Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008R0727

Verordening (EG) nr. 727/2008 van de Raad van 24 juli 2008 tot beëindiging van het nieuwe onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur betreffende Verordening (EG) nr. 130/2006 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China

OJ L 200, 29.7.2008, p. 1–3 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 032 P. 126 - 128

No longer in force, Date of end of validity: 27/01/2011

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/727/oj

29.7.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/1


VERORDENING (EG) Nr. 727/2008 VAN DE RAAD

van 24 juli 2008

tot beëindiging van het nieuwe onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur betreffende Verordening (EG) nr. 130/2006 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 11, lid 4,

Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg met het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   GELDENDE MAATREGELEN

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 130/2006 (2) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China („China”) („het oorspronkelijke onderzoek”). De geldende maatregelen bestaan uit een ad-valoremrecht van 34,9 %, met uitzondering van diverse ondernemingen, die uitdrukkelijk zijn vermeld en waarvoor individuele rechten gelden.

(2)

Na een tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening wijzigde de Raad het toepassingsgebied van de maatregelen bij Verordening (EG) nr. 150/2008 (3).

2.   HUIDIG ONDERZOEK

2.1.   Verzoek om een nieuw onderzoek

(3)

Na de instelling van de definitieve antidumpingmaatregelen heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening een verzoek om een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur ontvangen. Het verzoek was gebaseerd op het argument dat de producent/exporteur, Fuyang Genebest Chemical Industry Co Ltd („de indiener van het verzoek”):

voor of tijdens het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek geen wijnsteenzuur heeft uitgevoerd;

niet verbonden was met een van de producenten/exporteurs waarop de maatregelen van toepassing zijn die bij Verordening (EG) nr. 130/2006 zijn opgelegd;

wijnsteenzuur naar de Gemeenschap is beginnen uit te voeren na het einde van het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek;

op marktvoorwaarden opereert zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening, dan wel verzoekt om individuele behandeling overeenkomstig artikel 9, lid 5, van de basisverordening.

2.2.   Opening van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur

(4)

De Commissie heeft het door de indiener van het verzoek overgelegde voorlopige bewijsmateriaal onderzocht en achtte dit toereikend om een nieuw onderzoek te openen overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening. Na raadpleging van het Raadgevend Comité en na de betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap de gelegenheid te hebben gegeven opmerkingen te maken, heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 1406/2007 (4) een nieuw onderzoek geopend betreffende Verordening (EG) nr. 130/2006 met betrekking tot de indiener van het verzoek.

(5)

Krachtens artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1406/2007 werd het antidumpingrecht ingetrokken dat bij Verordening (EG) nr. 130/2006 op door de indiener van het verzoek geproduceerd wijnsteenzuur was ingesteld. Tegelijkertijd werd de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening opdracht gegeven passende maatregelen te nemen om de invoer van door de indiener van het verzoek vervaardigd wijnsteenzuur te registreren.

2.3.   Betrokken product

(6)

In dit nieuwe onderzoek is het betrokken product net als in het oorspronkelijke onderzoek wijnsteenzuur, evenwel met de bij Verordening (EG) nr. 150/2008 ingestelde beperking van het toepassingsgebied.

2.4.   Betrokken partijen

(7)

De Commissie heeft de bedrijfstak van de Gemeenschap, de indiener van het verzoek en de vertegenwoordigers van het land van uitvoer van de opening van het nieuwe onderzoek in kennis gesteld. Alle belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en te worden gehoord.

(8)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek ook een aanvraagformulier voor behandeling als marktgericht bedrijf en een vragenlijst toegezonden, die deze binnen de daarvoor gestelde termijnen ingevuld heeft teruggestuurd.

(9)

De Commissie heeft alle gegevens die zij voor haar onderzoek nodig achtte, verzameld en gecontroleerd; zij heeft een controlebezoek gebracht aan de onderneming van de indiener van het verzoek.

2.5.   Nieuw onderzoektijdvak

(10)

Het onderzoek naar dumping had betrekking op de periode van 1 april 2006 tot en met 30 september 2007 („nieuw onderzoektijdvak” of „NOT”).

3.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

3.1.   Bevindingen

(11)

In de antwoorden op de vragenlijst worden een aantal exporttransacties vermeld die overeenstemmen met de informatie die in het verzoek om een nieuw onderzoek werd overgelegd en die volgens de indiener van het verzoek voor de Gemeenschap bestemd waren.

(12)

Uit het onderzoek bleek dat de indiener van het verzoek het betrokken product (gedefinieerd in punt 2.3) tijdens het NOT niet rechtstreeks heeft uitgevoerd. De uitvoer gebeurde in feite door een onafhankelijke handelaar in China, aan wie de indiener van het verzoek een binnenlandse factuur toestuurde. De indiener van het verzoek kon alleen douaneaangifteformulieren overleggen waaruit bleek dat de goederen uit China waren uitgevoerd, maar waarop de uitvoerbestemming niet was vermeld. In de onderneming van deze handelaar werd verder onderzoek gedaan om de nodige bewijzen voor de als argument aangevoerde uitvoer naar de Gemeenschap te verzamelen en te controleren.

(13)

Bij de controle van de uitvoerdocumenten is niet gebleken dat de goederen in de Gemeenschap in het vrije verkeer waren gebracht. De goederen werden in twee communautaire havens gelost, maar de facturen waren gericht aan een afnemer die in een derde land buiten de Gemeenschap was gevestigd. De handelaar bevestigde dat de eindbestemming van de goederen zich buiten de Gemeenschap bevond, waar de eindafnemer gevestigd was.

(14)

Ook invoerstatistieken voor wijnsteenzuur van Eurostat werden onderzocht. Daaruit is gebleken dat de door de indiener van het verzoek uitgevoerde goederen niet in de Gemeenschap in het vrije verkeer waren gebracht.

3.2.   Conclusie

(15)

Op grond van bovenstaande bevindingen is geconcludeerd dat de indiener van het verzoek niet kon aantonen dat hij beantwoordde aan de criteria om als nieuwe exporteur te worden beschouwd in de zin van artikel 11, lid 4, van de basisverordening.

(16)

Dit nieuwe onderzoek had tot doel de individuele dumpingmarge van de indiener van het verzoek te bepalen, waarvan de indiener van het verzoek beweerde dat die verschilde van de huidige residuele marge voor de invoer van het betrokken product uit China. Het verzoek was hoofdzakelijk gebaseerd op het argument dat de indiener van het verzoek wijnsteenzuur naar de Gemeenschap was beginnen uit te voeren na het einde van het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek en dat het dat product tijdens het NOT naar de Gemeenschap uitvoerde.

(17)

Aangezien de indiener van het verzoek tijdens het NOT geen wijnsteenzuur naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd, kon de Commissie niet vaststellen of de individuele dumpingmarge van de indiener van het verzoek inderdaad verschilde van de in het oorspronkelijk onderzoek vastgestelde residuele dumpingmarge. Daarom wordt het verzoek van de indiener van het verzoek van de hand gewezen en het nieuwe onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur beëindigd. Het tijdens het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde residuele antidumpingrecht, te weten 34,9 %, dient voor de indiener van het verzoek derhalve gehandhaafd te blijven.

4.   HEFFING VAN HET ANTIDUMPINGRECHT MET TERUGWERKENDE KRACHT

(18)

Gezien bovenstaande bevindingen, dient het antidumpingrecht dat op de indiener van het verzoek van toepassing is, met terugwerkende kracht te worden geheven op het betrokken product, waarvan de invoer overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1406/2007 moet worden geregistreerd.

5.   SLOTBEPALINGEN

(19)

De indiener van het verzoek, de bedrijfstak van de Gemeenschap en de vertegenwoordigers van het land van uitvoer werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen die tot voornoemde conclusies hebben geleid en werden in de gelegenheid gesteld hierover opmerkingen te maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen die aanleiding gaven de bovenstaande conclusies te wijzigen.

(20)

Dit nieuwe onderzoek is niet van invloed op de datum waarop de maatregelen die zijn ingesteld bij Verordening (EG) nr. 130/2006, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 150/2008, verstrijken overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het bij Verordening (EG) nr. 1406/2007 geopende nieuwe onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur wordt beëindigd en het antidumpingrecht dat krachtens artikel 1 van Verordening (EG) nr. 130/2006, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 150/2008, van toepassing is op „alle overige ondernemingen” in de Volksrepubliek China wordt ingesteld op de invoer bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1406/2007.

2.   Het antidumpingrecht dat overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 130/2006, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 150/2008, van toepassing is op „alle overige ondernemingen” in de Volksrepubliek China wordt met ingang van 1 december 2007 geheven op wijnsteenzuur, waarvan de invoer is geregistreerd uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1406/2007.

3.   De douane wordt opgedragen de registratie uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1406/2007 te beëindigen.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

B. HORTEFEUX


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).

(2)  PB L 23 van 27.1.2006, blz. 1.

(3)  PB L 48 van 22.2.2008, blz. 1.

(4)  PB L 312 van 30.11.2007, blz. 12.


Top