Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32013R0629

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 629/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 tot vaststelling van aanvullende buitengewone maatregelen inzake het tegen verlaagde overschotheffing op de markt van de Unie brengen van buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose in het verkoopseizoen 2012/2013

OJ L 179, 29.6.2013, p. 55–59 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 03 Volume 072 P. 324 - 328

No longer in force, Date of end of validity: 30/06/2014

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/629/oj

29.6.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/55


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 629/2013 VAN DE COMMISSIE

van 28 juni 2013

tot vaststelling van aanvullende buitengewone maatregelen inzake het tegen verlaagde overschotheffing op de markt van de Unie brengen van buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose in het verkoopseizoen 2012/2013

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 64, lid 2, en artikel 186, in samenhang met artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gedurende het verkoopseizoen voor suiker 2011/2012 bereikte de gemiddelde prijs voor onverpakte witte suiker, af fabriek, in de Unie een niveau van 175 % van de referentieprijs van 404 EUR per ton en bedroeg hij ongeveer 275 EUR per ton meer dan de wereldmarktprijs. De prijs in de Unie heeft zich nu gestabiliseerd op een niveau van ongeveer 700 EUR per ton, het hoogste niveau sinds de hervorming van de marktordening voor suiker, en belemmert de optimale doorstroming van de suikervoorziening op de markt van de Unie. De verwachte stijging van dit reeds hoge prijsniveau aan het begin van het verkoopseizoen 2012/2013 verhoogde het risico op ernstige marktverstoringen, die door de nodige maatregelen moesten worden voorkomen. Op 18 januari, 15 februari en 22 maart 2013 heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 36/2013 (2), (EU) nr. 131/2013 (3) en (EU) nr. 281/2013 (4) buitengewone maatregelen vastgesteld om de marktverstoring tegen te gaan. Deze maatregelen hebben echter niet kunnen verhinderen dat, gezien de genoteerde marktprijzen, aanvullende maatregelen moeten worden genomen om de aanhoudende marktverstoring tegen te gaan.

(2)

Op basis van de verwachtingen voor vraag en aanbod voor 2012/2013 wordt geschat dat de eindvoorraden op de suikermarkt ten minste 0,5 miljoen ton minder zullen bedragen dan in 2011/2012. In dit cijfer is de invoer uit derde landen waarvoor bepaalde preferentiële overeenkomsten gelden, al verrekend.

(3)

Anderzijds wordt op basis van de goede oogstverwachtingen geschat dat er bijna 4 600 000 ton suiker zal worden geproduceerd buiten het in artikel 56 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde quotum. Nadat rekening is gehouden met de te verwachten contractuele verplichtingen van suikerproducenten met betrekking tot bepaalde vormen van industrieel gebruik als bedoeld in artikel 62 van die verordening en met de uitvoerverplichtingen voor 2012/2013 voor buiten het quotum geproduceerde suiker, is dus nog een aanzienlijke hoeveelheid buiten het quotum geproduceerde suiker van ten minste 1 200 000 ton beschikbaar. Een deel van deze suiker zou beschikbaar kunnen worden gesteld om de schaarste op de EU-markt voor suiker die bestemd is voor verwerking in levensmiddelen, te verlichten en buitensporige prijsstijgingen te voorkomen.

(4)

Om de doorstroming op de markt te waarborgen, moet buiten het quotum geproduceerde suiker worden vrijgegeven. Het moet mogelijk zijn een dergelijke maatregel te nemen telkens wanneer dat nodig is gedurende het verkoopseizoen 2012/2013.

(5)

Krachtens de artikelen 186 en 188 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kunnen indien nodig maatregelen worden genomen om marktverstoringen of het risico op verstoringen te verhelpen, in het bijzonder wanneer deze het gevolg zijn van een aanzienlijke stijging van de prijzen in de Unie, op voorwaarde dat deze doelstelling niet kan worden bereikt door middel van andere maatregelen die in het kader van die verordening ter beschikking staan. Gezien de huidige marktomstandigheden is in Verordening (EG) nr. 1234/2007 niet voorzien in andere dan op artikel 186 van die verordening gebaseerde specifieke maatregelen om de hoge suikerprijstendens te beperken en suikervoorziening tegen redelijke prijzen mogelijk te maken.

(6)

Krachtens artikel 64, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt de Commissie ertoe gemachtigd de overschotheffing op suiker en isoglucose die buiten het quotum worden geproduceerd, vast te stellen op een niveau dat hoog genoeg is om de opeenstapeling van overtollige hoeveelheden te voorkomen. Bij artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 967/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad met betrekking tot de productie buiten het quotum in de sector suiker (5) is die heffing vastgesteld op 500 EUR per ton.

(7)

Voor een beperkte hoeveelheid buiten het quotum geproduceerde suiker moet een verlaagde overschotheffing worden vastgesteld op een niveau per ton dat een eerlijke behandeling van de suikerproducenten in de Unie mogelijk maakt, de goede werking van de suikermarkt van de Unie waarborgt en het verschil tussen de suikerprijzen op de markt van de Unie en de wereldmarkt helpt te verminderen zonder risico’s op een opeenstapeling van overschotten op de markt van de Unie met zich mee te brengen.

(8)

Aangezien bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 quota voor zowel suiker als isoglucose zijn vastgesteld, moet voor een passende hoeveelheid buiten het quotum geproduceerde isoglucose een vergelijkbare maatregel gelden, daar dit product tot op zekere hoogte een commerciële suikervervanger is.

(9)

Om de voorziening te verhogen, moeten de producenten van suiker en isoglucose bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten certificaten aanvragen waarmee zij bepaalde buiten het quotum geproduceerde hoeveelheden met een verlaagde overschotheffing kunnen verkopen op de markt van de Unie.

(10)

De verlaagde overschotheffing moet na aanvaarding van de aanvraag en vóór afgifte van het certificaat worden betaald.

(11)

In het belang van een snelle verbetering van de voorzieningssituatie moet de geldigheid van de certificaten in de tijd worden beperkt.

(12)

Door bovengrenzen te stellen aan de hoeveelheden waarvoor iedere producent in een aanvraagperiode een aanvraag kan indienen, en door de certificaten te beperken tot producten uit de eigen productie van de aanvrager, moet speculatie in het kader van de bij de onderhavige verordening ingestelde regeling worden voorkomen.

(13)

Met hun aanvraag moeten suikerproducenten zich ertoe verbinden de minimumprijs te betalen voor de suikerbieten die worden gebruikt om de hoeveelheid suiker te produceren waarvoor zij een aanvraag indienen. De minimumeisen waaraan aanvragen moeten voldoen, moeten worden vastgesteld.

(14)

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten de ontvangen aanvragen aan de Commissie melden. Om die meldingen te vereenvoudigen en te standaardiseren, moeten modellen ter beschikking worden gesteld.

(15)

De Commissie moet ervoor zorgen dat uitsluitend certificaten worden afgegeven binnen de bij de onderhavige verordening gestelde kwantitatieve grenzen. Daarom moet de Commissie zo nodig een toewijzingscoëfficiënt kunnen vaststellen die op de ontvangen aanvragen wordt toegepast.

(16)

De lidstaten moeten onmiddellijk aan de aanvragers melden of de door hen aangevraagde hoeveelheid geheel of gedeeltelijk is toegekend.

(17)

De bevoegde autoriteiten moeten aan de Commissie de hoeveelheden melden waarvoor certificaten met een verlaagde overschotheffing zijn afgegeven. De Commissie moet daartoe modellen ter beschikking stellen.

(18)

Op hoeveelheden op de markt van de Unie gebrachte suiker die groter zijn dan die waarvoor op grond van de onderhavige verordening certificaten zijn afgegeven, moet de in artikel 64, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde overschotheffing worden toegepast. Daarom moet worden bepaald dat aanvragers die niet voldoen aan de verplichting de hoeveelheid op de markt van de Unie te brengen die door het aan hen afgegeven certificaat wordt gedekt, ook een bedrag van 500 EUR per ton moeten betalen. Deze consequente aanpak is erop gericht misbruik van de bij de onderhavige verordening ingestelde regeling te voorkomen.

(19)

Om overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 952/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft het beheer van de interne suikermarkt en het quotastelsel (6) de gemiddelde prijs voor de binnen en buiten het quotum geproduceerde suiker op de markt van de Unie vast te stellen, wordt suiker die door een op grond van de onderhavige verordening afgegeven certificaat wordt gedekt, als quotumsuiker beschouwd.

(20)

Overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder a), van Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (7) zijn de ontvangsten uit de bijdragen en andere heffingen die in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker zijn vastgesteld, eigen middelen. Daarom moet worden bepaald welk tijdstip in de zin van artikel 2, lid 2, en artikel 6, lid 3, onder a), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (8) in aanmerking moet worden genomen voor de vaststelling van de betrokken bedragen.

(21)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Tijdelijke verlaging van de overschotheffing

1.   In afwijking van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 967/2006 wordt de overschotheffing voor een buiten het in bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde quotum geproduceerde en in het verkoopseizoen 2012/2013 op de markt van de Unie gebrachte maximumhoeveelheid van 150 000 ton suiker uitgedrukt in wittesuikerequivalent, en 8 000 ton isoglucose, uitgedrukt in droge stof, vastgesteld op 148 EUR per ton.

2.   De in lid 1 bedoelde verlaagde overschotheffing wordt betaald nadat de in artikel 2 bedoelde aanvraag is aanvaard en voordat het in artikel 6 bedoelde certificaat wordt afgegeven.

Artikel 2

Certificaataanvragen

1.   Om van de in artikel 1 bedoelde voorwaarden gebruik te kunnen maken, vragen producenten van suiker en isoglucose een certificaat aan.

2.   Aanvragers zijn uitsluitend bietsuiker-, rietsuiker- of isoglucoseproducerende ondernemingen die overeenkomstig artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 zijn erkend en waaraan een productiequotum voor het verkoopseizoen 2012/2013 is toegewezen overeenkomstig artikel 56 van die verordening.

3.   Iedere aanvrager mag per aanvraagperiode slechts één aanvraag voor suiker en één voor isoglucose indienen.

4.   Certificaataanvragen worden per fax of per e-mail ingediend bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de onderneming is erkend. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten mogen eisen dat per e-mail toegezonden aanvragen vergezeld gaan van een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad (9).

5.   Aanvragen zijn ontvankelijk indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

de aanvraag bevat:

i)

de naam, het adres en het btw-nummer van de aanvrager, en

ii)

de aangevraagde hoeveelheden suiker en isoglucose, uitgedrukt in ton wittesuikerequivalent respectievelijk droge stof, afgerond op gehele getallen;

b)

de in deze aanvraagperiode aangevraagde hoeveelheden mogen niet meer bedragen dan 50 000 ton suiker, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, en 2 500 ton isoglucose, uitgedrukt in droge stof;

c)

indien de aanvraag betrekking heeft op suiker, verbindt de aanvrager zich ertoe voor de hoeveelheid suiker die wordt gedekt door op grond van artikel 6 van de onderhavige verordening afgegeven certificaten de in artikel 49 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde minimumprijs voor bieten te betalen;

d)

de aanvraag wordt opgesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar de aanvraag wordt ingediend;

e)

de aanvraag bevat een verwijzing naar de onderhavige verordening en de uiterste datum voor indiening van de aanvragen;

f)

de aanvrager mag aan de in de onderhavige verordening vastgestelde voorwaarden geen aanvullende voorwaarden toevoegen.

6.   Een aanvraag die niet overeenkomstig de leden 1 tot en met 5 is ingediend, is niet ontvankelijk.

7.   Een aanvraag mag na de indiening ervan niet worden ingetrokken of gewijzigd, zelfs al wordt de aangevraagde hoeveelheid slechts gedeeltelijk toegekend.

Artikel 3

Indiening van de aanvragen

De periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend, loopt af op 10 juli 2013 om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

Artikel 4

Melding van aanvragen door de lidstaten

1.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten besluiten aan de hand van de in artikel 2 vastgestelde voorwaarden of de aanvragen ontvankelijk zijn. Wanneer de bevoegde autoriteiten besluiten dat een aanvraag niet ontvankelijk is, stellen zij de aanvrager daarvan onverwijld in kennis.

2.   De bevoegde autoriteit meldt de tijdens de voorbije aanvraagperiode ingediende ontvankelijke aanvragen uiterlijk op vrijdag per fax of per e-mail aan de Commissie. In die melding worden de in artikel 2, lid 5, onder a) i), bedoelde gegevens niet opgenomen. lidstaten die geen aanvragen hebben ontvangen maar waaraan in het verkoopseizoen 2012/2013 wel een suiker- of isoglucosequotum is toegewezen, melden binnen dezelfde termijn aan de Commissie dat geen aanvragen zijn ingediend.

3.   De vorm en de inhoud van de meldingen worden vastgesteld op basis van de modellen die de Commissie ter beschikking van de lidstaten stelt.

Artikel 5

Overschreden maxima

Wanneer uit de gegevens die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 2, hebben gemeld, blijkt dat de aangevraagde hoeveelheden de in artikel 1 gestelde maxima overschrijden, doet de Commissie het volgende:

a)

zij stelt een toewijzingscoëfficiënt vast die de lidstaten toepassen op de door elke aangemelde certificaataanvraag gedekte hoeveelheid;

b)

zij wijst nog niet gemelde aanvragen af.

Artikel 6

Afgifte van certificaten

1.   Onverminderd artikel 5 geeft de bevoegde autoriteit op de tiende werkdag na de week waarin de aanvraagperiode ten einde liep, certificaten af voor de aanvragen die overeenkomstig artikel 4, lid 2, aan de Commissie zijn gemeld.

2.   De lidstaten melden elke maandag aan de Commissie voor welke hoeveelheden suiker en/of isoglucose zij de voorbije week certificaten hebben afgegeven.

3.   In de bijlage is een model van het certificaat opgenomen.

Artikel 7

Geldigheid van de certificaten

De certificaten zijn geldig tot het einde van de tweede maand die volgt op de maand van afgifte.

Artikel 8

Overdraagbaarheid van de certificaten

Noch de rechten, noch de verplichtingen die voortvloeien uit de certificaten, zijn overdraagbaar.

Artikel 9

Prijsnotering

Voor de toepassing van artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 952/2006 wordt de hoeveelheid verkochte suiker die door een op grond van de onderhavige verordening afgegeven certificaat wordt gedekt, beschouwd als quotumsuiker.

Artikel 10

Controle

1.   Aanvragers voegen aan hun in artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 952/2006 bedoelde maandelijkse meldingen de hoeveelheden toe waarvoor zij certificaten hebben ontvangen overeenkomstig artikel 6 van de onderhavige verordening.

2.   Vóór 31 oktober 2013 leveren de houders van op grond van de onderhavige verordening afgegeven certificaten ten aanzien van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat het bewijs dat alle door deze certificaten gedekte hoeveelheden op de markt van de Unie zijn gebracht. Voor door een certificaat gedekte, maar om andere redenen dan overmacht niet op de markt van de Unie gebrachte hoeveelheden wordt een bedrag van 352 EUR per ton betaald.

3.   De lidstaten delen de Commissie mee welke hoeveelheden niet op markt van de Unie zijn gebracht.

4.   De lidstaten berekenen het verschil tussen de totale door elke producent buiten het quotum geproduceerde hoeveelheid suiker en isoglucose en de hoeveelheden die door de producenten zijn afgezet overeenkomstig artikel 4, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 967/2006 en stellen de Commissie van dat verschil in kennis. Indien de overblijvende hoeveelheden buiten het quotum geproduceerde suiker of isoglucose van een producent lager zijn dan de hoeveelheden waarvoor op grond van de onderhavige verordening voor die producent certificaten zijn afgegeven, betaalt de producent een bedrag van 500 EUR per ton over dat verschil.

5.   De in de leden 3 en 4 bedoelde meldingen worden uiterlijk op 30 juni 2014 gedaan.

Artikel 11

Datum van vaststelling

Voor de toepassing van artikel 2, lid 2, en artikel 6, lid 3, onder a), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 geldt de datum waarop de aanvrager de overschotheffing overeenkomstig artikel 1, lid 2, van de onderhavige verordening betaalt, als de datum van vaststelling van het recht van de Unie.

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij verstrijkt op 30 juni 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 juni 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 16 van 19.1.2013, blz. 7.

(3)  PB L 45 van 16.2.2013, blz. 1.

(4)  PB L 84 van 23.3.2013, blz. 19.

(5)  PB L 176 van 30.6.2006, blz. 22.

(6)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 39.

(7)  PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.

(8)  PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1.

(9)  PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12.


BIJLAGE

Model van het certificaat zoals bedoeld in artikel 6, lid 3

Image


Top