Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32006D1016

2006/1016/EG: Besluit van de Raad van 19 december 2006 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen en garanties voor projecten buiten de Gemeenschap

OJ L 414, 30.12.2006, p. 95–103 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 200M , 1.8.2007, p. 740–748 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 01 Volume 007 P. 176 - 184
Special edition in Romanian: Chapter 01 Volume 007 P. 176 - 184
Special edition in Croatian: Chapter 01 Volume 015 P. 132 - 140

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2006/1016/oj

30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 414/95


BESLUIT VAN DE RAAD

van 19 december 2006

tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen en garanties voor projecten buiten de Gemeenschap

(2006/1016/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 181 A,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Sinds 1963 voert de Europese Investeringsbank (hierna „de EIB” genoemd) verrichtingen uit buiten de Gemeenschap ter ondersteuning van het externe beleid van de Gemeenschap.

(2)

De meeste van deze verrichtingen worden uitgevoerd op verzoek van de Raad onder dekking van een door de Commissie beheerde communautaire begrotingsgarantie. De meest recente communautaire garantie werd ingesteld voor de periode 2000-2007 bij Besluit 2000/24/EG van de Raad van 22 december 1999 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (Midden- en Oost-Europa, Middellandse Zeegebied, Latijns-Amerika en Azië en de Republiek Zuid-Afrika) (2) en bij Besluiten 2001/777/EG (3) en 2005/48/EG (4) voor leningsactiviteiten in specifieke regio's.

(3)

Om het externe optreden van de EU te kunnen ondersteunen zonder afbreuk te doen aan de kredietwaardigheid van de EIB, dient de EIB een communautaire begrotingsgarantie te worden verleend voor verrichtingen buiten de Gemeenschap. De EIB moet worden aangemoedigd haar verrichtingen buiten de Gemeenschap, en met name in de pretoetredingslanden, de Middellandse Zeelanden en investeringswaardige landen in andere regio's, uit te breiden zonder gebruikmaking van de communautaire garantie. Tevens dient de aard van de dekking van de communautaire garantie te worden verduidelijkt door te preciseren dat zij politieke en landenrisico's dekt.

(4)

De communautaire garantie dient verliezen op leningen en leninggaranties te dekken voor in aanmerking komende investeringsprojecten van de EIB in landen die vallen onder het instrument voor pretoetredingssteun (5) (hierna „het IPA” genoemd), het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (6) (hierna „het ENPI” genoemd) en het instrument voor ontwikkelingssamenwerking (hierna „het IOS” genoemd), mits de betrokken leningfinanciering of -garantie is toegekend krachtens een ondertekende overeenkomst die niet verstreken of geannuleerd is (hierna „financieringsverrichtingen van de EIB” genoemd).

(5)

De op grond van dit besluit door een communautaire garantie gedekte bedragen gelden als maxima voor de EIB-financiering met een communautaire garantie. Zij vormen geen verplichte streefdoelen voor de EIB.

(6)

De EU-beleidslijnen op het gebied van externe betrekkingen zijn de laatste jaren herzien en uitgebreid. Dit is met name het geval geweest voor de pretoetredingsstrategie zoals geformuleerd in het Strategiedocument 2005 over de uitbreiding van de Commissie, voor het Europees nabuurschapsbeleid zoals geformuleerd in het strategiedocument van de Commissie van 12 mei 2004, voor de hernieuwde partnerschappen met Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië en voor het strategische partnerschap van de EU met Rusland, China en India.

(7)

Vanaf 2007 zullen de externe betrekkingen van de EU ook worden ondersteund door de nieuwe financiële instrumenten, namelijk het IPA, het ENPI, het IOS en het stabiliteitsinstrument (7).

(8)

De financieringsverrichtingen van de EIB moeten consistent zijn met de externe beleidslijnen van de EU, die ook specifieke regionale doelstellingen omvatten, en deze ondersteunen. De financiering van de EIB moet complementair zijn met de overeenkomstige beleidsinitiatieven, programma's en instrumenten voor communautaire steun in de verschillende regio's. Verder moeten ook milieubescherming en de energiezekerheid van de lidstaten tot de financieringsdoelstellingen van de EIB in alle in aanmerking komende regio's behoren. De financieringsverrichtingen van de EIB dienen plaats te vinden in landen die voldoen aan passende voorwaarden die in overeenstemming zijn met overeenkomsten op hoog niveau met de EU over politieke en macro-economische aspecten.

(9)

De beleidsdialoog tussen de Commissie en de EIB en de strategische planning en samenhang tussen de financieringsactiviteiten van de EIB en die van de Commissie moeten worden versterkt. De samenhang tussen EIB-activiteiten buiten de Gemeenschap en het EU-beleid dient te worden versterkt door middel van een intensievere samenwerking tussen de EIB en de Commissie, zowel op centraal niveau als op het terrein. Een dergelijke nauwere coördinatie dient onder meer het volgende te behelzen: vroegtijdig onderling overleg over beleidsaangelegenheden, opstelling van documenten van gemeenschappelijk belang en ontwerpprojecten. Met name vroegtijdig overleg over de door de Commissie of de EIB opgestelde strategische programmeringsdocumenten zal daarbij van belang zijn, teneinde een maximale synergie tussen de activiteiten van de EIB en die van de Commissie te bewerkstelligen en de vorderingen met de verwezenlijking van de desbetreffende EU-beleidsdoelstellingen te meten.

(10)

De EIB-financiering in de pretoetredingslanden moet in overeenstemming zijn met de prioriteiten die zijn vastgelegd in het kader van de Europese partnerschappen, in de partnerschappen voor toetreding, in de stabilisatie- en associatieovereenkomsten en in het kader van onderhandelingen met de EU. Bij het EU-optreden in de westelijke Balkan dient het accent verder geleidelijk te verschuiven van wederopbouw naar pretoetredingssteun. In dit verband moet de EIB-activiteit ook de institutionele opbouw aanmoedigen, waar mogelijk in samenwerking met andere internationale financiële instellingen (hierna „IFI's” genoemd) die in de regio actief zijn. Over de periode 2007-2013 zou de financiering van de kandidaat-lidstaten (Kroatië, Turkije en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië) steeds meer moeten plaatsvinden in het kader van de door de EIB beschikbaar gestelde pretoetredingsfaciliteit, die gaandeweg dient te worden uitgebreid tot de potentiële kandidaat-lidstaten in de westelijke Balkan naarmate het toetredingsproces in deze landen vordert.

(11)

Wat de onder het ENPI vallende landen betreft, dient de EIB haar activiteiten in het Middellandse Zeegebied voort te zetten en te consolideren, en daarbij de aandacht meer te richten op de ontwikkeling van de particuliere sector. In dit verband dienen de partnerlanden ook hun medewerking te verlenen aan de facilitering van de ontwikkeling van de particuliere sector en structurele hervormingen aan te moedigen, met name in de financiële sector, alsmede aan andere maatregelen ter facilitering van de activiteiten van de EIB, met name door ervoor te zorgen dat de EIB op lokale markten obligaties kan uitgeven. Wat Oost-Europa, de zuidelijke Kaukasus en Rusland betreft, dient de EIB haar activiteiten in de betrokken landen te intensiveren wanneer deze landen voldoen aan passende voorwaarden die in overeenstemming zijn met overeenkomsten op hoog niveau over politieke en macro-economische aspecten tussen de EU en het betrokken land. In deze regio dient de EIB projecten van significant belang voor de EU te financieren in vervoer-, energie-, telecommunicatie- en milieu-infrastructuur. Daarbij dient voorrang te worden gegeven aan projecten die betrekking hebben op uitgebreide belangrijke trajecten van een trans-Europees netwerk, projecten met grensoverschrijdende gevolgen voor een of meer lidstaten en belangrijke projecten die door middel van een betere connectiviteit de regionale integratie in de hand werken. In de milieusector dient de EIB in Rusland bijzondere voorrang te verlenen aan projecten die passen in het kader van het Milieupartnerschap voor de Noordelijke Dimensie. In de energiesector zijn strategische projecten op het gebied van energievoorziening en -transport van bijzonder belang. De financieringsverrichtingen van de EIB in deze regio dienen te worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (hierna „de EBWO” genoemd), en met name overeenkomstig de voorwaarden die moeten worden neergelegd in een tripartiet memorandum van overeenstemming tussen de Commissie, de EIB en de EBWO.

(12)

De financiering van de EIB in de Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen zal geleidelijk op de samenwerkingsstrategie van de EU in deze regio's worden afgestemd en een aanvulling vormen op instrumenten die met communautaire begrotingsmiddelen worden gefinancierd. De EIB dient ernaar te streven haar activiteiten in deze regio's geleidelijk over een groter aantal landen, inclusief de minder welvarende, uit te breiden. De financiering van de EIB in de Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen moet de doelstellingen van de EU ondersteunen, en zich daarbij vooral richten op milieuduurzaamheid (onder meer beperking van de klimaatverandering) en projecten op het gebied van energiezekerheid, en de constante steun voor de EU-aanwezigheid in Azië en Latijns-Amerika door middel van directe buitenlandse investeringen, technologieoverdracht en knowhow. In verband met rentabiliteitsoverwegingen moet de EIB ook direct kunnen werken met lokale ondernemingen, in het bijzonder op het gebied van milieuduurzaamheid en energiezekerheid. Bij de tussentijdse evaluatie zullen de doelstellingen van de EIB-financiering in Azië en Latijns-Amerika opnieuw worden bekeken.

(13)

In Centraal-Azië dient de EIB zich te concentreren op belangrijke projecten op het gebied van energievoorziening en -transport met grensoverschrijdende gevolgen. De EIB-financiering in Centraal-Azië dient plaats te vinden in nauwe samenwerking met de EBWO, en met name overeenkomstig de voorwaarden die moeten worden neergelegd in een tripartiet memorandum van overeenstemming tussen de Commissie, de EIB en de EBWO.

(14)

Ter aanvulling van de EIB-activiteiten ten behoeve van de ACS-landen in het kader van de Overeenkomst van Cotonou dient de EIB zich in Zuid-Afrika te concentreren op infrastructuurprojecten van algemeen belang (zoals onder meer gemeentelijke infrastructuur en elektriciteits- en watervoorziening) en steun aan de particuliere sector, inclusief het midden- en kleinbedrijf. De uitvoering van de bepalingen inzake economische samenwerking van de overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de EU en Zuid-Afrika, zal de EIB-activiteit in deze regio verder stimuleren.

(15)

Met het oog op een grotere samenhang van de algemene EU-steun in de betrokken regio's moeten mogelijkheden worden gezocht om de EIB-financiering via het IPA, het ENPI, het stabiliteitsinstrument en, voor Zuid-Afrika, het IOS te combineren met steun uit de EU-begroting, voor zover van toepassing, in de vorm van subsidies, risicokapitaal en rentesubsidies, benevens technische bijstand voor projectvoorbereiding en de implementatie of verbetering van het toezicht- en regelgevingskader.

(16)

De EIB werkt reeds nauw samen met IFI's en met Europese bilaterale instellingen. Deze samenwerking wordt geregeld bij regiospecifieke memoranda van overeenstemming, die door de bestuursorganen van de EIB moeten worden goedgekeurd. Bij financieringsverrichtingen buiten de EU die onder het toepassingsgebied van dit besluit vallen, dient de EIB ernaar te streven, waar zulks relevant is, de coördinatie en samenwerking met IFI's en met Europese bilaterale instellingen verder te intensiveren, met inbegrip van, voor zover van toepassing, samenwerking op het vlak van sectorvoorwaarden, frequenter gebruik van cofinanciering en medewerking met andere IFI's in overkoepelende initiatieven, bijvoorbeeld ter bevordering van de coördinatie en efficiëntie van steunmaatregelen.

(17)

De rapportage van de EIB en de Commissie over de financieringsverrichtingen van de EIB dient te worden verbeterd. Op basis van de informatie van de EIB dient de Commissie jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit te brengen over de in het kader van dit besluit uitgevoerde financieringsverrichtingen van de EIB. Bedoeld verslag dient met name in te gaan op de gecreëerde meerwaarde, overeenkomstig het EU-beleid ter zake, en op de samenwerking met de Commissie en andere IFI's en bilaterale donoren, onder meer op het gebied van cofinanciering.

(18)

De bij dit besluit verleende communautaire garantie moet dienen ter dekking van de financieringsverrichtingen van de EIB welke worden ondertekend gedurende een periode die ingaat op 1 februari 2007 en eindigt op 31 december 2013. Om een balans te kunnen opmaken van de ontwikkelingen tijdens de eerste helft van deze periode, dienen de EIB en de Commissie een tussentijdse evaluatie van het besluit te verrichten. Deze evaluatie dient met name een externe evaluatie te omvatten, waarvan het mandaat in bijlage II nader wordt omschreven.

(19)

De financieringsverrichtingen van de EIB dienen verder te worden beheerd in overeenstemming met de eigen regels en procedures van de Bank, welke onder meer in passende controlemaatregelen voorzien, alsook conform de relevante regels en procedures in verband met het toezicht door de Rekenkamer en OLAF.

(20)

Het Garantiefonds, ingesteld bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 van de Raad van 31 oktober 1994 (8), dient te blijven fungeren als liquiditeitsbuffer voor de Gemeenschapsbegroting tegen verliezen op financieringsverrichtingen van de EIB.

(21)

In overleg met de Commissie dient de EIB een indicatieve meerjarenprogrammering van de omvang van de ondertekende lenings- en garantieovereenkomsten met de EIB op te stellen, teneinde een adequate begrotingsplanning voor de voorziening van het Garantiefonds mogelijk te maken,

BESLUIT:

Artikel 1

Garantie en plafonds

1.   De Gemeenschap verleent de Europese Investeringsbank (hierna „de EIB” genoemd) een algemene garantie (hierna de „communautaire garantie” genoemd) voor de gevallen waarin de EIB betalingen niet ontvangt die haar verschuldigd zijn uit hoofde van leningen en leninggaranties ter zake van voor EIB-financiering in aanmerking komende investeringsprojecten die plaatsvinden in landen die onder dit besluit vallen, mits de betrokken leningfinanciering of -garantie is toegekend krachtens een ondertekende overeenkomst die niet verstreken of geannuleerd is (hierna „financieringsverrichtingen van de EIB” genoemd) en is verleend overeenkomstig de eigen regels en procedures van de EIB en ter ondersteuning van de relevante externe beleidsdoelstellingen van de Europese Unie.

2.   De communautaire garantie is beperkt tot 65 % van het totale bedrag van de in het kader van de financieringsverrichtingen van de EIB uitbetaalde kredieten en verleende garanties, verminderd met de terugbetaalde bedragen en vermeerderd met alle daarmee verband houdende bedragen.

3.   Voor de financieringsverrichtingen van de EIB in de periode, bedoeld in lid 6, verminderd met de geannuleerde bedragen, geldt een maximumplafond van 27 800 miljoen EUR. Dit maximum wordt uitgesplitst in twee delen:

a)

een basisplafond van een vast maximumbedrag van 25 800 miljoen EUR, daaronder begrepen de regionale uitsplitsing daarvan, gedefinieerd in lid 4, ter dekking van de volledige periode, bedoeld in lid 6;

b)

een facultatief mandaat van 2 000 miljoen EUR. De Raad zal overeenkomstig de procedure van artikel 181 A, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap een besluit nemen over de volledige of gedeeltelijke activering van dit facultatieve bedrag en de regionale uitsplitsing ervan. Dit besluit zal worden gebaseerd op de resultaten van de tussentijdse evaluatie, bedoeld in artikel 9.

4.   Het basisplafond, bedoeld in lid 3, onder a), wordt uitgesplitst in de volgende bindende regionale plafonds:

a)

Pretoetredingslanden: 8 700 miljoen EUR,

b)

Nabuurschaps- en partnerschapslanden: 12 400 miljoen EUR,

uitgesplitst in de volgende indicatieve subplafonds:

i)

Middellandse Zeelanden: 8 700 miljoen EUR

ii)

Oost-Europa, zuidelijke Kaukasus en Rusland: 3 700 miljoen EUR,

c)

Azië en Latijns-Amerika: 3 800 miljoen EUR,

uitgesplitst in de volgende indicatieve subplafonds:

i)

Latijns-Amerika: 2 800 miljoen EUR

ii)

Azië: 1 000 miljoen EUR,

d)

Republiek Zuid-Afrika: 900 miljoen EUR.

5.   De bestuursorganen van de EIB kunnen, binnen de regionale plafonds, bedragen aan andere subplafonds toewijzen tot een maximum van 10 % van het regionale plafond.

6.   De communautaire garantie heeft betrekking op de financieringsverrichtingen van de EIB die worden ondertekend tijdens de periode die ingaat op 1 februari 2007 en eindigt op 31 december 2013.

7.   Indien de Raad bij het verstrijken van de in lid 6 genoemde periode geen besluit heeft aangenomen tot verlening van een nieuwe communautaire garantie aan de EIB voor haar financieringsverrichtingen buiten de Gemeenschap, wordt die periode automatisch met zes maanden verlengd.

Artikel 2

In aanmerking komende landen

1.   De lijst van landen die in aanmerking komen of kunnen komen voor EIB-financiering op grond van een communautaire garantie, is opgenomen in bijlage I.

2.   Voor de in bijlage I genoemde, met een * gemarkeerde landen en voor niet in bijlage I genoemde landen beslist de Raad per geval en volgens de procedure van artikel 181 A, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of zij in aanmerking komen voor EIB-financiering op grond van een communautaire garantie.

3.   De communautaire garantie dekt alleen financieringsverrichtingen van de EIB welke plaatsvinden in landen die een kaderovereenkomst met de EIB hebben gesloten waarin de juridische voorwaarden zijn vastgelegd waaronder deze financieringsverrichtingen van de EIB moeten worden uitgevoerd.

4.   In geval van ernstige bezorgdheid over de politieke of economische situatie in een specifiek land kan de Raad volgens de procedure van artikel 181 A, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap beslissen een nieuwe EIB-financiering op grond van een communautaire garantie in dat land op te schorten.

5.   De communautaire garantie heeft geen betrekking op financieringsverrichtingen van de EIB in een specifiek land wanneer de overeenkomst met betrekking tot deze financieringsverrichtingen van de EIB is ondertekend na de toetreding van het betrokken land tot de EU.

Artikel 3

Samenhang met het beleid van de Europese Unie

1.   De samenhang tussen de externe activiteiten van de EIB en de doelstellingen voor het extern beleid van de Europese Unie zal worden versterkt, teneinde een maximale synergie tussen de EIB-financiering en de begrotingsmiddelen van de Europese Unie te bewerkstelligen. Dit zal met name gebeuren door middel van een regelmatige en systematische dialoog en vroegtijdig overleg over:

a)

door de Commissie opgestelde strategische documenten, zoals regionale en landenstrategiedocumenten, actieplannen en pretoetredingsdocumenten;

b)

de strategische planningdocumenten en ontwerpprojecten van de EIB;

c)

andere operationele en beleidsaspecten.

2.   De samenwerking verschilt per regio, rekening houdend met de rol van de EIB en het beleid van de Europese Unie in elke regio.

3.   Een financieringsverrichting van de EIB valt niet onder de dekking van de communautaire garantie ingeval de Commissie over de verrichting in kwestie een negatief advies uitbrengt in het kader van de procedure van artikel 21 van de statuten van de EIB.

4.   De samenhang tussen de financieringsverrichtingen van de EIB en de externe beleidslijnen en doelstellingen van de Europese Unie wordt gecontroleerd volgens de procedure van artikel 6.

Artikel 4

Samenwerking met andere internationale financiële instellingen

1.   In voorkomend geval worden de financieringsverrichtingen van de EIB in toenemende mate uitgevoerd in samenwerking tussen en/of door middel van medefinanciering door de EIB en andere IFI's of Europese bilaterale instellingen, teneinde voor een zo groot mogelijke synergie, samenwerking en efficiëntie te zorgen en een redelijke risicodeling en coherente project- en sectorvoorwaarden te waarborgen.

2.   Deze samenwerking wordt vergemakkelijkt door middel van coördinatie, met name, waar passend, in de context van memoranda van overeenstemming tussen, enerzijds, de Commissie, de EIB en de voornaamste IFI's en, anderzijds, de Europese bilaterale instellingen die in de verschillende regio's actief zijn.

3.   De samenwerking met de IFI's en andere donoren wordt geëvalueerd in het kader van de tussentijdse evaluatie, bedoeld in artikel 9.

Artikel 5

Dekking en voorwaarden van de communautaire garantie

1.   Voor financieringsverrichtingen van de EIB gesloten met, of gegarandeerd door een staat, alsook voor andere financieringsverrichtingen van de EIB gesloten met regionale of lokale instanties dan wel met openbare bedrijven of instellingen die in het bezit zijn en/of onder de zeggenschap staan van de overheid, waarbij deze andere financieringsverrichtingen van de EIB een passende kredietrisicobeoordeling van de EIB hebben waarin met het kredietrisico van het betrokken land rekening is gehouden, dekt de communautaire garantie alle betalingen die de Bank niet heeft ontvangen maar die haar wel verschuldigd zijn (hierna de „allesomvattende garantie” genoemd).

Voor de toepassing van dit artikel en artikel 6, lid 4, omvat het begrip „staat” ook de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook vertegenwoordigd door de Palestijnse Autoriteit, en Kosovo vertegenwoordigd door de Missie van de Verenigde Naties.

2.   Voor andere financieringsverrichtingen van de EIB dan die vermeld in lid 1, dekt de communautaire garantie alle betalingen die de Bank niet heeft ontvangen maar die haar wel verschuldigd zijn, voor zover de niet-ontvangst het gevolg is van het feit dat zich een van de volgende politieke risico's heeft voorgedaan (hierna de „garantie tegen politieke risico's” genoemd):

a)

niet-overdracht van deviezen;

b)

onteigening;

c)

oorlog of binnenlandse onlusten;

d)

rechtsweigering bij contractbreuk.

Artikel 6

Rapportage en financiële verslaggeving

1.   De Commissie brengt jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de in het kader van dit besluit uitgevoerde financieringsverrichtingen van de EIB. Het verslag bevat een beoordeling van de draagwijdte en de doeltreffendheid van de financieringsverrichtingen van de EIB op project-, sector-, landen- en regionaal niveau, alsmede van de mate waarin de financieringsverrichtingen van de EIB bijdragen tot de verwezenlijking van de externe beleidsdoelstellingen van de Europese Unie, rekening houdend met de operationele doelstellingen van de EIB. Het bevat tevens een beoordeling van de reikwijdte van de samenwerking tussen de EIB en de Commissie en tussen de EIB en andere internationale financiële instellingen en bilaterale donoren.

2.   Voor de doeleinden van lid 1 verstrekt de EIB de Commissie jaarlijkse verslagen over de in het kader van dit besluit uitgevoerde financieringsverrichtingen van de EIB en over de verwezenlijking van de externe beleidsdoelstellingen van de Europese Unie, met inbegrip van de samenwerking met andere IFI's.

3.   De EIB verschaft de Commissie de statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens over de financieringsverrichtingen van de EIB die zij nodig heeft om haar rapportageverplichtingen na te komen of om aan verzoeken van de Europese Rekenkamer te voldoen, alsook een accountantsverklaring betreffende de in het kader van de financieringsverrichtingen van de EIB uitstaande bedragen.

4.   Voor de financiële verslaggeving en de rapportage door de Commissie over de door de allesomvattende garantie gedekte risico's verstrekt de EIB de Commissie informatie over de risicobeoordelingen en -ratings van de EIB met betrekking tot financieringsverrichtingen van de EIB met andere leningnemers of een garantie genietende debiteuren dan staten.

5.   De EIB verschaft de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde informatie op eigen kosten.

Artikel 7

Terugvordering van door de Commissie gedane betalingen

1.   Ingeval de Commissie in het kader van de communautaire garantie een betaling doet, gaat de EIB in naam en voor rekening van de Commissie over tot invordering van de schuldvorderingen die uit de betaalde bedragen voortvloeien.

2.   Uiterlijk op de datum van de sluiting van de in artikel 8 bedoelde overeenkomst gaan de EIB en de Commissie een overeenkomst aan waarin de gedetailleerde voorschriften en procedures voor de invordering van schuldvorderingen worden vastgelegd.

Artikel 8

Garantieovereenkomst

De EIB en de Commissie gaan een garantieovereenkomst aan waarin de gedetailleerde voorschriften en procedures in verband met de communautaire garantie worden vastgelegd.

Artikel 9

Evaluatie van het besluit

1.   De Commissie dient uiterlijk op 30 juni 2010 bij het Europees Parlement en de Raad een tussentijds verslag over de toepassing van dit besluit in, dat zo nodig vergezeld gaat van een voorstel tot wijziging van dit besluit, gebaseerd op een externe evaluatie waarvan het mandaat in bijlage II van dit besluit nader wordt omschreven.

2.   De Commissie dient uiterlijk op 31 juli 2013 een eindverslag in over de toepassing van dit besluit.

Artikel 10

Toepassing

Dit besluit wordt van kracht op de derde dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 19 december 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

J. KORKEAOJA


(1)  Advies uitgebracht op 30 november 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 9 van 13.1.2000, blz. 24. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2006/174/EG (PB L 62 van 3.3.2006, blz. 26).

(3)  PB L 292 van 9.11.2001, blz. 41.

(4)  PB L 21 van 25.1.2005, blz. 11.

(5)  Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82).

(6)  Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 1).

(7)  Verordening (EG) nr. 1717/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 (PB L 327 van 24.11.2006, blz. 1).

(8)  PB L 293 van 12.11.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2273/2004 (PB L 396 van 31.12.2004, blz. 28). [Deze verwijzing moet worden bijgewerkt wanneer het voorstel tot wijziging van de voorzieningsregeling van het Garantiefonds wordt aangenomen (COM(2005) 130 def.).]


BIJLAGE I

Onder artikel 1 vallende regio's en landen

A.   PRETOETREDINGSLANDEN

1)

Kandidaat-lidstaten

Kroatië, Turkije, Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2)

Potentiële kandidaat-lidstaten

Albanië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Servië, Kosovo als omschreven in Resolutie 1244 (1999) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

B.   NABUURSCHAPS- EN PARTNERSCHAPSLANDEN

1)

Middellandse Zeelanden

Algerije, Egypte, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, Israël, Jordanië, Libanon, Libië (*), Marokko, Syrië, Tunesië.

2)

Oost-Europa, zuidelijke Kaukasus en Rusland

Oost-Europa: Moldavië, Oekraïne, Belarus (*);

Zuidelijke Kaukasus: Armenië, Azerbeidzjan, Georgië;

Rusland: Rusland.

C.   AZIË EN LATIJNS-AMERIKA

1)

Latijns-Amerika

Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Costa Rica, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru, Uruguay, Venezuela.

2)

Azië

 

Azië (zonder Centraal-Azië):

Afghanistan (*), Bangladesh, Bhutan (*), Brunei, Cambodja (*), China (inclusief Hongkong en de Speciale administratieve regio Macau), India, Indonesië, Irak (*), Zuid-Korea, Laos, Maleisië, Maldiven, Mongolië, Nepal, Pakistan, Filippijnen, Singapore, Sri Lanka, Taiwan (*), Thailand, Vietnam, Jemen.

 

Centraal-Azië:

Kazachstan (*), Kirgizstan (*), Tadzjikistan (*), Turkmenistan (*), Oezbekistan (*).

D.   ZUID-AFRIKA

Zuid-Afrika.


BIJLAGE II

Tussentijdse evaluatie en mandaat voor de evaluatie van het EIB-mandaat voor projecten buiten de Gemeenschap

Tussentijdse evaluatie

Voor 2010 moet een inhoudelijke tussentijdse evaluatie van de externe financiering van de EIB plaatsvinden. Op basis van deze beoordeling, die volledig is gestoeld op een aan de Raad voor te leggen onafhankelijke externe evaluatie, besluiten de lidstaten of, en, zo ja, in welke mate, in een tweede fase in een facultatief mandaat wordt voorzien ter aanvulling van mogelijke lening in de periode na 2010; of het mandaat op andere punten wordt aangepast, en hoe voor een maximale meerwaarde en efficiëntie van de verrichtingen van de EIB kan worden gezorgd. De Commissie dient de tussentijdse evaluatie uiterlijk op 30 juni 2010 in bij het Parlement en de Raad, als basis voor eventuele voorstellen tot wijziging van het mandaat. De Raad neemt, na raadpleging van het Europees Parlement, de nodige besluiten.

Kader voor de evaluatie

De evaluatie omvat:

a.

een evaluatie van de externe financieringsverrichtingen van de EIB. Deze evaluatie moet gedeeltelijk in samenwerking met de evaluatiediensten van de EIB en de Commissie worden verricht;

b.

een beoordeling van de bredere draagwijdte van de externe lening van de EIB in overleg met andere IFI's en financieringsbronnen.

De evaluatie staat onder toezicht van, en wordt beheerd door een stuurgroep bestaande uit verschillende, door de Raad van Gouverneurs van de EIB aangewezen „wijzen”, een vertegenwoordiger van de EIB en een vertegenwoordiger van de Commissie. De stuurgroep wordt door een van de wijzen voorgezeten. Zij komt uiterlijk in het eerste halfjaar van 2008 bijeen.

De stuurgroep wordt bijgestaan door de evaluatiediensten van de EIB en de Commissie en door externe deskundigen. Deze externe deskundigen worden door middel van een procedure voor het plaatsen van opdrachten door de Commissie geselecteerd. Het is de bedoeling dat de stuurgroep wordt geraadpleegd over het mandaat en de criteria voor de selectie van de externe deskundigen. De kosten van de externe deskundigen zouden in dat geval door de Commissie worden gedragen en vallen onder het begrotingsonderdeel betreffende de voorziening van het Garantiefonds.

De door de stuurgroep voor te leggen definitieve versie van het evaluatieverslag moet duidelijke, op de verzamelde informatie gestoelde conclusies bevatten, op basis waarvan in het kader van de tussentijdse evaluatie een besluit zal worden genomen over het al dan niet beschikbaar stellen van de facultatieve tranche voor de resterende duur van het mandaat, alsmede over de regionale uitsplitsing van extra financiering.

Reikwijdte van de evaluatie

De evaluatie moet betrekking hebben op de vorige mandaten (2000-2006) en op de eerste jaren van het mandaat 2007-2013 (tot eind 2009). Onderwerp van de beoordeling zijn de financieringsmassa per project, de uitgaven per land, de technische bijstand en de risicokapitaalverrichtingen. Rekening houdend met de gevolgen op project-, sector-, regionaal en landenniveau zullen de conclusies van de evaluatie op de volgende elementen worden gebaseerd:

a.

een (samen met de Eenheid evaluatie van de EIB en de Commissiediensten uit te voeren) diepgaande evaluatie van de relevantie, prestaties (doeltreffendheid, doelmatigheid en duurzaamheid) van EIB-verrichtingen, afgezet tegen hun specifieke regionale doelstellingen zoals oorspronkelijk vastgesteld in het desbetreffende externe beleid van de EU, alsook van hun meerwaarde;

b.

een (samen met de Eenheid evaluatie van de EIB en de Commissiediensten uit te voeren) beoordeling van de samenhang met de desbetreffende EU-maatregelen en -strategieën inzake extern beleid, alsmede van de additionaliteit van de EIB-verrichtingen tijdens de eerste jaren van het mandaat 2007-2013 in het kader van de specifieke regionale doelstellingen van het mandaat 2007-2013 en van de overeenkomstige, door de Bank vast te stellen prestatie-indicatoren;

In deze beoordelingen zal de meerwaarde van de EIB-verrichtingen afgemeden worden aan drie elementen: ondersteuning van de beleidsdoelstellingen van de EU, de kwaliteit van de projecten zelf en alternatieve financieringsbronnen:

a.

een analyse van de financiële behoeften van de begunstigden, hun opnemingsvermogen en de beschikbaarheid van andere, particuliere of overheidsfinancieringsbronnen voor de betreffende investeringen;

b.

een beoordeling van de samenwerking tussen en de onderlinge samenhang van de maatregelen van de EIB en de Commissie;

c.

een beoordeling van de samenwerking en de synergieën tussen de EIB en internationale en bilaterale financiële instellingen en organisaties.


Top