Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007R0041

Verordening (EG) nr. 41/2007 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn

OJ L 15, 20.1.2007, p. 1–213 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Bulgarian: Chapter 04 Volume 011 P. 3 - 215
Special edition in Romanian: Chapter 04 Volume 011 P. 3 - 215

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/41/oj

20.1.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 15/1


VERORDENING (EG) Nr. 41/2007 VAN DE RAAD

van 21 december 2006

tot vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 20,

Gelet op Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota (2), en met name op artikel 2,

Gelet op Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden (3), en met name op de artikelen 6 en 8,

Gelet op Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (4), en met name op artikel 5,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2166/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van de bestanden van zuidelijke heek en langoustines in de Cantabrische Zee en ten westen van het Iberisch Schiereiland (5), en met name op de artikelen 5 en 6,

Gelet op Verordening (EG) nr. 388/2006 van de Raad van 23 februari 2006 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in de Golf van Biskaje (6), en met name op artikel 4,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad, met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke adviezen en met name van het verslag van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV), maatregelen vaststellen waarbij de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden geregeld.

(2)

Op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad de totaal toegestane vangsten (TAC's) vaststellen per visserijtak of groep van visserijtakken. De vangstmogelijkheden moeten over de lidstaten en derde landen worden verdeeld overeenkomstig artikel 20 van genoemde verordening.

(3)

Voor een efficiënt beheer van deze TAC's en quota moeten bijzondere voorschriften voor de uitoefening van de betrokken visserij worden vastgesteld.

(4)

De beginselen van en bepaalde procedures voor het visserijbeheer moeten door de Gemeenschap worden vastgesteld om de lidstaten in staat te stellen de vaartuigen die onder hun vlag varen, te beheren.

(5)

In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 zijn begripsomschrijvingen vastgesteld die van belang zijn voor de toewijzing van vangstmogelijkheden.

(6)

Bij het gebruik van de vangstmogelijkheden moet worden voldaan aan de communautaire wetgeving op dit gebied, en met name aan Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten (7), Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (8), Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (9), Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (10), Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (11), Verordening (EG) nr. 1626/94 van de Raad van 27 juni 1994 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Middellandse Zee (12), Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten (13), Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (14), Verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie (15), Verordening (EG) nr. 973/2001 van de Raad van 14 mei 2001 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (16), Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (17), Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserij-inspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap (18), Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18 december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen (VMS) (19), Verordening (EG) nr. 423/2004, Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (20), Verordening (EG) nr. 811/2004 (21), Verordening (EG) nr. 2166/2005, Verordening (EG) nr. 388/2006 en Verordening (EG) nr. 2015/2006 van de Raad van 19 december 2006 tot vaststelling, voor 2007 en 2008, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen.

(7)

Volgens het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) is het noodzakelijk de toepassing te handhaven van een tijdelijke regeling voor het beheer van de vangstbeperkingen voor ansjovis in ICES-zone VIII.

(8)

Verordening (EG) nr. 1116/2006 van de Commissie van 20 juli 2006 tot instelling van een verbod op de visserij op ansjovis in ICES-deelgebied VIII (22) dient te worden ingetrokken.

(9)

Volgens het advies van de ICES is het noodzakelijk een systeem te handhaven, zij het met herziening, voor het beheer van de visserij-inspanning op zandspiering in ICES-zones IIIa en IV en in de EG-wateren van zone IIa.

(10)

Gezien het meest recente wetenschappelijke advies van de ICES moet de visserij-inspanning op bepaalde diepzeesoorten bij wijze van overgangsmaatregel verder worden verminderd.

(11)

Volgens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad een besluit nemen over de voorwaarden in verband met de vangstbeperkingen en/of de beperkingen van de visserij-inspanning. Wetenschappelijk advies geeft aan dat omvangrijke vangsten die de overeengekomen TAC's overschrijden, schadelijk zijn voor een duurzame uitoefening van de visserij. Daarom moeten er voorwaarden terzake worden ingevoerd die zullen leiden tot een betere uitvoering van de overeengekomen vangstmogelijkheden.

(12)

De Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) heeft tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2006 een aantal technische en controlemaatregelen goedgekeurd. Die moeten worden uitgevoerd.

(13)

Tijdens haar XXVe jaarlijkse vergadering in 2006 heeft de CCAMLR (Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren) de maximaal toegestane vangsten bepaald voor bestanden die mogen worden bevist door traditionele vissers uit alle landen die zijn aangesloten bij de CCAMLR. De CCAMLR heeft ook ingestemd met de deelname van vaartuigen van de Gemeenschap aan de experimentele visserij op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1, 58.4.2, 58.4.3a) en 58.4.3b), en heeft voor de betrokken visserijactiviteiten vangst- en bijvangstbeperkingen vastgesteld, evenals bepaalde specifieke technische maatregelen. Deze beperkingen en technische maatregelen moeten ook worden toegepast.

(14)

Om te voldoen aan de internationale verplichtingen die de Gemeenschap is aangegaan als verdragsluitende partij bij CCAMLR, waaronder de verplichting om de door de CCAMLR-commissie vastgestelde maatregelen toe te passen, moeten de door die commissie voor het seizoen 2006-2007 goedgekeurde TAC's en de overeenkomstige periodes in acht worden genomen.

(15)

Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96, moet worden bepaald voor welke bestanden de verschillende, in de verordening bedoelde maatregelen worden toegepast.

(16)

De Gemeenschap heeft, volgens de procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijrelaties, over de visserijrechten overleg gepleegd met Noorwegen (23), de Faeröer (24) en Groenland (25).

(17)

De Gemeenschap is verdragsluitende partij bij verscheidene regionale visserijorganisaties. Die organisaties hebben voor sommige soorten vangst- en/of inspanningsbeperkingen en andere instandhoudingsmaatregelen aanbevolen. Die aanbevelingen moeten dan ook door de Gemeenschap worden uitgevoerd.

(18)

Om de beperkingen van de visserij-inspanning op kabeljauw aan te passen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 423/2004, worden alternatieve regelingen gehandhaafd teneinde de visserij-inspanning af te stemmen op de TAC, zoals bepaald in artikel 8, lid 3, van genoemde verordening.

(19)

Zo moeten sommige tijdelijke bepalingen worden gehandhaafd inzake het gebruik van VMS-gegevens voor een efficiëntere uitvoering van het toezicht, de controle en de bewaking met betrekking tot het inspanningsbeheer.

(20)

Uit de wetenschappelijke gegevens blijkt dat de bestanden van schol en tong in de Noordzee niet op duurzame wijze wordt bevist en dat er zeer veel schol wordt teruggegooid. Uit wetenschappelijk advies en advies van de regionale adviesraad voor de Noordzee blijkt dat de vangstmogelijkheden wat betreft de visserij-inspanning van vaartuigen die op schol vissen, moeten worden aangepast.

(21)

Wetenschappers bevelen aan een herstelplan in te voeren voor de tongbestanden in het westelijk Kanaal; het is noodzakelijk een voorlopige regeling voor het beheer van de uitgeoefende inspanning toe te passen terwijl de Raad een langetermijnregeling onderzoekt. Voor de kabeljauwbestanden in de Noordzee, het Skagerrak en het westelijk Kanaal, in de Ierse Zee en het westen van Schotland, en voor de heek- en langoustinebestanden in de ICES-zones VIIIc en IXa moeten de bestaande regelingen voor het beheer van de visserij-inspanning worden aangepast.

(22)

Met het oog op de instandhouding van de visbestanden moet in 2007 een aantal aanvullende technische en controlemaatregelen voor de visserij worden uitgevoerd.

(23)

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de praktijk bij de visserij met kieuw- en warrelnetten in ICES-zones VIa, VIb, VIIb, VIIc, VIIj, VIIk en XII zeer bedreigend is voor diepzeesoorten. Totdat meer duurzame maatregelen worden vastgesteld, moeten echter overgangsmaatregelen worden genomen die deze vorm van visserij onder bepaalde voorwaarden toestaan.

(24)

Met het oog op duurzame exploitatie van de heekbestanden en vermindering van de teruggooi, moeten, bij wijze van overgangsmaatregel, de meest recente ontwikkelingen op het gebied van selectief vistuig worden toegepast in ICES-zones VIIIa, VIIIb en VIIId.

(25)

De aanlanding en overlading in havens van de Gemeenschap van bevroren vis door vissersvaartuigen van derde landen moet beter worden gecontroleerd. In november 2006 is door de Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) een aanbeveling goedgekeurd die voorziet in controle door de havenstaat. Deze aanbeveling moet worden omgezet in communautaire wetgeving.

(26)

In november 2006 heeft de NEAFC een aanbeveling goedgekeurd om verscheidene vaartuigen op te nemen in de lijst van vaartuigen waarvan is aangetoond dat zij illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst hebben bedreven. Deze aanbevelingen moeten worden omgezet in communautaire wetgeving.

(27)

Ter bevordering van de instandhouding van octopus en met name om de jonge exemplaren te beschermen moet in 2007 een minimummaat worden vastgesteld voor octopus afkomstig uit de maritieme wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen in het CECAF-gebied, in afwachting van de goedkeuring van een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98.

(28)

Overeenkomstig advies van het WTECV dient vissen met de boomkor met elektrische stroom („pulse trawling”) onder voorwaarden te worden toegestaan in ICES-zones IVc en IVb Zuid.

(29)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2006 heeft de Interamerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC) vangstbeperkingen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vastgesteld. Hoewel de Gemeenschap geen lid is van de IATTC, moeten deze maatregelen toch worden uitgevoerd om te zorgen voor een duurzaam beheer van de natuurlijke rijkdommen die onder de jurisdictie van die organisatie vallen.

(30)

Tijdens haar tweede jaarlijkse vergadering heeft de Commissie voor de visserij in het centraalwestelijk deel van de Stille Oceaan (WCPFC) inspanningsbeperkingen voor geelvintonijn, grootoogtonijn, gestreepte tonijn en zuidelijke geelvintonijn vastgesteld, evenals technische bepalingen voor de behandeling van bijvangsten. De Gemeenschap is sinds januari 2005 lid van de WCPFC. Het is bijgevolg noodzakelijk deze maatregelen in Gemeenschapsrecht om te zetten om het duurzaam beheer van de onder de rechtsmacht van de betrokken organisatie vallende bestanden te waarborgen.

(31)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2006 heeft de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) tabellen goedgekeurd van de onderbenutting en de overbenutting van de vangstmogelijkheden van de bij de ICCAT aangesloten partijen. In dit verband heeft de ICCAT geconstateerd dat de Gemeenschap in 2004 haar quota voor verschillende bestanden heeft onderbenut.

(32)

Om rekening te houden met de door de ICCAT in de quota van de Gemeenschap aangebrachte aanpassingen, is het noodzakelijk de uit die onderbenutting voortvloeiende vangstmogelijkheden over de lidstaten te spreiden op basis van het respectieve aandeel van elke lidstaat in de onderbenutting, zonder te raken aan de voor de jaarlijkse verdeling van de TAC's bepaalde verdeelsleutel.

(33)

De ICCAT heeft tijdens haar jaarlijkse vergadering van 2006 een aantal technische maatregelen aangenomen voor bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden in de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, en daarbij onder meer een nieuwe minimummaat voor blauwvintonijn vastgesteld, alsmede vangstbeperkingen in bepaalde gebieden en perioden ter bescherming van de grootoogtonijn, maatregelen betreffende recreatie- en sportvisserij in de Middellandse Zee, en een bemonsteringsprogramma voor de schatting van de maat van gekooide blauwvintonijn. Om bij te dragen tot de instandhouding van de visbestanden, moeten deze maatregelen in 2007 worden uitgevoerd in afwachting van de vaststelling van een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 973/2001.

(34)

De Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (SEAFO) heeft tijdens haar jaarlijkse vergadering van 2006 haar goedkeuring gehecht aan instandhoudingsmaatregelen om sommige gebieden met ingang van 1 januari 2007 te sluiten om kwetsbare diepzeehabitats te beschermen, een verbod op overlading op zee in het verdragsgebied ter bestrijding van illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde (IUU) visserij, een interim-controleregeling tot wijziging van het interimakkoord dat aan het SEAFO-Verdrag is gehecht en waarin de instandhoudingsmaatregelen van de jaarlijkse vergadering van 2005 zijn opgenomen, en technische maatregelen om de incidentele sterfte van zeevogels bij de visserij te beperken. Deze maatregelen zijn voor de Gemeenschap bindend en moeten dus ten uitvoer worden gelegd.

(35)

Het is wegens onderbenutting niet langer dienstig vangstmogelijkheden toe te kennen aan vaartuigen die de vlag voeren van Barbados, Guyana, Suriname, Trinidad en Tobago, Japan en Korea in de wateren van Frans-Guyana; dit moet tot uiting komen in de bepalingen die in het bijzonder betrekking hebben op het Franse departement Guyana.

(36)

Om te zorgen voor een correcte boeking van de hoeveelheden blauwe wijting die vaartuigen van derde landen in wateren van de Gemeenschap vangen, moeten de verscherpte controlebepalingen voor dergelijke vaartuigen worden gehandhaafd.

(37)

Om het inkomen van de vissers in de Gemeenschap veilig te stellen, om te vermijden dat hulpbronnen in gevaar worden gebracht en om mogelijke problemen door het verstrijken van Verordening nr. 51/2006 van de Raad van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (26) te voorkomen, is het van essentieel belang dat deze visgronden op 1 januari 2007 worden opengesteld en dat in januari 2007 sommige voorschriften van de genoemde verordening van kracht blijven. Gezien de urgentie van deze kwestie moet een uitzondering worden gemaakt op de periode van zes weken, als bedoeld in punt I.3 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen gehechte Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden voor het jaar 2007 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden vastgesteld, alsmede de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.

Voor januari 2008 worden bovendien bepaalde beperkingen van de visserij-inspanning en visserijvoorschriften vastgesteld en voor bepaalde Antarctische bestanden worden de vangstmogelijkheden en de specifieke voorschriften vastgesteld voor de in bijlage IE vermelde perioden.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Tenzij anders bepaald, is deze verordening van toepassing op:

a)

vissersvaartuigen van de Gemeenschap, hierna „vaartuigen van de Gemeenschap” te noemen, en tevens

b)

vissersvaartuigen die de vlag voeren van en geregistreerd staan in een derde land (hierna „vaartuigen van derde landen” te noemen), in wateren van de Gemeenschap (hierna „EG-wateren” te noemen).

2.   In afwijking van lid 1, is deze verordening niet van toepassing op visserijactiviteiten die uitsluitend worden uitgeoefend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd met toestemming en onder het gezag van de betrokken lidstaat of lidstaten en waarvan de Commissie en de lidstaat of lidstaten in de wateren waarvan het onderzoek plaatsvindt, tevoren in kennis zijn gesteld.

Artikel 3

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening gelden naast de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde definities de volgende definities:

a)

„totaal toegestane vangsten (TAC)”: de hoeveelheden die elk jaar van elk bestand mogen worden gevangen en aangevoerd;

b)

„quotum”: een vast aandeel van de aan de Gemeenschap, de lidstaten, of derde landen toegewezen TAC;

c)

„internationale wateren”: wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

d)

„het gereglementeerde gebied van de NAFO”: het deel van het onder het Verdrag betreffende de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO-verdrag) vallende gebied waarover de kuststaten geen soevereiniteitsrechten of jurisdictie uitoefenen;

e)

het „Skagerrak”: het gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;

f)

het „Kattegat”: het gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

g)

„Golf van Cadiz”: het gebied van ICES-zone IXa ten oosten van 7o23'48" W.L.;

h)

„gereglementeerd NEAFC-gebied”: dat deel van het Verdragsgebied als omschreven in het Verdrag inzake de visserij in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) dat buiten de gebieden ligt waarin de verdragsluitende partijen van de NEAFC jurisdictie over de visserij uitoefenen.

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van de visserijzones:

a)

voor de zones van de ICES (Internationale Raad voor het onderzoek van de zee, International Council for the Exploration of the Sea) de afbakening van Verordening (EEG) nr. 3880/91;

b)

voor de zones van de CECAF (Visserijcomité voor de centraal-oostelijke Atlantische Oceaan, Fishery Committee for the Eastern Central Atlantic, of FAO-gebied 34): de afbakening van Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (27);

c)

voor de zones van de NAFO (Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, Northwest Atlantic Fisheries Organisation): de afbakening van Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van 30 juni 1993 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (28);

d)

voor de zones van de CCAMLR (Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, Convention for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources) de afbakening van Verordening (EG) nr. 601/2004;

e)

voor de zone van de IATTC (de Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn) de afbakening van Besluit 2006/539/EG van de Raad van 22 mei 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (29);

f)

voor de WCPFC (Commissie voor de visserij in het centraalwestelijk deel van de Stille Oceaan) de afbakening van Besluit 2005/75/EG van de Raad van 26 april 2004 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan (30);

g)

voor de ICCAT (de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen) de afbakening van Besluit 86/238/EEG van de Raad van 9 juni 1986 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen, gewijzigd bij het Protocol gehecht aan de op 10 juli 1984 te Parijs ondertekende Slotakte van de conferentie van gevolmachtigden van de Staten die partij zijn bij het Verdrag (31);

h)

voor de SEAFO (de Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan) de afbakening van Besluit 2002/738/EG van de Raad van 22 juli 2002 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan — Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (32);

i)

voor de GFCM (de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee) de afbakening van Besluit 98/416/EG van de Raad van 16 juni 1998 betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (33).

HOOFDSTUK II

VANGSTMOGELIJKHEDEN EN VISSERIJVOORSCHRIFTEN VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP

Artikel 5

Vangstmogelijkheden en toewijzingen

1.   De vangstbeperkingen voor vaartuigen van de Gemeenschap in EG-wateren of bepaalde niet-EG-wateren en de verdeling van deze vangstbeperkingen tussen de lidstaten, alsmede aanvullende voorwaarden overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 worden vastgesteld in bijlage I.

2.   Vaartuigen van de Gemeenschap mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde quota en de in de artikelen 10, 17 en 18 vastgestelde voorschriften, vissen in de wateren die onder de visserij-jurisdictie vallen van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.

3.   De Commissie stelt de definitieve vangstbeperkingen voor de zandspieringvisserij in de ICES-zones IIIa, IV en IIa (EG-wateren) vast volgens de regels in punt 8 van bijlage IID.

4.   De Commissie stelt de vangstmogelijkheden voor lodde in de ICES-zone V en ICES-zone XIV (wateren van Groenland) voor de Gemeenschap vast op 7,7 % van de TAC voor lodde, zodra de TAC is vastgesteld.

5.   De vangstbeperkingen voor het keverbestand in ICES-zone IIIa en ICES-zones IIa en IV (EG-wateren), voor het sprotbestand in ICES-zones IIa en IV (EG-wateren) en voor het ansjovisbestand in ICES-zone VIII kunnen volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure door de Commissie worden herzien in het licht van de wetenschappelijke gegevens die tijdens het eerste halfjaar van 2007 worden verzameld.

6.   Het is vaartuigen van de Gemeenschap verboden de onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden of aan te landen in alle EG-wateren en niet-EG-wateren:

reuzenhaai (Cetorinhus maximus),

witte haai (Carcharodon carcharias).

7.   Het is vaartuigen van de Gemeenschap verboden Atlantische slijmkop (Hoplostethus atlanticus) te vangen in de delen van ICES-zones V, VI en VII die binnen het gereglementeerde NEAFC-gebied liggen.

8.   Het is vaartuigen van de Gemeenschap verboden van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2007 diepzeeroodbaars (Sebastes mentella) te vangen in de delen van ICES-zones V, VI en VII die binnen het gereglementeerde NEAFC-gebied liggen, met uitzondering van onvermijdelijke bijvangsten. Dit verbod geldt tevens voor de periode van 1 juli 2007 tot en met 31 december 2007 indien de NEAFC hiertoe een aanbeveling doet uitgaan. In dat geval publiceert de Commissie een kennisgeving van de aanbeveling van de NEAFC in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Bijzondere bepalingen inzake toewijzingen

1.   De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage I aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

het ruilen van quota op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002,

b)

nieuwe toewijzingen op grond van artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 1, en artikel 32, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2847/93,

c)

het aanvoeren van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96,

d)

het overdragen van hoeveelheden op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96,

e)

verminderingen of kortingen op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 847/96.

2.   In afwijking van Verordening (EG) nr. 847/96 wordt voor de overdracht van quota naar 2008 artikel 4, lid 2, van die verordening toegepast op alle bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.

Artikel 7

Beperkingen van de visserij-inspanningen en daaraan verbonden voorwaarden voor het beheer van bestanden

1.   Vanaf 1 februari 2007 tot en met 31 januari 2008 zijn de beperkingen van de visserij-inspanning en daaraan verbonden voorwaarden die zijn vastgelegd in:

a)

bijlage IIA van toepassing op het beheer van sommige bestanden in het Kattegat, het Skagerrak en in de ICES-zones IV, VIa, VIIa en VIId, en in ICES-zone IIa (EG-wateren);

b)

bijlage IIB van toepassing op het beheer van heek en langoustine in de ICES-zones VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz;

c)

bijlage IIC van toepassing op het beheer van tongbestanden in ICES-zone VIIe;

d)

bijlage IID van toepassing op het beheer van zandspiering in ICES-zones IIIa en IV en ICES-zone IIa (EG-wateren).

2.   Voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2007 blijven voor de in lid 1 genoemde bestanden de visserij-inspanning en daaraan verbonden voorwaarden van bijlage IIA, IIB, IIC en IID van Verordening (EG) nr. 51/2006 van toepassing.

3.   Vaartuigen die vistuig gebruiken als omschreven in punt 4.1 van bijlage IIA en in de punten 3 van respectievelijk bijlage IIA en bijlage IIC, en die vissen in gebieden als bepaald in punt 2 van bijlage IIA en de punten 1 van respectievelijk bijlage IIB en bijlage IIC, moeten beschikken over speciale visdocumenten die zijn afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1627/94, zoals in de genoemde bijlagen is bepaald.

4.   De definitieve, voor 2007 geldende visserij-inspanning voor de zandspieringvisserij in de ICES-zones IIIa en IV en in ICES-zone IIa (EG-wateren) wordt door de Commissie vastgesteld volgens de regels in de punten 3 tot en met 6 van bijlage IID.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat de voor 2007 geldende visserij-inspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met visdocumenten voor diepzeevisserij niet meer bedragen dan 75 % van de gemiddelde jaarlijkse visserij-inspanning van de vaartuigen van de betrokken lidstaat in 2003 op reizen tijdens welke er werd beschikt over visdocumenten voor diepzeevisserij en er diepzeesoorten, als opgesomd in bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 2347/2002 werden gevangen. Dit lid is alleen van toepassing op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan de grote zilvervis is gevangen.

Artikel 8

Voorwaarden voor de aanvoer van vangsten en bijvangsten

1.   Vis van bestanden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits:

a)

die vis is gevangen met vaartuigen van een lidstaat die een quotum heeft en zijn quotum niet heeft opgebruikt, of

b)

die vis deel uitmaakt van een aandeel van de Gemeenschap dat niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, en dat niet is opgebruikt.

2.   In afwijking van lid 1 mogen de volgende vissoorten aan boord worden gehouden en aangevoerd, zelfs indien de lidstaat er geen quota voor heeft of zijn quota of aandelen heeft opgebruikt:

a)

andere soorten dan haring en makreel, op voorwaarde dat

i)

die soorten samen met andere soorten gevangen zijn met netten met een maaswijdte van minder dan 32 mm overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 850/98, en

ii)

de vangst noch aan boord, noch bij de aanvoer is gesorteerd;

of

b)

makreel, op voorwaarde dat

i)

die soort samen met horsmakreel of sardine is gevangen;

ii)

de vangst van die soort ten hoogste 10 % bedraagt van de totale, aan boord aanwezige hoeveelheid makreel, horsmakreel en sardine, en

iii)

de vangst noch aan boord, noch bij de aanvoer is gesorteerd.

3.   Artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1434/98 is niet van toepassing op haring die wordt gevangen in de ICES-zones IIIa, IV en VIId en in ICES-zone IIa (EG-wateren).

4.   Alle aangevoerde hoeveelheden worden in mindering gebracht op het betrokken quotum of, wanneer het aandeel van de Gemeenschap niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, op het Gemeenschapsaandeel, met uitzondering van de in lid 2 bedoelde vangsten.

5.   Wanneer de aan een lidstaat opgelegde vangstbeperkingen voor haring in ICES-zones IIIa, IV en VIId en in ICES-zone IIa (EG-wateren) zijn opgebruikt, is het voor vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, in de Gemeenschap geregistreerd zijn en actief zijn in de visserijtakken waarvoor de betrokken vangstbeperkingen gelden, verboden om ongesorteerde vangsten aan te voeren die ook haring bevatten.

6.   Het percentage en de bestemming van de bijvangsten worden bepaald overeenkomstig de artikelen 4 en 11 van Verordening (EG) nr. 850/98.

Artikel 9

Ongesorteerde aanvoer in ICES-zone IIIa, IV en VIId en ICES-zone IIa (EG-wateren)

1.   De lidstaten zien erop toe dat er een adequaat bemonsteringsprogramma bestaat voor een effectief toezicht op ongesorteerde aanvoer van soorten die zijn gevangen in ICES-zones IIIa, IV en VIId en in ICES-zone IIa (EG-wateren).

2.   Ongesorteerde vangsten uit ICES-zones IIIa, IV en VIId en in ICES-zone IIa (EG-wateren) mogen alleen worden aangevoerd in havens of andere aanvoerplaatsen waar een in lid 1 bedoeld bemonsteringsprogramma van kracht is.

Artikel 10

Toegangsbeperkingen

Het is vaartuigen van de Gemeenschap verboden in het Skagerrak binnen een zone van 12 zeemijl vanaf de basislijnen van Noorwegen te vissen. Vaartuigen die de vlag van Denemarken of Zweden voeren, mogen evenwel tot 4 zeemijl vanaf de basislijnen van Noorwegen vissen.

Artikel 11

Overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied

De voor vaartuigen van de Gemeenschap geldende overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied worden vastgesteld in bijlage III.

HOOFDSTUK III

VANGSTBEPERKINGEN EN DAARAAN VERBONDEN VOORWAARDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN

Artikel 12

Overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied

De voor vissersvaartuigen van derde landen geldende overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied worden vastgesteld in bijlage III.

Artikel 13

Toestemming

1.   Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Venezuela of van Noorwegen, alsook vaartuigen die op de Faeröer geregistreerd staan, mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde vangstbeperkingen en de in de artikelen 14 tot en met 16 en 19 tot en met 25 vastgestelde voorwaarden, in Gemeenschapswateren vissen.

2.   Het is vissersvaartuigen van derde landen verboden onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen in alle EG-wateren:

a)

reuzenhaai (Cetorinhus maximus),

b)

witte haai (Carcharodon carcharias).

Artikel 14

Geografische beperkingen

1.   Visservaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren of geregistreerd staan op de Faeröer, mogen slechts vissen in de delen van de 200-mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van de lidstaten in ICES-zone IV, het Kattegat en de Atlantische Oceaan benoorden 43o00' N.B., met uitzondering van het in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde gebied.

2.   Vissersvaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren, mogen in het Skagerrak vissen buiten 4 zeemijl vanaf de basislijnen van Denemarken en Zweden.

3.   Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Venezuela, mogen slechts vissen in de delen van de 200-mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van het Franse departement Guyana.

Artikel 15

Doorvaart door wateren van de Gemeenschap

De netten van vissersvaartuigen uit derde landen die op doorvaart door de wateren van de Gemeenschap zijn, moeten met inachtneming van de volgende voorwaarden zo zijn opgeborgen dat ze niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt:

a)

netten, gewichten en dergelijk tuig moeten worden losgemaakt van de borden en van de trek- of sleepkabels en trek- of sleeptouwen,

b)

netten die zich op of boven het dek bevinden, moeten stevig worden vastgemaakt aan de bovenbouw.

Artikel 16

Voorwaarden voor de aanvoer van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits die vis is gevangen met vissersvaartuigen van een derde land dat een quotum heeft en zijn quotum niet heeft opgebruikt.

HOOFDSTUK IV

VERGUNNINGSVOORSCHRIFTEN VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP

Artikel 17

Vergunningen en vergunningsvoorwaarden

1.   Onverminderd de algemene bepalingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten van Verordening (EG) nr. 1627/94, mogen vaartuigen van de Gemeenschap slechts in de wateren van een derde land vissen, indien zij darvoor beschikken over een vergunning die door de autoriteiten van dat derde land is uitgereikt.

2.   Bij de visserij in de Noorse wateren in de Noordzee geldt lid 1 evenwel niet voor de volgende vaartuigen van de Gemeenschap:

a)

vaartuigen van 200 GT of minder, of

b)

vaartuigen die op andere soorten dan makreel vissen en waarvan de vangsten voor menselijke consumptie bestemd zijn, of

c)

vaartuigen van Zweden die traditioneel in het betrokken gebied vissen.

3.   Het maximumaantal visvergunningen en andere in acht te nemen voorschriften worden vastgesteld zoals in bijlage IV, deel I, is aangegeven. Vergunningsaanvragen dienen door de autoriteiten van de lidstaten aan de Commissie te worden gericht, met vermelding van de visserijtak en de naam en kenmerken van de vaartuigen van de Gemeenschap waarop de aanvragen betrekking hebben. De Commissie stuurt de aanvragen door naar de autoriteiten van het betrokken derde land.

4.   Indien een lidstaat quota in de in bijlage IV, deel I, genoemde visserijzones aan een andere lidstaat overdraagt (uitwisseling of „swap”) worden daarbij ook de overeenkomstige vergunningen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage IV, deel I, vermelde totale aantal vergunningen voor elke visserijzone mag echter niet worden overschreden.

5.   De vaartuigen van de Gemeenschap houden zich aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en alle andere voorschriften welke van toepassing zijn in de zone waar zij actief zijn.

Artikel 18

Faeröer

Vaartuigen van de Gemeenschap die een vergunning hebben om in de wateren van de Faeröer gericht te vissen op een bepaalde soort, mogen een andere soort gericht bevissen, mits zij de autoriteiten van de Faeröer tevoren in kennis stellen van deze wijziging.

HOOFDSTUK V

VERGUNNINGSREGELINGEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN

Artikel 19

Verplichtingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten

1.   In afwijking van artikel 28 ter van Verordening (EEG) nr. 2847/93 hoeven vissersvaartuigen van minder dan 200 GT die de vlag van Noorwegen voeren, niet in het bezit te zijn van een visvergunning en een speciaal visdocument.

2.   De vergunning en het speciale visdocument dienen aan boord te zijn. Deze verplichting geldt niet voor vaartuigen die op de Faeröer of in Noorwegen geregistreerd staan.

3.   Vissersvaartuigen van derde landen die op 31 december 2006 mogen vissen, mogen hun activiteiten vanaf 1 januari 2007 voortzetten totdat de lijst van vissersvaartuigen met een visvergunning aan de Commissie is voorgelegd en door haar is goedgekeurd.

Artikel 20

Aanvragen om visvergunningen en speciale visdocumenten

Aanvragen van de autoriteiten van derde landen aan de Commissie om visvergunningen en speciale visdocumenten dienen de volgende gegevens te bevatten:

a)

naam van het vaartuig;

b)

registratienummer;

c)

op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;

d)

haven van registratie;

e)

naam en adres van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;

f)

brutotonnage (GT) en lengte over alles;

g)

motorvermogen;

h)

oproepnummer en radiofrequentie;

i)

vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt;

j)

gebied waarin zal worden gevist;

k)

soorten waarop zal worden gevist;

l)

periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

Artikel 21

Aantal vergunningen

Het aantal visvergunningen en de daaraan verbonden speciale voorwaarden worden vastgesteld zoals in bijlage IV, deel II, is aangegeven.

Artikel 22

Annulering en intrekking

1.   Vergunningen en speciale visdocumenten kunnen worden geannuleerd met het oog op de afgifte van nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten. Dergelijke annuleringen worden van kracht op de dag vóór de datum van afgifte van de nieuwe vergunning of het nieuwe speciale visdocument door de Commissie. De nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten treden in werking op de dag waarop zij worden afgegeven.

2.   Visvergunningen en speciale visdocumenten worden vóór de datum waarop zij aflopen geheel of gedeeltelijk ingetrokken als de in bijlage I voor het betrokken bestand vastgestelde quota zijn opgebruikt.

3.   Vergunningen en speciale visdocumenten worden ingetrokken als niet wordt voldaan aan de in deze verordening vastgestelde verplichtingen.

Artikel 23

Niet-naleving

1.   Voor vissersvaartuigen van derde landen die de in deze verordening vastgestelde verplichtingen niet zijn nagekomen, worden gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden geen visvergunningen of speciale visdocumenten afgegeven.

2.   De Commissie stelt de autoriteiten van het betrokken derde land in kennis van de naam en de kenmerken van de vissersvaartuigen van derde landen die naar aanleiding van een overtreding van de voorschriften de volgende maand of maanden niet meer in het visserijgebied van de Gemeenschap mogen vissen.

Artikel 24

Verplichtingen van de vergunninghouder

1.   Vissersvaartuigen van derde landen houden zich in de zone waar zij actief zijn aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en andere voorschriften die daar voor vaartuigen van de Gemeenschap gelden, met name de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 1381/87, (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 1434/98 en Verordening (EG) nr. 2187/2005 van de Raad van 21 december 2005 betreffende de instandhouding door middel van technische maatregelen van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Sont, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1434/98 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 88/98 (34).

2.   De in lid 1 bedoelde vissersvaartuigen van derde landen houden een logboek bij waarin de in bijlage V, deel I, genoemde gegevens moeten worden opgenomen.

3.   Vissersvaartuigen van derde landen, met uitzondering van vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren en in ICES-zone IIIa vissen, delen de Commissie de in bijlage VI bedoelde gegevens mee overeenkomstig de in die bijlage vastgestelde voorschriften.

Artikel 25

Bijzondere bepalingen betreffende het Franse departement Guyana

1.   Visvergunningen voor de wateren van het Franse departement Guyana worden slechts afgegeven als de eigenaars van de vissersvaartuigen van derde landen zich ertoe verbinden om een waarnemer aan boord van hun vaartuig toe te laten als de Commissie daarom verzoekt.

2.   Vissersvaartuigen van derde landen die vissen in de wateren van het Franse departement Guyana moeten een logboek bijhouden volgens het model in bijlage V, deel II. De vangstgegevens worden via de Franse autoriteiten aan de Commissie meegedeeld wanneer zij daarom verzoekt.

HOOFDSTUK VI

BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP BIJ DE VISSERIJ IN DE MIDDELLANDSE ZEE

Artikel 26

Instelling van een gesloten seizoen voor de visserij op dolfijnen met visaantrekkende structuren

1.   Ter bescherming van dolfijnen (Coryphaena hippurus), in het bijzonder jonge dieren, is de visserij op dolfijnen met visaantrekkende structuren (Fish Aggregating Devices FAD's) van 1 januari 2007 tot en met 14 augustus 2007 verboden in alle geografische deelgebieden van het GFCM-verdragsgebied.

2.   In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen lidstaten, indien zij aantonen dat de vaartuigen die hun vlag voeren wegens slechte weersomstandigheden hun gewone visdagen in een gegeven jaar niet hebben kunnen opgebruiken, de verloren gegane dagen in de FAD-visserij overdragen tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar. Lidstaten die van deze overdrachtregeling gebruik wensen te maken, dienen uiterlijk 1 januari 2008 bij de Commissie een aanvraag in voor het extra aantal dagen waarop aan vaartuigen met visaantrekkende structuren zal worden toegestaan om van 1 januari 2008 tot en met 31 januari 2008 tijdens het gesloten seizoen op dolfijnen te vissen. Bij de aanvraag dient de volgende informatie te worden verstrekt:

a)

een verslag met opgave van de redenen waarom de visserijactiviteiten zijn stopgezet, gestaafd met weerkundige gegevens;

b)

naam van het vaartuig;

c)

registratienummer;

d)

op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers, zoals gedefinieerd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot (35).

De Commissie zendt de van de lidstaten ontvangen inlichtingen door naar het secretariaat van de GFCM.

3.   De lidstaten doen de Commissie uiterlijk 1 november 2007 een verslag toekomen over de uitvoering van de in lid 1 bedoelde maatregel.

Artikel 27

Instelling van gebieden waar voor de visserij beperkende maatregelen gelden ter bescherming van kwetsbare diepzeehabitats

1.   Het is verboden met sleepdreggen en bodemtrawlnetten te vissen in de gebieden afgebakend door lijnen die de volgende punten met elkaar verbinden:

a)

Beschermd gebied voor de diepzeevisserij „Lophelia reef off Capo Santa Maria di Leuca”

39o 27,72' N.B., 18o 10,74' O.L.

39o 27,80' N.B., 18o 26,68' O.L.

39o 11,16' N.B., 18o 10,74' O.L.

39o 11,16' N.B., 18o 35,58' O.L.

b)

Beschermd gebied voor de diepzeevisserij „The Nile delta area cold hydrocarbon seeps”

31o 30,00' N.B., 33o 10,00' O.L.

31o 30,00' N.B., 34o 00,00' O.L.

32o 00,00' N.B., 34o 00,00' O.L.

32o 00,00' N.B., 33o 10,00' O.L.

c)

Beschermd gebied voor de diepzeevisserij „The Eratosthemes Seamount”

33o 00,00' N.B., 32o 00,00' O.L.

3o 00,00' N.B., 33o 00,00' O.L.

4o 00,00' N.B., 33o 00,00' O.L.

4o 00,00' N.B., 32o 00,00' O.L.

2.   De lidstaten stellen de nodige maatregelen vast om kwetsbare diepzeehabitats in de in lid 1 afgebakende gebieden te beschermen en in het bijzonder om ze te beschermen tegen de impact van andere activiteiten dan de visserij die de instandhouding van de kenmerken van deze bijzondere habitats in gevaar zou brengen.

HOOFDSTUK VII

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN HET GEREGLEMENTEERDE GEBIED VAN DE NAFO

DEEL 1

Deelname van de Gemeenschap

Artikel 28

Lijst van vaartuigen

1.   Uitsluitend vaartuigen van de Gemeenschap van meer dan 50 GT die van de autoriteiten van hun vlaggenlidstaat een speciaal visdocument hebben ontvangen en die in het vlootregister van de NAFO ingeschreven staan, mogen met inachtneming van de voorwaarden van hun visdocument vis uit het gereglementeerde gebied van de NAFO vangen, aan boord houden, overladen en aanvoeren.

2.   Iedere lidstaat stelt de Commissie ten minste 15 dagen vóór het vaartuig het gereglementeerde gebied van de NAFO binnenvaart, in computerleesbare vorm in kennis van iedere wijziging in de lijst van vaartuigen die zijn vlag voeren, in de Gemeenschap geregistreerd staan en in het gereglementeerde gebied van de NAFO mogen vissen. De Commissie zendt deze informatie onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.

3.   De in lid 2 bedoelde informatie omvat het volgende:

a)

het intern nummer van het vaartuig overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 26/2004;

b)

het internationale radio-oproepnummer van het vaartuig;

c)

in voorkomend geval de partij die het vaartuig chartert;

d)

het type vaartuig.

4.   Voor vaartuigen die tijdelijk de vlag van een lidstaat voeren (huren van een vaartuig), verstrekken de lidstaten bovendien de volgende gegevens:

a)

de datum met ingang waarvan het vaartuig door de lidstaat gemachtigd is om de vlag van de lidstaat te voeren;

b)

de datum met ingang waarvan het vaartuig de toestemming van de lidstaat heeft gekregen om in het gereglementeerde gebied van de NAFO te vissen;

c)

de naam van de staat waar het vaartuig is geregistreerd of vroeger was geregistreerd en de datum met ingang waarvan het niet langer de vlag van die staat voert;

d)

de naam van het schip;

e)

het officiële, door de bevoegde nationale instanties aan het vaartuig toegekende registratienummer;

f)

de thuishaven van het vaartuig na de overdracht;

g)

de naam van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;

h)

een verklaring waaruit blijkt dat de kapitein een exemplaar van de in het gereglementeerde gebied van de NAFO geldende voorschriften heeft ontvangen;

i)

de belangrijkste soorten waarop met het vaartuig in het gereglementeerde gebied van de NAFO mag worden gevist;

j)

de deelgebieden waar het vaartuig waarschijnlijk zal vissen.

DEEL 2

Technische maatregelen

Artikel 29

Maaswijdte van de netten

1.   Bij de gerichte visserij op de in bijlage VII vermelde bodemvissoorten mogen geen sleepnetten worden gebruikt met waar dan ook mazen van minder dan 130 mm, behalve bij de visserij op Sebastes mentella als bedoeld in lid 3. Bij de gerichte visserij op kortvinnige pijlinktvissen (Illex illecebrosus) mag die maaswijdte niet kleiner zijn dan 60 mm. Voor de gerichte visserij op roggen (Rajidae) wordt die maaswijdte vergroot tot ten minste 280 mm in de kuil en 220 mm in alle andere delen van het sleepnet.

2.   Vaartuigen die vissen op Noorse garnaal (Pandalus borealis) moeten netten gebruiken waarvan de maaswijdte niet kleiner is dan 40 mm.

3.   Vaartuigen die in deelgebied 2 en sectoren 1F en 3K vissen op Sebastes mentella (diepzeeroodbaars) moeten netten gebruiken waarvan de maaswijdte niet kleiner is dan 100 mm.

Artikel 30

Voorzieningen aan netten

1.   Het is verboden andere dan de in dit artikel vermelde voorzieningen aan netten aan te brengen die de mazen van het net versperren of waardoor de maaswijdte wordt verkleind.

2.   Zeildoek, want of ander materiaal mag aan de onderzijde van de kuil van het net worden bevestigd om beschadiging te verminderen of te voorkomen.

3.   Er mogen voorzieningen aan de bovenzijde van de kuil worden bevestigd, mits de mazen van de kuil daardoor niet worden versperd. Alleen de in bijlage VIII vermelde bovennetbeschermers zijn toegestaan.

4.   Vaartuigen die op Noordse garnaal (Pandalus borealis) vissen, gebruiken een sorteerrooster met een maximumafstand van 22 mm tussen de staven. Vaartuigen die vissen op Noordse garnaal in sector 3L moeten bovendien voor het bevestigen van de klossenpees kettingen van minimaal 72 cm gebruiken, zoals beschreven in bijlage IX.

Artikel 31

Aan boord gehouden bijvangst

1.   Vaartuigen beperken hun bijvangst tot 2 500 kg of 10 %, afhankelijk van welke hoeveelheid het grootst is, voor elke in bijlage IC genoemde soort waarvoor in de betrokken sector geen quotum aan de Europese Gemeenschap is toegewezen.

2.   Waar er een vangstverbod geldt of een quotum „Overige” volledig is opgebruikt, mag de bijvangst van een soort niet meer bedragen dan 1 250 kg of 5 %, afhankelijk van welke hoeveelheid het grootst is.

3.   De in de leden 1 en 2 vermelde percentages worden berekend in procenten van een soort in het gewicht van de totale aan boord gehouden vangst. Vangsten van garnaal worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van het percentage van de bijvangst van bodemvissoorten.

Artikel 32

Bijvangst per trek

1.   Indien het percentage bijvangst bij een gegeven trek de in artikel 31, leden 1 en 2, vastgestelde percentages overschrijdt, verplaatst het vaartuig zich onmiddellijk ten minste 10 zeemijl van eender welke bij de vorige trek aangehouden positie en houdt het gedurende de gehele volgende trek een afstand van minstens 10 zeemijl van eender welke bij de vorige trek aangehouden positie. Indien bij de volgende trek na de verplaatsing de bijvangstpercentages worden overschreden, dient het vaartuig de sector te verlaten en mag het er gedurende ten minste 60 uur niet terugkomen.

2.   Indien de totale bijvangst van alle aan quota onderworpen bodemvissoorten bij een gegeven trek in de visserij op garnaal meer bedraagt dan 5 % in gewicht in sector 3M of 2,5 % in gewicht in sector 3L, verplaatst het vaartuig zich onmiddellijk ten minste 10 zeemijl van eender welke bij de vorige trek aangehouden positie en houdt het gedurende de gehele volgende trek een afstand van minstens 10 zeemijl van eender welke bij de vorige trek aangehouden positie. Indien bij de volgende trek na de verplaatsing de bijvangstpercentages worden overschreden, dient het vaartuig de sector te verlaten en mag het er gedurende ten minste 60 uur niet terugkomen.

3.   Het per trek toegestane bijvangstpercentage wordt berekend in procenten van een soort in het gewicht van de totale aan boord gehouden vangst.

Artikel 33

Gerichte visserij en bijvangst

1.   De kapiteins van vissersvaartuigen van de Gemeenschap mogen niet gericht vissen op soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden. Er wordt aangenomen dat er gericht op een soort wordt gevist wanneer die soort in gewicht procentueel het grootste deel van de vangst per trek uitmaakt.

2.   De eerste keer dat bij de gerichte visserij op rog met een voor die tak toegestane maaswijdte de vangsten van soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden, procentueel het grootste deel van de totale vangst van de trek uitmaken, zal echter worden aangenomen dat er sprake is van toeval. In dergelijk geval verplaatst het vaartuig zich onmiddellijk overeenkomstig artikel 32, leden 1 en 2.

3.   Na gedurende ten minste 60 uur, overeenkomstig het bepaalde in artikel 32, leden 1 en 2, uit een sector te zijn weggebleven, laat de kapitein van een vaartuig van de Gemeenschap een proeftrek uitvoeren die ten hoogste drie uur duurt. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt een dergelijke trek waarbij de vangsten van soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden, procentueel het grootste deel van de totale vangst van de trek uitmaken, niet als gerichte visserij beschouwd. In dergelijk geval verplaatst het vaartuig zich onmiddellijk overeenkomstig artikel 32, leden 1 en 2.

Artikel 34

Minimummaat van de vissen

1.   Vis uit het gereglementeerde gebied van de NAFO die niet de in bijlage X vermelde minimummaat heeft, mag niet worden verwerkt of aan boord worden gehouden, noch worden overgeladen, aangevoerd, vervoerd, opgeslagen, verkocht, uitgestald of te koop aangeboden, maar moet onverwijld in zee worden teruggezet.

2.   Als de hoeveelheid gevangen vis die niet de in bijlage X bedoelde grootte heeft, meer bedraagt dan 10 % van de totale vangst, moet het vaartuig zich ten minste vijf zeemijl van alle posities die het tijdens de vorige trek heeft ingenomen, verwijderen alvorens verder te vissen. Als verwerkte vis van de soorten waarvoor een minimummaat is vastgesteld, kleiner is dan de betrokken in bijlage X vastgestelde grootte, wordt ervan uitgegaan dat die verwerkte vis afkomstig is van ondermaatse vis.

DEEL 3

Instelling van gebieden waar voor de visserij beperkende maatregelen gelden ter bescherming van kwetsbare diepzeehabitats („seamounts”)

Artikel 35

Bodemvistuig

Het is verboden met bodemvistuig te vissen in de volgende gebieden:

Gebied

Coördinaat 1

Coördinaat 2

Coördinaat 3

Coördinaat 4

Orphan Knoll

50.00.30

47.00.30

51.00.30

45.00.30

51.00.30

47.00.30

50.00.30

45.00.30

Corner

Seamounts

35.00.00

48.00.00

36.00.00

48.00.00

36.00.00

52.00.00

35.00.00

52.00.00

Newfoundland

Seamounts

43.29.00

43.20.00

44.00.00

43.20.00

44.00.00

46.40.00

43.29.00

46.40.00

New England

Seamounts

35.00.00

57.00.00

39.00.00

57.00.00

39.00.00

64.00.00

35.00.00

64.00.00

DEEL 4

Controlemaatregelen

Artikel 36

Etikettering en gescheiden opslag

1.   Alle vis die in het gereglementeerde gebied van de NAFO wordt gevangen, moet zo worden geëtiketteerd dat iedere in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (36) bedoelde soort en productcategorie duidelijk, en in geval van garnaal ook de vangstdatum, identificeerbaar is. Bovendien moet op de vis worden vermeld dat deze in het gereglementeerde gebied van de NAFO is gevangen.

2.   Op garnaal uit sectoren 3L en 3M en op zwarte heilbot uit deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO moet worden vermeld dat deze in één van die gebieden gevangen is.

3.   Met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid van de kapitein van het vaartuig op het gebied van veiligheid en navigatie, geldt het volgende:

a)

alle vangsten die in het gereglementeerde gebied van de NAFO zijn gedaan, moeten gescheiden van vangsten van buiten dit gebied worden opgeslagen. Daartoe kan gebruik worden gemaakt van plastic, hout, netten o.i.d.;

b)

vangsten van dezelfde soorten mogen in meer dan één deel van het ruim worden opgeslagen mits de exacte plaats duidelijk wordt aangegeven op de opslagplattegrond als bedoeld in artikel 37.

Artikel 37

Visserij- en productielogboeken en opslagplattegrond

1.   Kapiteins van vaartuigen van de Gemeenschap moeten de artikelen 6, 8, 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 naleven en bovendien in hun logboek de in bijlage XI opgesomde gegevens noteren.

2.   Iedere lidstaat deelt de Commissie vóór de vijftiende dag van iedere maand in computerleesbare vorm de tijdens de voorafgaande maand aangevoerde hoeveelheden mee van de in bijlage XII vermelde bestanden, alsmede alle overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 ontvangen gegevens.

3.   Kapiteins van vaartuigen van de Gemeenschap zorgen met betrekking tot de vangst van de in bijlage IC genoemde soorten voor het bijhouden van:

a)

een productielogboek met de cumulatieve productie per soort die aan boord wordt gehouden, uitgedrukt in kg;

b)

een opslagplattegrond met de locatie van de verschillende soorten in de ruimen. Vaartuigen die op garnaal vissen houden een plattegrond bij waarop de opslaglocaties van garnaal die is gevangen in sector 3L respectievelijk in sector 3M zijn aangegeven, alsook de aan boord gehouden hoeveelheden garnaal per sector in productgewicht, uitgedrukt in kilogram.

4.   De in lid 3 bedoelde productielogboeken en opslagplattegronden worden dagelijks bijgewerkt met de gegevens over de vorige dag tussen 00.00 uur (UTC) en 24.00 uur (UTC) en blijven aan boord tot het vaartuig volledig is gelost.

5.   Kapiteins van vaartuigen van de Gemeenschap verlenen de nodige assistentie met het oog op de controle van de in het productielogboek aangegeven hoeveelheden en de aan boord opgeslagen verwerkte producten.

6.   De nauwkeurigheid van de capaciteitsplannen voor alle vaartuigen van de Gemeenschap die een visvergunning hebben gekregen om op grond van artikel 28, lid 1, te vissen, wordt om de twee jaar door de lidstaten gecertificeerd. De kapitein zorgt ervoor dat een afschrift van dat certificeringsbewijs aan boord is en op verzoek aan een inspecteur kan worden getoond.

Artikel 38

Netten aan boord

1.   Bij gerichte visserij op een of meer van de in bijlage VII genoemde soorten mogen vaartuigen van de Gemeenschap geen netten aan boord hebben met een maaswijdte die kleiner is dan in artikel 29 is bepaald.

2.   Vaartuigen van de Gemeenschap waarmee tijdens dezelfde visreis in andere zones dan het gereglementeerde gebied van de NAFO wordt gevist, mogen netten met een maaswijdte die kleiner is dan de in artikel 29 bepaalde grootte aan boord hebben, op voorwaarde dat deze zijn vastgesjord en opgeborgen en niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt. Deze netten moeten:

a)

zijn losgemaakt van de borden en van de sleepkabels en -lijnen, en tevens

b)

stevig aan een deel van de bovenbouw vastgesjord zijn, indien ze zich op of boven het dek bevinden.

Artikel 39

Overlading

1.   Vaartuigen van de Gemeenschap mogen in het gereglementeerde gebied van de NAFO geen vangsten overladen, tenzij daarvoor vooraf toestemming is gegeven door hun bevoegde autoriteiten.

2.   Vaartuigen van de Gemeenschap mogen geen vis overladen van of naar een vaartuig van een niet-verdragsluitende partij waarvan is waargenomen of anderszins geconstateerd dat het in het gereglementeerde gebied van de NAFO heeft gevist.

3.   Vaartuigen van de Gemeenschap melden elke overlading die in het gereglementeerde gebied van de NAFO plaatsvindt, aan hun bevoegde autoriteiten. Deze gegevens worden door het overladende vaartuig ten minste 24 uur vóór de overlading en door het ontvangende vaartuig uiterlijk 1 uur na de overlading meegedeeld.

4.   De in lid 3 bedoelde mededeling bevat het tijdstip, de geografische positie, het totale afgeronde en in kg uitgedrukte gewicht van de geladen of geloste soorten en het oproepnummer van de bij de overlading betrokken vaartuigen.

5.   Bovendien meldt het ontvangende vaartuig, naast de totale vangst aan boord en het totale aan te voeren gewicht, uiterlijk 24 uur vóór aanvoer ook nog de haven en het geschatte aanvoertijdstip.

6.   De lidstaten zenden de in de leden 3 en 5 bedoelde mededelingen onverwijld toe aan de Commissie, die deze onverwijld doorzendt aan het secretariaat van de NAFO.

Artikel 40

Charteren van vaartuigen van de Gemeenschap

1.   Lidstaten mogen toestaan dat voor visservaartuigen die hun vlag voeren en in het gereglementeerde gebied van de NAFO mogen vissen, een charterovereenkomst wordt gesloten teneinde een deel of het geheel van de quota en/of visdagen te kunnen gebruiken die aan andere verdragsluitende partijen van de NAFO zijn toegewezen. Charterovereenkomsten voor vaartuigen die volgens de NAFO of een andere regionale visserijorganisatie aantoonbaar illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst (IUU) hebben bedreven, zijn verboden.

2.   Op de dag waarop een charterovereenkomst wordt gesloten, zendt de vlaggenlidstaat de volgende gegevens aan de Commissie, die deze doorzendt aan het secretariaat van de NAFO:

a)

de instemming van de lidstaat met de charterovereenkomst;

b)

de onder de charterovereenkomst vallende soorten en de op grond van de charterovereenkomst toegewezen vangstmogelijkheden;

c)

looptijd van de charterovereenkomst;

d)

de naam van de charteraar;

e)

de naam van de verdragsluitende partij die het voortuig heeft gecharterd;

f)

de maatregelen die de lidstaat heeft getroffen om ervoor te zorgen dat de gecharterde vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, de door de NAFO vastgestelde instandhoudings- en handhavingsmaatregelen tijdens de charterperiode in acht nemen.

3.   Wanneer de charterovereenkomst afloopt, meldt de lidstaat dat aan de Commissie, die deze informatie onverwijld doorzendt aan het secretariaat van de NAFO.

4.   De vlaggenlidstaat ziet erop toe dat:

a)

het vaartuig tijdens de charterperiode geen gebruik maakt van de aan de vlaggenlidstaat toegewezen vangstmogelijkheden;

b)

het vaartuig tijdens dezelfde periode niet onder meer dan één charterovereenkomst tegelijkertijd vist;

c)

het vaartuig de door de NAFO vastgestelde instandhoudings- en handhavingsmaatregelen tijdens de charterperiode in acht neemt;

d)

het gecharterde vaartuig de gegevens over alle vangsten en bijvangsten die in het kader van de charterregeling worden gedaan, apart van de andere vangstgegevens in het visserijlogboek registreert.

5.   De in lid 4, onder d), bedoelde vangsten en bijvangsten worden door de lidstaten apart van andere nationale vangstgegevens aan de Commissie meegedeeld. De Commissie zendt deze gegevens onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.

Artikel 41

Toezicht op de visserij-inspanning

1.   Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de visserij-inspanning van zijn vaartuigen in verhouding staat tot de vangstmogelijkheden waarover die lidstaat in het gereglementeerde gebied van de NAFO beschikt.

2.   De lidstaten delen de visplannen voor hun vaartuigen die in het gereglementeerde gebied van de NAFO vissen, uiterlijk op 31 januari 2007, en daarna ten minste 30 dagen vóór het voorgenomen aanvangstijdstip van de betrokken visserijactiviteiten, aan de Commissie mee. In het visplan wordt onder andere vermeld met welke vaartuigen in de betrokken visserijtakken zal worden gevist en hoeveel visdagen er voor die vaartuigen in het gereglementeerde gebied van de NAFO gepland zijn.

3.   De lidstaten brengen de Commissie op indicatieve basis op de hoogte van de voorgenomen activiteiten van de vaartuigen in andere gebieden.

4.   Voorts wordt in het visplan de totale visserij-inspanning die in het gereglementeerde gebied van de NAFO zal worden geleverd, opgegeven en wordt deze afgezet tegen de vangstmogelijkheden van de lidstaat die de mededeling doet.

5.   Lidstaten brengen uiterlijk op 15 januari 2008 bij de Commissie verslag uit over de uitvoering van hun visplan. Deze verslagen bevatten het aantal vaartuigen die daadwerkelijk bij visserijactiviteiten in het gereglementeerde gebied van de NAFO betrokken zijn, de vangstcijfers voor elk vaartuig en het totale aantal dagen die elk vaartuig in dat gebied heeft gevist. De gegevens over de activiteiten van vaartuigen die in de sectoren 3M en 3L op garnaal vissen, worden apart naar sector uitgesplitst.

DEEL 5

Bijzondere bepalingen voor Noordse garnalen

Artikel 42

Visserij op de Noordse garnaal

1.   Iedere lidstaat meldt de Commissie dagelijks de hoeveelheden Noordse garnaal (Pandalus borealis) die in sector 3L van het gereglementeerde gebied van de NAFO zijn gevangen door vaartuigen die zijn vlag voeren en geregistreerd zijn in de Gemeenschap. Er mag uitsluitend in wateren van meer dan 200 meter diep worden gevist en nooit door meer dan één vaartuig per lidstaatquotum tegelijk.

2.   De kapitein van vaartuigen die in sector 3L op garnaal vissen of zijn vertegenwoordiger verstrekt de bevoegde autoriteiten van de havenlidstaat vóór het binnenvaren van een haven en minstens 24 uur vóór het verwachte tijdstip van aankomst in de haven de volgende gegevens:

a)

het tijdstip van aankomst in de haven;

b)

de hoeveelheden garnaal aan boord;

c)

de sector(en) waar de vangsten zijn gedaan.

DEEL 6

Bijzondere bepalingen voor roodbaars

Artikel 43

Visserij op roodbaars

1.   De kapiteins van vaartuigen van de Gemeenschap die in deelgebied 2 en sectoren IF, 3K en 3M van het gereglementeerde gebied van de NAFO op roodbaars vissen, delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan hun schip de vlag voert of waar het geregistreerd is, elke maandag om de twee weken mee welke hoeveelheden roodbaars in die gebieden zijn gevangen in de periode van twee weken die de voorafgaande zondag om middernacht is geëindigd.

Wanneer de som van de vangsten gelijk is aan 50 % van de TAC of meer, moet deze mededeling wekelijks op maandag plaatsvinden.

2.   De lidstaten melden de Commissie om de andere dinsdag vóór 12 uur 's middags, voor de periode van twee weken die de voorafgaande zondag om middernacht is geëindigd, welke hoeveelheden roodbaars zijn gevangen in deelgebied 2 en sectoren IF, 3K en 3M van het gereglementeerde gebied van de NAFO door vaartuigen die hun vlag voeren en op hun grondgebied geregistreerd zijn.

Wanneer de som van de vangsten gelijk is aan 50 % van de TAC of meer, moet deze mededeling wekelijks plaatsvinden.

DEEL 7

Handhavingsmaatregelen

Artikel 44

Vervolgactie bij inbreuken

1.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten die in kennis worden gesteld van een inbreuk begaan door één van hun vaartuigen, stellen naar aanleiding daarvan onverwijld een volledig onderzoek in om het nodige bewijs te verzamelen en gaan daarbij zo nodig over tot een fysieke inspectie van het betrokken vaartuig.

2.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten ondernemen bij een inbreuk op de NAFO-regels onverwijld de bij hun nationale wet voorgeschreven administratieve of gerechtelijke stappen tegen onderdanen die aansprakelijk zijn voor het vaartuig dat hun vlag voert.

3.   De bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat zien erop toe dat de in lid 2 bedoelde procedurele stappen tot voldoende strenge en afdwingbare maatregelen leiden, de plegers van de feiten het economische voordeel van de inbreuk ontnemen en een voldoende ontradend effect hebben.

Artikel 45

Behandeling van door inspecteurs opgestelde inbreukverslagen

1.   Inspectie- en bewakingsverslagen van NAFO-inspecteurs vormen in alle lidstaten toelaatbaar bewijsmateriaal in administratieve of gerechtelijke procedures. Voor de vaststelling van feiten worden zij op dezelfde voet behandeld als inspectie- en bewakingsverslagen van de lidstaten.

2.   De lidstaten werken mee aan het vergemakkelijken van gerechtelijke of andere procedures die zijn ingeleid naar aanleiding van een in het kader van deze regeling door een inspecteur opgesteld verslag, mits aan de voorwaarden voor de toelaatbaarheid van bewijsmateriaal in nationale gerechtelijke of andere stelsels is voldaan.

Artikel 46

Strengere vervolgmaatregelen bij sommige zware inbreuken

1.   De vlaggenlidstaat neemt naast de in Verordening (EEG) nr. 1956/88 van de Raad van 9 juni 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de toepassing van de door de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) vastgestelde Regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie (37), en met name in de punten 9 en 10 van de daaraan gehechte Regeling, voorgeschreven maatregelen, de in dit artikel bedoelde maatregelen wanneer een van zijn vaartuigen een van de volgende zware inbreuken heeft gepleegd:

a)

gericht vissen op een bestand waarvoor een moratorium of een visverbod geldt;

b)

onjuist registreren van vangsten. Om voor een vervolgactie op grond van dit artikel vatbaar te zijn, moet het verschil tussen de schatting door de inspecteur van de naar soort opgesplitste of totale aan boord gehouden verwerkte vangst en de in het productielogboek geregistreerde hoeveelheden 10 ton of 20 % bedragen, al naargelang van wat het grootst is, berekend als percentage van de hoeveelheden in het productielogboek. Voor de schatting van de aan boord gehouden verwerkte vangst wordt een stuwagefactor toegepast die is overeengekomen tussen de inspecteurs van de inspecterende verdragsluitende partij en de verdragsluitende partij van het geïnspecteerde vaartuig;

c)

het herhalen van dezelfde zware inbreuk als bedoeld in punt 9 van de aan Verordening (EEG) nr. 1956/88 gehechte Regeling, bevestigd overeenkomstig het bepaalde in punt 10 van de Regeling, binnen een tijdspanne van 100 dagen of binnen dezelfde visreis, al naargelang van wat het kortst is.

2.   De vlaggenlidstaat doet het nodige opdat het betrokken vaartuig na de in lid 3 bedoelde inspectie alle visserijactiviteiten stopzet en een onderzoek wordt ingesteld met betrekking tot de zware inbreuk.

3.   Indien in het gereglementeerde gebied geen inspecteur noch andere door de vlaggenlidstaat aangewezen persoon aanwezig is om het in lid 2 bedoelde onderzoek te verrichten, draagt de vlaggenlidstaat het vaartuig op onmiddellijk een haven aan te doen waar het onderzoek kan plaatsvinden.

4.   De vlaggenlidstaat ziet erop toe dat de fysieke inspectie en vaststelling van de totale aan boord gehouden vangst in het kader van een onderzoek betreffende een zware inbreuk als bedoeld in lid 1, onder b) (onjuist registreren van vangsten), onder zijn gezag plaatsvindt in een haven. Bij een dergelijke inspectie mag met toestemming van de vlaggenlidstaat een inspecteur van eender welke andere verdragsluitende partij die zulks wenst aanwezig zijn.

5.   Wanneer een vaartuig overeenkomstig het bepaalde in de leden 2, 3 en 4 opdracht krijgt om een haven aan te doen, mag een inspecteur van een andere verdragsluitende partij aan boord van het vaartuig komen en/of blijven terwijl het op weg is naar de haven, tenzij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het geïnspecteerde vaartuig de inspecteur verzoekt het vaartuig te verlaten.

Artikel 47

Handhavingsmaatregelen

1.   De vlaggenlidstaat neemt handhavingsmaatregelen ten aanzien van vaartuigen waarvan overeenkomstig zijn nationale recht is vastgesteld dat zij een zware inbreuk als bedoeld in artikel 46 hebben gepleegd.

2.   De in lid 1 bedoelde maatregelen omvatten, gelet in het bijzonder op de ernst van de inbreuk en op de toepasselijke nationale wettelijke bepalingen:

a)

geldboeten,

b)

inbeslagneming van verboden vistuig en verboden vangsten,

c)

conservatoir beslag op het vaartuig,

d)

schorsing of intrekking van de visvergunning,

e)

korting of intrekking van de vangstquota.

3.   De vlaggenlidstaat van het betrokken vaartuig stelt de Commissie onverwijld in kennis van de vervolgmaatregelen die hij overeenkomstig dit artikel neemt. Op basis van deze kennisgeving deelt de Commissie de maatregelen aan het secretariaat van de NAFO mee.

Artikel 48

Verslaggeving met betrekking tot inbreuken

1.   Bij een zware inbreuk als bedoeld in artikel 46 doet de betrokken lidstaat de Commissie zo snel mogelijk, en in elk geval binnen drie maanden na de kennisgeving van de inbreuk, een verslag toekomen over de voortgang van het onderzoek, met opgave van de maatregelen die zijn genomen of worden voorgenomen met betrekking tot de zware inbreuk, en wanneer het onderzoek is afgerond een verslag over de uitkomst ervan.

2.   De Commissie stelt namens de Gemeenschap een samenvattend verslag op van de verslagen van de lidstaten. Zij doet binnen vier maanden vanaf de kennisgeving van de inbreuk het communautair voortgangsverslag betreffende het onderzoek en, wanneer het onderzoek is afgerond, zo snel mogelijk een verslag over de uitkomst ervan aan het secretariaat van de NAFO toekomen.

HOOFDSTUK VIII

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE AANVOER EN OVERLADING VAN BEVROREN VIS DIE DOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IS GEVANGEN IN HET NEAFC-VERDRAGSGEBIED

Artikel 49

Havenstaatcontrole

Onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2847/93 en Verordening (EG) nr. 1093/94 van de Raad van 6 mei 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vissersvaartuigen van derde landen vangsten rechtstreeks mogen aanlanden en verkopen in de havens van de Gemeenschap (38), zijn de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures met ingang van 1 mei 2007 van toepassing op de aanvoer en overlading in havens van de Gemeenschap van bevroren vis die door vissersvaartuigen van derde landen is gevangen in het NEAFC-verdragsgebied als omschreven in artikel 1 van het Verdrag gehecht aan het Besluit van de Raad van 13 juli 1981 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (39).

Artikel 50

Aangewezen havens

Aanvoer en overlading zijn alleen in aangewezen havens toegestaan.

De lidstaten wijzen een plaats voor aanvoer in de haven of een plaats dichtbij de wal aan (aangewezen havens) waar de aanvoer of overlading van vis als bedoeld in artikel 49 mag plaatsvinden. Onverminderd de in artikel 49 vastgestelde toepassingsdatum, doen de lidstaten uiterlijk 15 januari 2007 een lijst van de betrokken havens aan de Commissie toekomen. Latere wijzigingen van de lijst worden ten minste vijftien dagen voordat de wijzigingen effectief worden ter kennis van de Commissie gebracht.

De Commissie publiceert de lijst van aangewezen havens en de wijzigingen daarin in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en op haar website.

Artikel 51

Voorafgaande melding van het binnenvaren van een haven

1.   In afwijking van het bepaalde in artikel 28 sexies, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 doet de kapitein van elk vissersvaartuig dat in artikel 49 bedoelde vis aan boord heeft en een haven wil aandoen voor aanvoer of overlading de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan hij een haven wenst te gebruiken daarvan ten minste 3 werkdagen vóór zijn vermoedelijke aankomst melding.

2.   De in lid 1 bedoelde melding gaat vergezeld van het formulier waarvan het model is opgenomen in deel I van bijlage XV en waarvan deel A naar behoren is ingevuld als volgt:

a)

als het vissersvaartuig zijn eigen vangst aanvoert, wordt formulier PSC 1 gebruikt;

b)

ingeval het vissersvaartuig vis heeft overgeladen, wordt formulier PSC 2 gebruikt. In dergelijke gevallen wordt voor elk vaartuig waarvan is overgeladen een afzonderlijk formulier gebruikt.

3.   De havenlidstaat zendt een afschrift van het in lid 2 bedoelde formulier onverwijld door naar de vlaggenstaat van het vissersvaartuig en naar de vlaggenlidstaat (-staten) van de overladende vaartuigen als het vaartuig vis heeft overgeladen.

Artikel 52

Toelating om aan te voeren of over te laden

1.   Aanvoer of overlading mag door de havenstaan slechts worden toegestaan indien de vlaggenstaat van het vissersvaartuig dat voornemens is aan te voeren of over te laden, of ingeval het betrokken vaartuig buiten een haven vis heeft overgeladen, de vlaggenstaat (of -staten) van overladende vaartuigen middels een afschrift van het overeenkomstig artikel 51, lid 3, ingediende formulier waarvan deel B naar behoren is ingevuld, heeft bevestigd dat:

a)

het vaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, over een toereikend quotum voor de aangegeven soort beschikte;

b)

de hoeveelheden aan boord gehouden vis naar behoren zijn aangegeven en zijn verrekend op de toepasselijke vangst- of inspanningsbeperkingen;

c)

het vaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, over een vergunning beschikte om in de opgegeven gebieden te vissen;

d)

de aanwezigheid van het vaartuig in het opgegeven vangstgebied met VMS-gegevens is gestaafd.

Met de aanvoer- of overladingswerkzaamheden mag slechts worden begonnen nadat de bevoegde autoriteiten van de havenstaat daarvoor toestemming hebben gegeven.

2.   In afwijking van het bepaalde in lid 1 mag de havenstaat de aanvoer geheel of gedeeltelijk toestaan zonder de in lid 1 bedoelde bevestiging te hebben ontvangen, in welk geval de betrokken vis onder toezicht van de bevoegde autoriteiten zal worden opgeslagen. De vis zal slechts voor verkoop, overname of vervoer worden vrijgegeven nadat de in lid 1 bedoelde bevestiging is ontvangen. Wanneer 14 dagen na de aanvoer nog geen bevestiging is ontvangen, mag de havenstaat de vis in beslag nemen en verwijderen overeenkomstig de geldende nationale bepalingen.

3.   De havenstaat brengt zijn besluit om de aanvoer of de overlading al dan niet toe te staan onverwijld ter kennis van de Commissie en de secretaris van de NEAFC middels een afschrift van het formulier naar het model van deel I van bijlage XV, waarvan deel C naar behoren is ingevuld, wanneer de aangevoerde of overgeladen vis in het NEAFC-verdragsgebied is gevangen.

Artikel 53

Inspecties

1.   De lidstaten inspecteren jaarlijks in hun havens ten minste 15 % van de aanvoer of de overlading door vissersvaartuigen van derde landen als bedoeld in artikel 49.

2.   De inspecties omvatten het uitoefenen van toezicht op de volledige los- of overladingsverrichtingen en een vergelijking van de naar soort in de voorafgaande melding opgegeven hoeveelheden met de daadwerkelijk aangevoerde of overgeladen hoeveelheden.

3.   De inspecteurs stellen alles in het werk om een vissersvaartuig niet onnodig lang op te houden, de werkzaamheden van het vissersvaartuig zo min mogelijk te verstoren en kwaliteitsverlies van de vis te vermijden.

Artikel 54

Inspectieverslagen

1.   Van elke inspectie wordt een inspectieverslag opgesteld naar het model van deel II van bijlage XV.

2.   Een afschrift van elk inspectieverslag wordt onverwijld toegezonden aan de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig en, ingeval het vissersvaartuig vis heeft overgeladen, aan de vlaggenstaat (of -staten) van de overladende vaartuigen, en aan de Commissie en de secretaris van de NEAFC wanneer de aangevoerde of overgeladen vis in het NEAFC-verdragsgebied is gevangen.

3.   Het origineel of een gewaarmerkt afschrift van elk inspectieverslag wordt aan de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig toegestuurd wanneer deze daarom verzoekt.

HOOFDSTUK IX

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN HET CCAMLR-GEBIED

DEEL 1

Beperkingen en vereisten inzake vaartuiggegevens

Artikel 55

Verboden en vangstbeperkingen

1.   Gerichte visserij op de in bijlage XIII vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.

2.   Voor nieuwe en experimentele visserij zijn de maximale vangsten en bijvangsten per deelgebied vastgelegd in bijlage XIV.

Artikel 56

Vereiste mededelingen inzake vaartuigen met een vergunning om in het CCAMLR-gebied te vissen

1.   Naast de op grond van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 601/2004 vereiste gegevens, delen de lidstaten vanaf 1 augustus 2007 de Commissie over bovenbedoelde vaartuigen de volgende gegevens mee:

a)

IMO-nummer van het vaartuig (indien afgegeven);

b)

vroegere vlag (indien van toepassing);

c)

internationaal radio-oproepnummer;

d)

naam en adres van de eigenaar(s) en eventuele aandeelhouder(s), indien bekend;

e)

vaartuigtype;

f)

bouwplaats en bouwjaar;

g)

lengte;

h)

kleurenfoto's van het vaartuig, bestaande uit:

i)

een foto van minimaal 12x7 cm van de stuurboordzijde van het vaartuig over de gehele lengte en met alle structurele kenmerken;

ii)

een foto van minimaal 12x7 cm van de bakboordzijde van het vaartuig over de gehele lengte en met alle structurele kenmerken;

iii)

een foto van minimaal 12x7 cm van de achterzijde van het vaartuig, recht van achteren gefotografeerd;

i)

maatregelen om ervoor te zorgen dat het satellietvolgsysteem aan boord fraudebestendig functioneert.

2.   Met ingang van 1 augustus 2007 delen de lidstaten, voorzover mogelijk, de Commissie voor alle vaartuigen met een vergunning om in het CCAMLR-gebied te vissen, bovendien de volgende gegevens mee:

a)

naam en adres van de exploitant, indien verschillend van de eigenaar(s);

b)

naam en nationaliteit van de kapitein en, indien van toepassing, van de vangstkapitein;

c)

type vismethode(n);

d)

boom (m);

e)

brutoregistertonnage;

f)

communicatiemiddelen en -nummers van het vaartuig (INMARSAT A, B en C nummers);

g)

reguliere bemanning;

h)

vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren;

i)

totale vervoerscapaciteit (tonnen), aantal visruimen en capaciteit (m3);

j)

overige nuttig geachte gegevens (bijv. ijswaardigheid).

Artikel 57

Melding van visuele waarnemingen van vaartuigen

1.   Wanneer de kapitein van een vissersvaartuig waaraan vergunning is verleend een vissersvaartuig in het CCAMLR-gebied waarneemt, documenteert hij de waarneming zoveel mogelijk aan de hand van de volgende gegevens:

a)

naam en beschrijving van het vaartuig;

b)

roepnaam van het vaartuig;

c)

registratienummer en Lloyds/IMO-nummer van het vaartuig;

d)

vlaggenstaat van het vaartuig;

e)

foto's van het vaartuig tot staving van de waarneming;

f)

alle andere relevante informatie betreffende de activiteiten van het waargenomen vaartuig.

2.   De kapitein zendt zo gauw mogelijk een bericht dat de in lid 1 bedoelde informatie bevat aan zijn vlaggenstaat. De vlaggenstaat zendt dergelijke berichten naar het secretariaat van de CCAMLR door als het waargenomen vaartuig volgens de normen van de CCAMLR illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde (IUU) activiteiten verricht.

DEEL 2

Experimentele visserij

Artikel 58

Deelname aan experimentele visserij

1.   Vissersvaartuigen die de vlag van Spanje voeren en er geregistreerd staan, en die bij de CCAMLR zijn aangemeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 601/2004 mogen uitsluitend deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op de Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1, 58.4.2, 58.4.3a) buiten gebieden onder nationale jurisdictie, en 58.4.3b) buiten gebieden onder nationale jurisdictie.

2.   In de sectoren 58.4.3a) en 58.4.3b) mag nooit meer dan één vissersvaartuig per lidstaat tegelijk vissen.

3.   De maximale totale vangsten en bijvangsten in deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2, en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units, SSRU's) in elk gebied staan vermeld in bijlage XIV. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten het toegestane maximum hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij gesloten wordt.

4.   De visserijactiviteiten moeten plaatsvinden in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zoveel verschillende diepten als mogelijk om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en inspanningen te voorkomen. In de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 is het echter verboden om te vissen in wateren van minder dan 550 m diepte.

Artikel 59

Meldingsregelingen

Op vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 58 bedoelde experimentele visserij, zijn de volgende regelingen voor de melding van vangsten en inspanningen van toepassing:

a)

het in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde stelsel van vijfdaagse meldingen van de vangsten en visserij-inspanningen, met dien verstande dat de lidstaten vangsten en visserij-inspanningen uiterlijk twee werkdagen na het einde van iedere periode mededelen aan de Commissie, waarna deze onverwijld moeten worden doorgezonden aan de CCAMLR. In deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 worden de gegevens meegedeeld per SSRU;

b)

het in artikel 13, van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde stelsel van maandelijkse meldingen van gedetailleerde vangst- en visserij-inspanningsgegevens;

c)

de melding van het totale aantal vissen en het gewicht aan Dissostichus eleginoides en Dissostichus mawsoni, met inbegrip van vissen met „jellymeat”-verschijnselen.

Artikel 60

Bijzondere vereisten

1.   De in artikel 58 bedoelde experimentele visserij moet voldoen aan de bepalingen van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 600/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde technische maatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (40) met betrekking tot de toepasselijke maatregelen ter beperking van de incidentele sterfte van zeevogels bij de beugvisserij. Naast die maatregelen:

a)

geldt bij deze visserijactiviteiten een verbod op de teruggooi van afval;

b)

zijn vaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 en die voldoen aan de CCAMLR-protocollen (A, B of C) inzake het verzwaren van de beug, niet verplicht om 's nachts te vissen; vaartuigen die in totaal drie zeevogels vangen, moeten echter weer onmiddellijk 's nachts gaan vissen overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 601/2004;

c)

vaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.3a) en 58.4.3b) en die in totaal drie zeevogels vangen, moeten de visserij onmiddellijk staken en mogen gedurende de rest van het seizoen 2006/2007 niet meer buiten de reguliere visserij vissen.

2.   Voor vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 gelden bovendien de volgende extra vereisten:

a)

het is de vaartuigen niet toegestaan het volgende op zee te lozen:

i)

olie, olieproducten of residuen van olie, tenzij toegestaan op grond van bijlage I van MARPOL 73/78 (Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen);

ii)

afval;

iii)

voedselresten die niet door een rooster met een maaswijdte van maximaal 25 mm kunnen;

iv)

pluimvee of delen daarvan (met inbegrip van eierschalen);

v)

afvalwater binnen 12 zeemijlen van land of ijs of terwijl het vaartuig een snelheid van minder dan vier knopen heeft;

vi)

verbrandingsresten; of

vii)

slachtafval;

b)

levend pluimvee en andere levende vogels mogen deelgebieden 88.1 en 88.2 niet worden binnengebracht en niet-geconsumeerd bereid gevogelte moet uit deelgebieden 88.1 en 88.2 worden verwijderd;

c)

de visserij op Dissostichus spp. in deelgebieden 88.1 en 88.2 is verboden binnen 10 zeemijlen van de kust van de Balleny Islands.

Artikel 61

Definitie van een uitzetting

1.   Voor de toepassing van dit deel wordt onder „uitzetting” het uitzetten van een of meer beuglijnen op een bepaalde visgrond verstaan. Voor de melding van vangsten en visserij-inspanningen geldt als de juiste geografische positie van een uitzetting bij de beugvisserij het middelpunt van de uitgezette beuglijn(en).

2.   Een uitzetting geldt als onderzoeksuitzetting, mits:

a)

de afstand tussen twee onderzoeksuitzettingen ten minste 5 zeemijlen bedraagt, gemeten vanaf het geografische middelpunt van iedere onderzoeksuitzetting;

b)

bij iedere uitzetting minimaal 3 500 en maximaal 10 000 haken worden gebruikt; daarbij mag op dezelfde locatie ook een reeks aparte lijnen worden uitgezet;

c)

de uitzettijd van iedere beug ten minste zes uur bedraagt, gemeten vanaf het moment waarop het uitzetten is voltooid tot het moment waarop met het ophalen wordt begonnen.

Artikel 62

Onderzoeksplannen

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 58 bedoelde experimentele visserij, moeten een onderzoeksplan uitvoeren in alle afzonderlijke SSRU's waarin de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 zijn verdeeld. Het onderzoeksplan moet als volgt worden uitgevoerd:

a)

wanneer een vaartuig een SSRU voor het eerst binnenvaart, gelden de eerste tien uitzettingen, „eerste reeks” te noemen, als „onderzoeksuitzettingen”, welke moeten voldoen aan de in artikel 61, lid 2, vermelde criteria;

b)

de volgende 10 uitzettingen of de eerste 10 ton gevangen vis, als die hoeveelheid eerder wordt behaald, worden aangeduid als de „tweede reeks”. Uitzettingen tijdens de tweede reeks kunnen naar goeddunken van de kapitein worden gevist als onderdeel van normale experimentele visserij. Indien de uitzettingen voldoen aan de vereisten van artikel 61, lid 2, mogen zij echter ook worden beschouwd als onderzoeksuitzettingen;

c)

na de eerste en de tweede reeks moet het vaartuig, als de kapitein in de SSRU wil blijven vissen, een „derde reeks” uitzettingen verrichten, tot er uiteindelijk tijdens de drie reeksen 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden. De derde reeks uitzettingen moet plaatsvinden tijdens het zelfde verblijf in de SSRU als dat waarin de eerste en de tweede reeks hebben plaatsgevonden;

d)

nadat er 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden, mag het vaartuig in de SSRU blijven vissen;

e)

in de SSRU's A, B, C, E en G van de deelgebieden 88.1 en 88.2 waar de bevisbare bodemoppervlakte kleiner is dan 15 000 km2, is het bepaalde onder b), c), en d) niet van toepassing en mag het vaartuig na 10 onderzoeksuitzettingen de visserij in de SSRU voortzetten.

Artikel 63

Gegevensverzamelingsplannen

1.   Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 58 bedoelde experimentele visserij, moeten een gegevensverzamelingsplan uitvoeren in alle afzonderlijke SSRU's waarin de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 zijn verdeeld. Het gegevensverzamelingsplan moet het volgende omvatten:

a)

de positie en diepte van de uiteinden van iedere lijn in een uitzetting;

b)

de tijden waarop de beug is uitgezet, in het water is gebleven en is opgehaald;

c)

het aantal en de soorten vissen verloren gegaan aan de oppervlakte;

d)

het aantal haken dat is aangebracht;

e)

het type aas;

f)

het percentage aas dat is aangenomen;

g)

het type haken; en tevens

h)

de gesteldheid van zee en wolken en de maanfase ten tijde van het uitzetten van de lijnen.

2.   Alle in lid 1 genoemde gegevens moeten voor iedere onderzoeksuitzetting worden verzameld; met name moeten bij iedere onderzoeksuitzetting de eerste 100 vissen worden gemeten en moet voor biologisch onderzoek een monster van ten minste 30 vissen worden genomen. Als er meer dan 100 vissen worden gevangen, moet een willekeurige steekproef van de vissen worden genomen.

Artikel 64

Merkprogramma

1.   Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 58 bedoelde experimentele visserij, moeten het volgende merkprogramma uitvoeren:

a)

vissen van de soort Dissostichus spp. worden voorzien van een merk en teruggezet overeenkomstig de bepalingen van het CCAMLR-merkprogramma en het protocol betreffende de experimentele visserij op Dissostichus spp. Het merken mag pas worden gestaakt zodra het vaartuig 500 exemplaren heeft gemerkt of wanneer de visgrond wordt verlaten en per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. steeds één exemplaar is gemerkt;

b)

het programma moet worden gericht op exemplaren van verschillende grootte om te voldoen aan de merkvereiste. Uitsluitend in goede conditie verkerende ijsvissen worden gemerkt. Alle teruggezette exemplaren moeten worden voorzien van twee merktekens en over een zo groot mogelijk geografisch gebied gespreid worden vrijgelaten;

c)

alle merktekens moeten duidelijk zijn bedrukt met een uniek serienummer en een retouradres zodat de oorsprong van de merktekens kan worden bepaald ingeval een exemplaar opnieuw wordt gevangen;

d)

opnieuw gevangen exemplaren (d.w.z. vissen met een eerder aangebracht merkteken) mogen niet worden vrijgelaten, zelfs niet als zij na het merken slechts korte tijd in vrijheid zijn geweest;

e)

alle opnieuw gevangen exemplaren moeten biologisch beschreven worden (lengte, gewicht, geslacht, toestand van de gonaden) en indien mogelijk digitaal gefotografeerd worden, en hun otolieten en merktekens moeten worden verwijderd;

f)

alle gegevens van de merktekens en gegevens over opnieuw gevangen gemerkte exemplaren moeten in het CCAMLR-formaat elektronisch aan de CCAMLR worden gemeld uiterlijk drie maanden nadat het vaartuig de visserij in het betrokken gebied heeft beëindigd;

g)

alle gegevens betreffende merktekens en gegevens over opnieuw gevangen gemerkte exemplaren moeten in het CCAMLR-formaat elektronisch worden gemeld aan het betrokken regionale meldpunt overeenkomstig het merkprotocol van de CCAMLR.

2.   Gemerkte en vrijgelaten ijsvissen worden niet in mindering gebracht op de toegestane vangsten.

Artikel 65

Wetenschappelijke waarnemers en inspecteurs

1.   Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 58 bedoelde experimentele visserij, moeten bij alle visserijactiviteiten in het visserijseizoen ten minste twee wetenschappelijk waarnemers aan boord hebben waarvan er één is aangewezen volgens de CCAMLR-regeling voor internationale wetenschappelijke waarneming.

2.   Elke lidstaat zal met inachtneming van zijn toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, waaronder die betreffende de toelaatbaarheid van bewijsmateriaal voor de nationale rechter, in het kader van deze regeling door inspecteurs van aanwijzende CCAMLR-leden opgestelde verslagen op dezelfde wijze behandelen en opvolgen als verslagen van zijn eigen inspecteurs, en zowel de betrokken verdragsluitende partij als het aanwijzende CCAMLR-lid werken mee aan het vergemakkelijken van gerechtelijke of andere procedures die zijn ingeleid naar aanleiding van een dergelijk verslag.

Artikel 66

Kennisgeving van het voornemen om aan de visserij op krielgarnaal deel te nemen

Lidstaten die voornemens zijn om in het CCAMLR-gebied de visserij op krielgarnaal te beoefenen stellen het secretariaat van de CCAMLR daarvan minstens vier maanden vóór de gewone jaarlijkse vergadering van de CCAMLR onmiddellijk voorafgaand aan het seizoen waarin zij voornemens zijn de visserij te beoefenen in kennis.

Artikel 67

Tijdelijk verbod op diepzeevisserij met kieuwnetten

1.   Het gebruik van kieuwnetten in het CCAMLR-gebied voor andere dan wetenschappelijkonderzoeksdoeleinden is verboden totdat het Wetenschappelijk Comité verslag heeft uitgebracht over zijn onderzoek naar de mogelijke effecten van dit vistuig en de CCAMLR op basis van advies van het Wetenschappelijk Comité heeft besloten dat de vangstmethode in het CCAMLR-gebied mag worden toegepast.

2.   Het gebruik van kieuwnetten voor wetenschappelijk onderzoek in wateren met een diepte van meer dan 100 meter wordt op voorhand aan het Wetenschappelijk Comité gemeld en door de CCAMLR te zijn goedgekeurd voordat met het onderzoek mag worden begonnen.

3.   Elk vaartuig dat door het CCAMLR-gebied wil varen met kieuwnetten aan boord geeft van tevoren aan het secretariaat van de CCAMLR kennis van zijn voornemen en daarbij de vermoedelijke tijdstippen van doorvaart door het CCAMLR-gebied opgeven. Elk vaartuig dat in het CCAMLR-gebied kieuwnetten aan boord heeft zonder daarvan kennisgeving te hebben gedaan, wordt geacht een inbreuk op deze bepalingen te plegen.

Artikel 68

Tijdelijke beperkingen op het gebruik van bodemtrawls op de volle zee in het CCAMLR-gebied voor de vangstseizoenen 2006/07 en 2007/08

1.   Het gebruik van bodemtrawls op de volle zee in het CCAMLR-gebied is beperkt tot de zones waar de Commissie instandhoudingsmaatregelen voor bodemtrawls heeft uitgevaardigd.

2.   Deze instandhoudingsmaatregelen is niet van toepassing op het gebruik van bodemtrawls bij wetenschappelijk onderzoek in het CCAMLR-gebied.

HOOFDSTUK X

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN HET SEAFO-GEBIED

DEEL 1

Vergunning om te vissen

Artikel 69

Vergunning om te vissen

1.   De lidstaten doen de Commissie uiterlijk 1 juni 2007, zo mogelijk langs elektronische weg, de lijst toekomen van vaartuigen waaraan vergunning is verleend om in het SEAFO-verdragsgebied te vissen.

2.   De eigenaars van de vaartuigen die zijn opgenomen in de lijst als bedoeld in lid 1 dienen burgers of rechtspersonen van de Gemeenschap te zijn.

3.   Aan vissersvaartuigen mag slechts vergunning worden verleend om in het SEAFO-verdragsgebied te vissen als zij in staat zijn om aan de uit het SEAFO-verdrag voortvloeiende eisen en verplichtingen te voldoen en de instandhoudings- en beheersmaatregelen ervan na te leven.

4.   Er wordt geen vergunning afgegeven aan vaartuigen die zich in het verleden aan illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde („IUU”-) visserij hebben bezondigd, tenzij de nieuwe eigenaars tot voldoening aantonen dat de vorige eigenaars en exploitanten juridisch noch financieel enig belang in of controle over de vaartuigen hebben of dat hun vaartuigen, alle feiten in aanmerking genomen, zich niet aan IUU-praktijken bezondigen of daarbij betrokken zijn.

5.   De in lid 1 bedoelde lijst bevat de volgende gegevens:

a)

naam van het vissersvaartuig, registratienummer, vroegere namen (indien bekend), en haven van registratie;

b)

vroegere vlag (indien van toepassing);

c)

internationale radioroepnaam (IRCS) (indien van toepassing);

d)

naam en adres van de eigenaar of eigenaars;

e)

type vaartuig;

f)

lengte;

g)

naam en adres van de exploitant of exploitanten (indien van toepassing);

h)

brutoregistertonnage; en tevens

i)

vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren.

6.   De lidstaten stellen de Commissie na het opstellen van de initiële lijst van vergunde vaartuigen onverwijld in kennis van alle eventuele toevoegingen, schrappingen en/of wijzigingen.

Artikel 70

Verplichtingen voor vaartuigen met een vergunning

1.   De vergunde vaartuigen leven alle relevante instandhoudings- en beheersmaatregelen van de SEAFO na.

2.   Vergunde vaartuigen dienen een geldig registratiebewijs en een geldige vergunning om te vissen en/of over te laden aan boord te hebben.

Artikel 71

Vaartuigen zonder vergunning

1.   De lidstaten doen het nodige opdat vaartuigen die niet op de SEAFO-lijst van vergunde vaartuigen voorkomen, niet vissen op soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen noch dergelijke soorten aan boord hebben, overladen of aanvoeren.

2.   De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle feitelijke informatie waaruit blijkt dat er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat vaartuigen die niet op de SEAFO-lijst van vergunde vaartuigen voorkomen, in het verdragsgebied betrokken zijn bij de visserij op en/of het overladen van soorten die onder het verdrag vallen.

3.   De lidstaten doen het nodige opdat de eigenaars van vaartuigen die op de SEAFO-lijst van vergunde vaartuigen voorkomen niet rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij visserijactiviteiten door vaartuigen die niet op de SEAFO-lijst van vergunde vaartuigen voorkomen.

DEEL 2

Overlading

Artikel 72

Verbod op overlading op zee

Alle lidstaten verbieden vaartuigen die hun vlag voeren om soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen in het SEAFO-verdragsgebied op zee over te laden.

Artikel 73

Overlading in de haven

1.   Vissersvaartuigen van de Gemeenschap die onder het SEAFO-verdrag vallende soorten vangen in het SEAFO-verdragsgebied, mogen alleen overladen in een haven van een verdragsluitende partij met voorafgaandelijke toestemming van de verdragsluitende partij in wiens haven de overlading zal plaatsvinden. Vissersvaartuigen van de Gemeenschap mogen slechts overladen indien zij vooraf toestemming om over te laden hebben gekregen van de vlaggenlidstaat en de havenstaat.

2.   De lidstaten zien erop toe dat hun vergunde vissersvaartuigen vooraf toestemming vragen om in een haven over te laden. De lidstaten zien tevens toe op de overeenstemming tussen de overgeladen hoeveelheden en de aangegeven vangst van vaartuigen en schrijven voor dat overlading wordt gemeld.

3.   De kapitein van een vissersvaartuig van de Gemeenschap die eender welke hoeveelheid in het SEAFO-verdragsgebied gevangen onder het SEAFO-verdrag vallende soorten overlaadt op een ander vaartuig, hierna het „ontvangende vaartuig” genoemd, meldt op het tijdstip van overlading aan de vlaggenstaat van het ontvangende vaartuig de betrokken soorten en hoeveelheden, de datum van overlading en de locatie van de vangsten en zendt aan zijn vlaggenlidstaat een SEAFO-aangifte van overlading naar het model in deel I van bijlage XVI.

4.   De kapitein van het vissersvaartuig van de Gemeenschap verstrekt minstens 24 uur van tevoren de volgende informatie aan de SEAFO-verdragsluitende partij in wiens haven de overlading zal plaatsvinden:

a)

de naam van de vissersvaartuigen waaruit wordt overgeladen;

b)

de naam van ontvangende vaartuigen;

c)

de over te laden hoeveelheid (in ton) van elke soort;

d)

de datum en haven van overlading.

5.   Uiterlijk 24 uur voor het begin en aan het einde van een overlading in een haven van een SEAFO-verdragsluitende partij meldt de kapitein van het ontvangende vaartuig van de Gemeenschap aan de bevoegde autoriteiten van de havenstaat de hoeveelheden van onder het SEAFO-verdrag vallende soorten die zich aan boord van zijn vaartuig bevinden; hij doet de SEAFO-aangifte van aanlanding binnen de 24 uur aan de bovenbedoelde autoriteiten toekomen.

6.   De kapitein van het ontvangende vaartuig van de Gemeenschap doet 48 uur voor de aanvoer een SEAFO-aangifte van overlading toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de havenstaat waar de aanvoer zal plaatsvinden.

7.   De lidstaten doen het nodige om de juistheid van de ontvangen informatie te controleren en werkt met de vlaggenstaat samen om zich ervan te vergewissen dat de aangevoerde hoeveelheden overeenkomen met de door elk vaartuig aangegeven vangsten.

8.   De lidstaten met vaartuigen die vergunning hebben om in het SEAFO-verdragsgebied op onder het verdrag vallende soorten te vissen, verstrekken de Commissie uiterlijk 1 juni 2007 uitvoerige gegevens over overladingen door vaartuigen die hun vlag voeren.

DEEL 3

Instandhoudingsmaatregelen voor het beheer van kwetsbare diepzeehabitats en - ecosystemen

Artikel 74

Gesloten gebieden

Alle visserijactiviteiten betreffende soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen door vissersvaartuigen van de Gemeenschap zijn verboden in de hierna afgebakende gebieden:

a)

deelsector A1

i)

Dampier Seamount

10o00'Z.B. 02o00'W.L.

10o00'Z.B. 00o00'O.L.

12o00'Z.B. 02o00'W.L.

12o00'Z.B. 00o00'O.L.

ii)

Malahit Guyot Seamount

11o00'Z.B. 02o00'W.L.

11o00'Z.B. 04o00'W.L.

13o00'Z.B. 02o00'W.L.

13o00'Z.B. 04o00'W.L.

b)

deelsector B1

Molloy Seamount

27o00'Z.B. 08o00'O.L.

27o00'Z.B. 10o00'O.L.

29o00'Z.B. 08o00'O.L.

29o00'Z.B. 10o00'O.L.

c)

sector C

i)

Schmidt-Ott Seamount & Erica Seamount

37o00'Z.B. 13o00'O.L.

37o00'Z.B. 17o00'O.L.

40o00'Z.B. 13o00'O.L.

40o00'Z.B. 17o00'O.L.

ii)

Africana seamount

37o00'Z.B. 28o00'O.L.

37o00'Z.B. 30o00'O.L.

38o00'Z.B. 28o00'O.L.

38o00'Z.B. 30o00'O.L.

iii)

Panzarini Seamount

39o00'Z.B. 11o00'O.L.

39o00'Z.B. 13o00'O.L.

41o00'Z.B. 11o00'O.L.

41o00'Z.B. 13o00'O.L.

d)

deelsector C1

i)

Vema Seamount

31o00'Z.B. 08o00'O.L.

31o00'Z.B. 09o00'O.L.

32o00'Z.B. 08o00'O.L.

32o00'Z.B. 09o00'O.L.

ii)

Wust Seamount

33o00'Z.B. 06o00'O.L.

33o00'Z.B. 08o00'O.L.

34o00'Z.B. 06o00'O.L.

34o00'Z.B. 08o00'O.L.

e)

sector D

i)

Discovery, Junoy, Shannon Seamounts

41o00'Z.B. 06o00'W.L.

41o00'Z.B. 03o00'O.L.

44o00'Z.B. 06o00'W.L.

44o00'Z.B. 03o00'O.L.

ii)

Schwabenland & Herdman Seamounts

44o00'Z.B. 01o00'W.L.

44o00'Z.B. 02o00'O.L.

47o00'Z.B. 01o00'W.L.

47o00'Z.B. 02o00'O.L.

Artikel 75

Visserijactiviteiten in het verleden

De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 1 juni 2007 in de hierna vastgestelde vorm de gegevens mee van hun visserijactiviteiten betreffende soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen in de in artikel 74 afgebakende gebieden in 2004, 2005 en 2006:

Type visserij

Maatstaf van de inspanning

Totale vangst (Mt)

Trawlers

a.

Kilowatt/visdagen

b.

Kilowatt/visdagen

 

Beugvissers

a.

Brutotonnage/visdagen

b.

Gemiddeld aantal uitgezette haken/aantal uitzettingen

 

Andere

Brutotonnage/visdagen

 

DEEL 4

Maatregelen ter beperking van de incidentele bijvangsten van zeevogels

Artikel 76

Informatie over interactie met zeevogels

De lidstaten verzamelen alle beschikbare informatie over de interactie met zeevogels, onder andere incidentele vangsten, bij de visserij door hun vaartuigen op soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen, en delen die informatie uiterlijk 1 juni 2007 aan de Commissie mee.

Artikel 77

Risicobeperkende maatregelen

1.   Alle vaartuigen van de Gemeenschap die ten zuiden van de breedtelijn op 30o zuiderbreedte vissen, dienen vogelverschrikkerlijnen („tori lines”) aan boord te hebben en te gebruiken:

a)

de vogelverschrikkerlijnen zijn ontworpen en worden uitgezet overeenkomstig de richtsnoeren van deel II van bijlage XVI;

b)

de vogelverschrikkerlijnen worden ten zuiden van de breedtelijn op 30o zuiderbreedte te allen tijde uitgezet voordat de beuglijnen worden uitgezet;

c)

waar zulks mogelijk is, dienen vaartuigen een tweede toripaal en vogelverschrikkerlijn te gebruiken wanneer er veel vogels in de buurt aanwezig of actief zijn;

d)

alle vaartuigen dienen gebruiksklare reserve-vogelverschrikkerlijnen aan boord te hebben.

2.   De beuglijnen mogen alleen 's nachts worden uitgezet (d.w.z. tijdens de duisternis tussen de uren van nautische schemering (41)). Bij de nachtelijke beugvisserij mogen slechts de scheepslichten worden gebruikt die uit een oogpunt van veiligheid noodzakelijk zijn.

3.   Tijdens het uitzetten van vistuig is het overboord gooien van afval verboden. Het overboord gooien van afval tijdens het ophalen van vistuig moet worden vermeden. Zo mogelijk wordt afval geloosd aan de andere kant dan die waar het vistuig wordt opgehaald. Op vaartuigen die niet onderworpen zijn aan een verplichting om afval aan boord te houden, wordt een systeem toegepast om vishaken uit afval en vissenkoppen te verwijderen voordat deze overboord worden gegooid. Voor het uitzetten worden de netten schoongemaakt en wordt alles wat zeevogels kan aantrekken verwijderd.

4.   Vissersvaartuigen van de Gemeenschap passen methoden voor het uitzetten en ophalen van vistuig toe waarbij de tijd dat het net met slappe mazen op het wateroppervlak ligt, tot een minimum wordt beperkt. Voor zover mogelijk worden de netten niet onderhouden terwijl het net in het water ligt.

5.   Vissersvaartuigen van de Gemeenschap worden aangemoedigd vistuigconfiguraties te ontwikkelen die de kans minimaliseren dat vogels in aanraking komen met het netdeel waarvoor zij het meest kwetsbaar zijn. Daarbij kan gedacht worden aan het verzwaren van het net of het verminderen van het drijfvermogen zodat het sneller zinkt, of het aanbrengen van gekleurde wimpels of andere voorzieningen aan bepaalde delen van het net waar de maaswijdten een bijzonder risico voor vogels vormen.

6.   Vissersvaartuigen van de Gemeenschap die niet zijn uitgerust met een afvalverwerkingsinstallatie of die over onvoldoende capaciteit beschikken om afval aan boord te houden of die geen afval kunnen lozen aan de andere kant dan die waar het vistuig wordt opgehaald, krijgen geen vergunning om in het SEAFO-verdragsgebied te vissen.

7.   Alles moet worden in het werk gesteld om bij de visserij levend gevangen vogels levend te bevrijden en, in gevallen waar zulks mogelijk is, de haken te verwijderen zonder het leven van de betrokken vogels in gevaar te brengen.

DEEL 5

Controle

Artikel 78

Mededeling van vaartuigbewegingen en vangsten

1.   Vissersvaartuigen en onderzoeksvaartuigen die met vergunning in het SEAFO-verdragsgebied vissen, zenden via het VMS of andere geschikte middelen „entry”-, „catch”- en „exit”-berichten aan de autoriteiten van de vlaggenlidstaat en, indien de vlaggenlidstaat dat voorschrijft, aan de secretaris van de SEAFO.

2.   De mededeling vindt plaats niet vroeger dan 12 uur en niet later dan 6 uur voordat het SEAFO-verdragsgebied wordt binnengevaren en omvat de dag en het uur van binnenvaren, de geografische positie van het vaartuig en de hoeveelheid van elke soort (FAO-drielettercode) aan boord gehouden vis in kilogram levend gewicht.

3.   Het vangstbericht wordt voor elke soort (FAO-drielettercode) in kg levend gewicht op het einde van elke kalendermaand verzonden.

4.   De mededeling vindt plaats niet vroeger dan 12 uur en niet later dan 6 uur voordat het SEAFO-verdragsgebied wordt verlaten. Zij omvat de dag en het uur van het verlaten, de geografische positie van het vaartuig, het aantal dagen dat is gevist en de in het SEAFO-verdragsgebied vanaf het begin van de visserijactiviteiten of sedert de laatste vangstaangifte gevangen hoeveelheden per soort (FAO-drielettercode) in kilogram levend gewicht.

Artikel 79

Wetenschappelijke waarneming en verzameling van gegevens ten behoeve van de evaluatie van de bestanden

1.   Elke lidstaat ziet erop toe dat al zijn vissersvaartuigen die in het verdragsgebied gericht vissen op soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen gekwalificeerde wetenschappelijke waarnemers aan boord hebben.

2.   Elke lidstaat schrijft voor dat de gegevens die worden verzameld door de waarnemers op elk haar vlag voerend vaartuig binnen 30 dagen na het verlaten van het SEAFO-verdragsgebied worden meegedeeld. De gegevens worden meegedeeld in het formaat dat door het Wetenschappelijk Comité van de SEAFO wordt vastgesteld. De lidstaat doet zo spoedig mogelijk een kopie van de gegevens aan de Commissie toekomen, waarbij de noodzaak om de vertrouwelijkheid van niet-geaggregeerde gevens te waarborgen, wordt geëerbiedigd. De lidstaat mag een kopie van de gegevens eveneens bezorgen aan de secretaris van de SEAFO.

3.   De in dit artikel bedoelde gegevens worden uiterlijk 30 juni 2007 maximaal verzameld en geverifieerd door aangewezen waarnemers.

Artikel 80

Waarnemingen van vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen

1.   Vissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, verstrekken hun vlaggenlidstaat informatie over eender welke visserijactiviteit in het SEAFO-verdragsgebied door vaartuigen die de vlag voeren van een niet-verdragsluitende partij. Deze informatie omvat onder andere:

a)

de naam van het vaartuig;

b)

het registratienummer van het vaartuig;

c)

de vlaggenstaat van het vaartuig;

d)

alle andere relevante informatie betreffende het waargenomen vaartuig.

2.   De lidstaten verstrekken de in lid 1 bedoelde informatie zo snel mogelijk aan de Commissie. De Commissie zendt deze informatie onverwijld door aan de secretaris van de SEAFO.

HOOFDSTUK XI

ILLEGALE, NIET-AANGEGEVEN EN NIET-GEREGLEMENTEERDE VISSERIJ

Artikel 81

Noordelijke Atlantische Oceaan

Vaartuigen die in de noordelijke Atlantische Oceaan illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visserijactiviteiten beoefenen, stellen zich bloot aan de in bijlage XVII vastgestelde maatregelen.

HOOFDSTUK XII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 82

Toezending van gegevens

Wanneer de lidstaten op grond van de artikelen 15, lid 1, en 18, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 gegevens over de aanvoer van de hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie zenden, maken zij daartoe gebruik van de in bijlage I bij deze verordening vermelde bestandscodes.

Artikel 83

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1116/2006 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 84

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Voor TAC's voor het CCAMLR-gebied die gelden voor perioden die ingaan vóór 1 januari 2007, is artikel 55 van toepassing vanaf de begindatum van de betrokken TAC-toepassingsperioden.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 december 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

J. KORKEAOJA


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.

(3)  PB L 70 van 9.3.2004, blz. 8.

(4)  PB L 150 van 30.4.2004, blz. 1. Rectificatie in PB L 185 van 24.5.2004, blz. 1.

(5)  PB L 345 van 28.12.2005, blz. 5.

(6)  PB L 65 van 7.3.2006, blz. 1.

(7)  PB L 276 van 10.10.1983, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1804/2005 (PB L 290 van 4.11.2005, blz. 10).

(8)  PB L 274 van 25.9.1986, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3259/94 (PB L 339 van 29.12.1994, blz. 11).

(9)  PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9.

(10)  PB L 365 van 31.12.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 448/2005 (PB L 74 van 19.3.2005, blz. 5).

(11)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 768/2005 (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).

(12)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 813/2004 (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 32).

(13)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 7.

(14)  PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2166/2005 (PB L 345 van 28.12.2005, blz. 5).

(15)  PB L 191 van 7.7.1998, blz. 10. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2187/2005 (PB L 349 van 31.12.2005, blz. 1).

(16)  PB L 137 van 19.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 831/2004 (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 33).

(17)  PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2269/2004 (PB L 396 van 31.12.2004, blz. 1).

(18)  PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1.

(19)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 17.

(20)  PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16.

(21)  PB L 384 van 29.12.2006, blz. 28.

(22)  PB L 199 van 21.7.2006, blz. 8.

(23)  PB L 226 van 29.8.1980, blz. 48.

(24)  PB L 226 van 29.8.1980, blz. 12.

(25)  PB L 29 van 1.2.1985, blz. 9.

(26)  PB L 16 van 20.1.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2006 (PB L 345 van 8.12.2006, blz. 10).

(27)  PB L 270 van 13.11.1995, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(28)  PB L 186 van 28.7.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(29)  PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22.

(30)  PB L 323 van 4.2.2005, blz. 1.

(31)  PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33.

(32)  PB L 234 van 31.8.2002, blz. 39.

(33)  PB L 190 van 4.7.1998, blz. 34.

(34)  PB L 349 van 31.12.2005, blz. 1.

(35)  PB L 5 van 9.1.2004, blz. 25. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1799/2006 (PB L 341 van 7.12.2006, blz. 26).

(36)  PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1759/2006 (PB L 335 van 1.12.2006, blz. 3).

(37)  PB L 175 van 6.7.1988, blz. 1.

(38)  PB L 121 van 12.5.1994, blz. 3.

(39)  PB L 227 van 12.8.1981, blz. 22.

(40)  PB L 97 van 1.4.2004, blz. 1.

(41)  Deze uren staan voor alle breedtegraden en voor alle dagen in plaatselijke tijd vermeld in de zeevaartkundige almanak. Alle tijdstippen, zij het voor vaartuigactiviteiten of waarnemersmeldingen, worden vermeld ten opzichte van de GMT.


BIJLAGE I

VANGSTMOGELIJKHEDEN, PER SOORT EN PER GEBIED (IN TON LEVEND GEWICHT, TENZIJ ANDERS VERMELD), VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN GEBIEDEN MET VANGSTBEPERKINGEN EN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN WATEREN VAN DE GEMEENSCHAP

Alle in deze bijlage vastgestelde vangstbeperkingen worden als quota beschouwd voor de toepassing van artikel 5 van deze verordening en derhalve geldt daarvoor het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2847/93, inzonderheid in de artikelen 14 en 15.

Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. In onderstaande overzichtstabel staan naast de in deze verordening gebruikte wetenschappelijke namen de corresponderende populaire namen vermeld:

Wetenschappelijke benaming

Drielettercode

Populaire naam

Ammodytidae

SAN

Zandspiering

Anarhichas lupus

CAT

Zeewolf

Aphanopus carbo

BSF

Zwarte haarstaartvis

Argentina silus

ARU

Grote zilvervis

Beryx spp.

ALF

Bericyden

Boreogadus saida

POC

Arctische kabeljauw

Brosme brosme

USK

Torsk

Centrophorus squamosus

GUQ

Donkere doornhaai

Centroscymnus coelolepis

CYO

Portugese hondshaai

Cetorhinus maximus

BSK

Reuzenhaai

Chaenocephalus aceratus

SSI

Scotiazee-ijsvis

Champsocephalus gunnari

ANI

IJsvis

Channichthys rhinoceratus

LIC

Langsnuitijsvis

Chionoecetes spp.

PCR

Sneeuwkrab

Clupea harengus

HER

Haring

Coryphaenoides rupestris

RNG

Grenadiersvis

Dalatias licha

SCK

Zwarte haai

Deania calcea

DCA

Spitssnuitdoornhaai

Dissostichus eleginoides

TOP

Zwarte Patagonische ijsvis

Engraulis encrasicolus

ANE

Ansjovis

Etmopterus princeps

ETR

Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus

ETP

Gladde lantaarnhaai

Etmopterus spinax

ETX

Zwarte doornhaai

Euphausia superba

KRI

Krielgarnaal

Gadus morhua

COD

Kabeljauw

Galeorhinus galeus

GAG

Ruwe haai

Germo alalunga

ALB

Witte tonijn

Glyptocephalus cynoglossus

WIT

Witje

Gobionotothen gibberifrons

NOG

Bultenijsvis

Hippoglossoides platessoides

PLA

Lange schol

Hippoglossus hippoglossus

HAL

Heilbot

Hoplostethus atlanticus

ORY

Orange roughy

Illex illecebrosus

SQI

Kortvinnige pijlinktvis

Lamna nasus

POR

Haringhaai

Lampanyctus achirus

LAC

Lantaarnvis

Lepidonotothen squamifrons

NOS

Grijze zuidpoolkabeljauw

Lepidorhombus spp.

LEZ

Schartong

Limanda ferruginea

YEL

Geelstaartschar

Limanda limanda

DAB

Schar

Lophiidae

ANF

Zeeduivel

Macrourus berglax

RHG

Noordelijke grenadier

Macrourus spp.

GRV

Grenadiers

Makaira nigricans

BUM

Blauwe marlijn

Mallotus villosus

CAP

Lodde

Martialia hyadesi

SQS

Inktvis

Melanogrammus aeglefinus

HAD

Schelvis

Merlangius merlangus

WHG

Wijting

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Micromesistius poutassou

WHB

Blauwe wijting

Microstomus kitt

LEM

Tongschar

Molva dypterigia

BLI

Blauwe leng

Molva macrophthalmus

SLI

Middellandse-Zeeleng

Molva molva

LIN

Leng

Nephrops norvegicus

NEP

Langoestine

Notothenia rossii

NOR

Gemarmerde ijsvis

Pagellus bogaraveo

SBR

Zeebrasem

Pandalus borealis

PRA

Noordse garnaal

Paralomis spp.

PAI

Krab

Penaeus spp.

PEN

Peneide garnalen

Phycis spp.

FOX

Gaffelkabeljauwen

Platichthys flesus

FLX

Bot

Pleuronectes platessa

PLE

Schol

Pleuronectiformes

FLX

Platvis

Pollachius pollachius

POL

Pollak

Pollachius virens

POK

Koolvis

Psetta maxima

TUR

Tarbot

Pseudochaenichthys georgianus

SGI

Georgia ijsvis

Rajidae

SRX-RAJ

Roggen

Reinhardtius hippoglossoides

GHL

Groenlandse heilbot

Salmo salar

SAL

Atlantische zalm

Scomber scombrus

MAC

Makreel

Scopthalmus rhombus

BLL

Griet

Sebastes spp.

RED

Roodbaars

Solea solea

SOL

Tong

Solea spp.

SOX

Tongen

Sprattus sprattus

SPR

Sprot

Squalus acanthias

DGS

Doornhaai

Tetrapturus alba

WHM

Witte marlijn

Thunnus alalunga

ALB

Witte tonijn

Thunnus albacares

YFT

Geelvintonijn

Thunnus obesus

BET

Grootoogtonijn

Thunnus thynnus

BFT

Blauwvintonijn

Trachurus spp.

JAX

Horsmakrelen

Trisopterus esmarki

NOP

Kever

Urophycis tenuis

HKW

Witte heek

Xiphias gladius

SWO

Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gewone benamingen en wetenschappelijke benamingen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:

Witte tonijn

ALB

Thunnus alalunga

Witte tonijn

ALB

Germo alalunga

Bericyden

ALF

Beryx spp.

Lange schol

PLA

Hippoglossoides platessoides

Ansjovis

ANE

Engraulis encrasicolus

Zeeduivel

ANF

Lophiidae

IJsvis

ANI

Champsocephalus gunnari

Zwarte Patagonische ijsvis

TOP

Dissostichus eleginoides

Zeewolf

CAT

Anarhichas lupus

Heilbot

HAL

Hippoglossus hippoglossus

Atlantische zalm

SAL

Salmo salar

Reuzenhaai

BSK

Cetorhinus maximus

Grootoogtonijn

BET

Thunnus obesus

Spitssnuitdoornhaai

DCA

Deania calcea

Zwarte haarstaartvis

BSF

Aphanopus carbo

Scotiazee-ijsvis

SSI

Chaenocephalus aceratus

Blauwe leng

BLI

Molva dypterigia

Blauwe marlijn

BUM

Makaira nigricans

Blauwe wijting

WHB

Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn

BFT

Thunnus thynnus

Griet

BLL

Scopthalmus rhombus

Lodde

CAP

Mallotus villosus

Kabeljauw

COD

Gadus morhua

Tong

SOL

Solea solea

Krab

PAI

Paralomis spp.

Schar

DAB

Limanda limanda

Platvis

FLX

Pleuronectiformes

Bot

FLX

Platichthys flesus

Gaffelkabeljauwen

FOX

Phycis spp.

Grote lantaarnhaai

ETR

Etmopterus princeps

Grote zilvervis

ARU

Argentina silus

Groenlandse heilbot

GHL

Reinhardtius hippoglossoides

Grenadiers

GRV

Macrourus spp.

Grijze zuidpoolkabeljauw

NOS

Lepidonotothen squamifrons

Schelvis

HAD

Melanogrammus aeglefinus

Heek

HKE

Merluccius merluccius

Haring

HER

Clupea harengus

Horsmakrelen

JAX

Trachurus spp.

Bultenijsvis

NOG

Gobionotothen gibberifrons

Zwarte haai

SCK

Dalatias licha

Krielgarnaal

KRI

Euphausia superba

Lantaarnvis

LAC

Lampanyctus achirus

Donkere doornhaai

GUQ

Centrophorus squamosus

Tongschar

LEM

Microstomus kitt

Leng

LIN

Molva molva

Makreel

MAC

Scomber scombrus

Gemarmerde ijsvis

NOR

Notothenia rossii

Schartong

LEZ

Lepidorhombus spp.

Noordse garnaal

PRA

Pandalus borealis

Langoestine

NEP

Nephrops norvegicus

Kever

NOP

Trisopterus esmarki

Orange roughy

ORY

Hoplostethus atlanticus

Peneide garnalen

PEN

Penaeus spp.

Schol

PLE

Pleuronectes platessa

Arctische kabeljauw

POC

Boreogadus saida

Pollak

POL

Pollachius pollachius

Haringhaai

POR

Lamna nasus

Portugese hondshaai

CYO

Centroscymnus coelolepis

Zeebrasem

SBR

Pagellus bogaraveo

Roodbaars

RED

Sebastes spp.

Noordelijke grenadier

RHG

Macrourus berglax

Grenadiersvis

RNG

Coryphaenoides rupestris

Koolvis

POK

Pollachius virens

Zandspiering

SAN

Ammodytidae

Kortvinnige pijlinktvis

SQI

Illex illecebrosus

Roggen

SRX-RAJ

Rajidae

Gladde lantaarnhaai

ETP

Etmopterus pusillus

Sneeuwkrab

PCR

Chionoecetes spp.

Tongen

SOX

Solea spp.

Georgia ijsvis

SGI

Pseudochaenichthys georgianus

Middellandse-Zeeleng

SLI

Molva macrophthalmus

Sprot

SPR

Sprattus sprattus

Doornhaai

DGS

Squalus acanthias

Inktvis

SQS

Martialia hyadesi

Zwaardvis

SWO

Xiphias gladius

Ruwe haai

GAG

Galeorhinus galeus

Tarbot

TUR

Psetta maxima

Torsk

USK

Brosme brosme

Langsnuitijsvis

LIC

Channichthys rhinoceratus

Zwarte doornhaai

ETX

Etmopterus spinax

Witte heek

HKW

Urophycis tenuis

Witte marlijn

WHM

Tetrapturus alba

Wijting

WHG

Merlangius merlangus

Witje

WIT

Glyptocephalus cynoglossus

Geelvintonijn

YFT

Thunnus albacares

Geelstaartschar

YEL

Limanda ferruginea

BIJLAGE IA

SKAGERRAK, KATTEGAT, ICES-zones I, II, III, IV, EG-wateren van de ICES-zones V, VI, VII, VIII, IX en X, CECAF (EG-wateren) en wateren van Frans Guyana

Soort:

Zandspiering

Ammodytidae

Zone:

IV (Noorse wateren)

SAN/04-N.

Denemarken

19 000 (1)

 

Verenigd Koninkrijk

1 000 (1)

 

EG

20 000 (1)

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zandspiering

Ammodytidae

Zone:

IIIa; EG-wateren van IIa en IV (2)

SAN/2A3A4.

Denemarken

Niet vastgesteld

 

Verenigd Koninkrijk

Niet vastgesteld

 

Alle lidstaten

Niet vastgesteld (3)

 

EG

Niet vastgesteld

 

Noorwegen

20 000 (4)  (5)

 

TAC

Niet vastgesteld

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van zones I en II

ARU/1/2.

Duitsland

31

 

Frankrijk

10

 

Nederland

25

 

Verenigd Koninkrijk

50

 

EG

116

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van de zones III en IV

ARU/3/4.

Denemarken

1 180

 

Duitsland

12

 

Frankrijk

8

 

Ierland

8

 

Nederland

55

 

Zweden

46

 

Verenigd Koninkrijk

21

 

EG

1 331

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone:

EG-wateren en internationale wateren)

ARU/567.

Duitsland

405

 

Frankrijk

9

 

Ierland

378

 

Nederland

4 225

 

Verenigd Koninkrijk

297

 

EG

5 311

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Torsk

Brosme brosme

Zone:

EG-wateren van de zones IIa, IV, Vb, VI en VII

USK/2A47-C

EG

Niet relevant (6)

 

Noorwegen

3 400 (7)  (8)

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Torsk

Brosme brosme

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van de zones I, II en XIV

USK/1214EI

Duitsland

7

 

Frankrijk

7

 

Verenigd Koninkrijk

7

 

Andere

4 (9)

 

EG

25

 


Soort:

Torsk

Brosme brosme

Zone:

III (EG-wateren en internationale wateren)

USK/3EI.

Denemarken

15

 

Zweden

8

 

Duitsland

8

 

EG

31

 


Soort:

Torsk

Brosme brosme

Zone:

IV (EG-wateren en internationale wateren)

USK/4EI.

Denemarken

69

 

Duitsland

21

 

Frankrijk

49

 

Zweden

7

 

Verenigd Koninkrijk

104

 

Andere

7 (10)

 

EG

257

 


Soort:

Torsk

Brosme brosme

Zone:

EG-wateren en internationale wateren

USK/567EI.

Duitsland

7

 

Spanje

24

Frankrijk

282

Ierland

27

Verenigd Koninkrijk

136

Andere

7 (11)

EG

483


Soort:

Torsk

Brosme brosme

Zone:

IV (Noorse wateren)

USK/4AB-N.

België

1

 

Denemarken

191

 

Duitsland

1

 

Frankrijk

1

 

Nederland

1

 

Verenigd Koninkrijk

5

 

EG

200

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring (12)

Clupea harengus

Zone:

IIIa

HER/03A.

Denemarken

28 907

 

Duitsland

463

 

Zweden

30 239

 

EG

59 609

 

Faeröer

500 (13)

 

TAC

69 360

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring (14)

Clupea harengus

Zone:

IV benoorden 53o30' N.B.

HER/04A., HER/04B.

Denemarken

50 349

 

Duitsland

34 118

 

Frankrijk

19 232

 

Nederland

47 190

 

Zweden

3 470

 

Verenigd Koninkrijk

50 279

 

EG

204 638

 

Noorwegen

50 000 (15)

 

TAC

341 063

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren bezuiden

62o N.B. (HER/*04N-)

EG

50 000


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

Noorse wateren bezuiden 62o N.B.

HER/04-N.

Zweden

846 (16)

 

EG

846

TAC

Niet van toepassing


Soort:

Haring (17)

Clupea harengus

Zone:

Bijvangsten in zone IIIa

HER/03A-BC

Denemarken

13 160

 

Duitsland

117

 

Zweden

2 119

 

EG

15 396

 

TAC

15 396

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring (18)

Clupea harengus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV, VIId bijvangsten

HER/2A47DX

België

158

 

Denemarken

30 514

 

Duitsland

158

 

Frankrijk

158

 

Nederland

158

 

Zweden

149

 

Verenigd Koninkrijk

580

 

EG

31 875

 

TAC

31 875

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring (19)

Clupea harengus

Zone:

VIId; IVc (20)

HER/4CXB7D

België

8 277 (21)

 

Denemarken

651 (21)

 

Duitsland

441 (21)

 

Frankrijk

9 014 (21)

 

Nederland

15 710 (21)

 

Verenigd Koninkrijk

3 424 (21)

 

EG

37 517

 

TAC

341 063

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

Vb en VIb; EG-wateren van VIaN (22)

HER/5B6AN.B.

Duitsland

3 727

 

Frankrijk

705

 

Ierland

5 036

 

Nederland

3 727

 

Verenigd Koninkrijk

20 145

 

EG

33 340

 

Faeröer

660 (23)

 

TAC

34 000

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIIbc; VIaS (24)

HER/6AS7BC

Ierland

12 600

 

Nederland

1 260

 

EG

13 860

 

TAC

13 860

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VI Clyde (25)

HER/06ACL.

Verenigd Koninkrijk

800

 

EG

800

 

TAC

800

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIIa (26)

HER/07A/MM

Ierland

1 250

 

Verenigd Koninkrijk

3 550

 

EG

4 800

 

TAC

4 800

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIIe en VIIf

HER/7EF.

Frankrijk

500

 

Verenigd Koninkrijk

500

 

EG

1 000

 

TAC

1 000

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIIg (27), VIIh (27), VIIj (27) en VIIk (27)

HER/7G-K.

Duitsland

104

 

Frankrijk

580

 

Ierland

8 117

 

Nederland

580

 

Verenigd Koninkrijk

12

 

EG

9 393

 

TAC

9 393

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Zone:

VIII

ANE/08.

Spanje

0 (28)

 

Frankrijk

0 (28)

 

EG

0 (28)

 

TAC

0 (28)

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Zone:

IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

ANE/9/3411

Spanje

3 826

 

Portugal

4 174

 

EG

8 000

 

TAC

8 000

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

Skagerrak (29)

COD/03AN.

België

7

 

Denemarken

2 282

 

Duitsland

57

 

Nederland

14

 

Zweden

399

 

EG

2 759

 

TAC

2 851

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

Kattegat (30)

COD/03AS.

Denemarken

451

 

Duitsland

9

 

Zweden

271

 

EG

731

 

TAC

731

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

IV; IIa (EG-wateren)

COD/2AC4.

België

590

 

Denemarken

3 388

 

Duitsland

2 148

 

Frankrijk

728

 

Nederland

1 914

 

Zweden

23

 

Verenigd Koninkrijk

7 773

 

EG

16 564

 

Noorwegen

3 393 (31)

 

TAC

19 957

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken ICES-zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

 

IV (Noorse wateren)

(COD/*04N-)

EG

14 397


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

Noorse wateren bezuiden 62o N.B.

COD/04-N.

Zweden

382

 

EG

382

 

TAC

Niet relevant

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

VI; Vb (EG-wateren); EG-wateren en internationale wateren van de zones XII en XIV

COD/561214

België

1

 

Duitsland

7

 

Frankrijk

78

 

Ierland

110

 

Verenigd Koninkrijk

294

 

EG

490

 

TAC

490

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken ICES-zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

 

VIa; Vb (EG-wateren);

(COD/*5BC6A)

België

1

Duitsland

7

Frankrijk

78

Ierland

110

Verenigd Koninkrijk

294

EG

490


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

VIIa

COD/07A.

België

19

 

Frankrijk

54

 

Ierland

963

 

Nederland

5

 

Verenigd Koninkrijk

421

 

EG

1 462

 

TAC

1 462

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

VIIb-k, VIII, IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

COD/7X7A34

België

197

 

Frankrijk

3 377

 

Ierland

775

 

Nederland

28

 

Verenigd Koninkrijk

366

 

EG

4 743

 

TAC

4 743

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone:

EG-wateren van IIa en IV

LEZ/2AC4-C

België

4

 

Denemarken

4

 

Duitsland

4

 

Frankrijk

24

 

Nederland

19

 

Verenigd Koninkrijk

1 424

 

EG

1 479

 

TAC

1 479

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone:

VI; Vb (EG-wateren); Internationale wateren van XII en XIV

LEZ/561214

Spanje

327

 

Frankrijk

1 277

 

Ierland

373

 

Verenigd Koninkrijk

903

 

EG

2 880

 

TAC

2 880

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone:

VII

LEZ/07.

België

494

 

Spanje

5 490

 

Frankrijk

6 663

 

Ierland

3 029

 

Verenigd Koninkrijk

2 624

 

EG

18 300

 

TAC

18 300

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone:

VIIIabde

LEZ/8ABDE.

Spanje

1 176

 

Frankrijk

949

 

EG

2 125

 

TAC

2 125

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone:

VIIIc, IX en X; CECAF 31.1.1 (EG-wateren)

LEZ/8C3411

Spanje

1 330

 

Frankrijk

66

 

Portugal

44

 

EG

1 440

 

TAC

1 440

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schar en bot

Limanda limanda en Platichthys flesus

Zone:

EG-wateren van IIa en IV

D/F/2AC4-C

België

466

 

Denemarken

1 752

 

Duitsland

2 627

 

Frankrijk

182

 

Nederland

10 594

 

Zweden

6

 

Verenigd Koninkrijk

1 473

 

EG

17 100

 

TAC

17 100

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

EG-wateren van IIa en IV

ANF/2AC4-C

België

401

 

Denemarken

884

 

Duitsland

432

 

Frankrijk

82

 

Nederland

303

 

Zweden

10

 

Verenigd Koninkrijk

9 233

 

EG

11 345

 

TAC

11 345

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

IV (Noorse wateren)

ANF/4AB-N.

België

50

 

Denemarken

1 266

 

Duitsland

20

 

Nederland

18

 

Verenigd Koninkrijk

296

 

EG

1 650

 

TAC

Niet relevant

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

VI; Vb (EG-wateren); Internationale wateren van XII en XIV

ANF/561214

België

185

 

Duitsland

212

 

Spanje

198

 

Frankrijk

2 280

 

Ierland

516

 

Nederland

178

 

Verenigd Koninkrijk

1 586

 

EG

5 155

 

TAC

5 155

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

VII

ANF/07.

België

2 595 (32)

 

Duitsland

289 (32)

 

Spanje

1 031 (32)

 

Frankrijk

16 651 (32)

 

Ierland

2 128 (32)

 

Nederland

336 (32)

 

Verenigd Koninkrijk

5 050 (32)

 

EG

28 080 (32)

 

TAC

28 080 (32)

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

VIIIabde

ANF/8ABDE.

Spanje

1 206

 

Frankrijk

6 714

 

EG

7 920

 

TAC

7 920

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

VIIIc, IX en X; CECAF 31.1.1 (EG-wateren)

ANF/8C3411

Spanje

1 629

 

Frankrijk

2

 

Portugal

324

 

EG

1 955

 

TAC

1 955

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

IIIa; IIIbcd (EG-wateren)

HAD/3A/BCD

België

16 (33)

 

Denemarken

2 708 (33)

 

Duitsland

172 (33)

 

Nederland

3 (33)

 

Zweden

320 (33)

 

EG

3 219 (33)

 

TAC

3 360 (33)

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

IV; IIa (EG-wateren)

HAD/2AC4.

België

498 (34)

 

Denemarken

3 425 (34)

 

Duitsland

2 180 (34)

 

Frankrijk

3 799 (34)

 

Nederland

374 (34)

 

Zweden

241 (34)

 

Verenigd Koninkrijk

36 466 (34)

 

EG

46 983 (34)

 

Noorwegen

7 657

 

TAC

54 640

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

IV (Noorse wateren)

(HAD/*04N-)

EG

34 948


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

Noorse wateren bezuiden 62o N.B.

HAD/04-N.

Zweden

707

 

EG

707

 

TAC

Niet relevant

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

VIb, XII en XIV

HAD/6B1214

België

10

 

Duitsland

12

 

Frankrijk

509

 

Ierland

363

 

Verenigd Koninkrijk

3 721

 

EG

4 615

 

TAC

4 615

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

EG-wateren van Vb en VIa

HAD/5BC6A.

België

15

 

Duitsland

18

 

Frankrijk

738

 

Ierland

1 037

 

Verenigd Koninkrijk

5 392

 

EG

7 200

 

TAC

7 200

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

VII, VIII, IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

HAD/7/3411

België

128

 

Frankrijk

7 680

 

Ierland

2 560

 

Verenigd Koninkrijk

1 152

 

EG

11 520

 

TAC

11 520

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de opgegeven hoeveelheden

 

VIIa

(HAD/*07A)

België

19

Frankrijk

85

Ierland

511

Verenigd Koninkrijk

564

EG

1 179

Bij melding van de vangsten aan de Commissie, moeten de lidstaten de in VIIa gevangen hoeveelheden apart opgeven. Aan land brengen van schelvis uit sector VIIa is verboden wanneer de totale aanvoer meer dan 1 179 ton bedraagt.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

IIIa

WHG/03A.

Denemarken

1 326 (35)

 

Nederland

5 (35)

 

Zweden

142 (35)

 

EG

1 473 (35)

 

TAC

1 500

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

IV; IIa (EG-wateren)

WHG/2AC4.

België

655 (36)

 

Denemarken

2 833 (36)

 

Duitsland

737 (36)

 

Frankrijk

4 257 (36)

 

Nederland

1 637 (36)

 

Zweden

4 (36)

 

Verenigd Koninkrijk

11 297 (36)

 

EG

21 420 (36)

 

Noorwegen

2 380 (37)

 

TAC

23 800

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

 

IV (Noorse wateren)

(WHG/*04N-)

EG

14 512


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

VI; Vb (EG-wateren); Internationale wateren van XII en XIV

WHG/561214

Duitsland

6

 

Frankrijk

124

 

Ierland

305

 

Verenigd Koninkrijk

585

 

EG

1 020

 

TAC

1 020

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

VIIa

WHG/07A.

België

1

 

Frankrijk

13

 

Ierland

213

 

Nederland

0

 

Verenigd Koninkrijk

144

 

EG

371

 

TAC

371

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

VIIbcdefghk

WHG/7X7A.

België

195

 

Frankrijk

11 964

 

Ierland

5 544

 

Nederland

97

 

Verenigd Koninkrijk

2 140

 

EG

19 940

 

TAC

19 940

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

VIII

WHG/08.

Spanje

1 440

 

Frankrijk

2 160

 

EG

3 600

 

TAC

3 600

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

IX en X; CECAF 31.1.1 (EG-wateren)

WHG/9/3411

Portugal

653

 

EG

653

 

TAC

653

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting en pollak

Merlangius merlangus en Pollachius pollachius

Zone:

Noorse wateren bezuiden 62o N.B.

W/P/04-N.

Zweden

190

 

EG

190

 

TAC

Niet relevant

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

IIIa; IIIb, c en d (EG-wateren)

HKE/3A/BCD

Denemarken

1 463

 

Zweden

125

 

EG

1 588

 

TAC

1 588 (38)

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

EG-wateren van IIa en IV

HKE/2AC4-C

België

26

 

Denemarken

1 070

 

Duitsland

123

 

Frankrijk

237

 

Nederland

61

 

Verenigd Koninkrijk

333

 

EG

1 850

 

TAC

1 850 (39)

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

VI en VII; Vb (EG-wateren); Internationale wateren van XII en XIV

HKE/571214

België

272 (40)

 

Spanje

8 708

 

Frankrijk

13 448 (40)

 

Ierland

1 629

 

Nederland

175 (40)

 

Verenigd Koninkrijk

5 309 (40)

 

EG

29 541

 

TAC

29 541 (41)

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

VIIIabde

(HKE/*8ABDE)

België

35

Spanje

1 404

Frankrijk

1 404

Ierland

176

Nederland

18

Verenigd Koninkrijk

790

EG

3 828


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

VIIIabde

HKE/8ABDE.

België

9 (42)

 

Spanje

6 062

 

Frankrijk

13 612

 

Nederland

18 (42)

 

EG

19 701

 

TAC

19 701 (43)

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

VI en VII; Vb (EG-wateren); Internationale wateren van XII en XIV

(HKE/*57-14)

België

2

Spanje

1 756

Frankrijk

3 161

Nederland

5

EG

4 924


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

VIIIc, IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

HKE/8C3411

Spanje

3 922

 

Frankrijk

376

 

Portugal

1 830

 

EG

6 128

 

TAC

6 128

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone:

IV (Noorse wateren)

WHB/4AB-N.

Denemarken

18 050

 

Verenigd Koninkrijk

950

 

EG

19 000

 

TAC

1 700 000

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIabde, XII en XIV

WHB/1X14

Denemarken

42 605 (44)  (45)

 

Duitsland

16 565 (44)  (45)

 

Spanje

36 119 (44)  (45)

 

Frankrijk

29 649 (44)  (45)

 

Ierland

32 992 (44)  (45)

 

Nederland

51 951 (44)  (45)

 

Portugal

3 355 (44)  (45)

 

Zweden

10 539 (44)  (45)

 

Verenigd Koninkrijk

55 283 (44)  (45)

 

EG

279 058 (44)  (45)

 

Noorwegen

140 000 (46)  (47)

 

Faeröer

43 500 (48)  (49)

 

TAC

1 700 000

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone:

VIIIc, IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

WHB/8C3411

Spanje

37 954 (50)

 

Portugal

9 488 (50)

 

EG

47 442 (50)

 

TAC

1 700 000

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone:

EG-wateren in de zones II, IVa, V, VI ten noorden van 56o30'N.B. en VII ten westen van 12oW.L.

WHB/24A567

Noorwegen

272 161 (51)  (52)

 

Faeröer

27 000 (53)  (54)

TAC

1 700 000


Soort:

Tongschar en witje

Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus

Zone:

EG-wateren van IIa en IV

L/W/2AC4-C

België

334

 

Denemarken

921

 

Duitsland

118

 

Frankrijk

252

 

Nederland

767

 

Zweden

10

 

Verenigd Koninkrijk

3 773

 

EG

6 175

 

TAC

6 175

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe leng

Molva dypterigia

Zone:

EG-wateren van de zones IIa, IV, Vb, VI en VII

BLI/2A47-C

EG

Niet relevant (55)

 

Noorwegen

160

TAC

Niet relevant


Soort:

Blauwe leng

Molva dypterigia

Zone:

EG-wateren ten noorden van 56o30'N.B. en VIb

BLI/6AN6B.

Faeröer

200 (56)

 

TAC

Niet relevant


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van zones I en II

LIN/1/2.

Denemarken

10

 

Duitsland

10

 

Frankrijk

10

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

Overige (57)

5

 

EG

45

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

IIIa; IIIb, c en d (EG-wateren)

LIN/03.

België

8

 

Denemarken

62

 

Duitsland

8

 

Zweden

24

 

Verenigd Koninkrijk

8

 

EG

109

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

IV (EG-wateren)

LIN/04.

België

20

 

Denemarken

318

 

Duitsland

197

 

Frankrijk

177

 

Nederland

7

 

Zweden

14

 

Verenigd Koninkrijk

2 440

 

EG

3 173

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

V (EG-wateren en internationale wateren)

LIN/05.

België

10

 

Denemarken

7

 

Duitsland

7

 

Frankrijk

7

 

Verenigd Koninkrijk

7

 

EG

38

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van de zones VI, VII, VIII, IX, X, XII, XIV

LIN/6X14.

België

45

 

Denemarken

8

 

Duitsland

163

 

Spanje

3 299

 

Frankrijk

3 518

 

Ierland

882

 

Portugal

8

 

Verenigd Koninkrijk

4 050

 

EG

11 973

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

EG-wateren van de zones IIa, IV, Vb, VI en VII

LIN/2A47-C

EG

Niet relevant (58)

 

Noorwegen

5 780 (59)  (60)

 

Faeröer

250 (61)  (62)

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

IV (Noorse wateren)

LIN/4AB-N.

België

7

 

Denemarken

878

 

Duitsland

25

 

Frankrijk

10

 

Nederland

1

 

Verenigd Koninkrijk

79

 

EG

1 000

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoestine

Nephrops norvegicus

Zone:

IIIa; IIIb, c en d (EG-wateren)

NEP/3A/BCD

Denemarken

3 800

 

Duitsland

11

 

Zweden

1 359

 

EG

5 170

 

TAC

5 170

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoestine

Nephrops norvegicus

Zone:

EG-wateren van IIa en IV

NEP/2AC4-C

België

1 368

 

Denemarken

1 368

 

Duitsland

20

 

Frankrijk

40

 

Nederland

704

 

Verenigd Koninkrijk

22 644

 

EG

26 144

 

TAC

26 144

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoestine

Nephrops norvegicus

Zone:

IV (Noorse wateren)

NEP/4AB-N.

Denemarken

1 230

 

Duitsland

1

 

UK

69

 

EG

1 300

 

TAC

Niet relevant

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoestine

Nephrops norvegicus

Zone:

VI; Vb (EG-wateren);

NEP/5BC6.

Spanje

40

 

Frankrijk

161

 

Ierland

269

 

Verenigd Koninkrijk

19 415

 

EG

19 885

 

TAC

19 885

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoestine

Nephrops norvegicus

Zone:

VII

NEP/07.

Spanje

1 509

 

Frankrijk

6 116

 

Ierland

9 277

 

Verenigd Koninkrijk

8 251

 

EG

25 153

 

TAC

25 153

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoestine

Nephrops norvegicus

Zone:

VIIIabde

NEP/8ABDE.

Spanje

259

 

Frankrijk

4 061

 

EG

4 320

 

TAC

4 320

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoestine

Nephrops norvegicus

Zone:

VIIIc

NEP/08C.

Spanje

126

 

Frankrijk

5

 

EG

131

 

TAC

131

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoestine

Nephrops norvegicus

Zone:

IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

NEP/9/3411

Spanje

109

 

Portugal

328

 

EG

437

 

TAC

437

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone:

IIIa

PRA/03A.

Denemarken

4 033

 

Zweden

2 172

 

EG

6 205

 

TAC

11 620

Analytische TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone:

EG-wateren van IIa en IV

PRA/2AC4-C

Denemarken

2 960

 

Nederland

28

 

Zweden

119

 

Verenigd Koninkrijk

877

 

EG

3 984

 

TAC

3 984

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone:

Noorse wateren bezuiden 62o N.B.

PRA/04-N.

Denemarken

900

 

Zweden

164 (63)

 

EG

1 064

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Peneide garnalen

Penaeus spp.s

Zone:

wateren van Frans-Guyana (64)

PEN/FGU.

Frankrijk

4 108 (65)

 

EG

4 108 (65)

 

TAC

4 108 (65)

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

Skagerrak (66)

PLE/03AN.

België

51

 

Denemarken

6 617

 

Duitsland

34

 

Nederland

1 273

 

Zweden

355

 

EG

8 330

 

TAC

8 500

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

Kattegat (67)

PLE/03AS.

Denemarken

1 891

 

Duitsland

21

 

Zweden

213

 

EG

2 125

 

TAC

2 125

Voorzorgs-TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa<