EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011D0121

2011/121/EU: Besluit van de Commissie van 21 februari 2011 inzake de vaststelling van EU-wijde prestatiedoelen en waarschuwingsdrempels voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten voor de periode 2012-2014 Voor de EER relevante tekst

OJ L 48, 23.2.2011, p. 16–18 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 07 Volume 020 P. 199 - 201

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2011/121(2)/oj

23.2.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 48/16


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 21 februari 2011

inzake de vaststelling van EU-wijde prestatiedoelen en waarschuwingsdrempels voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten voor de periode 2012-2014

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/121/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim (de kaderverordening) (1), en met name artikel 11, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie van 29 juli 2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten (2) moet de Commissie EU-wijde prestatiedoelen vaststellen.

(2)

De Commissie heeft op 27 mei 2010 overleg georganiseerd over de aanpak en de processen voor het vaststellen van EU-wijde prestatiedoelen; alle in artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 549/2004 vermelde belanghebbende partijen zijn bij dat overleg betrokken.

(3)

Overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) 691/2010 heeft de Commissie op 29 juli 2010 een prestatiebeoordelingsorgaan aangewezen om haar bij te staan bij de tenuitvoerlegging van de prestatieregeling.

(4)

Het prestatiebeoordelingsorgaan heeft in samenwerking met de EASA EU-wijde prestatiedoelen voorgesteld; op 2 augustus 2010 zijn de belanghebbenden over deze voorstellen geraadpleegd, zoals vereist bij artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 691/2010.

(5)

Het EASA is nagegaan of de door het prestatiebeoordelingsorgaan voorgestelde EU-wijde prestatiedoelen voor milieu, capaciteit en kostenefficiëntie sporen met de prioritaire veiligheidsdoelstellingen.

(6)

Op 27 september 2010 heeft het prestatiebeoordelingsorgaan aanbevelingen aan de Commissie verstrekt voor EU-wijde prestatiedoelen voor de periode 2012-2014 in een verslag waarin elke aanbeveling wordt gemotiveerd en wordt toegelicht welke uitgangspunten en beweegredenen ten grondslag liggen aan de geformuleerde doelstellingen; in de bijlage ervan is een raadplegingsdocument opgenomen waarin het raadplegingsproces is samengevat alsmede een „comments response document” waarin is uiteengezet hoe bij de voorbereiding van de aanbevelingen aan de Commissie rekening is gehouden met de opmerkingen.

(7)

De EU-wijde prestatiedoelen zijn gebaseerd op de informatie waarover de Commissie en het prestatiebeoordelingsorgaan op 24 november 2010 beschikten. Volgens de ramingen die de lidstaten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie (3) aan de Commissie en Eurocontrol hebben verstrekt, zal het gemiddelde EU-wijde eenheidstarief voor en-routenavigatiediensten 58,38 EUR bedragen in 2012, 56,95 EUR in 2013 en 55,91 EUR in 2014 (uitgedrukt in reële termen, EUR 2009). De laatste geplande kosten van Eurocontrol, inclusief een eenmalige korting op het en-routetarief voor de lidstaten van 0,69 EUR in 2011, zijn meegerekend in deze cijfers. Rekening houdende met het verslag van het prestatiebeoordelingsorgaan en de efficiëntieverbeteringen die mogen worden verwacht van de geleidelijke en gecoördineerde tenuitvoerlegging van alle elementen van het tweede pakket van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, is de Commissie van mening dat de EU-wijde doelstelling inzake kostenefficiëntie op een lager niveau kan worden vastgesteld dan in de laatste geconsolideerde plannen van de lidstaten.

(8)

Het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeheer, een document dat voortdurend wordt bijgewerkt en dat het gemeenschappelijk overeengekomen stappenplan vormt voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van SESAR, is op 30 maart 2009 door de Raad bekrachtigd (4). Het bevat de politieke visie en doelstellingen op hoog niveau van de Commissie voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim, en de technische pijler daarvan, op prestatiekerngebieden als veiligheid, milieu, capaciteit en kostenefficiëntie; de vaststelling van EU-wijde prestatiedoelen maakt deel uit van het proces om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(9)

Tijdens de eerste referentieperiode voor de prestatieregeling beoordeelt en valideert de Commissie, bijgestaan door het EASA, de prestatiekernindicatoren op het gebied van veiligheid, teneinde te garanderen dat veiligheidsrisico’s adequaat worden geïdentificeerd, beperkt en beheerst. De lidstaten moeten deze prestatiekernindicatoren monitoren en publiceren en kunnen overeenkomstige doelstellingen vaststellen.

(10)

Overeenkomstig overweging 18, artikelen 10 en 13, bijlage II, punt 1.2, en bijlage III, punt 1, van Verordening (EU) nr. 691/2010, hoeven de nationale prestatiedoelen of die van het functioneel luchtruimblok niet noodzakelijk gelijk te zijn aan de EU-wijde prestatiedoelen. Ze moeten wel samenhangend zijn met deze EU-wijde prestatiedoelen. Deze samenhang moet tot uiting komen in de nationale prestatieplannen of de prestatieplannen van het functioneel luchtruimblok.

(11)

De Commissie moet de nationale prestatieplannen en doelen of de prestatieplannen en doelen van het functioneel luchtruimblok algemeen beoordelen, waarbij elk doel op evenwichtige wijze wordt afgewogen tegen de andere en gerechtvaardige wisselwerking tussen verschillende prestatiegebieden in overweging wordt genomen, gelet op de prioritaire veiligheidsdoelstellingen. Zij moet rekening houden met de lokale context, met name voor landen met lage eenheidstarieven of landen die onder het „Europese steunmechanisme’ vallen, zoals reeds genomen kostenbeheersingsmaatregelen, geplande kosten om voor specifieke programma’s prestatieverbeteringen te verwezenlijken op bepaalde gebieden, en specifieke kenmerken, inclusief verwezenlijkingen en mislukkingen. Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 691/2010 moet de Commissie voldoende rekening houden met de eventuele evolutie van de context tussen de datum waarop de EU-wijde doelen zijn vastgesteld en de datum van de beoordeling. Bij de beoordeling moet ook rekening worden gehouden met de vooruitgang die de lidstaten sinds de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het Europees Parlement en de Raad (5) al hebben geboekt op diverse prestatiekerngebieden, en met name wat kostenefficiëntie betreft.

(12)

Overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1794/2006 moeten de lidstaten toestemming krijgen om de winsten of verliezen die zij tot en met het jaar 2011 hebben geboekt, over te dragen.

(13)

De maatregelen in dit besluit zijn in overeenstemming met het advies van het Single Sky Comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

EU-wijde prestatiedoelen

Voor de referentieperiode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 gelden de volgende EU-wijde prestatiedoelen:

a)   Milieu: een verbetering met 0,75 procentpunt van de gemiddelde horizontale en-routevluchtefficiëntie-indicator in 2014 in vergelijking met de situatie in 2009.

b)   Capaciteit: een verbetering van de gemiddelde en-routevertraging bij het beheer van de verkeersstromen, zodat de vertraging in 2014 nog maximum 0,5 minuut per vlucht bedraagt.

c)   Kostenefficiëntie: een daling van het gemiddelde eenheidstarief dat voor de Europese Unie is vastgesteld voor en-routeluchtnavigatiediensten van 59,97 EUR in 2011, over 57,88 EUR in 2012, 55,87 EUR in 2013 tot 53,92 EUR in 2014 (uitgedrukt in reële termen, EUR 2009).

Artikel 2

Waarschuwingsdrempels

1)   Voor alle prestatiekernindicatoren die van toepassing zijn op de prestatiereferentieperiode wordt het in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 691/2010 vermelde waarschuwingsmechanisme geactiveerd wanneer, over een kalenderjaar, het door het prestatiebeoordelingsorgaan geregistreerde werkelijke verkeer minstens 10 % afwijkt van de in artikel 3 vermelde verkeersramingen (de waarschuwingdrempel).

2)   Voor de kostenefficiëntie-indicator wordt het in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 691/2010 vermelde waarschuwingsmechanisme geactiveerd wanneer, over een kalenderjaar, de door het prestatiebeoordelingsorgaan geregistreerde werkelijke kosten op EU-niveau minstens 10 % afwijken van de in artikel 3 vermelde bepaalde kosten (de waarschuwingsdrempel).

Artikel 3

Uitgangspunten

De artikelen 1 en 2 van dit besluit zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

1)

Verkeersramingen op het niveau van de hele Europese Unie, uitgedrukt in en-routediensteenheden: 108 776 000 in 2012, 111 605 000 in 2013 en 114 610 000 in 2014.

2)

Raming van de bepaalde kosten op het niveau van de hele Europese Unie (uitgedrukt in reële termen, EUR 2009): 6 296 000 000 in 2012, 623 400 000 in 2013 en 6 179 000 000 in 2014.

Artikel 4

Herziening van de EU-wijde doelen

Overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 691/2010 kan de Commissie beslissen de in artikel 1 uiteengezette EU-wijde doelen te herzien wanneer zij, vóór het begin van de referentieperiode, substantiële bewijzen heeft dat de initiële gegevens, veronderstellingen en/of redeneringen waarvan is uitgegaan bij het vaststellen van de initiële EU-wijde doelen niet langer geldig zijn.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Nationale prestatieplannen of prestatieplannen voor functionele luchtruimblokken die na 1 januari 2012 zijn vastgesteld, zijn retroactief van toepassing vanaf de eerste dag van de referentieperiode.

Gedaan te Brussel, 21 februari 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1.

(2)  PB L 201 van 3.8.2010, blz. 1.

(3)  PB L 341 van 7.12.2006, blz. 3.

(4)  Besluit 2009/320/EG van de Raad (PB L 95 van 9.4.2009, blz. 41).

(5)  PB L 300 van 14.11.2009, blz. 34.


Top