Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007R1126

Verordening (EG) nr. 1126/2007 van de Commissie van 28 september 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen, wat betreft Fusarium-toxinen in mais en maisproducten (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 255, 29.9.2007, p. 14–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 038 P. 157 - 160

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/1126/oj

29.9.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 255/14


VERORDENING (EG) Nr. 1126/2007 VAN DE COMMISSIE

van 28 september 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen, wat betreft Fusarium-toxinen in mais en maisproducten

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name op artikel 2, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (2) stelt maximumgehalten voor Fusarium-toxinen in bepaalde levensmiddelen vast.

(2)

De maximumgehalten moeten op een strikt niveau worden vastgesteld dat redelijkerwijs haalbaar is met goede landbouw- en productiepraktijken en rekening houdend met de risico's in verband met de consumptie van de levensmiddelen.

(3)

De weersomstandigheden tijdens de groei, en met name tijdens de bloei, hebben een grote invloed op het Fusarium-toxinegehalte. Goede landbouwpraktijken, waarbij de risicofactoren tot een minimum worden teruggebracht, kunnen echter tot op zekere hoogte besmetting door Fusarium-schimmels voorkomen. Aanbeveling 2006/583/EG van de Commissie van 17 augustus 2006 betreffende de preventie en de beperking van Fusarium-toxinen in granen en graanproducten (3), waaronder mais en maisproducten, bevat algemene beginselen voor de preventie en vermindering van verontreinigingen met Fusarium-toxinen (zearalenon, fumonisinen en trichothecenen) in granen, die ten uitvoer moeten worden gelegd door de ontwikkeling van nationale gedragscodes op basis van deze beginselen.

(4)

In 2005 zijn maximumgehalten voor Fusarium-toxinen in granen en graanproducten, waaronder mais en maisproducten, vastgesteld. Voor mais waren niet alle factoren die bij de vorming van Fusarium-toxinen, met name zearalenon en fumonisine B1 en B2, betrokken zijn, precies bekend. Daarom werd bepaald dat de maximumgehalten in mais en maisproducten pas vanaf 1 juli 2007 voor deoxynivalenol en zearalenon en vanaf 1 oktober 2007 voor fumonisine B1 en B2, van toepassing zouden zijn, als vóór die data op grond van nieuwe informatie over voorkomen en vorming geen gewijzigde maximumgehalten waren vastgesteld. Deze periode stelde de exploitanten van levensmiddelenbedrijven in de graanketen in staat te onderzoeken hoe deze mycotoxinen ontstaan en welke maatregelen moeten worden genomen om de aanwezigheid ervan zoveel mogelijk te voorkomen.

(5)

Gezien de nieuwe informatie die sinds 2005 beschikbaar is, blijkt het nodig de maximumgehalten in mais en maisproducten alsook de datum van toepassing van deze gehalten te wijzigen.

(6)

Er is recente informatie verstrekt waaruit blijkt dat voor de oogst 2005 en 2006 als gevolg van de weersomstandigheden in mais hogere gehalten aan hoofdzakelijk zearalenon en fumonisinen en in mindere mate deoxynivalenol zijn geconstateerd dan voor de oogst 2003 en 2004. De vastgestelde gehalten voor zearalenon en fumonisinen zijn daarom onder bepaalde weersomstandigheden niet haalbaar voor mais, ook als zoveel mogelijk preventiemaatregelen worden toegepast. Daarom moeten de maximumgehalten worden gewijzigd om een verstoring van de markt te voorkomen. Er moet echter een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid worden gehandhaafd door ervoor te zorgen dat de blootstelling van de mens aanzienlijk onder de gezondheidskundige richtwaarde blijft.

(7)

Om te zorgen voor een correcte en vlotte toepassing van deze maximumgehalten is het ook dienstig dat zij gelden voor alle in een seizoen geoogste mais en maisproducten en daarom moet de datum van toepassing op het begin van het verkoopseizoen van het volgende oogstjaar aansluiten. Aangezien de maisoogst in Europa gewoonlijk half september begint en loopt tot eind oktober, is het dienstig als datum van toepassing 1 oktober 2007 te kiezen.

(8)

In het licht van het voorgaande moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 1 juli 2007.

(9)

Bovendien moet een aantal kleine technische wijzigingen worden aangebracht.

(10)

Er moet worden bepaald dat het maximumgehalte niet van toepassing is op onbewerkte mais die bestemd is om door natmalen te worden bewerkt (zetmeelproductie). Uit wetenschappelijke gegevens is immers gebleken dat ongeacht de gehalten aan in onbewerkte mais aanwezige Fusarium-toxinen, deze niet of slechts in zeer lage gehalten in uit mais vervaardigd zetmeel werden opgespoord. Om de volks- en de diergezondheid te beschermen moeten de exploitanten van levensmiddelenbedrijven in de sector van natmalen de voor diervoeding bestemde bijproducten van het natmaalproces intensief monitoren om te controleren of zij voldoen aan de richtwaarden van Aanbeveling 2006/576/EG van de Commissie van 17 augustus 2006 betreffende de aanwezigheid van deoxynivalenol, zearalenon, ochratoxine A, T-2- en HT-2-toxine en fumonisinen in producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren (4).

(11)

Het droogmaalproces leidt tot maalfracties met verschillende deeltjesgrootte uit dezelfde partij onbewerkte mais. Uit wetenschappelijke gegevens blijkt dat maalfracties met een kleinere deeltjesgrootte een hoger gehalte aan Fusarium-toxinen bevatten dan de maalfracties met een grotere deeltjesgrootte. Maismaalfracties worden volgens de deeltjesgrootte ingedeeld in verschillende rubrieken van de gecombineerde nomenclatuur op grond van het percentage dat door een zeef met een opening van 500 micron kan gaan. Er moeten verschillende maximumgehalten voor maalfracties kleiner en groter dan 500 micron worden vastgesteld op grond van het besmettingsniveau van de verschillende fracties.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 11 wordt punt b) vervangen door:

„b)

1 oktober 2007 wat betreft de in de punten 2.4.3, 2.4.8, 2.4.9, 2.5.2, 2.5.4, 2.5.6, 2.5.8, 2.5.9 en 2.5.10 van de bijlage vastgestelde maximumgehalten voor deoxynivalenol en zearalenon;”

2)

In de bijlage wordt afdeling 2 als volgt gewijzigd:

a)

de gegevens voor deoxynivalenol (2.4), zearalenon (2.5) en fumonisinen (2.6) worden vervangen door de gegevens in de bijlage bij deze verordening.;

b)

de tekst van voetnoot 20 wordt vervangen door „Het maximumgehalte geldt vanaf 1 oktober 2007.”;

c)

voetnoot 21 wordt geschrapt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 september 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(2)  PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5.

(3)  PB L 234 van 29.8.2006, blz. 35.

(4)  PB L 229 van 23.8.2006, blz. 7.


BIJLAGE

„2.4

Deoxynivalenol (17)

 

2.4.1

Onbewerkte granen (18) (19), met uitzondering van harde tarwe, haver en mais

1 250

2.4.2

Onbewerkte harde tarwe en haver (18) (19)

1 750

2.4.3

Onbewerkte mais (18), met uitzondering van onbewerkte mais die bestemd is om door natmalen te worden bewerkt (1)

1 750 (20)

2.4.4

Granen die bestemd zijn voor rechtstreekse menselijke consumptie, meel van granen, zemelen en kiemen verkocht als eindproduct voor rechtstreekse menselijke consumptie, met uitzondering van de in 2.4.7, 2.4.8 en 2.4.9 opgenomen levensmiddelen

750

2.4.5

Deegwaren (droge) (22)

750

2.4.6

Brood (met inbegrip van kleine bakkerijproducten), gebak, koekjes, granensnacks en ontbijtgranen

500

2.4.7

Bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters (3) (7)

200

2.4.8

Maalfracties van mais met deeltjesgrootte > 500 micron, ingedeeld in GN-code 1103 13 of 1103 20 40, en andere maismaalproducten met deeltjesgrootte > 500 micron, niet gebruikt voor rechtstreekse menselijke consumptie en ingedeeld in GN-code 1904 10 10

750 (20)

2.4.9

Maalfracties van mais met deeltjesgrootte ≤ 500 micron, ingedeeld in GN-code 1102 20, en andere maismaalproducten met deeltjesgrootte ≤ 500 micron, niet gebruikt voor rechtstreekse menselijke consumptie en ingedeeld in GN-code 1904 10 10

1 250 (20)

2.5

Zearalenon (17)

 

2.5.1

Onbewerkte granen (18) (19), met uitzondering van mais

100

2.5.2

Onbewerkte mais (18), met uitzondering van onbewerkte mais die bestemd is om door natmalen te worden bewerkt (1)

350 (20)

2.5.3

Granen die bestemd zijn voor rechtstreekse menselijke consumptie, meel van granen, zemelen en kiemen verkocht als eindproduct voor rechtstreekse menselijke consumptie, met uitzondering van de in 2.5.6, 2.5.7, 2.5.8, 2.5.9 en 2.5.10 opgenomen levensmiddelen

75

2.5.4

Geraffineerde maisolie

400 (20)

2.5.5

Brood (met inbegrip van kleine bakkerijproducten), gebak, koekjes, granensnacks en ontbijtgranen, met uitzondering van maissnacks en ontbijtgranen op basis van mais

50

2.5.6

Voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde mais, snacks op basis van mais en ontbijtgranen op basis van mais

100 (20)

2.5.7

Bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen (met uitzondering van bewerkte voedingsmiddelen op basis van mais) en babyvoeding voor zuigelingen en peuters (3) (7)

20

2.5.8

Bewerkte voedingsmiddelen op basis van mais voor zuigelingen en peuters (3) (7)

20 (20)

2.5.9

Maalfracties van mais met deeltjesgrootte > 500 micron, ingedeeld in GN-code 1103 13 of 1103 20 40, en andere maismaalproducten met deeltjesgrootte > 500 micron, niet gebruikt voor rechtstreekse menselijke consumptie en ingedeeld in GN-code 1904 10 10

200 (20)

2.5.10

Maalfracties van mais met deeltjesgrootte ≤ 500 micron, ingedeeld in GN-code 1102 20, en andere maismaalproducten met deeltjesgrootte ≤ 500 micron, niet gebruikt voor rechtstreekse menselijke consumptie en ingedeeld in GN-code 1904 10 10

300 (20)

2.6

Fumonisinen

Som van B1 en B2

2.6.1

Onbewerkte mais (18), met uitzondering van onbewerkte mais, bestemd om door natmalen te worden bewerkt (1)

4 000 (23)

2.6.2

Mais die bestemd is voor rechtstreekse menselijke consumptie, voedingsmiddelen op basis van mais voor rechtstreekse consumptie, met uitzondering van de in 2.6.3 en 2.6.4 opgenomen levensmiddelen

1 000 (23)

2.6.3

Ontbijtgranen op basis van mais en snacks op basis van mais

800 (23)

2.6.4

Bewerkte voedingsmiddelen op basis van mais en babyvoeding voor zuigelingen en peuters (3) (7)

200 (23)

2.6.5

Maalfracties van mais met deeltjesgrootte > 500 micron, ingedeeld in GN-code 1103 13 of 1103 20 40, en andere maismaalproducten met deeltjesgrootte > 500 micron, niet gebruikt voor rechtstreekse menselijke consumptie en ingedeeld in GN-code 1904 10 10

1 400 (23)

2.6.6

Maalfracties van mais met deeltjesgrootte ≤ 500 micron, ingedeeld in GN-code 1102 20, en andere maismaalproducten met deeltjesgrootte ≤ 500 micron, niet gebruikt voor rechtstreekse menselijke consumptie en ingedeeld in GN-code 1904 10 10

2 000 (23)


(1)  De vrijstelling geldt alleen voor mais waarvoor duidelijk is, bv. door etikettering, bestemming, dat hij uitsluitend is bestemd voor gebruik in een natmaalproces (zetmeelproductie).”


Top