Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005R0426

Verordening (EG) nr. 426/2005 van de Commissie van 15 maart 2005 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op afgewerkte weefsels van polyesterfilamentgarens uit de Volksrepubliek China

OJ L 69, 16.3.2005, p. 6–33 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 17/09/2005

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/426/oj

16.3.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 69/6


VERORDENING (EG) Nr. 426/2005 VAN DE COMMISSIE

van 15 maart 2005

tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op afgewerkte weefsels van polyesterfilamentgarens uit de Volksrepubliek China

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 7,

Na overleg met het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Inleiding

(1)

Op 17 juni 2004 heeft de Commissie, met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2), de inleiding aangekondigd van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van weefsels van polyesterfilamentgarens uit de Volksrepubliek China (hierna ook „China” genoemd).

(2)

De procedure werd ingeleid naar aanleiding van een klacht van Aiuffass, een lid van Euratex, namens zeven producenten die goed zijn voor een groot deel, namelijk 26 %, van de productie van weefsels van polyesterfilamentgarens in de EG. Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal inzake dumping en schade werd voldoende geacht om tot de inleiding van een procedure over te gaan.

2.   Partijen bij de procedure

(3)

De Commissie heeft de indiener van de klacht en de haar bekende belanghebbende producenten/ exporteurs in China, importeurs, toeleveranciers van de EG-producenten en bedrijven in de EG die het betrokken product verwerken en hun organisaties alsmede de vertegenwoordigers van China van de inleiding van de procedure in kennis gesteld. Zij konden binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn hun standpunt schriftelijk bekendmaken en verzoeken te worden gehoord.

(4)

De klagende producenten, andere medewerkende EG-producenten, Chinese producenten/exporteurs, importeurs, toeleveranciers van de EG-producenten, bedrijven in de EG die het betrokken product verwerken en organisaties van verwerkende bedrijven hebben hun standpunt bekendgemaakt. Alle belanghebbenden die verzochten om te worden gehoord en die konden aantonen dat zij hiervoor bijzondere redenen hadden, werden gehoord.

(5)

De Commissie heeft alle haar bekende belanghebbenden en alle andere overige ondernemingen die zich binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn bekend hebben gemaakt een vragenlijst toegezonden. Zij ontving antwoord van zes van de zeven EG-producenten die de klacht steunden (een onderneming kon niet volledig medewerking verlenen omdat zij failliet was gegaan), één EG-producent, één toeleverancier, één onafhankelijke importeur en negen onafhankelijke verwerkende bedrijven in de EG.

(6)

De Commissie heeft de haar bekende belanghebbende Chinese ondernemingen en de Chinese ondernemingen die zich binnen de gestelde termijn hadden aangemeld de formulieren toegezonden waarmee een behandeling als marktgericht bedrijf en/of een individuele behandeling kon worden aangevraagd. 49 ondernemingen hebben verzocht om als marktgericht bedrijf te worden behandeld overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening en slechts zeven ondernemingen hebben uitsluitend om een individuele behandeling verzocht.

(7)

Gezien het kennelijk grote aantal producenten/exporteurs, importeurs en EG-producenten werd in het bericht van inleiding vermeld dat de Commissie overwoog om overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening gebruik te maken van steekproeven voor het vaststellen van schade en dumping. Om de Commissie in staat te stellen te besluiten of het nodig was van een steekproef gebruik te maken — en indien dat het geval was — deze samen te stellen, werd de Chinese exporteurs/producenten, de importeurs en EG-producenten verzocht zich kenbaar te maken en de Commissie, zoals vermeld in het bericht van inleiding, basisgegevens te verstrekken over hun activiteiten in verband met het betrokken product tijdens het onderzoektijdvak (1 april 2003 tot en met 31 maart 2004). Na onderzoek van de verstrekte gegevens, bleek een steekproef alleen nodig te zijn voor de exporteurs. De steekproef werd gebaseerd op de grootste representatieve omvang van de uitvoer die binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht en bestond uit de acht grootste Chinese producenten/exporteurs (en de bedrijven waarmee zij banden hebben) die meer dan 50 % vertegenwoordigen van de omvang van de uitvoer van de medewerkende bedrijven naar de EG.

(8)

De Commissie heeft alle gegevens die nodig waren voor de voorlopige vaststelling van dumping, schade en het belang van de EG ingewonnen en gecontroleerd. Bij de volgende bedrijven werd ter plaatse een controle verricht.

a)

Producenten in de EG

Controles werden verricht ter plaatse bij zeven EG-producenten gespreid over vier verschillende landen. De meewerkende EG-producenten hebben verzocht, op basis van artikel 19 van de basisverordening, om hun details niet te publiceren, omdat dit een belangrijk negatief effect zou hebben voor hun bedrijf. Dit verzoek werd als voldoende onderbouwd beschouwd en daarom ingewilligd.

b)

Producenten/exporteurs in China

Wujiang Chemical Fabric Mill Co. Ltd.

Shaoxing Tianlong import and export Ltd.

Wujiang Canhua Import & Export Co. Ltd.

Fuzhou Fuhua Textile & Printing Dyeing Co. Ltd.

Fuzhou Ta Tung Textile Works Co. Ltd.

Hangzhou Delicacy Co. Ltd.

Shaoxing County Huaxiang Textile Co. Ltd.

Shaoxing Ronghao Textiles Co. Ltd. (en de gelieerde onderneming Shaoxing County Qing Fang Cheng Textile import and export Co. Ltd.)

c)

Onafhankelijke importeurs

LE-GO — Hof (Duitsland)

d)

Leveranciers van de EG-bedrijfstak

Elana SA — Torun (Polen)

e)

Verwerkende bedrijven in de EG

LE-GO — Hof (Duitsland).

(9)

Daar voor het vaststellen van de normale waarde voor Chinese ondernemingen die niet als marktgericht bedrijf konden worden beschouwd, gebruik moest worden gemaakt van de gegevens in een referentieland, in dit geval Turkije, vond een controlebezoek plaats bij onderstaande onderneming:

Italteks Expo Grup A.A., Istanbul.

3.   Onderzoektijdvak

(10)

Het onderzoek naar dumping en schade had betrekking op de periode van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004 („het onderzoektijdvak”). Het onderzoek naar de ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2000 tot het einde van onderzoektijdvak („de beoordelingsperiode”).

4.   Betrokken product en soortgelijk product

4.1.   Betrokken product

(11)

De klacht heeft betrekking op afgewerkte weefsels bevattende 85 of meer gewichtspercenten getextureerde of niet-getextureerde filamenten van polyesters, geverfd of bedrukt, die gewoonlijk worden gebruikt voor de vervaardiging van kledingstukken, en met name voor de vervaardiging van voeringen, anoraks, sportkleding, skikleding, ondergoed en modeartikelen.

(12)

Het product wordt vervaardigd door ongeverfd polyesterfilamentgaren te weven, waarna het weefsel wordt geverfd of bedrukt om een bepaald dessin of een bepaalde kleur te verkrijgen. Het moet worden onderscheiden van ongebleekte of gebleekte weefsels van synthetisch filamentgaren die de grondstof vormen voor het betrokken product. Het moet ook worden onderscheiden van weefsels van reeds geverfd polyesterfilamentgaren waarbij het dessin wordt ingeweven. Dit laatste product heeft andere fysische en chemische basiskenmerken omdat de grondstof (geverfd garen) anders is en het dessin wordt ingeweven en niet ontstaat door het bedrukken of verven van het weefsel. Voorts worden dergelijke weefsels gewoonlijk gebruikt voor interieurtextiel, terwijl het betrokken product vrijwel uitsluitend wordt gebruikt voor de vervaardiging van kleding.

(13)

Uit het onderzoek is gebleken dat alle soorten van het betrokken product zoals omschreven in overweging 11, ondanks verschillen in een aantal factoren zoals kleur, dikte van het garen en afwerking, dezelfde fysische en chemische eigenschappen hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Derhalve worden alle soorten van het betrokken product in het kader van onderhavige antidumpingprocedure als één enkel product beschouwd. Het product wordt ingedeeld onder GN-codes 5407 52 00, 5407 54 00, 5407 61 30, 5407 61 90 en ex 5407 69 90.

4.2.   Soortgelijk product

(14)

Het betrokken product dat werd vervaardigd en verkocht op de binnenlandse markt in China of Turkije beantwoordt aan de definitie van het betrokken product. Turkije werd als referentieland gekozen om de normale waarde vast te stellen voor China. De producten uit die landen hebben dezelfde fysische en chemische basiskenmerken en worden voor dezelfde doeleinden gebruikt.

(15)

Het betrokken product dat wordt vervaardigd door de EG-bedrijfstak en op de EG-markt wordt verkocht, beantwoordt eveneens aan de definitie van het betrokken product. Zij hebben dezelfde fysische en chemische kenmerken en worden voor dezelfde doeleinden gebruikt.

(16)

Deze producten worden daarom voorlopig beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

B.   DUMPING

1.   Behandeling als marktgericht bedrijf

(17)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening wordt de normale waarde bij antidumpingonderzoeken betreffende producten uit China vastgesteld overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 van artikel 2 voor die producenten die voldoen aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c).

(18)

Om verwijzingen te vergemakkelijken zijn deze criteria hieronder kort samengevat:

1)

zakelijke besluiten worden genomen en kosten worden gemaakt in reactie op marktsignalen, zonder inmenging van de overheid;

2)

de boekhouding wordt door een onafhankelijke accountant gecontroleerd en bestrijkt alle terreinen;

3)

er zijn geen verstoringen van betekenis die nog voortvloeien uit het vroegere systeem zonder markteconomie;

4)

er is rechtszekerheid en stabiliteit dankzij faillissements- en eigendomswetten;

5)

munteenheden worden tegen de marktkoers omgerekend.

(19)

49 Chinese producenten/exporteurs hebben zich bekendgemaakt en hebben, overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening, een verzoek ingediend om te worden behandeld als marktgericht bedrijf. Gezien het grote aantal ondernemingen, werd ter plaatse een onderzoek uitgevoerd bij slechts acht ondernemingen (zie overweging 7). Voor de overige ondernemingen werden de verstrekte gegevens diepgaand onderzocht en werd schriftelijk om nadere uitleg gevraagd wanneer de antwoorden onvolledig of onduidelijk waren. Wanneer een dochtermaatschappij of een andere onderneming in China die banden had met de indiener van het verzoek en die het betrokken product produceerde en/of exporteerde, werd ook dat bedrijf verzocht het desbetreffende formulier in te vullen. Een onderneming kan namelijk alleen als markgericht bedrijf worden behandeld indien alle gelieerde ondernemingen aan de hierboven vermelde criteria voldoen.

(20)

Van de acht ondernemingen waar ter plaatse een onderzoek werd uitgevoerd bleken er drie te voldoen aan alle criteria voor een behandeling als marktgericht bedrijf (zie overweging 23). Aan welke criteria de vijf overige producenten/exporteurs niet voldeden blijkt uit onderstaande tabel.

(21)

Uit het onderzoek van de aanvragen van de overige 41 ondernemingen bleek dat 19 ondernemingen geen aanspraak konden maken op de status van marktgericht bedrijf omdat zij duidelijk niet voldeden aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. Tien van deze 19 ondernemingen verleenden onvoldoende medewerking aan het onderzoek doordat zij de gevraagde informatie niet verstrekten. Zelfs na het zenden van een herinneringsschrijven konden deze ondernemingen niet aantonen dat zijzelf en eventuele gelieerde ondernemingen die betrokken waren bij de productie/verkoop van het betrokken product, aan de criteria voldeden. Aan welke criteria de overige negen ondernemingen niet voldeden blijkt uit onderstaande tabel. De overige 22 ondernemingen konden wel aantonen dat zij voldeden aan de vijf criteria om als marktgericht bedrijf te worden behandeld.

(22)

De volgende tabel geeft een overzicht, per onderneming, van de vijf criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening waaraan al dan niet werd voldaan:

Onderneming

Criteria

Artikel 2, lid 7, onder c),

1e streepje

Artikel 2, lid 7, onder c),

2e streepje

Artikel 2, lid 7, onder c),

3e streepje

Artikel 2, lid 7, onder c),

4e streepje

Artikel 2, lid 7, onder c),

5e streepje

1

Neen

Neen

Ja

Ja

Ja

2

Ja

Neen

Neen

Ja

Ja

3

Ja

Neen

Ja

Ja

Ja

4

Neen

Neen

Neen

Ja

Ja

5

Neen

Neen

Neen

Ja

Ja

6

Ja

Ja

Neen

Ja

Ja

7

Ja

Ja

Neen

Ja

Ja

8

Ja

Ja

Neen

Ja

Ja

9

Neen

Neen

Ja

Ja

Ja

10

Neen

Ja

Ja

Ja

Ja

11

Ja

Neen

Ja

Ja

Ja

12

Ja

Ja

Neen

Ja

Ja

13

Ja

Ja

Neen

Ja

Ja

14

Neen

Neen

Ja

Ja

Ja

Bron: Gecontroleerde antwoorden van de medewerkende Chinese exporteurs op de vragenlijst.

(23)

De volgende Chinese producenten/exporteurs werd een behandeling van marktgericht bedrijf toegekend:

1)

Fuzhou Fuhua Textile & Printing Dyeing Co. Ltd.

2)

Fuzhou Ta Tung Textile Works Co. Ltd.

3)

Hangzhou Delicacy Co. Ltd.

4)

Far Eastern Industries (Shangai) Ltd.

5)

Hangzhou Hongfeng Textile Co. Ltd.

6)

Hangzhou Jieenda Textile Co. Ltd.

7)

Hangzhou Mingyuan Textile Co. Ltd.

8)

Hangzhou Shenda Textile Co. Ltd.

9)

Hangzhou Yililong Textile Co. Ltd.

10)

Hangzhou Yongsheng Textile Co. Ltd.

11)

Hangzhou ZhenYa Textile Co. Ltd.

12)

Huzhou Styly Jingcheng Textile Co. Ltd.

13)

Nantong Teijin Co. Ltd.

14)

Shaoxing Ancheng Cloth industrial Co. Ltd.

15)

Shaoxing County Jiade Weaving and Dyeing Co. Ltd.

16)

Shaoxing County Pengyue Textile Co. Ltd.

17)

Shaoxing County Xingxin Textile Co. Ltd.

18)

Shaoxing Yinuo Printing Dyeing Co. Ltd.

19)

Wujiang Longsheng Textile Co. Ltd.

20)

Wujiang Xiangshen Textile Dyeing Finishing Co. Ltd.

21)

Zheijang Tianyuan Textile printing and Dying Co. Ltd.

22)

Zhejiang Shaoxing Yongli Printing and Dyeing Co. Ltd.

23)

Zhejiang Xiangsheng Group Co. Ltd.

24)

Zhejiang Yonglong enterprises Co. Ltd.

25)

Zhuji Bolan Textile Industrial development Co. Ltd.

2.   Individuele behandeling

(24)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), moet een antidumpingrecht voor het gehele land gelden voor landen waarop artikel 2, lid 7, van toepassing is, tenzij ondernemingen in die landen kunnen aantonen dat zij aan de criteria voor een individuele behandeling van artikel 9, lid 5, van de basisverordening voldoen.

(25)

De producenten/exporteurs die een behandeling als marktgericht bedrijf hadden gevraagd, hadden tevens om een individuele behandeling verzocht ingeval het eerste verzoek werd afgewezen. Zeven andere producenten/exporteurs hebben eveneens een verzoek om een individuele behandeling ingediend.

(26)

Van de ondernemingen die een verzoek om een behandeling als marktgericht bedrijf hadden ingediend dat was afgewezen, bleken 13 te voldoen aan alle criteria van artikel 9, lid 5, van de basisverordening voor een individuele behandeling. Van de overige ondernemingen hadden tien onvoldoende medewerking verleend om in aanmerking te komen voor een behandeling als marktgericht bedrijf en te weinig bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning van hun verzoek om een individuele behandeling. Een andere onderneming kon geen individuele behandeling worden verleend omdat deze niet kon aantonen dat zij haar exportprijzen, exporthoeveelheden en verkoopvoorwaarden vrij kon vaststellen. Voor het grootste deel van de export bleek het zelfs onmogelijk na te gaan wie de uiteindelijke afnemer was of hoe de betaling geschiedde. Hierdoor ontstond het vermoeden dat de overheid betrokken was bij het vaststellen van de prijzen, hetgeen door de onderneming niet kon worden weerlegd.

(27)

Vijf van de zeven ondernemingen die uitsluitend om een individuele behandeling hadden gevraagd, voldeden aan de criteria van artikel 9, lid 5, van de basisverordening. De overige twee ondernemingen konden niet aantonen dat zij hun exportprijzen, exporthoeveelheden en verkoopvoorwaarden vrij konden vaststellen, zonder overheidsinmenging. Geen van beide ondernemingen kon inzage geven in de statuten die tijdens het onderzoektijdvak van kracht waren en een bleek voor het grootste deel van het onderzoektijdvak in handen te zijn van de staat.

(28)

De volgende 18 ondernemingen werd een individuele behandeling verleend:

1)

Hangzhou CaiHong Textile Co. Ltd.

2)

Hangzhou Fuen Textile Co. Ltd.

3)

Hangzhou Jinsheng Textile Co. Ltd.

4)

Hangzhou Xiaonshan Phoenix Industry Co. Ltd.

5)

Hangzhou Zhengda Textile Co. Ltd.

6)

Wujiang Canhua Import & Export Co. Ltd.

7)

Shaoxing China Light & Textile Industrial City Somet Textile Co. Ltd.

8)

Shaoxing County Fengyi Textile Printing and Dying Co. Ltd.

9)

Shaoxing County Huaxiang Textile Co. Ltd.

10)

Shaoxing Nanchi Textile Printing Dyeing Co. Ltd.

11)

Shaoxing Ronghao Textiles Co. Ltd. (en de gelieerde onderneming Shaoxing County Qing Fang Cheng Textile import and export Co. Ltd.).

12)

Shaoxing Xinghui Textiles Co. Ltd.

13)

Shaoxing Yongda Textile Co. Ltd.

14)

Shaoxing Tianlong import and export Ltd.

15)

Zhejiang Huagang Dyeing and Weaving Co. Ltd.

16)

Zheijang Golden time printing and Dying knitwear Co. Ltd.

17)

Zheijang Golden tree SLK printing Dying and Sandwshing Co. Ltd.

18)

Zheijang Shaoxiao Printing and Dying Co. Ltd.

3.   Steekproef

(29)

Gezien het grote aantal ondernemingen werd besloten gebruik te maken van een steekproef waarvoor, in overeenstemming met de Chinese autoriteiten, de acht ondernemingen werden geselecteerd met het grootste exportvolume naar de EG.

(30)

Vervolgens bleek dat van de acht aanvankelijk geselecteerde ondernemingen drie voor een behandeling als marktgericht bedrijf in aanmerking kwamen en vier voor een individuele behandeling. De bepalingen inzake steekproeven moesten derhalve op die basis worden toegepast.

4.   Normale waarde

4.1.   Voor producenten/exporteurs die als marktgericht bedrijf werden beschouwd

(31)

Voor het vaststellen van de normale waarde heeft de Commissie eerst voor elke producent/exporteur vastgesteld of diens verkoop van het betrokken product op de binnenlandse markt representatief was in vergelijking met diens export naar de EG. Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening werd de binnenlandse verkoop representatief geacht wanneer de op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid ten minste 5 % bedroeg van de naar de EG uitgevoerde hoeveelheid.

(32)

Vervolgens heeft de Commissie voor de producenten/exporteurs met een over het geheel genomen representatieve verkoop op de binnenlandse markt onderzocht welke soorten van het betrokken product die op de binnenlandse markt waren verkocht identiek waren of rechtstreeks vergeleken konden worden met de soorten die naar de EG waren uitgevoerd.

(33)

Voor elk van deze soorten werd vastgesteld of de binnenlandse verkoop voldoende representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening. De binnenlandse verkoop van een bepaalde soort werd voldoende representatief geacht wanneer de binnenlandse verkoop van die soort in het onderzoektijdvak ten minste 5 % bedroeg van de export van die soort naar de EG.

(34)

Of de binnenlandse verkoop van een soort in het kader van normale handelstransacties had plaatsgevonden werd onderzocht door het aandeel van de winstgevende verkoop in de totale verkoop van die soort aan onafhankelijke afnemers vast te stellen.

(35)

Wanneer van een soort meer dan 80 % was verkocht tegen een nettoprijs die gelijk was aan of hoger dan de productiekosten en wanneer de gewogen gemiddelde prijs van die soort gelijk was aan of hoger dan de productiekosten, was de normale waarde het gewogen gemiddelde van de prijzen van die soort bij de al dan niet winstgevende verkoop op de binnenlandse markt in het onderzoektijdvak.

(36)

Wanneer van een soort 80 % of minder met winst was verkocht of wanneer de gewogen gemiddelde prijs van die soort lager was dan de productiekosten, was de normale waarde het gewogen gemiddelde van de winstgevende verkoop van die soort, mits die verkoop ten minste 10 % bedroeg van de totale verkoop van die soort.

(37)

Wanneer de winstgevende verkoop van een soort minder bedroeg dan 10 % van de totale verkoop van die soort, werd die verkoop niet als representatief beschouwd en was de binnenlandse prijs geen geschikte basis voor de vaststelling van de normale waarde.

(38)

Wanneer de binnenlandse prijzen van een door een producent/exporteur verkochte soort niet konden worden gebruikt, werd de normale waarde geconstrueerd en werd niet uitgegaan van de binnenlandse prijzen van andere producenten/exporteurs. Gezien de vele verschillende productsoorten en de vele factoren die daarop van invloed zijn (soort vezel, dikte van het garen, afwerking van het weefsel) zouden, indien gebruik was gemaakt van de binnenlandse prijzen van andere producenten/exporteurs, talrijke — vaak op ramingen gebaseerde — correcties noodzakelijk zijn geweest. Daarom werd geoordeeld dat het beter was de normale waarde te construeren.

(39)

Overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening werd de normale waarde derhalve geconstrueerd door aan de fabricagekosten van de uitgevoerde soorten — gecorrigeerd waar nodig — een redelijk bedrag toe te voegen voor verkoopkosten, algemene en administratieve kosten (VAA-kosten) en winst. De Commissie heeft onderzocht of de VAA-kosten en de winst van de betrokken producenten/exporteurs bij verkoop op de binnenlandse markt betrouwbare gegevens waren.

(40)

De binnenlandse VAA-kosten werden als betrouwbaar beschouwd wanneer de binnenlandse verkoop van een onderneming in vergelijking met de uitvoer naar de EG als representatief kon worden beschouwd. Voor de vaststelling van de winst op de binnenlandse verkoop werd de binnenlandse verkoop van die soorten in aanmerking genomen die in het kader van normale handelstransacties waren verkocht. Hiertoe werd de in overweging 34 beschreven methode toegepast. Indien niet aan deze criteria was voldaan, werd gebruik gemaakt van de gewogen gemiddelde VAA-kosten en/of winstmarge van andere ondernemingen die in het betrokken land toereikende hoeveelheden in het kader van normale handelstransacties hadden verkocht.

(41)

Bij twee ondernemingen met een over het geheel genomen representatieve verkoop werd vastgesteld dat slechts bepaalde uitgevoerde soorten op de binnenlandse markt waren verkocht of in het kader van normale handelstransacties waren verkocht. Voor de andere uitgevoerde soorten werd de normale waarde geconstrueerd volgens de in de overwegingen 38, 39 en 40 beschreven methode.

(42)

Een onderneming bleek geen representatieve verkoop te hebben zodat de normale waarde moest worden geconstrueerd volgens de in de overwegingen 38, 39 en 40 beschreven methode.

(43)

Voor twee ondernemingen bleek dat de door hen opgegeven productiekosten niet alle relevante kostenelementen omvatten zodat correcties moesten worden toegepast.

4.2.   Voor producenten/exporteurs die niet als marktgericht bedrijf werden beschouwd

a)   Referentieland

(44)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening werd de normale waarde voor ondernemingen die niet als marktgericht bedrijf konden worden beschouwd, gebaseerd op de prijs of geconstrueerde waarde in het vergelijkbare land („het referentieland”).

(45)

In het bericht van inleiding was vermeld dat de Commissie voornemens was Mexico als referentieland te kiezen voor het vaststellen van de normale waarde voor China; belanghebbenden konden hierover opmerkingen maken.

(46)

Enkele Chinese producenten/exporteurs die niet als marktgericht bedrijf werden beschouwd, maakten bezwaar tegen deze keuze. Mexico was volgens hen geen passend referentieland omdat het in vergelijking met China onvoldoende hoeveelheden produceerde en slechts weinig producenten telde. De Commissie heeft alle haar bekende producenten/exporteurs in Mexico een vragenlijst gezonden, maar hierop geen antwoord ontvangen. Mexico kon derhalve niet als referentieland dienen.

(47)

De Commissie heeft derhalve andere mogelijkheden onderzocht en stelde vast dat Turkije een passend referentieland was. Op de Turkse markt voor het betrokken product zijn tal van binnenlandse producenten, zowel grote als kleine, aanwezig en er worden aanzienlijke hoeveelheden ingevoerd. De Turkse producenten bleken dezelfde soorten te produceren als de Chinese producenten en van soortgelijke productiemethoden gebruik te maken. De Turkse markt werd derhalve voldoende representatief geacht om de normale waarde vast te stellen.

(48)

De Commissie nam contact op met alle haar bekende producenten in Turkije en vond een onderneming die bereid was mee te werken. Deze producent werd een vragenlijst toegezonden en zijn antwoorden werden ter plaatse gecontroleerd.

b)   Vaststelling van de normale waarde

(49)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening wordt de normale waarde voor producenten/exporteurs die niet als marktgericht bedrijf worden beschouwd vastgesteld aan de hand van de gecontroleerde gegevens die een producent in het referentieland heeft verstrekt, in dit geval de prijzen die op de binnenlandse markt van Turkije voor vergelijkbare productsoorten in het kader van normale handelstransacties zijn betaald of moeten worden betaald, overeenkomstig de in overweging 35 beschreven methode. Indien nodig werden deze prijzen gecorrigeerd om een billijke vergelijking te kunnen maken met de door de Chinese producenten naar de EG uitgevoerd soorten.

(50)

De normale waarde was dus de gewogen gemiddelde prijs van de medewerkende producent in Turkije bij verkoop op de binnenlandse markt aan onafhankelijke afnemers.

5.   Exportprijs

(51)

Wanneer het betrokken product bij uitvoer was verkocht aan onafhankelijke afnemers in de EG werd de exportprijs vastgesteld op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening.

(52)

De ondernemingen die een individuele behandeling hadden verkregen, voerden het betrokken product rechtstreeks uit naar niet-gelieerde afnemers in de EG zodat de exportprijs werd vastgesteld overeenkomstig de in overweging 51 beschreven methode.

6.   Vergelijking

(53)

De normale waarde en de exportprijzen werden vergeleken af fabriek. Om een billijke vergelijking te kunnen maken van de normale waarde met de exportprijs werden correcties toegepast voor verschillen die gevolgen hadden voor de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen, overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening. Correcties werden toegestaan wanneer de verzoeken daartoe redelijk en nauwkeurig bleken en met bewijsmateriaal waren gestaafd. Zo werden correcties toegepast voor de kosten van transport, verzekering, krediet en commissies en voor bankkosten. Tevens werden correcties toegepast wanneer de export plaatsvond via een gelieerde onderneming die in een ander land dan China of in de EG was gevestigd, overeenkomstig artikel 2, lid 10, onder i), van de basisverordening.

(54)

Vastgesteld werd dat bij de uitvoer minder BTW was terugbetaald dan bij de binnenlandse verkoop. Om hiermee rekening te houden werden de exportprijzen gecorrigeerd met het verschil tussen de tarieven voor de terugbetaling van de BTW bij uitvoer en bij binnenlandse verkoop, dat wil zeggen 2 % in 2003 en 4 % in 2004.

7.   Dumpingmarge

7.1.   Voor ondernemingen die de status van marktgericht bedrijf/een individuele behandeling hadden verkregen

a)   Marktgericht bedrijf

(55)

Voor de drie ondernemingen die na de controle ter plaatse als marktgericht bedrijf werden beschouwd en die in de steekproef werden opgenomen, werd de gewogen gemiddelde normale waarde, per soort, vergeleken met de gewogen gemiddelde prijs bij uitvoer naar de EG overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening. Omdat deze ondernemingen banden met elkaar hadden, werd als voorlopige dumpingmarge het gewogen gemiddelde genomen van de voorlopige dumpingmarges van deze ondernemingen, in procenten van de CIF-invoerprijs grens EG. Dit is de normale praktijk van de EG in het geval van producenten/exporteurs die banden met elkaar hebben.

(56)

Voor de overige 22 ondernemingen die de status van marktgericht bedrijf hadden verkregen doch niet in de steekproef waren opgenomen, was de voorlopige dumpingmarge gelijk aan het gewogen gemiddelde van de dumpingmarges die voorlopig waren vastgesteld voor de in de steekproef opgenomen bedrijven.

b)   Individuele behandeling

(57)

Voor de vier in de steekproef opgenomen ondernemingen die een individuele behandeling hadden verkregen, werd de gewogen gemiddelde normale waarde die was vastgesteld voor het referentieland vergeleken met hun gewogen gemiddelde prijs bij uitvoer naar de EG overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening. Voor de overige 18 ondernemingen die een individuele behandeling hadden verkregen, maar die niet in de steekproef waren opgenomen, was de voorlopige dumpingmarge gelijk aan de gewogen gemiddelde dumpingmarge die was vastgesteld voor de in de steekproef opgenomen bedrijven die een individuele behandeling hadden verkregen.

(58)

De voorlopige gewogen gemiddelde dumpingmarges, in procenten van de cif-prijs, grens EG, vóór inklaring, zijn als volgt:

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge

Fuzhou Fuhua Textile & Printing Dyeing Co. Ltd.

20,0 %

Fuzhou Ta Tung Textile Works Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Delicacy Co. Ltd.

20,0 %

Far Eastern Industries (Shangai) Ltd.

20,0 %

Hangzhou Hongfeng Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Jieenda Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Mingyuan Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Shenda Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Yililong Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Yongsheng Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou ZhenYa Textile Co. Ltd.

20,0 %

Huzhou Styly Jingcheng Textile Co. Ltd.

20,0 %

Nantong Teijin Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing Ancheng Cloth industrial Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing County Jiade Weaving and Dyeing Co Ltd.

20,0 %

Shaoxing County Pengyue Textile Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing County Xingxin Textile Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing Yinuo Printing Dyeing Co. Ltd.

20,0 %

Wujiang Longsheng Textile Co. Ltd.

20,0 %

Wujiang Xiangshen Textile Dyeing Finishing Co. Ltd.

20,0 %

Zheijang Tianyuan Textile printing and Dying Co. Ltd.

20,0 %

Zhejiang Shaoxing Yongli Printing and Dyeing Co. Ltd.

20,0 %

Zhejiang Xiangsheng Group Co. Ltd.

20,0 %

Zhejiang Yonglong enterprises Co. Ltd.

20,0 %

Zhuji Bolan Textile Industrial development Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou CaiHong Textile Co. Ltd.

42,3 %

Hangzhou Fuen Textile Co. Ltd.

42,3 %

Hangzhou Jinsheng Textile Co. Ltd.

42,3 %

Hangzhou Xiaonshan Phoenix Industry Co. Ltd.

42,3 %

Hangzhou Zhengda Textile Co. Ltd.

42,3 %

Wujiang Canhua Import & Export Co. Ltd.

81,9 %

Shaoxing China Light & Textile Industrial City Somet Textile Co. Ltd.

42,3 %

Shaoxing County Fengyi Textile Printing and Dying Co. Ltd.

42,3 %

Shaoxing County Huaxiang Textile Co. Ltd.

26,7 %

Shaoxing Nanchi Textile Printing Dyeing Co Ltd.

42,3 %

Shaoxing Ronghao Textiles Co. Ltd.

36,3 %

Shaoxing County Qing Fang Cheng Textile import and export Co. Ltd.

36,3 %

Shaoxing Xinghui Textiles Co. Ltd.

42,3 %

Shaoxing Yongda Textile Co. Ltd.

42,3 %

Shaoxing Tianlong import and export Ltd.

70,3 %

Zhejiang Huagang Dyeing and Weaving Co. Ltd.

42,3 %

Zheijang Golden time printing and Dying knitwear Co. Ltd.

42,3 %

Zheijang Golden tree SLK printing Dying and Sandwshing Co. Ltd.

42,3 %

Zheijang Shaoxiao Printing and Dying Co. Ltd.

42,3 %

7.2.   Voor alle andere producenten/exporteurs

(59)

Om het antidumpingrecht te berekenen voor alle andere Chinese producenten/exporteurs, heeft de Commissie eerst het niveau van medewerking onderzocht. Hiertoe werd de totale invoer van het betrokken product uit China volgens de gegevens van Eurostat vergeleken met de antwoorden van de Chinese producenten/exporteurs op de vragenlijst. Mede rekening houdend met de sterke fragmentatie van de Chinese export bleek dat de mate van medewerking hoog was: de medewerkende producenten/exporteurs waren goed voor 77 % van de betrokken Chinese uitvoer naar de EG.

(60)

De dumpingmarge werd derhalve berekend door de gewogen gemiddelde exportprijs die was opgegeven door een medewerkende exporteur, die noch de status van marktgericht bedrijf noch een individuele behandeling hadden verkregen, te vergelijken met de exportprijs volgens Eurostat en dit resultaat vervolgens te vergelijken met de gewogen gemiddelde normale waarde die voor vergelijkbare productsoorten in het referentieland was vastgesteld. Eurostat-gegevens werden gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening bij gebrek aan nadere gegevens over exportprijzen.

(61)

De voor het gehele land geldende dumpingmarge is dus voorlopig vastgesteld op 109,3 % van de cif-prijs, grens EG.

C.   SCHADE

1.   Productie in de EG

(62)

Het betrokken product werd in het onderzoektijdvak in de EG vervaardigd door:

de zeven klagende producenten alsmede een andere producent die de klacht volledig steunde en die tezamen goed waren voor een productie van 97 miljoen strekkende meter. Zeven van hen hebben volledig medewerking verleend aan het onderzoek van de Commissie; één kon slechts gedeeltelijk meewerken omdat hij failliet was gegaan;

twaalf andere producenten met een productie van ongeveer 59 miljoen strekkende meter die de procedure uitdrukkelijk steunden en algemene informatie hebben verstrekt over hun productie en verkoop;

andere producenten die de klacht niet steunden, maar die geen bezwaar hebben gemaakt tegen de procedure.

(63)

De productie van bovengenoemde ondernemingen is de totale EG-productie van het betrokken product en wordt geraamd op ongeveer 330 miljoen strekkende meter.

2.   Definitie van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(64)

De gezamenlijke productie van de zeven EG-producenten die volledig aan dit onderzoek hebben medegewerkt en van de producent die slechts gedeeltelijke medewerking kon verlenen, bedroeg in het onderzoektijdvak 97 miljoen strekkende meter, of ongeveer 30 % van de geraamde totale productie van het betrokken product in de EG. De zeven EG-producenten die volledig medewerking hebben verleend alsmede de producent die slechts gedeeltelijk medewerking verleende zijn daarom de bedrijfstak van de Gemeenschap in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening.

3.   Verbruik in de EG

(65)

Het zichtbare verbruik in de EG werd vastgesteld aan de hand van:

de totale invoer volgens Eurostat en de gegevens die de producenten/exporteurs hebben verstrekt;

de totale gecontroleerde verkochte hoeveelheden van de bedrijfstak van de EG volgens de gecontroleerde antwoorden op de door hen ingevulde vragenlijst; en

de gegevens over de verkoop van twaalf andere EG-producenten die algemene informatie hebben verstrekt;

de gegevens over de verkoop van alle overige EG-producenten, geraamd op basis van de productiegegevens.

(66)

Het verbruik was in de beoordelingsperiode vrij stabiel. Na een piek van 754 miljoen strekkende meter in 2001, daalde het verbruik tot 732,34 miljoen strekkende meter in het onderzoektijdvak, hetgeen 0,92 % lager is dan aan het begin van de beoordelingsperiode. De lichte daling van het verbruik was het gevolg van de stijgende invoer van kledingstukken omdat de productie hiervan steeds meer naar landen buiten de EG is verplaatst. Dit leidde tot een stabilisering van de kledingproductie in de EG ondanks een toename van het verbruik.

 

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

EU-verbruik

739 169 985

754 214 336

747 754 113

735 991 749

732 342 190

2000 = 100

100

102

101

100

99

4.   Invoer uit China

4.1.   Ingevoerde hoeveelheden en marktaandeel

(67)

De invoer uit China heeft zich wat de omvang en het marktaandeel betreft als volgt ontwikkeld.

 

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Hoeveelheid

134 554 007

185 488 587

221 465 186

268 129 534

287 748 753

2000 = 100

100

138

165

199

214

Marktaandeel (%)

18,2

24,6

29,6

36,4

39,3

(68)

In de beoordelingsperiode steeg de invoer uit China voortdurend, namelijk van 134 miljoen strekkende meter in 2000 tot 287 miljoen strekkende meter in het onderzoektijdvak, dat wil zeggen met 114 %. Het Chinese marktaandeel in de EG steeg van 18,2 % in 2000 tot 36,4 % in 2002 en bereikte 39,3 % in het onderzoektijdvak.

4.2.   Prijzen en prijsonderbieding

(69)

De gemiddelde CIF-prijzen bij invoer uit China stegen licht van 2000 op 2001, waarna zij in 2002 met 8 percentpunten daalden. De prijzen gingen in 2003 sneller omlaag (12 procentpunten) en deze trend zette zich voort in het onderzoektijdvak. Voor de gehele periode bedroeg de daling 23 procentpunten.

(70)

Om de prijsonderbieding te kunnen beoordelen werden de prijzen van de EG-bedrijfstak vergeleken met de prijzen van de Chinese producenten/exporteurs in het onderzoektijdvak (gewogen gemiddelde prijs per productsoort — na aftrek van kortingen). De prijzen van de bedrijfstak van de EG waren af fabriek en de prijzen van de betrokken Chinese producenten/exporteurs waren cif-grens EG, plus invoerrechten, gecorrigeerd voor het handelsstadium en de kosten van laden, lossen, op- en overslag; de correcties geschiedden aan de hand van de informatie die bij het onderzoek was verkregen, met name van medewerkende onafhankelijke importeurs.

(71)

Uit deze vergelijking bleek dat het betrokken product uit China in het onderzoektijdvak in de EG tegen prijzen was verkocht die de prijzen van de bedrijfstak van de EG met 8,8 % tot 51,1 % onderboden. De prijzen van de bedrijfstak van de EG waren bovendien reeds gedrukte prijzen die de productiekosten niet dekten.

5.   Situatie van de bedrijfstak van de EG

(72)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de EG een beoordeling van alle economische indicatoren die de situatie weergeven van die bedrijfstak vanaf 2000 (het uitgangsjaar) tot aan het onderzoektijdvak.

(73)

De gegevens hieronder over de bedrijfstak van de EG zijn de gegevens die de zeven medewerkende EG-producenten hebben verstrekt.

5.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(74)

De productiecapaciteit werd vastgesteld aan de hand van de theoretische maximale uurproductie van de geïnstalleerde machines, vermenigvuldigd met het theoretisch aantal arbeidsuren per jaar, tijd voor onderhoud en andere dergelijke productieonderbrekingen in aanmerking genomen.

 

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Productie (strekkende meter)

121 863 189

116 251 098

106 323 467

97 293 397

96 478 634

Index (2000 = 100)

100

95

87

80

79

Productiecapaciteit

189 100 207

192 687 309

178 904 418

172 766 620

171 653 883

Index (2000 = 100)

100

102

95

91

91

Bezettingsgraad (%)

64

60

59

56

56

Index (2000 = 100)

100

94

92

88

88

(75)

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel daalde de productie in de beoordelingsperiode met 21 %, ondanks een vrij stabiel verbruik in de EG (een daling van 1 %), bij een daling van de productiecapaciteit met 9 %. Ondanks deze daling van de productiecapaciteit nam de bezettingsgraad nog sterker af. Deze bedroeg in het onderzoektijdvak slechts 56 % (8 procentpunten onder het niveau aan het begin van de beoordelingsperiode).

5.2.   Voorraden

(76)

Hieronder worden de cijfers gegeven voor de voorraden aan het einde van elke periode

 

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Voorraden(strekkende meter)

16 580 068

15 649 118

16 398 108

14 491 370

15 283 152

als % van de productie

13,6

13,5

15,4

14,9

15,8

(77)

De voorraden gaven in absolute termen enige schommelingen te zien, maar daalden over de gehele periode. In verhouding tot de productie stegen de voorraden evenwel van 13,6 % in 2000, 14,9 % in 2003 tot 15,8 % in het onderzoektijdvak.

5.3.   Verkoop, marktaandeel en prijzen in de EG

(78)

De cijfers hieronder geven de verkoop weer van de bedrijfstak van de EG aan onafhankelijke afnemers in de EG.

 

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Verkochte hoeveelheden (strekkende meter)

90 860 385

79 328 799

76 225 554

73 913 243

71 771 114

Index (2000 = 100)

100

87

84

81

79

Marktaandeel (%)

12,3

10,5

10,2

10,0

9,8

Index (2000 = 100)

100

85

83

81

80

Gemiddelde prijs

(EUR/strekkende meter)

1,29

1,38

1,36

1,40

1,38

Index (2000 = 100)

100

107

105

109

107

(79)

De verkoop van de EG-bedrijfstak nam voortdurend af en daalde over de gehele beoordelingsperiode met 21 %. De afname van het verkoopvolume moet worden gezien in het licht van de stijgende invoer uit China, die in die periode met 114 % toenam.

(80)

Van 2000 op 2001 daalde het marktaandeel van de EG-bedrijfstak van 12,3 % tot 10,5 %, ondanks een stijging van 2 % van het verbruik in de EG. Het marktaandeel van de EG-bedrijfstak kromp vanaf 2001, tot in het onderzoektijdvak een dieptepunt werd bereikt van 9,8 %.

(81)

De gemiddelde verkoopprijs van de EG-bedrijfstak steeg van 2000 op 2001 met 7 % en is sindsdien relatief stabiel gebleven (1,36 tot 1,40 EUR). De prijsstijging van 2000 op 2001 was het resultaat van een wijziging van het assortiment, omdat de EG-bedrijfstak zich steeds meer is gaan toeleggen op meer gespecialiseerde producten met een hogere toegevoegde waarde. De prijsstijging was echter minder dan kon worden verwacht gelet op de hogere eisen waaraan moest worden voldaan, de verbetering van de kwaliteit en de hieruit voortvloeiende kostenstijging. De EG-bedrijfstak bleef zijn assortiment verbeteren en ging zich steeds meer toeleggen op meer gespecialiseerde producten met een hogere toegevoegde waarde waarvoor in principe een hogere prijs kan worden gevraagd. Omdat dit in werkelijkheid niet het geval was, daalden de prijzen in het onderzoektijdvak tot het niveau van 2001.

5.4.   Groei

(82)

Over de gehele beoordelingsperiode was de groei van de productie, van het verkoopvolume en van het marktaandeel negatief, hetgeen negatieve financiële resultaten opleverde.

5.5.   Winstgevendheid, rendement van het geïnvesteerd vermogen en kasstroom

(83)

Voor de winst werd uitgegaan van de winst vóór belastingen. De „winstgevendheid van de EG-verkoop” is de winst op de verkoop van het betrokken product op de EG-markt. De cijfers betreffende het rendement van het geïnvesteerd vermogen en de kasstroom geven de winst op de kleinste groep producten van de onderneming weer waartoe het betrokken product behoort en waarover overeenkomstig artikel 3, lid 8, van de basisverordening de nodige gegevens konden worden verkregen.

(84)

Het rendement van het geïnvesteerd vermogen is berekend aan de hand van het rendement van de netto activa, daar laatstgenoemd rendement voor de analyse van de trends relevanter wordt geacht.

 

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Winst bij verkoop op EG-markt (%)

1,2

1,1

– 2,7

– 4,0

– 3,9

Rendement van het geïnvesteerd vermogen (%)

– 5,6

– 9,2

– 10,7

– 25,7

– 24,2

Kasstroom

13 701 583

13 442 402

12 186 295

12 438 496

12 922 951

(85)

Zoals reeds vermeld steeg de gemiddelde prijs per eenheid van de EG-bedrijfstak over de beoordelingsperiode in haar geheel met 7 %, vanwege een wijziging in het assortiment. De winst bij verkoop op de EG-markt daalde echter van 1,2 % in 2000 tot – 4 % in 2003 en tot – 3,9 % in het onderzoektijdvak. Ondanks het feit dat de EG-bedrijfstak, om winstgevend te blijven, zich meer op de productie van gespecialiseerde producten is gaan toeleggen, heeft hij toch verliezen gemaakt.

(86)

Het rendement van het geïnvesteerd vermogen laat dezelfde algemene trend zien als de winstgevendheid en daalde in de beoordelingsperiode van – 5,6 tot – 24,2 %. Dit percentage heeft evenwel betrekking op alle activiteiten van deze ondernemingen omdat het niet mogelijk was investeringen aan het betrokken product toe te rekenen.

(87)

De kasstroom daalde van 2000 op 2002 met 11 %, alvorens van 2002 tot in het onderzoektijdvak te stijgen met 6 %. De kasstroom daalde over de beoordelingsperiode in haar geheel met 6 %.

5.6.   Investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(88)

Het niveau van de investeringen steeg in 2001 met 76 %, maar daalde in 2002 met 63 % alvorens weer het voorgaande niveau te bereiken (ongeveer 7,1 miljoen EUR) in 2003 en het onderzoektijdvak. De grote stijging in 2001 en de daling in 2002 waren niet zozeer het gevolg van een verandering in investeringsstrategie, maar meer van de datum waarop de investeringen werden geboekt.

(89)

De EG-bedrijfstak bleef ondanks alle moeilijkheden investeren. Met deze investeringen werd de capaciteit niet uitgebreid, maar werden de productiefaciliteiten gemoderniseerd om producten te kunnen produceren van een consequent hoge kwaliteit tegen lagere kosten door een efficiënter gebruik van energie, water en andere hulpbronnen en door een grotere mate van automatisering.

(90)

Tussen het besluit om te investeren in grootschalige projecten en de realisatie daarvan ligt meestal een periode van ongeveer twee jaar. Dit verklaart gedeeltelijk waarom het niveau van de investeringen in de beoordelingsperiode ongeveer gelijk bleef ondanks het feit dat de financiële resultaten verslechterden.

(91)

Een groot deel van de EG-bedrijfstak bestaat uit middelgrote of kleine ondernemingen. Het vermogen van deze ondernemingen om kapitaal aan te trekken werd in de beoordelingsperiode dan ook enigszins beperkt, met name in het laatste gedeelte toen de winst negatief werd.

5.7.   Werkgelegenheid, productiviteit en lonen

(92)

De productie van de EG-bedrijfstak liep tijdens de beoordelingsperiode terug met 21 %. Als gevolg hiervan en van de investeringen in automatisering moesten werknemers worden ontslagen, waarvan het aantal terugliep van 928 in 2000 tot 790 in het onderzoektijdvak, dus met 15 %. Als gevolg van de inkrimping van het personeelsbestand daalden de loonkosten dan ook van 35,3 miljoen EUR in 2000 tot 32,2 miljoen EUR in het onderzoektijdvak, dus met 9 %.

(93)

Ondanks deze vermindering van het aantal werknemers en de toegenomen automatisering daalde de productiviteit als gevolg van de daling van de verkochte hoeveelheden zodat de EG-bedrijfstak zich gedwongen zag zijn productie te verminderen. De investeringen in nieuwe machines leverden dan ook niet de verwachte resultaten op.

5.8.   Hoogte van de dumpingmarge

(94)

Gezien de omvang van de invoer met dumping en de prijzen waartegen het betrokken product uit China werd verkocht kunnen de gevolgen van de dumpingmarge niet als te verwaarlozen worden beschouwd.

5.9.   Herstel na eerdere dumping

(95)

De EG-bedrijfstak verkeerde niet in een situatie waarin deze zich moest herstellen van eerdere gevolgen van schadelijke dumping.

6.   Conclusie

(96)

Vrijwel alle economische indicatoren gaven in de beoordelingsperiode een negatieve trend te zien. De omvang van de productie daalde met 21 %, de productiecapaciteit met 9 % en de bezettingsgraad met 12,5 %. Hoewel de voorraden in absolute termen waren gedaald, waren ze in verhouding tot de productie toegenomen. De omvang van de verkoop op de EG-markt was met 20 % gedaald en het marktaandeel van de EG-bedrijfstak met 21 %. De prijzen waren weliswaar met 7 % gestegen, doch dit was onvoldoende om de kosten te dekken die voortvloeiden uit de overschakeling op de productie van meer gespecialiseerde producten. De moeilijke situatie waarin de EG-bedrijfstak zich bevond kwam tot uiting in een daling van de winstgevendheid, namelijk van 1,2 % in 2000 tot – 3,9 % in het onderzoektijdvak. Het rendement van de activa werd eveneens steeds meer negatief en de kasstroom nam af. De werkgelegenheid en de lonen daalden omdat werknemers moesten worden ontslagen om de kosten te drukken bij een dalende productie, verkoop en winst. De productiviteit daalde eveneens omdat de lagere loonkosten en voortgezette investeringen in moderne fabrieken en machines bij een daling van de productie niet de gewenste resultaten opleverden.

(97)

Hoewel de EG-bedrijfstak zijn investeringen tot nu toe op een behoorlijk peil kon handhaven, is zijn vermogen om kapitaal aan te trekken duidelijk aangetast door de groeiende verliezen en is het niet realistisch te verwachten dat de investeringen op dit peil kunnen worden voortgezet indien zijn financiële positie niet verbetert.

(98)

Gezien het bovenstaande is de voorlopige conclusie dat de bedrijfstak van de EG aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3 van de basisverordening.

D.   OORZAAK VAN DE SCHADE

1.   Inleiding

(99)

In overeenstemming met artikel 3, lid 6, van de basisverordening werd nagegaan of de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de EG had geleden, veroorzaakt was door de invoer met dumping uit China. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie tevens onderzocht of er andere factoren waren waardoor de bedrijfstak van de EG mogelijk schade had geleden om te voorkomen dat door deze factoren veroorzaakte schade ten onrechte aan de invoer met dumping werd toegeschreven.

2.   Gevolgen van de invoer met dumping

(100)

De invoer van het betrokken product uit China is in de beoordelingsperiode sterk toegenomen. Zoals blijkt uit de tabel in overweging 67 steeg de invoer uit China van ongeveer 135 miljoen strekkende meter in 2000 tot 288 miljoen strekkende meter in het onderzoektijdvak, dat wil zeggen met 114 %. Het marktaandeel van het betrokken product uit China is dan ook meer dan verdubbeld, van 18,2 % tot 39,3 %.

(101)

Zoals vermeld in overweging 71 was de prijs van het betrokken product uit China gemiddeld aanzienlijk lager, namelijk 8,8 % tot 51,1 % dan dat van de EG-bedrijfstak. Daardoor kon de EG-bedrijfstak zijn prijzen niet verhogen, ook al was hij overgeschakeld op meer gespecialiseerde producten met een hogere toegevoegde waarde.

(102)

De aanzienlijke stijging van de invoer uit China en van het daarmee overeenstemmende marktaandeel in de beoordelingsperiode, tegen prijzen die duidelijk lager waren dan die van de EG-bedrijfstak, viel in de tijd samen met de verslechtering van de toestand van de EG-bedrijfstak. Deze was gedwongen zijn prijzen aan te passen om zijn marktaandeel en productie te kunnen handhaven. Wanneer de prijzen echter te laag werden om de variabele kosten te kunnen dekken, moest hij zijn marktaandeel wel prijsgeven om grotere verliezen te voorkomen.

(103)

De voorlopige conclusie is dat de betrokken invoer, waarvan omvang en marktaandeel vanaf 2000 aanzienlijk stegen, en die tegen dumpingprijzen plaatsvond, een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij de prijsdalingen en het verhinderen van prijsverhogingen alsmede het verlies van marktaandeel van de bedrijfstak van de EG en, als gevolg daarvan, de verslechtering van diens financiële toestand.

3.   Gevolgen van andere factoren

3.1.   Invoer uit andere derde landen

(104)

De invoer uit derde landen die niet bij deze procedure zijn betrokken gaf in de beoordelingsperiode de volgende ontwikkeling te zien.

 

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Alle andere landen

263 755 593

268 396 949

270 063 373

233 948 972

227 822 323

2000 = 100

100

102

102

89

86

Marktaandeel (%)

35,7

38,4

36,1

31,8

31,1

(105)

Hoewel de invoer uit andere landen dan China in 2001 en 2002 steeg, daalde deze invoer over de gehele beoordelingsperiode met 14 %. Het marktaandeel van het betrokken product uit die andere landen nam in 2001 toe tot 38,4 % en daalde vervolgens tot 31,1 %. De invoer uit alle overige landen en het daarmee overeenstemmende marktaandeel daalden dus, terwijl de invoer uit China en het daarmee overeenstemmende marktaandeel stegen. De prijzen van het betrokken product uit alle overige landen waren consequent hoger dan de prijzen van het betrokken product uit China.

(106)

De voorlopige conclusie is dat de invoer van het betrokken product uit andere landen dan China niet heeft bijgedragen aan de schade die de bedrijfstak van de EG heeft geleden.

3.2.   Ontwikkeling van het verbruik in de EG

(107)

Zoals in overweging 66 vermeld, daalde het verbruik van het betrokken product in de EG in de beoordelingsperiode met 1 %. Als de EG-bedrijfstak er in zou zijn geslaagd zijn marktaandeel te behouden dan zou deze daling van het verbruik hebben geleid tot een daling van de verkoop in de EG van slechts 900 000 strekkende meter. De verkoop van de EG-bedrijfstak daalde echter met 19 000 000 strekkende meter, dat wil zeggen met meer dan het 21-voudige. Voorlopig wordt vastgesteld dat het verbruikspatroon geen oorzaak was van aanmerkelijke schade voor de EG-bedrijfstak.

3.3.   Bedrijfsresultaten van andere EG-producenten

(108)

Hoewel de Commissie niet over nauwkeurige gegevens beschikt over de bedrijfsresultaten van andere EG-producenten, kan, daar twaalf andere EG-producenten de klacht steunden en gelet op de algemene informatie over deze sector, redelijkerwijs worden aangenomen dat ook zij aanmerkelijk schade hebben geleden door invoer met dumping. Omdat er geen aanwijzingen zijn dat hun situatie zou afwijken van die van de EG-bedrijfstak, kunnen andere EG-producenten niet worden beschouwd als een oorzaak van de schade die de EG-bedrijfstak heeft geleden.

3.4.   Conclusie

(109)

In de beoordelingsperiode was er een aanzienlijke stijging van de omvang van de invoer en van het marktaandeel van het betrokken product uit China, waarvan de prijzen aanzienlijk lager waren dan de prijzen van de EG-bedrijfstak. Deze ontwikkeling viel in de tijd duidelijk samen met de verslechtering van de situatie van de EG-bedrijfstak.

(110)

Er zijn geen andere factoren gemeld of vastgesteld met een significant nadelige invloed op de situatie van de EG-bedrijfstak.

(111)

Uitgaande van de hierboven vermelde analyse waarin een duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen de gevolgen van alle bekende factoren voor de situatie van de EG-bedrijfstak en de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping wordt voorlopig geconcludeerd dat de EG-bedrijfstak aanmerkelijke schade heeft geleden door de invoer uit China in de zin van artikel 3, lid 6, van de basisverordening.

E.   BELANG VAN DE EG

1.   Algemene overwegingen

(112)

Onderzocht werd of er, ondanks de bevindingen inzake schadelijke dumping, dwingende reden zijn die tot de conclusie kunnen leiden dat het tegen het belang van de EG is in dit geval maatregelen te nemen. Hiertoe werd, overeenkomstig artikel 21, lid 1, van de basisverordening, het belang van de EG beoordeeld aan de hand van een afweging van de belangen van alle betrokkenen, dat wil zeggen de bedrijfstak van de EG, andere EG-producenten, de importeurs/handelaars van het betrokken product, de bedrijven die het betrokken product verwerken en de toeleveranciers van de EG-bedrijfstak.

(113)

De Commissie heeft een vragenlijst gezonden aan importeurs/handelaren, toeleveranciers, bedrijven die het betrokken product verwerken en organisaties van dergelijke bedrijven. Slechts één toeleverancier en één importeur/verwerkende bedrijf hebben een bruikbaar antwoord toegezonden.

2.   Belang van de EG-bedrijfstak en andere EG-producenten

(114)

De EG-bedrijfstak bestaat dus uit zeven producenten die rechtstreeks ongeveer 1 800 werknemers in dienst hebben waarvan tijdens het onderzoektijdvak 790 werkzaam waren bij de productie en verkoop van het betrokken product. Hun productie maakt ongeveer 30 % uit van de totale productie in de EG.

(115)

Verwacht wordt dat antidumpingmaatregelen tot een herstel van de billijke concurrentie op de markt zullen leiden waardoor verdere schade voor de EG-bedrijfstak wordt voorkomen. De EG-bedrijfstak zou dan verkoop en marktaandeel kunnen uitbreiden en weer winst kunnen maken, waardoor de financiële situatie zou verbeteren.

(116)

Indien geen antidumpingmaatregelen worden genomen, zal de situatie van de EG-bedrijfstak waarschijnlijk verergeren als gevolg van een stijgende invoer tegen dumpingprijzen uit China, hetgeen tot grotere financiële verliezen zal leiden. De EG-bedrijfstak zal in haar voortbestaan worden bedreigd indien geen maatregelen worden genomen om een einde te maken aan de schadelijke dumping en één van de klagende bedrijven is inderdaad al failliet gegaan.

(117)

Een deel van de andere EG-producenten verklaarde de klacht te steunen en geen van hen heeft zich tegen de procedure verzet. Daarom kan voorlopig worden vastgesteld dat antidumpingmaatregelen niet tegen hun belangen indruisen.

(118)

De voorlopige conclusie is derhalve dat de EG-bedrijfstak door antidumpingmaatregelen in staat zal worden gesteld zich te herstellen van de gevolgen van schadelijke dumping en dat deze maatregelen in het belang van die bedrijfstak zijn.

3.   Belangen van onafhankelijke importeurs

(119)

Slechts een importeur heeft zich bij de Commissie aangemeld. Hij verklaarde het betrokken product uit China aan te kopen vanwege de samenstelling en de lagere prijzen, maar liet zich niet uit over mogelijke maatregelen. Deze importeur die slechts een te verwaarlozen deel van de invoer uit China vertegenwoordigde heeft de vragenlijst echter niet volledig ingevuld. Andere handelaren hebben zich niet bij de Commissie kenbaar gemaakt.

(120)

Het is daarom niet mogelijk om een juiste beoordeling te maken van de mogelijke gevolgen van het al dan niet nemen van maatregelen voor importeurs en handelaren. Antidumpingmaatregelen zijn overigens niet bedoeld om de invoer te verhinderen, maar om ervoor te zorgen dat deze niet plaatsvindt tegen dumpingprijzen. Omdat de invoer van billijk geprijsde producten uit China en uit andere landen nog steeds mogelijk zal zijn, zal de traditionele handel van importeurs waarschijnlijk geen ingrijpende gevolgen ondervinden van antidumpingmaatregelen. Deze conclusie wordt onderstreept door het feit dat onafhankelijke importeurs geen opmerkingen hebben gemaakt.

(121)

De voorlopige conclusie is derhalve dat antidumpingmaatregelen geen significante gevolgen zullen hebben voor importeurs.

4.   Belang van de verwerkende bedrijven

(122)

Een aantal EG-producenten betrekken hun grondstoffen van ondernemingen binnen hun concern (geïntegreerde producenten). Anderen zijn weer afhankelijk van leveranciers die geen banden hebben met EG-producenten.

(123)

De klacht van de EG-bedrijfstak werd gesteund door het „International Rayon and Synthetic Fibres Committee”, een representatieve organisatie van producenten van onder andere polyesterfilamentgaren, de grondstof voor de productie van het betrokken product. Zij wezen erop dat de producenten van het betrokken product 25 % aankopen van de totale productie van hun leden en dus van groot belang zijn voor hun leden.

(124)

Voorts heeft een toeleverancier van de EG-bedrijfstak zich bij de Commissie aangemeld die beweerde dat voortzetting van de invoer uit China negatieve gevolgen zou hebben voor zijn vermogen om te blijven investeren.

(125)

Gezien het bovenstaande is de voorlopige conclusie dat antidumpingmaatregelen niet tegen het belang zijn van de toeleveranciers van de EG-bedrijfstak.

5.   Belang van de verwerkende bedrijven

(126)

Het betrokken product wordt hoofdzakelijk gebruikt door de kledingindustrie. Al naargelang de specificaties wordt het vooral gebruikt om voeringen voor kledingstukken, nachtgoed en lingerie te maken en ook voor de vervaardiging van sportkleding, werkkleding en bovenkleding. Het wordt in mindere mate gebruikt voor de vervaardiging van artikelen als autozitjes voor kinderen, kinderwagens enz.

(127)

Negen verwerkende bedrijven hebben de vragenlijst beantwoord. Slechts één van hen voerde een deel van het betrokken product uit China in. Hij beweerde dat de prijzen van de EG-bedrijfstak hoger waren en dat geen antidumpingmaatregelen mochten worden vastgesteld omdat dit een verhoging van zijn kosten zou betekenen en zijn product minder concurrerend zou maken, met name ten opzicht van kleding uit China. Voorts verklaarde hij het betrokken product momenteel zowel uit de EG als uit China te betrekken en dat een kostenverhoging die afbreuk zou doen aan zijn concurrentievermogen niet alleen negatieve gevolgen zou hebben voor zijn bedrijf maar ook voor de EG-bedrijfstak wiens product hij ook aankoopt. De andere verwerkende bedrijven merkten op dat antidumpingmaatregelen waarschijnlijk tot een prijsverhoging van het product uit China zouden leiden, maar dat deze prijsverhoging waarschijnlijk geen rechtstreekse gevolgen voor hen zou hebben.

(128)

Op grond hiervan was de Commissie van oordeel dat een eventuele kostenverhoging voor de verwerkende bedrijven waarschijnlijk niet significant zou zijn. Voorts wordt erop gewezen dat het betrokken product ook de in toekomst uit China kan worden ingevoerd, zij het tegen billijke prijzen, en ook uit andere landen die geen dumping toepassen. Daarom is de voorlopige conclusie dat voorlopige antidumpingmaatregelen ten aanzien van China geen significante gevolgen zullen hebben voor de verwerkende bedrijven.

6.   Conclusie

(129)

Antidumpingmaatregelen zijn in het belang van de EG-bedrijfstak, andere EG-producenten en toeleveranciers van de EG-bedrijfstak. Indien zulke maatregelen worden genomen zal de EG-bedrijfstak zijn productie, verkoop en marktaandeel kunnen uitbreiden en weer winst kunnen maken. Indien geen maatregelen worden vastgesteld zal de EG-bedrijfstak waarschijnlijk aanmerkelijke verliezen lijden als gevolg van een verdere daling van zijn verkoop en een voortdurende druk op de prijzen, waardoor zijn marktaandeel voortdurend kleiner zal worden en dat van de Chinese producenten voortdurend groter, terwijl de verkoopprijzen van de EG-bedrijfstak steeds lager zullen worden om de inkrimping van het marktaandeel tegen te gaan. Deze negatieve gevolgen voor de EG-bedrijfstak zullen hun weerslag hebben op de toeleveranciers van deze bedrijfstak die te maken zullen krijgen met een vermindering van de vraag zodat ook hun productie zal afnemen.

(130)

Hoewel verwacht wordt dat maatregelen tot een prijsverhoging zullen leiden, hebben de importeurs hierover geen bezorgdheid geuit en wordt geoordeeld dat maatregelen geen significante gevolgen voor hen zullen hebben. Verder werd vastgesteld dat maatregelen geen significante gevolgen zullen hebben voor de winstmarge of de activiteiten van de verwerkende bedrijven omdat zij het betrokken product uit andere bronnen kunnen betrekken en mede gelet op het feit dat het grootste deel van de verwerkende bedrijven niet heeft gereageerd.

(131)

Na de belangen van de verschillende belanghebbenden tegen elkaar te hebben afgewogen, is de voorlopige conclusie van de Commissie dat er geen dwingende redenen zijn om geen voorlopige antidumpingmaatregelen vast te stellen ten aanzien van het betrokken product uit China.

F.   VOORSTEL VOOR VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

1.   Schademarge

(132)

Gelet op de voorlopige conclusies met betrekking tot dumping, schade en oorzakelijk verband en het belang van de EG, wordt het passend geacht antidumpingmaatregelen te nemen om te voorkomen dat de bedrijfstak van de EG verdere schade ondervindt door invoer met dumping.

(133)

Bij het vaststellen van de hoogte van de voorlopige maatregelen heeft de Commissie rekening gehouden met de dumpingmarge en de hoogte van het recht dat noodzakelijk is om de schade die de bedrijfstak van de EG ondervindt, ongedaan te maken.

(134)

De voorlopige maatregelen moeten worden vastgesteld op een niveau waarbij de door bedoelde invoer veroorzaakte schade ongedaan wordt gemaakt zonder dat de vastgestelde dumpingmarge wordt overschreden. Bij het berekenen van de hoogte van het recht dat noodzakelijk is om de schadeveroorzakende dumping ongedaan te maken, werd ervan uitgegaan dat de maatregelen de EG-bedrijfstak in staat moeten stellen om de productiekosten te dekken en een winst vóór belasting te maken die deze normalerwijze kan maken bij een normale concurrentie — dat wil zeggen in de afwezigheid van dumping — op de verkoop van het betrokken product in de EG. De winstmarge vóór belasting die voor deze berekening werd gebruikt was 8 % van de omzet (dat wil zeggen 5,7 miljoen EUR) hetgeen in overeenstemming is met de winst van de EG-bedrijfstak in 1998 en 1999, voordat de invoer uit China een probleem begon te worden. Op deze basis werd een niet-schadelijke prijs berekend door aan de productiekosten een winstmarge toe te voegen van 8 %.

(135)

Vervolgens werd de noodzakelijke prijsverhoging berekend door de gewogen gemiddelde invoerprijs, zoals berekend voor het vaststellen van de onderbieding, te vergelijken met de gemiddelde niet-schadeveroorzakende prijs. Het bij deze vergelijking gevonden verschil werd vervolgens uitgedrukt in procenten van de gemiddelde cif-invoerwaarde.

2.   Voorlopige maatregelen

(136)

Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat een voorlopig antidumpingrecht moet worden ingesteld dat overeenstemt met de dumpingmarge, of met de schademarge indien deze lager is, overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de basisverordening.

(137)

De antidumpingrechten die bij deze verordening voor bepaalde ondernemingen worden vastgesteld, zijn gebaseerd op de bevindingen in het kader van deze procedure. Zij weerspiegelen de situatie die tijdens het onderzoek voor die ondernemingen werd vastgesteld. Deze rechten (in tegenstelling tot de rechten die voor „alle andere ondernemingen” in het land gelden) zijn dus uitsluitend van toepassing op producten uit het betrokken land die door de genoemde ondernemingen (rechtspersonen) zijn vervaardigd. Producten die door andere ondernemingen zijn vervaardigd die niet specifiek, met naam en adres, in het dispositief van deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van ondernemingen die banden hebben met de specifiek genoemde ondernemingen, komen niet voor deze rechten in aanmerking. Op producten van deze ondernemingen is het recht van toepassing dat voor „alle andere ondernemingen” geldt.

(138)

Aanvragen in verband met de toepassing van deze specifiek voor een onderneming geldende antidumpingrechten (bv. na de naamswijziging van een onderneming of na de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen) dienen aan de Commissie (3) te worden gericht, onder opgave van alle relevante gegevens, met name indien deze naamswijziging of de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen verband houdt met wijzigingen in de activiteiten van de onderneming op het gebied van de productie en de verkoop in binnen- en buitenland. Indien zij dit gerechtvaardigd acht, zal de verordening dienovereenkomstig worden gewijzigd door bijwerking van de lijst van ondernemingen die voor een individueel recht in aanmerking komen.

(139)

De voorgestelde antidumpingrechten zijn als volgt:

Onderneming

Antidumpingrecht

Fuzhou Fuhua Textile & Printing Dyeing Co. Ltd.

20,0 %

Fuzhou Ta Tung Textile Works Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Delicacy Co. Ltd.

20,0 %

Far Eastern Industries (Shangai) Ltd.

20,0 %

Hangzhou Hongfeng Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Jieenda Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Mingyuan Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Shenda Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Yililong Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou Yongsheng Textile Co. Ltd.

20,0 %

Hangzhou ZhenYa Textile Co. Ltd.

20,0 %

Huzhou Styly Jingcheng Textile Co. Ltd.

20,0 %

Nantong Teijin Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing Ancheng Cloth industrial Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing County Jiade Weaving and Dyeing Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing County Pengyue Textile Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing County Xingxin Textile Co. Ltd.

20,0 %

Shaoxing Yinuo Printing Dyeing Co. Ltd.

20,0 %

Wujiang Longsheng Textile Co. Ltd.

20,0 %

Wujiang Xiangshen Textile Dyeing Finishing Co. Ltd.

20,0 %

Zheijang Tianyuan Textile printing and Dying Co. Ltd.

20,0 %

Zhejiang Shaoxing Yongli Printing and Dyeing Co. Ltd.

20,0 %

Zhejiang Xiangsheng Group Co. Ltd.

20,0 %

Zhejiang Yonglong enterprises Co. Ltd.

20,0 %

Zhuji Bolan Textile Industrial development Co. Ltd.

20,0 %

Wujiang Canhua Import & Export Co. Ltd.

74,8 %

Shaoxing County Huaxiang Textile Co. Ltd.

26,7 %

Shaoxing Ronghao Textiles Co. Ltd.

33,9 %

Shaoxing County Qing Fang Cheng Textile import and export Co. Ltd.

33,9 %

Shaoxing Tianlong import and export Ltd.

63,4 %

Hangzhou CaiHong Textile Co. Ltd.

39,4 %

Hangzhou Fuen Textile Co. Ltd.

39,4 %

Hangzhou Jinsheng Textile Co. Ltd.

39,4 %

Hangzhou Xiaonshan Phoenix Industry Co. Ltd.

39,4 %

Hangzhou Zhengda Textile Co. Ltd.

39,4 %

Shaoxing China Light & Textile Industrial City Somet Textile Co. Ltd.

39,4 %

Shaoxing County Fengyi Textile Printing and Dying Co. Ltd.

39,4 %

Shaoxing Nanchi Textile Printing Dyeing Co. Ltd.

39,4 %

Shaoxing Xinghui Textiles Co. Ltd.

39,4 %

Shaoxing Yongda Textile Co. Ltd.

39,4 %

Zhejiang Huagang Dyeing and Weaving Co. Ltd.

39,4 %

Zheijang Golden time printing and Dying knitwear Co. Ltd.

39,4 %

Zheijang Golden tree SLK printing Dying and Sandwshing Co. Ltd.

39,4 %

Zheijang Shaoxiao Printing and Dying Co. Ltd.

39,4 %

Alle andere ondernemingen

85,3 %

G.   SLOTBEPALING

(140)

Gelet op de beginselen van behoorlijk bestuur dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen de belanghebbenden die zich de bij het bericht van inleiding vastgestelde termijn bij de Commissie hebben aangemeld, schriftelijk opmerkingen kunnen maken en kunnen vragen te worden gehoord. Voorts dient te worden opgemerkt dat alle bevindingen betreffende de instelling van rechten in het kader van deze verordening voorlopig zijn en in het kader van een eventueel voorstel van de Commissie tot instelling van definitieve rechten kunnen worden herzien,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Hierbij wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op weefsels bevattende 85 of meer gewichtspercenten getextureerde en/of niet-getextureerde filamenten van polyesters, geverfd of bedrukt, ingedeeld onder GN-codes 5407 52 00, 5407 54 00, 5407 61 30, 5407 61 90 en ex 5407 69 90, uit de Volksrepubliek China (Taric-code 5407699010).

2.   Het voorlopige antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens EG, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven product is als volgt voor onderstaande ondernemingen:

Onderneming

Antidumpingrecht

Aanvullende Taric-code

Fuzhou Fuhua Textile & Printing Dyeing Co. Ltd.

20,00 %

A617

Fuzhou Ta Tung Textile Works Co. Ltd.

20,00 %

A617

Hangzhou Delicacy Co. Ltd.

20,00 %

A617

Far Eastern Industries (Shangai) Ltd.

20,00 %

A617

Hangzhou Hongfeng Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Hangzhou Jieenda Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Hangzhou Mingyuan Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Hangzhou Shenda Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Hangzhou Yililong Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Hangzhou Yongsheng Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Hangzhou ZhenYa Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Huzhou Styly Jingcheng Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Nantong Teijin Co. Ltd.

20,00 %

A617

Shaoxing Ancheng Cloth industrial Co. Ltd.

20,00 %

A617

Shaoxing County Jiade Weaving and Dyeing Co. Ltd.

20,00 %

A617

Shaoxing County Pengyue Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Shaoxing County Xingxin Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Shaoxing Yinuo Printing Dyeing Co. Ltd.

20,00 %

A617

Wujiang Longsheng Textile Co. Ltd.

20,00 %

A617

Wujiang Xiangshen Textile Dyeing Finishing Co. Ltd.

20,00 %

A617

Zheijang Tianyuan Textile printing and Dying Co. Ltd.

20,00 %

A617

Zhejiang Shaoxing Yongli Printing and Dyeing Co. Ltd.

20,00 %

A617

Zhejiang Xiangsheng Group Co. Ltd.

20,00 %

A617

Zhejiang Yonglong enterprises Co. Ltd.

20,00 %

A617

Zhuji Bolan Textile Industrial development Co. Ltd.

20,00 %

A617

Wujiang Canhua Import & Export Co. Ltd.

74,80 %

A618

Shaoxing County Huaxiang Textile Co. Ltd.

26,70 %

A619

Shaoxing Ronghao Textiles Co. Ltd.

33,90 %

A620

Shaoxing County Qing Fang Cheng Textile import and export Co. Ltd.

33,90 %

A621

Shaoxing Tianlong import and export Ltd.

63,40 %

A622

Hangzhou CaiHong Textile Co. Ltd.

39,40 %

A623

Hangzhou Fuen Textile Co. Ltd.

39,40 %

A623

Hangzhou Jinsheng Textile Co. Ltd.

39,40 %

A623

Hangzhou Xiaonshan Phoenix Industry Co. Ltd.

39,40 %

A623

Hangzhou Zhengda Textile Co. Ltd.

39,40 %

A623

Shaoxing China Light & Textile Industrial City Somet Textile Co. Ltd.

39,40 %

A623

Shaoxing County Fengyi Textile Printing and Dying Co. Ltd.

39,40 %

A623

Shaoxing Nanchi Textile Printing Dyeing Co. Ltd.

39,40 %

A623

Shaoxing Xinghui Textiles Co. Ltd.

39,40 %

A623

Shaoxing Yongda Textile Co. Ltd.

39,40 %

A623

Zhejiang Huagang Dyeing and Weaving Co. Ltd.

39,40 %

A623

Zheijang Golden time printing and Dying knitwear Co. Ltd.

39,40 %

A623

Zheijang Golden tree SLK printing Dying and Sandwshing Co. Ltd.

39,40 %

A623

Zheijang Shaoxiao Printing and Dying Co. Ltd.

39,40 %

A623

Alle andere ondernemingen

85,30 %

A999

3.   Bij het in het vrije verkeer brengen van het in lid 1 bedoelde product dient zekerheid te worden gesteld ten bedrage van het voorlopige recht.

4.   Tenzij anders vermeld zijn de bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Onverminderd artikel 20 van Verordening (EG) nr. 384/96 kunnen belanghebbenden binnen 30 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening, verzoeken om mededeling van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan deze verordening werd vastgesteld, hun standpunt schriftelijk bekendmaken en verzoeken om door de Commissie te worden gehoord.

Overeenkomstig artikel 21, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 kunnen belanghebbenden binnen 30 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening, opmerkingen doen toekomen over de toepassing ervan.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 van deze verordening is zes maanden van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 maart 2005.

Voor de Commissie

Peter MANDELSON

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB C 160 van 17.6.2004, blz. 5.

(3)  

Europese Commissie

Directoraat-Generaal Handel

Directie B

Kamer J-79 5/16

B-1049 Brussel.


Top