Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011D0822

2011/822/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 7 december 2011 betreffende de erkenning van Bangladesh overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 8999) Voor de EER relevante tekst

OJ L 327, 9.12.2011, p. 68–69 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 16 Volume 003 P. 227 - 228

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2011/822/oj

9.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 327/68


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 7 december 2011

betreffende de erkenning van Bangladesh overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 8999)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/822/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (1), en met name artikel 19, lid 3, eerste alinea,

Gezien het verzoek van Cyprus van 26 juli 2007, van Italië van 24 december 2007 en van België van 25 juni 2008,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van Richtlijn 2008/106/EG kunnen lidstaten besluiten door derde landen afgegeven passende vaarbevoegdheidsbewijzen te erkennen wanneer de betrokken landen door de Commissie zijn erkend. De betrokken derde landen dienen te voldoen aan alle vereisten van het Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978 (het STCW-Verdrag) (2), als herzien in 1995.

(2)

Bij brieven van achtereenvolgens 26 juli 2007 (Cyprus), 24 december 2007 (Italië) en 25 juni 2008 (België), hebben deze landen gevraagd Bangladesh te erkennen. Ingevolge deze verzoeken heeft de Commissie de opleidings- en diplomeringssystemen voor zeevarenden in Bangladesh onderzocht om na te gaan of dit land voldoet aan de vereisten van het STCW-Verdrag en of gepaste maatregelen zijn getroffen om fraude met bewijzen te voorkomen. Deze beoordeling is gebaseerd op de resultaten van een inspectie door deskundigen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid in februari 2008. Tijdens die inspectie zijn een aantal tekortkomingen van de opleidings- en diplomeringssystemen aan het licht gekomen.

(3)

De Commissie heeft de lidstaten een verslag bezorgd met de resultaten van haar beoordeling.

(4)

Bij brieven van 26 maart 2009, 9 december 2009 en 28 september 2010 heeft de Commissie Bangladesh gevraagd aan te tonen dat de geconstateerde tekortkomingen waren weggewerkt.

(5)

Bij brieven van 29 maart 2009, 21 mei 2009, 12 juli 2009, 4 januari 2010, 27 februari 2011 en 14 maart 2011, heeft Bangladesh de gevraagde informatie en het bewijsmateriaal verstrekt betreffende de tenuitvoerlegging van gepaste en voldoende corrigerende maatregelen om alle tijdens de beoordeling geconstateerde tekortkomingen weg te werken.

(6)

De resterende tekortkomingen hebben enerzijds betrekking op het ontbreken van bepaald opleidingsmateriaal in een van de maritieme onderwijs- en opleidingsinstituten van Bangladesh en anderzijds het tekort aan opleiding voor voorbereidende cursussen met betrekking tot sectie A-II/1 van de STCW-code. Bangladesh werd daarom verzocht hieromtrent verdere corrigerende maatregelen te nemen. Deze tekortkomingen rechtvaardigen echter niet dat het algemene niveau van naleving van de voorschriften van het STCW-Verdrag inzake de opleiding en diplomering van zeevarenden door Bangladesh in twijfel wordt getrokken.

(7)

Het resultaat van de beoordeling van de naleving en de evaluatie van de door de autoriteiten van Bangladesh verstrekte informatie tonen aan dat Bangladesh alle desbetreffende eisen van het STCW-Verdrag naleeft en passende maatregelen heeft getroffen om fraude met bewijzen te verhinderen.

(8)

De in dit uitvoeringsbesluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 19 van Richtlijn 2008/106/EG wordt Bangladesh erkend wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 7 december 2011.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 323 van 3.12.2008, blz. 33.

(2)  Aangenomen door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).


Top