Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016D0837

Besluit (EU) 2016/837 van de Raad van 21 april 2016 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2014-2021, de Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2014-2021, het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen, en het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland

OJ L 141, 28.5.2016, p. 1–2 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2016/837/oj

28.5.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/1


BESLUIT (EU) 2016/837 VAN DE RAAD

van 21 april 2016

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2014-2021, de Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2014-2021, het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen, en het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het blijft noodzakelijk de economische en sociale verschillen binnen de Europese Economische Ruimte te verminderen. Derhalve moeten een nieuw mechanisme voor de financiële bijdragen van de EER-EVA-staten en een nieuw financieel mechanisme van Noorwegen worden ingesteld.

(2)

Op 7 oktober 2013 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen met IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen over een overeenkomst inzake de toekomstige financiële bijdragen van de EER-EVA-staten aan de economische en sociale cohesie in de Europese Economische Ruimte. De Commissie heeft namens de Unie onderhandeld over een Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2014-2021. Dit financieel mechanisme wordt opgenomen in een nieuw Protocol 38 quater bij de EER-overeenkomst. De Commissie heeft ook namens de Unie onderhandeld over een Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2014-2021.

(3)

De bijzondere bepalingen inzake de invoer in de Unie van bepaalde vis en visserijproducten van oorsprong uit IJsland en Noorwegen, die zijn opgenomen in de aanvullende protocollen bij hun respectieve vrijhandelsovereenkomsten met de Europese Economische Gemeenschap, zijn op 30 april 2014 verstreken en moeten overeenkomstig artikel 1 van die protocollen worden herzien. De Commissie heeft derhalve onderhandeld over nieuwe aanvullende protocollen bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen en bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland.

(4)

De vervanging van de bestaande financiële mechanismen door nieuwe mechanismen, die betrekking hebben op andere tijdsperioden en andere bedragen van de fondsen en die andere uitvoeringsbepalingen hebben, vormt samen met de hernieuwing en verlenging van de concessies ten aanzien van bepaalde vis en visproducten een belangrijke ontwikkeling van de associatie met de EER-EVA-staten, wat rechtvaardigt dat gebruik wordt gemaakt van artikel 217 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(5)

Die overeenkomsten en aanvullende protocollen voorzien in voorlopige toepassing in afwachting van de inwerkingtreding.

(6)

De overeenkomsten en aanvullende protocollen moeten worden ondertekend en voorlopig worden toegepast, in afwachting van de voor de sluiting ervan vereiste procedures,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt namens de Unie machtiging verleend voor de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2014-2021, de Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2014-2021, het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen en het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland, onder voorbehoud van de sluiting van die overeenkomsten en aanvullende protocollen.

De tekst van de te ondertekenen overeenkomsten en aanvullende protocollen is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomsten en de aanvullende protocollen te ondertekenen.

Artikel 3

De Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2014-2021 en de Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2014-2021 worden overeenkomstig respectievelijk artikel 3 en artikel 11, lid 3, van de overeenkomsten voorlopig toegepast vanaf de eerste dag van de eerste maand volgend op de neerlegging van de laatste kennisgeving, in afwachting van de voltooiing van de voor de sluiting van deze overeenkomsten vereiste procedures.

Het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen wordt overeenkomstig artikel 5, lid 3, van het protocol voorlopig toegepast vanaf de eerste dag van de derde maand volgend op de neerlegging van de laatste kennisgeving.

Het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland wordt overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het protocol voorlopig toegepast vanaf de eerste dag van de derde maand volgend op de neerlegging van de laatste kennisgeving.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 21 april 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

G.A. VAN DER STEUR


Top