Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008R1137

Verordening (EG) nr. 1137/2008 Van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft — Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing — Deel een

OJ L 311, 21.11.2008, p. 1–54 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 01 Volume 004 P. 144 - 197

In force: This act has been changed. Latest consolidated version: 11/12/2008

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1137/oj

21.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 311/1


VERORDENING (EG) Nr. 1137/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 oktober 2008

tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft

Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing — Deel een

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 40, artikel 47, lid 1 en lid 2, eerste en derde zin, artikel 55, artikel 71, artikel 80, lid 2, de artikelen 95 en 100, artikel 137, lid 2, artikel 156, artikel 175, lid 1, en artikel 285,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (2),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (4) is gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG van de Raad (5), waardoor de regelgevingsprocedure met toetsing is ingevoerd voor de aanneming van maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen besluit, onder meer door sommige van deze niet-essentiële onderdelen te schrappen of door het besluit aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen.

(2)

Overeenkomstig de verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (6) betreffende Besluit 2006/512/EG vergt de toepassing van de regelgevingsprocedure met toetsing op reeds geldende, volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen besluiten, dat deze besluiten volgens de geldende procedures worden aangepast.

(3)

Daar de wijzigingen die daartoe moeten worden aangebracht aan de besluiten alleen betrekking hebben op de comitéprocedures, dienen zij in het geval van richtlijnen niet te worden omgezet door de lidstaten,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de lijst in bijlage genoemde besluiten worden overeenkomstig die bijlage aangepast aan Besluit 1999/468/EG, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.

Artikel 2

De verwijzingen naar de bepalingen van de in de bijlage genoemde besluiten moeten worden gelezen als verwijzingen naar deze bepalingen, zoals aangepast bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 22 oktober 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J.-P. JOUYET


(1)  PB C 224 van 30.8.2008, blz. 35.

(2)  PB C 117 van 14.5.2008, blz. 1.

(3)  Advies van het Europees Parlement van 18 juni 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 25 september 2008.

(4)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(5)  PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11.

(6)  PB C 255 van 21.10.2006, blz. 1.


BIJLAGE

1.   LANDBOUW

1.1.   Richtlijn 1999/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 inzake extracten van koffie en extracten van cichorei  (1)

Met betrekking tot Richtlijn 1999/4/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven deze richtlijn aan te passen aan de algemene communautaire voorschriften inzake levensmiddelen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/4/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/4/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 wordt vervangen door:

„Artikel 4

Over de aanpassing van deze richtlijn aan de algemene communautaire voorschriften met betrekking tot levensmiddelen wordt door de Commissie een besluit genomen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 5 wordt vervangen door:

„Artikel 5

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 58 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid (2).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

1.2.   Richtlijn 2000/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2000 inzake cacao- en chocoladeproducten voor menselijke consumptie  (3)

Met betrekking tot Richtlijn 2000/36/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven de voor de uitvoering ervan vereiste maatregelen te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2000/36/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2000/36/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De volgende voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing:

maatregelen tot afstemming van deze richtlijn op de algemene communautaire bepalingen welke van toepassing zijn op levensmiddelen;

maatregelen tot aanpassing van de bepalingen in bijlage I, deel B, punt 2, en delen C en D, aan de technologische vooruitgang.”.

2)

Artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 58 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid (4).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

2.   WERKGELEGENHEID

2.1.   Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk  (5)

Met betrekking tot Richtlijn 89/391/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om over te gaan tot de strikt technische aanpassingen van de in artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG bedoelde bijzondere richtlijnen, afhankelijk van de goedkeuring van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en de normalisatie, van de ontwikkeling van internationale voorschriften of specificaties en kennis. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die bijzondere richtlijn, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt artikel 17 van Richtlijn 89/391/EEG vervangen door:

„Artikel 17

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité met het oog op de zuiver technische aanpassingen van de in artikel 16, lid 1, bedoelde bijzondere richtlijnen, afhankelijk:

a)

van de goedkeuring van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en de normalisatie;

b)

van de technische vooruitgang, de ontwikkeling van internationale voorschriften of specificaties en kennis.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van de bijzondere richtlijnen beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in lid 2 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in lid 3 bedoelde urgentieprocedure.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

2.2.   Richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen  (6)

Met betrekking tot Richtlijn 92/29/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om over te gaan tot de zuiver technische aanpassingen van de bijlagen bij de richtlijn aan de technische vooruitgang of aan de evolutie van de internationale voorschriften of specificaties en aan de laatste stand van de kennis. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 92/29/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt artikel 8 van Richtlijn 92/29/EEG vervangen door:

„Artikel 8

Comitéprocedure

1.   Met het oog op de zuiver technische aanpassing van de bijlagen bij deze richtlijn aan de technische vooruitgang of aan de evolutie van de internationale voorschriften of specificaties en aan de laatste stand van de kennis, wordt de Commissie bijgestaan door een comité.

Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in lid 2 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in lid 3 bedoelde urgentieprocedure.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

2.3.   Richtlijn 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (16e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)  (7)

Met betrekking tot Richtlijn 2002/44/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om over te gaan tot zuiver technische wijzigingen van de bijlage in verband met de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken, de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of specificaties en nieuwe inzichten op het gebied van mechanische trillingen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/44/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg worden de artikelen 11 en 12 van Richtlijn 2002/44/EG vervangen door:

„Artikel 11

Technische wijzigingen

De Commissie stelt zuiver technische wijzigingen van de bijlage bij deze richtlijn vast in verband met:

a)

de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken;

b)

de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of specificaties en nieuwe inzichten op het gebied van mechanische trillingen.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 12, lid 3, bedoelde urgentieprocedure.

Artikel 12

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 17, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG bedoelde comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

2.4.   Richtlijn 2003/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 februari 2003 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (lawaai) (17e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)  (8)

Met betrekking tot Richtlijn 2003/10/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om over te gaan tot zuiver technische wijzigingen in verband met de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken, de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of specificaties en nieuwe inzichten op het gebied van lawaai. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2003/10/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg worden de artikelen 12 en 13 van Richtlijn 2003/10/EG vervangen door:

„Artikel 12

Technische wijzigingen

De Commissie stelt zuiver technische wijzigingen vast in verband met:

a)

de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken;

b)

de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of specificaties en nieuwe inzichten op het gebied van lawaai.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 13, lid 3, bedoelde urgentieprocedure.

Artikel 13

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 17, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG bedoelde comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

2.5.   Richtlijn 2004/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) (18e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid l, van Richtlijn 89/391/EEG)  (9)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/40/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om over te gaan tot zuiver technische wijzigingen van de bijlagen in verband met de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken, de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of specificaties, en nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van elektromagnetische velden. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/40/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/40/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie stelt zuiver technische wijzigingen van de bijlage vast in verband met:

a)

de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken;

b)

de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of specificaties, en nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van elektromagnetische velden.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 11, lid 3, bedoelde urgentieprocedure.”.

2)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

2.6.   Richtlijn 2006/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan risico’s van fysische agentia (kunstmatige optische straling) (19e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)  (10)

Met betrekking tot Richtlijn 2006/25/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om over te gaan tot zuiver technische wijzigingen in de bijlagen in verband met de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken, de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of internationale specificaties, en nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van beroepsmatige blootstelling aan optische straling. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2006/25/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2006/25/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie stelt zuiver technische wijzigingen van de bijlagen vast in verband met:

a)

de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken;

b)

de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of internationale specificaties, en nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van beroepsmatige blootstelling aan optische straling.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 11, lid 3, bedoelde urgentieprocedure.”.

2)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

3.   ONDERNEMINGEN

3.1.   Richtlijn 76/767/EEG van de Raad van 27 juli 1976 over de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake gemeenschappelijke bepalingen betreffende toestellen onder druk en keuringsmethoden voor deze toestellen  (11)

Met betrekking tot Richtlijn 76/767/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen erbij en de in elk van de bijzondere richtlijnen vermelde bepalingen aan te passen aan de vooruitgang van de techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 76/767/EEG en van de bijzondere richtlijnen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 76/767/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 17, lid 2, onder a), wordt vervangen door:

„a)

de lidstaat zendt de documenten met de beschrijving van het toestel en de bescheiden ter staving van het verzoek om van een bepaling te mogen afwijken, met name de resultaten van de eventueel verrichte proeven, aan de andere lidstaten; deze hebben, te rekenen vanaf de mededeling van deze inlichtingen, vier maanden de tijd om kenbaar te maken of zij al dan niet akkoord gaan, opmerkingen in te dienen, vragen te stellen, aanvullende eisen voor te leggen of aanvullende proeven te verlangen en, desgewenst, te verlangen dat het in artikel 20, lid 1, bedoelde Comité om advies wordt gevraagd. Deze mededelingen worden eveneens aan de Commissie gezonden. Deze briefwisseling is vertrouwelijk.”.

2)

Artikel 18 wordt vervangen door:

„Artikel 18

De Commissie past de bijlagen I en II bij deze richtlijn en de bepalingen van de bijzondere richtlijnen die uitdrukkelijk worden aangeduid in elk van die richtlijnen aan aan de vooruitgang van de techniek. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn en van bijzondere richtlijnen beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

3.2.   Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten  (12)

Met betrekking tot Richtlijn 76/769/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen daarbij aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 76/769/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen, zoals de dringende noodzaak om beperkingen van het op de markt brengen of van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen te versterken, de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt Richtlijn 76/769/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 bis wordt vervangen door:

„Artikel 2 bis

De Commissie kan de bijlagen bij deze richtlijn aanpassen aan de technische vooruitgang voor wat betreft de reeds onder de richtlijn vallende stoffen en preparaten. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 2 ter, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 2 ter, lid 3, bedoelde urgentieprocedure.”.

2)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 2 ter

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 29, lid 1, van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad (13) ingestelde Comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.3.   Richtlijn 94/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen  (14)

Met betrekking tot Richtlijn 94/25/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om wijzigingen aan te brengen in het licht van de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 94/25/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 94/25/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6 bis wordt vervangen door:

„Artikel 6 bis

De Commissie kan wijzigingen aanbrengen in de voorschriften van bijlage I, punten B.2 en C.1, die nodig zijn in het licht van de vooruitgang van wetenschap en techniek, uitgezonderd directe of indirecte wijzigingen in de uitlaat of geluidsemissiewaarden en het getal van Froude en de verhouding vermogen/waterverplaatsing. Tot deze wijzigingen behoren de referentiebrandstoffen en de voor de bepaling van uitlaat- en geluidsemissies te hanteren normen.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6 ter, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 6 ter

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het krachtens artikel 6, lid 3, ingestelde comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

3.4.   Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels  (15)

Met betrekking tot Richtlijn 96/73/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de in bijlage II bij die richtlijn vermelde methoden voor kwantitatieve analyse aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die richtlijn, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg worden de artikelen 5 en 6 van Richtlijn 96/73/EG vervangen door:

„Artikel 5

De Commissie past de in bijlage II vermelde methoden voor kwantitatieve analyse aan aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 6

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor de sector richtlijnen met betrekking tot de benamingen en de etikettering van textielproducten.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

3.5.   Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten  (16)

Met betrekking tot Richtlijn 1999/45/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen daarbij aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/45/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/45/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10, punt 3, eerste zin, wordt vervangen door:

„Voor bepaalde preparaten die als gevaarlijk zijn ingedeeld in de zin van artikel 7 kan de Commissie, in uitzondering op het bepaalde in de punten 2.4, 2.5 en 2.6 van dit artikel, vrijstelling verlenen van sommige bepalingen betreffende de milieutechnische kenmerking of specifieke bepalingen in verband met de milieutechnische kenmerking vastleggen indien een afname van de milieueffecten kan worden aangetoond. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20 bis, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 12, lid 4, tweede zin, wordt vervangen door:

„Indien nodig kan de Commissie maatregelen treffen in het kader van bijlage V. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20 bis, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 19, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De Commissie neemt een besluit volgens de in artikel 20 bis, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

4)

Artikel 20 wordt vervangen door:

„Artikel 20

De Commissie past de bijlagen bij deze richtlijn aan aan de vooruitgang van de techniek. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20 bis, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 20 bis

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 29, lid 1, van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad ingestelde Comité (17).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.6.   Richtlijn 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 maart 2002 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen  (18)

Met betrekking tot Richtlijn 2002/24/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen bij deze richtlijn en de bepalingen van de in bijlage I bedoelde bijzondere richtlijnen aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/24/EG of van de bijzondere richtlijnen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/24/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 17 wordt vervangen door:

„Artikel 17

De Commissie kan de bijlagen bij deze richtlijn en de bepalingen van de in bijlage I bij deze richtlijn bedoelde bijzondere richtlijnen aanpassen aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn en van bijzondere richtlijnen beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

3.7.   Richtlijn 2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers en aanhangwagens, verwisselbare getrokken machines, systemen, onderdelen en technische eenheden daarvan  (19)

Met betrekking tot Richtlijn 2003/37/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen bij deze richtlijn aan te passen, om de technische voorschriften van de bijzondere richtlijnen aan te passen en om in de bijzondere richtlijnen bepalingen op te nemen met betrekking tot de EG-typegoedkeuring van technische eenheden. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2003/37/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2003/37/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de inleidende formule vervangen door:

„1.   De voor de uitvoering van deze richtlijn nodige maatregelen betreffende de onderstaande aangelegenheden worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   De Commissie past de bijlagen bij deze richtlijn aan indien overeenkomstig Besluit 97/836/EG nieuwe regelgeving wordt vastgesteld of wijzigingen worden aangebracht in bestaande regelgeving die de Gemeenschap heeft aanvaard. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 20, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

3.8.   Richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten  (20)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/22/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om passende maatregelen te nemen teneinde de instrumentspecifieke bijlagen (MI-001 tot MI-010) te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/22/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/22/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

lid 4 wordt geschrapt.

2)

Artikel 16, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie kan, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, de instrumentspecifieke bijlagen (MI-001 tot MI-010) wijzigen met betrekking tot:

a)

de maximaal toelaatbare fouten en de nauwkeurigheidsklassen;

b)

de nominale bedrijfsomstandigheden;

c)

de kritische veranderingswaarde;

d)

storingen.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4.   MILIEU

4.1.   Richtlijn 76/160/EEG van de Raad van 8 december 1975 betreffende de kwaliteit van het zwemwater  (21)

Met betrekking tot Richtlijn 76/160/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de waarden G en I van de parameters en de in de bijlage daarbij bedoelde analysemethoden aan te passen aan de vooruitgang van de techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 76/160/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 76/160/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

De Commissie stelt de wijzigingen vast die noodzakelijk zijn om de waarden G en I van de parameters en de in de bijlage bij deze verordening bedoelde analysemethoden aan te passen aan de vooruitgang van de techniek.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

4.2.   Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater  (22)

Met betrekking tot Richtlijn 91/271/EEG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de eisen van de afdelingen A, B en C van bijlage I te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 91/271/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 91/271/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De in lid 1 genoemde opvangsystemen moeten voldoen aan de eisen van afdeling A van bijlage I. De Commissie kan deze eisen wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 4, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties als bedoeld in de leden 1 en 2 dienen te voldoen aan de toepasselijke eisen van afdeling B van bijlage I. De Commissie kan deze eisen wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 5, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties als bedoeld in lid 2 dienen te voldoen aan de toepasselijke eisen van afdeling B van bijlage I. De Commissie kan deze eisen wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   De Commissie behandelt dit verzoek en treft passende maatregelen volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”;

b)

lid 5, tweede alinea, wordt vervangen door:

„In dat geval dienen de lidstaten tevoren een desbetreffend dossier bij de Commissie in. De Commissie bestudeert de zaak en neemt passende maatregelen volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

5)

Artikel 11, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De voorschriften en/of bijzondere vergunningen dienen te voldoen aan de eisen van afdeling C van bijlage I. De Commissie kan deze eisen wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

6)

Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   In voorafgaande voorschriften en/of bijzondere vergunningen worden voor lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties overeenkomstig lid 2 in agglomeraties met 2 000 tot 10 000 i.e. ten aanzien van lozingen in zoet water en estuaria, en in agglomeraties van 10 000 i.e. of meer ten aanzien van alle lozingen, de nodige voorwaarden gesteld voor het naleven van de toepasselijke eisen van afdeling B van bijlage I. De Commissie kan deze eisen wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7)

Artikel 15, lid 5, wordt vervangen door:

„5.   De Commissie kan volgens de regelgevingsprocedure van artikel 18, lid 2, richtsnoeren voor de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde controles opstellen.”.

8)

Artikel 17, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De Commissie bepaalt volgens de regelgevingsprocedure van artikel 18, lid 2, de methoden en voorbeelden van verslaggeving over de nationale programma’s. Wijzigingen in deze methoden en voorbeelden worden volgens dezelfde procedure vastgesteld.”.

9)

Artikel 18, leden 2 en 3, wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4.3.   Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen  (23)

Met betrekking tot Richtlijn 91/676/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen daarbij aan te passen of aan te vullen in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 91/676/EEG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 91/676/EEG als volgt gewijzigd:

1)

De artikelen 7 en 8 worden vervangen door:

„Artikel 7

De Commissie kan volgens de regelgevingsprocedure van artikel 9, lid 2, richtsnoeren opstellen voor de in de artikelen 5 en 6 bedoelde controle.

Artikel 8

De Commissie kan de bijlagen bij deze richtlijn aanpassen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 9, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

3)

Bijlage III, punt 2, derde alinea, wordt vervangen door:

„Indien een lidstaat krachtens punt b) van de tweede alinea een andere hoeveelheid toestaat, doet hij daarvan mededeling aan de Commissie, die de motivering volgens de regelgevingsprocedure van artikel 9, lid 2, bestudeert.”.

4.4.   Richtlijn 94/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag van benzine en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations  (24)

Met betrekking tot Richtlijn 94/63/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de specificaties voor installaties voor vulling langs de onderzijde in bijlage IV daarbij te herzien alsook om, met uitzondering van de grenswaarden genoemd in bijlage II, punt 2, de bijlagen aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 94/63/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 94/63/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 1, zesde alinea, wordt vervangen door:

„Alle terminals met installaties voor het laden van tankwagens dienen te zijn uitgerust met minstens één laadportaal dat beantwoordt aan de specificaties voor installaties voor vulling langs de onderzijde in bijlage IV. De Commissie bestudeert deze specificaties op gezette tijden opnieuw en herziet ze zo nodig. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

Aanpassing aan de technische vooruitgang

Met uitzondering van de grenswaarden, genoemd in bijlage II, punt 2, kan de Commissie de bijlagen bij deze richtlijn aanpassen aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

4.5.   Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken  (25)

Met betrekking tot Richtlijn 96/82/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen II tot en met VI daarbij aan te passen aan de technische vooruitgang en om geharmoniseerde criteria vast te stellen voor het besluit van de bevoegde autoriteit van een lidstaat dat een inrichting geen gevaar voor een zwaar ongeval kan opleveren. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 96/82/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 96/82/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 9, lid 6, onder b), wordt vervangen door:

„b)

De Commissie stelt geharmoniseerde criteria vast voor het besluit van de bevoegde autoriteit dat een inrichting geen gevaar voor een zwaar ongeval in de zin van onderdeel a) kan opleveren. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 15, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Zodra de in artikel 14 bedoelde gegevens zijn verzameld, stellen de lidstaten de Commissie van de resultaten van hun analyse en van hun aanbevelingen in kennis met een volgens de regelgevingsprocedure van artikel 22, lid 2, opgesteld en bijgewerkt formulier.

De lidstaten kunnen de mededeling van die gegevens slechts uitstellen om de uitkomst van een gerechtelijke procedure af te wachten, indien verstrekking van de gegevens die procedure zou schaden.”.

3)

Artikel 21 wordt vervangen door:

„Artikel 21

Mandaat van het comité

1.   De Commissie past de criteria, bedoeld in artikel 9, lid 6, onder b), en de bijlagen II tot en met VI aan aan de vooruitgang van de techniek.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2.   De maatregelen om het in artikel 15, lid 2, bedoelde formulier op te stellen worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2 bedoelde regelgevingsprocedure.”.

4)

Artikel 22 wordt vervangen door:

„Artikel 22

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4.6.   Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen  (26)

Met betrekking tot Richtlijn 1999/31/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen bij deze richtlijn aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek en om maatregelen te nemen voor de standaardisering van controle-, bemonsterings- en analysemethoden. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/31/EG onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/31/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 16 wordt vervangen door:

„Artikel 16

Comité

Alle maatregelen die nodig zijn voor de aanpassing van de bijlagen bij deze richtlijn aan de vooruitgang van wetenschap en techniek en alle maatregelen voor de standaardisering van controle-, bemonsterings- en analysemethoden in verband met het storten van afvalstoffen worden door de Commissie, bijgestaan door het bij artikel 18 van Richtlijn 2006/12/EG ingestelde comité, vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Te dien einde neemt het comité, wat bijlage II betreft, het volgende in acht: rekening houdend met de algemene beginselen en procedures voor het testen en de aanvaardingscriteria van bijlage II, worden specifieke criteria en/of testmethoden en bijbehorende grenswaarden vastgesteld voor elke stortplaatsklasse, en zo nodig ook voor specifieke typen stortplaats binnen elke klasse, met inbegrip van ondergrondse opslag.

De Commissie stelt volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure bepalingen vast voor de harmonisatie en de geregelde toezending van de in de artikelen 5, 7 en 11 bedoelde statistische gegevens en, zo nodig, voor de wijzigingen van die bepalingen.”.

2)

Artikel 17, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4.7.   Richtlijn 1999/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto’s  (27)

Met betrekking tot Richtlijn 1999/94/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die richtlijn, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/94/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

1.   Maatregelen die nodig zijn om de bijlagen bij deze richtlijn aan te passen, en die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing na raadpleging van consumentenorganisaties en andere belanghebbenden.

Teneinde dit proces te vergemakkelijken, legt iedere lidstaat de Commissie voor 31 december 2003 een verslag over de doeltreffendheid van de bepalingen van deze richtlijn voor, dat de periode vanaf 18 januari 2001 tot en met 31 december 2002 beslaat. De vorm van dit verslag wordt, uiterlijk op 18 januari 2001 vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure van artikel 10, lid 2.

2.   Naast de in lid 1 bedoelde maatregelen neemt de Commissie maatregelen die gericht zijn op:

a)

nadere specificering van het vormvoorschrift van het in artikel 3 bedoelde etiket door wijziging van bijlage I;

b)

nadere specificering van de vereisten inzake de in artikel 4 bedoelde gids, met het oog op de indeling van de nieuwe automodellen, zodat de modellen binnen aldus tot stand gekomen categorieën kunnen worden gerangschikt naar CO2-uitstoot en brandstofverbruik, met inbegrip van een categorie voor de rangschikking van de meest brandstofefficiënte nieuwe automodellen;

c)

het opstellen van aanbevelingen om de beginselen van de bepalingen inzake reclamemateriaal als bedoeld in artikel 6, lid 1, toe te kunnen passen op andere media en materiaal.

De onder punt a) van de eerste alinea vermelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De onder b) en c) van de eerste alinea vermelde maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.”.

2)

Artikel 10, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4.8.   Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval  (28)

Met betrekking tot Richtlijn 2000/76/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om criteria op te stellen voor de eisen betreffende de verlaging van de frequentie van bepaalde periodieke metingen; om te besluiten vanaf welke datum continumetingen van bepaalde grenswaarden voor emissies in de lucht moeten worden uitgevoerd; om de artikelen 10, 11 en 13 en de bijlagen I en III te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang of aan nieuwe gegevens betreffende de voordelen van emissieverminderingen voor de volksgezondheid, alsook om de tabellen van bijlage II, punt 2.1, aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2000/76/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2000/76/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 7, eerste alinea, wordt vervangen door:

„7.   In de door de bevoegde autoriteit afgegeven vergunning kan worden toegestaan dat de frequentie van de periodieke metingen voor zware metalen van tweemaal per jaar verlaagd wordt naar eenmaal per twee jaar en voor dioxinen en furanen van tweemaal per jaar naar eenmaal per jaar, op voorwaarde dat de emissies als gevolg van verbranding of meeverbranding minder dan 50 % bedragen van de overeenkomstig respectievelijk bijlage II of bijlage V vastgestelde emissiegrenswaarden, en dat de criteria voor de na te leven voorschriften beschikbaar zijn. De Commissie stelt deze criteria op, die ten minste gebaseerd zijn op het bepaalde in de tweede alinea, onder a) en d). Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 13 wordt vervangen door:

„13.   Zodra in de Gemeenschap geschikte meettechnieken beschikbaar zijn, besluit de Commissie vanaf welke datum continumetingen van de uitstoot van zware metalen, dioxinen en furanen in de atmosfeer overeenkomstig bijlage III moeten worden uitgevoerd. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 16 wordt vervangen door:

„Artikel 16

Aanpassing aan de technische vooruitgang of aan nieuwe gegevens

De Commissie stelt maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen en om de artikelen 10, 11 en 13 en de bijlagen I en III aan te passen aan de technische vooruitgang of aan nieuwe gegevens betreffende de voordelen van emissieverminderingen voor de volksgezondheid vast volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 17 wordt vervangen door:

„Artikel 17

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4)

Bijlage II, punt II.2.1, eerste alinea, wordt vervangen door:

„Ingeval er voor grote stookinstallaties in Richtlijn 2001/80/EG of conform toekomstige Gemeenschapswetgeving strengere emissiegrenswaarden worden vastgesteld, komen die, voor de installaties en verontreinigende stoffen in kwestie, in de plaats van de emissiegrenswaarden in de volgende tabellen (Cproces). In dat geval past de Commissie de onderstaande tabellen aan aan die strengere emissiegrenswaarden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden onverwijld vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4.9.   Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai  (29)

Met betrekking tot Richtlijn 2002/49/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bijlage I, punt 3, en de bijlagen II en III daarbij aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, en om gemeenschappelijke bepalingsmethoden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/49/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/49/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie stelt de gemeenschappelijke bepalingsmethoden voor de bepaling van Lden en Lnight vast door middel van herziening van bijlage II. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Zolang die methoden niet zijn vastgesteld, kunnen lidstaten bepalingsmethoden gebruiken die overeenkomstig bijlage II zijn aangepast en die gebaseerd zijn op de in hun eigen wetgeving opgenomen methoden. In dat geval moeten zij aantonen dat die methoden resultaten opleveren die gelijkwaardig zijn aan de resultaten die met de in punt 2.2 van bijlage II vermelde methoden worden bereikt.”.

2)

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

Aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang

De Commissie past bijlage I, punt 3, alsmede de bijlagen II en III aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 13, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4)

De tweede zin van het inleidende gedeelte van bijlage III wordt vervangen door:

„De dosis/effectrelaties die in het kader van toekomstige herzieningen volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 13, lid 3, in deze bijlage zullen worden opgenomen, hebben vooral betrekking op:”.

4.10.   Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders  (30)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1830/2003 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om een systeem vast te stellen voor de ontwikkeling van eenduidige identificatienummers en de toekenning ervan aan GGO’s en om dat systeem aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die verordening, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1830/2003 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Eenduidige identificatienummers

De Commissie dient:

a)

vóór de toepassing van de artikelen 1 tot en met 7, een systeem vast te stellen voor de ontwikkeling van eenduidige identificatienummers en de toekenning ervan aan GGO’s;

b)

het onder a) bedoelde systeem in voorkomend geval aan te passen.

De in de eerste alinea bedoelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Daarbij wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in de internationale fora.”.

2)

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”;

b)

lid 4 wordt geschrapt.

4.11.   Richtlijn 2004/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen  (31)

Met betrekking tot Richtlijn 2004/42/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bijlage III daarbij aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/42/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/42/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Aanpassing aan de technische vooruitgang

De Commissie past bijlage III aan aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4.12.   Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen  (32)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 842/2006 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om het volgende vast te stellen: de basisvoorschriften inzake de controle van lekkage; minimumeisen en voorwaarden voor wederzijdse erkenning van opleidingsprogramma’s en certificering, en aanvullende etiketteringsvoorschriften. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 842/2006, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 842/2006 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 7, wordt vervangen door:

„7.   De Commissie stelt voor elk van de in lid 1 bedoelde toepassingen de basisvoorschriften inzake controle vast. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De Commissie voert, op basis van de door de lidstaten ontvangen informatie en in overleg met de betrokken sectoren, minimumeisen en voorwaarden in voor wederzijdse erkenning van opleidingsprogramma’s en certificering voor zowel bedrijven als relevante personeelsleden die betrokken zijn bij de installatie, het onderhoud of de service inzake de onder artikel 3, lid 1, vallende apparatuur en systemen alsmede voor de personeelsleden die bij de in de artikelen 3 en 4 genoemde activiteiten betrokken zijn. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 7, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De vorm van het te gebruiken etiket wordt volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure vastgesteld.

In voorkomend geval worden er etiketteringsvoorschriften vastgesteld bovenop deze welke zijn bedoeld in lid 1. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Alvorens een voorstel te doen aan het in artikel 12, lid 1, bedoelde comité evalueert de Commissie of het wenselijk is aanvullende milieu-informatie, met inbegrip van het aardopwarmingsvermogen, op etiketten te vermelden, rekening houdend met bestaande etiketteringsvoorschriften die reeds op de in lid 2 bedoelde producten en apparatuur van toepassing zijn.”.

4)

Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4.13.   Richtlijn 2006/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen  (33)

Met betrekking tot Richtlijn 2006/44/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de in bijlage I daarbij vermelde G-waarden van de parameters en de in de bijlage I bedoelde analysemethoden aan te passen aan de vooruitgang van techniek en wetenschap. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2006/44/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2006/44/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

De Commissie stelt de nodige wijzigingen vast voor aanpassing aan de vooruitgang van techniek en wetenschap van de in bijlage I bij deze richtlijn vermelde G-waarden van de parameters en analysemethoden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

4.14.   Richtlijn 2006/113/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake de vereiste kwaliteit van schelpdierwater  (34)

Met betrekking tot Richtlijn 2006/113/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de in bijlage I daarbij vermelde G-waarden van de parameters en analysemethoden aan te passen aan de vooruitgang van techniek en wetenschap. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2006/113/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt artikel 12 van Richtlijn 2006/113/EG vervangen door:

„Artikel 12

De Commissie, die wordt bijgestaan door het Comité dat is ingesteld bij artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2006/44/EG, stelt de nodige maatregelen vast voor aanpassing aan de vooruitgang van techniek en wetenschap van de in bijlage I bij deze richtlijn vermelde G-waarden van de parameters en analysemethoden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, van Richtlijn 2006/44/EG bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5.   EUROSTAT

5.1.   Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake de statistische eenheden voor waarneming en analyse van het productiestelsel in de Gemeenschap  (35)

Met betrekking tot Verordening (EEG) nr. 696/93 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlage daarbij aan te passen aan de economische en technische ontwikkeling. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EEG) nr. 696/93 moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EEG) nr. 696/93 als volgt gewijzigd:

1)

De artikelen 5 en 6 worden vervangen door:

„Artikel 5

Na afloop van de in artikel 4 bedoelde overgangsperiode kan de Commissie een lidstaat toestaan andere statistische eenheden van het productiestelsel te gebruiken, op voorwaarde dat deze overeenkomstig de in artikel 7, lid 2, bedoelde beheersprocedure zijn goedgekeurd.

Artikel 6

De uitvoeringsmaatregelen van deze verordening en de maatregelen inzake de aanpassing aan de economische en technische ontwikkelingen welke met name betrekking hebben op de statistische eenheden van het productiestelsel, de gehanteerde criteria en de in bijlage gegeven definities worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

5.2.   Richtlijn 95/57/EG van de Raad van 23 november 1995 betreffende de verzameling van statistische informatie op het gebied van het toerisme  (36)

Met betrekking tot Richtlijn 95/57/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om het volgende vast te stellen: de definitie van de kenmerken van de te verzamelen gegevens alsmede eventuele wijzigingen van de lijst van kenmerken; de minimumeisen inzake nauwkeurigheid waaraan de resultaten van de verzameling moeten voldoen alsook de procedures voor een geharmoniseerde verwerking van systematische fouten; gedetailleerde regels voor de verwerking door de lidstaten van verzamelde gegevens. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 95/57/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 95/57/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De definitie van de kenmerken van de te verzamelen gegevens alsmede eventuele wijzigingen van de lijst van kenmerken worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 4, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Bij de verzameling van de statistische informatie wordt er, waar dat mogelijk is, op toegezien dat de resultaten aan de nodige minimumeisen op het gebied van nauwkeurigheid voldoen. Deze nauwkeurigheidseisen en de procedures voor een geharmoniseerde verwerking van systematische fouten worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Bij de vaststelling van de minimumeisen op het gebied van nauwkeurigheid is met name het aantal overnachtingen per jaar op nationaal niveau bepalend.”.

3)

Artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

Verwerking van de gegevens

De lidstaten verwerken de uit hoofde van artikel 3 verzamelde gegevens in overeenstemming met de in artikel 4 genoemde nauwkeurigheidseisen en conform de gedetailleerde regels, zoals vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Bij de regionale indeling wordt gebruikgemaakt van de nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) van het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen.”.

4)

In artikel 7, lid 3, worden de woorden „in artikel 12” vervangen door „in artikel 12, lid 1”.

5)

In artikel 9 worden de woorden „in artikel 12” vervangen door „in artikel 12, lid 1”.

6)

Aan artikel 11 worden de volgende alinea’s toegevoegd:

„De maatregelen betreffende de artikelen 3, 4 en 6, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De maatregelen betreffende de artikelen 7 en 9 worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 1, bedoelde procedure.”.

7)

Artikel 12, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

5.3.   Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS)  (37)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1059/2003 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bestuurlijke eenheden die voor de NUTS-nomenclatuur worden gebruikt, aan te passen; om af te wijken van de bevolkingsaantallen voor sommige niet-bestuurlijke eenheden; om de kleinere bestuurlijke eenheden die voor het NUTS-niveau 3 worden gebruikt, te wijzigen, en om de NUTS-nomenclatuur te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1059/2003 onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1059/2003 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   De bestaande bestuurlijke eenheden die voor de NUTS-nomenclatuur worden gebruikt, zijn vastgesteld in bijlage II. De maatregelen tot wijziging van bijlage II, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 5, derde alinea, wordt vervangen door:

„Voor sommige niet-bestuurlijke eenheden kan evenwel van deze cijfers worden afgeweken wegens bijzondere geografische, sociaaleconomische, historische, culturele of ecologische omstandigheden, in het bijzonder op eilanden en in ultraperifere gebieden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 4, lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De maatregelen tot wijziging van bijlage III, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 4, eerste zin, wordt vervangen door:

„4.   Wijzigingen in de NUTS-nomenclatuur worden — niet vaker dan om de drie jaar op basis van de in artikel 3 vastgestelde criteria — aangenomen in de tweede helft van het kalenderjaar. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

„5.   Wanneer de NUTS-nomenclatuur gewijzigd wordt, zendt de betrokken lidstaat de Commissie de tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling toe ter vervanging van de reeds toegezonden gegevens. De lijst van de tijdreeksen en de duur ervan worden vastgesteld door de Commissie, waarbij rekening wordt gehouden met de vraag of het toezenden van dergelijke gegevensreeksen haalbaar is. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. De tijdreeksen moeten binnen twee jaar na de wijziging van de NUTS-nomenclatuur beschikbaar gesteld worden.”.

4)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

5.4.   Verordening (EG) nr. 1177/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 inzake de communautaire statistiek van inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC)  (38)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1177/2003 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de maatregelen te nemen betreffende de secundaire doelgebieden en de personen die in de eerste steekproef zijn opgenomen, alsook maatregelen in verband met economische en technische veranderingen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1177/2003, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1177/2003 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De secundaire doelgebieden worden vanaf 2005 jaarlijks uitsluitend in het transversale gedeelte opgenomen. Elk jaar wordt één secundair doelgebied bestreken. De maatregelen betreffende de definitie van deze doelgebieden, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 8, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Voor het longitudinale onderzoek worden de personen die in de eerste steekproef zijn opgenomen voor de duur van het panelonderzoek gevolgd. Elke persoon in de steekproef die binnen de landsgrenzen naar een particulier huishouden verhuist, wordt in de nieuwe woonplaats opgezocht volgens de opsporingsregels en -procedures die door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 14, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

4)

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 worden de woorden „volgens de procedure van artikel 14, lid 2” geschrapt;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„5.   De in de leden 1 en 2 vermelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen onder meer door haar aan te vullen met niet-essentiële onderdelen, worden ten minste twaalf maanden voor het begin van het enquêtejaar volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing vastgesteld.”.

5.5.   Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de landbouwrekeningen in de Gemeenschap  (39)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 138/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de methoden van de landbouwrekeningen in de Gemeenschap bij te werken, alsook de lijst van variabelen en de termijnen voor de indiening van de gegevens betreffende deze landbouwrekeningen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 138/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 138/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie werkt de methoden van de LR bij. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 4, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 3, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De Commissie werkt de lijst van variabelen en de termijnen voor de indiening van de gegevens als bedoeld in bijlage II bij. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 4, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

5.6.   Verordening (EG) nr. 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende communautaire statistieken over de informatiemaatschappij  (40)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 808/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de maatregelen vast te stellen ter uitvoering van de modules die betrekking hebben op de selectie en specificatie, aanpassing en wijziging van de onderwerpen en de kenmerken daarvan, de dekking, de periodiciteit, zoals bedoeld in die verordening. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 808/2004, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg worden de artikelen 8 en 9 van Verordening (EG) nr. 808/2004 vervangen door:

„Artikel 8

Uitvoeringsmaatregelen

1.   De maatregelen ter uitvoering van de modules van deze verordening hebben betrekking op de selectie en specificatie, aanpassing en wijziging van de onderwerpen en de kenmerken daarvan, de dekking, de referentieperioden en de onderverdelingen van de kenmerken, de periodiciteit en het tijdschema voor de verstrekking van de gegevens en de termijnen voor de toezending van de resultaten.

2.   De Commissie stelt de uitvoeringsmaatregelen vast, met inbegrip van aanpassings- en bijwerkingsmaatregelen om rekening te houden met economische en technische veranderingen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, rekening houdend met de middelen van de lidstaten, de last die op de respondenten rust, de technische en methodologische haalbaarheid en de betrouwbaarheid van de resultaten.

3.   De uitvoeringsmaatregelen worden ten minste 9 maanden vóór het begin van een verzamelperiode opgesteld.

Artikel 9

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

5.7.   Verordening (EG) nr. 184/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 betreffende de communautaire statistiek inzake de betalingsbalans, de internationale handel in diensten en buitenlandse directe investeringen  (41)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 184/2005 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de gemeenschappelijke kwaliteitsnormen, alsook de inhoud en de frequentie van de kwaliteitsrapporten nader te specificeren, alsmede om de bijlagen aan te passen aan de economische en technische veranderingen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 184/2005, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 184/2005 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De gemeenschappelijke kwaliteitsnormen, alsmede de inhoud en de frequentie van de kwaliteitsrapporten, worden nader gespecificeerd door de Commissie, rekening houdend met de gevolgen voor de kosten van het verzamelen en samenstellen van de gegevens, alsmede met belangrijke wijzigingen met betrekking tot de verzameling van gegevens.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De kwaliteit van de toegezonden gegevens wordt op grond van de kwaliteitsrapporten beoordeeld door de Commissie, bijgestaan door het in artikel 11, lid 1, bedoelde Betalingsbalanscomité.

Deze beoordeling wordt het Europees Parlement ter informatie toegezonden.”.

2)

De artikelen 10 en 11 worden vervangen door:

„Artikel 10

Aanpassing aan economische en technische veranderingen

De volgende maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen en die vereist zijn om rekening te houden met economische en technische veranderingen worden vastgesteld door de Commissie volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing:

a)

de bijwerking van de gegevensvereisten, met inbegrip van indieningstermijnen en herzieningen, uitbreidingen en stopzettingen van gegevensstromen (bijlage I);

b)

de bijwerking van de definities (bijlage II).

Artikel 11

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Betalingsbalanscomité, hierna „het comité” genoemd.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

4.   De ECB kan de vergaderingen van het comité als waarnemer bijwonen.”.

5.8.   Verordening (EG) nr. 1161/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende de opstelling van niet-financiële kwartaalrekeningen per institutionele sector  (42)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1161/2005 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om tijdschema’s en een indeling van de transacties vast te stellen, om de termijn voor indiening van gegevens aan te passen, om het aandeel van het communautaire totaal aan te passen, en om gemeenschappelijke kwaliteitsnormen vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1161/2005, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1161/2005 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Een tijdschema voor de indiening van de posten P.1, P.2, D.42, D.43, D.44, D.45 en B.4G en een eventueel besluit om een indeling van de in de bijlage opgenomen transacties naar partnersector te verlangen, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Een dergelijk besluit wordt pas genomen nadat de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag heeft uitgebracht over de uitvoering van deze verordening, overeenkomstig artikel 9.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   De Commissie kan de in lid 3 genoemde indieningstermijn met maximaal vijf dagen aanpassen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 3, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De Commissie kan het aandeel van 1 % in het communautaire totaal, genoemd in lid 1, bijstellen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 6, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De lidstaten nemen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de verstrekte gegevens in de loop van de tijd verbetert om in overeenstemming te zijn met de door de Commissie vastgestelde gemeenschappelijke kwaliteitsnormen. Maatregelen tot vaststelling van deze gemeenschappelijke kwaliteitsnormen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 7 wordt geschrapt.

5)

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

6.   INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

6.1.   Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen  (43)

Met betrekking tot Richtlijn 1999/93/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de criteria vast te stellen aan de hand waarvan lidstaten bepalen of een instantie voor aanwijzing geschikt is om te bepalen of de veilige middelen voor het aanmaken van handtekeningen met de eisen van bijlage III overeenstemmen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/93/EG door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten deze volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/93/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 4, eerste alinea, wordt vervangen door:

„De overeenstemming van veilige middelen voor het aanmaken van handtekeningen met de eisen van bijlage III wordt vastgesteld door passende openbare of particuliere instanties die door de lidstaten worden aangewezen. De Commissie stelt de criteria vast aan de hand waarvan de lidstaten bepalen of een instantie voor aanwijzing geschikt is. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

In artikel 3, lid 5, wordt „artikel 9” vervangen door „artikel 9, lid 2”.

3)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een Comité voor elektronische handtekeningen.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

6.2.   Verordening (EG) nr. 733/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 22 april 2002 betreffende de invoering van het.eu-topniveaudomein  (44)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 733/2002 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de criteria en de procedure vast te stellen voor de aanwijzing van het register en om regels vast te stellen met betrekking tot het overheidsbeleid voor de toepassing en werking van het.eu-topniveaudomein (TLD), alsmede de beginselen van het overheidsbeleid inzake registratie. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 733/2002 door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de vaststelling van de criteria en de procedure voor de aanwijzing van het register de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bepaalde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 733/2002 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 1, onder a), wordt vervangen door:

„a)

voor de vaststelling van de criteria en de procedure voor de aanwijzing van het register; deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing; om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 6, lid 4, bedoelde urgentieprocedure;”.

2)

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De Commissie stelt na raadpleging van het register regels vast met betrekking tot het overheidsbeleid voor de toepassing en werking van het.eu-TLD, alsmede de beginselen van het overheidsbeleid inzake registratie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Het overheidsbeleid omvat onder meer:

a)

het beleid inzake de buitengerechtelijke beslechting van geschillen;

b)

het beleid inzake speculatie en misbruik bij de registratie van domeinnamen, met name de mogelijkheid om tijdelijk door middel van een stapsgewijze registratie van domeinnamen houders van oudere rechten, die in de nationale en/of communautaire wetgeving zijn erkend of ingesteld, alsook overheidsinstanties in de gelegenheid te stellen hun namen te registreren;

c)

het beleid inzake mogelijke intrekking van domeinnamen, met inbegrip van de kwestie van bona vacantia;

d)

de behandeling van vraagstukken in verband met taal en geografische concepten;

e)

de behandeling van de intellectuele eigendom en andere rechten.”.

3)

Artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het communicatiecomité (hierna „het comité” genoemd) dat is ingesteld bij artikel 22, lid 1, van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) (45).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

7.   INTERNE MARKT

Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties  (46)

Met betrekking tot Richtlijn 2005/36/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven bepaalde elementen van de tekst te wijzigen en de criteria vast te stellen die nodig zijn voor de uitvoering van de gemeenschappelijke platforms die de vrijstelling van compenserende maatregelen als doel hebben. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/36/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2005/36/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder c), ii), wordt de tweede zin geschrapt;

b)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„De Commissie kan de lijst van bijlage II wijzigen om rekening te houden met opleidingen die voldoen aan in de eerste alinea, onder c), ii), genoemde eisen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 13, lid 2, derde alinea, derde zin, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de lijst van bijlage III wijzigen om rekening te houden met gereglementeerde opleidingen die opleiden tot een vergelijkbare beroepsbekwaamheid en voorbereiden op een vergelijkbaar niveau van verantwoordelijkheden en taken. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2, tweede zin, wordt vervangen door:

„Wanneer de Commissie, na raadpleging van de lidstaten, van oordeel is dat een ontwerp van een gemeenschappelijk platform de onderlinge erkenning van beroepskwalificaties vergemakkelijkt, kan zij ontwerpmaatregelen voorstellen met het oog op de aanneming ervan. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

„5.   Indien een lidstaat van oordeel is dat de criteria die zijn vastgesteld in het kader van een overeenkomstig lid 2 aangenomen maatregel niet meer voldoende waarborgen bieden met betrekking tot de beroepskwalificaties, stelt hij de Commissie hiervan in kennis. De Commissie stelt in voorkomend geval een ontwerp-maatregel voor met het oog op de aanneming ervan. Die maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 20 wordt vervangen door:

„Artikel 20

Wijziging van de lijsten van werkzaamheden van bijlage IV

De Commissie kan de lijsten van werkzaamheden van bijlage IV waarvoor overeenkomstig artikel 16 beroepservaring wordt erkend, wijzigen om de nomenclatuur bij te werken of te verduidelijken, zonder dat dit een verandering in de werkzaamheden binnen de afzonderlijke categorieën teweeg mag brengen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 21, lid 6, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de kennis en de deskundigheid zoals bedoeld in artikel 24, lid 3, artikel 31, lid 6, artikel 34, lid 3, artikel 38, lid 3, artikel 40, lid 3, en artikel 44, lid 3, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aanpassen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

6)

Artikel 25, lid 5, wordt vervangen door:

„5.   De Commissie kan de minimumopleidingsduur zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.1.3, aan de vooruitgang van de wetenschap en de techniek aanpassen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7)

Artikel 26, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan besluiten om nieuwe medische specialismen, die ten minste twee vijfde van de lidstaten gemeenschappelijk hebben, aan bijlage V, punt 5.1.3, toe te voegen om deze richtlijn aan te passen aan de ontwikkeling van de nationale wetgevingen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

8)

Artikel 31, lid 2, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de lijsten van vakken in bijlage V, punt 5.2.1, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aanpassen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

9)

Artikel 34, lid 2, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de lijsten van vakken in bijlage V, punt 5.3.1, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aanpassen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

10)

Artikel 35, lid 2, derde alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de in de tweede alinea bedoelde minimumopleidingsduur aan de vooruitgang van de wetenschap en de techniek aanpassen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

11)

Artikel 38, lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de lijsten van vakken in bijlage V, punt 5.4.1, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aanpassen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

12)

Artikel 40, lid 1, derde alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de lijsten van vakken in bijlage V, punt 5.5.1, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aanpassen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

13)

Artikel 44, lid 2, tweede alinea, tweede zin, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de lijsten van vakken in bijlage V, punt 5.6.1, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aanpassen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

14)

Artikel 46, lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:

„De Commissie kan de lijsten van kennis en bekwaamheid in lid 1 aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aanpassen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

15)

Artikel 58 wordt vervangen door:

„Artikel 58

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor de erkenning van beroepskwalificaties.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

8.   GEZONDHEID EN CONSUMENTENBESCHERMING

8.1.   Richtlijn 89/108/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voor menselijke voeding bestemde diepvriesproducten  (47)

Met betrekking tot Richtlijn 89/108/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven de zuiverheidscriteria waaraan deze koelmiddelen moeten voldoen, vast te stellen alsook de voorschriften die betrekking hebben op de monsterneming, de controle van de temperaturen van diepvriesproducten en de controle van de temperaturen in de middelen van vervoer en opslag. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 89/108/EEG door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EEG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 89/108/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, derde alinea, wordt vervangen door:

„De zuiverheidscriteria waaraan deze koelmiddelen moeten voldoen, worden in voorkomend geval door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

De voorschriften die betrekking hebben op de monsterneming, de controle van de temperaturen van diepvriesproducten en de controle van de temperaturen in de middelen van vervoer en opslag worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

8.2.   Richtlijn 90/496/EEG van de Raad van 24 september 1990 inzake de voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen  (48)

Met betrekking tot Richtlijn 90/496/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bepalingen vast te stellen die nodig zijn om de lijst van vitaminen en mineralen, met hun aanbevolen dagelijkse hoeveelheid te wijzigen; om het begrip „voedingsvezel” en de daarmee verband houdende analysemethoden te omschrijven; om gezondheidsclaims te beperken of te verbieden; om de lijst van categorieën van voedingsstoffen en de omrekeningsfactoren daarvan te wijzigen en aan te vullen, alsook om ten aanzien van niet-voorverpakte levensmiddelen de regels vast te stellen over de inhoud van de te verstrekken gegevens alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 90/496/EEG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 90/496/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1, lid 4, onder a), tweede alinea, wordt vervangen door:

„Maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, tot wijziging van de lijst van vitaminen en mineralen, met hun aanbevolen dagelijkse hoeveelheid, worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

In artikel 1, lid 4, onder b), derde alinea, wordt „artikel 10” vervangen door „artikel 10, lid 2”.

3)

Artikel 1, lid 4, onder j), wordt vervangen door:

„j)

„voedingsvezel”: de stof die door de Commissie wordt omschreven en die wordt gemeten met de door de Commissie vast te stellen analysemethode; deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 3 wordt vervangen door:

„Artikel 3

Alleen zijn toegelaten de beweringen inzake de voedingswaarde met betrekking tot de energetische waarde en de in artikel 1, lid 4, onder a), ii), genoemde voedingsstoffen, alsmede met betrekking tot de stoffen die behoren tot of bestanddelen zijn van een van de categorieën van deze voedingsstoffen. Bepalingen betreffende de eventuele beperking van of het eventuele verbod op bepaalde beweringen inzake de voedingswaarde in de zin van dit artikel kunnen door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5)

Artikel 5, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De wijzigingen in de omrekeningsfactoren, bedoeld in lid 1 en de toevoeging in lid 1 aan de lijst van stoffen die behoren tot of bestanddelen zijn van de in lid 1 bedoelde voedingsstoffen en de omrekeningsfactoren daarvan teneinde de energetische waarde van de levensmiddelen preciezer te kunnen berekenen, worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

6)

In artikel 6, lid 3, wordt „artikel 10” vervangen door „artikel 10, lid 2”.

7)

In artikel 6, lid 5, onder b), wordt „artikel 10” vervangen door „artikel 10, lid 2”.

8)

In artikel 6, lid 8, tweede alinea, wordt „artikel 10” vervangen door „artikel 10, lid 2”.

9)

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Ten aanzien van niet-voorverpakte levensmiddelen die de eindverbruiker en instellingen ten verkoop worden aangeboden, dan wel levensmiddelen die op verzoek van de koper op de plaats van verkoop worden verpakt of die zijn voorverpakt met het oog op onmiddellijke verkoop, kan de inhoud van de gegevens als bedoeld in artikel 4, alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt, tot aan de eventuele aanneming van maatregelen door de Commissie door middel van nationale voorschriften worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

10)

Artikel 10, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

8.3.   Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling  (49)

Met betrekking tot Richtlijn 1999/2/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven tot tenuitvoerlegging van regels met betrekking tot de doorstraling van levensmiddelen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/2/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen worden ingekort voor de aanneming van bepaalde uitzonderingen op regels inzake maximumdosis voor levensmiddelen en het gebruik van doorstraling gecombineerd met een chemisch procedé alsook van aanvullende eisen voor de goedkeuring van de doorstralingsinstallaties.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van wijzigingen van Richtlijn 1999/2/EG of van de uitvoeringsrichtlijnen via bepalingen die een verbod of beperking ten opzichte van de vorige wettelijke regeling inhouden, voor zover zij nodig zijn om de bescherming van de volksgezondheid te waarborgen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/2/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Tot afwijking van lid 1 kan worden besloten door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Erkenning wordt slechts verleend, indien de installatie:

voldoet aan de door de Gemengde FAO/WHO-Commissie voor de Codex Alimentarius aanbevolen internationale richtlijnen voor de praktijk voor de exploitatie van doorstralingsinstallaties in gebruik voor de behandeling van levensmiddelen (ref. FAO/WHO CAC/Vol. XV, ed. 1) en aan alle eventuele aanvullende eisen die door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing;

een persoon aanwijst die instaat voor de naleving van alle eisen die voor de toepassing van het procedé noodzakelijk zijn.”.

3)

In artikel 8, lid 3, wordt „artikel 12” vervangen door „artikel 12, lid 2”.

4)

In artikel 9, lid 2, onder a), eerste alinea, wordt „artikel 12” vervangen door „artikel 12, lid 2”.

5)

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (50).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden respectievelijk vastgesteld op twee maanden, een maand en twee maanden.

5.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit..

6)

In artikel 14, lid 2, wordt „artikel 12” vervangen door „artikel 12, lid 2”.

7)

Artikel 14, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Aanpassing van deze richtlijn of van de uitvoeringsrichtlijn door de Commissie mogen alleen worden aangebracht voor zover zij nodig zijn om de bescherming van de volksgezondheid te waarborgen en moeten in ieder geval beperkt blijven tot bepalingen die een verbod of beperking ten opzichte van de vorige wettelijke regeling inhouden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 12, lid 5, bedoelde urgentieprocedure.”.

8.4.   Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen  (51)

Met betrekking tot Richtlijn 2002/46/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om specifieke voorschriften vast te stellen voor vitamines en mineralen die als voedingssupplementen worden gebruikt, met inbegrip van het vaststellen van de specifieke waarden voor het minimum- en maximumgehalte van voedingssupplementen aan vitaminen en mineralen alsook van de zuiverheidscriteria daarvan. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/46/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van een maatregel die het vroeger toegestane gebruik van een vitamine of mineraal verbiedt, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/46/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De zuiverheidscriteria voor de stoffen van bijlage II bij deze richtlijn worden door de Commissie vastgesteld, tenzij zij van toepassing zijn krachtens lid 3. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 4, lid 5, wordt vervangen door:

„5.   Wijzigingen in de in lid 1 bedoelde lijsten die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 13, lid 4, bedoelde urgentieprocedure om een vitamine of een mineraal van de in lid 1 van dit artikel bedoelde lijst te schrappen.”.

3)

Artikel 5, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde maximum- en minimumhoeveelheden voor vitaminen en mineralen worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Om aan de in lid 1 genoemde problemen het hoofd te bieden en de bescherming van de gezondheid van de mens te waarborgen, brengt de Commissie wijzigingen in deze richtlijn of in de uitvoeringsmaatregelen van deze richtlijn aan. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 13, lid 4, bedoelde urgentieprocedure om die wijzigingen aan te brengen. De lidstaat die vrijwaringsmaatregelen heeft getroffen, kan deze in dat geval handhaven totdat de wijzigingen zijn vastgesteld.”.

5)

Artikel 13 wordt vervangen door:

„Artikel 13

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (52).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit..

9.   ENERGIE EN VERVOER

9.1.   Richtlijn 91/672/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de wederzijdse erkenning van de nationale vaarbewijzen voor het besturen van schepen in het goederen- en personenvervoer over de binnenwateren  (53)

Met betrekking tot Richtlijn 91/672/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van nationale vaarbewijzen voor het goederen- en personenvervoer over de binnenwateren te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 91/672/EEG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 91/672/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 wordt vervangen door:

„Artikel 4

Zo nodig past de Commissie de lijst van vaarbewijzen in bijlage I bij deze richtlijn aan. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

9.2.   Richtlijn 92/75/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaard-productinformatie van huishoudelijke apparaten  (54)

Met betrekking tot Richtlijn 92/75/EEG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om andere soorten huishoudelijke apparaten toe te voegen aan de lijst in artikel 1, lid 1, en om uitvoeringsbepalingen vast te stellen over de in de lijst opgenomen soorten huishoudelijke apparaten. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft die niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 92/75/EEG beogen te wijzigen door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 92/75/EEG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Andere soorten huishoudelijke apparaten kunnen aan deze lijst worden toegevoegd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 2, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   In richtlijnen die voor elk soort apparaten ter uitvoering van deze richtlijn worden vastgesteld, worden de bijzonderheden met betrekking tot het etiket en de kaart omschreven. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

De maatregelen in verband met de totstandkoming en het functioneren van het systeem worden door de Commissie vastgesteld en aan de technische vooruitgang aangepast door middel van uitvoeringsrichtlijnen en van de toevoeging van andere huishoudelijke apparaten aan de in artikel 1, lid 1, opgenomen lijst, indien kan worden verwacht dat dit tot belangrijke energiebesparingen kan leiden.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

4)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

9.3.   Richtlijn 96/50/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de harmonisatie van de voorwaarden voor de afgifte van nationale vaarbewijzen voor binnenvaartuigen welke bij het goederen- en personenvervoer in de Gemeenschap gebruikt worden  (55)

Met betrekking tot Richtlijn 96/50/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om het model-vaarbewijs aan te passen aan de ontwikkeling van de vakkennis die voor het verkrijgen van het vaarbewijs vereist is. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 96/50/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 96/50/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

De Commissie kan het in bijlage I opgenomen model-vaarbewijs aan de ontwikkeling van de in bijlage II genoemde vakkennis die voor het verkrijgen van het vaarbewijs vereist is, aanpassen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 7 van Richtlijn 91/672/EEG ingestelde comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

9.4.   Richtlijn 98/41/EG van de Raad van 18 juni 1998 inzake de registratie van de opvarenden van passagiersschepen die vanuit of naar havens in de lidstaten van de Gemeenschap varen  (56)

Met betrekking tot Richtlijn 98/41/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om sommige bepalingen daarvan aan te passen, zonder de reikwijdte van de richtlijn te verruimen om rekening te houden met op de registratiesystemen betrekking hebbende wijzigingen van het Solas-verdrag die later in werking zijn getreden. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 98/41/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 98/41/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 3, onder b), wordt „artikel 13” vervangen door „artikel 13, lid 2”;

b)

in lid 4, derde alinea, wordt „artikel 13” vervangen door „artikel 13, lid 2”.

2)

Artikel 12, eerste alinea, wordt vervangen door:

„Onverminderd de procedures voor de wijziging van het Solas-verdrag, kan deze richtlijn worden gewijzigd teneinde te zorgen voor de toepassing in de zin van deze richtlijn en zonder de reikwijdte ervan te verruimen, van op de registratiesystemen betrekking hebbende wijzigingen van het Solas-verdrag die na de aanneming van deze richtlijn in werking zijn getreden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 13 wordt vervangen door:

„Artikel 13

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden van toepassing (57), met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

9.5.   Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen  (58)

Met betrekking tot Richtlijn 2000/59/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om wijzigingen aan te brengen in de bijlagen daarbij, in de definitie van artikel 2, onder b), alsook in de verwijzingen naar gemeenschapsinstrumenten en instrumenten van de Internationale Maritieme Organisatie (hierna „IMO” genoemd), alsmede om de bijlagen te wijzigen om de bij Richtlijn 2000/59/EG getroffen regeling te verbeteren en om rekening te houden met IMO- of EG-maatregelen die in de toekomst van kracht worden, en om te zorgen voor een geharmoniseerde toepassing. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2000/59/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2000/59/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (59) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

2)

Artikel 15 wordt vervangen door:

„Artikel 15

Wijzigingsprocedure

De bijlagen bij deze richtlijn, de definitie in artikel 2, onder b), verwijzingen naar gemeenschapsinstrumenten en verwijzingen naar IMO-instrumenten kunnen door de Commissie worden gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met communautaire of IMO-maatregelen die van kracht zijn geworden, en voor zover deze wijzigingen de reikwijdte van deze richtlijn niet verruimen.

De bijlagen bij deze richtlijn kunnen door de Commissie worden gewijzigd indien dat nodig is om de bij deze richtlijn getroffen regeling te verbeteren, en voor zover deze wijzigingen de reikwijdte van deze richtlijn niet verruimen.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De wijzigingen van de in artikel 2 bedoelde internationale instrumenten kunnen van het toepassingsgebied van deze richtlijn worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002.”.

9.6.   Richtlijn 2001/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften en procedures voor veilig laden en lossen van bulkschepen  (60)

Met betrekking tot Richtlijn 2001/96/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde definities, de verwijzingen naar internationale verdragen en codes en naar IMO-resoluties en circulaires, de verwijzingen naar ISO-normen, de verwijzingen naar communautaire instrumenten, en de bijlagen te wijzigen om de in de richtlijn vastgestelde procedures uit te voeren en om deze aan te passen aan internationale en communautaire instrumenten die na de vaststelling van Richtlijn 2001/96/EG worden aangenomen of gewijzigd of in werking treden, zonder de reikwijdte van die richtlijn te verruimen. De Commissie moet ook de bevoegdheid worden gegeven om de procedures voor de samenwerking tussen bulkschepen en terminals en de verslagleggingsverplichtingen te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2001/96/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2001/96/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (61) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

2)

Artikel 15, leden 1 en 2, wordt vervangen door:

„1.   De definities in artikel 3, punten 1 tot en met 6 en 15 tot en met 18, de verwijzingen naar internationale verdragen en codes en naar IMO-resoluties en circulaires, de verwijzingen naar ISO-normen, de verwijzingen naar communautaire instrumenten, en de bijlagen kunnen worden gewijzigd om deze aan te passen aan internationale en communautaire instrumenten die na de vaststelling van deze richtlijn worden aangenomen of gewijzigd of in werking treden, mits de reikwijdte van deze richtlijn daardoor niet wordt verruimd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2.   De Commissie kan artikel 8 en de bijlagen wijzigen met het oog op de uitvoering van de in deze richtlijn vastgestelde procedures, en de in artikel 11, lid 2, en artikel 12 bedoelde verplichtingen wijzigen of intrekken, mits de reikwijdte van deze richtlijn door dergelijke bepalingen niet wordt verruimd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

9.7.   Richtlijn 2002/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap  (62)

Met betrekking tot Richtlijn 2002/6/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven tot wijziging van de lijsten van meldingsformaliteiten voor schepen, de ondertekenende partijen, de technische specificaties alsook de modellen van IMO FAL-formulieren. De Commissie moet ook de bevoegdheid worden gegeven om verwijzingen naar IMO-instrumenten te wijzigen om Richtlijn 2002/6/EG in overeenstemming te brengen met communautaire of IMO-maatregelen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/6/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/6/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5 wordt vervangen door:

„Artikel 5

Wijzigingsprocedure

Wijzigingen van de bijlagen I en II van deze richtlijn en verwijzingen naar IMO-instrumenten om die bijlagen in overeenstemming te brengen met in werking getreden communautaire of IMO-maatregelen worden door de Commissie vastgesteld, mits de reikwijdte van deze richtlijn door dergelijke wijzigingen niet wordt verruimd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (63) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

9.8.   Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap  (64)

Met betrekking tot Richtlijn 2002/30/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de in bijlage I vermelde lijst van grootstedelijke luchthavens te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/30/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/30/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder b) wordt de laatste zin geschrapt;

b)

de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

„De Commissie kan bijlage I wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 13, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

9.9.   Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen  (65)

Met betrekking tot Richtlijn 2002/91/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde delen van het algemene kader in de bijlage daarbij aan de technische vooruitgang aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/91/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/91/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, eerste alinea, wordt vervangen door:

„De lidstaten passen op nationaal of regionaal niveau voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen een methodiek toe op basis van het algemene kader in de bijlage bij deze richtlijn. De Commissie past de punten 1 en 2 van de bijlage aan de stand van de techniek aan met inachtneming van de krachtens het nationale recht vigerende normen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 13, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De wijzigingen om de delen 1 en 2 van de bijlage bij deze richtlijn aan de technische vooruitgang aan te passen, die maatregelen zijn tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

9.10.   Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen  (66)

Met betrekking tot Richtlijn 2003/25/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de specifieke stabiliteitsvereisten en de indicatieve richtsnoeren voor nationale administraties te wijzigen teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau, met name bij de IMO, en om de doeltreffendheid van de richtlijn in het licht van de ervaring en de technische vooruitgang te verbeteren. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2003/25/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2003/25/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

Aanpassingen

Teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau, met name bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), en om de doeltreffendheid van deze richtlijn in het licht van de ervaring en de technische vooruitgang te verbeteren, kan de Commissie de bijlagen bij deze richtlijn wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (67) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

9.11.   Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen  (68)

Met betrekking tot Richtlijn 2003/59/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de wijzigingen aan te brengen die nodig zijn voor de aanpassing van de bijlagen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2003/59/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2003/59/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Aanpassing aan de vooruitgang van wetenschap en techniek

De wijzigingen die nodig zijn voor de aanpassing van bijlagen I en II aan de vooruitgang van wetenschap en techniek, die maatregelen zijn tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 12 komt als volgt te luiden:

„Artikel 12

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

9.12.   Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen  (69)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 785/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de waarden aan te passen voor de verzekeringsdekking voor aansprakelijkheid ten aanzien van passagiers, bagage en vracht alsmede de waarden voor de verzekeringsdekking van de aansprakelijkheid ten aanzien van derden. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 785/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 785/2004 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6, lid 5, wordt vervangen door:

„5.   De in dit artikel vermelde waarden kunnen in voorkomend geval worden gewijzigd wanneer wijzigingen van toepasselijke internationale verdragen dit nodig maken. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 7, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De in dit artikel vermelde waarden kunnen in voorkomend geval worden gewijzigd wanneer wijzigingen van toepasselijke internationale verdragen dit nodig maken. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3)

artikel 9, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.

9.13.   Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap  (70)

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 336/2006 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de bijlage inzake de bepalingen voor de overheid betreffende de implementatie van de internationale veiligheidsmanagementcode te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 336/2006, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 336/2006 als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 11, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De wijzigingen van bijlage II, die maatregelen zijn die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

2)

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS), dat is opgericht bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (71).

2.   Waar naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

9.14.   Richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten  (72)

Met betrekking tot Richtlijn 2006/32/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven bepaalde waarden en berekeningsmethoden aan de technische vooruitgang aan te passen; het algemeen kader voor meting en controle van de energiebesparing nader uit te werken en aan te vullen; het percentage van geharmoniseerde bottom-up-berekeningen, dat in de geharmoniseerde berekeningsmethode wordt gehanteerd te verhogen; en een reeks geharmoniseerde energie-efficiëntie-indicatoren en benchmarks uit te werken. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2006/32/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Richtlijn 2006/32/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 15 wordt vervangen door:

„Artikel 15

Herziening en aanpassing aan de technische vooruitgang

1.   De in de bijlagen II, III, IV en V bij deze richtlijn vermelde waarden en berekeningsmethoden worden aan de technische vooruitgang aangepast. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2.   Vóór 1 januari 2010 werkt de Commissie de punten 2 tot en met 6 van bijlage IV nader uit en vult zij die aan met inachtneming van het algemene kader bedoeld in bijlage IV. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.   Vóór 1 januari 2012 besluit de Commissie tot een verhoging van het percentage van geharmoniseerde bottom-up-berekeningen, dat in de in bijlage IV, punt 1, bedoelde nationale geharmoniseerde berekeningsmethode wordt gehanteerd, onverminderd de regelingen die reeds een hoger percentage hanteren. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Het nieuwe geharmoniseerde berekeningsmodel met een aanzienlijk hoger percentage van bottom-up-berekeningen wordt voor het eerst gebruikt vanaf 1 januari 2012.

Waar mogelijk en doenlijk, wordt voor het meten van de totale besparing over de gehele periode van toepassing van de richtlijn het geharmoniseerde berekeningsmodel gebruikt, onverminderd de nationale regelingen die reeds een hoger percentage bottom-up-berekeningen gebruiken.

4.   Uiterlijk op 1 januari 2010 werkt de Commissie een reeks geharmoniseerde energie-efficiëntie-indicatoren uit en daarop gebaseerde benchmarks, rekening houdende met beschikbare gegevens of gegevens die op kostenefficiënte wijze voor elke lidstaat kunnen worden verzameld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Voor het uitwerken van deze geharmoniseerde energie-efficiëntie-indicatoren en benchmarks gebruikt de Commissie de indicatieve lijst in bijlage V als leidraad. De lidstaten verwerken deze indicatoren en benchmarks geleidelijk in de statistische gegevens van hun APEE’S, zoals bedoeld in artikel 14, en gebruiken deze als een van de instrumenten waarover zij beschikken bij hun beslissing omtrent toekomstige prioriteitsgebieden in hun APEE’s.

De Commissie legt aan het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 17 mei 2011 een verslag voor over de vorderingen die bij het vastleggen van de indicatoren en benchmarks zijn geboekt.”.

2)

Artikel 16 wordt vervangen door:

„Artikel 16

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”.


(1)  PB L 66 van 13.3.1999, blz. 26.

(2)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.”.

(3)  PB L 197 van 3.8.2000, blz. 19.

(4)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.”.

(5)  PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.

(6)  PB L 113 van 30.4.1992, blz. 19.

(7)  PB L 177 van 6.7.2002, blz. 13.

(8)  PB L 42 van 15.2.2003, blz. 38.

(9)  PB L 159 van 30.4.2004, blz. 1.

(10)  PB L 114 van 27.4.2006, blz. 38.

(11)  PB L 262 van 27.9.1976, blz. 153.

(12)  PB L 262 van 27.9.1976, blz. 201.

(13)  PB  196 van 16.8.1967, blz. 1.”.

(14)  PB L 164 van 30.6.1994, blz. 15.

(15)  PB L 32 van 3.2.1997, blz. 1.

(16)  PB L 200 van 30.7.1999, blz. 1.

(17)  PB  196 van 16.8.1967, blz. 1.”.

(18)  PB L 124 van 9.5.2002, blz. 1.

(19)  PB L 171 van 9.7.2003, blz. 1.

(20)  PB L 135 van 30.4.2004, blz. 1.

(21)  PB L 31 van 5.2.1976, blz. 1.

(22)  PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40.

(23)  PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1.

(24)  PB L 365 van 31.12.1994, blz. 24.

(25)  PB L 10 van 14.1.1997, blz. 13.

(26)  PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1.

(27)  PB L 12 van 18.1.2000, blz. 16.

(28)  PB L 332 van 28.12.2000, blz. 91.

(29)  PB L 189 van 18.7.2002, blz. 12.

(30)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 24.

(31)  PB L 143 van 30.4.2004, blz. 87.

(32)  PB L 161 van 14.6.2006, blz. 1.

(33)  PB L 264 van 25.9.2006, blz. 20.

(34)  PB L 376 van 27.12.2006, blz. 14.

(35)  PB L 76 van 30.3.1993, blz. 1.

(36)  PB L 291 van 6.12.1995, blz. 32.

(37)  PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1.

(38)  PB L 165 van 3.7.2003, blz. 1.

(39)  PB L 33 van 5.2.2004, blz. 1.

(40)  PB L 143 van 30.4.2004, blz. 49.

(41)  PB L 35 van 8.2.2005, blz. 23.

(42)  PB L 191 van 22.7.2005, blz. 22.

(43)  PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12.

(44)  PB L 113 van 30.4.2002, blz. 1.

(45)  PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33.”.

(46)  PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22.

(47)  PB L 40 van 11.2.1989, blz. 34.

(48)  PB L 276 van 6.10.1990, blz. 40.

(49)  PB L 66 van 13.3.1999, blz. 16.

(50)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.”.

(51)  PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51.

(52)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.”.

(53)  PB L 373 van 31.12.1991, blz. 29.

(54)  PB L 297 van 13.10.1992, blz. 16.

(55)  PB L 235 van 17.9.1996, blz. 31.

(56)  PB L 188 van 2.7.1998, blz. 35.

(57)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.”.

(58)  PB L 332 van 28.12.2000, blz. 81.

(59)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(60)  PB L 13 van 16.1.2002, blz. 9.

(61)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(62)  PB L 67 van 9.3.2002, blz. 31.

(63)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(64)  PB L 85 van 28.3.2002, blz. 40.

(65)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 65.

(66)  PB L 123 van 17.5.2003, blz. 22.

(67)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(68)  PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4.

(69)  PB L 138 van 30.4.2004, blz. 1.

(70)  PB L 64 van 4.3.2006, blz. 1.

(71)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”.

(72)  PB L 114 van 27.4.2006, blz. 64.


Chronologische index

1.

Richtlijn 76/160/EEG van de Raad van 8 december 1975 betreffende de kwaliteit van het zwemwater

2.

Richtlijn 76/767/EEG van de Raad van 27 juli 1976 over de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake gemeenschappelijke bepalingen betreffende toestellen onder druk en keuringsmethoden voor deze toestellen

3.

Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten

4.

Richtlijn 89/108/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voor menselijke voeding bestemde diepvriesproducten

5.

Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk

6.

Richtlijn 90/496/EEG van de Raad van 24 september 1990 inzake de voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen

7.

Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater

8.

Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen

9.

Richtlijn 91/672/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de wederzijdse erkenning van de nationale vaarbewijzen voor het besturen van schepen in het goederen- en personenvervoer over de binnenwateren

10.

Richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen

11.

Richtlijn 92/75/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaard-productinformatie van huishoudelijke apparaten

12.

Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake de statistische eenheden voor waarneming en analyse van het productiestelsel in de Gemeenschap

13.

Richtlijn 94/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen

14.

Richtlijn 94/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag van benzine en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations

15.

Richtlijn 95/57/EG van de Raad van 23 november 1995 betreffende de verzameling van statistische informatie op het gebied van het toerisme

16.

Richtlijn 96/50/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de harmonisatie van de voorwaarden voor de afgifte van nationale vaarbewijzen voor binnenvaartuigen welke bij het goederen- en personenvervoer in de Gemeenschap gebruikt worden

17.

Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken

18.

Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels

19.

Richtlijn 98/41/EG van de Raad van 18 juni 1998 inzake de registratie van de opvarenden van passagiersschepen die vanuit of naar havens in de lidstaten van de Gemeenschap varen

20.

Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling

21.

Richtlijn 1999/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 inzake extracten van koffie en extracten van cichorei

22.

Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen

23.

Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten

24.

Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen

25.

Richtlijn 1999/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot bij de verbranding van nieuwe personenauto’s

26.

Richtlijn 2000/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2000 inzake cacao- en chocoladeproducten voor menselijke consumptie

27.

Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen

28.

Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval

29.

Richtlijn 2001/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften en procedures voor veilig laden en lossen van bulkschepen

30.

Richtlijn 2002/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap

31.

Richtlijn 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 maart 2002 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen

32.

Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap

33.

Verordening (EG) nr. 733/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 22 april 2002 betreffende de invoering van het.eu-topniveaudomein

34.

Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen

35.

Richtlijn 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (16e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)

36.

Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai

37.

Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen

38.

Richtlijn 2003/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 februari 2003 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (lawaai) (17e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)

39.

Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen

40.

Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS)

41.

Richtlijn 2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers en aanhangwagens, verwisselbare getrokken machines, systemen, onderdelen en technische eenheden daarvan

42.

Verordening (EG) nr. 1177/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 inzake de communautaire statistiek van inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC)

43.

Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen

44.

Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders

45.

Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de landbouwrekeningen in de Gemeenschap

46.

Richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten

47.

Richtlijn 2004/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen

48.

Verordening (EG) nr. 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende communautaire statistieken over de informatiemaatschappij

49.

Richtlijn 2004/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) (18e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid l, van Richtlijn 89/391/EEG)

50.

Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen

51.

Verordening (EG) nr. 184/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 betreffende de communautaire statistiek inzake de betalingsbalans, de internationale handel in diensten en buitenlandse directe investeringen

52.

Verordening (EG) nr. 1161/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende de opstelling van niet-financiële kwartaalrekeningen per institutionele sector

53.

Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties

54.

Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap

55.

Richtlijn 2006/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan risico’s van fysische agentia (kunstmatige optische straling) (19e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)

56.

Richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten

57.

Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen

58.

Richtlijn 2006/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen

59.

Richtlijn 2006/113/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake de vereiste kwaliteit van schelpdierwater


Top