Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R0219

Verordening (EG) nr. 219/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft — Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing — Deel twee

OJ L 87, 31.3.2009, p. 109–154 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 01 Volume 004 P. 212 - 257

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/219/oj

31.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 87/109


VERORDENING (EG) Nr. 219/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 maart 2009

tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft

Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing — Deel twee

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37, artikel 44, lid 1, artikel 71, artikel 80, lid 2, artikel 95, artikel 152, lid 4, onder b), artikel 175, lid 1, en de artikelen 179 en 285,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (2),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (4) is gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (5), waardoor de regelgevingsprocedure met toetsing is ingevoerd voor de aanneming van maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen basisbesluit, onder meer door sommige van deze niet-essentiële onderdelen te schrappen of door het basisbesluit aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen.

(2)

Overeenkomstig de verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (6) betreffende Besluit 2006/512/EG, vergt de toepassing van de regelgevingsprocedure met toetsing op reeds geldende, volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen besluiten, dat deze besluiten volgens de geldende procedures worden aangepast.

(3)

Daar de wijzigingen die daartoe moeten worden aangebracht aan de besluiten technisch van aard zijn en alleen betrekking hebben op de comitéprocedures, dienen zij in het geval van richtlijnen niet te worden omgezet door de lidstaten,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de lijst in bijlage genoemde besluiten worden overeenkomstig die bijlage aangepast aan Besluit 1999/468/EG, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.

Artikel 2

De verwijzingen naar de bepalingen van de in de bijlage genoemde besluiten moeten worden gelezen als verwijzingen naar deze bepalingen, zoals aangepast bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 11 maart 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

A. VONDRA


(1)  PB C 224 van 30.8.2008, blz. 35.

(2)  PB C 117 van 14.5.2008, blz. 1.

(3)  Advies van het Europees Parlement van 23 september 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 16 februari 2009.

(4)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(5)  PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11.

(6)  PB C 255 van 21.10.2006, blz. 1.


BIJLAGE

1.   HUMANITAIRE HULP

Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp  (1)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1257/96 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de uitvoeringsmaatregelen van deze verordening aan te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1257/96, door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1257/96 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 13, vierde alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie besluit volgens de procedure van artikel 17, lid 2, en binnen de grenzen van artikel 15, lid 2, tweede streepje, over de voortzetting van de op basis van de noodprocedure vastgestelde acties.”.

2)

Artikel 15 wordt vervangen door:

„Artikel 15

1.   De Commissie neemt de uitvoeringsmaatregelen van deze verordening aan. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2.   Volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure:

neemt de Commissie besluiten over de communautaire financiering van de in artikel 2, onder c), bedoelde bescherming in het kader van de tenuitvoerlegging van de humanitaire actie;

neemt de Commissie besluiten over de acties van de Commissie zelf of de financiering van de acties van de gespecialiseerde instellingen van de lidstaten.

3.   Volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde beheersprocedure:

hecht de Commissie haar goedkeuring aan de algemene plannen die acties moeten mogelijk maken in een bepaald land of een bepaalde regio waar de humanitaire crisis, met name gezien de omvang en de complexiteit ervan, van lange duur kan zijn, alsmede aan het totale financieringsbedrag ervan; de Commissie en de lidstaten onderzoeken in dit verband welke prioriteiten in het kader van de uitvoering van deze algemene plannen moeten worden toegekend,

neemt de Commissie, onverminderd artikel 13, een besluit over de projecten van meer dan 2 miljoen ECU.”.

3)

Artikel 17 wordt vervangen door:

„Artikel 17

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

2.   ONDERNEMINGEN

2.1.   Richtlijn 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aerosols  (2)

Met betrekking tot Richtlijn 75/324/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om in deze richtlijn de nodige technische aanpassingen aan te brengen en om de wijzigingen vast te stellen die nodig zijn voor het aanpassen aan de technische vooruitgang van de bijlage bij die richtlijn. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 75/324/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 75/324/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5 wordt vervangen door:

„Artikel 5

De Commissie stelt de maatregelen vast die nodig zijn voor het aanpassen aan de technische vooruitgang van de bijlage bij deze richtlijn. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

3)

Artikel 10, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De Commissie kan de nodige technische aanpassingen van deze richtlijn vaststellen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

In dat geval kan de lidstaat die de vrijwaringsmaatregelen heeft getroffen, deze handhaven totdat genoemde aanpassingen van kracht worden.”.

2.2.   Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik  (3)

Met betrekking tot Richtlijn 93/15/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de richtlijn aan te passen teneinde rekening te houden met de toekomstige wijzigingen van de Aanbevelingen van de Verenigde Naties en om de toepassingsvoorwaarden van artikel 14, tweede alinea, vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 93/15/EEG, door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 93/15/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 13 wordt vervangen door:

„Artikel 13

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Het comité behandelt elke kwestie met betrekking tot de toepassing van deze richtlijn.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

5.   De Commissie stelt volgens de in lid 3 omschreven procedure de uitvoeringsmaatregelen vast om met name rekening te houden met de toekomstige wijzigingen van de Aanbevelingen van de Verenigde Naties.”.

2)

Artikel 14, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De lidstaten gaan na of deze ondernemingen uit de sector explosieven over een systeem van trajectcontrole beschikken waardoor te allen tijde de houder van bepaalde explosieven kan worden geïdentificeerd. De Commissie kan de maatregelen inzake de toepassingsvoorwaarden van dit lid vaststellen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2.3.   Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis  (4) .

Met betrekking tot Richtlijn 2000/14/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om uitvoeringsmaatregelen vast te stellen voor de aanpassing van bijlage III aan de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2000/14/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2000/14/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

2)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 18 bis

De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor de aanpassing van bijlage III aan de technische vooruitgang, mits zij niet van invloed zijn op het gemeten geluidsvermogensniveau van het in artikel 12 genoemde materieel, in het bijzonder door de opneming van verwijzingen naar bestaande toepasselijke Europese normen.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 19, onder b), wordt vervangen door:

„b)

verleent bijstand aan de Commissie bij de aanpassing van bijlage III aan de technische vooruitgang.”.

2.4.   Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen  (5)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 2003/2003 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van de techniek, om de meet-, bemonsterings- en analysemethoden aan te passen, om de bepalingen betreffende de controlemaatregelen vast te stellen en om nieuwe typen EG-meststoffen op te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 2003/2003, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 2003/2003 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 29, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De Commissie past de meet-, bemonsterings- en analysemethoden aan en moderniseert ze, en past waar mogelijk Europese normen toe. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 32, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Dezelfde procedure geldt voor de vaststelling van de uitvoeringsbepalingen die nodig zijn om de controlemaatregelen, bedoeld in dit artikel en in de artikelen 8, 26 en 27, nader uit te werken. Deze bepalingen betreffen met name de frequentie waarmee tests moeten worden herhaald alsmede maatregelen om te garanderen dat de in de handel gebrachte meststof dezelfde is als de geteste meststof.”.

2)

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De Commissie past bijlage I aan om nieuwe typen meststof op te nemen.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   De Commissie past de bijlagen aan aan de vooruitgang van de techniek.”;

c)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„4.   De in de leden 1 en 3 bedoelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 32, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 32 wordt vervangen door:

„Artikel 32

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

2.5.   Richtlijn 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP) (gecodificeerde versie)  (6)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/9/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bijlage I aan te passen aan de technische vooruitgang en om de in artikel 2, lid 2, vermelde formule te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/9/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/9/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Indien de Commissie van oordeel is dat deze richtlijn moet worden gewijzigd teneinde voor de in lid 1 genoemde kwesties een oplossing te vinden, neemt zij de betrokken wijzigingen aan.

Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 29, lid 1, van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad (7) ingestelde Comité, hierna „comité” genoemd.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

3)

Artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie stelt de volgende uitvoeringsmaatregelen vast:

a)

de aanpassing van de in artikel 2, lid 2, vermelde formule;

b)

de aanpassing van bijlage I aan de technische vooruitgang.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2.6.   Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie)  (8)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/10/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bijlage I aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/10/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/10/EG als volgt gewijzigd:

1)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 3 bis

Wat de beginselen van GLP betreft, kan de Commissie bijlage I aanpassen aan de technische vooruitgang.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 4, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 4 wordt vervangen door:

„Artikel 4

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 29, lid 1, van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad (9) ingestelde Comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

3)

Artikel 5, lid 2, derde alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan uitvoeringsmaatregelen vaststellen om in deze richtlijn de nodige technische aanpassingen aan te brengen.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 4, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

In het in de derde alinea bedoelde geval kan de lidstaat die de vrijwaringsmaatregelen heeft getroffen, deze handhaven tot de inwerkingtreding van die aanpassingen.”.

2.7.   Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren  (10)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 273/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om maatregelen van de verordening vast te stellen. Daar het uitvoeringsmaatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 273/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 273/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin wordt vervangen door:

„In voorkomend geval stelt de Commissie de volgende uitvoeringsmaatregelen vast:”;

b)

de volgende alinea’s worden toegevoegd:

„De onder punten a) tot en met e) van de eerste alinea vermelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De onder punt f) van de eerste alinea vermelde maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde beheersprocedure.”.

2)

Artikel 15 wordt vervangen door:

„Artikel 15

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 30 van Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad ingestelde comité (11).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

2.8.   Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia  (12)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 648/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen bij die verordening aan te passen en om wijzigingen of aanvullingen vast te stellen die nodig zijn voor de toepassing van de regels van deze verordening op detergentia die gebaseerd zijn op oplosmiddelen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 648/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 648/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Overweging 27 wordt geschrapt.

2)

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

3)

Artikel 13 wordt vervangen door:

„Artikel 13

Aanpassing van de bijlagen

1.   De wijzigingen die nodig zijn om de bijlagen aan te passen, worden vastgesteld door de Commissie en zijn, waar mogelijk, gebaseerd op Europese normen.

2.   De Commissie stelt de wijzigingen of aanvullingen vast die nodig zijn voor de toepassing van de regels van deze verordening op detergentia die gebaseerd zijn op oplosmiddelen.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

De zesde alinea van bijlage VII, punt A, wordt vervangen door:

„Indien het SCCNFP vervolgens individuele op risicoanalyse gebaseerde concentratielimieten vaststelt voor allergene geurstoffen, moet de Commissie de aanneming voorstellen van dergelijke limieten ter vervanging van bovengenoemde limiet van 0,01 %. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2.9.   Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau  (13)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 726/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om een aantal bepalingen en bijlagen aan te passen, om nieuwe bepalingen vast te stellen en om specifieke toepassingsvoorwaarden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 726/2004 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 726/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   Na raadpleging van het bevoegde comité van het bureau kan de Commissie de bijlage aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang en kan zij de noodzakelijke wijzigingen vaststellen zonder het toepassingsgebied van de gecentraliseerde procedure uit te breiden.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 14, lid 7, derde alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie stelt een verordening vast waarin wordt bepaald op welke wijze dergelijke vergunningen worden verleend. Die maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 16, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De Commissie stelt, na overleg met het bureau, de nodige bepalingen vast voor het onderzoeken van wijzigingen van een vergunning vóór het in de handel brengen, en wel in de vorm van een verordening. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:

„De houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor menselijk gebruik draagt er zorg voor dat alle vermoede gevallen van een onverwachte bijwerking of van overdracht van dragers van infecties via geneesmiddelen op het grondgebied van een derde land onverwijld, maar uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van de informatie aan de lidstaten en aan het bureau worden gemeld. De Commissie stelt de bepalingen vast voor de melding van vermoede gevallen van hetzij in de Gemeenschap, hetzij in een derde land optredende onverwachte bijwerkingen die niet ernstig zijn. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   De Commissie kan, in het licht van de opgedane ervaring, bepalingen vaststellen tot wijziging van lid 3. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 29 wordt vervangen door:

„Artikel 29

De Commissie kan wijzigingen vaststellen die eventueel in dit hoofdstuk moeten worden aangebracht om het aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

6)

Artikel 41, lid 6, wordt vervangen door:

„6.   De Commissie stelt, na overleg met het bureau, de nodige bepalingen vast voor het onderzoeken van wijzigingen van een vergunning vóór het in de handel brengen, en wel in de vorm van een verordening. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7)

Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:

„De houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik draagt er zorg voor dat alle vermoede gevallen van een ernstige onverwachte bijwerking, van bijwerkingen bij de mens en van vermoede overdracht van infectueus materiaal via geneesmiddelen op het grondgebied van een derde land onverwijld, maar uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van de informatie, aan de lidstaten en aan het bureau worden gemeld. De Commissie stelt de bepalingen vast voor de melding van vermoede gevallen van hetzij in de Gemeenschap, hetzij in een derde land optredende onverwachte bijwerkingen die niet ernstig zijn. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   De Commissie kan, in het licht van de opgedane ervaring, bepalingen vaststellen tot wijziging van lid 3. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde procedure met toetsing.”.

8)

Artikel 54 wordt vervangen door:

„Artikel 54

De Commissie kan wijzigingen vaststellen die eventueel in dit hoofdstuk moeten worden aangebracht om het aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

9)

Artikel 70, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie stelt echter bepalingen vast waarin staat onder welke omstandigheden middelgrote en kleine bedrijven lagere vergoedingen mogen betalen, betaling van vergoedingen mogen uitstellen of administratieve bijstand kunnen krijgen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

10)

Artikel 84, lid 3, eerste alinea, wordt vervangen door:

„Op verzoek van het bureau kan de Commissie de houders van krachtens deze verordening verleende vergunningen voor het in de handel brengen geldboeten opleggen, indien zij bepaalde in het kader van deze vergunningen vastgestelde verplichtingen niet nakomen. De maximumbedragen alsmede de voorwaarden waaronder en de wijze waarop deze boeten worden ingevorderd, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

11)

Artikel 87 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

lid 4 wordt geschrapt.

3.   MILIEU

3.1.   Richtlijn 82/883/EEG van de Raad van 3 december 1982 betreffende de voorschriften voor het toezicht op en de controle van de milieus die betrokken zijn bij lozingen van de titaandioxydeindustrie  (14)

Met betrekking tot Richtlijn 82/883/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de parameters in de kolom „bepaling facultatief” en de referentiemethoden voor meting, zoals vermeld in de bijlagen, aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 82/883/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 82/883/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

De Commissie stelt de wijzigingen vast die noodzakelijk zijn om de parameters in de kolom „bepaling facultatief” en de referentiemethoden, zoals vermeld in de bijlagen, aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

3.2.   Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw  (15)

Met betrekking tot Richtlijn 86/278/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bepalingen van de bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van de techniek en de wetenschap. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 86/278/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 86/278/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 13 wordt vervangen door:

„Artikel 13

De bepalingen van de bijlagen bij de richtlijn, met uitzondering van de parameters en waarden die zijn aangegeven in de bijlagen I A, I B en I C, alsook elk gegeven dat van invloed kan zijn op de beoordeling van die waarden en de te analyseren parameters die worden genoemd in de bijlagen II A en II B, worden door de Commissie aangepast aan de vooruitgang van de techniek en de wetenschap.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 15 wordt vervangen door:

„Artikel 15

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

3.3.   Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval  (16)

Met betrekking tot Richtlijn 94/62/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de voorbeelden ter illustratie van de definitie van verpakking te bestuderen en waar nodig te herzien, om vast te stellen onder welke voorwaarden concentraties van zware metalen in verpakking en verpakkingscomponenten niet van toepassing zijn op materiaal en producten die zijn opgenomen in een gesloten en gecontroleerde keten, om vast te stellen welke verpakkingssoorten vrijgesteld zijn van de eis inzake concentraties, en om de noodzakelijke technische maatregelen vast te stellen om eventuele problemen bij de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn op te vangen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 94/62/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 94/62/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, punt 1, vierde alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie bestudeert indien passend, de voorbeelden ter illustratie van de definitie van verpakking in bijlage I en herziet deze waar nodig. De volgende artikelen worden prioritair behandeld: CD- en videodoosjes, bloempotten, buizen en rollen die met buigbaar materiaal omwikkeld zijn, papier waarop zelfklevende etiketten zitten, en inpakpapier. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 11, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De Commissie stelt vast onder welke voorwaarden de in lid 1 bedoelde concentraties niet van toepassing zijn op gerecycleerd materiaal en producten die zijn opgenomen in een gesloten en gecontroleerde keten, en welke verpakkingssoorten vrijgesteld zijn van de in lid 1, derde streepje, bedoelde eis.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Met het oog op de harmonisatie van de kenmerken en de aanbiedingsvorm van de geproduceerde gegevens en het verenigbaar maken van de gegevens van de lidstaten, verstrekken de lidstaten hun beschikbare gegevens aan de Commissie, met behulp van volgens de regelgevingsprocedure van artikel 21, lid 2, en op basis van bijlage III vastgestelde tabellen.”.

4)

Artikel 19 wordt vervangen door:

„Artikel 19

Aanpassing aan de vooruitgang van wetenschap en techniek

1.   De wijzigingen, nodig voor de aanpassing aan de vooruitgang van wetenschap en techniek van het in artikel 8, lid 2, en in artikel 10, tweede alinea, laatste streepje, bedoelde identificatiesysteem, alsook de in artikel 12, lid 3, en de in bijlage III bedoelde vormvereisten met betrekking tot het systeem van databases worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure van artikel 21, lid 2.

2.   De Commissie stelt de wijzigingen vast die nodig zijn voor de aanpassing aan de vooruitgang van wetenschap en techniek van de in bijlage I ter illustratie opgenomen voorbeelden van de criteria voor de definitie van verpakking. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 20, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De Commissie stelt de noodzakelijke technische maatregelen vast om eventuele problemen bij de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn op te vangen, met name voor verpakkingsmateriaal dat inert is en in zeer kleine hoeveelheden (i.e. ongeveer 0,1 gewichtsprocent) op de markt van de Gemeenschap is gebracht, met name verpakking voor medische apparatuur en farmaceutische producten, kleine verpakkingen en luxeverpakkingen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

6)

Artikel 21, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

3.4.   Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen  (17)

Met betrekking tot Richtlijn 1999/32/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om criteria op te stellen voor het gebruik van emissiereductietechnologieën door schepen van alle vlaggen in omsloten havens, havenbekkens en riviermondingen in de Gemeenschap, en wijzigingen vast te stellen die nodig zijn om in een aantal bepalingen technische aanpassingen aan te brengen in het licht van de vooruitgang van wetenschap en techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/32/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/32/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 quater, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De Commissie stelt criteria op voor het gebruik van emissiereductietechnologieën door schepen van alle vlaggen in omsloten havens, havenbekkens en riviermondingen in de Gemeenschap. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. De Commissie deelt deze criteria mee aan de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).”.

2)

Artikel 7, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   Wijzigingen die nodig zijn om in artikel 2, punten 1, 2, 3, 3a, 3b, en 4, of in artikel 6, lid 2, technische aanpassingen aan te brengen in het licht van de vooruitgang van wetenschap en techniek, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Deze aanpassingen mogen niet leiden tot directe wijzigingen van de werkingssfeer van deze richtlijn of de grenswaarden voor het zwavelgehalte van brandstoffen van deze richtlijn.”.

3)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

3.5.   Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen  (18)

Met betrekking tot Richtlijn 2001/81/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de methoden van bijlage III bij te werken. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2001/81/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 7, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De methoden van bijlage III worden bijgewerkt door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 13, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

3.6.   Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap  (19)

Met betrekking tot Richtlijn 2003/87/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bepalingen aan te nemen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 11 ter, lid 5; om richtlijnen vast te stellen voor de bewaking van en rapportage over emissies, om een verordening vast te stellen inzake een gestandaardiseerd en beveiligd stelsel van registers, waaronder bepalingen betreffende het gebruik en de identificatie van CER’s en ERU’s voor gebruik in de Gemeenschapsregeling en betreffende de bewaking van het niveau van dit gebruik; om bijlage III conform artikel 22 te wijzigen; om de opneming van in bijlage I niet genoemde activiteiten en broeikasgassen goed te keuren; om conform met derde landen gesloten overeenkomsten de nodige bepalingen op te stellen in verband met de wederzijdse erkenning van emissierechten, en om genormaliseerde of aanvaarde methoden vast te stellen voor bewaking van de emissies van andere broeikasgassen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2003/87/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2003/87/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 11 ter, lid 7, wordt vervangen door:

„7.   Bepalingen inzake de uitvoering van de leden 3 en 4, met name indien zij betrekking hebben op het voorkomen van dubbeltellingen, worden vastgesteld door de Commissie volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure. De Commissie stelt bepalingen vast voor de uitvoering van lid 5 van dit artikel indien het gastland voldoet aan alle eisen om in aanmerking te komen voor JI-projectactiviteiten. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 14, lid 1, eerste zin, wordt vervangen door:

„De Commissie stelt richtsnoeren vast voor de bewaking van en rapportage over emissies uit de in bijlage I genoemde activiteiten van voor die activiteiten gespecificeerde broeikasgassen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 19, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Voor de uitvoering van deze richtlijn stelt de Commissie een verordening vast inzake een gestandaardiseerd en beveiligd stelsel van registers in de vorm van elektronische gegevensbanken, die gemeenschappelijke gegevens bevatten om de verlening, het bezit, de overdracht en de annulering van emissierechten te volgen, om voor toegang van het publiek en de nodige geheimhouding te zorgen en om te waarborgen dat er geen overdrachten geschieden die met uit het Protocol van Kyoto voortvloeiende verplichtingen onverenigbaar zijn. Die verordening bevat tevens bepalingen betreffende het gebruik en de identificatie van CER’s en ERU’s voor gebruik in de Gemeenschapsregeling en betreffende de bewaking van het niveau van dit gebruik. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 22 wordt vervangen door:

„Artikel 22

Wijzigingen van bijlage III

De Commissie kan bijlage III, met uitzondering van de criteria 1, 5 en 7, voor de periode van 2008 tot en met 2012 wijzigen op grond van de in artikel 21 bedoelde verslagen en de ervaring die met de toepassing van deze richtlijn is opgedaan. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 23, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

6)

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   Met inachtneming van alle relevante criteria, in het bijzonder de effecten op de interne markt, mogelijke concurrentieverstoringen, de milieu-integriteit van de regeling en de betrouwbaarheid van het geplande bewakings- en rapportagesysteem, mogen de lidstaten vanaf 2008 handel in emissierechten overeenkomstig deze richtlijn toepassen op:

a)

in bijlage I niet genoemde installaties, op voorwaarde dat de opneming van dergelijke installaties door de Commissie wordt goedgekeurd volgens de regelgevingsprocedure van artikel 23, lid 2, en

b)

op in bijlage I niet genoemde activiteiten en broeikasgassen, op voorwaarde dat de opneming van dergelijke activiteiten en broeikasgassen door de Commissie wordt goedgekeurd. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Met ingang van 2005 kunnen de lidstaten emissierechtenhandel op dezelfde voorwaarden toestaan voor installaties die de in bijlage I genoemde activiteiten verrichten waarvan de capaciteit onder de aldaar genoemde drempelwaarden ligt.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   De Commissie kan op eigen initiatief bewakings- en rapportagerichtsnoeren vaststellen, of doet zulks op verzoek van een lidstaat, voor in bijlage I niet genoemde emissies, installaties en broeikasgassen, indien de bewaking van en de rapportage over deze emissies met voldoende nauwkeurigheid kan geschieden.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7)

Artikel 25, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Wanneer een overeenkomst als bedoeld in lid 1 is gesloten, stelt de Commissie de nodige bepalingen vast in verband met de wederzijdse erkenning van emissierechten. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

8)

In bijlage IV komt de alinea onder de titel „Bewaking van de emissies van andere broeikasgassen” als volgt te luiden:

„Er moeten genormaliseerde of aanvaarde methoden worden gebruikt die door de Commissie in samenwerking met alle belanghebbenden worden ontwikkeld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3.7.   Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen  (20)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 850/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om een aantal concentratiegrenswaarden in de bijlagen vast te stellen, om bijlagen te wijzigen wanneer een stof in het verdrag of het protocol wordt opgenomen, om de bestaande vermeldingen te wijzigen, en om bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 850/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 850/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 4, onder a), wordt vervangen door:

„a)

een in bijlage IV vermelde stof bevat of daarmee verontreinigd is, op een andere manier in overeenstemming met de toepasselijke communautaire regelgeving worden verwijderd of nuttig worden toegepast, mits het gehalte van de vermelde stoffen in het afval onder de in bijlage IV vast te leggen concentratiegrenswaarden ligt. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Voordat deze concentratiegrenswaarden zijn vastgesteld volgens de hierboven genoemde procedure kan de bevoegde instantie van een lidstaat krachtens dit punt concentratiegrenswaarden of specifieke technische eisen met betrekking tot verwijdering of nuttige toepassing van afval vaststellen en toepassen.”;

b)

lid 5, eerste alinea, wordt vervangen door:

„Met het oog op de toepassing van lid 4, onder b) worden de concentratiegrenswaarden in bijlage V, deel 2, vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Wijziging van de bijlagen

1.   Wanneer een stof in het verdrag of het protocol wordt opgenomen, wijzigt de Commissie zo nodig de bijlagen I tot en met III dienovereenkomstig.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2.   Wanneer een stof in het verdrag of het protocol wordt opgenomen, wijzigt de Commissie zo nodig bijlage IV dienovereenkomstig.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.   Wijzigingen in de bestaande vermeldingen in de bijlagen I, II en III, bijvoorbeeld om deze aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek, worden door de Commissie vastgesteld.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

4.   Wijzigingen in de bestaande vermeldingen in bijlage IV en wijzigingen van bijlage V, bijvoorbeeld om deze aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek, worden door de Commissie vastgesteld.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 16, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

4)

Artikel 17, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

3.8.   Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht  (21)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/107/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om een aantal bepalingen en bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/107/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/107/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 9 wordt vervangen door:

„9.   Ongeacht de concentratieniveaus dient voor achtergrondwaarden op iedere 100 000 km2 een monsternemingspunt te worden geïnstalleerd voor de indicatieve meting in de lucht van arseen, cadmium, totaal gasvormig kwik, nikkel, benzo(a)pyreen en de overige polycyclische aromatische koolwaterstofverbindingen bedoeld in lid 8 en van de totale depositie van arseen, cadmium, kwik, nikkel, benzo(a)pyreen en de overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen bedoeld in lid 8. Elke lidstaat plaatst ten minste één meetstation; de lidstaten mogen echter met onderlinge instemming en overeenkomstig richtsnoeren die moeten worden opgesteld volgens de regelgevingsprocedure van artikel 6, lid 2, een of meer gemeenschappelijke meetstations plaatsen, die naburige zones in aangrenzende lidstaten bestrijken, teneinde de nodige ruimtelijke resolutie te verkrijgen. De meting van tweewaardig kwik in deeltjes en als gas wordt eveneens aanbevolen. Waar dienstig, zou de monitoring dienen te worden gecoördineerd met de monitoringstrategie en het meetprogramma van het Programma voor samenwerking inzake de bewaking en de evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa (European Monitoring and Evaluation of Pollutants, EMEP). De monsternemingspunten voor deze verontreinigende stoffen moeten zodanig worden geselecteerd dat geografische variatie en langetermijntendensen kunnen worden vastgesteld. Bijlage III, delen I, II en III zijn van toepassing.”;

b)

lid 15 wordt vervangen door:

„15.   De wijzigingen die nodig zijn om dit artikel en bijlage II, deel II, en de bijlagen III tot en met V aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Zij mogen geen directe of indirecte wijzigingen van de streefwaarden tot gevolg hebben.”.

2)

Artikel 5, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De Commissie stelt volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure gedetailleerde regelingen vast voor het indienen van de informatie die krachtens lid 1 van dit artikel dient te worden verstrekt.”.

3)

Artikel 6, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

4)

Bijlage V, punt V, wordt vervangen door:

„V.   Referentietechnieken voor luchtkwaliteitsmodellen

Er kunnen momenteel geen referentietechnieken voor luchtkwaliteitsmodellen worden gespecificeerd. De Commissie kan wijzigingen vaststellen om dit punt aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3.9.   Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen  (22)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1013/2006 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen zoals opgenomen in artikel 58 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 te wijzigen, en om conform artikel 59 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 bepaalde aanvullende maatregelen te treffen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1013/2006 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1013/2006 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 11, lid 3, derde alinea, wordt vervangen door:

„Indien zij niet tot een bevredigende oplossing komen, kan elk van beide lidstaten de zaak aan de Commissie voorleggen. Een besluit over deze zaak wordt genomen volgens de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2.”.

2)

Artikel 58 wordt vervangen door:

„Artikel 58

Wijziging van de bijlagen

1.   De Commissie kan de bijlagen aanpassen aan de laatste wetenschappelijke en technische inzichten. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 59 bis, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Daarnaast:

a)

worden de bijlagen I, II, III, III A, IV en V aangepast aan de wijzigingen die in het kader van het Verdrag van Bazel en van het OESO-besluit zijn overeengekomen;

b)

mogen niet-ingedeelde soorten afvalstoffen voorlopig worden toegevoegd aan bijlage III B, IV of V in afwachting van een besluit tot opneming in de desbetreffende bijlagen van het Verdrag van Bazel of het OESO-besluit;

c)

mag, in afwachting van een besluit tot opneming in de desbetreffende bijlagen van het Verdrag van Bazel of het OESO-besluit voor mengsels van twee of meer groene soorten afvalstoffen van bijlage III op verzoek van een lidstaat worden overwogen die mengsels voorlopig in de in artikel 3, lid 2, genoemde gevallen toe te voegen aan bijlage III A. Bijlage III A kan de bepaling bevatten dat één of meer van de codes daarin niet van toepassing zijn op uitvoer naar landen waarvoor het OESO-besluit niet geldt;

d)

worden de in artikel 3, lid 3, bedoelde uitzonderlijke gevallen vastgesteld, en worden, indien noodzakelijk, de betreffende afvalstoffen toegevoegd aan de bijlagen IV A en V, en geschrapt uit bijlage III;

e)

wordt bijlage V aangepast aan de wijzigingen in de lijst van gevaarlijke afvalstoffen die overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG zijn vastgesteld;

f)

wordt bijlage VIII aangepast aan de desbetreffende internationale overeenkomsten en akkoorden.

2.   Bij wijzigingen in bijlage IX wordt het comité dat is ingesteld bij Richtlijn 91/692/EEG van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied (23) volledig bij de besluitvorming betrokken.

3)

Artikel 59 wordt vervangen door:

„Artikel 59

Aanvullende maatregelen

1.   De Commissie kan volgens de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2, de volgende aanvullende maatregelen treffen in verband met de uitvoering van deze verordening:

a)

richtsnoeren voor de toepassing van artikel 12, lid 1, onder g);

b)

richtsnoeren voor de toepassing van artikel 15 in verband met de identificatie en opsporing van afvalstoffen die aanzienlijke veranderingen ondergaan tijdens de voorlopige nuttige toepassing of verwijdering;

c)

richtsnoeren voor de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten ten aanzien van illegale overbrengingen, zoals bedoeld in artikel 24;

d)

technische en organisatorische eisen voor de praktische uitvoering van elektronische gegevensuitwisseling voor het indienen van documenten en informatie overeenkomstig artikel 26, lid 4;

e)

nadere aanwijzingen voor het taalgebruik, zoals bedoeld in artikel 27;

f)

nadere aanwijzingen bij de procedurevoorschriften van titel II wat betreft de toepassing ervan op de uitvoer, de invoer en de doorvoer van afvalstoffen respectievelijk uit, in en door de Gemeenschap;

g)

nadere aanbevelingen over niet gedefinieerde juridische voorwaarden.

2.   De Commissie kan de volgende uitvoeringsmaatregelen treffen:

a)

een methode voor de berekening van de borgsom(men) of gelijkwaardige verzekering(en) zoals bedoeld in artikel 6;

b)

nadere voorwaarden en eisen in verband met vooraf goedgekeurde inrichtingen voor nuttige toepassing, zoals bedoeld in artikel 14.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 59 bis, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 59 bis

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 18, lid 1, van Richtlijn 2006/12/EG bedoelde comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

5)

Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2, derde alinea, wordt vervangen door:

„Behalve voor glasafval, papierafval en oude luchtbanden mag deze periode volgens de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2 worden verlengd tot ten laatste 31 december 2012.”;

b)

lid 4, derde alinea, wordt vervangen door:

„Deze periode mag worden verlengd tot uiterlijk 31 december 2012 overeenkomstig de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 59 bis, lid 2.”;

c)

lid 5 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de derde alinea wordt vervangen door:

„Deze periode mag worden verlengd tot uiterlijk 31 december 2015 overeenkomstig de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2.”;

ii)

de vijfde alinea wordt vervangen door:

„Deze periode mag worden verlengd tot uiterlijk 31 december 2015 overeenkomstig de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2.”.

4.   EUROSTAT

4.1.   Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de totstandbrenging van een communautaire enquête naar de industriële productie  (24)

Met betrekking tot Verordening (EEG) nr. 3924/91 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van de onder deze verordening vallende producten bij te werken. De Commissie moet ook de bevoegdheid worden gegeven om toepassingsbepalingen betreffende de representativiteit en frequentie voor bepaalde producten vast te stellen, en om bepalingen vast te stellen voor de inhoud van vragenlijsten alsook uitvoeringsmaatregelen, waaronder maatregelen voor de aanpassing aan de technische ontwikkelingen op het gebied van de gegevensinwinning en de verwerking van de resultaten. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EEG) nr. 3924/91 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EEG) nr. 3924/91 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2, lid 6, wordt vervangen door:

„6.   De Prodcom-lijst en de voor elke rubriek in te winnen informatie, worden bijgewerkt door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt voor „de procedure van artikel 10” gelezen: „in artikel 10, lid 2, bedoelde beheersprocedure.”;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

„5.   De eventueel noodzakelijke toepassingsbepalingen van lid 3, met inbegrip van maatregelen ter aanpassing aan de technische ontwikkelingen, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 4 wordt vervangen door:

„Artikel 4

Frequentie

De enquête bestrijkt een tijdvak van een kalenderjaar.

Voor bepaalde rubrieken van de Prodcom-lijst kan de Commissie evenwel beslissen dat er maandelijkse of driemaandelijkse gegevens worden opgetekend. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De benodigde informatie wordt door de lidstaten ingewonnen via vragenlijsten waarvan de inhoud in overeenstemming is met bepalingen die door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

Resultaatverwerking

De lidstaten verwerken de ingevulde vragenlijsten waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 1, of de informatie uit andere bronnen waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 3, in overeenstemming met de door de Commissie vastgestelde gedetailleerde voorschriften. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

6)

In artikel 7, lid 2, wordt voor „de procedure van artikel 10” gelezen: „in artikel 10, lid 2, bedoelde beheersprocedure”.

7)

Artikel 9 wordt geschrapt.

8)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad (25) opgerichte Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

4.2.   Richtlijn 96/16/EG van de Raad van 19 maart 1996 betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten  (26)

Met betrekking tot Richtlijn 96/16/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de definities op te stellen betreffende de landbouwbedrijven waarbij de lidstaten overzichten opstellen van de productie en het gebruik van melk; om de lijst van zuivelproducten waarop de enquêtes betrekking hebben, aan te nemen, en om de uniforme definities die voor de mededeling van de resultaten dienen te worden toegepast, vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 96/16/EG, door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 96/16/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1, punt 2, wordt vervangen door:

„2.   stellen jaarlijks bij de landbouwbedrijven, zoals gedefinieerd door de Commissie, overzichten op van de productie en het gebruik van melk; de maatregelen ter definiëring van landbouwbedrijven — maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen — worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 3, leden 2 en 3, wordt vervangen door:

„2.   De lijst van zuivelproducten waarop de enquêtes betrekking hebben, wordt door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.   De uniforme definities die voor de mededeling van de resultaten dienen te worden toegepast, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

In artikel 5, lid 2, en in artikel 6, lid 1, wordt voor „de procedure van artikel 7” gelezen: „in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure”.

4)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 72/279/EEG ingestelde Permanent Comité voor de landbouwstatistiek.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

4.3.   Richtlijn 2001/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2001 betreffende door de lidstaten uit te voeren statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen  (27)

Met betrekking tot Richtlijn 2001/109/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van soorten fruitbomen en de tabel met de soorten waarnaar de enquête in de diverse lidstaten moet worden gehouden, te wijzigen, om de uitvoeringsbepalingen voor bepaalde artikelen vast te stellen en om de grenzen van de voor de lidstaten op te nemen productiegebieden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2001/109/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2001/109/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1, lid 2, derde alinea, wordt vervangen door:

„De lijst van die soorten, alsmede de tabel die als bijlage is bijgevoegd, kunnen door de Commissie worden gewijzigd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 2, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Gedetailleerde bepalingen voor de organisatie van enquêtes die relevante resultaten opleveren, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 3, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   Gedetailleerde bepalingen voor de regelingen voor steekproefsgewijze monsterneming worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 4, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De in lid 1 bedoelde resultaten worden voor ieder productiegebied afzonderlijk verstrekt. De grenzen van de voor de lidstaten op te nemen productiegebieden worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, ingesteld bij Besluit 72/279/EEG van de Raad (28).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder a), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

4.4.   Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de statistieken van het spoorvervoer  (29)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 91/2003 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de definities te wijzigen, om aanvullende definities vast te stellen, om de inhoud van de bijlagen aan te passen en om de informatie die nodig is voor de rapporten over de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de resultaten gedetailleerd te beschrijven. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 91/2003 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 91/2003 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De definities in lid 1 kunnen worden gewijzigd en aanvullende definities ter harmonisatie van de statistieken kunnen worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   In de bijlagen B en D worden de gegevens genoemd die bij een vereenvoudigde rapportage moeten worden verstrekt en die voor de lidstaten als alternatief kunnen dienen voor de normale gedetailleerde rapportage van bijlage A, respectievelijk C, voor ondernemingen met een totaal volume goederen- of reizigersvervoer van minder dan 500 miljoen tonkilometer of 200 miljoen reizigerskilometer. Die drempelwaarden kunnen worden aangepast door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

„5.   De inhoud van de bijlagen kan worden aangepast door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

Uitvoeringsbepalingen

1.   De regeling voor het indienen van gegevens bij Eurostat wordt vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.

2.   De Commissie stelt de volgende uitvoeringsmaatregelen vast:

a)

wijziging van de drempels voor vereenvoudigde rapportage (artikel 4);

b)

wijziging van de definities en vaststelling van aanvullende definities (artikel 3, lid 2);

c)

wijziging van de inhoud van de bijlagen (artikel 4);

d)

de gedetailleerde beschrijving van de informatie die nodig is voor de rapporten over de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de resultaten (artikel 8, lid 2).

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom opgerichte Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder a), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

5)

In bijlage H, punt 5, wordt voor „in artikel 11, lid 2, bepaalde procedure” gelezen: „in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4.5.   Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht  (30)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 437/2003 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om nauwkeurigheidsnormen en gegevensbestanden vast te stellen en bepaalde uitvoeringsmaatregelen aan te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 437/2003 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 437/2003 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5 wordt vervangen door:

„Artikel 5

Nauwkeurigheid van de statistieken

De gegevens worden verzameld door middel van volledige registratie, tenzij er andere nauwkeurigheidsnormen zijn vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De resultaten worden overeenkomstig de in bijlage I opgenomen formaten voor gegevensbestanden verzonden. De Commissie stelt vast welke bestanden moeten worden gebruikt. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De Commissie stelt volgens de in van artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure vast welke drager voor de overdracht van de gegevens moet worden gebruikt.”.

3)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

Tenuitvoerleggingsmaatregelen

1.   De volgende tenuitvoerleggingsmaatregelen worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure van artikel 11, lid 2:

de lijst van de communautaire luchthavens waarop artikel 3, lid 2, van toepassing is,

de beschrijving van de gegevenscodes en de drager voor het verzenden van de resultaten naar de Commissie (artikel 7),

de verspreiding van de statistische resultaten (artikel 8).

2.   De Commissie stelt de volgende tenuitvoerleggingsmaatregelen vast:

de aanpassing van de specificaties in de bijlagen bij deze verordening,

de aanpassing van de kenmerken van de te verzamelen gegevens (artikel 3),

de nauwkeurigheid van de statistieken (artikel 5),

de beschrijving van de gegevensbestanden (artikel 7).

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma, dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder a), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

4.6.   Verordening (EG) nr. 48/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de productie van jaarlijkse communautaire statistieken over de staalindustrie voor de referentiejaren 2003-2009  (31)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 48/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van de onder deze verordening vallende kenmerken bij te werken. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 48/2004 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 48/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

Uitvoeringsmaatregelen

1.   De maatregelen ter uitvoering van deze verordening die betrekking hebben op de opmaak van de verstrekte gegevens en de eerste verzendingsperiode worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.

2.   De maatregelen ter uitvoering van deze verordening die betrekking hebben op het bijwerken van de lijst van kenmerken, en die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, mits daarbij geen aanzienlijke extra last aan de lidstaten wordt opgelegd.”.

2)

Artikel 8, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

5.   INTERNE MARKT

Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod  (32)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/25/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven regels vast te stellen voor de toepassing van artikel 6, lid 3, betreffende de inhoud van het biedingsbericht. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/25/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Overeenkomstig Richtlijn 2004/25/EG zijn de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden beperkt in de tijd. In hun verklaring betreffende Besluit 2006/512/EG tot wijziging van Besluit 1999/468/EG hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gesteld dat Besluit 2006/512/EG een bevredigende horizontale oplossing biedt voor het verzoek van het Europees Parlement, de uitvoering van de volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen wetgevingsbesluiten te toetsen en dat aan de Commissie derhalve uitvoeringsbevoegdheden van onbeperkte duur moeten worden verleend. Als gevolg van de invoering van de regelgevingsprocedure met toetsing moet de bepaling van Richtlijn 2004/25/EG waarin een dergelijke beperking in de tijd is opgenomen, worden geschrapt.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/25/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De Commissie kan bepalingen vaststellen tot wijziging van de lijst in lid 3. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

6.   GEZONDHEID EN CONSUMENTENBESCHERMING

6.1.   Richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het verkeer in mengvoeders  (33)

Met betrekking tot Richtlijn 79/373/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om afwijkingen vast te stellen op de voorschriften betreffende de verpakking van diervoerders en om de bijlage te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 79/373/EEG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 79/373/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De afwijkingen van het beginsel van lid 1 die op communautair niveau moeten worden toegestaan, worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, voor zover het kenmerk en de kwaliteit van de mengvoeders zijn gewaarborgd.”.

2)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

Rekening houdend met de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis zal de Commissie:

a)

categorieën vaststellen waarin verscheidene voedermiddelen zijn gegroepeerd;

b)

de methoden voor de berekening van de energiewaarde van de mengvoeders bepalen;

c)

de in de bijlage aan te brengen wijzigingen vaststellen.

Alle hierboven genoemde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 13, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

6.2.   Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten  (34)

Met betrekking tot Richtlijn 82/471/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om wijzigingen aan te brengen en om criteria vast te stellen aan de hand waarvan de aard van de in deze richtlijn bedoelde producten kan worden vastgesteld. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 82/471/EEG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld. Wegens de urgentie moet de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure voor het wijzigen van de richtlijn worden toegepast.

Bijgevolg wordt Richtlijn 82/471/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De wijzigingen die in de bijlage moeten worden aangebracht ingevolge de ontwikkeling van de wetenschappelijke of technische kennis, worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Wat de in de bijlage, sub 1.1 en 1.2, bedoelde producten betreft, raadpleegt de Commissie hiertoe het Wetenschappelijk Comité voor de diervoeding en het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding.

Ten aanzien van de in artikel 4, lid 1, bedoelde producten, verkregen op n-alkanen gekweekte gisten van de soort „Candida” wordt evenwel door de Commissie een besluit genomen binnen twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn en na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de diervoeding en het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   De criteria aan de hand waarvan de aard van de in deze richtlijn bedoelde producten kan worden vastgesteld, met name de samenstellings- en zuiverheidseisen, alsmede de fysisch-chemische en biologische eigenschappen, kunnen aan de hand van de wetenschappelijke en technische kennis door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

In artikel 7, lid 2, tweede alinea, worden de woorden „de procedure van artikel 13” vervangen door de woorden „in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

3)

Artikel 8, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Indien de Commissie van oordeel is dat wijzigingen van deze richtlijn noodzakelijk zijn om de in lid 1 genoemde moeilijkheden te ondervangen en de bescherming van de gezondheid van mens en dier te verzekeren, neemt zij deze maatregelen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. In dat geval mag de lidstaat de door hem genomen vrijwaringsmaatregelen handhaven totdat de wijzigingen van kracht worden.”.

4)

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

5)

Artikel 14 wordt geschrapt.

6.3.   Richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer en het gebruik van voedermiddelen  (35)

Met betrekking tot Richtlijn 96/25/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van stoffen waarvan het verkeer of het gebruik als voedermiddel beperkt of verboden zijn, vast te stellen en te wijzigen en om de bijlage aan te passen in het licht van de vooruitgang op wetenschappelijk en technisch gebied. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 96/25/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de wijziging van de lijst van stoffen waarvan het verkeer of het gebruik als voedermiddel beperkt of verboden zijn, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de vaststelling van wijzigingen van de bijlage in het licht van de vooruitgang op wetenschappelijk en technisch worden ingekort.

Bijgevolg wordt Richtlijn 96/25/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5, lid 1, onder g), tweede streepje, wordt vervangen door:

„—

Communautaire maatregelen die staan op een lijst die door de Commissie moet worden opgesteld. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

1.   Voor de in de lijsten opgenomen voedermiddelen kan volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure een codenummersysteem worden vastgesteld op basis van glossaria betreffende de oorsprong, het deel van het product/bijproduct dat wordt gebruikt, de behandeling en de rijpheid/kwaliteit van het voedermiddel, dat een internationale voederidentificatie — met name aan de hand van de benaming en een beschrijving — mogelijk maakt.

2.   De lijst van stoffen waarvan, met het oog op de inachtneming van het bepaalde in artikel 3, het verkeer of het gebruik als voedermiddel beperkt of verboden zijn, wordt door de Commissie vastgesteld. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.   De in lid 2 genoemde lijst wordt door de Commissie aangepast in het licht van de vooruitgang op wetenschappelijk en technisch gebied. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 13, lid 5, bedoelde urgentieprocedure om die maatregelen te nemen.

4.   De bijlage wordt door de Commissie aangepast in het licht van de vooruitgang op wetenschappelijk en technisch gebied. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

de volgende leden worden toegevoegd:

„4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden respectievelijk vastgesteld op twee maanden, een maand en twee maanden.

5.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

6.4.   Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding  (36)

Met betrekking tot Richtlijn 2002/32/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen I en II te wijzigen en aan te passen aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis en om aanvullende criteria voor de aanvaardbaarheid van zuiveringsprocedés vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/32/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanpassing van bijlagen I en II aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/32/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 7, lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:

„2.   Er wordt onverwijld besloten of de bijlagen I en II dienen te worden gewijzigd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 4, bedoelde urgentieprocedure.”.

2)

Artikel 8, leden 1 en 2, wordt vervangen door:

„1.   De Commissie past de bijlagen I en II aan aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 11, lid 4, bedoelde urgentieprocedure om deze wijzigingen vast te stellen.

2.   De Commissie:

neemt periodiek geconsolideerde versies van de bijlagen I en II aan waarin de wijzigingen zijn verwerkt die overeenkomstig lid 1 en volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure zijn vastgesteld,

kan criteria voor de aanvaardbaarheid van zuiveringsprocedés vaststellen, alsmede criteria voor de aanvaardbaarheid van producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren en dergelijke procedés hebben ondergaan; deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 1 van Besluit 70/372/EEG van de Raad (37) ingestelde Permanent Comité voor veevoeders.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

4)

Artikel 12 wordt geschrapt.

6.5.   Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren  (38)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 998/2003 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van diersoorten in deel C van bijlage I en de lijsten van landen en gebieden in delen B en C van bijlage II te wijzigen, bijzondere eisen voor andere ziekten dan rabiës met betrekking tot lidstaten of in bijlage II, deel B, afdeling 2, genoemde gebieden vast te stellen, de voorwaarden voor het verkeer van dieren van de in bijlage I, deel C, bedoelde soorten uit derde landen vast te stellen en technische eisen voor het verkeer van dieren van de in bijlage I, delen A en B, genoemde soorten vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die verordening, onder meer door haar aan te vullen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de vaststelling van de lijst van derde landen worden ingekort.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 998/2003 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

Voor het verkeer van dieren van de in bijlage I, deel C, genoemde soorten tussen lidstaten of uit een in bijlage II, deel B, afdeling 2, genoemd gebied gelden geen eisen inzake rabiës. Zo nodig stelt de Commissie voor andere ziekten bijzondere eisen vast, met inbegrip van een eventuele beperking van het aantal dieren. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Er kan een modelcertificaat dat dergelijke dieren vergezelt, worden opgesteld volgens de in artikel 24, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

2)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

De voorwaarden voor het verkeer van dieren van de in bijlage I, deel C, bedoelde soorten uit derde landen worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Het modelcertificaat dat het verkeer van dieren moet vergezellen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

3)

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin wordt vervangen door:

„De lijst van derde landen, bedoeld in bijlage II, deel C, wordt door de Commissie vastgesteld. Om op deze lijst te worden geplaatst moeten derde landen eerst het bewijs leveren van hun situatie met betrekking tot rabiës en aantonen dat:”;

b)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 5, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 17, alinea 1, wordt vervangen door:

„Voor het verkeer van dieren van de in bijlage I, delen A en B, genoemde soorten kunnen door de Commissie andere technische eisen dan die van deze verordening worden vastgesteld. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 19 wordt vervangen door:

„Artikel 19

Bijlage I, deel C, en bijlage II, delen B en C, kunnen door de Commissie worden gewijzigd om rekening te houden met de ontwikkeling van de situatie met betrekking tot ziekten van de in deze verordening genoemde diersoorten, met name rabiës, in de Gemeenschap of in derde landen, en om in voorkomend geval voor de toepassing van deze verordening een maximumaantal dieren voor het verkeer vast te stellen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

6)

Artikel 21 wordt vervangen door:

„Artikel 21

De Commissie kan overgangsbepalingen vaststellen die de overschakeling van de huidige regeling naar deze verordening mogelijk maken. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7)

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„5.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden respectievelijk vastgesteld op twee maanden, een maand en twee maanden.”.

6.6.   Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers  (39)

Met betrekking tot Richtlijn 2003/99/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om gecoördineerde bewakingsprogramma’s voor zoönoses en zoönoseverwekkers vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2003/99/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Om urgente redenen is het noodzakelijk de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure toe te passen voor het wijzigen van bijlage I bij Richtlijn 2003/99/EG om zoönoses of zoönoseverwekkers aan de in de daarin opgenomen lijsten toe te voegen of daaruit te schrappen.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2003/99/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 4, wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin wordt vervangen door:

„Bijlage I kan door de Commissie worden gewijzigd, teneinde zoönoses of zoönoseverwekkers aan de in die bijlage opgenomen lijsten toe te voegen, respectievelijk daaruit te schrappen, met name op grond van de volgende criteria:”;

b)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 4, bedoelde urgentieprocedure.”.

2)

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Indien de via routinebewaking overeenkomstig artikel 4 verzamelde gegevens ontoereikend zijn, kunnen door de Commissie gecoördineerde bewakingsprogramma’s worden vastgesteld voor een of meer zoönoses en/of zoönoseverwekkers. De gecoördineerde bewakingsprogramma’s kunnen vooral worden vastgesteld wanneer een specifieke behoefte aan een risico-evaluatie is geconstateerd of wanneer op het niveau van de lidstaten of van de Gemeenschap referentiewaarden met betrekking tot zoönoses of zoönoseverwekkers moeten worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Wijziging van de bijlagen en overgangs- of uitvoeringsmaatregelen

De bijlagen II, III en IV kunnen door de Commissie worden gewijzigd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Overgangsmaatregelen van algemene strekking die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, en in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in deze richtlijn zijn vastgelegd, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, vermelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Andere uitvoerings- of overgangsmaatregelen kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

4)

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

6.7.   Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne  (40)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 852/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bepalingen betreffende specifieke hygiënemaatregelen en de erkenning van inrichtingen vast te stellen alsook om onder bepaalde voorwaarden uitzonderingen op het bepaalde in de bijlagen I en II toe te staan. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 852/2004 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 852/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De in lid 3 bedoelde criteria, vereisten en doelstellingen en de bijbehorende bemonsterings- en analysemethoden worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 6, lid 3, onder c), wordt vervangen door:

„c)

een door de Commissie aangenomen besluit; deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

Overgangsmaatregelen van algemene strekking die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, en in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in deze verordening zijn vastgelegd, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, vermelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Andere uitvoerings- of overgangsmaatregelen kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

4)

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de inleidende zin wordt vervangen door:

„De bepalingen in de bijlagen I en II kunnen door de Commissie worden aangepast of geactualiseerd, waarbij rekening gehouden wordt met:”;

ii)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Uitzonderingen op het bepaalde in de bijlagen I en II kunnen door de Commissie worden toegestaan, met name om de tenuitvoerlegging van artikel 5 voor kleine ondernemingen te vereenvoudigen, daarbij rekening houdend met de relevante risicofactoren, voor zover deze uitzonderingen geen gevolgen hebben voor het bereiken van de bij deze verordening vastgestelde doeleinden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 14, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

6.8.   Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong  (41)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 853/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bepalingen vast te stellen betreffende algemene verplichtingen van de exploitanten van levensmiddelenbedrijven en bijzondere waarborgen voor het in de handel brengen van levensmiddelen in Zweden en Finland alsook om onder bepaalde voorwaarden vrijstellingen te verlenen van de bepalingen van de bijlagen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 853/2004 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 853/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 2, eerste zin, wordt vervangen door:

„Exploitanten van levensmiddelenbedrijven gebruiken geen andere stoffen dan drinkwater — of, indien Verordening (EG) nr. 852/2004 of de onderhavige verordening het gebruik daarvan toestaat, schoon water — om de buitenkant van producten van dierlijke oorsprong te reinigen, tenzij het gebruik van de stof door de Commissie is goedgekeurd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 8, lid 3, wordt vervangen door:

„3.

a)

De in de leden 1 en 2 vastgestelde voorschriften kunnen door de Commissie worden bijgewerkt, zodat met name rekening kan worden gehouden met eventuele wijzigingen in de programma’s van de lidstaten of met de aanneming van microbiologische criteria overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

b)

Volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure kunnen de voorschriften van lid 2 van dit artikel met betrekking tot alle in lid 1 van dit artikel bedoelde levensmiddelen volledig of gedeeltelijk worden uitgebreid tot elke lidstaat of elk gebied van een lidstaat met een controleprogramma dat is erkend als gelijkwaardig met het voor Zweden en Finland goedgekeurde programma wat betreft de betrokken levensmiddelen van dierlijke oorsprong.”.

3)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Overgangsmaatregelen van algemene strekking die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, en in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in deze verordening zijn vastgelegd, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, vermelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Andere uitvoerings- of overgangsmaatregelen kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

4)

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de inleidende zin wordt vervangen door:

„De bepalingen in de bijlagen II en III kunnen door de Commissie aangepast of geactualiseerd worden, waarbij rekening dient te worden gehouden met:”;

ii)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„De maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Vrijstellingen van de bepalingen van de bijlagen II en III kunnen door de Commissie worden verleend, mits dergelijke vrijstellingen geen afbreuk doen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

De inleidende zin van artikel 11 wordt vervangen door:

„Onverminderd de algemene strekking van artikel 9 en artikel 10, lid 1, kunnen volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld of — bij wijze van maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen — volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing wijzigingen op bijlage II of III worden aangenomen, teneinde:”.

6)

Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

6.9.   Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong  (42)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 854/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen bij die verordening te wijzigen of aan te passen en overgangsmaatregelen vast te stellen, in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in de bepalingen van die verordening zijn vastgelegd. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 854/2004 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 854/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 16 wordt vervangen door:

„Artikel 16

Overgangsmaatregelen van algemene strekking die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, en in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in deze verordening zijn vastgelegd, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, vermelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Andere uitvoerings- of overgangsmaatregelen kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

2)

Artikel 17, leden 1 en 2, wordt vervangen door:

„1.   De bijlagen I, II, III, IV, V en VI kunnen door de Commissie worden gewijzigd of aangevuld om rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2.   Afwijkingen van de bijlagen I, II, III, IV, V en VI kunnen door de Commissie worden toegestaan, voor zover zij geen gevolgen hebben voor het bereiken van de bij deze verordening vastgestelde doelstellingen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

De inleidende zin van artikel 18 wordt vervangen door:

„Onverminderd de algemene strekking van artikel 16 en artikel 17, lid 1, kunnen — bij wijze van maatregelen zijn die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen — volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld en volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing wijzigingen op bijlage I, II, III, IV, V of VI, worden aangenomen met specificaties inzake:”.

4)

Artikel 19, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

6.10.   Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne  (43)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 183/2005 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de microbiologische criteria en de specifieke doelen die exploitanten van diervoederbedrijven moeten bereiken, vast te stellen, om maatregelen te treffen betreffende de erkenning van inrichtingen, om bijlagen I, II en III te wijzigen en om afwijkingen van deze bijlagen toe te staan. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 183/2005 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 183/2005 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5, lid 3, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De onder a) en b) bedoelde criteria en doelen worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 10, punt 3, wordt vervangen door:

„3.   een door de Commissie aangenomen verordening erkenning vereist; deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 27 wordt vervangen door:

„Artikel 27

Wijziging van de bijlagen I, II en III

De bijlagen I, II en III kunnen gewijzigd worden teneinde rekening te houden met:

a)

de opstelling van gidsen voor goede praktijken;

b)

de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de HACCP-beginselen overeenkomstig artikel 6;

c)

technologische ontwikkelingen;

d)

wetenschappelijk advies, met name nieuwe risicobeoordelingen;

e)

de vaststelling van voederveiligheidsdoelen;

en

f)

de opstelling van voorschriften voor specifieke handelingen.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 28 wordt vervangen door:

„Artikel 28

Afwijkingen van de bijlagen I, II en III

Afwijkingen van het bepaalde in de bijlagen I, II en III kunnen om bijzondere redenen door de Commissie worden toegestaan, voor zover die afwijkingen geen nadelige gevolgen hebben voor het verwezenlijken van de doelstellingen van deze verordening. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 31, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

7.   ENERGIE EN VERVOER

7.1.   Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer  (44)

Met betrekking tot Verordening (EEG) nr. 3821/85 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de wijzigingen vast te stellen die nodig zijn om de bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van de techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EEG) nr. 3821/85 moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EEG) nr. 3821/85 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De veiligheid van het systeem moet in overeenstemming zijn met de technische voorschriften van bijlage I B. De Commissie ziet er op toe dat in deze bijlage wordt bepaald dat de EG-goedkeuring slechts aan het controleapparaat mag worden verleend, wanneer is gebleken dat het hele systeem (het controleapparaat zelf, de bestuurderskaart en de elektrische aansluiting op de versnellingsbak) bestand is tegen pogingen tot manipulatie of verandering van de gegevens betreffende de rijtijden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. De daartoe noodzakelijke beproevingen worden verricht door deskundigen die op de hoogte zijn van de meest recente technieken inzake manipulatie.”.

2)

Artikel 17, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De wijzigingen die nodig zijn om de bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van de techniek en die maatregelen zijn die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 18 wordt vervangen door:

„Artikel 18

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

7.2.   Richtlijn 97/70/EG van de Raad van 11 december 1997 betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen waarvan de lengte 24 m of meer bedraagt  (45)

Met betrekking tot Richtlijn 97/70/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om voorschriften vast te stellen ten behoeve van een geharmoniseerde interpretatie van bepaalde voorschriften van de bijlage bij het Protocol van Torremolinos en voorschriften vast te stellen betreffende de tenuitvoerlegging van deze richtlijn. De Commissie moet ook de bevoegdheid worden gegeven om een aantal bepalingen van de richtlijn en haar bijlagen te wijzigen, om ervoor te zorgen dat eventuele wijzigingen van het Protocol van Torremolinos die na de goedkeuring van deze richtlijn in werking treden, worden toegepast. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 97/70/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 97/70/EG als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 4, lid 4, onder b), wordt „de procedure van artikel 9” vervangen door „in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

2)

Artikel 8, eerste alinea, wordt vervangen door:

„De volgende aanpassingen, die maatregelen zijn tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing:

a)

voorschriften mogen worden vastgesteld en toegevoegd ten behoeve van:

een geharmoniseerde interpretatie van de voorschriften van de bijlage bij het Protocol van Torremolinos, voor zover die aan het oordeel van de administraties van de afzonderlijke verdragsluitende partijen is overgelaten en voor zover die nodig is voor de consistente toepassing in de Gemeenschap,

de tenuitvoerlegging van de richtlijn, zonder dat het toepassingsgebied wordt verruimd;

b)

de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7 van de richtlijn mogen worden aangepast en haar bijlagen worden gewijzigd, om ervoor te zorgen dat eventuele wijzigingen van het Protocol van Torremolinos die na de goedkeuring van deze richtlijn in werking treden, worden toegepast.”.

3)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (46) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (47) van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

7.3.   Richtlijn 1999/35/EG van de Raad van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen  (48)

Met betrekking tot Richtlijn 1999/35/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om wijzigingen aan te brengen in de bijlagen, in definities, alsook in de verwijzingen naar gemeenschapsinstrumenten en instrumenten van de Internationale Maritieme Organisatie (hierna „IMO” genoemd) teneinde deze aan te passen aan maatregelen van de Gemeenschap of de IMO die later in werking zijn getreden. De Commissie moet ook de bevoegdheid worden gegeven de bijlagen te wijzigen om verbetering te brengen in de met deze richtlijn ingestelde regeling. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/35/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/35/EG als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 4, lid 1, onder d), laatste zin, in artikel 11, leden 6 en 8, en in artikel 13, lid 3, tweede en laatste zin, wordt „volgens de procedure van artikel 16” vervangen door „volgens de regelgevingsprocedure van artikel 16, lid 2.”.

2)

Artikel 16 wordt vervangen door:

„Artikel 16

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (49) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

3)

Artikel 17 wordt vervangen door:

„Artikel 17

Wijzigingsprocedure

De bijlagen bij deze richtlijn, de definities, verwijzingen naar Gemeenschapsinstrumenten en verwijzingen naar IMO-resoluties kunnen worden gewijzigd voor zover dat nodig is ter aanpassing aan maatregelen van de Gemeenschap of de IMO die in werking getreden zijn, mits het toepassingsgebied van deze richtlijn niet wordt verruimd.

De bijlagen kunnen tevens gewijzigd worden indien zulks nodig is om verbetering te brengen in de met deze richtlijn ingestelde regeling, mits het toepassingsgebied van de richtlijn niet wordt verruimd.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De wijzigingen van de in artikel 2 bedoelde internationale instrumenten kunnen van het toepassingsgebied van deze richtlijn worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002.”.

7.4.   Verordening (EG) nr. 417/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen  (50)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 417/2002 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde verwijzingen naar de relevante voorschriften van Marpol 73/78 en naar MEPC-resoluties 111(50) en 94(46) te wijzigen om de verwijzingen in overeenstemming te brengen met door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) vastgestelde amendementen op deze voorschriften en resoluties, voor zover dergelijke wijzigingen het toepassingsgebied van die richtlijn niet verruimen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 417/2002, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 417/2002 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (51) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

2)

Artikel 11, eerste alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de verwijzingen in deze verordening naar de voorschriften van bijlage I bij Marpol 73/78 en naar de MEPC resolutie 111(50) en MEPC-resolutie 94(46), zoals gewijzigd bij MEPC-resoluties 99(48) en 112(50) wijzigen om de verwijzingen in overeenstemming te brengen met door de IMO vastgestelde amendementen op deze voorschriften en resoluties, voor zover dergelijke wijzigingen het toepassingsgebied van deze verordening niet verruimen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7.5.   Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen  (52)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 782/2003 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om voor bepaalde schepen een geharmoniseerde keurings- en certificatieregeling vast te stellen, om bepaalde maatregelen te treffen betreffende schepen die onder de vlag van derde staten varen, om procedures vast te stellen voor havenstaatcontroles en om bepaalde verwijzingen en bijlagen te wijzigen teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau en met name binnen de IMO, of teneinde de doeltreffendheid van die verordening in het licht van de opgedane ervaring te verbeteren. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 782/2003, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 782/2003 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1, onder b), tweede alinea, wordt vervangen door:

„Indien nodig kan de Commissie voor deze schepen een geharmoniseerde keurings- en certificatieregeling vaststellen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Indien de AFS-Conventie op 1 januari 2007 nog niet in werking is getreden, treft de Commissie passende maatregelen om onder de vlag van een derde land varende schepen in staat te stellen aan te tonen dat zij artikel 5 naleven. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7, tweede alinea, wordt vervangen door:

„Indien de AFS-Conventie op 1 januari 2007 nog niet in werking is getreden, stelt de Commissie passende procedures voor deze controles vast. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau en met name binnen de IMO, of de doeltreffendheid van deze verordening in het licht van de opgedane ervaring te verbeteren, kan de Commissie de verwijzingen naar de AFS-Conventie, het AFS-certificaat, de AFS-verklaring en de AFS-verklaring van overeenstemming en de bijlagen bij deze verordening, met inbegrip van de relevante IMO-richtsnoeren ten aanzien van artikel 11 van de AFS-Conventie, wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (53) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

7.6.   Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt  (54)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/8/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om geharmoniseerde referentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte vast te stellen, om de in artikel 13 bedoelde drempelwaarden aan te passen aan de technische vooruitgang en om gedetailleerde richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging en toepassing van bijlage II bij Richtlijn 2004/8/EG, waaronder de vaststelling van de elektriciteit-warmteratio, vast te stellen en aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/8/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/8/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Voor het eerst op 21 februari 2011 en vervolgens om de vier jaar onderzoekt de Commissie de geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte als bedoeld in lid 1, teneinde rekening te houden met de technologische ontwikkelingen en de veranderingen in de distributie van energiebronnen. Uit dit onderzoek voortvloeiende maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 13 wordt vervangen door:

„Artikel 13

Aanpassing aan de technische vooruitgang

1.   De in bijlage II, onder a), vermelde drempelwaarden die worden gebruikt voor de berekening van elektriciteit uit warmtekrachtkoppeling worden door de Commissie aangepast aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2.   De in bijlage III, onder a), vermelde drempelwaarden die worden gebruikt voor de berekening van het rendement van de warmtekrachtkoppelingsproductie en de besparingen op primaire energie, worden door de Commissie aangepast aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.   De richtsnoeren voor de vaststelling van de elektriciteit-warmteratio als bedoeld in bijlage II, onder d), worden door de Commissie aangepast aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

4)

Bijlage II, onder e), wordt vervangen door:

„e)

De Commissie stelt gedetailleerde richtsnoeren vast voor de tenuitvoerlegging en toepassing van bijlage II, waaronder de vaststelling van de elektriciteit-warmteratio. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7.7.   Richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap  (55)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/52/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlage aan te passen en om de besluiten te nemen tot definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst. De Commissie moet ook de bevoegdheid worden gegeven om de technische besluiten te nemen met betrekking tot de totstandbrenging van de Europese elektronische tolheffingsdienst. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/52/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/52/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Indien nodig mag deze bijlage om technische redenen worden gewijzigd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 4, 5 en 6 worden vervangen door:

„4.   De Commissie neemt de besluiten met betrekking tot de definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Deze besluiten worden alleen genomen indien alle op basis van passende studies geëvalueerde voorwaarden aanwezig zijn om vanuit alle oogpunten, ook technisch, juridisch en commercieel, interoperabiliteit mogelijk te maken.

5.   De Commissie neemt de technische besluiten met betrekking tot de totstandbrenging van de Europese elektronische tolheffingsdienst. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 5 wordt vervangen door:

„Artikel 5

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het „Comité elektronische tolheffing”.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

7.8.   Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten  (56)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 725/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om te beslissen of de wijzigingen van de bijlagen, die betrekking hebben op bepaalde speciale maatregelen ter verbetering van de maritieme beveiliging van het Verdrag voor beveiliging van mensenlevens op zee en van de Internationale Code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten, die automatisch van toepassing zijn op internationaal vervoer, ook van toepassing moeten zijn op voor binnenlandse reizen gebruikte schepen en de havenfaciliteiten waar zij worden afgehandeld. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 725/2004 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Verordening (EG) nr. 725/2004 stelt veiligheidsvoorschriften en -maatregelen vast en is gebaseerd op internationale instrumenten die kunnen worden gewijzigd. Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 725/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie beslist over de opname van wijzigingen van de in artikel 2 bedoelde internationale instrumenten met betrekking tot voor binnenlandse reizen gebruikte schepen en de havenfaciliteiten waar zij worden afgehandeld waarop deze verordening van toepassing is, voor zover zij een technische actualisering van de bepalingen van het SOLAS-Verdrag en de ISPS-code inhouden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing; de Commissie mag om dringende urgente redenen gebruikmaken van de spoedprocedure van artikel 11, lid 5. De in lid 5 van dit artikel vastgelegde conformiteitscontroleprocedure is in deze gevallen niet van toepassing.”.

2)

Artikel 10, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De Commissie kan bepalingen goedkeuren ter vastlegging van de geharmoniseerde procedures voor de toepassing van de verplichte bepalingen van de ISPS-code, zonder het bereik van deze verordening te verbreden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 11, lid 5, bedoelde urgentieprocedure.”.

3)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 6 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 6, onder b), respectievelijk onder c), van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden vastgesteld op één maand.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

5.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

7.9.   Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de overdracht van vracht- en passagiersschepen tussen registers binnen de Gemeenschap  (57)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 789/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde definities te wijzigen teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau, met name binnen de IMO, en om de doeltreffendheid van de verordening dankzij de opgedane ervaring en de technische vooruitgang te verbeteren. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 789/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 789/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (58) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

2)

Artikel 9, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De in artikel 2 vastgestelde definities kunnen door de Commissie worden gewijzigd om rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau, met name binnen de IMO, en om de doeltreffendheid van de verordening dankzij de opgedane ervaring en de technische vooruitgang te verbeteren, voor zover het toepassingsgebied van de verordening door deze wijzigingen niet wordt uitgebreid. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7.10.   Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap  (59)

Met betrekking tot Richtlijn 2005/44/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/44/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2005/44/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

Wijzigingsprocedure

De bijlagen I en II kunnen worden gewijzigd naar aanleiding van de ervaring die is opgedaan met de toepassing van deze richtlijn en kunnen worden aangepast aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het comité opgericht krachtens artikel 7 van Richtlijn 91/672/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de wederzijdse erkenning van de nationale vaarbewijzen voor het besturen van schepen in het goederen- en personenvervoer over de binnenwateren (60).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

5.   De Commissie raadpleegt regelmatig vertegenwoordigers van de sector.

7.11.   Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens  (61)

Met betrekking tot Richtlijn 2005/65/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/65/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Richtlijn 2005/65/EG stelt veiligheidsvoorschriften en -maatregelen vast en is gebaseerd op internationale instrumenten die kunnen worden gewijzigd. Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de vaststelling van de bijlagen de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg worden de artikelen 14 en 15 van Richtlijn 2005/65/EG vervangen door:

„Artikel 14

Aanpassingen

De bijlagen I tot en met IV kunnen door de Commissie worden gewijzigd zonder het toepassingsgebied van deze richtlijn uit te breiden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 15, lid 3, bedoelde urgentieprocedure.

Artikel 15

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het comité dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 725/2004.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.


(1)  PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1.

(2)  PB L 147 van 9.6.1975, blz. 40.

(3)  PB L 121 van 15.5.1993, blz. 20.

(4)  PB L 162 van 3.7.2000, blz. 1.

(5)  PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1.

(6)  PB L 50 van 20.2.2004, blz. 28.

(7)  PB  196 van 16.8.1967, blz. 1.”.

(8)  PB L 50 van 20.2.2004, blz. 44.

(9)  PB  196 van 16.8.1967, blz. 1.”.

(10)  PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1.

(11)  PB L 22 van 26.1.2005, blz. 1.”.

(12)  PB L 104 van 8.4.2004, blz. 1.

(13)  PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1.

(14)  PB L 378 van 31.12.1982, blz. 1.

(15)  PB L 181 van 4.7.1986, blz. 6.

(16)  PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10.

(17)  PB L 121 van 11.5.1999, blz. 13.

(18)  PB L 309 van 27.11.2001, blz. 22.

(19)  PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(20)  PB L 229 van 29.6.2004, blz. 5.

(21)  PB L 23 van 26.1.2005, blz. 3.

(22)  PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1.

(23)  PB L 377 van 31.12.1991, blz. 48.”.

(24)  PB L 374 van 31.12.1991, blz. 1.

(25)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.”.

(26)  PB L 78 van 28.3.1996, blz. 27.

(27)  PB L 13 van 16.1.2002, blz. 21.

(28)  PB L 179 van 7.8.1972, blz. 1.”.

(29)  PB L 14 van 21.1.2003, blz. 1.

(30)  PB L 66 van 11.3.2003, blz. 1.

(31)  PB L 7 van 13.1.2004, blz. 1.

(32)  PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.

(33)  PB L 86 van 6.4.1979, blz. 30.

(34)  PB L 213 van 21.7.1982, blz. 8.

(35)  PB L 125 van 23.5.1996, blz. 35.

(36)  PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10.

(37)  PB L 170 van 3.8.1970, blz. 1.”.

(38)  PB L 146 van 13.6.2003, blz. 1.

(39)  PB L 325 van 12.12.2003, blz. 31.

(40)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1.

(41)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.

(42)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206.

(43)  PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1.

(44)  PB L 370 van 31.12.1985, blz. 8.

(45)  PB L 34 van 9.2.1998, blz. 1.

(46)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.

(47)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.”.

(48)  PB L 138 van 1.6.1999, blz. 1.

(49)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(50)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 1.

(51)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(52)  PB L 115 van 9.5.2003, blz. 1.

(53)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(54)  PB L 52 van 21.2.2004, blz. 50.

(55)  PB L 166 van 30.4.2004, blz. 124.

(56)  PB L 129 van 29.4.2004, blz. 6.

(57)  PB L 138 van 30.4.2004, blz. 19.

(58)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(59)  PB L 255 van 30.9.2005, blz. 152.

(60)  PB L 373 van 31.12.1991, blz. 29.”.

(61)  PB L 310 van 25.11.2005, blz. 28.


Chronologische index

1.

Richtlijn 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aerosols

2.

Richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het verkeer van mengvoeders

3.

Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten

4.

Richtlijn 82/883/EEG van de Raad van 3 december 1982 betreffende de voorschriften voor het toezicht op en de controle van de milieus die betrokken zijn bij lozingen van de titaandioxide-industrie

5.

Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer

6.

Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw

7.

Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de totstandbrenging van een communautaire enquête naar de industriële productie

8.

Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik

9.

Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval

10.

Richtlijn 96/16/EG van de Raad van 19 maart 1996 betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten

11.

Richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer en het gebruik van voedermiddelen

12.

Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp

13.

Richtlijn 97/70/EG van de Raad van 11 december 1997 betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen waarvan de lengte 24 m of meer bedraagt

14.

Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen

15.

Richtlijn 1999/35/EG van de Raad van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen

16.

Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis

17.

Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen

18.

Richtlijn 2001/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2001 betreffende door de lidstaten uit te voeren statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen

19.

Verordening (EG) nr. 417/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen

20.

Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding

21.

Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de statistieken van het spoorvervoer

22.

Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht

23.

Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen

24.

Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren

25.

Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen

26.

Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap

27.

Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers

28.

Verordening (EG) nr. 48/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de productie van jaarlijkse communautaire statistieken over de staalindustrie voor de referentiejaren 2003-2009

29.

Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren

30.

Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt

31.

Richtlijn 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP) (gecodificeerde versie)

32.

Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie)

33.

Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia

34.

Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten

35.

Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau

36.

Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de overdracht van vracht- en passagiersschepen tussen registers binnen de Gemeenschap

37.

Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod

38.

Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen

39.

Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne

40.

Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong

41.

Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong

42.

Richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap

43.

Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht

44.

Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne

45.

Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap

46.

Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens

47.

Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen


Top