Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document JOL_2004_304_R_NS004

2004/634/EG: Besluit van de Raad van 30 maart 2004 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de Overeenkomst betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken
Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de Overeenkomst betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken

OJ L 304, 30.9.2004, p. 32–36 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 051 P. 302 - 303

30.9.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 304/32


BESLUIT VAN DE RAAD

van 30 maart 2004

betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de Overeenkomst betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken

(2004/634/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133 juncto artikel 300, lid 2, eerste zin,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken (1) (hierna „OSWB” te noemen) voorziet in de mogelijkheid de overeenkomst uit te breiden om de douanesamenwerking te intensiveren en met overeenkomsten betreffende specifieke sectoren of aangelegenheden aan te vullen.

(2)

De Commissie heeft namens de Gemeenschap onderhandelingen gevoerd over een overeenkomst met de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de OSWB tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken (hierna „de overeenkomst” te noemen).

(3)

Met de overeenkomst wordt de douanesamenwerking tussen de Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uitgebreid tot containerveiligheid en aanverwante zaken. De overeenkomst beoogt de onmiddellijke en succesvolle uitbreiding van het Container Security Initiative tot alle havens in de Gemeenschap die aan de toepasselijke voorschriften voldoen. De overeenkomst bevat ook een werkprogramma voor verdere samenwerking op het stuk van de uitvoeringsmaatregelen, met inbegrip van de ontwikkeling van normen voor risicomanagementtechnieken, de informatie die nodig is voor de identificatie van ladingen met een hoog risico die worden ingevoerd in de landen die partij zijn bij de overeenkomst, en programma's voor partnerschappen met de industrie.

(4)

Externe coördinatie van de douanecontrolenormen met de Verenigde Staten van Amerika is nodig om de veiligheid van de toeleveringsketen te waarborgen en daarbij de continuïteit van de legitieme handel in containers te verzekeren. In het bijzonder is het van essentieel belang dat alle communautaire havens op basis van eenvormige beginselen kunnen deelnemen aan het Container Security Initiative, en dat in de VS-havens vergelijkbare normen worden bevorderd. Het rechtstreekse doel van de overeenkomst is dan ook facilitering van de legitieme handel tussen de Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika, waarbij op basis van wederkerigheid wordt gezorgd voor een hoog veiligheidsniveau door middel van samenwerking bij de uitwerking van maatregelen op specifieke controlegebieden waarvoor de Gemeenschap bevoegd is.

(5)

De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om het Container Security Initiative uit te breiden tot alle communautaire havens door middel van regelingen met de Verenigde Staten van Amerika waarin wordt bepaald welke communautaire havens deelnemen aan het Container Security Initiative en waarin bepalingen zijn opgenomen betreffende de detachering van VS-douaneambtenaren aldaar, dan wel eventuele bestaande beginselverklaringen in die zin te handhaven, op voorwaarde dat die regelingen in overeenstemming zijn met het Verdrag en verenigbaar zijn met de bij de overeenkomst uitgebreide OSWB.

(6)

Er dient te worden gezorgd voor nauwe samenwerking tussen de lidstaten en de instellingen van de Gemeenschap met het oog op verdere intensivering en uitbreiding van de douanesamenwerking in het kader van de OSWB.

(7)

Daartoe wordt een overlegprocedure ingesteld op grond waarvan lidstaten die voornemens zijn om met de Verenigde Staten van Amerika te onderhandelen over regelingen inzake aangelegenheden die onder de uitgebreide OSWB vallen, onmiddellijk kennis geven van dat voornemen en de desbetreffende informatie verstrekken. Indien een lidstaat of de Commissie na korte tijd daarom verzoekt, wordt over de informatie overleg gepleegd tussen de lidstaten en de Commissie.

(8)

Het belangrijkste doel van het overleg is de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat de regelingen in overeenstemming zijn met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en met het gemeenschappelijk beleid, in het bijzonder het gemeenschappelijk kader voor samenwerking met de Verenigde Staten van Amerika als vastgesteld in de uitgebreide OSWB.

(9)

Wanneer de Commissie van oordeel is dat een regeling die een lidstaat met de Verenigde Staten van Amerika wenst uit te voeren, niet verenigbaar is met de uitgebreide OSWB of dat de betrokken aangelegenheid in het kader van de uitgebreide OSWB moet worden behandeld, stelt zij de lidstaat daarvan in kennis.

(10)

De overlegprocedure laat de respectieve bevoegdheden van de lidstaten en de Europese Gemeenschap om de beoogde regelingen vast te stellen onverlet.

(11)

De overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de Overeenkomst betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken (hierna „de overeenkomst” genoemd) wordt namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is de overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Gemeenschap te binden.

Artikel 3

1.   De lidstaten kunnen regelingen met de Verenigde Staten van Amerika handhaven of vaststellen om communautaire havens op te nemen in het Container Security Initiative. Elke regeling verwijst naar de uitgebreide OSWB en is daarmee in overeenstemming, ook de minimumnormen zodra deze zijn aangenomen.

De Commissie en de betrokken lidstaten kunnen overleg plegen om ervoor te zorgen dat deze regelingen in overeenstemming zijn met de uitgebreide OSWB.

2.   Alvorens een lidstaat met de Verenigde Staten begint te onderhandelen over regelingen die betrekking hebben op andere dan de in lid 1 bedoelde aangelegenheden, maar wel onder de uitgebreide OSWB vallen, stelt hij de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis en verstrekt hij in die kennisgeving de nodige informatie.

3.   De lidstaten of de Commissie kunnen binnen acht werkdagen na ontvangst van de kennisgeving verzoeken om overleg met de andere lidstaten en de Commissie. Dat overleg vindt plaats binnen drie weken na ontvangst van de kennisgeving. In dringende gevallen wordt onverwijld overleg gepleegd.

4.   De Commissie brengt binnen vijf dagen na de afsluiting van het overleg schriftelijk advies uit over de verenigbaarheid van de ter kennis gebrachte regelingen met de uitgebreide OSWB, en in voorkomend geval over de noodzaak om de aangelegenheid in het kader van de uitgebreide OSWB te behandelen.

5.   Het overleg vindt plaats in het bij artikel 247 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (2) ingestelde comité.

6.   De lidstaten zenden aan de Commissie en de andere lidstaten een afschrift toe van de in de leden 1 en 2 bedoelde regelingen, alsmede van eventuele opzeggingen of wijzigingen.

Gedaan te Brussel, 30 maart 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

M. McDOWELL


(1)  PB L 222 van 12.8.1997, blz. 17.

(2)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).


OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de Overeenkomst betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken

DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA,

Gelet op de op 28 mei 1997 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken, hierna „de OSWB” te noemen,

Overwegende:

(1)

Erkennende dat, in het kader van de OSWB, de U.S. Customs and Border Protection per 1 maart 2003 in de plaats is getreden van de United States Customs Service,

(2)

Eraan herinnerend dat de overeenkomstsluitende partijen op grond van artikel 3 van de OSWB in onderling overleg tot uitbreiding van de samenwerkingsgebieden kunnen besluiten,

(3)

Eraan herinnerend dat, op grond van artikel 22 van de OSWB, het Gemengd Comité douanesamenwerking is samengesteld uit vertegenwoordigers van de douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen. Voor de Europese Gemeenschap zijn dat de bevoegde diensten van de Commissie, bijgestaan door de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Gemeenschap; voor de Verenigde Staten van Amerika is dat de U.S. Customs and Border Protection, Department of Homeland Security,

(4)

Erkennende dat het Gemengd Comité douanesamenwerking bij artikel 22 van de OSWB is opgericht,

(5)

Erkennende dat de douaneautoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika en van de Europese Gemeenschap van oudsher nauwe en vruchtbare betrekkingen onderhouden,

(6)

Overtuigd dat deze samenwerking verder kan worden verbeterd, onder meer door intensivering van de uitwisseling van relevante informatie en beste praktijken tussen de U.S. Customs and Border Protection, de Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, opdat bij de algemene douanecontroles met betrekking tot het internationale handelsverkeer naar behoren rekening wordt gehouden met het veiligheidsaspect,

(7)

Erkennende dat het van belang is dat deze samenwerking tot alle vormen van internationaal vervoer en alle soorten goederen wordt uitgebreid — aanvankelijk met de nadruk op het zeecontainervervoer,

(8)

Erkennende dat de omvang van de handel in zeecontainers en andere handelsvormen tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika groot is, en dat de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika een belangrijke spilfunctie voor het containervervoer uit tal van landen vervullen,

(9)

Erkennende dat zeecontainers van overal ter wereld in de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Gemeenschap worden ingevoerd, overgeladen of in doorvoer zijn,

(10)

Overtuigd dat terroristische pogingen om de wereldhandel te ontwrichten door overal ter wereld terroristische wapens in zeecontainers of in andere ladingen te verbergen, of door die ladingen als wapen te gebruiken, moeten worden afgeschrikt, voorkomen en verboden,

(11)

Overtuigd dat zowel voor de Europese Gemeenschap als voor de Verenigde Staten van Amerika de veiligheid moet worden verbeterd en tegelijkertijd de legitieme handel moet worden vergemakkelijkt,

(12)

Erop wijzend dat het van belang is om — voorzover haalbaar — op basis van wederkerigheid systemen op te zetten om de legitieme handel veilig te stellen en te vergemakkelijken en daarbij naar behoren rekening te houden met bedreigingsevaluaties,

(13)

Erkennende dat de veiligheid van de legitieme handel sterk kan worden verbeterd met behulp van een systeem waarbij de douaneautoriteiten van het land van invoer samenwerken met de bij eerdere stadia van de toeleveringsketen betrokken douaneautoriteiten, teneinde tijdig gebruik te kunnen maken van informatie- en inspectietechnologie om containers met een hoog risico op te sporen en te onderzoeken voordat zij de haven of de laad- of overlaadplaats verlaten,

(14)

Hun steun betuigend aan het Container Security Initiative (CSI), dat bedoeld is om het mondiale handelsverkeer over zee veilig te stellen door middel van een betere samenwerking in de zeehavens overal ter wereld, die gericht is op het opsporen en onderzoeken van containers met een hoog risico en het waarborgen dat deze tijdens de doorvoer intact blijven,

(15)

Eraan herinnerend dat in artikel 5 van de OSWB is bepaald hoe die overeenkomst zich verhoudt tot bilaterale overeenkomsten inzake douanesamenwerking en wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten van de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika zijn of worden gesloten,

(16)

Erkennende dat het CSI zo snel mogelijk moet worden uitgebreid tot alle havens in de Europese Gemeenschap waar het handelsverkeer per zeecontainer met de Verenigde Staten van Amerika de de minimis-drempel overschrijdt, waar aan bepaalde minimumvereisten is voldaan en waar adequate inspectietechnologie beschikbaar is,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OVER HETGEEN VOLGT:

Artikel 1

De douanesamenwerking in het kader van de OSWB wordt geïntensiveerd en uitgebreid om de veiligheid van zeecontainers en andere ladingen die van ongeacht welke plaats in de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika worden ingevoerd, aldaar worden overgeladen of aldaar in doorvoer zijn, te verbeteren.

Artikel 2

Er wordt naar behoren rekening gehouden met artikel 5 van de OSWB, waarin is bepaald hoe de OSWB zich verhoudt tot bilaterale overeenkomsten inzake douanesamenwerking en wederzijdse bijstand tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika, alsmede tot beginselverklaringen betreffende het CSI die deze bilaterale overeenkomsten aanvullen.

Artikel 3

De doelstellingen van de geïntensiveerde en uitgebreide samenwerking zijn onder meer:

1.

ondersteuning van de onmiddellijke en succesvolle uitbreiding van het CSI tot alle havens in de Europese Gemeenschap die aan de toepasselijke voorschriften voldoen, en bevordering van de toepassing van vergelijkbare normen in de betrokken VS-havens;

2.

samenwerking ter versterking van de met de douane verband houdende aspecten van de beveiliging van de logistieke keten van de internationale handel en in het bijzonder — als hoogste prioriteit — verbetering van de opsporing en het veiligheidsonderzoek van alle zeecontainerladingen met een hoog risico;

3.

voorzover haalbaar, vaststelling van minimumnormen voor risicomanagementtechnieken en daarmee samenhangende vereisten en programma's, en

4.

voorzover haalbaar, coördinatie van standpunten in multilaterale fora waar aangelegenheden in verband met de veiligheid van containers op passende wijze aan de orde kunnen worden gesteld en besproken.

Artikel 4

Het Gemengd Comité douanesamenwerking beraadt zich op de juiste vorm en inhoud van documenten en/of maatregelen voor de verdere uitvoering van de geïntensiveerde en uitgebreide douanesamenwerking in het kader van deze overeenkomst.

Artikel 5

Een werkgroep, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de U.S. Customs and Border Protection en van de Commissie en wordt bijgestaan door de belanghebbende lidstaten van de Gemeenschap, buigt zich onder meer over de in de bijlage genoemde aangelegenheden en formuleert terzake aanbevelingen voor het Gemengd Comité douanesamenwerking.

Artikel 6

De werkgroep brengt aan het hoofd van de U.S. Customs and Border Protection en aan de directeur-generaal van het directoraat-generaal Belastingen en douane-unie van de Commissie regelmatig, en aan het Gemengd Comité douanesamenwerking jaarlijks, verslag uit over de stand van haar werkzaamheden.

Artikel 7

Deze overeenkomst treedt in werking bij de ondertekening door de overeenkomstsluitende partijen, waarmee zij uiting geven aan hun instemming om door de overeenkomst te zijn gebonden. Indien de overeenkomst niet op dezelfde dag door beide overeenkomstsluitende partijen wordt ondertekend, treedt zij in werking op de dag waarop de tweede ondertekening plaatsvindt.

Hecho en Bruselas, el veintiocho de abril de dos mil cuatro.

Udfærdiget i Bruxelles den otteogtyvende april to tusind og fire.

Geschehen zu Brüssel am achtundzwanzigsten April zweitausendundvier.

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις είκοσι οκτώ Απριλίου δύο χιλιάδες τέσσερα.

Done at Brussels on the twenty-eighth day of April in the year two thousand and four.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit avril deux mille quatre.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto aprile duemilaquattro.

Gedaan te Brussel, de achtentwintigste april tweeduizendvier.

Feito em Bruxelas, em vinte e oito de Abril de dois mil e quatro.

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenäkahdeksantena päivänä huhtikuuta vuonna kaksituhattaneljä.

Som skedde i Bryssel den tjugoåttonde april tjugohundrafyra.

Voor de Europese Gemeenschap

Image

Voor de Verenigde Staten van Amerika

Image

BIJLAGE

Bijlage bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de Overeenkomst betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken

Opdat bij de algemene douanecontroles met betrekking tot het internationale handelsverkeer naar behoren rekening wordt gehouden met het veiligheidsaspect, moet de werkgroep die is opgericht bij artikel 5 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de Overeenkomst betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken, zich buigen over aangelegenheden op onder meer de volgende gebieden van samenwerking tussen de U.S. Customs and Border Protection en de douaneautoriteiten in de Europese Gemeenschap, en terzake aanbevelingen formuleren:

a)

Het vaststellen van minimumnormen, in het bijzonder met het oog op deelneming aan het CSI, en het aanbevelen van methoden waarmee aan deze normen kan worden voldaan.

b)

Het bepalen en ruimer doen toepassen van beste praktijken op het gebied van de veiligheidscontroles met betrekking tot het internationale handelsverkeer, in het bijzonder die welke in het kader van het CSI zijn ontwikkeld.

c)

Voorzover haalbaar, het uitwerken en vaststellen van normen met betrekking tot de informatie die nodig is voor de opsporing van ladingen met een hoog risico die in de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap worden ingevoerd, overgeladen of in doorvoer zijn.

d)

Voorzover haalbaar, het verbeteren en vaststellen van normen voor de opsporing en het onderzoek van ladingen met een hoog risico, onder meer wat betreft de uitwisseling van informatie, het gebruik van geautomatiseerde opsporingssystemen en de ontwikkeling van minimumnormen voor inspectietechnologieën en onderzoeksmethoden.

e)

Voorzover haalbaar, het verbeteren en vaststellen van normen voor programma's voor partnerschappen met de industrie die bedoeld zijn om de veiligheid van de toeleveringsketen te verbeteren en de legitieme handel te vergemakkelijken.

f)

Het in kaart brengen van de wijzigingen die in de wet- en regelgeving moeten worden aangebracht om de aanbevelingen van de werkgroep op te volgen.

g)

Het onderzoeken met welke documenten en maatregelen de geïntensiveerde en uitgebreide douanesamenwerking op de in deze bijlage genoemde gebieden verder kan worden geïmplementeerd.


Top