EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005R1300

Verordening (EG) nr. 1300/2005 van de Raad van 3 augustus 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 27/2005 ten aanzien van haring, makreel, horsmakreel en tong en vaartuigen die illegale visserij bedrijven

OJ L 207, 10.8.2005, p. 1–9 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 168M , 21.6.2006, p. 21–29 (MT)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/1300/oj

10.8.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 207/1


VERORDENING (EG) Nr. 1300/2005 VAN DE RAAD

van 3 augustus 2005

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 27/2005 ten aanzien van haring, makreel, horsmakreel en tong en vaartuigen die illegale visserij bedrijven

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 20,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 27/2005 van de Raad (2) zijn voor 2005 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, alsmede de bij de visserij in acht te nemen voorschriften vastgesteld.

(2)

De Internationale Visserijcommissie voor de Oostzee (IBSFC) heeft in september 2004 een aanbeveling goedgekeurd om de vangstmogelijkheden voor haring voor 2004 in Management Unit 3 met 10 000 ton te verhogen, waardoor die voor Finland met 8 199 ton zouden worden uitgebreid. Deze aanbeveling is niet omgezet in Gemeenschapswetgeving. Aangezien hierdoor de extra vangstmogelijkheden niet zijn toegewezen, heeft Finland zijn quotum voor 2004 met 7 856 ton overschreden. Bij Verordening (EG) nr. 776/2005 van de Commissie van 19 mei 2005 houdende aanpassing van sommige vangstquota voor 2005 op grond van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota (3) is het Finse quotum voor haring voor 2005 met 7 856 ton verlaagd. De Finse quota voor haring in deelsectoren 30-31 moeten derhalve met 7 856 ton worden verhoogd aangezien de verlaging het gevolg was van het feit dat de aanbeveling van de IBSFC niet in de Gemeenschapswetgeving is omgezet. Deze wijziging zal niet leiden tot een verhoging van de in 2005 door Finland gevangen hoeveelheid haring.

(3)

De totaal toegestane vangst (total allowable catch, TAC) die is vastgesteld voor makreel in beheersgebied II a (niet-EG-wateren), V b (EG-wateren), VI, VII, VIII a, b, d, e, XII, XIV moet zowel de Gemeenschapswateren als de internationale wateren van sector V b omvatten om foutieve aangiften te voorkomen. Het beheersgebied moet derhalve worden gewijzigd.

(4)

De TAC die is vastgesteld voor horsmakreel in beheersgebied V b (EG-wateren), VI, VII, VIII a, b, d, e, XII, XIV moet zowel de Gemeenschapswateren als de internationale wateren van sector V b omvatten om foutieve aangiften te voorkomen. Het beheersgebied moet derhalve worden gewijzigd.

(5)

Uit nieuw wetenschappelijk advies blijkt dat de TAC voor horsmakreel in beheersgebied III a, III b, c, d (EG-wateren) tot 900 ton kan worden verhoogd. De TAC moet derhalve worden gewijzigd.

(6)

Om mogelijk te maken dat hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel na transport van de haven van aanlanding worden gewogen, moeten in 2005 aanvullende maatregelen ten uitvoer worden gelegd.

(7)

Volgens de goedgekeurde notulen van de Conclusies van het visserijoverleg tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen hebben de partijen voor 2005 de mogelijkheid om 50 000 ton van hun respectieve quota in de Noordzee voor haring te vissen in wateren van de andere partij in de gebieden IV a en IV b. Op verzoek kunnen deze hoeveelheden met 10 000 ton worden verhoogd. Noorwegen heeft bij schrijven van 29 juni 2005 een dergelijk verzoek ingediend. De Commissie heeft op 20 juli 2005 een dergelijk verzoek ingediend. Deze wijzigingen dienen derhalve in de Gemeenschapswetgeving te worden doorgevoerd.

(8)

In mei 2005 heeft de Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) een aanbeveling goedgekeurd om verscheidene vaartuigen op te nemen in de lijst van vaartuigen waarvan is aangetoond dat zij illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst hebben bedreven. Over de maatregelen die ten aanzien van dergelijke vaartuigen moeten worden getroffen is in februari 2004 een aanbeveling goedgekeurd. Deze aanbevelingen moeten worden omgezet in communautaire wetgeving.

(9)

Gezien de urgentie van deze kwestie moet een uitzondering worden gemaakt op de periode van zes weken, als vermeld in punt I.3 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen gehechte Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie.

(10)

Verordening (EG) nr. 27/2005 dient derhalve te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I A, I B en III bij Verordening (EG) nr. 27/2005 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 augustus 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

J. STRAW


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 12 van 14.1.2005, blz. 1.

(3)  PB L 130 van 24.5.2005, blz. 7.


BIJLAGE

De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 27/2005 worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage IA

De tabel betreffende haring in deelsectoren 30-31 wordt vervangen door:

„Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Deelsectoren 30-31

HER/3D30.; HER/3D31

Finland

60 327

 

Zweden

11 529

 

EG

71 856

 

TAC

71 856

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn”

2)

Bijlage IB

a)

de tabel betreffende haring in zone IV benoorden 53° 30′ NB wordt vervangen door:

„Soort

:

Haring (1)

Clupea harengus

Zone

:

IV benoorden 53° 30′ NB

HER/4AB

Denemarken

95 211

 

Duitsland

57 215

 

Frankrijk

20 548

 

Nederland

56 745

 

Zweden

5 443

 

Verenigd Koninkrijk

70 395

 

EG

305 557

 

Noorwegen

60 000 (2)

 

TAC

535 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren bezuiden 62° NB

(HER/*04N-)

EG

60 000”;

b)

de tabel betreffende makreel in zone II a (niet-EG-wateren), V b (EG-wateren), VI, VII, VIII a, b, d, e, XII, XIV wordt vervangen door:

„Soort

:

Makreel

Scomber scombrus

Zone

:

II a (niet-EG-wateren), V b (EG-wateren en internationale wateren), VI, VII, VIII a, b, d, e, XII, XIV

MAC/2CX14-

Duitsland

13 845

 

Spanje

20

 

Estland

115

 

Frankrijk

9 231

 

Ierland

46 149

 

Letland

85

 

Litouwen

85

 

Nederland

20 190

 

Polen

844

 

Verenigd Koninkrijk

126 913

 

EG

217 477

 

Noorwegen

8 500 (3)

 

Faeröer

3 322 (4)

 

TAC

420 000 (5)

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen, en uitsluitend van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.

 

IV a (EG-wateren) MAC/*04A-C

Duitsland

4 175

Spanje

0

Frankrijk

2 784

Ierland

13 918

Nederland

6 089

Verenigd Koninkrijk

38 274

EG

65 240

Noorwegen

8 500

Faeröer

1 002 ()

()  Benoorden 59° NB (EG-zone) van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.”;

c)

de tabel betreffende tong in zone III a, III b, c, d (EG-wateren) wordt vervangen door:

„Soort

:

Tong

Solea solea

Zone

:

III a, III b, c, d (EG-wateren)

SOL/3A/BCD

Denemarken

755

 

Duitsland

44

 

Nederland

73

 

Zweden

28

 

EG

900

 

TAC

900

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.”;

d)

de tabel betreffende horsmakreel in zone V b (EG-wateren), VI, VII, VIII a, b, d, e, XII, XIV wordt vervangen door:

„Soort

:

Horsmakreel

Trachurus spp.

Zone

:

V b (EG-wateren en internationale wateren), VI, VII, VIII a, b, d, e, XII, XIV

JAX/578/14

Denemarken

12 088

 

Duitsland

9 662

 

Spanje

13 195

 

Frankrijk

6 384

 

Ierland

31 454

 

Nederland

46 096

 

Portugal

1 277

 

Verenigd Koninkrijk

13 067

 

EG

133 223

 

Faeröer

4 955 (7)  (8)

 

TAC

137 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

3)

Bijlage III

a)

punt 9 wordt vervangen door:

„9.   Aanvoer- en weegprocedures voor haring, makreel en horsmakreel

9.1.   Werkingssfeer

9.1.1.

De volgende procedures zijn van toepassing op aanvoer in de Europese Gemeenschap door vaartuigen uit de Gemeenschap en uit derde landen van hoeveelheden die per aanvoer meer dan 10 ton haring, makreel, horsmakreel of een combinatie daarvan bedragen, gevangen in:

a)

voor haring, ICES-deelgebieden I, II, IV, VI en VII en sectoren III a en V b,

b)

voor makreel en horsmakreel in ICES-deelgebieden III, IV, VI en VII en sector II a.

9.2.   Aangewezen havens

9.2.1.

In punt 9.1 bedoelde aanvoer is alleen toegestaan in daartoe aangewezen havens.

9.2.2.

Elke betrokken lidstaat stuurt de Commissie alle wijzigingen toe in de in 2004 meegedeelde lijst van aangewezen havens waarin haring, makreel en horsmakreel mag worden aangevoerd, evenals wijzigingen in de inspectie- en controleprocedures voor die havens, inclusief de regels en voorwaarden voor het registreren en aangeven van de hoeveelheden voor elk van de in punt 9.1.1 bedoelde bestanden en soorten per aanvoer. Deze wijzigingen dienen ten minste 15 dagen voor de inwerkingtreding ervan te worden meegedeeld. De Commissie zendt deze informatie en de door derde landen aangewezen havens toe aan alle betrokken lidstaten.

9.3.   Binnenlopen van de haven

9.3.1.

De kapitein van een in punt 9.1.1 bedoeld vaartuig of zijn gemachtigde stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de aanvoer zal plaatsvinden ten minste 4 uur vóór het binnenlopen van de aanvoerhaven van de betrokken lidstaat in kennis van:

a)

de haven die hij wil aandoen alsmede de naam en het registratienummer van het vaartuig;

b)

het verwachte tijdstip van aankomst in die haven;

c)

de hoeveelheid in kilogram in levend gewicht per aan boord aanwezige soort;

d)

het in bijlage I bij deze verordening vermelde beheersgebied waar de vangst is gedaan.

9.4.   Lossen

9.4.1.

De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat verlangen dat het lossen niet begint voordat daartoe toestemming is gegeven.

9.5.   Logboek

9.5.1.

In afwijking van het bepaalde in punt 4.2 van bijlage IV bij Verordening (EEG) nr. 2807/83 legt de kapitein van een vissersvaartuig onmiddellijk na aankomst in de haven de door de bevoegde autoriteit van de aanvoerhaven gevraagde bladzijde(n) uit het logboek over.

De aan boord aanwezige hoeveelheden die overeenkomstig punt 9.3.1, onder c), vóór de aanvoer zijn opgegeven, dienen gelijk te zijn aan de in het logboek vermelde hoeveelheden nadat dit is ingevuld.

In afwijking van het bepaalde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2807/83 geldt voor de in het logboek vermelde ramingen van de hoeveelheden van aan boord aanwezige vis (in kilogram) een tolerantiemarge van 8 %.

9.6.   Wegen van verse vis

9.6.1.

Kopers van verse vis zien erop toe dat alle ontvangen hoeveelheden worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen. Dit wegen gebeurt voordat de vis gesorteerd, verwerkt, opgeslagen, uit de haven van aanlanding vervoerd of doorverkocht wordt. Het resultaat van de weging moet worden gebruikt voor het invullen van de aanvoeraangifte en verkoopdocumenten.

9.6.2.

Bij de gewichtsbepaling mag de aftrek voor water niet meer bedragen dan 2 %.

9.7.   Wegen van verse vis na vervoer

9.7.1.

In afwijking van punt 9.6.1 kan lidstaten worden toegestaan verse vis te wegen na vervoer van de aanvoerhaven mits de vis wordt vervoerd naar een bestemming op het grondgebied van de lidstaat die niet meer dan 60 km verwijderd is van de haven van aanvoer en:

a)

de container waarin de vis wordt vervoerd, van de aanvoerhaven naar de plaats van weging wordt begeleid door een inspecteur, of

b)

de bevoegde autoriteiten toestemming geven om de vis van de aanvoerhaven te vervoeren onder de volgende voorwaarden:

i)

onmiddellijk voordat de container de aanvoerhaven verlaat, verstrekt de koper of zijn gemachtigde de bevoegde autoriteiten een schriftelijke verklaring met de soort vis, de naam van het vaartuig waaruit de vis is gelost, het unieke identificatienummer van de container en bijzonderheden over de bestemming waar de vis wordt gewogen, evenals het verwachte tijdstip van aankomst van de container op de plaats van bestemming;

ii)

een kopie van de onder i) bedoelde ervaring wordt door de chauffeur tijdens het transport bewaard en op de plaats van bestemming aan de ontvanger van de vis overhandigd.

9.8.   Factuur

9.8.1.

Naast de verplichtingen vermeld in artikel 9, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 2847/93 dient de verwerker of koper van de aangevoerde hoeveelheden verse vis bij de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat een kopie van de rekening of een document ter vervanging daarvan, als bedoeld in artikel 22, lid 3, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (9) over te leggen.

9.8.2.

Op dergelijke rekeningen en vervangende documenten moeten steeds alle op grond van artikel 9, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2847/93 vereiste gegevens worden vermeld, evenals de naam en het registratienummer van het vaartuig waarvan de vis is gelost. Deze rekening of dit document moet op verzoek of binnen 12 uur na voltooiing van de weging worden ingediend.

9.9.   Wegen van bevroren vis

9.9.1.

Alle kopers of houders van bevroren vis zien erop toe dat de aangevoerde hoeveelheden worden gewogen voordat de vis gesorteerd, verwerkt, opgeslagen, uit de haven van aanlanding vervoerd of doorverkocht wordt. Eventueel tarragewicht dat overeenstemt met het gewicht van de dozen, plastic of andere kratten waarin de af te wegen vis is verpakt, mag worden afgetrokken van het gewicht van alle aangelande hoeveelheden.

9.9.2.

Bij wijze van alternatief mag het gewicht van in dozen verpakte bevroren vis worden bepaald door vermenigvuldiging van het gemiddelde gewicht van een representatief monster gebaseerd op de weging van de uit de doos verwijderde inhoud zonder plastic verpakking, al dan niet na het ontdooien van eventueel ijs dat nog op de vis aanwezig is. De lidstaten leggen iedere wijziging in de door de Commissie in 2004 goedgekeurde bemonsteringsmethode ter goedkeuring aan haar voor. Deze wijzigingen worden door de Commissie goedgekeurd. Het resultaat van de weging moet worden gebruikt voor het invullen van de aanvoeraangifte en verkoopdocumenten.

9.10.   Weegvoorzieningen

9.10.1.

Indien openbare weeginstallaties worden gebruikt, verstrekt de partij die de vis weegt, de koper een weegbrief met vermelding van de datum en het tijdstip van de weging en het identificatienummer van de container. Een kopie van de weegbrief wordt gevoegd bij de rekening die overeenkomstig punt 9.8 bij de bevoegde autoriteiten wordt ingediend.

9.10.2.

Indien particuliere weeginstallaties worden gebruikt, moet het systeem door de bevoegde autoriteiten worden goedgekeurd, geijkt en verzegeld, en moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

a)

de partij die de vis weegt, houdt een gepagineerd weeglogboek bij, waarin het volgende wordt vermeld:

i)

naam en registratienummer van het vaartuig waarvan de vis is gelost;

ii)

het identificatienummer van de containers indien de vis vóór de weging van de haven van aanvoer is vervoerd;

iii)

de soort vis;

iv)

het gewicht van iedere aanvoer;

v)

de datum en het tijdstip van aanvang en einde van de weging;

b)

indien de weging wordt uitgevoerd op een transportband dient een zichtbaar systeem te worden aangebracht waarop het cumulatieve gewicht van de aanvoer wordt geregistreerd. Dit cumulatieve totale gewicht dient in het onder a) bedoelde gepagineerde logboek te worden vermeld;

c)

het weeglogboek en de kopieën van de in punt 9.7.1, onder b), ii), bedoelde schriftelijke verklaringen dienen drie jaar te worden bewaard.

9.11.   Toegang door de bevoegde autoriteiten

De bevoegde autoriteiten hebben te allen tijde vrijelijk toegang tot het weegsysteem, de weeglogboeken, schriftelijke verklaringen en alle gebouwen waar vis wordt verwerkt en bewaard.

9.12.   Kruiscontroles

9.12.1.

De bevoegde autoriteiten voeren bij iedere aanvoer administratieve kruiscontroles uit ter vergelijking van:

a)

de hoeveelheden per soort die zijn vermeld in de voorafgaande verklaring van aanvoer als bedoeld in punt 9.3.1 met de hoeveelheden die zijn vermeld in het logboek van het vaartuig;

b)

de hoeveelheden per soort die zijn vermeld in het logboek van het vaartuig met de aanvoeraangifte of de rekening of een vervangend document als bedoeld in punt 9.8;

c)

de hoeveelheden per soort die zijn vermeld in de aanvoeraangifte met de rekening of een vervangend document als bedoeld in punt 9.8.

9.13.   Volledige inspectie

9.13.1.

De bevoegde autoriteiten van een lidstaat zien erop toe dat ten minste 15 % van de aangevoerde hoeveelheden vis en ten minste 10 % van het aantal aanlandingen volledig worden geïnspecteerd, wat ten minste het volgende moet omvatten:

a)

controle van de weging van de vangsten van het vaartuig per soort. Indien een voor inspectie geselecteerd vaartuig zijn vangst aan wal pompt, wordt de volledige lossing van het vaartuig gecontroleerd. Bij diepvriestrawlers worden alle kisten geteld. Een representatieve steekproef van de kisten/pallets wordt gewogen voor de berekening van het gemiddelde gewicht van de kisten/pallets. De kisten worden bemonsterd volgens een erkende methode om het gemiddelde nettogewicht van de vis (d.w.z. zonder verpakking, ijs enz.) te bepalen;

b)

naast de in punt 9.12 bedoelde kruiscontroles vindt een vergelijking plaats van:

i)

de per soort in het logboek geregistreerde hoeveelheden met de per soort op de rekening of een vergelijkbaar document als bedoeld in punt 9.8 geregistreerde hoeveelheden;

ii)

de door de bevoegde autoriteiten op grond van punt 9.7.1, onder b), i), ontvangen verklaringen met de schriftelijke verklaringen in het bezit van de ontvanger van de vis als bedoeld in punt 9.7.1, onder b), ii);

iii)

de identificatienummers van de containers als vermeld in de schriftelijke verklaringen bedoeld in punt 9.7.1, onder b), i), met de weeglogboeken;

c)

indien het lossen wordt onderbroken, kan dit pas worden hervat nadat hiervoor toestemming is verleend;

d)

zodra het lossen is beëindigd, moet worden gecontroleerd of het vaartuig volledig leeg is.

9.13.2.

Van alle in punt 9 genoemde inspectieactiviteiten moet verslag worden opgemaakt. Deze documenten moeten gedurende drie jaar worden bewaard.

b)

het volgende deel I wordt toegevoegd:

„DEEL I

NOORDOOSTELIJK DEEL VAN DE ATLANTISCHE OCEAAN

Vaartuigen die illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visserij bedrijven

Vaartuigen die door de Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) zijn geplaatst op een lijst van vaartuigen waarvan is aangetoond dat zij illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst hebben bedreven (IUU-vaartuigen), staan vermeld in aanhangsel 5. Op deze vaartuigen zijn de volgende maatregelen van toepassing:

a)

IUU-vaartuigen die een haven aandoen krijgen geen toestemming om te lossen of over te laden en worden door de bevoegde autoriteiten geïnspecteerd. Deze inspectie heeft betrekking op de documenten van het vaartuig, de logboeken, het vistuig, de vangsten aan boord evenals alle andere zaken in verband met de visserijactiviteiten van het vaartuig in het gereglementeerde gebied van de NEAFC. Informatie over de resultaten van de inspectie wordt onmiddellijk aan de Commissie meegedeeld;

b)

vissersvaartuigen, ondersteuningsvaartuigen, bunkerschepen, moederschepen, en vrachtvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, mogen op geen enkele wijze bijstand verlenen aan IUU-vaartuigen of deelnemen aan overladingen van of gezamenlijke visserijactiviteiten met vaartuigen van de lijst;

c)

in de haven mag aan IUU-vaartuigen geen goederen of brandstof worden geleverd, en er mogen geen diensten worden verleend;

d)

het is IUU-vaartuigen niet toegestaan te vissen in Gemeenschapswateren en zij mogen niet gecharterd worden;

e)

de invoer van vis afkomstig van IUU-vaartuigen is verboden;

f)

lidstaten staan IUU-vaartuigen niet toe om hun vlag te voeren en moedigen importeurs, vervoerders en andere sectoren aan om geen vis te verhandelen met of over te laden van dergelijke vaartuigen.

De Commissie brengt de lijst met die van de NEAFC in overeenstemming zodra de NEAFC een nieuwe lijst vaststelt.”;

c)

er wordt een nieuw aanhangsel 5 toegevoegd:

„Aanhangsel 5 van bijlage III

Lijst van vaartuigen waarvan is aangetoond dat zij illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst hebben bedreven

Naam van het vaartuig

Vlaggenstaat

FONTENOVA

Panama

IANNIS

Panama

LANNIS I

Panama

LISA

Gemenebest Dominica

KERGUELEN

Togo

OKHOTINO

Gemenebest Dominica

OLCHAN

Gemenebest Dominica

OSTROE

Gemenebest Dominica

OSTROVETS

Gemenebest Dominica

OYRA

Gemenebest Dominica

OZHERELYE

Gemenebest Dominica”


(1)  Aangeland als totale vangst of gesorteerd van de overage vangst; de lidstaten moeten de gevangen hoeveelheden haring melden aan de Commissie, daarbij onderscheid makend tussen ICES-sectoren IV a en IV b (zones HER/04 A en HER/04 B).

(2)  Mag in EG-wateren worden gevist. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren bezuiden 62° NB

(HER/*04N-)

EG

60 000”;

(3)  Mag alleen worden gevist in II a, VI a (benoorden 56° 30′ NB), IV a, VII d, e, f, h.

(4)  Waarvan 1 002 ton mag worden gevist in ICES-sector IV a benoorden 59° NB (EG-zone) van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december. Een hoeveelheid van 2 763 ton van het eigen quotum van de Faeröer mag worden gevist in ICES-sector VI a (benoorden 56° 30′ NB) gedurende het gehele jaar en/of in ICES-sectoren VII e, f, h, en/of ICES-sector IV a.

(5)  TAC overeengekomen door de Gemeenschap, Noorwegen en de Faeröer voor het noordelijke gebied.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen, en uitsluitend van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.

 

IV a (EG-wateren) MAC/*04A-C

Duitsland

4 175

Spanje

0

Frankrijk

2 784

Ierland

13 918

Nederland

6 089

Verenigd Koninkrijk

38 274

EG

65 240

Noorwegen

8 500

Faeröer

1 002 ()

()  Benoorden 59° NB (EG-zone) van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.”;

(6)  Benoorden 59° NB (EG-zone) van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.”;

(7)  Mag enkel worden gevangen in ICES-gebieden IV, VI a (benoorden 56° 30′ NB) en VII e, f, h.

(8)  Binnen een totaal quotum van 6 500 ton voor ICES-gebieden IV, VI a (benoorden 56° 30′ NB) en VII e, f, h.”.

(9)  PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/66/EG (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 35).”.


Top