Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008D0448

2008/448/EG: Beschikking van de Commissie van 23 mei 2008 betreffende door Denemarken aangemelde nationale bepalingen inzake de toevoeging van nitriet aan bepaalde vleesproducten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 2168)

OJ L 157, 17.6.2008, p. 98–107 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 23/05/2010

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/448/oj

17.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 157/98


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2008

betreffende door Denemarken aangemelde nationale bepalingen inzake de toevoeging van nitriet aan bepaalde vleesproducten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 2168)

(Slechts de tekst in de Deense taal is authentiek)

(2008/448/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   FEITEN EN PROCEDURE

(1)

Bij schrijven van 21 november 2007, door de Commissie ontvangen op 23 november 2007, stelde de permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk Denemarken bij de Europese Unie, onder verwijzing naar artikel 95, lid 4, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Commissie in kennis van de Deense nationale bepalingen betreffende de toevoeging van nitrieten aan bepaalde vleesproducten. Het Koninkrijk Denemarken acht het noodzakelijk deze bepalingen te handhaven ondanks de vaststelling van Richtlijn 2006/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 tot wijziging van Richtlijn 95/2/EG betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen, en Richtlijn 94/35/EG inzake zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (1) en is niet van plan Richtlijn 2006/52/EG in Deens recht om te zetten wat betreft het gebruik van nitrieten in vleesproducten.

1.   GEMEENSCHAPSREGELING

1.1.   ARTIKEL 95, LEDEN 4 EN 6, VAN HET EG-VERDRAG

(2)

In artikel 95, lid 4, van het EG-Verdrag wordt bepaald dat wanneer een lidstaat het, nadat de Raad of de Commissie een harmonisatiemaatregel heeft genomen, noodzakelijk acht nationale bepalingen te handhaven die hun rechtvaardiging vinden in gewichtige eisen als bedoeld in artikel 30 of verband houdend met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu, hij zowel van die bepalingen als van de redenen voor het handhaven ervan, kennis geeft aan de Commissie.

(3)

Volgens artikel 95, lid 6, van het EG-Verdrag keurt de Commissie binnen zes maanden na de kennisgeving de betrokken nationale bepalingen goed of wijst zij die af na te hebben nagegaan of zij al dan niet een middel tot willekeurige discriminatie, een verkapte beperking van de handel tussen lidstaten of een hinderpaal voor de werking van de interne markt vormen.

1.2.   RICHTLIJN 2006/52/EG

(4)

Volgens de algemene principes van Richtlijn 89/107/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (2) is de goedkeuring van een levensmiddelenadditief afhankelijk van een voldoende technische behoefte, van de aanvaardbaarheid ervan vanuit het oogpunt van de gezondheid en van het feit dat het gebruik niet misleidend is voor de consument.

(5)

Nitrieten worden al decennia lang in vlees en vleesproducten gebruikt, onder meer om in combinatie met andere factoren te zorgen voor conservering en microbiologische veiligheid van vleesproducten, met name van gezouten vleesproducten, door onder andere de vermenigvuldiging te remmen van Clostridium botulinum, de bacterie die het levensbedreigende botulisme veroorzaakt. Daarnaast wordt erkend dat de aanwezigheid van nitrieten in vleesproducten kan leiden tot de vorming van nitrosaminen, waarvan is vastgesteld dat ze kankerverwekkend zijn. In de wetgeving op dit gebied moet daarom het juiste evenwicht worden gevonden tussen het risico van de vorming van nitrosaminen door de aanwezigheid van nitrieten in vleesproducten enerzijds en de beschermende effecten van nitrieten tegen de vermenigvuldiging van bacteriën, met name die welke botulisme veroorzaken, anderzijds.

(6)

In de oorspronkelijke Richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (3) werden maximale restgehalten voor nitrieten en nitraten in verscheidene vleesproducten vastgesteld evenals „indicatieve gebruikte gehalten”. Bijlage I, punt 3, onder c), bij Richtlijn 2006/52/EG wijzigt bijlage III, deel C, bij Richtlijn 95/2/EG wat betreft E 249 (kaliumnitriet) en E 250 (natriumnitriet).

(7)

In Richtlijn 2006/52/EG worden daarentegen algemene maxima vastgesteld voor de toevoeging van E 249 kaliumnitriet en E 250 natriumnitriet tijdens de productie. Het toegestane maximum voor de toegevoegde hoeveelheid bedraagt 150 mg/kg voor vleesproducten in het algemeen en 100 mg/kg voor gesteriliseerde vleesproducten. Voor enkele gespecificeerde gezouten vleesproducten die in bepaalde lidstaten op de traditionele manier worden gemaakt, geldt een maximumhoeveelheid van 180 mg/kg.

(8)

Deze benadering is conform adviezen van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (SCF) van 1990 (4) en 1995 (5) evenals van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) van 26 november 2003 (6), dat de toegevoegde hoeveelheid nitriet, niet het restgehalte, bijdraagt aan de remmende invloed op C. botulinum en dat het is aan te bevelen de „indicatieve toegevoegde hoeveelheden” te vervangen door „maximale toegevoegde hoeveelheden”. Er wordt ook rekening gehouden met het arrest van het Hof in zaak C-3/00 Denemarken tegen Commissie inzake een eerder verzoek van Denemarken overeenkomstig artikel 95, lid 4, waarin het Hof oordeelde dat de Commissie bij de verwerping van het Deense verzoek betreffende het gebruik van nitrieten in vleesproducten niet voldoende rekening had gehouden met de adviezen van het SCF van 1990 en 1995, waarin vraagtekens werden geplaatst bij de in Richtlijn 95/2/EG vastgestelde maxima voor nitrieten (7).

(9)

Bij wijze van uitzondering op de algemene regel bevat Richtlijn 2006/52/EG maximale restgehalten voor bepaalde traditionele gezouten vleesproducten die op traditionele wijzen worden geproduceerd. Er gelden maximale restgehalten van 50 mg/kg, 100 mg/kg en 175 mg/kg voor verschillende groepen van dergelijke producten, bijvoorbeeld 175 kg/kg voor Wiltshire bacon, dry cured bacon en soortgelijke producten, en 100 mg/kg voor Wiltshire ham en soortgelijke producten. Voor deze producten zijn maximale restgehalten vastgesteld, omdat het als gevolg van de aard van het productieproces van deze producten niet mogelijk is de toegevoegde hoeveelheid zout te controleren die door het vlees wordt geabsorbeerd. Het productieproces van deze specifieke producten wordt in de richtlijn beschreven om „soortgelijke producten” te kunnen herkennen en duidelijk te maken op welke producten de maximumgehalten betrekking hebben. In de onderstaande tabel worden de maximumniveaus weergegeven die in Richtlijn 2006/52/EG zijn vastgelegd (8):

E-nummer

Naam

Levensmiddel

Maximumconcentratie die tijdens de vervaardiging mag worden toegevoegd

(uitgedrukt als NaNO2)

Maximaal restgehalte

(uitgedrukt als NaNO2)

E 249

Kaliumnitriet (x)

Vleesproducten

150 mg/kg

 

E 250

Natriumnitriet (x)

Gesteriliseerde vleesproducten (Fo > 3,00) (y)

100 mg/kg

 

Traditionele in een pekelbad gezouten vleesproducten (1):

 

 

Wiltshire bacon (1.1);

 

 

Entremeada, entrecosto, chispe, orelheira en cabeça (salgados)

 

175 mg/kg

Toucinho fumado (1.2);

 

 

en soortgelijke producten

 

 

Wiltshire ham (1.1);

 

100 mg/kg

en soortgelijke producten

 

 

Rohschinken, nassgepökelt (1.6);

 

50 mg/kg

en soortgelijke producten

 

 

Cured tongue (1.3)

 

50 mg/kg

Traditioneel vervaardigde drooggezouten vleesproducten (2):

 

 

Dry cured bacon (2.1);

 

175 mg/kg

en soortgelijke producten

 

 

Dry cured ham (2.1);

 

100 mg/kg

Jamón curado, paleta curada, lomo embuchado en cecina (2.2);

 

 

Presunto, presunto da pá en paio do lombo (2.3);

 

 

en soortgelijke producten

 

 

Rohschinken, trockengepökelt (2.5);

 

50 mg/kg

en soortgelijke producten

 

 

Overige traditioneel vervaardigde gezouten of gedroogde vleesproducten (3):

 

 

Vysočina

180 mg/kg

 

Selský salám

 

 

Turistický trvanlivý salám

 

 

Poličan

 

 

Herkules

 

 

Lovecký salám

 

 

Dunajská klobása

 

 

Paprikáš (3.5);

 

 

en soortgelijke producten

 

 

Rohschinken, trocken-/nassgepökelt (3.1);

 

50 mg/kg

en soortgelijke producten

 

 

Jellied veal and brisket (3.2)

 

 

(10)

Zoals aanbevolen in de relevante adviezen van het SCF en de EFSA, is Richtlijn 2006/52/EG gebaseerd op de vaststelling van maximale toegevoegde hoeveelheden en weerspiegelt deze de in die wetenschappelijke adviezen genoemde marges door te specificeren dat maximaal 100 mg/kg nitriet is toegestaan in gesteriliseerde vleesproducten en 150 mg/kg in andere vleesproducten. Gelet op de grote verscheidenheid van (gezouten) vleesproducten en productiemethoden binnen de Gemeenschap, stelde de Gemeenschapswetgever dat het op dat moment niet mogelijk was voor elk product het geschikte nitrietgehalte te specificeren.

(11)

De uitzonderingen op de regel voor het toepassen van maximale toegevoegde hoeveelheden zijn beperkt van aard. Ze gelden voor specifieke producten die in bepaalde lidstaten op traditionele wijze worden geproduceerd en waarvoor het vanwege de aard van het productieproces van deze producten niet mogelijk is de toegevoegde hoeveelheid zout die door het vlees wordt geabsorbeerd te controleren. De traditionele producten waarop ze van toepassing zijn, worden vooral gedefinieerd via een beschrijving van de productiemethode.

(12)

Richtlijn 2006/52/EG moest op 15 februari 2008 door de lidstaten in nationaal recht zijn omgezet om de handel in en het gebruik van producten die aan die richtlijn voldoen per 15 februari 2008 toe te staan en de handel in en het gebruik van producten die niet aan die richtlijn voldoen, per 15 augustus 2008 te verbieden.

2.   AANGEMELDE NATIONALE BEPALINGEN

(13)

De door Denemarken aangemelde nationale bepalingen zijn Besluit nr. 22 van 11 januari 2005 betreffende levensmiddelenadditieven (Bekendtgørelse nr 22 af 11.1.2005 om tilsætningsstoffer til fødevarer) en de Deense positieve lijst van toegestane levensmiddelenadditieven (Liste over tilladte tilsætningsstoffer til fødevarer, „Positivlisten”).

(14)

Besluit nr. 22 bevat het principe dat uitsluitend additieven die op een positieve lijst worden vermeld, onder gespecificeerde voorwaarden en met de gespecificeerde doelstellingen en beperkingen in levensmiddelen mogen worden gebruikt (9). In het besluit wordt verder bepaald dat de maximumwaarden in de positieve lijst, tenzij anders gespecificeerd, verwijzen naar de maximumhoeveelheden van het additief die aanwezig mogen zijn in een levensmiddel in de vorm waarin het wordt verkocht (10). Als gevolg daarvan mogen alleen levensmiddelen die aan de vereisten van Besluit nr. 22 voldoen en die op de positieve lijst voorkomen op de Deense markt worden verkocht. Op de positieve lijst die op basis van Besluit nr. 22 door de Deense dienst voor veterinaire zaken en levensmiddelen is samengesteld, wordt vermeld welke additieven in welke levensmiddelen mogen worden gebruikt en in welke hoeveelheden. De aangemelde versie werd op 29 januari 2005 van kracht.

(15)

Wat het gebruik van nitriet E 249 en E 250 in vlees en vleesproducten betreft, worden op de Deense positieve lijst uitsluitend de toegevoegde hoeveelheden vermeld en gelden daarvoor de volgende maxima.

Levensmiddel

Toegevoegd nitrietgehalte (mg/kg)

8.2.1.

Vleesproducten die geen hittebehandeling hebben ondergaan, afkomstig van hele stukken vlees, inclusief plakken van producten (in het algemeen)

60

Bacon van het type Wiltshire en daaraan gerelateerde stukken, inclusief gezouten ham

150

8.2.2.

Vleesproducten die een hittebehandeling hebben ondergaan, afkomstig van hele stukken vlees, inclusief plakken van producten (in het algemeen)

60

Rullepølse (worst van opgerold vlees)

100

Volledig geconserveerde of halfgeconserveerde producten, bacon van het type Wiltshire en stukken daarvan, inclusief gezouten ham

150

8.3.1.

Vleesproducten die geen hittebehandeling hebben ondergaan, afkomstig van gehakt vlees, inclusief plakken van producten (in het algemeen)

60

Gefermenteerde salami’s

100

Volledig geconserveerde of halfgeconserveerde vleesproducten die geen hittebehandeling hebben ondergaan, afkomstig van gehakt vlees

150

8.3.2.

Vleesproducten die een hittebehandeling hebben ondergaan, afkomstig van gehakt vlees

60

Gehaktballen en leverpastei (kødboller en leverpostej)

0

Volledig geconserveerde of halfgeconserveerde vleesproducten die een hittebehandeling hebben ondergaan, afkomstig van gehakt vlees

150

(16)

Hieruit blijkt dat de limiet van 60 mg/kg (11) van toepassing is op veel typen vleesproducten, terwijl de overeenkomstige maximumlimieten van Richtlijn 2006/52/EG 100 of 150 mg/kg bedragen. Voor bepaalde worsten geldt in Denemarken een maximum van 100 mg/kg. Voor specifieke volledig of halfgeconserveerde vleesproducten, inclusief „bacon van het type Wiltshire en daaraan gerelateerde stukken”, bedraagt het maximumgehalte 150 mg/kg.

3.   PROCEDURE

(17)

Op 17 augustus 2007 ontving de Commissie een eerste mededeling van het Koninkrijk Denemarken, gedateerd 14 augustus 2007, waarin Denemarken kritiek had op verschillende aspecten van Richtlijn 2006/52/EG en de Commissie liet weten niet van plan te zijn Richtlijn 2006/52/EG inzake nitrieten in vleesproducten om te zetten. Denemarken deelde echter niet mee welke nationale bepalingen het wenste te handhaven. Bij schrijven van 13 november 2007 heeft de Commissie de Deense overheid hierop gewezen. Bij schrijven van 21 november 2007, door de Commissie ontvangen op 23 november 2007, heeft de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk Denemarken bij de Europese Unie de Commissie in kennis gesteld van de relevante nationale bepalingen. In een aanvullend schrijven van 22 november 2007, dat door de Commissie werd ontvangen op 27 november 2007 en dat een verslag van het nationale voedingsinstituut bevatte van 30 oktober 2007, zette Denemarken zijn verzoek nader uiteen.

(18)

Bij schrijven van 21 december 2007 heeft de Commissie bevestigd dat zij de kennisgeving had ontvangen en dat de termijn van zes maanden voor de beoordeling, overeenkomstig artikel 95, lid 6, een dag na ontvangst, dat wil zeggen op 24 november 2007, was ingegaan.

(19)

Bij brief van 31 maart 2008 verstrekte Denemarken gegevens over de consumptie van vleesproducten in Denemarken.

(20)

Bij brief van 31 januari 2008 stelde de Commissie de andere lidstaten en de EVA-staten van de kennisgeving op de hoogte en gaf hun de gelegenheid binnen dertig dagen te reageren. De Commissie publiceerde tevens een mededeling betreffende de kennisgeving aan de andere lidstaten en de EVA-staten in het Publicatieblad van de Europese Unie  (12) om andere betrokken partijen van de Deense nationale bepalingen op de hoogte te stellen alsmede van de redenen die werden aangevoerd om het verzoek te staven. De Commissie ontving commentaar van Estland, Frankrijk, Hongarije en Noorwegen (13).

Estland benadrukt dat het, gelet op het beperkende effect van de Deense wetgeving op de handel, van groot belang is dat de beperkingen wetenschappelijk gerechtvaardigd worden.

Frankrijk benadrukt dat nitrieten een krachtige remmende werking hebben op de groei van bepaalde bacteriën, waaronder Clostridium botulinum, en daarom belangrijk zijn voor de preventie van voedselvergiftiging. Het voegt eraan toe dat er voor nitrieten geen alternatief bestaat wat vleesproducten betreft. Volgens Frankrijk is Richtlijn 2006/52/EG gebaseerd op het advies van de EFSA van 26 november 2003 en beperkt zij de concentratie van nitrosaminen zo veel als mogelijk is onder gelijktijdige waarborging van de microbiologische veiligheid. Zoals door de EFSA aanbevolen, reguleert de richtlijn de toegevoegde hoeveelheden. In de richtlijn worden maximale restgehalten slechts als uitzonderingen gezien, die alleen worden gehanteerd als de vaststelling van de maximale toegevoegde hoeveelheden niet mogelijk is. Er moet pas een nieuwe analyse worden uitgevoerd als de resultaten van onderzoek in de lidstaten naar de consumptie van additieven op basis van nieuwe voorschriften beschikbaar zijn.

Hongarije ondersteunt de vermindering van blootstelling aan nitrieten en nitrosaminen op alle mogelijke beschikbare manieren maar benadrukt de noodzaak van regulering van de nitrietniveaus voor de gehele Europese Unie, inclusief traditioneel gezouten vleesproducten die mogelijk van de Deense vleesproducten verschillen en waar de toevoeging van grotere hoeveelheden nitriet wellicht gerechtvaardigd is. Het land plaatst vraagtekens bij de bewering van Denemarken dat de omzetting van Richtlijn 2006/52/EG kan leiden tot een 2,3- tot 2,4-voudige toename van nitriet in Denemarken, gelet op het feit dat producenten verplicht zijn minder dan de maximaal toegestane hoeveelheid te gebruiken als zij zo de vereiste microbiologische veiligheid kunnen garanderen. De Europese cultuur zou verarmen indien de traditionele gezouten vleesproducten van de markt moesten verdwijnen.

Noorwegen acht de Deense maatregel gerechtvaardigd vanwege de in artikel 30 bedoelde gewichtige eisen. Volgens Noorwegen is de maatregel bedoeld om tot een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid te komen op basis van wetenschappelijk advies en is er geen sprake van willekeurige discriminatie of een verkapte handelsbeperking. Het land stelt dat de belemmering van het functioneren van de interne markt die daarvan het gevolg is, noodzakelijk en niet onevenredig is. Noorwegen is het met Denemarken eens dat het wetenschappelijke advies inzake nitrieten in vleesproducten niet volledig is terug te vinden in Richtlijn 2006/52/EG, omdat deze er niet in voorziet dat het laagste nitrietgehalte wordt toegepast dat nodig is om het gewenste effect te bereiken en er voor een aantal vleesproducten restgehalten gelden.

4.   VERZOEK AAN DE EFSA

(21)

Bij schrijven van 10 maart 2008 werd de EFSA door het directoraat-generaal Gezondheid en consumenten verzocht wetenschappelijk advies te geven over de vraag of de eerdere adviezen van het SCF van 1990 en 1995 en van de EFSA van 2003 nog steeds actueel waren in het licht van de door Denemarken ingediende informatie. In haar antwoord van 28 maart 2008 concludeerde de EFSA dat de eerdere adviezen van het SCF en de EFSA nog steeds gelden in het licht van de door Denemarken ingediende informatie.

(22)

Met betrekking tot de invloed van nitrieten/nitraten op de microbiologische veiligheid van vleesproducten verwijst de EFSA naar het advies van haar wetenschappelijke panel voor biologische gevaren van 26 november 2003. In dit advies wordt gesteld dat verschillende factoren bijdragen aan de veiligheid van vleesproducten (bereidingsproces, zoutconcentratie, wateractiviteit en dergelijke) en dat de toegevoegde hoeveelheid nitriet belangrijk is voor de microbiologische veiligheid, zodat de toegevoegde hoeveelheden moeten worden gecontroleerd en niet het restgehalte. De EFSA verwijst ook naar het feit dat haar wetenschappelijke panel voor biologische gevaren instemde met de opvatting van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (SCF) dat de toevoeging van 50-100 mg nitriet per kg vleesproduct voor veel producten afdoende is en dat voor andere producten, met name die met een laag zoutgehalte en een langere houdbaarheid, toevoeging van 50 tot 150 mg/kg nitriet noodzakelijk is om de groei van C. botulinum te remmen.

II.   BEOORDELING

1.   ONTVANKELIJKHEID

(23)

Op grond van artikel 95, leden 4 en 6, van het EG-Verdrag mag een lidstaat na de vaststelling van een harmonisatiemaatregel nationale bepalingen handhaven op basis van de in artikel 30 bedoelde gewichtige eisen of in verband met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu, als die lidstaat de Commissie van deze nationale bepalingen op de hoogte stelt en als de Commissie het verzoek goedkeurt.

(24)

De Deense kennisgeving heeft betrekking op de nationale bepalingen in afwijking van de bepalingen van bijlage I, punt 3, onder c), bij Richtlijn 2006/52/EG, die bijlage III, deel C, bij Richtlijn 95/2/EG wijzigen wat betreft E 249 en E 250. De huidige Deense bepalingen bestonden al op het moment dat Richtlijn 2006/52/EG werd vastgesteld.

(25)

Besluit nr. 22 en de Deense positieve lijst bevatten strengere voorschriften inzake het gebruik van nitrieten in vlees en vleesproducten dan Richtlijn 2006/52/EG, omdat zij lagere maximaal toegevoegde hoeveelheden voorschrijven voor verschillende typen producten (in veel gevallen 60 mg/kg) dan Richtlijn 2006/52/EG en in tegenstelling tot Richtlijn 2006/52/EG niet toestaan dat bepaalde traditionele vleesproducten op de markt worden gebracht op basis van maximumrestgehalten.

(26)

Ingevolge artikel 95, lid 4, werd de kennisgeving aangevuld met een beschrijving van de redenen met betrekking tot een of meer gewichtige eisen als bedoeld in artikel 30 of verband houdend met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu, in dit geval de bescherming van de gezondheid en het leven van personen. Het Deense standpunt wordt nader toegelicht in een rapport van het Deens voedingsinstituut van 30 oktober 2007, dat op 27 november 2007 werd ingediend, alsmede in andere documenten waarnaar in de overwegingen 17 en 19 wordt verwezen.

(27)

In het licht van het voorgaande acht de Commissie het door Denemarken ingediende verzoek met de bedoeling goedkeuring te krijgen voor de handhaving van zijn nationale bepalingen inzake het gebruik van nitrieten in vlees en vleesproducten ontvankelijk ingevolge artikel 95, lid 4, van het EG-Verdrag.

2.   BEOORDELING TEN GRONDE

(28)

Overeenkomstig artikel 95, lid 4, en lid 6, eerste alinea, van het EG-Verdrag moet de Commissie nagaan of is voldaan aan alle in dat artikel genoemde voorwaarden die een lidstaat in staat stellen nationale bepalingen te handhaven die afwijken van een communautaire harmonisatiemaatregel.

(29)

De Commissie moet met name beoordelen of de nationale bepalingen al dan niet worden gerechtvaardigd door gewichtige eisen als bedoeld in artikel 30 van het EG-Verdrag of verband houden met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu en niet verder gaan dan wat nodig is om de nagestreefde legitieme doelstelling te bereiken. Bovendien moet de Commissie, wanneer zij van mening is dat de nationale bepalingen aan voornoemde voorwaarden voldoen, ingevolge artikel 95, lid 6, van het EG-Verdrag nagaan of zij al dan niet een middel tot willekeurige discriminatie, een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten of een hinderpaal voor de werking van de interne markt vormen.

(30)

Binnen in artikel 95, lid 6, van het EG-Verdrag genoemde termijn moet de Commissie nagaan of de nationale maatregelen waarvan krachtens artikel 95, lid 4, kennisgeving is gedaan, gerechtvaardigd zijn, waarbij zij moet uitgaan van de door de kennisgevende lidstaat aangevoerde redenen. Volgens het EG-Verdrag moet de lidstaat die het verzoek indient dus het bewijs leveren dat de handhaving van de nationale maatregelen gerechtvaardigd is. Gezien de procedurele regeling van artikel 95, leden 4 en 6, van het EG-Verdrag, die met name een strikte termijn oplegt voor de vaststelling van een beschikking, moet de Commissie zich gewoonlijk beperken tot een onderzoek van de relevantie van de gegevens die worden aangedragen door de lidstaat die het verzoek indient, zonder zelf te zoeken naar een mogelijke rechtvaardiging.

(31)

Wanneer de Commissie echter in het bezit is van informatie in het licht waarvan de communautaire harmonisatiemaatregel waarvan de ter kennis gegeven nationale maatregelen afwijken, mogelijk moet worden herzien, kan zij dergelijke informatie in aanmerking nemen bij de beoordeling van de nationale bepalingen waarvan kennisgeving is gedaan.

2.1.   HET STANDPUNT VAN DENEMARKEN

(32)

Het Koninkrijk Denemarken beweert dat zijn wetgeving een hoger niveau van bescherming biedt voor de gezondheid en het leven van personen door het voorschrijven van lagere maximale toegevoegde hoeveelheden van E 249 (kaliumnitriet) en E 250 (natriumnitriet) dan die waarin Richtlijn 2006/52/EG voorziet, en niet toestaat dat traditionele vleesproducten in de handel worden gebracht waarvoor geen toegevoegde hoeveelheden kunnen worden vastgesteld. Volgens Denemarken zijn de Deense bepalingen volledig conform de aanbevelingen van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (SCF) die in 1990 en 1995 werden gedaan en met het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) van 26 november 2003, omdat zij geen uitzonderingen bevatten op het principe van het vaststellen van de maximale „toegevoegde hoeveelheden” in tegenstelling tot restgehalten en meer gedifferentieerde maximumgehalten voorschrijven met betrekking tot bepaalde groepen vleesproducten.

(33)

Denemarken erkent dat Richtlijn 2006/52/EG in bepaalde opzichten voldoet aan de wetenschappelijke aanbevelingen van het SCF en de EFSA, met name waar deze, anders dan de oorspronkelijke versie van Richtlijn 95/2/EG, voorziet in „maximale toegevoegde hoeveelheden”, in tegenstelling tot restgehalten en „indicatieve toegevoegde hoeveelheden”. Het land merkt echter op dat er uitzonderingen op dit principe zijn, die tot gevolg hebben dat voor verschillende traditioneel geproduceerde vleesproducten nog steeds voorschriften gelden die op restgehalten zijn gebaseerd en dat dit een gevaar voor de menselijke gezondheid kan opleveren. Het benadrukt dat de concentratie restnitriet een zeer onzeker criterium voor de toevoeging van nitriet is en verwijst naar onderzoek dat heeft aangetoond dat restgehalten zelfs uiterst hoge toevoegingen van nitrieten kunnen maskeren, wat kan leiden tot een onvoorspelbare hoge vorming van N-nitrosoverbindingen.

(34)

Daarnaast benadrukt Denemarken dat de vorming van nitrosaminen afhankelijk is van de aanwezigheid van nitriet in vleesproducten en dat nitrosaminen genotoxisch en kankerverwekkend zijn, redenen waarom het gebruik van nitrieten uitsluitend zou moeten worden toegestaan in absoluut noodzakelijke hoeveelheden. Denemarken beschouwt de maximale toegevoegde hoeveelheden zoals voorgeschreven in Richtlijn 2006/52/EG als te groot vanuit het perspectief van de gezondheid en stelt dat de technische noodzaak voor deze waarden niet is gedocumenteerd. Het beweert dat, gelet op het advies van de wetenschappelijke organen van de Gemeenschap, de remmende invloed op de groei van Clostridium botulinum kan worden bewerkstelligd door de limieten binnen de marge van 50-150 mg/kg nitriet te houden en limieten voor categorieën van vleesproducten te specificeren op basis van de wetenschappelijk vastgestelde behoeften.

(35)

Gezien het feit dat ongeveer 90 % van de consumptie van gezouten vleesproducten in Denemarken bestaat uit producten waarop voor Denemarken momenteel een maximumgehalte van 60 mg/kg toegevoegd nitriet geldt, wijst Denemarken erop dat de omzetting van de richtlijn en de hantering van een algemene limiet van 150 mg/kg voor alle gezouten vleesproducten er in Denemarken toe kan leiden dat de consumptie van nitrieten met een factor 2,3 tot 2,4 stijgt, met een mogelijk overeenkomstige stijging in de consumptie van al gevormde nitrosaminen.

(36)

Denemarken benadrukt dat het al jarenlang voorschriften hanteert ten aanzien van de maximale toelaatbare hoeveelheden nitriet die mogen worden toegevoegd en dat deze, ondanks het feit dat het om lagere voorgeschreven niveaus gaat, adequaat zijn gebleken ter voorkoming van botulisme. Volgens de Deense overheid hebben deze voorschriften nooit aanleiding gegeven tot problemen met de conservering van de producten in kwestie en heeft Denemarken in vergelijking met ander lidstaten een zeer laag percentage gevallen van voedselvergiftiging door worst. Het voegt eraan toe dat het land minder gevallen van botulisme kent dan de meeste andere lidstaten. Volgens het Europees bulletin voor overdraagbare ziekten Eurosurveillance van januari 1999, een uitgave die speciaal aan botulisme in Europa is gewijd, is botulisme in Denemarken heel zeldzaam. Het Deense instituut voor gezondheidsonderzoek, het Statens Serum Institut, vermeldt op zijn website dat zich na 1980 onder de Deense bevolking slechts vijf gevallen van botulisme hebben voorgedaan, die geen van alle zijn veroorzaakt door de consumptie van vleesproducten.

(37)

Bovendien vormen de Deense bepalingen ten aanzien van nitriet geen belemmering voor de handel, aldus Denemarken. Het land wijst daarbij op cijfers die aantonen dat de invoer van vleesproducten uit andere lidstaten heeft plaatsgevonden en de afgelopen jaren zelfs is toegenomen.

(38)

Alles bij elkaar genomen acht Denemarken het legitiem om vast te houden aan de eigen wetgeving die verder gaat dan de bepalingen van Richtlijn 2006/52/EG om het risico van de blootstelling aan nitrosaminen voor de menselijke gezondheid te verkleinen.

2.2.   BEOORDELING VAN HET STANDPUNT VAN DENEMARKEN

2.2.1.   Rechtvaardiging op basis van de in artikel 30 bedoelde gewichtige eisen

(39)

De Deense wetgeving streeft naar een betere bescherming van de gezondheid en het leven van personen wat betreft de blootstelling aan nitrieten en de mogelijke vorming van nitrosaminen in vleesproducten door lagere maximale toegevoegde hoeveelheden nitriet te specificeren met betrekking tot vleesproducten en door niet toe te staan dat traditionele vleesproducten waarvoor slechts maximale restgehalten kunnen worden vastgesteld, op de markt worden gebracht.

(40)

Bij de beoordeling of de Deense wetgeving daadwerkelijk adequaat en noodzakelijk is voor de verwezenlijking van deze doelstelling, moet met een aantal factoren rekening worden gehouden. Er moeten met name twee gezondheidsfactoren zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen: de aanwezigheid van nitrosaminen in vleesproducten enerzijds en de microbiologische veiligheid van vleesproducten anderzijds. Het laatste aspect is meer dan een louter technologische noodzaak; het is een uiterst relevante gezondheidsfactor op zich. Ofschoon wordt erkend dat de hoeveelheid nitrieten in vleesproducten moet worden beperkt, leiden lagere nitrietgehalten niet automatisch tot een betere bescherming van de menselijke gezondheid. Het optimale nitrietgehalte hangt van enkele factoren af die door de relevante adviezen van het SCF en de EFSA worden bevestigd, zoals vocht, de toevoeging van zout, de pH-waarde, de houdbaarheid van het product, hygiëne, temperatuurbeheersing enz.

(41)

Daarom is de Commissie, mede gezien de overwegingen 9 en 10, van mening dat Richtlijn 2006/52/EG een adequate reactie vormt op de noodzaak twee tegenstrijdige gezondheidsfactoren te verenigen in het licht van de diversiteit van vleesproducten in de gehele Gemeenschap.

(42)

Anderzijds moet de Commissie een beoordeling maken van de specifieke keuzes van de Deense regelgever en de ervaring die met deze voorschriften, die al gedurende een aanzienlijke periode van kracht zijn, voorhanden is. Via de cijfers die Denemarken heeft verstrekt betreffende het optreden van voedselvergiftiging en botulisme in het bijzonder, heeft het land aangetoond dat het met zijn wetgeving tot nu toe bevredigende resultaten heeft bereikt. Deze gegevens laten zien dat de maximumgehalten die in de Deense wetgeving worden voorgeschreven afdoende zijn gebleken voor de microbiologische veiligheid van de vleesproducten die momenteel in Denemarken worden vervaardigd en de productiemethoden die op dit moment in Denemarken worden gebruikt.

(43)

De Commissie merkt op dat de Deense wetgeving compatibel is met de relevante wetenschappelijke adviezen van de wetenschappelijke organen van de Gemeenschap. De wetgeving is gebaseerd op een voorschrift voor maximale toegevoegde waarden en is conform de in deze adviezen genoemde marges van toegevoegde hoeveelheden nitriet van 50 tot 150 mg/kg. Tegelijkertijd heeft Denemarken in vergelijking met de richtlijn specifiekere maximale toegevoegde hoeveelheden vastgesteld voor bepaalde groepen vleesproducten met het oog op de in Denemarken gangbare typen vleesproducten en productiemethoden.

(44)

Hierbij dient te worden opgemerkt dat volgens de door Denemarken verstrekte informatie de meeste vleesproducten die door de Deense bevolking worden geconsumeerd, namelijk ongeveer 90 %, producten zijn waarvoor momenteel een limiet van 60 mg/kg geldt. Deze limiet zou dan moeten worden vervangen door een limiet van 100 of 150 mg/kg. Daar de Deense producenten evenals producenten in andere lidstaten niet zouden worden verplicht de hoeveelheden nitriet die momenteel aan hun producten worden toegevoegd te verhogen tot de in Richtlijn 2006/52/EG genoemde maximumniveaus, ligt het niet voor de hand dat de werkelijke blootstelling van de Deense bevolking aan nitrieten in vleesproducten zou toenemen in de mate die wordt genoemd in de door Denemarken verstrekte gegevens, namelijk met een factor 2,3 tot 2,4. Het valt echter niet uit te sluiten dat de blootstelling van de Deense bevolking aan nitrieten toeneemt.

(45)

Op grond van de op dit moment beschikbare informatie is de Commissie van mening dat het verzoek om strengere bepalingen te mogen handhaven dan die welke zijn opgenomen in Richtlijn 2006/52/EG tijdelijk kan worden aanvaard om redenen van bescherming van de volksgezondheid in Denemarken.

2.2.2.   Ontbreken van willekeurige discriminatie, van een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten en van een hinderpaal voor de werking van de interne markt

2.2.2.1.   Geen willekeurige discriminatie

(46)

Krachtens artikel 95, lid 6, moet de Commissie nagaan of de voorgenomen maatregelen al dan niet een middel tot willekeurige discriminatie zijn. Opdat er geen discriminatie plaatsvindt, mogen overeenkomstig de Jurisprudentie van het Hof van Justitie soortgelijke situaties niet op verschillende wijzen worden behandeld en mogen verschillende situaties niet op dezelfde wijze worden behandeld.

(47)

De Deense nationale voorschriften gelden zowel voor binnenlandse producten als voor producten uit andere lidstaten. Bij gebrek aan bewijs van het tegendeel kan worden geconcludeerd dat de nationale bepalingen geen middel van willekeurige discriminatie zijn.

2.2.2.2.   Geen verkapte handelsbeperking

(48)

Nationale maatregelen die het gebruik van producten meer beperken dan een richtlijn van de Gemeenschap, vormen gewoonlijk een belemmering voor de handel, aangezien producten die in de rest van de Gemeenschap wettig in de handel worden gebracht en gebruikt, in de betrokken lidstaat waarschijnlijk niet in de handel zullen worden gebracht omdat zij daar niet mogen worden gebruikt. De in artikel 95, lid 6, van het EG-Verdrag vermelde voorwaarden zijn bedoeld om te voorkomen dat beperkingen op basis van de criteria van de leden 4 en 5 van dit artikel om onjuiste redenen worden gehanteerd en in feite economische maatregelen vormen die gericht zijn op belemmering van de invoer van producten uit andere lidstaten en dus een middel vormen om de nationale productie indirect te beschermen.

(49)

De Deense voorschriften leggen ook strengere normen inzake de toevoeging van nitrieten aan vleesproducten op aan marktdeelnemers in andere lidstaten in een overigens geharmoniseerd gebied en vormen daarom mogelijk een verkapte beperking van de handel of een belemmering voor het functioneren van de interne markt. Artikel 95, lid 6, van het EG-Verdrag dient echter te worden gelezen in de zin dat uitsluitend nationale maatregelen die een onevenredige belemmering voor de interne markt vormen, niet mogen worden goedgekeurd. In dit verband heeft Denemarken cijfers overgelegd die aantonen dat de invoer van vleesproducten uit andere lidstaten ondanks zijn wetgeving heeft plaatsgevonden en de afgelopen jaren zelfs is toegenomen.

(50)

Bij gebrek aan bewijs dat de nationale bepalingen in feite een maatregel vormen om de nationale productie te beschermen, kan worden geconcludeerd dat zij geen verkapte beperking van de handel tussen lidstaten zijn.

2.2.2.3.   Geen hinderpaal voor de werking van de interne markt

(51)

Deze voorwaarde kan niet zodanig worden uitgelegd dat geen enkele nationale maatregel die gevolgen kan hebben voor de totstandkoming van de interne markt kan worden goedgekeurd. Elke nationale maatregel die afwijkt van een harmonisatiemaatregel met het oog op de totstandkoming en de werking van de interne markt, is namelijk in wezen een maatregel die gevolgen kan hebben voor de interne markt. Om de procedure, als vastgelegd in artikel 95 van het EG-Verdrag, op een zinvolle wijze te kunnen gebruiken, moet het begrip „hinderpaal voor de werking van de interne markt” in de context van artikel 95, lid 6, dan ook worden opgevat als een vergeleken met de doelstelling onevenredig effect.

(52)

Gezien de gezondheidsvoordelen die volgens de Deense overheid voortvloeien uit een lagere blootstelling aan nitrieten in vleesproducten, alsmede het feit dat de handel op basis van de huidige beschikbare cijfers niet of slechts in beperkte mate blijkt te worden beïnvloed, is de Commissie van mening dat de aangemelde Deense voorschriften tijdelijk mogen worden gehandhaafd om redenen van bescherming van de gezondheid en het leven van personen, aangezien zij niet onevenredig zijn en daarom geen belemmering vormen voor de werking van de interne markt in de zin van artikel 95, lid 6, van het EG-Verdrag.

(53)

Op grond van deze analyse is de Commissie van mening dat wordt voldaan aan de voorwaarde van het ontbreken van hinderpalen voor de werking van de interne markt.

2.2.3.   Beperking in de tijd

(54)

De bovenstaande conclusies zijn gebaseerd op de nu beschikbare informatie en met name op cijfers die aantonen dat Denemarken het botulisme onder controle heeft kunnen houden ondanks de lagere maximumgehalten voor nitriet in bepaalde typen vleesproducten en zonder de handel op onevenredige wijze te hebben belemmerd.

(55)

Een andere belangrijke factor is de mate waarin in Denemarken vleesproducten worden geconsumeerd; in dit opzicht zou de toepassing van Richtlijn 2006/52/EG kunnen leiden tot een toename van de blootstelling van de Deense bevolking aan nitrieten en daardoor ook aan nitrosaminen.

(56)

Omdat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld of deze factoren in de loop der tijd niet sterk zullen veranderen, acht de Commissie het juist de situatie uiterlijk over twee jaar opnieuw te onderzoeken op basis van de bijgewerkte gegevens.

(57)

Deze periode stelt de Deense regering in staat te zijner tijd een nieuw verzoek in te dienen en de stelling dat de toepassing van de gehalten van Richtlijn 2006/52/EG niet tot het vereiste beschermingsniveau leidt en een onaanvaardbaar risico voor de volkgezondheid tot gevolg heeft, met nadere relevante gegevens te onderbouwen.

(58)

Om dergelijke gegevens te kunnen verstrekken zal Denemarken de situatie nauwlettend in de gaten moeten houden, met name wat betreft de beheersing van botulisme, het aandeel van vleesproducten dat onder de limiet van 60 mg/kg valt in de totale consumptie van vleesproducten in Denemarken, met inachtneming van andere risicofactoren van typische voedingsgewoonten voor zover relevant, en de invoer van vleesproducten uit andere lidstaten.

(59)

In zijn nieuwe verzoek zou Denemarken ook volledig moeten rechtvaardigen waarom zijn wetgeving nog langer gehandhaafd zou moeten worden.

(60)

Deze termijn van twee jaar zal bovendien de Commissie in staat stellen de omzetting van Richtlijn 2006/52/EG in de lidstaten te controleren en te analyseren en die richtlijn aan een nader onderzoek te onderwerpen overeenkomstig artikel 95, lid 7, van het EG-Verdrag, waarbij zij nader overleg zal plegen met de lidstaten en de EFSA.

(61)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van mening dat de nationale bepalingen, in de hierboven aangegeven omvang, voor beperkte tijd kunnen worden goedgekeurd. De goedkeuring moet de tijd die nodig is voor de verzameling en zorgvuldige evaluatie van de benodigde informatie verlengen. De Commissie is van mening dat daartoe een periode van twee jaar na de datum van deze beschikking nodig is. Deze beschikking komt op die datum te vervallen.

(62)

Denemarken blijft verplicht om de overige bepalingen van Richtlijn 2006/52/EG in nationale wetgeving om te zetten.

III.   CONCLUSIE

In het licht van de bovenstaande overwegingen en rekening houdend met de opmerkingen van lidstaten over de kennisgeving door de Deense autoriteiten, is de Commissie van mening dat het verzoek van Denemarken van 23 november 2007 om handhaving van zijn nationale bepalingen inzake de toevoeging van nitrieten die strenger zijn dan die van Richtlijn 2006/52/EG, kan worden goedgekeurd voor een periode van twee jaar vanaf de datum waarop deze beschikking wordt gegeven, waarna de Deense autoriteiten moeten aantonen dat de toepassing van de in Richtlijn 2006/52/EG vastgelegde niveaus tot een onaanvaardbaar risico zal leiden,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De nationale bepalingen inzake de toevoeging van nitrieten aan vlees en vleesproducten zoals opgenomen in Besluit nr. 22 van 11 januari 2005 betreffende levensmiddelenadditieven (Bekendtgørelse nr 22 af 11.1.2005 om tilsætningsstoffer til fødevarer) en de Deense positieve lijst van toegestane levensmiddelenadditieven (Liste over tilladte tilsætningsstoffer til fødevarer, „Positivlisten”), waarvan het Koninkrijk Denemarken bij schrijven van 21 november 2007 aan de Commissie kennisgeving heeft gedaan overeenkomstig artikel 95, lid 4, van het EG-Verdrag, worden goedgekeurd.

Artikel 2

Deze beschikking vervalt op 23 mei 2010.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk Denemarken.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 204 van 26.7.2006, blz. 10.

(2)  PB L 40 van 11.2.1989, blz. 27. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(3)  PB L 61 van 18.3.1995, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/52/EG (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 10).

(4)  Advies over nitraten en nitrieten uitgebracht op 19 oktober 1990, Commissie — Verslagen van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (zesentwintigste reeks), blz. 21.

(5)  Advies over nitraten en nitrieten uitgebracht op 22 september 1995, Commissie — Verslagen van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (achtendertigste reeks), blz. 1.

(6)  Advies van het wetenschappelijk panel voor biologische gevaren op verzoek van de Commissie met betrekking tot de invloed van nitrieten/nitraten op de microbiologische veiligheid van vleesproducten, The EFSA Journal (2003) 14, blz. 1-34.

(7)  Arrest van 20 maart 2003, met name de punten 109 t/m 115.

(8)  Richtlijn 2006/52/EG zoals gerectificeerd in PB L 78 van 17.3.2007, blz. 32.

(9)  Zie paragraaf 13 van Besluit nr. 22, „Gebruik van additieven”.

(10)  Zie paragraaf 20 van Besluit nr. 22.

(11)  Voor gehaktballen en leverpastei is het gebruik van nitriet verboden op grond van Beschikking 292/97/EG.

(12)  PB C 30 van 2.2.2008, blz. 5.

(13)  Ook ontving de Commissie op 1 mei 2008, dus na de termijn die zij had vastgesteld, nog commentaar van Ierland.


Top