EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32013R0246

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 246/2013 van de Commissie van 19 maart 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 185/2010 voor wat betreft beveiligingsonderzoeken van vloeistoffen, spuitbussen en gels in EU-luchthavens Voor de EER relevante tekst

OJ L 77, 20.3.2013, p. 8–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 07 Volume 026 P. 128 - 131

No longer in force, Date of end of validity: 14/11/2015; stilzwijgende opheffing door 32015R1998

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/246/oj

20.3.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 246/2013 VAN DE COMMISSIE

van 19 maart 2013

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 185/2010 voor wat betreft beveiligingsonderzoeken van vloeistoffen, spuitbussen en gels in EU-luchthavens

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (1), en met name artikel 4, lid 2.

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 300/2008 dient de Commissie gedetailleerde maatregelen vast te stellen voor de toepassing van de in bijlage I bij die verordening vastgestelde gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart.

(2)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 272/2009 van de Commissie (2) ter aanvulling van de gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, zoals gewijzigd, moeten methoden worden vastgesteld, inclusief technologieën voor het opsporen van vloeibare explosieven, zodat het mogelijk wordt toestemming te verlenen om vloeistoffen, spuitbussen en gels (LAG’s) mee te nemen in om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones en aan boord van luchtvaartuigen.

(3)

De Commissie kan voorstellen ter herziening doen, met name rekening houdende met de operabiliteit van de apparatuur en het gemak van de passagiers en met het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake de beoordeling van de situatie op het gebied van beveiligingsonderzoeken van vloeistoffen, spuitbussen en gels in EU-luchthavens (3). Zij acht het passend om de verplichting in te voeren om in luchthavens of door luchtvaartmaatschappijen verkochte LAG’s die verpakt zijn in manipulatieaantonende tassen en LAG’s die bestemd zijn om tijdens de reis te worden gebruikt om medische redenen of in het kader van speciale dieetvoorschriften, inclusief babyvoeding, te screenen op vloeibare explosieven.

(4)

De Commissie heeft het vaste voornemen de beperkingen op het meenemen van vloeistoffen, spuitbussen en gels volledig op te heffen. Op basis van de ervaring die vanaf januari 2014 wordt opgedaan met beveiligingsonderzoeken, zal de Commissie de situatie tegen eind 2014 opnieuw beoordelen en, in nauwe samenwerking met alle betrokken partijen, één of meer verdere stappen vaststellen om dit doel te bereiken, indien mogelijk binnen twee jaar na de eerste stap.

(5)

De Commissie moet van nabij de technologische ontwikkelingen met betrekking tot het opsporen van vloeibare explosieven volgen, zodat zij luchthavens in de toekomst eventueel kan toestaan beveiligingsonderzoekssystemen te gebruiken die in staat zijn efficiënt meerdere bedreigingen (zoals vaste en vloeibare explosieven) tegelijk op te sporen en om de uitpakprocedures te vereenvoudigen.

(6)

Verordening (EU) nr. 185/2010 van de Commissie van 4 maart 2010 houdende vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (4) moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de beveiliging van de burgerluchtvaart,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 185/2010 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Uiterlijk op 30 juni 2013 stellen de luchthavens of de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het beveiligingsonderzoek de bevoegde autoriteiten in kennis van de stand van de tenuitvoerlegging van de regels inzake de uitrol en het gebruik van apparatuur voor beveiligingsonderzoeken van vloeistoffen. Uiterlijk op 1 september 2013 brengen de lidstaten daarover verslag uit aan de Commissie.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Punt 2 van de bijlage is van toepassing met ingang van 31 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 maart 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 97 van 9.4.2008, blz. 72.

(2)  PB L 91 van 3.4.2009, blz. 7.

(3)  COM(2012) 404 van 18.7.2012, niet bekendgemaakt.

(4)  PB L 55 van 5.3.2010, blz. 1.


BIJLAGE

1.

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 185/2010 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in hoofdstuk 4 wordt het volgende punt c) toegevoegd aan punt 4.0.4:

„c)

systemen voor het opsporen van vloeibare explosieven (LEDS) zijn apparatuur die in staat is risicomaterialen op te sporen die beantwoorden aan de bepalingen van punt 12.7 van de bijlage bij Besluit C(2010) 774 van de Commissie.”;

b)

in hoofdstuk 4 wordt punt 4.1.3.4, onder g), vervangen door:

„g)

zijn verkregen in een luchthaven in een derde land dat in aanhangsel 4-D is vermeld, op voorwaarde dat ze zijn verpakt in een verzegelde manipulatieaantonende tas waarin duidelijk is aangegeven dat de inhoud tijdens de voorbije 36 uur aan de luchtzijde van die luchthaven is gekocht. Uiterlijk tot 30 januari 2014 mag gebruik worden gemaakt van de uitzonderingen waarin dit punt voorziet.”;

c)

in hoofdstuk 4 worden de punten 4.1.3.1 en 4.1.3.2 geschrapt;

d)

in hoofdstuk 12 wordt punt 12.7.1.1 vervangen door:

„12.7.1.1.

De LEDS-apparatuur moet gespecificeerde en hogere individuele hoeveelheden van risicomaterialen in LAG’s kunnen opsporen en melden door middel van een alarmsignaal.”;

e)

in hoofdstuk 12 wordt punt 12.7.2 vervangen door:

„12.7.2.   Normen voor apparatuur voor het opsporen van vloeibare explosieven (LEDS)

12.7.2.1.

Er zijn drie normen voor LEDS-apparatuur. Gedetailleerde eisen met betrekking tot deze normen zijn vastgesteld in een afzonderlijk besluit van de Commissie.

12.7.2.2.

Alle LEDS-apparatuur moet voldoen aan norm 1.

LEDS-apparatuur die aan norm 1 beantwoordt, mag tot uiterlijk 30 januari 2016 worden gebruikt.

12.7.2.3.

Norm 2 is van toepassing op alle LEDS-apparatuur die is geïnstalleerd vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Met ingang van 31 januari 2016 moet alle LEDS-apparatuur aan norm 2 voldoen.”.

2.

Met ingang van 31 januari 2014 wordt de bijlage bij Verordening (EU) nr. 185/2010 als volgt gewijzigd:

a)

in hoofdstuk 4 wordt punt 4.1.2.2 vervangen door:

„4.1.2.2.

Bij binnenkomst in de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone voeren de bevoegde autoriteiten op alle luchthavens een beveiligingsonderzoek uit van minstens de in een luchthaven of aan boord van een luchtvaartuig verkregen LAG’s die zijn verpakt in een verzegelde manipulatieaantonende tas, waarin een bewijs van aankoop aan de luchtzijde van een luchthaven of aan boord van een luchtvaartuig zichtbaar is, alsook van de LAG’s die bestemd zijn om tijdens de reis te worden gebruikt om medische redenen of met het oog op een speciaal dieet, inclusief babyvoeding.

Vóór het beveiligingsonderzoek worden LAG’s uit de handbagage verwijderd en afzonderlijk aan een beveiligingsonderzoek onderworpen, tenzij de apparatuur die gebruikt wordt voor beveiligingsonderzoeken van handbagage ook in staat is om meerdere gesloten verpakkingen van LAG’s die zich in bagage bevinden, te onderzoeken.

Als LAG’s uit de handbagage zijn verwijderd, presenteert de passagier:

a)

alle LAG’s in individuele containers met een capaciteit van hoogstens 100 ml of gelijkwaardig, in één transparante hersluitbare plastic zak met een inhoud van hoogstens één liter, waarbij de inhoud gemakkelijk in de zak past en de zak volledig gesloten is, en

b)

alle andere LAG’s, inclusief manipulatieaantonende tassen die LAG’s bevatten.

De bevoegde autoriteiten, luchtvaartmaatschappijen en luchthavens verstrekken de passagiers passende informatie over het beveiligingsonderzoek van LAG’s in hun luchthaven.”;

b)

punt 4.1.3 van hoofdstuk 4 wordt vervangen door:

„4.1.3.   Beveiligingsonderzoeken van vloeistoffen, spuitbussen en gels (LAG’s)

4.1.3.1.

LAG’s die door passagiers worden meegenomen, mogen bij binnenkomst in een om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone worden vrijgesteld van een beveiligingsonderzoek met LEDS-apparatuur voor zover:

a)

de LAG’s verpakt zijn in individuele containers met een capaciteit van hoogstens 100 ml of gelijkwaardig, in één transparante hersluitbare plastic zak met een inhoud van hoogstens één liter, waarbij de inhoud gemakkelijk in de zak past en de zak volledig gesloten is, of

b)

de LAG’s bij aankoop aan de luchtzijde van de luchthaven zijn verzegeld in een daartoe bestemde manipulatieaantonende tas;

c)

de LAG’s die zich in een manipulatieaantonende tas bevinden afkomstig zijn van een andere EU-luchthaven of een luchtvaartuig van een EU-luchtvaartmaatschappij en opnieuw zijn verzegeld in een daartoe bestemde manipulatieaantonende tas alvorens de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone van de luchthaven te verlaten;

d)

de LAG’s lokaal, aan de luchtzijde, met LEDS-apparatuur aan een beveiligingsonderzoek worden onderworpen en worden verzegeld in een daartoe bestemde manipulatieaantonende tas.

De onder c) en d) vermelde uitzonderingen verstrijken op 31 december 2015.

4.1.3.2.

De in punt 4.1.3.1, onder b), c) en d), vermelde manipulatieaantonende tassen moeten

a)

duidelijk identificeerbaar zijn als manipulatieaantonende tassen van die luchthaven;

b)

aan de binnenzijde een bewijs bevatten waarop is aangegeven dat de inhoud in die luchthaven is gekocht of dat de tas in die luchthaven opnieuw is verzegeld tijdens de voorafgaande drie uren;

c)

worden onderworpen aan de aanvullende bepalingen die in een afzonderlijk besluit van de Commissie worden vastgesteld.

4.1.3.3.

Voor het beveiligingsonderzoek van LAGs gelden eveneens de aanvullende bepalingen die in een afzonderlijk besluit van de Commissie worden vastgesteld.”;

c)

aanhangsel 4-D wordt geschrapt.


Top