EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32012D0505

2012/505/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 17 september 2012 betreffende de erkenning van Egypte overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 6297)

OJ L 252, 19.9.2012, p. 57–57 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 16 Volume 004 P. 3 - 3

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2012/505/oj

19.9.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 252/57


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 17 september 2012

betreffende de erkenning van Egypte overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 6297)

(2012/505/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (1), en met name artikel 19, lid 3, eerste alinea,

Gezien de verzoeken van Cyprus van 13 mei 2005, het Verenigd Koninkrijk van 25 september 2006 en de Helleense Republiek van 26 oktober 2006,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van Richtlijn 2008/106/EG kunnen lidstaten besluiten door derde landen afgegeven passende vaarbevoegdheidsbewijzen te erkennen wanneer de betrokken landen door de Commissie zijn erkend. De betrokken derde landen dienen te voldoen aan alle vereisten van het Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978 (het STCW-Verdrag) (2), als herzien in 1995.

(2)

De verzoeken tot erkenning van Egypte zijn per brief van 13 mei 2005 door Cyprus, van 25 september 2006 door het Verenigd Koninkrijk en van 26 oktober 2006 door de Helleense Republiek ingediend. Ingevolge deze verzoeken heeft de Commissie de opleidings- en diplomeringssystemen voor zeevarenden in Egypte onderzocht om na te gaan of dit land voldoet aan de eisen van het STCW-Verdrag en of gepaste maatregelen zijn getroffen om fraude met diploma’s te voorkomen. Deze beoordeling is gebaseerd op de resultaten van een inspectie door deskundigen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid in december 2006. Tijdens die inspectie zijn een aantal tekortkomingen van de opleidings- en diplomeringssystemen aan het licht gekomen.

(3)

De Commissie heeft de lidstaten een verslag bezorgd met de resultaten van haar beoordeling.

(4)

Bij brieven van 16 februari 2009, 21 september 2010 en 20 december 2011 heeft de Commissie Egypte gevraagd aan te tonen dat de geconstateerde tekortkomingen waren weggewerkt.

(5)

Bij brieven van 12 november 2009, 25 november 2010 en 28 februari 2012 heeft Egypte de gevraagde informatie en het bewijsmateriaal verstrekt betreffende de tenuitvoerlegging van gepaste en voldoende corrigerende maatregelen om de tijdens de beoordeling geconstateerde tekortkomingen weg te werken.

(6)

Het resultaat van de beoordeling van de naleving en de evaluatie van de door de Egyptische autoriteiten verstrekte informatie tonen aan dat Egypte aan de eisen van het STCW-Verdrag voldoet en dat het land passende maatregelen heeft getroffen om fraude met diploma’s te verhinderen.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 19 van Richtlijn 2008/106/EG wordt Egypte erkend wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 17 september 2012.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 323 van 3.12.2008, blz. 33.

(2)  Aangenomen door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).


Top