Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005D0118

2005/118/EG: Besluit van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Ombudsman van 26 januari 2005 tot oprichting van de Europese Bestuursschool

OJ L 37, 10.2.2005, p. 14–16 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 272M , 18.10.2005, p. 76–78 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 01 Volume 008 P. 371 - 373
Special edition in Romanian: Chapter 01 Volume 008 P. 371 - 373
Special edition in Croatian: Chapter 01 Volume 013 P. 116 - 118

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2005/118(1)/oj

10.2.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/14


BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, DE COMMISSIE, HET HOF VAN JUSTITIE, DE REKENKAMER, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE OMBUDSMAN

van 26 januari 2005

tot oprichting van de Europese Bestuursschool

(2005/118/EG)

HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, HET HOF VAN JUSTITIE, DE REKENKAMER, HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE OMBUDSMAN,

Gelet op het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (1), en met name op artikel 2, lid 2, van het Statuut,

Na raadpleging van het Comité voor het statuut,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De instellingen moeten meer investeren in de bij- en nascholing van hun personeel.

(2)

Meer interinstitutionele samenwerking op dit gebied zal synergieën tot stand brengen op het niveau van de vereiste menselijke en financiële hulpbronnen, en zal de uitwisselingen tussen de instellingen en de verspreiding van gemeenschappelijke waarden en geharmoniseerde beroepspraktijken versterken.

(3)

In dit verband is het dienstig de middelen voor bepaalde bij- en nascholingsactiviteiten voor ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen aan een gemeenschappelijk interinstitutioneel orgaan toe te vertrouwen.

(4)

Met het oog op een zuiniger en efficiënter gebruik van de middelen moet dit gemeenschappelijk interinstitutioneel orgaan ten minste gedurende de aanloopperiode administratief worden gekoppeld aan een bestaand interinstitutioneel orgaan, namelijk het Bureau voor personeelsselectie van de Europese Gemeenschappen, dat is opgericht bij Besluit 2002/620/EG van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Ombudsman (2),

BESLUITEN:

Artikel 1

Oprichting van de Europese Bestuursschool

Er wordt een Europese Bestuursschool opgericht, hierna „school” te noemen.

Artikel 2

Taken

1.   De school moet, voor rekening van de instellingen die dit besluit ondertekenen (hierna „de instellingen” te noemen) en in het kader van de door deze instellingen vastgestelde richtsnoeren, bepaalde bij- en nascholingsactiviteiten organiseren met het oog op de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen en op het verloop van hun loopbaan.

2.   Naar gelang van de verzoeken die de school van de instellingen ontvangt:

a)

ontwerpt, organiseert en evalueert zij opleidingsacties;

b)

vergemakkelijkt zij de deelname aan externe opleidingsacties;

c)

kan zij taken vervullen die met haar opdracht verband houden of die ondersteunen.

3.   De secretarissen-generaal van de instellingen, de griffier van het Hof van Justitie en de vertegenwoordiger van de Europese Ombudsman bepalen welke opleidingsgebieden tot de opdracht van de school behoren, en kunnen die gebieden zo nodig wijzigen.

4.   Op aanvraag van een instelling, een orgaan, een bureau of een agentschap kan de school tegen betaling bijstand bieden op het gebied van de opleidingsengineering.

Artikel 3

Verzoeken en klachten, beroep

Verzoeken en klachten met betrekking tot de in artikel 2, lid 2, bedoelde taken moeten bij de school worden ingediend. Beroepen op dit gebied worden bij de Commissie ingediend.

Artikel 4

Koppeling

1.   De school wordt administratief gekoppeld aan het Bureau voor personeelsselectie van de Europese Gemeenschappen, hierna het „Bureau” te noemen.

2.   De koppeling houdt met name in dat:

de raad van bestuur van het Bureau de functies van de raad van bestuur van de school uitoefent;

de directeur van de school de directeur van het Bureau is;

het personeel van de school ambten bekleedt die voorkomen op de lijst van het aantal ambten van het Bureau;

de ontvangsten en de uitgaven van de school worden opgenomen in de begroting van het Bureau.

3.   Uiterlijk op 15 februari 2008 kan aan deze koppeling een einde worden gemaakt bij een besluit van de raad van bestuur dat wordt genomen met de gekwalificeerde meerderheid als omschreven in artikel 5, lid 6, van Besluit 2002/621/EG van de secretarissen-generaal van het Europees Parlement, van de Raad en van de Commissie, de griffier van het Hof van Justitie, de secretarissen-generaal van de Rekenkamer, van het Economisch en Sociaal Comité en van het Comité van de Regio's, en de vertegenwoordiger van de Europese Ombudsman (3), voorzover ten minste vijf van de ondertekenende instellingen daar positief tegenover staan.

Artikel 5

Tenuitvoerlegging

De secretarissen-generaal van het Europees Parlement, van de Raad en van de Commissie, de griffier van het Hof van Justitie, de secretarissen-generaal van de Rekenkamer, van het Economisch en Sociaal Comité en van het Comité van de Regio's, en de vertegenwoordiger van de Europese Ombudsman stellen in onderlinge overeenstemming de maatregelen vast die voor de tenuitvoerlegging van dit besluit moeten worden genomen.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 26 januari 2005.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

Josep BORRELL FONTELLES

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO

Voor de Rekenkamer

De voorzitter

Hubert WEBER

Voor het Comité van de Regio's

De voorzitter

Peter STRAUB

Voor de Raad

De voorzitter

Jean ASSELBORN

Voor het Hof van Justitie

De voorzitter

Vassilios SKOURIS

Voor het Economisch en Sociaal Comité

De voorzitter

Anne-Marie SIGMUND

De Europese Ombudsman

Nikiforos DIAMANDOUROS


(1)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 31/2005 (PB L 8 van 12.1.2005, blz. 1).

(2)  PB L 197 van 26.7.2002, blz. 53.

(3)  PB L 197 van 26.7.2002, blz. 56.


Top