Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015R2386

Verordening (EU) 2015/2386 van de Commissie van 17 december 2015 tot onderwerping van de invoer van staven betonstaal die zeer goed tegen metaalmoeheid zijn bestand van oorsprong uit de Volksrepubliek China aan registratie

OJ L 332, 18.12.2015, p. 111–113 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/2386/oj

18.12.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 332/111


VERORDENING (EU) 2015/2386 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2015

tot onderwerping van de invoer van staven betonstaal die zeer goed tegen metaalmoeheid zijn bestand van oorsprong uit de Volksrepubliek China aan registratie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 14, lid 5,

Na kennisgeving aan de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 30 april 2015 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) in een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2) („het bericht van inleiding”) de inleiding bekendgemaakt van een antidumpingprocedure („de antidumpingprocedure”) betreffende de invoer in de Unie van staven betonstaal die zeer goed tegen metaalmoeheid zijn bestand („HFP rebars”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC” of „het betrokken land”); zij deed dit naar aanleiding van een klacht die op 17 maart 2015 door de European Steel Association („Eurofer” of „de klager”) was ingediend namens producenten die meer dan 25 % van de totale productie van HFP rebars in de Unie voor hun rekening nemen.

1.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

(2)

De producten waarvan de invoer aan registratie wordt onderworpen („het betrokken product”), zijn staven betonijzer of -staal die zeer goed tegen metaalmoeheid zijn bestand, gemaakt van ijzer, niet-gelegeerd staal of gelegeerd staal (maar niet van roestvrij staal, sneldraaistaal en siliciummangaanstaal), enkel warm gewalst, ook indien na het walsen getordeerd; de staven zijn voorzien van inkepingen, verdikkingen, ribbels of andere bij het walsen verkregen vervormingen, of zijn na het walsen getordeerd; het vermogen om herhaalde belasting te weerstaan zonder te breken en meer specifiek het vermogen meer dan 4,5 miljoen vermoeiingscycli te weerstaan bij een spanningsverhouding (min/max) van 0,2 en een spanningsbereik van meer dan 150 MPa is de belangrijkste eigenschap van zeer goed tegen metaalmoeheid bestand metaal, van oorsprong uit de VRC en momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7214 20 00, ex 7228 30 20, ex 7228 30 41, ex 7228 30 49, ex 7228 30 61, ex 7228 30 69, ex 7228 30 70 en ex 7228 30 89. Deze GN-codes zijn slechts informatief en hebben voor de indeling van het product geen bindende werking.

2.   VERZOEK

(3)

De klager heeft op 19 november 2015 een registratieverzoek op grond van artikel 14, lid 5, van de basisverordening ingediend. Hierin verzoekt hij om de onderwerping van de invoer van het betrokken product aan registratie, zodat vervolgens met ingang van de datum van registratie op de betrokken producten maatregelen kunnen worden toegepast.

3.   GROND VOOR REGISTRATIE

(4)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening kan de Commissie de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat vervolgens op de betrokken producten maatregelen kunnen worden toegepast. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Unie ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen.

(5)

De klager voert aan dat registratie gerechtvaardigd is, aangezien de invoer met dumping van het betrokken product wordt voortgezet en de importeurs goed op de hoogte waren of hadden moeten zijn van de dumpingpraktijken, die over een langere periode plaatsvonden en die schade veroorzaakten voor de bedrijfstak van de Unie. De klager voert verder aan dat de invoer vanuit de VRC schade veroorzaakt voor de bedrijfstak van de Unie en dat deze invoer aanzienlijk is toegenomen, zelfs na het verstrijken van het onderzoektijdvak, waardoor het corrigerende effect van het antidumpingrecht, bij toepassing ervan, aanzienlijk zou worden ondermijnd.

(6)

De Commissie is van mening dat de importeurs op de hoogte waren van de dumpingpraktijken van de exporteurs of hiervan op de hoogte hadden moeten zijn. De klacht bevat in dit opzicht voldoende voorlopig bewijsmateriaal en dit staat vermeld in het bericht van inleiding van deze procedure (3). In de niet-vertrouwelijke versie van de klacht zijn de dumpingmarges op 20 tot 30 % geraamd wat de invoer vanuit de VRC betreft. Gezien de omvang van de vermeende dumping kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de importeurs van de situatie op de hoogte waren of hadden moeten zijn.

(7)

De klager heeft in de klacht bewijsmateriaal verstrekt over de normale waarde, die is berekend op basis van prijsinformatie van producenten uit Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten. Het bewijsmateriaal voor invoer met dumping is gebaseerd op een vergelijking van de aldus vastgestelde normale waarden met de prijs (af fabriek) van het betrokken product bij uitvoer naar de Unie. De prijs bij uitvoer vanuit de VRC is bepaald op basis van prijsoffertes voor uitvoer vanuit de VRC naar de Unie.

(8)

Daarnaast heeft de klager in zowel de klacht als het verzoek om registratie voldoende bewijsmateriaal verstrekt in de vorm van recente onderzoeken van andere autoriteiten (bv. Canada, Egypte en Maleisië) waarin de dumpingpraktijken door exporteurs uit de VRC staan beschreven en die importeurs op het eerste gezicht niet hadden kunnen of mogen negeren.

(9)

Op basis van een vergelijking van de invoervolumes tijdens de periode van april 2014 tot en met maart 2015 (d.w.z. het onderzoektijdvak) met de periode van april tot en met september 2015 (d.w.z. de periode na de inleiding) heeft de Commissie vastgesteld dat deze sinds de inleiding van de procedure in april 2015 verder zijn toegenomen met circa 38 %. Hieruit blijkt dat de invoer van het betrokken product vanuit de VRC na de opening van het huidige onderzoek aanzienlijk is toegenomen.

(10)

De klager heeft in de klacht en in het verzoek om registratie ook voorlopig bewijsmateriaal verstrekt over de neerwaartse trend met betrekking tot de prijzen van de invoer. Uit openbaar beschikbare statistieken van Eurostat blijkt dat de eenheidswaarde voor de invoer van het betrokken product uit de VRC is gedaald van 431 EUR per ton in het onderzoektijdvak tot 401 EUR per ton in de periode na het onderzoektijdvak. Dit is wederom een aanwijzing dat importeurs van Chinese producten op de hoogte waren of hadden moeten zijn van de dumpingpraktijken.

(11)

Bovendien bevat de klacht voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat er schade wordt veroorzaakt. De in het kader van dit onderzoek geformuleerde opmerkingen, met inbegrip van het verzoek om registratie, wijzen erop dat er bijkomende schade zou worden veroorzaakt indien deze invoer blijft toenemen. Gezien het tijdstip van de invoer, de toename van de hoeveelheden die met dumping worden ingevoerd en het prijsbeleid van de producenten-exporteurs uit de VRC ziet het ernaar uit dat het corrigerende effect van definitieve rechten aanzienlijk zal worden ondermijnd, tenzij deze rechten met terugwerkende kracht worden geheven. Met het oog op de inleiding van de huidige procedure en rekening houdend met de evolutie tot nu toe van de invoer vanuit de VRC met betrekking tot prijzen en volumes, kan bovendien redelijkerwijs worden aangenomen dat de invoer van het betrokken product nog verder kan toenemen vóór de goedkeuring van eventuele voorlopige maatregelen en dat de importeurs snel voorraden kunnen aanleggen.

4.   PROCEDURE

(12)

Gezien bovenstaande overwegingen is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de klager voldoende voorlopig bewijsmateriaal heeft verstrekt om registratie van de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening te rechtvaardigen.

(13)

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

5.   REGISTRATIE

(14)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening moet de invoer van het betrokken product worden geregistreerd zodat, indien het onderzoek leidt tot de instelling van antidumpingrechten, deze rechten overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de basisverordening met terugwerkende kracht op de geregistreerde invoer kunnen worden geheven indien aan de nodige voorwaarden is voldaan.

(15)

Wat het betrokken product betreft, schat de klager de gemiddelde dumpingmarge in zijn klacht op 20 tot 30 % en de gemiddelde prijsbederfmarge op 15 tot 30 %. Het bedrag van de mogelijke toekomstige rechten wordt geraamd op het op basis van de klacht geschatte niveau van prijsbederf, d.w.z. op 15 tot 30 % ad valorem op de cif-waarde bij invoer van het betrokken product.

6.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(16)

Persoonsgegevens die in het kader van deze registratie worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (4),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 wordt de douaneautoriteiten opgedragen passende maatregelen te nemen om de invoer in de Unie te registreren van staven betonijzer of -staal die zeer goed tegen metaalmoeheid zijn bestand, gemaakt van ijzer, niet-gelegeerd staal of gelegeerd staal (maar niet van roestvrij staal, sneldraaistaal en siliciummangaanstaal), enkel warm gewalst, ook indien na het walsen getordeerd; de staven zijn voorzien van inkepingen, verdikkingen, ribbels of andere bij het walsen verkregen vervormingen, of zijn na het walsen getordeerd; het vermogen om herhaalde belasting te weerstaan zonder te breken en meer specifiek het vermogen meer dan 4,5 miljoen vermoeiingscycli te weerstaan bij een spanningsverhouding (min/max) van 0,2 en een spanningsbereik van meer dan 150 MPa is de belangrijkste eigenschap van zeer goed tegen metaalmoeheid bestand metaal, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7214 20 00, ex 7228 30 20, ex 7228 30 41, ex 7228 30 49, ex 7228 30 61, ex 7228 30 69, ex 7228 30 70 en ex 7228 30 89 (Taric-codes 7214200010, 7228302010, 7228304110, 7228304910, 7228306110, 7228306910, 7228307010, 7228308910), en van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

2.   Alle belanghebbenden wordt verzocht uiterlijk 20 dagen na de bekendmaking van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken, bewijsmateriaal te verstrekken of te verzoeken te worden gehoord.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  PB C 143 van 30.4.2015, blz. 12.

(3)  PB C 143 van 30.4.2015, blz. 12 (punt 3 van het bericht van inleiding).

(4)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).


Top