Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015D1944

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1944 van de Commissie van 28 oktober 2015 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2012/807/EU tot vaststelling van een specifiek controle- en inspectieprogramma voor de pelagische visserij in de westelijke wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan

OJ L 283, 29.10.2015, p. 13–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2018; stilzwijgende opheffing door 32018D1986

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2015/1944/oj

29.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 283/13


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2015/1944 VAN DE COMMISSIE

van 28 oktober 2015

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2012/807/EU tot vaststelling van een specifiek controle- en inspectieprogramma voor de pelagische visserij in de westelijke wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 95,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsbesluit 2012/807/EU van de Commissie (2) is een specifiek controle- en inspectieprogramma voor de pelagische visserij in de westelijke wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) is een aanlandingsverplichting voor pelagische visserijen vastgesteld teneinde de huidige hoge niveaus op het gebied van ongewenste vangsten te verlagen en de teruggooi geleidelijk tot nul terug te brengen. Nadere bepalingen voor de uitvoering van de aanlandingsverplichting zijn vastgelegd in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1393/2014 van de Commissie (4) tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde pelagische visserijen in de noordwestelijke wateren en in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1394/2014 van de Commissie (5) tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde pelagische visserijen in de zuidwestelijke wateren. De naleving van de aanlandingsverplichting moet worden gecontroleerd en geïnspecteerd. De kleine pelagische soorten als bedoeld in artikel 15, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten bijgevolg worden opgenomen in het specifieke controle- en inspectieprogramma, zodat de betrokken lidstaten op efficiënte en doeltreffende wijze gezamenlijke inspectie- en bewakingsactiviteiten kunnen uitvoeren.

(3)

Makreel en haring zijn trekkende soorten met een ruime verspreiding. Ter harmonisatie van de controle- en inspectieprocedures voor de visserij op makreel en haring in de wateren die grenzen aan de westelijke wateren, is het aangewezen om ICES-sector IVa, als omschreven in Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad (6), in het specifieke controle- en inspectieprogramma op te nemen.

(4)

Om bij de invoering van de aanlandingsverplichting een gelijk speelveld te garanderen, is het wenselijk dat het specifieke controle- en inspectieprogramma tot en met 31 december 2018 gehandhaafd blijft.

(5)

Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad (7), en met name titel III bis daarvan, voorziet in maatregelen om teruggooi te verminderen. Het specifieke controle- en inspectieprogramma moet gericht zijn op de naleving van het verbod op highgrading, de gebiedsbepalingen en het verbod op uitgeleiding.

(6)

Op grond van de Uitvoeringsbesluiten 2013/305/EU (8) en 2013/328/EU (9) van de Commissie tot vaststelling van een specifiek controle- en inspectieprogramma voor respectievelijk de Oostzee en de Noordzee brengen de lidstaten jaarlijks verslag uit bij de Commissie. Ook in het kader van het specifieke controle- en inspectieprogramma voor pelagische visserijen in de westelijke wateren moet met die frequentie verslag worden uitgebracht.

(7)

Tijdens het overleg tussen Noorwegen, de Unie en de Faeröer over het beheer van makreel voor 2015 zijn de ijkpunten voor de inspectie van aanlandingen van haring, makreel en horsmakreel wegens de toepassing van risicobeoordelingen aanzienlijk verlaagd en is het toepassingsgebied van die ijkpunten verruimd tot aanlandingen van blauwe wijting. De streefijkpunten in bijlage II bij Uitvoeringsbesluit 2012/807/EU moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsbesluit 2012/807/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

De titel wordt vervangen door:

„Uitvoeringsbesluit 2012/807/EU van de Commissie van 19 december 2012 tot vaststelling van een specifiek controle- en inspectieprogramma voor de pelagische visserij in de westelijke wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de noordelijke Noordzee”.

2)

Artikel 1 wordt vervangen door:

„Artikel 1

Onderwerp

Bij dit besluit wordt een specifiek controle- en inspectieprogramma vastgesteld voor de bestanden van makreel, haring, horsmakreel, blauwe wijting, evervis, ansjovis, zilvervis, sardine en sprot in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden V, VI, VII, VIII en IX en in de EU-wateren van Cecaf 34.1.11 (hierna de „westelijke wateren” genoemd), alsmede voor makreel en haring in de EU-wateren van ICES-sector IVa (hierna „de noordelijke Noordzee” genoemd).”.

3)

In artikel 2 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   Het specifieke controle- en inspectieprogramma is van toepassing tot en met 31 december 2018.”.

4)

In artikel 3, lid 2, wordt punt b) vervangen door:

„b)

de rapporteringsverplichtingen die voor visserijactiviteiten in de westelijke wateren en de noordelijke Noordzee gelden, met name de betrouwbaarheid van de geregistreerde en gerapporteerde gegevens;”.

5)

In artikel 3, lid 2, wordt punt c) vervangen door:

„c)

de verplichting tot het aanlanden van alle vangsten van soorten die vallen onder de aanlandingsverplichting op grond van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (10), alsook de in titel III bis van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad (11) vervatte maatregelen om teruggooi te verminderen;

(10)  Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22)."

(11)  Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1);”."

6)

Aan artikel 12 wordt het volgende lid toegevoegd:

„3.   Met ingang van 2016 wordt de in lid 1 bedoelde informatie jaarlijks uiterlijk op 31 januari na elk kalenderjaar door de lidstaten meegedeeld.”.

7)

Bijlage II wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 28 oktober 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsbesluit 2012/807/EU van de Commissie van 19 december 2012 tot vaststelling van een specifiek controle- en inspectieprogramma voor de pelagische visserij in de westelijke wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (PB L 350 van 20.12.2012, blz. 99).

(3)  Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1393/2014 van de Commissie van 20 oktober 2014 tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde pelagische visserijen in de noordwestelijke wateren (PB L 370 van 30.12.2014, blz. 25).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1394/2014 van de Commissie van 20 oktober 2014 tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde pelagische visserijen in de zuidwestelijke wateren (PB L 370 van 30.12.2014, blz. 31).

(6)  Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70).

(7)  Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1).

(8)  Uitvoeringsbesluit 2013/305/EU van de Commissie van 21 juni 2013 tot vaststelling van een specifiek controle- en inspectieprogramma voor de visserijtakken die kabeljauw-, haring-, zalm- en sprotbestanden exploiteren in de Oostzee (PB L 170 van 22.6.2013, blz. 66).

(9)  Uitvoeringsbesluit 2013/328/EU van de Commissie van 25 juni 2013 tot vaststelling van een specifiek controle- en inspectieprogramma voor de visserijtakken die kabeljauw-, schol- en tongbestanden exploiteren in het Kattegat, de Noordzee, het Skagerrak, het oostelijke deel van het Kanaal, de wateren ten westen van Schotland en de Ierse Zee (PB L 175 van 27.6.2013, blz. 61).


BIJLAGE

Bijlage II bij Uitvoeringsbesluit 2012/807/EU wordt vervangen door:

„BIJLAGE II

STREEFIJKPUNTEN

1.   Omvang van de inspecties op zee (waaronder, indien van toepassing, bewaking vanuit de lucht)

Op jaarbasis gelden de volgende streefijkpunten (1) voor de inspecties op zee van vissersvaartuigen die in het gebied op haring, makreel, horsmakreel, ansjovis of blauwe wijting vissen, voor zover die inspecties op zee relevant zijn voor de betrokken stap in de visserijketen en deel uitmaken van de strategie voor risicobeheer.

IJkpunten per jaar (2)

Overeenkomstig artikel 5, lid 2, geraamd risiconiveau voor de vissersvaartuigen

hoog

zeer hoog

Visserijtak nr. 1

Haring, makreel en horsmakreel

Inspectie op zee van ten minste 5 % van de visreizen die worden gemaakt door vissersvaartuigen met een hoog risiconiveau die op de betrokken vissoorten vissen

Inspectie op zee van ten minste 7,5 % van de visreizen die worden gemaakt door vissersvaartuigen met een zeer hoog risiconiveau die op de betrokken vissoorten vissen

Visserijtak nr. 2

Ansjovis

Inspectie op zee van ten minste 2,5 % van de visreizen die worden gemaakt door vissersvaartuigen met een hoog risiconiveau die op de betrokken vissoort vissen

Inspectie op zee van ten minste 5 % van de visreizen die worden gemaakt door vissersvaartuigen met een zeer hoog risiconiveau die op de betrokken vissoort vissen

Visserijtak nr. 3

Blauwe wijting

Inspectie op zee van ten minste 5 % van de visreizen die worden gemaakt door vissersvaartuigen met een hoog risiconiveau die op de betrokken vissoort vissen

Inspectie op zee van ten minste 7,5 % van de visreizen die worden gemaakt door vissersvaartuigen met een zeer hoog risiconiveau die op de betrokken vissoort vissen

2.   Omvang van de inspecties aan land (waaronder controles op basis van documenten en inspecties in havens of bij de eerste verkoop)

Op jaarbasis gelden de volgende streefijkpunten (3) voor de inspecties aan land (waaronder controles op basis van documenten en inspecties in havens of bij eerste verkoop) van vissersvaartuigen en andere exploitanten die in het gebied actief zijn in de visserij op haring, makreel, horsmakreel, ansjovis en blauwe wijting, voor zover die inspecties aan land relevant zijn voor de betrokken stap in de visserij- of de afzetketen en deel uitmaken van de strategie voor risicobeheer.

IJkpunten per jaar (4)

Risiconiveau voor de vissersvaartuigen en/of andere exploitanten (eerste koper)

hoog

zeer hoog

Visserijtak nr. 1

Haring, makreel en horsmakreel

Inspectie in de haven van ten minste 7,5 % van de totale hoeveelheden die worden aangeland door vissersvaartuigen met een hoog risiconiveau

Inspectie in de haven van ten minste 7,5 % van de totale hoeveelheden die worden aangeland door vissersvaartuigen met een zeer hoog risiconiveau

Visserijtak nr. 2

Ansjovis

Inspectie in de haven van ten minste 2,5 % van de totale hoeveelheden die worden aangeland door vissersvaartuigen met een hoog risiconiveau

Inspectie in de haven van ten minste 5 % van de totale hoeveelheden die worden aangeland door vissersvaartuigen met een zeer hoog risiconiveau

Visserijtak nr. 3

Blauwe wijting

Inspectie in de haven van ten minste 7,5 % van de totale hoeveelheden die worden aangeland door vissersvaartuigen met een hoog risiconiveau

Inspectie in de haven van ten minste 7,5 % van de totale hoeveelheden die worden aangeland door vissersvaartuigen met een zeer hoog risiconiveau

De inspecties na aanlanding of overlading worden met name gebruikt als aanvullend kruiscontrolemechanisme om de betrouwbaarheid van de geregistreerde en gerapporteerde informatie over vangsten en aanlandingen te controleren.”.


(1)  Voor vaartuigen die per visreis minder dan 24 uur op zee doorbrengen, kunnen, in overeenstemming met de strategie voor risicobeheer, de streefijkpunten met de helft worden verminderd.

(2)  Uitgedrukt in % van de visreizen in het gebied (als wordt gevist met vistuig met maaswijdten waarvoor de vissoort een doelsoort is) die per jaar worden gemaakt door vissersvaartuigen met een hoog of zeer hoog risico.

(3)  Voor vaartuigen die per aanlanding minder dan 10 ton aanlanden, kunnen, in overeenstemming met de strategie voor risicobeheer, de streefijkpunten met de helft worden verminderd.

(4)  Uitgedrukt in % van de hoeveelheden die per jaar worden aangeland door vissersvaartuigen met een hoog of zeer hoog risico.


Top