxidatie van U+3 tot U+4 voor het terugvoeren naar de uraanisotopenscheidingscascade bij verrijking op basis van chemische uitwisseling.

VERKLARENDE NOOT: Deze systemen kunnen apparatuur omvatten zoals: a) apparatuur voor het in contact brengen van chloor en zuurstof met de waterige effluent afkomstig van de isotopenscheidingsapparatuur en voor het extraheren van de resulterende U+4 in de gestripte organische stroom die terugkomt van het productuiteinde van de cascade; b) apparatuur om water af te scheiden van zoutzuur zodat het water en het geconcentreerd zoutzuur op de geschikte plaatsen terug in het proces kunnen worden gebracht.

0B001.f

Speciaal voor aërodynamische scheidingsprocessen ontworpen of vervaardigde uitrusting en onderdelen, als hieronder:

1.

Ionenwisselharsen met een snelle reactietijd, vliezige of poreuze harsen met een macroscopische vernetting, waarin de actieve chemische uitwisselgroepen alleen voorkomen in een oppervlaktelaag op een inactieve poreuze ondersteunende structuur en andere composiete structuren met een geschikte vorm, waaronder deeltjes of vezels met diameters van 0,2 mm of minder, die bestand zijn tegen geconcentreerd zoutzuur en zijn ontworpen op een uitwisselingshalveringstijd van minder dan 10 seconden en die geschikt zijn voor werktemperaturen in het gebied van 373 K (100 °C) tot 473 K (200 °C);

TLB5.6.6

Ionenwisselharsen/adsorbentia met snelle reactietijd (ionenwisseling)

Speciaal voor uraanverrijking met behulp van ionenwisselaars ontworpen of vervaardigde ionenwisselharsen of -adsorbentia met snelle reactietijd, met inbegrip van poreuze harsen met een macroscopische vernetting en/of vliezige structuren waarin de actieve chemische uitwisselgroepen voorkomen in een oppervlaktelaag op een inactieve poreuze ondersteunende structuur, en andere composiete structuren met een geschikte vorm, waaronder deeltjes of vezels. Deze ionenwisselharsen/adsorbentia hebben diameters van 0,2 mm of minder, moeten bestand zijn tegen geconcentreerd zoutzuur en moeten sterk genoeg zijn om niet te worden afgebroken in de uitwisselingskolommen. De harsen/adsorbentia zijn speciaal ontworpen voor zeer snelle uraanisotopenuitwisselingssnelheden (uitwisselingshalveringstijd van minder dan 10 seconden) en zijn geschikt voor werktemperaturen in het gebied van 373 K (100 °C) tot 473 K (200 °C).

0B001.f

2.

Ionenwisselkolommen (cylindrisch) met een diameter groter dan 1 000 mm, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen geconcentreerd zoutzuur (bv. kunststoffen op basis van titaan of fluorkoolwaterstof), die geschikt zijn voor werktemperaturen in het gebied van 373 K (100 °C) tot 473 K (200 °C) en werkdrukken boven 0,7 MPa;

TLB5.6.7

Ionenwisselkolommen (ionenwisseling)

Speciaal voor uraanverrijking met behulp van ionenwisselaars ontworpen of vervaardigde cylindrische kolommen met een diameter van meer dan 1 000 mm waarin gestapelde lagen ionenwisselharsen/adsorbentia kunnen worden gebracht en ondersteund. Deze kolommen zijn vervaardigd van of beschermd met materiaal zoals titaan of fluorkoolwaterkunststoffen) dat bestand is tegen corrosie door geconcentreerd zoutzuur en dat geschikt is voor werktemperaturen in het gebied van 373 K (100 °C) tot 473 K (200 °C) en werkdrukken boven 0,7 MPa.

0B001.f

3.

Ionenwisselrefluxsystemen (chemische of elektrochemische oxidatie- of reductiesystemen) voor het regenereren van de chemische reductie- of oxidatiemiddelen die in ionenwisselverrijkingscascades worden gebruikt;

TLB5.6.8

Ionenwisselrefluxsystemen (ionenwisseling)

a) Speciaal ontworpen of vervaardigde chemische of elektrochemische reductiesystemen voor het regenereren van de chemische reductiemiddelen die in ionenwissel-uraanverrijkingscascades worden gebruikt. b) Speciaal ontworpen of vervaardigde chemische of elektrochemische oxidatiesystemen voor het regenereren van de chemische oxidatiemiddelen die in ionenwissel-uraanverrijkingscascades worden gebruikt.

0B001.g

Uitrusting en onderdelen, speciaal ontworpen of vervaardigd voor scheidingsprocessen op basis van lasers door middel van isotopenscheiding met atomaire-damplasers, als hieronder:

1.

Systemen voor het verdampen van uraanmetaal die zijn ontworpen om bij laserverrijking een op het trefmateriaal af te geven vermogen van 1 kW of meer te leveren;

TLB5.7.1

Uraanverdampingssystemen (op atomaire damp gebaseerde methoden)

Speciaal voor gebruik bij laserverrijking ontworpen of vervaardigde systemen voor het verdampen van uraanmetaal.

VERKLARENDE NOOT: Deze systemen kunnen elektronenkanonnen bevatten en zijn ontworpen om een afgegeven vermogen (1 kW of meer) op het trefmateriaal te bereiken dat voldoende is om uraanmetaaldamp te genereren tegen de snelheid die voor de laserverrijking vereist is.

0B001.g

2.

Systemen voor het hanteren van vloeibaar of verdampt uraanmetaal die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor het hanteren van gesmolten uraan, gesmolten uraanlegeringen of uraanmetaaldamp voor gebruik bij laserverrijking, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

N.B.:

ZIE OOK 2A225.

TLB5.7.2

Systemen en onderdelen voor het hanteren van vloeibaar of verdampt uraanmetaal (op atomaire damp gebaseerde methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor het hanteren van gesmolten uraan, gesmolten uraanlegeringen of uraanmetaaldamp voor gebruik bij laserverrijking, of speciaal daarvoor ontworpen of vervaardigde onderdelen.

VERKLARENDE NOOT: De systemen voor het hanteren van vloeibaar uraanmetaal kunnen bestaan uit smeltkroezen en koelapparatuur daarvoor. De kroezen en andere onderdelen van dergelijke systemen die in contact komen met gesmolten uraan, gesmolten uraanlegeringen of uraanmetaaldamp worden vervaardigd van of beschermd met materialen die op afdoende wijze corrosie- en hittebestendig zijn. Geschikte materialen zijn onder meer tantaal, met yttriumoxide bedekt grafiet, grafiet bedekt met andere zeldzame aardoxiden (zie INFCIRC/254/Deel 2 — (als gewijzigd)) of mengsels daarvan.

0B001.g

3.

Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan in gesmolten of vaste vorm, vervaardigd van of beschermd door materialen die bestand zijn tegen de hitte en corrosie van uraanmetaaldampen of gesmolten uraan, zoals met yttriumoxide bedekt grafiet of tantaal;

TLB5.7.3

Opvangsystemen voor “verrijkt” en “verarmd” uraanmetaal (op atomaire damp gebaseerde methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde opvangsystemen voor “verrijkt” en “verarmd” uraanmetaal in gesmolten of vaste vorm.

VERKLARENDE NOOT: De onderdelen van dergelijke opvangsystemen worden vervaardigd van of beschermd met materialen die bestand zijn tegen de hitte van en corrosie door uraanmetaaldampen of vloeibaar uraan (zoals met yttriumoxide bedekt grafiet of tantaal) en kunnen onder meer zijn: pijpen, kleppen, fittingen, “goten”, doorvoeren, warmtewisselaars en collectorplaten voor magnetische, elektrostatische of andere scheidingsmethoden.

0B001.g

4.

Behuizingen voor scheidingsmodules (cylindrische of rechthoekige vaten) die zijn ontworpen om de uraanmetaaldampbron, het elektronenkanon en de opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan te bevatten;

TLB5.7.4

Behuizingen voor scheidingsmodules (op atomaire damp gebaseerde methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde cylindrische of rechthoekige vaten die zijn ontworpen om de uraanmetaaldampbron, het elektronenkanon en de opvangsystemen voor “verrijkt” en “verarmd” uraan te bevatten.

VERKLARENDE NOOT: Deze behuizingen hebben een groot aantal poorten voor het doorvoeren van elektriciteit en water, laserbundelvensters, vacuümpompverbindingen en poorten voor instrumentatie en monitoring. Er is voorzien in openings- en afsluitingsinrichtingen om opknappen van de interne onderdelen mogelijk te maken.

0B001.g

5.

“Lasers” of “laser”-systemen speciaal ontworpen of vervaardigd voor de scheiding van uraanisotopen met een stabilisatie voor het frequentiespectrum, bestemd om gedurende langere perioden in bedrijf te zijn;

N.B.:

ZIE OOK 6A005 EN 6A205.

TLB5.7.13

Lasersystemen

Speciaal voor de scheiding van uraanisotopen ontworpen of vervaardigde lasers of lasersystemen.

VERKLARENDE NOOT: De lasers en laseronderdelen die voor laserverrijkingsprocessen belangrijk zijn, zijn onder meer die welke zijn vermeld in INFCIRC/254/deel 2 — (zoals gewijzigd). Het lasersysteem bevat in de regel zowel optische als elektronische onderdelen voor de regeling van de laserstraal (of -stralen) en de overbrenging naar de isotopenscheidingskamer. Het lasersysteem voor op atomaire damp gebaseerde methoden bestaat doorgaans uit afstembare kleurstoflasers die door een ander soort laser (bv. koperdamplasers of bepaalde halfgeleiderlasers) worden gepompt. Lasersystemen voor moleculaire methoden kunnen bestaan uit CO2- of excimeerlasers en een multi-pass optische cel. Lasers of lasersystemen voor beide methoden vereisen een stabilisatie van het frequentiespectrum die gedurende lange perioden in bedrijf kan zijn.

0B001.h

Uitrusting en onderdelen, speciaal ontworpen of vervaardigd voor scheidingsprocessen op basis van lasers door middel van isotopenscheiding met atomaire-damplasers, als hieronder:

1.

Supersone uitstroomstraalpijpen voor het koelen van mengsels van UF6 en dragergas tot 150 K (– 123 °C) of minder en vervaardigd van “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”;

TLB5.7.5

Supersone uitstroomstraalpijpen (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde supersone uitstroomstraalpijpen voor het koelen van mengsels van UF6 en dragergas tot 150 K (– 123 °C) of minder die bestand zijn tegen corrosie door UF6.

0B001.h

2.

Onderdelen of apparaten voor het opvangen van verarmd of verrijkt uraan die speciaal ontworpen en vervaardigd zijn voor het opvangen van uraan of verrijkt uraan na bestraling met laserlicht, vervaardigd van “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”;

TLB5.7.6

Opvangsystemen voor “verrijkt” en “verarmd” uraan (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde onderdelen of apparaten voor het opvangen van verrijkt of verarmd uraan na bestraling met laserlicht.

VERKLARENDE NOOT: In één voorbeeld van isotopenscheiding met moleculaire lasers dienen de opvangsystemen voor verrijkt materiaal voor de opvang van verrijkt uraanpentalfluoride (UF5) in vaste vorm. De opvangsystemen voor verrijkt uraan kunnen bestaan uit collectoren van het filter-, impact- of cycloontype of combinaties daarvan en moeten bestand zijn tegen corrosie door UF5/UF6.

0B001.h

3.

Compressoren, vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, en asafdichtingen daarvoor;

TLB5.7.7

UF6/dragergascompressoren (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde compressoren voor UF6/dragergasmengsels, ontworpen voor langdurige werking in een UF6-omgeving. De onderdelen van deze compressoren die in contact komen met procesgassen, worden vervaardigd van of beschermd met materialen die bestand zijn tegen corrosie door UF6.

TLB5.7.8

Asafdichtingen (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde asafdichtingen, inclusief aan- en afvoerkoppelingen, voor de afdichting van de as die de compressorrotor verbindt met de aandrijfmotor, teneinde een betrouwbare afdichting te waarborgen tegen het uitlekken van procesgassen of het inlekken van lucht of afdichtingsgassen in de binnenste kamer van de compressor die met het UF6/dragergasmengsel is gevuld.

0B001.h

4.

Uitrusting om UF5 (vaste stof) te fluoreren tot UF6 (gas);

TLB5.7.9

Fluoreringssystemen (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen om UF5 (vast) te fluoreren tot UF6 (gas).

Deze systemen zijn bedoeld om het opgevangen UF5-poeder te fluoreren tot UF6, dat vervolgens wordt opgevangen in producthouders of wordt gebruikt als voedingsgas ten behoeve van een nieuwe verrijkingstrap. Een methode is om de fluoreringsreactie te doen plaatsvinden binnen het isotopenscheidingssysteem teneinde direct aan de “product”-collectoren te reageren en op te vangen. Een andere methode is om het UF5-poeder van de “product”-opvangsystemen naar een geschikt reactievat (bv. wervelbedreactor, schroefreactor of vlamtoren) te brengen met het oog op fluorering. In beide gevallen wordt uitrusting voor de opslag en overbrenging van fluor (of een ander geschikt fluoreringsmiddel) en voor het opvangen en overbrengen van UF6 gebruikt.

0B001.h

5.

Processystemen voor het scheiden van UF6 van het transportgas (bv. stikstof, argon of een ander gas) met inbegrip van:

a.

Cryogene warmtewisselaars en cryogene scheiders die geschikt zijn voor temperaturen van 153 K (– 120 °C) of lager;

b.

Cryogene koeleenheden die geschikt zijn voor temperaturen van 153 K (– 120 °C) of lager;

c.

Koudevallen voor UF6 die geschikt zijn voor het uitvriezen van UF6;

TLB5.7.12

Systemen om UF6 van het dragergas te scheiden (moleculaire methoden)

Systemen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om UF6 van het dragergas te scheiden. VERKLARENDE NOOT: Deze systemen kunnen apparatuur omvatten zoals: a) cryogene warmtewisselaars of cryogene scheiders die geschikt zijn voor temperaturen van 153 K (– 120 °C) of lager, of b) cryogene koeleenheden die geschikt zijn voor temperaturen van 153 K (– 120 °C) of lager, of c) koudevallen voor UF6 die geschikt zijn voor het uitvriezen van UF6. Dit dragergas kan stikstof, argon of een ander gas zijn.

0B001.h

6.

“Lasers” of “laser”-systemen speciaal ontworpen of vervaardigd voor de scheiding van uraanisotopen met een stabilisatie voor het frequentiespectrum, bestemd om gedurende langere perioden in bedrijf te zijn;

N.B.:

ZIE OOK 6A005 EN 6A205.

TLB5.7.13

Lasersystemen

Speciaal voor de scheiding van uraanisotopen ontworpen of vervaardigde lasers of lasersystemen.

VERKLARENDE NOOT: De lasers en laseronderdelen die voor laserverrijkingsprocessen belangrijk zijn, zijn onder meer die welke zijn vermeld in INFCIRC/254/deel 2 — (zoals gewijzigd). Het lasersysteem bevat in de regel zowel optische als elektronische onderdelen voor de regeling van de laserstraal (of -stralen) en de overbrenging naar de isotopenscheidingskamer. Het lasersysteem voor op atomaire damp gebaseerde methoden bestaat doorgaans uit afstembare kleurstoflasers die door een ander soort laser (bv. koperdamplasers of bepaalde halfgeleiderlasers) worden gepompt. Lasersystemen voor moleculaire methoden kunnen bestaan uit CO2- of excimeerlasers en een multi-pass optische cel. Lasers of lasersystemen voor beide methoden vereisen een stabilisatie van het frequentiespectrum die gedurende lange perioden in bedrijf kan zijn.

0B001.i

Speciaal voor aërodynamische scheidingsprocessen ontworpen of vervaardigde uitrusting en onderdelen, als hieronder:

1.

Microgolfbronnen en antennes voor het produceren of versnellen van ionen, met een uitgangsfrequentie vanaf 30 GHz en een gemiddeld uitgangsvermogen van meer dan 50 kW;

TLB5.8.1

Microgolfbronnen en antennes

Speciaal ontworpen of vervaardigde microgolfbronnen en antennes voor het produceren of versnellen van ionen, met de volgende kenmerken: een frequentie groter dan 30 GHz en een gemiddeld uitgangsvermogen van meer dan 50 kW voor ionproductie.

0B001.i

2.

Radiofrequentie-ionisatieaanslagspoelen voor frequenties van meer dan 100 kHz en een gemiddeld vermogen van meer dan 40 kW;

TLB5.8.2

Ionisatieaanslagspoelen

Speciaal ontworpen of vervaardigde radiofrequentie-ionisatieaanslagspoelen voor frequenties van meer dan 100 kHz en een gemiddeld vermogen van meer dan 40 kW.

0B001.i

3.

Systemen voor het genereren van uraanplasma;

TLB5.8.3

Systemen voor het genereren van uraanplasma

Speciaal voor het genereren van uraanplasma voor gebruik in plasmascheidingsinrichtingen ontworpen of vervaardigde systemen.

0B001.i

4.

Niet gebruikt;

TLB5.8.4

[wordt niet meer gebruikt — sedert 14 juni 2013]

0B001.i

5.

Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan in vaste vorm, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen de hitte en de corrosie van uraandampen, zoals met yttriumoxide bedekt grafiet of tantaal;

TLB5.8.5

Opvangsystemen voor “verrijkt” en “verarmd” uraanmetaal

Speciaal ontworpen of vervaardigde opvangsystemen voor “verrijkt” en “verarmd” uraanmetaal in vaste vorm. De onderdelen van dergelijke opvangsystemen worden vervaardigd van of beschermd met materialen die bestand zijn tegen de hitte van en corrosie door uraanmetaaldampen, zoals tantaal en met yttriumoxide bedekt grafiet.

0B001.i

6.

Behuizingen voor scheidingsmodules (cylindrisch), ontworpen om de uraanplasmabron, de radiofrequentiespoel en de opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan te bevatten en vervaardigd van een geschikt niet-magnetisch materiaal (bv. roestvast staal);

TLB.5.8.6

Behuizingen voor scheidingsmodules Speciaal voor gebruik in verrijkingsinrichtingen op basis van plasmascheiding ontworpen of vervaardigde cylindrische vaten, bestemd om de uraanplasmabron, de radiofrequentiespoel en de opvangsystemen voor “verrijkt” en “verarmd” uraan te bevatten. VERKLARENDE NOOT: Deze behuizingen hebben een groot aantal poorten voor het doorvoeren van elektriciteit, diffusiepompverbindingen en poorten voor de instrumentatie en monitoring. Er is voorzien in openings- en afsluitingsinrichtingen om opknappen van de interne onderdelen mogelijk te maken, en zij zijn vervaardigd van een geschikt niet-magnetisch materiaal zoals roestvrij staal.

0B001.j

Speciaal voor elektromagnetische scheidingsprocessen ontworpen of vervaardigde uitrusting en onderdelen, als hieronder:

1.

Enkel- of meervoudige ionenbronnen, bestaande uit een dampbron, ionisator en bundelversneller, vervaardigd van geschikte niet-magnetische materialen (bv. grafiet, roestvast staal of koper) en geschikt om een totale ionenbundelstroom te leveren van 50 mA of meer;

TLB5.9.1a

Elektromagnetische isotopenscheiders

Elektromagnetische isotopenscheiders, speciaal ontworpen of vervaardigd voor de scheiding van uraanisotopen, en uitrusting en onderdelen daarvoor, zoals:

a)

Ionenbronnen Speciaal ontworpen of vervaardigde enkel- of meervoudige uraanionenbronnen, bestaande uit een dampbron, ionisator en bundelversneller, vervaardigd van geschikte materialen zoals grafiet, roestvrij staal of koper, en geschikt om een totale ionenbundelstroom te leveren van 50 mA of meer.

0B001.j

2.

Ionencollectorplaten voor het opvangen van ionenbundels met verrijkt of verarmd uraan, bestaande uit twee of meer spleten en opvangkamers en vervaardigd van geschikte niet-magnetische materialen (bv. grafiet of roestvast staal);

TLB5.9.1b

Ionencollectoren

Speciaal voor het opvangen van ionenbundels met verrijkt of verarmd uraan ontworpen of vervaardigde ionencollectorplaten, bestaande uit twee of meer spleten en opvangkamers en vervaardigd van geschikte materialen zoals grafiet of roestvrij staal.

0B001.j

3.

Vacuümbehuizingen voor elektromagnetische uraanscheiders, vervaardigd van niet-magnetische materialen (bv. roestvast staal) en ontworpen voor een werkdruk van 0,1 Pa of lager;

TLB5.9.1c

Vacuümbehuizingen

Speciaal voor elektromagnetische uraanscheiders ontworpen of vervaardigde vacuümbehuizingen, vervaardigd van geschikte niet-magnetische materialen zoals roestvrij staal en ontworpen voor een werkdruk van 0,1 Pa of lager.

VERKLARENDE NOOT: De behuizingen zijn speciaal ontworpen om de ionenbronnen, de collectorplaten en de watergekoelde “liners” te bevatten en zijn voorzien van verbindingen voor de diffusiepomp en van openings- en afsluitingsinrichtingen om verwijdering en herinstallatie van deze onderdelen mogelijk te maken.

0B001.j

4.

Magnetische poolschoenen met een diameter van meer dan 2 m;

TLB5.9.1d

Magnetische poolschoenen

Speciaal ontworpen of vervaardigde magnetische poolschoenen met een diameter van meer dan 2 m, gebruikt om een constant magnetisch veld te handhaven binnen een elektromagnetische isotopenscheider en het magnetisch veld tussen naburige scheiders over te brengen.

0B001.j

5.

Hoogspanningsvoedingen voor ionenbronnen, die alle onderstaande eigenschappen hebben:

a.

Geschikt voor continubedrijf;

b.

Uitgangsspanning 20 000  V of meer;

c.

Uitgangsstroom 1 A of meer; en

d.

Spanningsregeling beter dan 0,01 % over een periode van 8 uur;

N.B.:

ZIE OOK 3A227.

TLB5.9.2

Hoogspanningsvoedingen

Speciaal ontworpen of vervaardigde hoogspanningsvoedingen voor ionenbronnen die alle onderstaande kenmerken hebben: geschikt voor continubedrijf, uitgangsspanning van 20 000  V of meer, uitgangsstroom van 1 A of meer, en spanningsregeling beter dan 0,01 % over een periode van acht uur.

0B001.j

6.

Voedingen voor magneten (hoog vermogen, gelijkstroom), die alle onderstaande eigenschappen hebben:

a.

Geschikt voor continubedrijf met een uitgangsstroom van 500 A of meer en een spanning van 100 V of meer; en

b.

Stroom- of spanningsregeling beter dan 0,01 % over een periode van 8 uur;

N.B.:

ZIE OOK 3A226.

TLB5.9.3

Voedingen voor magneten

Speciaal ontworpen of vervaardigde voedingen voor magneten (hoog vermogen, gelijkstroom) die alle onderstaande kenmerken hebben: geschikt voor continubedrijf met een uitgangsstroom van 500 A of meer en een spanning van 100 V of meer en met een stroom- of spanningsregeling beter dan 0,01 % over een periode van acht uur.

0B002

Speciaal voor isotoopscheidingsinstallaties als bedoeld in 0B001 ontworpen of vervaardigde hulpsystemen voor uitrusting en onderdelen vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”, als hieronder:

 

 

0B002.a

Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces;

TLB5.2.1

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren, koudevallen of pompen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.4.1

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren, koudevallen of pompen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.5.7

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.7.11

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

0B002.b

Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting;

TLB5.2.1

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren, koudevallen of pompen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.4.1

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren, koudevallen of pompen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.5.7

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.7.11

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

0B002.c

Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan;

TLB5.2.1

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren, koudevallen of pompen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.4.1

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren, koudevallen of pompen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.5.7

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.7.11

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

0B002.d

Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm;

TLB5.2.1

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren, koudevallen of pompen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.4.1

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren, koudevallen of pompen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.5.7

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

TLB5.7.11

Voedingssystemen/systemen voor het afvoeren van verrijkt en verarmd uraan (moleculaire methoden)

Speciaal ontworpen of vervaardigde processystemen of uitrusting voor verrijkingsinrichtingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met inbegrip van: a) Voedingsautoclaven, ovens of systemen voor het doorvoeren van UF6 naar het verrijkingsproces; b) Desublimatoren of koelvallen die gebruikt worden om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen voor verder transport na verhitting; c) Liquefactors of stollingsstations die worden gebruikt om UF6 uit het verrijkingsproces te verwijderen door UF6 samen te persen, af te koelen en om te zetten in vloeibare of vaste vorm; d) Opvangsystemen voor verarmd en verrijkt uraan om UF6 in containers op te slaan.

0B002.e

Speciaal ontworpen stelsels van pijpen en headers om UF6 te hanteren binnen de gasdiffusie-, centrifuge- of aërodynamische cascades;

TLB5.2.2

Stelsels van machineverdeelleidingen

Speciaal ontworpen of vervaardigde stelsels van buizen en verdeelleidingen om UF6 in de centrifugecascades te hanteren. Het leidingennet is in de regel van het type met “drievoudige” verdeelleidingen waarbij elke centrifuge is aangesloten op elk van de drie verdeelleidingen. Het is dan ook sterk repetitief van vorm. Het is volledig vervaardigd van of beschermd met materiaal dat tegen UF6 bestand is (zie de VERKLARENDE NOOT bij dit punt) en is vervaardigd volgens zeer hoge vacuüm- en zuiverheidsnormen.

TLB5.4.2

Stelsels van verdeelleidingen

Speciaal ontworpen of vervaardigde stelsels van buizen en verdeelleidingen om UF6 in de gasdiffusiecascades te hanteren.

VERKLARENDE NOOT: Dit leidingnet is in de regel van het type met “dubbele” verdeelleidingen waarbij elke cel is aangesloten op elk van de verdeelleidingen.

TLB5.5.8

Stelsels van verdeelleidingen

Speciaal ontworpen of vervaardigde stelsels van verdeelleidingen, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, om UF6 binnen de aërodynamische cascades te hanteren. Dit leidingnet is doorgaans van het type met “dubbele” verdeelleidingen, waarbij elke trap of groep van trappen is verbonden met elk van de verdeelleidingen.

0B002.f

Vacuümsystemen en -pompen als hieronder:

1.

Vacuümspruitstukken, vacuümverdeelleidingen of vacuümpompen met een afzuigcapaciteit van 5 m3/min. of meer;

2.

Vacuümpompen, speciaal ontworpen voor gebruik in een atmosfeer die UF6 bevat, vervaardigd van of beschermd door “materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6”; of

3.

Vacuümsystemen bestaande uit vacuümspruitstukken, vacuümverdeelleidingen en vacuümpompen, en ontworpen voor gebruik in een atmosfeer die UF6 bevat;

TLB5.4.3a

Vacuüm-systemen

(a)

Speciaal ontworpen of vervaardigde grote vacuümspruitstukken, vacuümverdeelleidingen en vacuümpompen met een afzuigcapaciteit van 5 m3 per minuut of meer.

TLB5.4.3b

(b)

Vacuümpompen, speciaal ontworpen voor gebruik in een atmosfeer die UF6 bevat, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6 (zie de VERKLARENDE NOOT bij dit punt). Deze pompen kunnen van het roterende of het verdringertype zijn, zijn voorzien van verdringer- en fluorkoolstofafdichtingen en gebruikmaken van een speciale werkvloeistof.

TLB5.5.9b

Vacuümsystemen en -pompen

Vacuümpompen, speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een atmosfeer die UF6 bevat, vervaardigd van of beschermd met materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6. Deze pompen kunnen fluorkoolstofafdichtingen bevatten en speciale werkvloeistoffen gebruiken.

TLB5.5.9a

Speciaal ontworpen of vervaardigde vacuümsystemen, bestaande uit vacuümspruitstukken, vacuümverdeelleidingen en vacuümpompen, en ontworpen voor gebruik in een atmosfeer die UF6 bevat

0B002.g

UF6-massaspectrometers/ionenbronnen speciaal ontworpen of vervaardigd om on-linemonsters te kunnen nemen van UF6-gasstromen, met alle volgende eigenschappen:

1.

In staat zijn 320 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer te meten en een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 1 a.m.e. op 320 a.m.e.;

2.

Ionenbronnen, vervaardigd van of bekleed met nikkel, nikkel-chroom-legeringen met een nikkelgehalte van 60 of meer gewichtsprocent of nikkel-chroom-legeringen;

3.

Ionisatiebronnen die werken met elektronenbeschieting; en

4.

Een collectorsysteem dat geschikt is voor isotopenanalyse;

TLB5.2.4

UF6-massaspectrometers/ionenbronnen

Massaspectrometers speciaal ontworpen of vervaardigd om on-linemonsters te kunnen nemen van UF6-gasstromen, met alle volgende eigenschappen:

1.

In staat zijn 320 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer te meten en een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 1 a.m.e. op 320 a.m.e.;

2.

Ionenbronnen, vervaardigd van of bekleed met nikkel, nikkel-chroom-legeringen met een nikkelgehalte van 60 of meer gewichtsprocent of nikkel-chroom-legeringen;

3.

Ionisatiebronnen die werken met elektronenbeschieting;

4.

Een collectorsysteem dat geschikt is voor isotopenanalyse.

TLB5.4.5

UF6-massaspectrometers/ionenbronnen

Massaspectrometers speciaal ontworpen of vervaardigd om on-linemonsters te kunnen nemen van UF6-gasstromen, met alle volgende eigenschappen:

1.

In staat zijn 320 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer te meten en een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 1 a.m.e. op 320 a.m.e.;

2.

Ionenbronnen, vervaardigd van of bekleed met nikkel, nikkel-chroom-legeringen met een nikkelgehalte van 60 of meer gewichtsprocent of nikkel-chroom-legeringen;

3.

Ionisatiebronnen die werken met elektronenbeschieting;

4.

Een collectorsysteem dat geschikt is voor isotopenanalyse.

TLB5.5.11

UF6-massaspectrometers/ionenbronnen

Massaspectrometers speciaal ontworpen of vervaardigd om on-linemonsters te kunnen nemen van UF6-gasstromen, met alle volgende eigenschappen:

1.

In staat zijn 320 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer te meten en een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 1 a.m.e. op 320 a.m.e.;

2.

Ionenbronnen, vervaardigd van of bekleed met nikkel, nikkel-chroom-legeringen met een nikkelgehalte van 60 of meer gewichtsprocent of nikkel-chroom-legeringen;

3.

Ionisatiebronnen die werken met elektronenbeschieting;

4.

Een collectorsysteem dat geschikt is voor isotopenanalyse.

TLB5.7.10

Speciale afsluit- en regelkleppen

Speciaal ontworpen of vervaardigde afsluit- of regelkleppen met balgafdichting, handmatig of automatisch, vervaardigd van of beschermd door materiaal dat bestand is tegen corrosie door UF6, met een binnendiameter van 40 mm of meer, bestemd voor installatie in de hoofd- en de hulpsystemen van aerodynamische verrijkingsinrichtingen.

0B003

Fabrieken voor de omzetting van uraan en speciaal daarvoor ontworpen of vervaardigde uitrusting, als hieronder:

TLB7.1

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van uraanertsconcentraten in UO3

0B003.a

Systemen voor de omzetting van uraanertsconcentraten in UO3;

TLB7.1.1

VERKLARENDE NOOT: Uraanertsconcentraten kunnen worden omgezet in UO3 door het erts eerst op te lossen in salpeterzuur en gezuiverd uranylnitraat te extraheren met gebruikmaking van een oplosmiddel zoals tributylfosfaat. Vervolgens wordt het uranylnitraat omgezet in UO3, hetzij door concentratie en denitrificatie, hetzij door neutralisatie met ammoniakgas en de vorming van ammoniumdiuranaat gevolgd door filtering, droging en calcinering.

0B003.b

Systemen voor de omzetting van UO3 in UF6;

TLB7.1.2

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van UO3 in UF6

VERKLARENDE NOOT: UO3 kan worden omgezet in UO2 door reductie van UO3 met gekraakt ammoniakgas of waterstof.

0B003.c

Systemen voor de omzetting van UO3 in UO2;

TLB7.1.3

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van UO3 in UO2

VERKLARENDE NOOT: UO3 kan worden omgezet in UO2 door reductie van UO3 met gekraakt ammoniakgas of waterstof.

0B003.d

Systemen voor de omzetting van UO2 in UF4;

TLB7.1.4

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van UO2 in UF4;

VERKLARENDE NOOT: UO2 kan worden omgezet in UF4 door UO2 te laten reageren met waterstoffluoridegas (HF) op 300-500 °C.

0B003.e

Systemen voor de omzetting van UF4 in UF6;

TLB7.1.5

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van UF4 in UF6

VERKLARENDE NOOT: UF4 kan worden omgezet in UF6 door een exotherme reactie met fluor in een torenreactor. UF6 wordt uit de hete effluentgassen geconcentreerd door de effluentenstroom door een tot — 10 °C gekoelde koudeval te voeren. Het proces vereist een bron van fluorgas.

0B003.f

Systemen voor de omzetting van UF4 in uraanmetaal;

TLB7.1.6

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van UF4 in uraanmetaal

VERKLARENDE NOOT: UF4 kan worden omgezet in uraanmetaal door reductie met magnesium (grote batchprocessen) of calcium (kleine batchprocessen). De reactie verloopt bij een temperatuur boven het smeltpunt van uraan (1 130 °C).

0B003.g

Systemen voor de omzetting van UF6 in UO2;

TLB7.1.7

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van UF6 in UO2

VERKLARENDE NOOT: UF6 kan worden omgezet in UO2 via een van de volgende drie processen. In het eerste wordt UF6 gereduceerd en gehydroliseerd tot UO2 met behulp van waterstof en stoom. In het tweede wordt UF6 gehydroliseerd door oplossing in water, ammoniak wordt toegevoegd om het ammoniumdiuranaat te doen neerslaan en het diuranaat wordt gereduceerd tot UO2 met stikstof bij 820 °C. In het derde proces worden gasvormig UF6, CO2 en NH3 gecombineerd in water, waarbij ammoniumuranylcarbonaat neerslaat. Dit ammoniumuranylcarbonaat wordt gecombineerd met stoom en waterstof bij 500-600 °C om zo UO2 te verkrijgen. In een splijtstoffabricage-installatie is de eerste stap vaak de omzetting van UF6 in UO2.

0B003.h

Systemen voor de omzetting van UF6 in UF4;

TLB7.1.8

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van UF6 in UF4

VERKLARENDE NOOT: UF6 wordt omgezet in UF4 door reductie met waterstof.

0B003.i

Systemen voor de omzetting van UO2 in UCl4;

TLB7.1.9

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van UO2 in UCl4

UO2 kan worden omgezet in UCl4 via een van de volgende twee processen. In het eerste wordt UO2 in reactie gebracht met koolstoftetrachloride (CCl4) bij ongeveer 400 °C. In het tweede wordt UO2 bij ongeveer 700 °C in reactie gebracht in aanwezigheid van zwarte koolstof (CAS 1333-86-4), koolmonoxide en chloride om zo UCl4 te verkrijgen.

0B004

Fabriek voor de productie of concentratie van zwaar water, deuterium en deuteriumverbindingen en speciaal ontworpen en gebouwde uitrusting en onderdelen ervan, als hieronder:

TLB6

Fabriek voor de productie of concentratie van zwaar water, deuterium en deuteriumverbindingen en speciaal ontworpen en gebouwde uitrusting en onderdelen ervan, als hieronder:

0B004.a

Fabriek voor de productie van zwaar water, deuterium of deuteriumverbindingen, als hieronder:

1.

Water-waterstofsulfide uitwisselinstallaties;

2.

Ammoniak-waterstofuitwisselingsinstallaties;

 

 

0B004.b

Uitrusting en onderdelen, als hieronder:

 

 

1.

Water-waterstofsulfide-wisseltorens met een diameter van 1,5 m of meer, geschikt voor werking bij een druk van 2 MPa of meer;

TLB6.1

Water-waterstofsulfidewisseltorens Wisseltorens met een diameter van 1,5 m of meer die kunnen werken bij een druk van 2 MPa (300 psi) of meer, speciaal ontworpen of vervaardigd voor de productie van zwaar water via het water-waterstofsulfidewisselproces.

2.

Eentraps, centrifugale aanjagers of compressoren met lage opvoerdruk (d.w.z. 0,2 MPa), voor de circulatie van waterstofsulfidegas (d.w.z. gas dat meer dan 70 % H2S bevat) met een verwerkingscapaciteit van ten minste 56 m3/seconde wanneer er gewerkt wordt bij drukniveaus van ten minste 1,8 MPa aan de zuigzijde, en met afdichtingen, ontworpen voor natte H2S-gassen;

TLB6.2

Aanjagers en compressoren

Eentraps, centrifugale aanjagers of compressoren met lage opvoerdruk (d.w.z. 0,2 MPa of 30 psi) voor de circulatie van waterstofsulfidegas (d.w.z. gas dat meer dan 70 % H2S bevat), speciaal ontworpen of vervaardigd voor de productie van zwaar water via het water-waterstofsulfidewisselproces. Deze aanjagers of compressoren hebben een verwerkingscapaciteit van ten minste 56 m3/sec. (120 000 SCFM) wanneer er wordt gewerkt bij drukniveaus van ten minste 1,8 MPa (260 psi) aan de zuigzijde, en hebben afdichtingen die zijn ontworpen voor natte H2S-gassen.

3.

Ammoniak-waterstof-wisseltorens van 35 m of hoger met een diameter tussen 1,5 en 2,5 m die kunnen werken bij een druk van meer dan 15 MPa;

TLB6.3

Ammoniak-waterstofuitwisseltorens

Ammoniak-waterstof-wisseltorens van 35 m of hoger (114.3 voet) met een diameter tussen 1,5 m (4,9 voet) en 2,5 m (8,2 voet) die kunnen werken bij een druk van meer dan 15 MPa (2 225 psi), speciaal ontworpen of vervaardigd voor de productie van zwaar water via het ammoniak-waterstofwisselproces. Deze torens zijn voorzien van ten minste één kraaggat van dezelfde diameter als het cylindrische gedeelte waardoor de inwendige onderdelen van de toren kunnen worden ingebracht of weggenomen.

4.

Inwendige delen van torens, met inbegrip van getrapte contactgroepen, en getrapte pompen met inbegrip van dompelpompen voor de productie van zwaar water met het ammoniak-waterstof-wisselprocedé;

TLB6.4

Inwendige onderdelen van de toren en getrapte pompen

Inwendige onderdelen van de toren en getrapte pompen, speciaal ontworpen of vervaardigd voor torens voor de productie van zwaar water via het ammoniak-waterstofwisselproces. Inwendige onderdelen van de toren zijn onder meer speciaal ontworpen getrapte contactgroepen die een nauw contact tussen gas en vloeistof moeten waarborgen. Getrapte pompen zijn onder meer speciaal ontworpen dompelpompen voor de circulatie van vloeibaar ammoniak in de afzonderlijke contacttrappen in de toren.

5.

Ammoniak-kraakinstallaties die werken bij een druk van 3 MPa of meer voor de productie van zwaar water met het ammoniak-waterstof-wisselprocedé;

TLB6.5

Ammoniak-kraakinstallaties

Ammoniak-kraakinstallaties, ontworpen voor een bedrijfsdruk van 3 Mpa (450 psi) of meer, speciaal ontworpen of vervaardigd voor de productie van zwaar water via het ammoniak-waterstofwisselproces.

6.

Infraroodabsorptieanalyseapparatuur die “on-line” waterstof-deuterium-verhoudingen kan meten bij deuteriumconcentraties van 90 % of meer;

TLB6.6

Infraroodabsorptie-analysatoren

Infraroodabsorptieanalyseapparatuur die “on-line” waterstof-deuterium-verhoudingen kan meten bij deuteriumconcentraties van 90 % of meer.

7.

Katalytische branders voor de omzetting van verrijkt deuteriumgas in zwaar water met het ammoniak-waterstof-wisselprocedé;

TLB6.7

Katalytische branders

Katalytische branders voor de omzetting van verrijkt deuteriumgas in zwaar water, speciaal ontworpen of vervaardigd voor de productie van zwaar water via het ammoniak-waterstofwisselproces.

8.

Complete systemen voor het veredelen van zwaar water, of kolommen daarvoor, voor het veredelen van zwaar water tot een deuteriumconcentratie die in een kernreactor bruikbaar is;

TLB6.8

Complete systemen voor het veredelen van zwaar water of kolommen daarvoor

Complete systemen voor het veredelen van zwaar water, of kolommen daarvoor, speciaal ontworpen of vervaardigd voor het veredelen van zwaar water tot een deuteriumconcentratie die geschikt is voor een kernreactor.

VERKLARENDE NOOT: Deze systemen, die gewoonlijk van waterdestillatie gebruik maken om zwaar water van licht water te scheiden, zijn speciaal ontworpen of vervaardigd voor de productie van voor kernreactoren geschikt zwaar water (d.w.z. typisch deuteriumoxide 99,75 %) uit voorraden zwaar water van een lagere concentratie.

9.

Converters voor ammoniaksynthese of ammoniaksynthese-eenheden speciaal ontworpen of vervaardigd voor het veredelen van zwaar water met het ammoniak-waterstof-wisselprocedé;

TLB6.9

Convertors voor ammoniaksynthese of ammoniaksynthese-eenheden

Converters voor ammoniaksynthese of ammoniaksynthese-eenheden speciaal ontworpen of vervaardigd voor het veredelen van zwaar water met het ammoniak-waterstof-wisselprocedé.

VERKLARENDE NOOT: Deze convertors of eenheden onttrekken synthesegas (stikstof en waterstof) uit een hoge-drukkolom (of kolommen) voor de uitwisseling van ammoniak en waterstof, en voeren de gevormde ammoniak naar deze kolom (of kolommen) terug.

0B005

Fabrieken, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van splijtstofelementen voor “kernreactoren” en speciaal ontworpen of vervaardigde uitrusting daarvoor;

Technische noot:

Speciaal ontworpen of vervaardigde uitrusting voor de vervaardiging van splijtstofelementen voor “kernreactoren” omvat uitrusting die:

1.

In de regel in rechtstreeks contact komt met de productiestroom van nucleair materiaal of deze rechtstreeks verwerkt of reguleert;

2.

Zorgt voor de afdichting van het nucleaire materiaal in de splijtstofstaaf;

3.

De goede staat van de bekleding of van de afdichting van de splijtstofstaaf controleert;

4.

De eindbehandeling van de afgesloten splijtstof controleert; of

5.

Wordt gebruikt voor het verzamelen van reactorelementen;

 

Fabrieken voor de vervaardiging van splijtstofelementen voor kernreactoren en speciaal daarvoor ontworpen of vervaardigde uitrusting

INLEIDENDE NOOT: Splijtstofelementen worden vervaardigd uit een of meer van de basismaterialen of speciale splijtbare materialen die worden vermeld in MATERIAAL EN UITRUSTING van deze bijlage. Voor oxidische splijtstoffen, het meest voorkomende type splijtstof, wordt uitrusting voor het persen van tabletten, sinteren, malen en granulometrische kwaliteitscontrole gebruikt. Gemengde oxidische splijtstoffen worden behandeld in handschoenkasten (of een gelijkwaardige insluiting) totdat zij in de bekleding zijn ingesloten. In alle gevallen wordt de splijtstof hermetisch ingesloten in een gepaste bekleding die is ontworpen als het eerste omhulsel waarin de splijtstof is vervat, opdat de reactor naar behoren kan werken en veilig is. Tevens moet er in alle gevallen voor worden gezorgd dat de processen, procedures en uitrusting nauwkeurig volgens extreem hoge normen worden gecontroleerd met het oog op voorspelbare en veilige splijtstofprestaties.

VERKLARENDE NOOT: In de zinsnede “en speciaal ontworpen of vervaardigde uitrusting” voor de vervaardiging van splijtstofelementen is uitrusting begrepen die: a) in de regel in rechtstreeks contact komt met de productiestroom van nucleair materiaal of deze rechtstreeks verwerkt of reguleert; b) zorgt voor de afdichting van het nucleaire materiaal in de splijtstofstaaf; c) de goede staat van de bekleding of van de afdichting van de splijtstofstaaf controleert; d) de eindbehandeling van de afgesloten splijtstof controleert; of e) wordt gebruikt voor het verzamelen van splijtstofelementen voor reactoren. Die uitrusting of uitrustingssystemen kunnen bijvoorbeeld het volgende omvatten: 1) volautomatische inspectiestations voor splijtstoftabletten die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om de uiteindelijke afmetingen en de oppervlakteonvolkomenheden van de splijtstoftabletten te controleren; 2) automatische lasmachines die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om deksels op de splijtstofpennen (of -staven) te lassen; 3) automatische test- en inspectiestations die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om de goede staat van gesloten splijtstofpennen (of -staven) te controleren; 4) systemen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om bekleding voor splijtstofstaven te fabriceren. Product 3 omvat in de regel uitrusting voor: a) onderzoek van de lasverbindingen van de deksels van de pennen (of staven) met röntgenstralen, b) opsporing van heliumlekken bij pennen (of staven) die onder druk staan, en c) het scannen van de pennen (of staven) met gammastralen om te controleren of de splijtstoftabletten binnenin correct geladen zijn.

0B006

Fabrieken voor het opwerken van bestraalde splijtstofelementen van “kernreactoren” en speciaal daarvoor ontworpen of vervaardigde uitrusting en onderdelen.

Noot:

0B006 omvat:

a.

Fabrieken voor het opwerken van bestraalde splijtstofelementen voor “kernreactoren”, met inbegrip van uitrusting en onderdelen die in de regel rechtstreeks in aanraking komen met de bestraalde splijtstof en de voornaamste processtromen van nucleair materiaal en splijtingsproducten, en die rechtstreeks regelen;

TLB3

Fabrieken voor de opwerking van bestraalde splijtstofelementen en speciaal daarvoor ontworpen of vervaardigde uitrusting

INLEIDENDE NOOT

Bij de opwerking van bestraalde splijtstof worden plutonium en uraan gescheiden van sterk radioactieve splijtingsproducten en andere transurane elementen. Deze scheiding kan met verschillende technische procedés worden bereikt. In de loop van de jaren is het purexproces echter het meest gebruikte en aanvaarde procedé geworden. Het purexproces bestaat uit het oplossen van bestraalde splijtstof in salpeterzuur, gevolgd door de scheiding van het uraan, het plutonium en de splijtingsproducten door vloeistofextractie waarbij een mengsel van tributylfosfaat in een organisch oplosmiddel wordt gebruikt. Purexinstallaties hebben procesfuncties die vergelijkbaar zijn, bijvoorbeeld: fijnhakken van bestraalde splijtstofelementen, oplossen van de splijtstof, vloeistofextractie en opslag van procesvloeistoffen. Er kan uitrusting zijn om uraannitraat langs thermische weg te denitrificeren, plutoniumnitraat om te zetten in oxide of metaal en het effluent dat splijtingsproducten bevat om te zetten in een vorm die geschikt is voor langdurige opslag of opberging. Het specifieke type en de configuratie van de uitrusting voor deze functies kunnen echter verschillen voor verschillende purexinstallaties om diverse redenen, zoals het type en de hoeveelheid op te werken bestraalde splijtstof en de beoogde bestemming van de teruggewonnen materialen en de veiligheids- en onderhoudsfilosofie waar bij het ontwerp van de installatie van is uitgegaan. Een “inrichting voor het opwerken van bestraalde splijtstofelementen” omvat de uitrusting en onderdelen die in de regel rechtstreeks in aanraking komen met de bestraalde splijtstof en de voornaamste processtromen van nucleair materiaal en splijtingsproducten en deze rechtstreeks regelen. Deze processen, met inbegrip van volledige systemen voor de conversie van plutonium en de productie van plutoniummetaal, kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van de maatregelen die zijn genomen om kriticiteit (bijvoorbeeld door middel van de geometrie), blootstelling aan straling (bijvoorbeeld door middel van afscherming) en toxiciteitsgevaren (bijvoorbeeld door middel van insluiting) te voorkomen.

b.

Hak- en versnipperingsmachines voor splijtstofelementen, d.w.z. op afstand bediende uitrusting voor het snijden, hakken of knippen van bestraalde splijtstofpakketten, -bundels of -staven voor “kernreactoren”;

TLB3.1

Op afstand bediende uitrusting, speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een opwerkingsinrichting als hierboven beschreven en bestemd voor het snijden, hakken of knippen van bestraalde splijtstofpakketten, -bundels of -staven.

VERKLARENDE NOOT:

Deze uitrusting doorbreekt de bekleding van de splijtstof om het bestraalde nucleaire materiaal in oplossing te brengen. Speciaal ontworpen metaalscharen worden het meest algemeen gebruikt, hoewel ook geavanceerde uitrusting, bijvoorbeeld lasers, kan worden gebruikt.

c.

Oplostanks, d.w.z. kritisch veilige tanks (bv. ring- of plaattanks met een kleine diameter), speciaal ontworpen of vervaardigd voor het oplossen van bestraalde splijtstof van “kernreactoren”, die bestand zijn tegen hete, sterk corrosieve vloeistoffen en die op afstand gevuld en onderhouden kunnen worden;

TLB3.2

Oplostanks

Kritisch veilige tanks (bijvoorbeeld ring- of plaattanks met een kleine diameter), speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een opwerkingsinrichting als hierboven omschreven, bestemd voor het oplossen van bestraalde splijtstof, die bestand zijn tegen hete, sterk corrosieve vloeistoffen en die op afstand gevuld en onderhouden kunnen worden.

VERKLARENDE NOOT: Oplostanks zijn normaliter bestemd voor de fijngehakte verbruikte splijtstof. In deze kritisch veilige tanks wordt het bestraalde nucleaire materiaal opgelost in salpeterzuur en worden de resterende omhullingen uit de processtroom verwijderd.

d.

Vloeistofextractors, zoals gestapelde kolommen of pulskolommen, mengers-ontmengers of centrifugale extractieapparatuur, bestand tegen de corrosieve werking van salpeterzuur en speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een fabriek voor het opwerken van bestraald “natuurlijk uraan”, “verarmd uraan” of “speciale splijtstoffen”;

TLB3.3

Vloeistofextractors en uitrusting voor vloeistofextractie

Speciaal ontworpen of vervaardigde vloeistofextractors, zoals gestapelde kolommen of pulskolommen, mengers-ontmengers of centrifugale contactors voor gebruik in een inrichting voor de opwerking van bestraalde splijtstof. Vloeistofextractors moeten bestand zijn tegen de corrosieve werking van salpeterzuur. Vloeistofextractors worden normaliter volgens extreem hoge normen (waaronder speciale las-, keurings-, kwaliteitsborgings- en kwaliteitscontroletechnieken) vervaardigd van roestvrij staal met een laag koolstofgehalte, titaan, zirkonium of andere hoogwaardige materialen.

VERKLARENDE NOOT: Vloeistofextractors ontvangen de oplossing van bestraalde splijtstof van de oplostanks en de organische oplossing die uraan, plutonium en splijtingsproducten scheidt. Uitrusting voor vloeistofextractie wordt normaliter ontworpen om aan strikte bedrijfsparameters te voldoen, bijvoorbeeld lange levensduur zonder onderhoudseisen of gemakkelijk te vervangen, eenvoudige bediening en regeling en aanpasbaarheid aan variaties in de procesomstandigheden.

e.

Voorraad- of opslagvaten, speciaal ontworpen om kritisch veilig te zijn en bestand tegen de corrosieve werking van salpeterzuur;

Technische noot:

Voorraad- of opslagvaten kunnen de volgende eigenschappen bezitten:

1.

Wanden of inwendige structuren met een boorequivalent (berekend voor alle samenstellende delen als gedefinieerd in de noot bij 0C004) van ten minste twee procent;

2.

Een maximale diameter van 175 mm voor cylindrische vaten; of

3.

Een maximale breedte van 75 mm voor rechthoekige of ringvormige vaten.

TLB3.4

Chemische voorraad- of opslagvaten

Speciaal ontworpen of vervaardigde voorraad- of opslagvaten voor het gebruik in een inrichting voor de opwerking van bestraalde splijtstof. De voorraad- of opslagvaten moeten bestand zijn tegen de corrosieve werking van salpeterzuur. De voorraad- of opslagvaten worden normaliter gefabriceerd van materialen als roestvrij staal met een laag koolstofgehalte, titaan of zirkonium of andere hoogwaardige materialen. Voorraad- of opslagvaten kunnen worden ontworpen om op afstand te worden bediend en onderhouden en kunnen de volgende kenmerken bezitten om de nucleaire kriticiteit te beheersen:

1)

wanden of inwendige structuren met een boorequivalent van ten minste 2 %, of

2)

een maximumdiameter van 175 mm (7 inch) voor cylindrische vaten, of

3)

een maximumbreedte van 75 mm (3 inch) voor rechthoekige of ringvormige vaten.

VERKLARENDE NOOT: De vloeistofextractiestap resulteert in drie grote vloeistofstromen. Voorraad- of opslagvaten worden gebruikt voor de verdere verwerking van deze drie processtromen, en wel als volgt:

a)

De zuivere uraannitraatoplossing wordt geconcentreerd door indamping en in een denitrificatieproces omgezet in uraanoxide. Dit oxide wordt opnieuw gebruikt in de splijtstofkringloop.

b)

De oplossing van hoogradioactieve splijtingsproducten wordt normaliter geconcentreerd door verdamping en opgeslagen als concentraat. Dit concentraat kan vervolgens worden ingedampt en omgezet in een vorm die geschikt is voor opslag of opberging.

c)

De zuivere plutoniumnitraatoplossing wordt geconcentreerd en opgeslagen alvorens naar volgende processtappen te worden overgebracht. Vooral voorraad- of opslagvaten voor plutoniumoplossingen worden ontworpen om kriticiteitsproblemen te vermijden die het gevolg zijn van veranderingen in de concentratie en vorm van deze stroom.

f.

Neutronenmeetsystemen speciaal ontworpen of vervaardigd voor integratie en gebruik met systemen voor geautomatiseerde procesbeheersing in een fabriek voor het opwerken van bestraald “natuurlijk uraan”, “verarmd uraan” of “speciale splijtstoffen”.

TLB3.5

Neutronenmeetsystemen voor procesbeheersing

Neutronenmeetsystemen, speciaal ontworpen of vervaardigd voor integratie en gebruik met systemen voor geautomatiseerde procesbeheersing in een inrichting voor het opwerken van bestraalde splijtstofelementen.

VERKLARENDE NOOT: Deze systemen laten toe actieve en passieve neutronenmeting en discriminatie uit te voeren om de hoeveelheid en de samenstelling van splijtstoffen te bepalen. Het volledige systeem bestaat uit een neutronengenerator, een neutronendetector, versterkers en elektronica voor signaalverwerking. Tot deze rubriek behoren geen instrumenten voor neutronendetectie en -meting die zijn ontworpen voor de verantwoording en de controle van nucleair materiaal, noch voor enige andere toepassing die geen verband houdt met de integratie en het gebruik van systemen voor geautomatiseerde procesbeheersing in een inrichting voor de opwerking van bestraalde splijtstofelementen.

0B007

Fabrieken voor de omzetting van plutonium en speciaal daarvoor ontworpen of vervaardigde uitrusting: als hieronder:

TLB7.2.1

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de omzetting van plutoniumnitraat in oxide

0B007.a

a.

Systemen voor de omzetting van plutoniumnitraat in plutoniumoxide;

 

VERKLARENDE NOOT: De belangrijkste onderdelen van dit proces zijn: opslag en aanpassing van het ingangsmateriaal, bezinken en scheiden van vaste stof en vloeistof, calcineren, hanteren van het product, ventileren, afvalbeheer en procesregeling. De processystemen zijn met name zo aangepast dat kriticiteit en stralingseffecten worden vermeden en de toxiciteitsrisico's tot een minimum worden beperkt. In de meeste opwerkingsinstallaties betreft het laatste proces de omzetting van plutoniumnitraat in plutoniumdioxide. Andere processen kunnen het neerslaan van plutoniumoxalaat of plutoniumperoxide omvatten.

0B007.b

b.

Systemen voor de productie van plutoniummetaal;

TLB7.2.2

Speciaal ontworpen of vervaardigde systemen voor de productie van plutoniummetaal

VERKLARENDE NOOT: In dit proces wordt gewoonlijk plutoniumdioxide gefluorideerd, doorgaans met het sterk corrosieve waterstoffluoride, tot plutoniumfluoride dat vervolgens wordt gereduceerd met behulp van zeer zuiver calciummetaal tot metallisch plutonium en een calciumfluorideslak. De belangrijkste onderdelen van dit proces zijn: fluorideren (bijvoorbeeld met uitrusting die is vervaardigd van of bekleed met een edel metaal), metaalreductie (bijvoorbeeld in keramische vaten), terugwinning van slak, hantering van de producten, ventilatie, afvalbeheer en procesregeling. De processystemen zijn met name zo aangepast dat kriticiteit en stralingseffecten worden vermeden en de toxiciteitsrisico's tot een minimum worden beperkt. Andere processen omvatten het fluorideren van plutoniumoxalaat of plutoniumperoxide, gevolgd door een metaalreductie.

0C001

“Natuurlijk uraan” of “verarmd uraan” of thorium in de vorm van metaal, legering, chemische verbinding of concentraat en elk materiaal dat een of meer van de bovengenoemde stoffen bevat;

Noot:

0C001 heeft geen betrekking op:

a.

Vier gram of minder “natuurlijk uraan” of “verarmd uraan”, indien in een afgesloten gedeelte van een meetelement in instrumenten;

b.

“Verarmd uraan”, speciaal vervaardigd voor de volgende civiele en niet-nucleaire toepassingen:

1.

Afschermingsmateriaal;

2.

Verpakkingsmateriaal;

3.

Ballast met een massa van ten hoogste 100 kg;

4.

Contragewichten met een massa van ten hoogste 100 kg;

c.

Legeringen met minder dan 5 % thorium;

d.

Keramische, thoriumbevattende producten die zijn vervaardigd voor niet-nucleair gebruik;

TLA.1.1

1.1.   “Basismateriaal”

Onder “basismateriaal” wordt verstaan, uraan dat het mengsel van de in de natuur voorkomende isotopen bevat; uraan waaraan het isotoop 235 is onttrokken; thorium; elk van de bovengenoemde stoffen in de vorm van metaal, legering, scheikundige samenstelling of scheikundig concentraat; elk ander materiaal dat een of meer der bovengenoemde stoffen bevat in die concentratie als de Raad van Beheer van tijd tot tijd vaststelt; alsmede zulk ander materiaal als de Raad van Beheer van tijd tot tijd bepaalt.

0C002

“Speciale splijtstoffen”

Noot:

0C002 heeft geen betrekking op vier “effectieve gram” of minder, indien in een afgesloten gedeelte van een meetelement in instrumenten;

TLA.1.2

1.2.   “Speciaal splijtbaar materiaal”

i)

Onder “speciaal splijtbaar materiaal” wordt verstaan, plutonium-239; uraan-233; “uraan, verrijkt in de isotopen 235 of 233”; elk materiaal dat een of meer van de bovengenoemde stoffen bevat; alsmede zulk ander splijtbaar materiaal als de Raad van Beheer van tijd tot tijd bepaalt; de uitdrukking “speciaal splijtbaar materiaal” omvat evenwel geen basismateriaal.

ii)

Onder “uraan verrijkt in de isotopen 235 of 233” wordt verstaan, uraan dat de isotopen 235 of 233 of beide bevat in zulk een hoeveelheid dat de verhouding van de totale hoeveelheid van deze isotopen tot het isotoop 238 groter is dan de verhouding van het isotoop 235 tot het isotoop 238 zoals dat in de natuur voorkomt.

Voor de toepassing van deze richtsnoeren vallen hieronder evenwel niet producten als vermeld in punt a) hieronder, en de uitvoer van basismateriaal of speciaal splijtbaar materiaal naar een bepaald land van ontvangst, over een periode van 12 maanden, in hoeveelheden lager dan de grenzen genoemd in punt b) hieronder:

a)

Plutonium met een isotopenconcentratie van meer dan 80 % plutonium-238.

Speciaal splijtbaar materiaal, wanneer deze in de orde van grootte van een gram of minder aangewend worden als sensor in instrumenten; en

basismateriaal waarvoor de overheid de zekerheid heeft dat het uitsluitend in het kader van niet-nucleaire activiteiten wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor de productie van legeringen of keramische materialen;

b)

Speciale splijtstoffen

50 effectieve gram;

Natuurlijk uraan

500 kilogram;

Verarmd uraan

1 000 kilogram; en

Thorium

1 000 kilogram.

0C003

Deuterium, zwaar water (deuteriumoxide) en andere deuteriumverbindingen, en mengsels en oplossingen die deuterium bevatten, waarin de isotoopverhouding van deuterium tot waterstof groter is dan 1:5 000 ;

TLB2.1

2.1.   Deuterium en zwaar water

Deuterium, zwaar water (deuteriumoxide) en elke andere deuteriumverbinding waarin de verhouding tussen deuterium- en waterstofatomen groter is dan 1:5 000 voor gebruik in een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1, in hoeveelheden van meer dan 200 kg deuteriumatomen voor elk ontvangend land over elke willekeurige periode van twaalf maanden.

0C004

Grafiet met een zuiverheid beter dan 5 delen ppm ‘boorequivalent’ en met een dichtheid groter dan 1,50 g/cm3 voor gebruik in een “kernreactor”, in hoeveelheden groter dan 1 kg;

N.B.:

ZIE OOK 1C107.

Noot 1:

Wat betreft de uitvoercontrole, bepalen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de exporteur is gevestigd of de uitvoer van grafiet dat aan bovenstaande specificaties voldoet al dan niet bestemd is voor gebruik in “kernreactoren”.

Noot 2:

In 0C004 wordt “boorequivalent” (BE) gedefinieerd als de som van BEz voor onzuiverheden (met uitzondering van BEkoolstof aangezien koolstof niet wordt beschouwd als een onzuiverheid), met inbegrip van boor, waarbij geldt:

BEZ (ppm) = CF × concentratie van element Z in ppm;

Formula

σB AZ en zijn σB en σZ de doorsneden voor de vangst van thermische neutronen (in barn) voor respectievelijk natuurlijk voorkomend boor en element Z; en zijn AB en AZ de atoommassa's van respectievelijk natuurlijk voorkomend boor en element Z;

TLB2.2

2.2.   Grafiet voor nucleaire toepassingen

Grafiet met een zuiverheid beter dan 5 delen ppm ‘boorequivalent’ en met een dichtheid groter dan 1,50 g/cm3 voor gebruik in een kernreactor als gedefinieerd in punt 1.1, in hoeveelheden groter dan 1 kg.

VERKLARENDE NOOT

Wat de controle op de uitvoer betreft, bepaalt de regering of de uitvoer van grafiet dat aan bovenstaande specificaties voldoet, al dan niet bestemd is voor gebruik in kernreactoren.

Boorequivalent (BE) kan experimenteel worden bepaald of berekend als de som van BEz voor onzuiverheden (met uitzondering van BEkoolstof aangezien koolstof niet wordt beschouwd als een onzuiverheid) met inbegrip van boor, waarbij geldt:

 

BEz (ppm) = CF × concentratie van element Z (in ppm);

 

CF is de omzettingsfactor: (σz × AB) gedeeld door (σB × Az);

 

en σB en σZ zijn de doorsneden voor de vangst van thermische neutronen (in barn) voor respectievelijk natuurlijk voorkomend boor en element Z; en AB en Az zijn de atoommassa's van respectievelijk natuurlijk voorkomend boor en element Z.

0C005

Speciaal vervaardigde verbindingen of poeders voor de fabricage van membranen voor gasdiffusie die bestand zijn tegen corrosie door UF6 (bv. nikkel of een legering met 60 gewichtspercent of meer aan nikkel, aluminiumoxide en volledig gefluoreerde koolwaterstofpolymeren), met een zuiverheidsgraad van 99,9 gewichtspercent of meer, met een gemiddelde korrelgrootte van minder dan 10 μm, gemeten volgens Standard B330 van de ASTM (American Society for Testing and Materials) en met een zeer uniforme deeltjesgrootte.

TLB5.3.1b

Membranen voor gasdiffusie en materialen daarvoor

b)

speciaal vervaardigde verbindingen of poeders voor de fabricage van dergelijke filters.

Dergelijke verbindingen en poeders omvatten nikkel of legeringen die 60 % of meer nikkel bevatten, aluminiumoxide, of volledig gefluoreerde koolwaterstofpolymeren die tegen UF6 bestand zijn, met een zuiverheidsgraad van 99,9 gewichtsprocent of meer, een korrelgrootte van minder dan 10 μm, en een zeer uniforme deeltjesgrootte, die speciaal voor de fabricage van membranen voor gasdiffusie zijn vervaardigd.

OD001

T* “Programmatuur”, speciaal ontworpen of aangepast voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van goederen, bedoeld in deze categorie.

II*

IV*

TLB*

“Programmatuur” betekent een verzameling van één of meer “programma's” of “microprogramma”, vastgelegd op enig tastbaar medium. “Technische bijstand” kan worden verleend in de vorm van instructie, vaardigheden, opleiding, praktijkkennis en advies.

0E001

T* “Technologie” overeenkomstig de nucleaire technologienoot voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van goederen, bedoeld in deze categorie.

II*

IV

TLB*

Onder “technologie” wordt verstaan, specifieke informatie die nodig is voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van een in de lijst vermeld product. De informatie is in de vorm van “technische gegevens” of “technische bijstand”.

CATEGORIE 1 — SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

1A   Systemen, apparatuur en onderdelen

De overeenkomstige systemen, apparatuur en onderdelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Controlelijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG) als in INFCIRC/254/Rev.9/deel 2

1A007

b.

Elektrisch gestarte explosieve detonatoren, als hieronder:

1.

“exploding bridge” (EB);

2.

“exploding bridge wire” (EBW);

3.

“slapper”;

4.

“exploding foil”-ontstekingen (EFI).

1.

De woorden “initiator” en “ontsteker” worden soms gebruikt in de plaats van het woord “detonator”.

2.

Voor de toepassing van 1A007.b. maken alle bedoelde detonatoren gebruik van een kleine elektrische geleider (“bridge”, “bridge wire” of “foil”) die explosief verdampt wanneer er een snelle, elektrische hogestroomstoot doorheen wordt geleid. Bij het “non-slapper”-type brengt de exploderende geleider een chemische ontploffing op gang in een daarmee in aanraking zijnd brisant materiaal, bijvoorbeeld PETN (pentaerytritoltetranitraat).

3.

Bij “slapper”-detonatoren wordt een “flyer” of “slapper” door de explosieve verdamping van de elektrische geleider over een spleet gedreven en de schok van de “slapper” op een springstof brengt een chemische ontploffing op gang. Bij sommige constructies wordt de “slapper” door een magnetisch veld gestart. Met de uitdrukking “exploding foil”-detonator worden zowel EB-detonatoren als “slapper”-detonatoren bedoeld.

6.A.1.

Detonatoren en meervoudige ontstekingssystemen, als hieronder:

a.

Elektrisch gestarte explosieve detonatoren, als hieronder:

1.

“exploding bridge” (EB);

2.

“exploding bridge wire” (EBW);

3.

“slapper”;

4.

“exploding foil”-ontstekingen (EFI).

1A007

Apparatuur en toestellen als hieronder, die speciaal zijn ontworpen om explosieve ladingen en middelen die “energetische materialen” bevatten, op elektrische wijze tot ontploffing te brengen:

N.B.:

ZIE OOK DE LIJST VAN MILITAIRE GOEDEREN, 3A229 EN 3A232.

a.

Ontstekingsmechanismen met explosieve detonator die zijn ontworpen voor het starten van explosieve detonatoren als bedoeld in 1A007.b.;

6.A.2.

Ontstekingstoestellen en gelijkwaardige pulsgeneratoren met hoge stroomsterkte, als hieronder:

a.

Ontstekingsmechanismen met detonator (initiatorsystemen, ontstekers), met inbegrip van elektrisch gestarte, explosief gestarte en optisch gestarte ontstekingsmechanismen, ontworpen voor het starten van meerdere bestuurde detonatoren bedoeld in 6.A.1.;

1A202

Composiete structuren, met uitzondering van de in 1A002 bedoelde composieten, in buisvorm, met beide volgende kenmerken:

N.B.:

ZIE OOK 9A010 EN 9A110.

a.

Een binnendiameter van 75-400 mm; en

b.

Vervaardigd van “stapel en continuvezelmateriaal” als bedoeld in 1C010.a. of b of 1C210.a. of met koolstof-“prepreg”-materiaal als bedoeld in 1C210.c.

2.A.3.

Composieten, in buisvorm, met beide volgende kenmerken:

a.

Een binnendiameter van 75-400 mm; en

b.

Vervaardigd van “stapel- en continuvezelmateriaal” als bedoeld in 2.C.7.a. of van koolstof-“prepreg”-materiaal als bedoeld in 2.C.7.c.

1A225

Geplatineerde katalysatoren, speciaal ontworpen of vervaardigd voor het bevorderen van de waterstofisotoop- uitwisseling tussen waterstof en water voor het terugwinnen van tritium uit zwaar water of voor de productie van zwaar water.

2.A.2.

Geplatineerde katalysatoren, speciaal ontworpen of vervaardigd voor het bevorderen van de waterstofisotoop- uitwisseling tussen waterstof en water voor het terugwinnen van tritium uit zwaar water of voor de productie van zwaar water.

1A226

Specifieke pakkingen die kunnen worden gebruikt voor de scheiding van zwaar water van gewoon water, met beide volgende eigenschappen:

a.

Vervaardigd van plaatgaas van fosforbrons (chemisch behandeld ter verbetering van de bevochtigingsgraad); en

b.

Ontworpen voor gebruik in vacuüm-distillatietorens.

4.A.1.

Specifieke pakkingen die kunnen worden gebruikt voor de scheiding van zwaar water van gewoon water, met beide volgende eigenschappen:

a.

Vervaardigd van plaatgaas van fosforbrons (chemisch behandeld ter verbetering van de bevochtigingsgraad); en

b.

Ontworpen voor gebruik in vacuüm-distillatietorens.

1A227

Hoge densiteit stralingafschermende ramen (van loodglas of ander materiaal) met alle hiernavolgende eigenschappen en speciaal ontworpen kozijnen daarvoor:

a.

Een “koude zone” groter dan 0,09 m2;

b.

Een dichtheid groter dan 3 g/cm3; en

c.

Een dikte van 100 mm of meer.

Technische noot:

In 1A227 wordt onder “koude zone” verstaan de kijkzone van het raam die is blootgesteld aan het laagste stralingsniveau in de constructietoepassing.

1.A.1.

Hoge densiteit stralingafschermende ramen (van loodglas of ander materiaal) met alle hiernavolgende eigenschappen en speciaal ontworpen kozijnen daarvoor:

a.

Een “koude zone” groter dan 0,09 m2;

b.

Een dichtheid groter dan 3 g/cm3; en

c.

Een dikte van 100 mm of meer.

Technische noot:

In 1.A.1.a. wordt onder “koude zone” verstaan de kijkzone van het raam die is blootgesteld aan het laagste stralingsniveau in de constructietoepassing.

1B   Test-, inspectie- en productieapparatuur

De overeenkomstige systemen, apparatuur en onderdelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Controlelijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG) als in INFCIRC/254/Rev.9/deel 2

1B201

Continuvezelwindmachines, uitgezonderd machines als bedoeld in 1B001 of 1B101, en bijbehorende apparatuur, als hieronder:

a.

Continuvezelwindmachines met alle volgende eigenschappen:

1.

De bewegingen voor het gericht opbrengen, wikkelen en winden van vezelmateriaal zijn in twee of meer richtingen gecoördineerd en geprogrammeerd;

2.

De machines zijn speciaal ontworpen voor de vervaardiging van “composieten” of laminaten uit “stapel- of continuvezelmateriaal”; en

3.

Geschikt voor het winden van cylindervormige buizen met een interne diameter van 75 tot 650 mm en een lengte van 300 mm of meer;

b.

Besturingseenheden voor het coördineren en programmeren van de in 1B201.a. bedoelde draadwindmachines;

c.

Zeer nauwkeurige spillen voor de in 1B201.a. bedoelde draadwindmachines.

3.B.4.

Draadwindmachines en aanverwante apparatuur, als hieronder:

a.

Continuvezelwindmachines met alle volgende eigenschappen:

1.

De bewegingen voor het gericht opbrengen, wikkelen en winden van vezelmateriaal zijn in twee of meer richtingen gecoördineerd en geprogrammeerd;

2.

De machines zijn speciaal ontworpen voor de vervaardiging van “composieten” of laminaten uit “stapel- of continuvezelmateriaal”; en

3.

Geschikt voor het winden van cylindervormige buizen met een interne diameter van 75 tot 650 mm en een lengte van 300 mm of meer;

b.

Besturingseenheden voor het coördineren en programmeren van de in 1B201.a. bedoelde draadwindmachines;

c.

Zeer nauwkeurige spillen voor de in 1B201.a. bedoelde draadwindmachines.

1B225

Elektrolytische cellen voor de productie van fluor met een capaciteit van meer dan 250 g fluor per uur.

3.B.1.

Elektrolytische cellen voor de productie van fluor met een capaciteit van meer dan 250 g fluor per uur.

1B226

Elektromagnetische isotopenscheiders, ontworpen voor of uitgerust met enkelvoudige of meervoudige ionenbronnen geschikt om een totale ionenbundelstroom te leveren van 50 mA of meer.

Noot:

1B226 omvat tevens scheiders:

a.

Geschikt voor het verrijken van stabiele isotopen;

b.

Waarbij de ionenbronnen en collectors zich in het magneetveld bevinden en configuraties waarbij deze zich buiten het veld bevinden.

3.B.5.

Elektromagnetische isotopenscheiders, ontworpen voor of uitgerust met enkelvoudige of meervoudige ionenbronnen die een totale ionenbundelstroom van 50 mA of meer kunnen leveren.

1.

Onder 3.B.5. vallen scheiders die geschikt zijn voor het verrijken van stabiele isotopen alsook scheiders voor uraan.

N.B.:

Scheiders die geschikt zijn om loodisotopen met een verschil van één 1 massaeenheid te scheiden, zijn intrinsiek ook geschikt om uraanisotopen met een massaverschil van 3 eenheden te verrijken.

2.

Onder 3.B.5. vallen scheiders waarbij zowel de ionenbronnen als de collectoren zich in het magnetisch veld bevinden, evenals configuraties waarbij zij zich buiten het magnetisch veld bevinden.

Technische noot:

Een enkele ionenbron van 50 mA kan ten hoogste 3 g gescheiden hoogverrijkt uraan (HEU) per jaar produceren uit natuurlijke abundantie.

1B228

Kolommen voor de cryogene distillatie van waterstof met alle volgende eigenschappen:

a.

Ontworpen om te werken bij een interne temperatuur van 35 K (– 238 °C) of lager;

b.

Ontworpen om te werken bij een interne druk van 0,5-5 MPa;

c.

Vervaardigd van:

1.

Roestvast staal van de 300-serie met een laag zwavelgehalte en een korrelgroottegetal van 5 of hoger volgens de ASTM-standaard (of een gelijkwaardige standaard), voor austenitisch staal; of

2.

Gelijkwaardige cryogene materialen die tevens H2 verdragen; en

d.

met een binnendiameter van 30 cm of meer en een “nuttige lengte” van 4 m of meer.

Technische noot:

In 1B228 betekent “nuttige lengte” de actieve hoogte van het verpakkingsmateriaal in een kolom van het gestapelde type of de actieve hoogte van de platen van het interne contactorgaan in een kolom van het plaattype.

4.B.2.

Kolommen voor de cryogene distillatie van waterstof met alle volgende eigenschappen:

a.

Ontworpen om te werken bij een interne temperatuur van 35 K (– 238 °C) of lager;

b.

Ontworpen om te werken bij een interne druk van 0,5-5 MPa;

c.

Vervaardigd van:

1.

Roestvast staal van de 300-serie met een laag zwavelgehalte en een korrelgroottegetal van 5 of hoger volgens de ASTM-standaard (of een gelijkwaardige standaard), voor austenitisch staal; of

2.

Gelijkwaardige cryogene materialen die tevens H2 verdragen; en

d.

Met een binnendiameter van 30 cm of meer en een “nuttige lengte” van 4 m of meer.

Technische noot:

In 1B228 betekent “nuttige lengte” de actieve hoogte van het verpakkingsmateriaal in een kolom van het gestapelde type of de actieve hoogte van de platen van het interne contactorgaan in een kolom van het plaattype.

1B229

Schotelkolommen voor de water-waterstofsulfide-uitwisseling en de “interne contactorganen” daarvoor, als hieronder:

N.B.:

Voor kolommen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor de productie van zwaar water, zie 0B004.

a.

Schotelkolommen voor de water-waterstofsulfide-uitwisseling, met alle volgende eigenschappen:

1.

Geschikt voor werking bij een nominale druk van 2 MPa of groter;

2.

Vervaardigd van koolstofstaal met een korrelgroottegetal van 5 of hoger volgens de ASTM-standaard (of een gelijkwaardige standaard), voor austenitisch staal; en

3.

Met een diameter van 1,8 m of meer;

b.

De in 1B229.a. bedoelde “interne contactgroepen” voor de schotelkolommen voor de water-waterstofsulfide-uitwisseling.

Technische noot:

De “interne contactgroepen” van de kolommen bestaan uit gesegmenteerde schotels met een effectieve gezamenlijke diameter van 1,8 m of meer, zijn ontworpen voor het in tegenstroom met elkaar in contact brengen, en vervaardigd van roestvast staal met een koolstofgehalte van 0,03 % of minder. Zij kunnen de vorm hebben van zeefschotels, klepschotels, borrelklokjesschotels en turboroosterschotels.

4.B.1.

Schotelkolommen voor de water-waterstofsulfide-uitwisseling en de “interne contactorganen” daarvoor, als hieronder:

N.B.:

Voor kolommen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor de productie van zwaar water, zie INFCIRC/254/deel 1 (als gewijzigd).

a.

Schotelkolommen voor de water-waterstofsulfide-uitwisseling, met alle volgende eigenschappen:

1.

Geschikt voor werking bij een nominale druk van 2 MPa of groter;

2.

Vervaardigd van koolstofstaal met een korrelgroottegetal van 5 of hoger volgens de ASTM-standaard (of een gelijkwaardige standaard), voor austenitisch staal; en

3.

Met een diameter van 1,8 m of meer;

b.

De interne contactgroepen voor de schotelkolommen voor de water-waterstofsulfide-uitwisseling bedoeld in 4.B.1.a.

Technische noot:

De interne contactgroepen van de kolommen bestaan uit gesegmenteerde schotels met een effectieve gezamenlijke diameter van 1,8 m of meer, zijn ontworpen voor het in tegenstroom met elkaar in contact brengen, en vervaardigd van roestvast staal met een koolstofgehalte van 0,03 % of minder. Zij kunnen de vorm hebben van zeefschotels, klepschotels, borrelklokjesschotels en turboroosterschotels.

1B230

Pompen, geschikt voor de circulatie van geconcentreerde of verdunde oplossingen van de katalysator kaliumamide in vloeibare ammoniak (KNH2/NH3), met alle volgende eigenschappen:

a.

Luchtdicht (d.w.z. hermetisch afgesloten);

b.

Met een capaciteit van meer dan 8,5 m3/uur; en

c.

Een van de volgende eigenschappen:

1.

Voor geconcentreerde oplossingen van kaliumamide (1 % of meer), een werkdruk van 1,5-60 MPa; of

2.

Voor verdunde oplossingen van kaliumamide (minder dan 1 %), een werkdruk van 20-60 MPa.

4.A.2.

Pompen, geschikt voor de circulatie van geconcentreerde of verdunde oplossingen van de katalysator kaliumamide in vloeibare ammoniak (KNH2/NH3), met alle volgende eigenschappen:

a.

Luchtdicht (d.w.z. hermetisch afgesloten);

b.

Met een capaciteit van meer dan 8,5 m3/uur; en

c.

Een van de volgende eigenschappen:

1.

Voor geconcentreerde oplossingen van kaliumamide (1 % of meer), een werkdruk van 1,5-60 MPa; of

2.

Voor verdunde oplossingen van kaliumamide (minder dan 1 %), een werkdruk van 20-60 MPa.

1B231

Tritiuminstallaties of -fabrieken, en apparatuur daarvoor, als hieronder:

a.

Installaties of fabrieken voor het produceren, terugwinnen, extraheren, concentreren of behandelen van tritium;

b.

Apparatuur voor tritiuminstallaties of -fabrieken, als hieronder:

1.

Waterstof- of heliumkoeleenheden die kunnen koelen tot 23 K (– 250 °C) of lager, met een warmteafvoercapaciteit van meer dan 150 W;

2.

Opslag- of zuiveringssystemen voor waterstofisotopen die gebruikmaken van metaalhydriden als opslag- of zuiveringsmedium.

2.B.1.

Tritiuminstallaties of -fabrieken, en apparatuur daarvoor, als hieronder:

a.

Installaties of fabrieken voor het produceren, terugwinnen, extraheren, concentreren of behandelen van tritium;

b.

Apparatuur voor tritiuminstallaties of -fabrieken, als hieronder:

1.

Waterstof- of heliumkoeleenheden die kunnen koelen tot 23 K (– 250 °C) of lager, met een warmteafvoercapaciteit van meer dan 150 W;

2.

Opslag- of zuiveringssystemen voor waterstofisotopen die gebruikmaken van metaalhydriden als opslag- of zuiveringsmedium.

1B232

“Turbo expanders” of turbo-expansie/compressiesets met beide volgende eigenschappen:

a.

Ontworpen om te werken met een uitstroomtemperatuur van 35 K (– 238 °C) of lager; en

b.

Ontworpen voor een doorvoer van waterstofgas van 1 000 kg/h of meer.

4.A.3.

“Turbo expanders” of turbo-expansie/compressiesets met beide volgende eigenschappen:

a.

Ontworpen om te werken met een uitstroomtemperatuur van 35 K (– 238 °C) of lager; en

b.

Ontworpen voor een doorvoer van waterstofgas van 1 000 kg/h of meer.

1B233

Installaties of fabrieken voor het scheiden van lithiumisotopen en systemen en apparatuur daarvoor, als hieronder:

a.

Installaties of fabrieken voor het scheiden van lithiumisotopen;

b.

Apparatuur voor de scheiding van lithiumisotopen op basis van het kwik-lithiumamalgaamproces, als hieronder:

1.

Gestapelde kolommen voor vloeistof-vloeistofwisselkolommen, speciaal ontworpen voor lithiumamalgamen;

2.

Kwik- en/of lithiumamalgaampompen;

3.

Lithiumamalgaam-elektrolysecellen;

4.

Verdampers voor geconcentreerde lithiumhydroxideoplossingen;

c.

Ionenwisselsystemen die speciaal zijn ontworpen voor het scheiden van lithiumisotopen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

d.

Chemische uitwisselsystemen (gebruikmakend van kroonethers, cryptanden of “lariat ethers” (kroonethers met zijketens of soortgelijke structuren)), speciaal ontworpen voor het scheiden van lithiumisotopen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

2.B.2.

Installaties of fabrieken voor het scheiden van lithiumisotopen en systemen en apparatuur daarvoor, als hieronder:

N.B.:

Bepaalde apparatuur voor het scheiden van lithiumisotopen en onderdelen voor het plasmascheidingsproces (PSP) zijn eveneens rechtstreeks toepasbaar op het scheiden van uraanisotopen en worden geregeld door INFCIRC/254 deel 1 (als gewijzigd).

a.

Installaties of fabrieken voor het scheiden van lithiumisotopen;

b.

Apparatuur voor de scheiding van lithiumisotopen op basis van het kwik-lithiumamalgaam- proces, als hieronder:

1.

Gestapelde kolommen voor vloeistof-vloeistofwisselkolommen, speciaal ontworpen voor lithiumamalgamen;

2.

Kwik- en/of lithiumamalgaampompen;

3.

Lithiumamalgaam-elektrolysecellen;

4.

Verdampers voor geconcentreerde lithiumhydroxideoplossingen;

c.

Ionenwisselsystemen die speciaal zijn ontworpen voor het scheiden van lithiumisotopen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

d.

Chemische uitwisselsystemen (gebruikmakend van kroonethers, cryptanden of “lariat ethers” (kroonethers met zijketens of soortgelijke structuren)), speciaal ontworpen voor het scheiden van lithiumisotopen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

1B234

Brisante insluitingsvaten, -kamers of -containers en andere soortgelijke insluitingsinrichtingen die zijn ontworpen voor het testen van brisante springstoffen of explosiemiddelen, met beide volgende eigenschappen:

N.B.:

ZIE OOK DE LIJST MILITAIRE GOEDEREN.

a.

Ontworpen om een explosie gelijkstaand aan 2 kg TNT of meer in te sluiten; en

b.

Heeft ontwerpelementen of -eigenschappen die directe of vertraagde overdracht van diagnostische of metingsinformatie mogelijk maken.

5.B.7.

Brisante insluitingsvaten, -kamers of -containers en andere soortgelijke insluitingsinrichtingen die zijn ontworpen voor het testen van brisante springstoffen of explosiemiddelen, met beide volgende eigenschappen:

a.

Ontworpen om een explosie gelijkstaand aan 2 kg TNT of meer in te sluiten; en

b.

Heeft ontwerpelementen of -eigenschappen die directe of vertraagde overdracht van diagnostische of metingsinformatie mogelijk maken.

1C   Materialen

De overeenkomstige systemen, apparatuur en onderdelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Controlelijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG) als in INFCIRC/254/Rev.9/deel 2

1C202

Legeringen, anders dan bedoeld in 1C002.b.3. of 1C002.b.4., als hieronder:

a.

Aluminiumlegeringen met beide volgende eigenschappen:

1.

“Geschikt voor” een treksterkte van 460 MPa of meer bij 293 K (20 °C); en

2.

Buisvormig of massief cylindervormig (met inbegrip van smeedstukken) met een buitendiameter van meer dan 75 mm;

2.C.1.

Aluminiumlegeringen met beide volgende eigenschappen:

a.

“Geschikt voor” een treksterkte van 460 MPa of meer bij 293 K (20 °C);

b.

Buisvormig of massief cylindervormig (met inbegrip van smeedstukken) met een buitendiameter van meer dan 75 mm;

Technische noot:

In 2.C.1. omvat de zinsnede legeringen “geschikt voor” legeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

1C202

b.

Titaanlegeringen met beide volgende eigenschappen:

1.

“Geschikt voor” een treksterkte van 900 MPa of meer bij 293 K (20 °C); en

2.

Buisvormig of massief cylindervormig (met inbegrip van smeedstukken) met een buitendiameter van meer dan 75 mm.

Technische noot:

De zinsnede legeringen “geschikt voor” omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

2.C.13.

Titaanlegeringen met beide volgende eigenschappen:

a.

“Geschikt voor” een treksterkte van 900 MPa of meer bij 293 K (20 °C);

Buisvormig of massief cylindervormig (met inbegrip van smeedstukken) met een buitendiameter van meer dan 75 mm.

Technische noot:

In 2.C.13. omvat de zinsnede “geschikt voor” titaanlegeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

1C210

“Stapel- en continuvezelmateriaal” of “prepregs”, anders dan bedoeld in 1C010.a., 1C010.b. of 1C010.e., als hieronder:

a.

“Stapel- of continuvezelmateriaal” van koolstof of aramide met een van de volgende eigenschappen:

1.

“Specifieke modulus” van 12,7 × 106 m of groter; of

2.

“Specifieke treksterkte” van 23,5 × 104 m of groter;

Noot:

1C210.a. heeft geen betrekking op “stapel- of continuvezelmateriaal” van aramide dat ten minste 0,25 gewichtspercent bevat van een op een ester gebaseerde vezeloppervlakmodificator;

2.C.7.a

“Stapel- en continuvezelmateriaal”, en “prepregs”, als hieronder:

a.

“Stapel- of continuvezelmateriaal” van koolstof of aramide met een van de volgende eigenschappen:

1.

“Specifieke modulus” van 12,7 × 106 m of groter; of

2.

“Specifieke treksterkte” van 23,5 × 104 m of groter;

Noot:

2.C.7.a. is niet van toepassing op “stapel- en continuvezelmateriaal” van aramide dat ten minste 0,25 gewichtsprocent bevat van een op een ester gebaseerde vezeloppervlakmodificator.

b.

“Stapel- of continuvezelmateriaal” van glas met beide volgende eigenschappen:

1.

“Specifieke modulus” van 3,18 × 106 m of groter; en

2.

“Specifieke treksterkte” van 7,62 × 104 m of groter;

2.C.7.b

“Stapel- of continuvezelmateriaal” van glas met beide volgende eigenschappen:

1.

“Specifieke modulus” van 3,18 × 106 m of groter; en

2.

“Specifieke treksterkte” van 7,62 × 104 m of groter;

c.

Thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-“garens”, -“rovings”, -“linten” of “banden” met een breedte van 15 mm of minder (“prepregs”), vervaardigd uit “stapel- of continuvezelmateriaal” van koolstof of glas als bedoeld in 1C210.a. of 1C210.b.

Technische noot:

Het hars vormt de matrix van de composiet.

Noot:

In 1C210 is “stapel- of continuvezelmateriaal” beperkt tot continue “monofilamenten”“garens”, “rovings”, “linten” of “banden”.

2.C.7.c

c.

Thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-“garens”, -“rovings”, -“linten” of “banden” met een breedte van 15 mm of minder (“prepregs”), vervaardigd uit “stapel- of continuvezelmateriaal” van koolstof of glas als bedoeld in 2.C.7.a of 2.C.7.b.

Technische noot:

Het hars vormt de matrix van de composiet.

1.

In 2.C.7. is “specifieke modulus” Youngs modulus in N/m2 gedeeld door het soortelijk gewicht in N/m3, gemeten bij een temperatuur van 296 ± 2 K (23 ± 2 °C) en een relatieve vochtigheid van 50 ± 5 %.

2.

In 2.C.7. is “specifieke treksterkte” de treksterkte in N/m2 gedeeld door het soortelijk gewicht in N/m3, gemeten bij een temperatuur van 296 ± 2 K ((23 ± 2 °C) en een relatieve vochtigheid van 50 ± 5 %.

1C216

Maragingstaal, anders dan bedoeld in 1C116, “geschikt voor” een treksterkte van 1 950 MPa of meer bij 293 K (20 °C).

Noot:

1C216 heeft geen betrekking op maragingstaal in een vorm waarin geen enkele lineaire maat groter is dan 75 mm.

Technische noot:

De zinsnede maragingstaal “geschikt voor” omvat maragingstaal zowel voor als na warmtebehandeling.

2.C.11.

Maragingstaal “geschikt voor” een treksterkte van 1 950 MPa of meer bij 293 K (20 °C).

Noot:

2.C.11. is niet van toepassing op maragingstaal in een vorm waarin geen enkele lineaire maat groter is dan 75 mm.

Technische noot:

In 2.C.11. bestrijkt de zinsnede “geschikt voor” maragingstaal zowel voor als na warmtebehandeling.

1C225

Boor, verrijkt in de boor-10-isotoop (10B) tot meer dan de natuurlijke abundantie, in de hiernavolgende vormen: als hieronder: elementair boor, boorverbindingen, boorhoudende mengsels, fabricaten daarvan, afval en schroot van deze stoffen.

Noot:

De in 1C225 bedoelde boorhoudende mengsels omvatten met boor beladen materialen.

Technische noot:

De natuurlijke abundantie van boor-10 is ongeveer 18,5 gewichtspercenten (20 % op atomaire basis).

2.C.4.

Boor, verrijkt in de boor-10-isotoop (10B) tot meer dan de natuurlijke abundantie, in de hiernavolgende vormen: elementair boor, boorverbindingen, boorhoudende mengsels, fabricaten daarvan, afval en schroot van deze stoffen.

Noot:

De in 2.C.4. bedoelde boorhoudende mengsels omvatten met boor beladen materialen.

Technische noot:

De natuurlijke abundantie van boor-10 is ongeveer 18,5 gewichtspercenten (20 % op atomaire basis).

1C226

Wolfraam, wolfraamcarbide en legeringen die meer dan 90 gewichtsprocenten wolfraam bevatten, andere dan bedoeld in 1C117, met beide volgende kenmerken:

a.

In vormen met holle cylindersymmetrie (daaronder mede begrepen cylindersegmenten) met een binnendiameter tussen 100 mm en 300 mm; en

b.

Met een massa groter dan 20 kg.

Noot:

1C226 heeft geen betrekking op fabrikaten die speciaal ontworpen zijn als gewicht of collimator voor gammastralen.

2.C.14.

Wolfraam, wolfraamcarbide en legeringen die meer dan 90 gewichtspercenten wolfraam bevatten, met beide volgende eigenschappen:

a.

In vormen met holle cylindersymmetrie (daaronder mede begrepen cylindersegmenten) met een binnendiameter tussen 100 mm en 300 mm; en

b.

Met een massa groter dan 20 kg.

Noot:

2.C.14. is niet van toepassing op fabricaten die speciaal ontworpen zijn als gewicht of collimator voor gammastralen.

1C227

Calcium met beide volgende eigenschappen:

a.

Bevat minder dan 1 000 gewichtsdelen per miljoen aan metallische verontreiniging anders dan magnesium; en

b.

Bevat minder dan 10 gewichtsdelen per miljoen boor.

2.C.5.

Calcium met beide volgende eigenschappen:

a.

Bevat minder dan 1 000 gewichtsdelen per miljoen aan metallische verontreiniging anders dan magnesium; en

b.

Bevat minder dan 10 gewichtsdelen per miljoen boor.

1C228

Magnesium met beide volgende eigenschappen:

a.

Bevat minder dan 200 gewichtsdelen per miljoen aan metallische verontreiniging anders dan calcium; en

b.

Bevat minder dan 10 gewichtsdelen per miljoen boor.

2.C.10.

Magnesium met beide volgende eigenschappen:

a.

Bevat minder dan 200 gewichtsdelen per miljoen aan metallische verontreiniging anders dan calcium; en

b.

Bevat minder dan 10 gewichtsdelen per miljoen boor.

1C229

Bismut met beide volgende eigenschappen:

a.

Een zuiverheid van 99,99 gewichtspercenten of meer; en

b.

Bevat minder dan 10 gewichtsdelen per miljoen zilver.

2.C.3.

Bismut met beide volgende eigenschappen:

a.

Een zuiverheid van 99,99 gewichtspercenten of meer; en

b.

Bevat minder dan 10 gewichtsdelen per miljoen zilver.

1C230

Metaal, legeringen die meer dan 50 gewichtspercenten beryllium bevatten, berylliumverbindingen, fabricaten daarvan en afval of schroot van deze stoffen, anders dan vermeld in de lijst militaire goederen.

N.B.:

ZIE OOK DE LIJST MILITAIRE GOEDEREN.

Noot:

1C230 heeft geen betrekking op:

a.

Vensters voor röntgentoestellen of voor apparatuur voor metingen in boorgaten, van berylliummetaal;

b.

Vormstukken van berylliumoxide als eindproduct of halffabricaat, speciaal ontworpen voor elektronische onderdelen of als substraat voor elektronische schakelingen;

c.

Beril (beryllium-aluminiumsilicaat) in de vorm van smaragden of aquamarijnen.

2.C.2.

Metaal, legeringen die meer dan 50 gewichtspercenten beryllium bevatten, berylliumverbindingen, fabricaten daarvan en afval of schroot van deze stoffen.

Noot:

2.C.2. heeft geen betrekking op:

a.

Vensters voor röntgentoestellen of voor apparatuur voor metingen in boorgaten, van berylliummetaal;

b.

Vormstukken van berylliumoxide als eindproduct of halffabricaat, speciaal ontworpen voor elektronische onderdelen of als substraat voor elektronische schakelingen;

c.

Beril (beryllium-aluminiumsilicaat) in de vorm van smaragden of aquamarijnen.

1C231

Metaal, legeringen die meer dan 60 gewichtspercenten hafnium bevatten, verbindingen van hafnium die meer dan 60 gewichtspercenten hafnium bevat, fabricaten daarvan en afval of schroot van deze stoffen.

2.C.8.

Metaal, legeringen die meer dan 60 gewichtspercenten hafnium bevatten, verbindingen van hafnium die meer dan 60 gewichtspercenten hafnium bevat, fabricaten daarvan en afval of schroot van deze stoffen.

1C232

Helium-3 (3He), mengsels die helium-3 bevatten, en producten of toestellen die een van deze stoffen bevatten.

Noot:

1C232 heeft geen betrekking op een product of apparaat dat minder dan 1 g helium-3 bevat.

2.C.18.

Helium-3 (3He), mengsels die helium-3 bevatten, en producten of toestellen die een van deze stoffen bevatten.

Noot:

2.C.18. heeft geen betrekking op een product of apparaat dat minder dan 1 g helium-3 bevat.

1C233

Lithium, verrijkt in de lithium-6-isotoop (6Li) tot meer dan de natuurlijke abundantie, en producten of toestellen die verrijkt lithium bevatten, als hierna: elementair lithium, legeringen, lithiumverbindingen, mengsels die lithium bevatten, fabricaten daarvan en afval of schroot van deze stoffen.

Noot:

1C233 is niet van toepassing op thermoluminescentie-stralingsmeters.

Technische noot:

De natuurlijk abundantie van de lithium-6-isotoop is ongeveer 6,5 gewichtspercenten (7,5 % op atomaire basis).

2.C.9.

Lithium, verrijkt in de lithium-6-isotoop (6Li) tot meer dan de natuurlijke abundantie, of producten of toestellen die verrijkt lithium bevatten, als hierna: elementair lithium, legeringen, lithiumverbindingen, mengsels die lithium bevatten, fabricaten daarvan en afval of schroot van deze stoffen.

Noot:

2.C.9. is niet van toepassing op thermoluminescentie-stralingsmeters.

Technische noot:

De natuurlijke abundantie van de lithium-6-isotoop is ongeveer 6,5 gewichtspercenten (7,5 % op atomaire basis).

1C234

Zirkonium met een hafniumgehalte van minder dan 1 gewichtsdeel hafnium op 500 gewichtsdelen zirkonium, als hierna: metaal, legeringen die meer dan 50 gewichtspercenten zirkonium bevatten, verbindingen, fabricaten daarvan, afval of schroot van deze stoffen, anders dan die vermeld zijn in 0A001.f.

Noot:

1C234 heeft geen betrekking op zirkonium in de vorm van folie met een dikte van 0,10 mm of minder.

2.C.15.

Zirkonium met een hafniumgehalte van minder dan 1 gewichtsdeel hafnium op 500 gewichtsdelen zirkonium, als hierna: metaal, legeringen die meer dan 50 gewichtspercenten zirkonium bevatten, verbindingen, fabricaten daarvan, afval of schroot van deze stoffen.

Noot:

2.C.15. heeft geen betrekking op zirkonium in de vorm van folie met een dikte van 0,10 mm of minder.

1C235

Tritium, tritiumverbindingen en mengsels welke tritium bevatten, waarin de verhouding van het aantal tritiumatomen tot het aantal waterstofatomen groter is dan 1:1 000 , en producten of toestellen die een van voorgaande stoffen bevatten.

Noot:

1C235 heeft geen betrekking op een product of toestel dat minder dan 1,48 × 103 GBq (40 Ci) tritium bevat.

2.C.17.

Tritium, tritiumverbindingen en mengsels welke tritium bevatten, waarin de verhouding van het aantal tritiumatomen tot het aantal waterstofatomen groter is dan 1:1 000 , en producten of toestellen die een van voorgaande stoffen bevatten.

Noot:

2.C.17. heeft geen betrekking op een product of toestel dat minder dan 1,48 × 103 GBq tritium bevat.

1C236

“Radionucliden” geschikt voor het maken van neutronenbronnen op basis van alfa-n-reactie, anders dan die bedoeld in 0C001 en 1C012.a., in de volgende vormen:

a.

De elementaire vorm;

b.

Verbindingen met een totale activiteit van 37 GBq/kg (1 Ci/kg) of hoger;

c.

Mengsels met een totale activiteit van 37 GBq/kg (1 Ci/kg) of hoger;

d.

Producten of toestellen die een van voorgaande stoffen bevatten.

Noot:

1C236 heeft geen betrekking op een product of toestel dat minder dan 3,7 GBq (100 millicurie) activiteit bevat.

Technische noot:

In 1C236 wordt onder “radionucliden” verstaan:

Actinium-225 (Ac-225)

Actinium-227 (Ac-227)

Californium-253 (Cf-253)

Curium-240 (Cm-240)

Curium-241 (Cm-241)

Curium-242 (Cm-242)

Curium-243 (Cm-243)

Curium-244 (Cm-244)

Einsteinium-253 (Es-253)

Einsteinium-254 (Es-254)

Gadolinium-148 (Gd-148)

Plutonium-236 (Pu-236)

Plutonium-238 (Pu-238)

Polonium-208 (Po-208)

Polonium-209 (Po-209)

Polonium-210 (Po-210)

Radium-223 (Ra-223)

Thorium-227 (Th-227)

Thorium-228 (Th-228)

Uranium-230 (U-230)

Uranium-232 (U-232)

2.C.19.

Radionucliden die geschikt zijn voor het maken van neutronenbronnen op basis van alfa-n-reactie:

 

Actinium-225

 

Curium-244

 

Polonium-209

 

Actinium-227

 

Einsteinium-253

 

Polonium-210

 

Californium-253

 

Einsteinium-254

 

Radium-223

 

Curium-240

 

Gadolinium-148

 

Thorium-227

 

Curium-241

 

Plutonium-236

 

Thorium-228

 

Curium-242

 

Plutonium-238

 

Uranium-230

 

Curium-243

 

Polonium-208

 

Uranium-232

In de volgende vormen:

a.

De elementaire vorm;

b.

Verbindingen met een totale activiteit van 37 GBq/kg (1 Ci/kg) of hoger;

c.

Mengsels met een totale activiteit van 37 GBq/kg (1 Ci/kg) of hoger;

d.

Producten of toestellen die een van voorgaande stoffen bevatten.

Noot: 2.

C.19. is niet van toepassing op een product of toestel met een activiteit van minder dan 3,7 GBq.

1C237

Radium-226 (226Ra), radium-226-legeringen, radium-226-verbindingen, mengsels die radium-226 bevatten, fabricaten daarvan, en producten of toestellen die een van deze stoffen bevatten.

Noot:

1C237 heeft geen betrekking op:

a.

Medische middelen;

b.

Een product of toestel dat minder dan 0,37 GBq (10 millicurie) radium-226 bevat.

2.C.12.

Radium-226 (226Ra), radium-226-legeringen, radium-226-verbindingen, mengsels die radium-226 bevatten, fabricaten daarvan, en producten of toestellen die een van deze stoffen bevatten.

Noot:

2.C.12. is niet van toepassing op:

a.

Medische middelen;

b.

Een product of toestel dat minder dan 0,37 GBq radium-226 bevat.

1C238

Chloortrifluoride (ClF3).

2.C.6.

Chloortrifluoride (ClF3).

1C239

Brisante springstoffen, anders dan bedoeld in de Lijst militaire goederen, of stoffen of mengsels met een gehalte van meer dan 2 gewichtspercenten aan deze springstoffen, met een kristaldichtheid groter dan 1,8 g/cm3 en een detonatiesnelheid groter dan 8 000  m/s.

6.C.1.o

Iedere springstof met een kristaldichtheid dichtheid groter dan 1,8 g/cm3 en een detonatiesnelheid groter dan 8 000 m/s.

1C240

Nikkelpoeder en poreus nikkelmetaal, anders dan bedoeld in 0C005, als hieronder:

a.

Nikkelpoeder met beide volgende eigenschappen:

1.

Een nikkelgehalte van 99,0 gewichtspercenten of meer; en

2.

Een gemiddelde korrelgrootte kleiner dan 10 μm, gemeten volgens Standard B330 van de ASTM;

b.

Poreus nikkelmetaal, gemaakt van materiaal, bedoeld in 1C240.a.

Noot:

1C240 heeft geen betrekking op:

a.

Vezelvormige nikkelpoeders;

b.

Enkelvoudige platen van poreus nikkel, met een oppervlakte per plaat van 1 000 cm2 of minder.

Technische noot:

1C240.b. heeft betrekking op poreus metaal dat gevormd is door samenpersing en sintering van de materialen in 1C240.a., om een materiaal van metaal te vormen met fijne poriën die door de gehele structuur heen onderling verbonden zijn.

2.C.16.

Nikkelpoeder en poreus nikkelmetaal, als volgt:

N.B.:

Voor nikkelpoeder dat speciaal is vervaardigd voor het produceren van membranen voor gasdiffusie, zie INFCIRC/254/deel 1 (als gewijzigd).

a.

Nikkelpoeder met beide volgende eigenschappen:

1.

Een nikkelgehalte van 99,0 gewichtspercenten of meer; en

2.

Een gemiddelde deeltjesgrootte van minder dan 10 μm, gemeten volgens de ASTM-standaard B 330;

b.

Poreus nikkelmetaal, gemaakt van materiaal vermeld in 2.C.16.a.

Noot:

2.C.16. is niet van toepassing op:

a.

Vezelvormige nikkelpoeders;

b.

Enkelvoudige platen van poreus nikkel, met een oppervlakte per plaat van 1 000 cm2 of minder.

Technische noot:

In 2.C.16.b. wordt poreus metaal bedoeld dat wordt gevormd door het samenpersen en het sinteren van het materiaal van 2.C.16.a. om een materiaal van metaal te vormen met fijne poriën die door de gehele structuur heen onderling verbonden zijn.

1C241

Renium en legeringen die 90 gewichtsprocenten of meer renium bevatten; en legeringen van renium en wolfraam die voor 90 gewichtsprocenten of meer bestaan uit een combinatie van renium en wolfraam, anders dan bedoeld in 1C226, met beide onderstaande eigenschappen:

a.

In vormen met holle cylindersymmetrie (daaronder mede begrepen cylindersegmenten) met een binnendiameter tussen 100 mm en 300 mm; en

b.

Met een massa groter dan 20 kg.

2.C.20.

Renium en legeringen die 90 gewichtsprocenten of meer renium bevatten; en legeringen van renium en wolfraam die voor 90 gewichtsprocenten of meer bestaan uit een combinatie van renium en wolfraam, anders dan bedoeld in 1C226, met beide onderstaande eigenschappen:

a.

In vormen met holle cylindersymmetrie (daaronder mede begrepen cylindersegmenten) met een binnendiameter tussen 100 mm en 300 mm; en

b.

met een massa groter dan 20 kg.

1D   Programmatuur

De overeenkomstige systemen, apparatuur en onderdelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Controlelijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG) als in INFCIRC/254/Rev.9/deel 2

1D001

“Programmatuur” speciaal ontworpen of aangepast voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van apparatuur, bedoeld in 1B001, 1B002 en 1B003.

1.D.2.

“Programmatuur” betekent een verzameling van één of meer “programma's” of “microprogramma”, vastgelegd op enig tastbaar medium

1D201

“Programmatuur”, speciaal ontwikkeld voor het “gebruik” van de in 1B201 bedoelde goederen.

1.D.3.

“Programmatuur” betekent een verzameling van één of meer “programma's” of “microprogramma”, vastgelegd op enig tastbaar medium

1E   Technologie

De overeenkomstige systemen, apparatuur en onderdelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Controlelijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG) als in INFCIRC/254/Rev.9/deel 2

1E201

“Technologie” overeenkomstig de algemene technologienoot voor het “gebruik” van goederen, bedoeld in 1A002, 1A007, 1A202, 1A225 tot en met 1A227, 1B201, 1B225 tot en met 1B234, 1C002.b.3 of .b.4., 1C010.b., 1C202, 1C210, 1C216, 1C225 tot en met 1C241 of 1D201.

1.E.1.

Onder “technologie” wordt verstaan, specifieke informatie die nodig is voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van een in de lijst vermeld product. De informatie is in de vorm van “technische gegevens” of “technische bijstand”.

1E202

“Technologie” overeenkomstig de algemene technologienoot betreffende de “ontwikkeling” of de “productie” van goederen, bedoeld in 1A007, 1A202, 1A225 tot en met 1A227.

1.E.1.

Onder “technologie” wordt verstaan, specifieke informatie die nodig is voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van een in de lijst vermeld product. De informatie is in de vorm van “technische gegevens” of “technische bijstand”.

1E203

“Technologie” overeenkomstig de algemene technologienoot betreffende de “ontwikkeling” of de “productie” van goederen, bedoeld in 1A007, 1A202, 1A225 tot en met 1A227.

1.E.1.

Onder “technologie” wordt verstaan, specifieke informatie die nodig is voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van een in de lijst vermeld product. De informatie is in de vorm van “technische gegevens” of “technische bijstand”.

CATEGORIE 2 MATERIAALVERWERKING

2A   Systemen, apparatuur en onderdelen

De overeenkomstige systemen, apparatuur en onderdelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Controlelijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG) als in INFCIRC/254/Rev.9/deel 2

2A225

Kroezen vervaardigd van metalen die bestand zijn tegen vloeibare actinidemetalen, als hieronder:

a.

Kroezen met beide hiernavolgende eigenschappen:

1.

Een inhoud van 150 cm3 tot 8 000 cm3; en

2.

Vervaardigd van of bekleed met een van de onderstaande materialen, of een combinatie van de onderstaande materialen, met een gehalte aan onzuiverheden van 2 gewichtspercenten of minder:

a.

Calciumfluoride (CaF2);

b.

Calciumzirkonaat (metazirkonaat) (CaZrO3);

c.

Ceriumsulfide (Ce2S3);

d.

Erbiumoxide (erbia) (Er2O3);

e.

Hafniumoxide (hafnia) (HfO2);

f.

Magnesiumoxide (MgO);

g.

Legering van genitrideerd niobium-titaan-wolfraam (ca. 50 % Nb, 30 % Ti, 20 % W);

h.

Yttriumoxide (yttria) (Y2O3); of

i.

Zirkoniumoxide (zirconia) (ZrO2);

b.

Kroezen met beide hiernavolgende eigenschappen:

1.

Een inhoud van 50 cm3 tot 2 000  cm3; en

2.

Vervaardigd van of gevoerd met tantaal, met een zuiverheid van 99,9 gewichtspercenten of hoger;

c.

Kroezen met alle hiernavolgende eigenschappen:

1.

Een inhoud van 50 cm3 tot 2 000  cm3;

2.

Vervaardigd van of gevoerd met tantaal, met een zuiverheid van 98 gewichtspercenten of hoger; en

3.

Bekleed met tantaalcarbide, -nitride of -boride of ongeacht welke combinatie hiervan.

2.A.1.

Kroezen vervaardigd van metalen die bestand zijn tegen vloeibare actinidemetalen, als hieronder:

a.

Kroezen met beide hiernavolgende eigenschappen:

1.

Een inhoud van 150 cm3 (150 ml) tot 8 000 cm3 (8 l (liter)); en

2.

Vervaardigd van of bekleed met een van de onderstaande materialen, of een combinatie van de onderstaande materialen, met een gehalte aan onzuiverheden van 2 gewichtspercenten of minder:

a.

Calciumfluoride (CaF2);

b.

Calciumzirkonaat (metazirkonaat) (CaZrO3);

c.

Ceriumsulfide (Ce2S3);

d.

Erbiumoxide (Er2O3);

e.

Hafniumoxide (HfO2);

f.

Magnesiumoxide (MgO);

g.

Legering van genitrideerd niobium-titaan-wolfraam (ca. 50 % Nb, 30 % Ti, 20 % W);

h.

Ytttriumoxide (yttria) (Y2O3); of

i.

Zirkoniumoxide (zirconia) (ZrO2);

b.

Kroezen met beide hiernavolgende eigenschappen:

1.

Een inhoud van 50 cm3 (50 ml) tot 2 000 cm3 (2 liter); en

2.

Vervaardigd van of gevoerd met tantaal, met een zuiverheid van 99,9 gewichtspercenten of hoger;

c.

Kroezen met alle hiernavolgende eigenschappen:

1.

Een inhoud van 50 cm3 (50 ml) tot 2 000 cm3 (2 liter);

2.

Vervaardigd van of gevoerd met tantaal, met een zuiverheid van 98 gewichtspercenten of hoger; en

3.

Bekleed met tantaalcarbide, -nitride of -boride of ongeacht welke combinatie hiervan.

2A226

Afsluiters met alle volgende eigenschappen:

a.

Een “nominale afmeting” van 5 mm of groter;

b.

Met balgafdichting; en

c.

Geheel vervaardigd van of gevoerd met aluminium, aluminiumlegering, nikkel of een nikkellegering die 60 gewichtspercenten of meer nikkel bevat.

Technische noot:

Voor afsluiters met verschillende inlaat- en uitlaatopeningen heeft de in 2A226 bedoelde “nominale afmeting” betrekking op de kleinste diameter.

3.A.3.

Afsluiters met alle volgende eigenschappen:

a.

Een “nominale afmeting” van 5 mm of groter;

b.

Met balgafdichting; en

c.

Geheel vervaardigd van of gevoerd met aluminium, aluminiumlegering, nikkel of een nikkellegering die 60 gewichtspercenten of meer nikkel bevat.

Technische noot:

Voor afsluiters met verschillende inlaat- en uitlaatopeningen heeft de in 3.A.3.a. bedoelde nominale afmeting betrekking op de kleinste diameter.

2B   Test-, inspectie- en productieapparatuur

De overeenkomstige systemen, apparatuur en onderdelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Controlelijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG) als in INFCIRC/254/Rev.9/deel 2

2B001

Werktuigmachines en combinaties daarvan, voor het verspanen (of snijden) van metalen, keramische materialen of “composieten”, die volgens de technische specificaties van de fabrikant kunnen worden uitgerust met elektronische toestellen voor “numerieke besturing”, als hieronder:

N.B.:

ZIE OOK 2B201.

Noot 1:

2B001 heeft geen betrekking op werktuigmachines voor speciale toepassingen die alleen dienen voor het vervaardigen van tandwielen. Zie voor dergelijke machines 2B003.

Noot 2:

2B001 heeft geen betrekking op werktuigmachines voor speciale toepassingen die alleen dienen voor het vervaardigen van een van de volgende onderdelen:

a.

krukassen of nokkenassen;

b.

gereedschappen of frezen;

c.

extrusiewormen;

d.

gegraveerde of geslepen delen van juwelen; of

e.

tandprothesen.

Noot 3:

Draaien, frezen of slijpen (bv. een machine voor draaien waarmee ook kan worden gefreesd) moeten op basis van iedere toepasselijke rubriek 2B001a., b., of c. worden beoordeeld.

N.B.:

Voor werktuigmachines voor optische afwerking, zie 2B002.

1.B.2.

Werktuigmachines, als hieronder, en combinaties daarvan, voor het verspanen of snijden van metalen, keramische materialen of composieten, die volgens de technische specificaties van de fabrikant kunnen worden uitgerust met elektronische toestellen voor gelijktijdig “contourbesturen” in twee of meer assen:

N.B.:

Voor “numerieke besturings”-eenheden die bestuurd worden door de eigen bijbehorende programmatuur, zie 1.D.3.

a.

Werktuigmachines voor draaien met de volgende eigenschappen:

1.

“herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen); en

2.

twee of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor “contourbesturen”;

Noot:

2B001.a. heeft geen betrekking op machines voor draaien die speciaal zijn ontworpen voor de productie van contactlenzen, met de volgende eigenschappen:

a.

De besturing van de machine is beperkt tot het gebruik van programmatuur op het gebied van oogheelkunde voor de gegevensinvoer van de werkstukprogramma's; en

b.

Er is geen vacuümspaninrichting.

b.

Werktuigmachines voor frezen met een of meer van de volgende eigenschappen:

1.

Met alle volgende eigenschappen:

a.

“herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen); en

b.

drie lineaire assen plus één roterende as die gelijktijdig kunnen samenwerken voor “contourbesturen”;

2.

vijf of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor “contourbesturen” en met een of meer van de volgende eigenschappen:

N.B.:

“Werktuigmachines met een parallel mechanisme” worden gespecificeerd in 2B001.b.2.d.

a.

“Herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte minder dan 1 m;

b.

“Herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 1,4 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte gelijk aan of groter dan 1 m en minder dan 4 m;

c.

“Herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 6,0 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte van 4 m of meer; of

d.

Zijnde een “werktuigmachine met een parallel mechanisme” (“parallel mechanism machine tool”);

Technische noot:

Een “werktuigmachine met een parallel mechanisme” is een werktuigmachine met meerdere staven die zijn gekoppeld aan een platform en aandrijvers; de afzonderlijke aandrijvers besturen de respectieve staven tegelijkertijd en onafhankelijk.

3.

Een “herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) voor pasmal-boormachines gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen); of

4.

Gebruikmaken van een slagmes (“fly cutters”) met alle volgende eigenschappen:

a.

Een “rondloopnauwkeurigheid” (“run out”) en “axiale slag” van de spil kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,0004 mm totale meetklokuitslag (TIR); en

b.

Een hoekafwijking van de sledebeweging langs een asslag van 300 mm (gieren, stampen of slingeren) kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 2 boogseconden totale meetklokuitslag (TIR);

c.

Werktuigmachines voor slijpen met een of meer van de volgende eigenschappen:

1.

Met alle volgende eigenschappen:

a.

“Herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen); en

b.

Drie of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor “contourbesturen”; of

2.

Vijf of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor “contourbesturen” en met een of meer van de volgende eigenschappen:

a.

“Herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte minder dan 1 m;

b.

“Herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 1,4 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte gelijk aan of groter dan 1 m en minder dan 4 m; of

c.

“Herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) gelijk aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 6,0 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte van 4 m of meer;

Noot:

2B001.c. heeft geen betrekking op slijpmachines als hieronder:

a.

Uitwendige, inwendige en uitwendig-inwendige rondslijpmachines met de volgende eigenschappen:

1.

Beperkt tot rondslijpen; en

2.

Een maximale buitendiameter of -lengte van het werkstuk van 150 mm;

b.

Machines die speciaal zijn ontworpen als pasmal-slijpmachines zonder z-as of w-as, met een “herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering” (“unidirectional positioning repeatability”) die kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) is dan 1,1 μm

c.

Vlakslijpers.

d.

Vonkontladingmachines (EDM's) van het draadloze type met twee of meer roterende assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor “contourbesturen”;

e.

Werktuigmachines voor het verspanen van metalen, keramische materialen of “composieten”, met de volgende eigenschappen:

1.

Verspanen van materiaal met één of meer van de volgende middelen:

a.

Waterstraal of andere vloeistofstraal, met inbegrip van die met slijpmiddeltoevoegingen;

b.

Een elektronenbundel; of

c.

Een “laser”-straal; en

2.

Ten minste twee roterende assen met alle volgende eigenschappen:

a.

Gelijktijdig kunnen samenwerken voor “contourbesturing”; en

b.

Een instelnauwkeurigheid kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,003 °;

f.

Diepgatboormachines of machines voor draaien die zijn aangepast voor diepgatboren, met een maximum boordiepte van meer dan 5 m, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

 

a.

Werktuigmachines voor draaien met een “instelnauwkeurigheid”, inclusief alle compensaties die beter (minder) is dan 6 μm overeenkomstig ISO 230/2 (1988) langs eender welke lineaire as (totale nauwkeurigheid) voor machines die diameters van meer dan 35 mm kunnen bewerken;

Noot:

1.B.2.a. is niet van toepassing op staafautomaten (Swissturn) die alleen staven doorvoeren met een maximale diameter van 42 mm en waarop geen klauwplaten kunnen worden bevestigd. De machines kunnen boor- en/of freesfuncties hebben voor het bewerken van werkstukken met een diameter van minder dan 42 mm.

2B006

Systemen, apparatuur en “samenstellingen” voor dimensionale inspectie en meting, als hieronder:

1.B.3.

 

2B006.b.

Meetinstrumenten voor lineaire en hoekverplaatsingen, als hieronder:

1.B.3.

1.B.3.

Machines, -instrumenten of -systemen voor dimensionale inspectie, als hieronder:

2B006.b.

1.

Meetinstrumenten voor “lineaire verplaatsingen” met een of meer van de volgende eigenschappen:

Noot:

“Laser”-interferometers voor het meten van verplaatsingen vallen uitsluitend onder 2B006.b.1.c.

Technische noot:

Voor de toepassing van 2B006.b.1. moet onder “lineaire verplaatsing” worden verstaan de verandering van de afstand tussen de meetpen en het gemeten voorwerp.

a.

Meetsystemen van het contactloze type met een “resolutie” gelijk aan of kleiner (beter) dan 0,2 μm binnen een meetgebied tot en met 0,2 mm;

b.

Lineaire variabele verschilomzetters (Linear Variable Differential Transformers of LVDT) met beide volgende eigenschappen:

1.

Met één of meer van de volgende eigenschappen:

a.

“lineariteit” gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,1 % gemeten van 0 tot het “volledige werkgebied”, voor LVDT's met een “volledig werkgebied” tot en met ± 5 mm; of

b.

“Lineariteit” gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,1 % gemeten van 0 tot 5 mm voor LVDT's met een “volledig werkgebied” groter dan ± 5 mm; en

2.

Verloop gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,1 % per dag bij een standaardomgevingstemperatuur in de testruimte ± 1 K;

Technische noot:

In punt 2B006.b.1.b. is een “volledig werkgebied” de helft van de totale mogelijke lineaire verplaatsing van de LVDT. LVDT's met een “volledig werkgebied” tot en met ± 5 mm kunnen bijvoorbeeld een totale mogelijke lineaire verplaatsing van 10 mm hebben.

c.

Meetsystemen met alle volgende eigenschappen:

1.

Zij bevatten een “laser”; en

2.

Zij handhaven, bij een temperatuur van 20 ± 1 °C, gedurende ten minste 12 uur:

a.

Een “resolutie” over hun volledige schaal van 0,1μm of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger); en

b.

Het vermogen om een “meetonzekerheid” te bereiken die gelijk is aan of minder bedraagt (d.w.z. nauwkeuriger is) dan 0,2 + L/2 000 ) μm (L is de gemeten lengte in mm) op ieder punt in een meetgebied, gecompenseerd voor de refractieve luchtindex; of

1.B.3.b.

b.

Meetinstrumenten voor lineaire en hoekverplaatsingen, als hieronder:

1.

Meetsystemen van het contactloze type met een “resolutie” gelijk aan of kleiner (beter) dan 0,2 μm binnen een meetgebied tot en met 0,2 mm;

2.

Lineaire variabele verschilomzetters (“Linear Variable Differential Transformers” of LVDT) met beide volgende kenmerken:

a.

1.

“Lineariteit” gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,1 % gemeten van 0 tot het volledige werkgebied, voor LVDT's met een volledig werkgebied tot en met 5 mm; of

2.

“Lineariteit” gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,1 % binnen een meetgebied tot en met 5 mm, voor LVDT's met een volledig werkgebied van meer dan 5 mm; en

b.

Verloop gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,1 % per dag bij een standaardomgevingstemperatuur in de testruimte van ± 1 K;

3.

Meetsystemen met beide volgende kenmerken:

a.

Zij bevatten een “laser”; en

b.

Zij handhaven, bij een temperatuurverschil van ± 1 K, gedurende ten minste 12 uur een standaardtemperatuur en een standaarddruk:

1.

Een “resolutie” over hun volledige schaal van 0,1μm of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger); en

2.

Met een “meetonzekerheid” die gelijk is aan of minder bedraagt (d.w.z. nauwkeuriger is) dan (0,2 + L/2 000 ) μm (L is de gemeten lengte in mm);

Noot:

1.B.3.b.3. is niet van toepassing op interferometermeetsystemen, zonder open of gesloten terugkoppeling, die een laser bevatten voor het meten van fouten in de sledebeweging van machinewerktuigen, meetmachines of dergelijke apparatuur.

Technische noot:

In 1.B.3.b. moet onder “lineaire verplaatsing” worden verstaan de verandering van de afstand tussen de meetpen en het gemeten voorwerp.

2B006.b.

2.

Meetinstrumenten voor hoekverplaatsingen met een “nauwkeurigheid” gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,00025 °;

Noot:

2B006.b.2. heeft geen betrekking op optische instrumenten, zoals autocollimatoren, die gebruikmaken van gecollimeerd licht (bv. laserlicht) voor de bepaling van hoekverplaatsingen van een spiegel.

1.B.3.c

c.

Meetinstrumenten voor hoekverplaatsingen met een “hoekafwijking” gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan 0,00025°;

Noot:

1.B.3.c. is niet van toepassing op optische instrumenten, zoals autocollimatoren, die gebruikmaken van gecollimeerd licht (bv. laserlicht) voor de bepaling van hoekverplaatsingen van een spiegel.

2B116

Systemen en apparatuur voor het beproeven door middel van trillingen en componenten daarvoor, als hieronder:

a.

Systemen voor het beproeven door middel van trillingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van terugkoppel- of gesloten-kringtechnieken en welke een digitale besturing bevatten, die geschikt zijn om een systeem te laten trillen met een versnelling gelijk aan of groter dan 10 g RMS (eff.) tussen 20 Hz en 2 kHz en die krachten gelijk aan of groter dan 50 kN, met “onbelaste tafel” gemeten, kunnen overbrengen;

b.

Digitale besturingseenheden, in combinatie met speciaal ontworpen programmatuur voor het testen door middel van trillingen, met een “real-time-regelbandbreedte” van meer dan 5 kHz en ontworpen voor gebruik met de systemen, bedoeld in 2B116.a;

Technische noot:

In 2B116.b. wordt onder “real-time-regelbandbreedte” verstaan de maximumsnelheid waarmee een besturingseenheid een volledige cyclus van bemonstering, gegevensverwerking en verzending van controlesignalen kan uitvoeren.

c.

Trillingsopwekkers, met of zonder bijbehorende versterkers, geschikt om een kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met ‘onbelaste tafel’ gemeten, en geschikt voor de systemen, bedoeld in 2B116.a.;

d.

Beproevingsopstellingen en elektronische eenheden ontworpen om verscheidene trillingsopwekkers in een geheel trillingssysteem te combineren, geschikt om een totale effectieve kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met een “onbelaste tafel” gemeten, en geschikt voor de systemen, bedoeld in 2B116.a.

Technische noot:

In 2B116 betekent “onbelaste tafel” een vlakke tafel of een vlak oppervlak, zonder klemmen of hulpstukken.

1.B.6.

Systemen en apparatuur voor het beproeven door middel van trillingen en onderdelen daarvoor, als hieronder:

a.

Elektrodynamische systemen voor het beproeven door middel van trillingen met alle volgende kenmerken:

1.

Zij gebruiken terugkoppel- of gesloten-kringtechnieken en hebben een digitale besturings

2.

eenheid;

3.

Zij zijn geschikt om een systeem te laten trillen bij 10 g RMS of meer tussen 20 Hz en 2 000 Hz; en

4.

Zij zijn geschikt om een kracht van 50 kN of meer uit te oefenen, met “onbelaste tafel” gemeten;

b.

Digitale besturingseenheden, in combinatie met speciaal ontworpen “programmatuur” voor het testen door middel van trillingen, met een real-time bandbreedte van meer dan 5 kHz en ontworpen voor gebruik met de systemen bedoeld in 1.B.6.a.;

c.

Trillingsopwekkers, met of zonder bijbehorende versterkers, geschikt om

d.

een kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met “onbelaste tafel” gemeten, en geschikt voor de systemen, bedoeld in 2B116.a.;

e.

d. Beproevingsopstellingen en elektronische eenheden ontworpen om verscheidene trillingsopwekkers in een volledig trillingssysteem te combineren, geschikt om een totale effectieve kracht van 50 kN of meer uit te oefenen, met “onbelaste tafel” gemeten, en geschikt voor de in 1.B.6.a bedoelde systemen.

Technische noot:

In 1.B.6. betekent “onbelaste tafel” een vlakke tafel of een vlak oppervlak, zonder klemmen of hulpstukken.

2B201

Werktuigmachines en iedere andere combinatie daarvan, anders dan bedoeld in 2B001, voor het verspanen of snijden van metalen, keramische materialen of “composieten”, die volgens de technische specificaties van de fabrikant kunnen worden uitgerust met elektronische toestellen voor gelijktijdig “contourbesturen” in twee of meer assen:

Technische noten:

De niveaus voor de “aangegeven instelnauwkeurigheid” die zijn bepaald aan de hand van de volgende procedures op grond van metingen overeenkomstig ISO-norm 230/2 (1988)  (2) of nationale equivalenten mogen voor elk model werktuigmachine worden gebruikt in plaats van individuele machinetests, indien deze zijn verstrekt aan de nationale autoriteiten en door hen zijn geaccepteerd. De aangegeven “instelnauwkeurigheids”-niveaus dienen als volgt te worden bepaald:

1.

Selecteer vijf machines van een bepaald model voor beoordeling;

2.

Meet de nauwkeurigheid van de lineaire assen overeenkomstig ISO 230/2 (1988)  (2) ;

3.

Bepaal de nauwkeurigheidswaarden (A) voor elke as van elke machine. De methode voor de berekening van de nauwkeurigheidswaarde is beschreven in ISO-norm 230/2 (1988)  (2) ;

4.

Bepaal de gemiddelde