Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 22013D0330

2013/330/EU: Besluit nr. 1/2013 van het Gemengd Comité EU-Zwitserland van 6 juni 2013 tot wijziging van de bijlagen I en II bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de vereenvoudiging van de controles en formaliteiten bij het goederenvervoer en inzake douaneveiligheidsmaatregelen

OJ L 175, 27.6.2013, p. 73–75 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2013/330/oj

27.6.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/73


BESLUIT Nr. 1/2013 VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-ZWITSERLAND

van 6 juni 2013

tot wijziging van de bijlagen I en II bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de vereenvoudiging van de controles en formaliteiten bij het goederenvervoer en inzake douaneveiligheidsmaatregelen

(2013/330/EU)

HET GEMENGD COMITÉ,

Gezien de Overeenkomst van 25 juni 2009 tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de vereenvoudiging van de controles en formaliteiten bij het goederenvervoer en inzake douaneveiligheidsmaatregelen (1) (hierna „de overeenkomst” genoemd), en met name artikel 21, lid 2;

Overwegende hetgeen volgt:

Met het sluiten van de overeenkomst hebben de overeenkomstsluitende partijen zich ertoe verbonden op hun respectieve grondgebied een gelijkwaardig veiligheidsniveau te handhaven door middel van douanemaatregelen die gebaseerd zijn op de geldende wetgeving in de Europese Unie, met name de relevante bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (2) en Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (3) houdende vaststelling van enkele bepalingen van bovengenoemd communautair douanewetboek.

Sinds de sluiting van de overeenkomst zijn wijzigingen aangaande de douaneveiligheidsmaatregelen op bovengenoemde wetgeving ingevoerd, met name bij de Verordeningen (EU) nr. 312/2009 (4), (EU) nr. 169/2010 (5) en (EU) nr. 430/2010 (6) van de Commissie;

De wijzigingen in de wetgeving van de Europese Unie die relevant zijn voor het behoud van een gelijkwaardig veiligheidsniveau bij de overeenkomstsluitende partijen, moeten in de overeenkomst worden opgenomen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij de overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1, lid 2, komt als volgt te luiden:

„2.   De summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang bevat de met betrekking tot die aangifte voorgeschreven gegevens als omschreven in bijlage 30 bis bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (7) (hierna „Verordening (EEG) nr. 2454/93” genoemd), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 430/2010 van de Commissie (8). Zij wordt ingevuld overeenkomstig de in die bijlage 30 bis opgenomen aanwijzingen. Zij wordt gewaarmerkt door de persoon die ze indient.

2)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1, punt e), komt als volgt te luiden:

„e)

goederen waarvoor krachtens door de overeenkomstsluitende partijen uitgevaardigde bepalingen een mondelinge douaneaangifte of een douaneaangifte door eenvoudige grensoverschrijding is toegestaan, met uitzondering van roerende goederen en voorwerpen, en van laadborden, containers en middelen voor het vervoer over de weg, per spoor, door de lucht, over zee en de binnenwateren die op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd;”;

b)

lid 1, punt j), komt als volgt te luiden:

„j)

de volgende goederen die het douanegebied van een der overeenkomstsluitende partijen binnenkomen vanaf boor- of productieplatforms of windturbines, dan wel dat douanegebied verlaten en rechtstreeks worden gebracht naar dergelijke platforms of windturbines die door een in het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen gevestigde persoon worden geëxploiteerd:

goederen die bij de bouw, het herstel, het onderhoud of de verbouwing van deze platforms of windturbines daarvan een deel zijn gaan uitmaken;

goederen die voor de uitrusting van deze platforms of windturbines zijn gebruikt; andere voorzieningen die op die platforms of windturbines worden gebruikt of verbruikt, en ongevaarlijke afvalproducten van deze platforms of windturbines;”;

c)

aan lid 1 wordt een nieuw punt l) toegevoegd:

„l)

goederen die vanuit Helgoland, de Republiek San Marino en Vaticaanstad naar een overeenkomstsluitende partij worden verzonden dan wel vanuit een overeenkomstsluitende partij naar genoemde grondgebieden worden verzonden;”;

d)

lid 3 komt als volgt te luiden:

„3.   Een summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang is in de Gemeenschap niet vereist voor de goederen bedoeld in artikel 181 quater, onder i) en j), artikel 592 bis, onder i) en j), alsmede in de in artikel 786, lid 2, en artikel 842 bis, lid 4, onder b) en f), van Verordening (EEG) nr. 2454/93 bedoelde gevallen;”;

e)

lid 4 komt als volgt te luiden:

„4.   Een summiere aangifte bij uitgang is niet vereist:

a)

voor de volgende goederen:

de voor de reparatie van schepen en luchtvaartuigen bestemde losse onderdelen en reserveonderdelen;

de voor het functioneren van schepen of luchtvaartuigen noodzakelijke motorbrandstoffen, smeermiddelen en gassen, en

de voor consumptie of verkoop aan bord bestemde levensmiddelen of andere artikelen;

b)

voor goederen die onder een douanevervoerregeling zijn geplaatst, wanneer de gegevens van de summiere aangifte bij uitgang zijn opgenomen in een elektronische aangifte voor douanevervoer, mits het douanekantoor van bestemming van het douanevervoer ook het douanekantoor van uitgang is;

c)

wanneer de goederen, in een haven of luchthaven, niet gelost worden uit het vervoermiddel waarmee ze het respectieve douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen zijn binnengekomen en waarmee ze dat gebied zullen verlaten;

d)

wanneer de goederen in een vorige haven of luchthaven in het respectieve douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen werden geladen en in het vervoermiddel blijven waarmee ze dat gebied zullen verlaten;

e)

wanneer goederen in tijdelijke opslag of in een vrije zone van controletype I van het vervoermiddel waarmee zij de tijdelijkeopslagfaciliteit of de vrije zone zijn binnengekomen, onder toezicht van hetzelfde douanekantoor worden overgeladen in een schip, luchtvaartuig of trein waarmee zij vanuit die tijdelijkeopslagfaciliteit of vrije zone het respectieve douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen zullen verlaten, mits:

i)

de goederen worden overgeladen binnen 14 kalenderdagen na de aanbrenging voor tijdelijke opslag of in een vrije zone van controletype I; in buitengewone omstandigheden kan de douane deze termijn verlengen om rekening te houden met deze omstandigheden;

ii)

informatie over de goederen ter beschikking van de douaneautoriteiten staat, en

iii)

de bestemming en de geadresseerde van de goederen niet zijn gewijzigd, voor zover bekend bij de vervoerder.”.

Artikel 2

Artikel 6, tweede streepje, in bijlage II bij de overeenkomst komt als volgt te luiden:

„—

de door geautoriseerde marktdeelnemers ingediende summiere aangiften bij binnenkomst of bij uitgang hoeven slechts beperkte vereiste gegevens te bevatten, als omschreven in bijlage 30 bis bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (9), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 430/2010 van de Commissie (10); indien de geautoriseerde marktdeelnemer evenwel een vervoerder, een vrachtmakelaar of een douane-expediteur is, gelden deze beperkte eisen alleen indien hij de betrokken goederen invoert of uitvoert voor rekening van een geautoriseerde marktdeelnemer;

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag na de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 6 juni 2013.

Voor het Gemengd Comité

De voorzitter

Antonis KASTRISSIANAKIS


(1)  PB L 199 van 31.7.2009, blz. 24.

(2)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(3)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(4)  PB L 98 van 17.4.2009, blz. 3.

(5)  PB L 51 van 2.3.2010, blz. 2.

(6)  PB L 125 van 21.5.2010, blz. 10.

(7)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(8)  PB L 125 van 21.5.2010, blz. 10.”.

(9)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(10)  PB L 125 van 21.5.2010, blz. 10.”.


Gemeenschappelijke verklaring

Ad bijlage I, artikel 1, lid 2, van de overeenkomst

Wat betreft de te verstrekken gegevens voor de summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang, komen de overeenkomstsluitende partijen overeen dat

de bepalingen over het EORI-nummer, en

de gegevensvereisten betreffende verzoeken om uitwijking (punt 2.6 van bijlage 30 bis — tabel 6)

als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 312/2009 van de Commissie van 16 april 2009 niet van toepassing zijn op de bij de Zwitserse douaneautoriteiten ingediende aangiften.


Top