Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32004H0394R(01)

Rectificatie van Aanbeveling 2004/394/EG van de Commissie van 29 april 2004 inzake de resultaten van de risicobeoordeling en de strategieën ter beperking van de risico's voor de stoffen: acetonitril, acrylamide, acrylonitril, acrylzuur, butadieen, waterstoffluoride, waterstofperoxide, methacrylzuur, methylmethacrylaat, tolueen, trichloorbenzeen (PB L 144 van 30.4.2004)

OJ L 199, 7.6.2004, p. 41–68 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2004/394/corrigendum/2004-06-07/oj

7.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 199/41


Rectificatie van Aanbeveling 2004/394/EG van de Commissie van 29 april 2004 inzake de resultaten van de risicobeoordeling en de strategieën ter beperking van de risico's voor de stoffen: acetonitril, acrylamide, acrylonitril, acrylzuur, butadieen, waterstoffluoride, waterstofperoxide, methacrylzuur, methylmethacrylaat, tolueen, trichloorbenzeen

( Publicatieblad van de Europese Unie L 144 van 30 april 2004 )

Aanbeveling 2004/394/EG wordt als volgt gelezen:

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 29 april 2004

inzake de resultaten van de risicobeoordeling en de strategieën ter beperking van de risico's voor de stoffen: acetonitril, acrylamide, acrylonitril, acrylzuur, butadieen, waterstoffluoride, waterstofperoxide, methacrylzuur, methylmethacrylaat, tolueen, trichloorbenzeen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 1446)

(Voor de EER relevante tekst)

(2004/394/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen (1), en met name op artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het kader van Verordening (EEG) nr. 793/93 zijn de volgende stoffen aangewezen als prioriteitsstoffen voor beoordeling overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1179/94 van de Commissie van 25 mei 1994 betreffende de eerste lijst van prioriteitsstoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (2), waarin ook voor die stoffen de volgende rapporterende lidstaten zijn aangewezen:

acetonitril, rapporterende lidstaat: Spanje,

acrylamide, rapporterende lidstaat: het Verenigd Koninkrijk,

acrylonitril, rapporterende lidstaat: Ierland,

acrylzuur, rapporterende lidstaat: Duitsland,

butadieen, rapporterende lidstaat: het Verenigd Koninkrijk,

waterstoffluoride, rapporterende lidstaat: Nederland,

methacrylzuur, rapporterende lidstaat: Duitsland,

methylmethacrylaat, rapporterende lidstaat: Duitsland.

(2)

In het kader van Verordening (EEG) nr. 793/93 zijn de volgende stoffen aangewezen als prioriteitsstoffen voor beoordeling overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2268/95 van de Commissie van 27 september 1995 betreffende de tweede lijst van prioriteitsstoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (3), waarin ook voor die stoffen de volgende rapporterende lidstaten zijn aangewezen:

waterstofperoxide, rapporterende lidstaat: Finland,

tolueen, rapporterende lidstaat: Denemarken,

trichloorbenzeen, rapporterende lidstaat: Denemarken.

(3)

Deze rapporterende lidstaten hebben voor die stoffen de beoordeling van de risico's voor mens en milieu geheel afgerond en voorstellen gedaan voor een strategie ter beperking van de risico's overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie van 28 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen voor de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van bestaande stoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (4).

(4)

Het Wetenschappelijk Comité voor de toxiciteit, de ecotoxiciteit en het milieu (WCTEM) is geraadpleegd over de door de rapporterende lidstaten uitgevoerde risicobeoordeling en heeft hierover een advies uitgebracht.

(5)

De resultaten van de risicobeoordeling zijn opgenomen in de bijlage.

(6)

Op basis van de door de rapporteurs aanbevolen maatregelen dienen de lidstaten en de betrokken sector waar nodig rekening te houden met de overeengekomen risicobeoordeling en de desbetreffende aanbeveling uit te voeren om ervoor te zorgen dat voor elk van de stoffen waarvoor een risicobeoordeling is uitgevoerd, de risico's voor de gezondheid van de mens en het milieu worden beheerst. De Commissie heeft tevens vermeld aan welke communautaire wetgeving prioriteit dient te worden gegeven.

(7)

De in deze aanbeveling vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 793/93 ingestelde comité,

BEVEELT AAN:

1.

Alle sectoren waarin de stoffen:

1.

acetonitril

CAS-nr. 75-05-8

Einecs-nr. 200-835-2

2.

acrylamide

CAS-nr. 79-06-1

Einecs-nr. 201-173-7

3.

acrylonitril

CAS-nr. 107-13-1

Einecs-nr. 203-466-5

4.

acrylzuur

CAS-nr. 79-10-7

Einecs-nr. 201-177-9

5.

butadieen

CAS-nr. 106-99-0

Einecs-nr. 203-450-8

6.

waterstoffluoride

CAS-nr. 7664-39-3

Einecs-nr. 231-634-8

7.

waterstofperoxide

CAS-nr. 7722-84-1

Einecs-nr. 231-765-0

8.

methacrylzuur

CAS-nr. 79-41-4

Einecs-nr. 201-204-4

9.

methylmethacrylaat

CAS-nr. 80-62-6

Einecs-nr. 201-297-1

10.

tolueen

CAS-nr. 108-88-3

Einecs-nr. 203-625-9

11.

trichloorbenzeen

CAS-nr. 120-82-1

Einecs-nr. 204-428-0

worden ingevoerd, geproduceerd, vervoerd, opgeslagen, in een preparaat of anderszins verwerkt, gebruikt, verwijderd of teruggewonnen, dienen voor elk van de vermelde stoffen rekening te houden met de resultaten van de risicobeoordeling die zijn samengevat in het hoofdstuk Risicobeoordeling van de delen 1 tot en met 11 van de bijlage.

2.

De strategieën voor risicobeperking die in het hoofdstuk Strategie ter beperking van de risico's van de delen 1 tot en met 11 van de bijlage van deze aanbeveling zijn beschreven, dienen te worden uitgevoerd. Wanneer het oordeel is dat er geen risico's te verwachten zijn, dient de informatie te worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de huidige maatregelen ter beperking van de risico's worden gehandhaafd.

Deze aanbeveling is gericht tot alle sectoren waarin de volgende stoffen worden ingevoerd, geproduceerd, vervoerd, opgeslagen, in een preparaat of anderszins verwerkt, gebruikt, verwijderd of teruggewonnen, en tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 29 april 2004.

Voor de Commissie

Margot WALLSTRÖM

Lid van de Commissie

BIJLAGE

DEEL 1

CAS-nr. 75-05-8 Einecs-nr. 200-835-2

Structuurformule

:

CH3 – C ≡ N

Einecs-naam

:

Cyanomethaan, ethaannitril, ethylnitril, methaancarbonitril, methylcyanide

IUPAC-naam

:

Acetonitril

Rapporteur

:

Spanje

Indeling (5)

:

F: R11

Xn: R20/21/22

Xi: R36

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (6). De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap voornamelijk als tussenproduct voor de synthese van industriechemicaliën, geneesmiddelen en pesticiden en bij de vervaardiging van fotografische film wordt gebruikt. Andere toepassingen zijn bijvoorbeeld het gebruik als oplosmiddel bij verschillende extractieprocessen en in onderzoek- en analyselaboratoriA. Het was onmogelijk informatie te verkrijgen over het gebruik van de totale hoeveelheid stof die in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd of ingevoerd en daarom is het mogelijk dat er sommige toepassingen zijn die niet door deze risicobeoordeling worden bestreken.

Bij de risicobeoordeling zijn andere bronnen van blootstelling van de mens en het milieu aan de stof ontdekt, met name omdat de stof bij de verbranding van biomassa ontstaat en in uitlaatgassen van auto's aanwezig is, die niet voortvloeien uit de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof. De beoordeling van de risico's die aan deze blootstellingen zijn verbonden, is niet in deze risicobeoordeling opgenomen. Het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend, bevat echter wel informatie over deze risico's.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit door de blootstelling van de huid ten gevolge van het gebruik als oplosmiddel en als tussenproduct.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

de LUCHT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemd milieucompartiment worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM en het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent het aquatische en het terrestrische ecosysteem door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van de stof in de geneesmiddelenindustrie.

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op afvalwaterzuiveringsinstallaties door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van de stof in de geneesmiddelenindustrie.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Bij de risicobeoordeling is gebleken dat er andere bronnen van acetonitril-emissie zijn (bijvoorbeeld de verbranding van fossiele brandstoffen). Deze liggen buiten de werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 793/93 en zijn in de strategie ter beperking van de risico's niet aan de orde geweest.

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

herziening te overwegen van de huidige grenswaarde voor beroepsblootstelling die krachtens Richtlijn 91/322/EEG van de Commissie (7) is vastgesteld teneinde een indicatie te geven dat blootstelling van de huid een bijdrage kan leveren tot de lichaamsbelasting van de werknemer.

Voor het MILIEU:

De Europese Commissie dient te overwegen acetonitril in de prioriteitenlijst van bijlage X van Richtlijn 2000/60/EG van de Raad en het Europees Parlement (8) (de water-kaderrichtlijn) op te nemen bij de eerstvolgende herziening van deze bijlage.

Teneinde de vergunningverlening krachtens Richtlijn 96/61/EG van de Raad (9) (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) te vergemakkelijken dient deze stof te worden opgenomen in de lopende werkzaamheden voor de ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT). Er wordt aanbevolen dat de lidstaten via de verlening van vergunningen zorgvuldig toezicht houden op de uitvoering van BBT en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie rapporteren.

De lokale emissie naar het milieu dient waar nodig door nationale voorschriften te worden gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

DEEL 2

CAS-nr. 79-06-1 Einecs-nr. 201-173-7

Structuurformule

:

CH2 = CH – CONH2

Einecs-naam

:

Acrylamide

IUPAC-naam

:

2-propeenamide

Rapporteur

:

Verenigd Koninkrijk

Indeling (10)

:

Carc.Cat.2:R45

Muta.Cat.2:R46

Repro.Cat.3:R62

T:R25

T:R48/23/24/25

Xn:R20/21

Xi:R36/38

R43

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (11).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap hoofdzakelijk als tussenproduct in de chemische industrie bij de vervaardiging van polyacrylamide wordt gebruikt. Andere toepassingen zijn de bereiding van polyacrylamide-gels ter plekke en het gebruik als voegmiddel. De belangrijkste toepassingen van polyacrylamide liggen op het gebied van de afvalwaterzuivering, de verwerking van pulp en papier en de ertsverwerking; minder belangrijke toepassingen zijn bijvoorbeeld het gebruik als additieven voor cosmetica en als bodemverbeteraar. Het was onmogelijk informatie te verkrijgen over het gebruik van de totale hoeveelheid stof die in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd of ingevoerd en daarom is het mogelijk dat er sommige toepassingen zijn die niet door deze risicobeoordeling worden bestreken.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de mutageniteit en de carcinogeniteit door de blootstelling ten gevolge van de productie van de stof, het gebruik als tussenproduct in de chemische industrie bij de vervaardiging van polyacrylamide, het gebruik van polyacrylamide, het gebruik van polyacrylamide-gels voor elektroforese en het gebruik van voegmiddelen op basis van acrylamide (toepassingen op grote en kleine schaal);

bezorgdheid omtrent de neurotoxiciteit en de toxiciteit voor de voortplanting door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van voegmiddelen op basis van acrylamide op grote en kleine schaal.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT

is dat risico's bij geen enkele blootstelling kunnen worden uitgesloten, aangezien de stof is aangemerkt als een carcinogeen zonder drempelwaarde. Er moet worden bekeken of de bestaande controlemaatregelen afdoende zijn en of daarnaast specifieke maatregelen haalbaar en uitvoerbaar zijn. Uit de risicobeoordeling blijkt echter dat de risico's al gering zijn. Hiermee moet rekening worden gehouden wanneer wordt bekeken of de bestaande controlemaatregelen afdoende zijn en of daarnaast specifieke maatregelen ter beperking van de risico's haalbaar en uitvoerbaar zijn.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de neurotoxiciteit, de toxiciteit voor de voortplanting, de mutageniteit en de carcinogeniteit door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van voegmiddelen op basis van acrylamide bij toepassingen in de bouw op grote schaal.

Afgezien van bovenstaande conclusie kunnen risico's in verband met de overige toepassingen niet worden uitgesloten, aangezien de stof is aangemerkt als een carcinogeen zonder drempelwaarde. Er moet worden bekeken of de bestaande controlemaatregelen afdoende zijn en of daarnaast specifieke maatregelen haalbaar en uitvoerbaar zijn. Uit de risicobeoordeling blijkt echter dat de risico's al gering zijn. Hiermee moet rekening worden gehouden wanneer wordt bekeken of de bestaande controlemaatregelen afdoende zijn en of daarnaast specifieke maatregelen ter beperking van de risico's haalbaar en uitvoerbaar zijn

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op het aquatische ecosysteem door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van voegmiddelen op basis van acrylamide bij toepassingen in de bouw en indirecte blootstelling van andere organismen via verontreinigd water dat afkomstig is van dezelfde toepassing.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de LUCHT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemd milieucompartiment worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent het gebruik van voegmiddelen op basis van acrylamide bij toepassingen in de bouw. De vereiste informatie en/of tests zijn:

informatie om de risicobeoordeling voor het milieu te verfijnen.

De noodzaak om deze informatie te verkrijgen is in het licht van de strategie ter beperking van de risico's opnieuw beoordeeld en de informatie is niet langer nodig (zie deel II: Strategie ter beperking van de risico's).

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemd milieucompartiment worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor de GEZONDHEID VAN DE MENS en het MILIEU:

Aanbevolen wordt:

op communautair niveau opneming van beperkingen voor het op de markt brengen en het gebruik in Richtlijn 76/769/EEG van de Raad (12) te overwegen voor het gebruik van acrylamide (13) in voegmiddelen voor toepassingen op grote en kleine schaal.

Verdere werkzaamheden kunnen nodig zijn om te bepalen of vrijstellingen te motiveren zijn.

Door de voorgestelde beperkingen voor het op de markt brengen en het gebruik zal de noodzaak van meer informatie om de risicobeoordeling voor het milieu te verfijnen, vervallen.

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

grenswaarden op communautair niveau voor de blootstelling aan acrylamide op het werk vast te stellen.

Voor de CONSUMENT:

De bestaande wetgeving voor de bescherming van de consument, met name de bepalingen uit hoofde van Richtlijn 76/769/EEG (richtlijn inzake op de markt brengen en gebruik) ten aanzien van stoffen die carcinogeen, mutageen en toxisch voor de reproductie zijn (CMR-stoffen) en Richtlijn 2001/95/EG van de Raad (14) (algemene productveiligheid) ten aanzien van producten, wordt voldoende geacht voor een aanpak van de gesignaleerde risico's.

DEEL 3

CAS-nr. 107-13-1 Einecs-nr. 203-466-5

Structuurformule:

CH2 = CH – C ≡ N

Einecs-naam:

Acrylonitril

IUPAC-naam:

2-propeennitril

Rapporteur:

Ierland

Indeling (15)

F:R11

Carc.Cat.2:R45

T:R23/24/25

Xi:R37/38

R41

R43

N: R51/53

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (16).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap voornamelijk als monomeer bij de productie van polymeren, in hoofdzaak acryl- en modacrylvezels, acrylonitril-butadieen-styreen en styreen-acrylonitril, wordt gebruikt. Andere toepassingen zijn het gebruik als monomeer bij de synthese van nieuwe polymeren en de productie van acrylamide, adiponitril, vetamines en vetalcoholen.

Bij de risicobeoordeling zijn andere voor mens en milieu relevante bronnen van blootstelling aan de stof ontdekt, die niet voortvloeien uit de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, met name omdat de stof bij de verbranding van fossiele brandstoffen ontstaat. De beoordeling van de risico's die aan deze blootstellingen zijn verbonden, is niet in deze risicobeoordeling opgenomen. Het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend, bevat echter wel informatie die voor een beoordeling van deze risico's kan worden gebruikt.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de algehele systemische effecten en de carcinogeniteit door de blootstelling ten gevolge van de productie en verwerking van de stof.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

risico's niet voor alle blootstellingscenario's kunnen worden uitgesloten, aangezien de stof momenteel wordt beschouwd als een carcinogeen zonder drempelwaarde. Er moet worden bekeken of de bestaande controlemaatregelen afdoende zijn en of daarnaast specifieke maatregelen haalbaar en uitvoerbaar zijn. Uit de risicobeoordeling blijkt echter dat de risico's al gering zijn. Hiermee moet rekening worden gehouden wanneer wordt bekeken of de bestaande controlemaatregelen afdoende zijn en of daarnaast specifieke maatregelen ter beperking van de risico's haalbaar en uitvoerbaar zijn.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM

is dat specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op plaatselijke aquatische ecosystemen door de blootstelling ten gevolge van de productie van acrylvezels op een bepaalde locatie.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de LUCHT en het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemde milieucompartimenten worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemd milieucompartiment worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Bij de risicobeoordeling is gebleken dat er andere bronnen van acrylonitril-emissie zijn (bijvoorbeeld de verbranding van fossiele brandstoffen). Deze liggen buiten de werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 793/93 en zijn in de strategie ter beperking van de risico's niet aan de orde geweest.

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

grenswaarden op communautair niveau voor de blootstelling aan acrylonitril op het werk vast te stellen.

Voor de CONSUMENT en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU:

De bestaande wetgeving voor de bescherming van de consument en mensen die via het milieu worden blootgesteld, met name de bepalingen uit hoofde van Richtlijn 76/769/EEG (richtlijn inzake op de markt brengen en gebruik) ten aanzien van CMR-stoffen, Richtlijn 2001/95/EG (algemene productveiligheid) ten aanzien van producten en Richtlijn 96/61/EG (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging), wordt voldoende geacht voor een aanpak van de gesignaleerde risico's.

Voor het MILIEU:

Teneinde de vergunningverlening krachtens Richtlijn 96/61/EG (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) te vergemakkelijken dient deze stof te worden opgenomen in de lopende werkzaamheden voor de ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT). Er wordt aanbevolen dat de lidstaten via de verlening van vergunningen zorgvuldig toezicht houden op de uitvoering van BBT en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie rapporteren.

De lokale emissie naar het milieu dient waar nodig door nationale voorschriften te worden gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

DEEL 4

CAS-nr. 79-10-7 Einecs-nr. 201-177-9

Structuurformule:

CH2 = CH – COOH

Einecs-naam:

Acrylzuur

IUPAC-naam:

2-propeenzuur

Rapporteur:

Duitsland

Indeling (17)

C: R35

Xn:R20/21/22

R10

N: R50

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (18).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap voornamelijk als tussenproduct bij de vervaardiging van polyacrylaat wordt gebruikt. Andere toepassingen zijn het gebruik als bestanddeel van kleefmiddelen en het voorkomen als restmonomeer in kleefmiddelen, verf, bindmiddelen, drukinkt, maandverband, inlegkruisjes en luierbroekjes. Polyacrylaten worden vooral gebruikt als co-builder in fosfaatvrije wasmiddelen, in vlokmiddelen en voor de behandeling van drink- en afvalwater. Het was onmogelijk informatie te verkrijgen over het gebruik van de totale hoeveelheid stof die in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd of ingevoerd en daarom is het mogelijk dat er sommige toepassingen zijn die niet door deze risicobeoordeling worden bestreken.

Bij de risicobeoordeling zijn andere bronnen van blootstelling aan de stof ontdekt die relevant zijn voor mens en milieu, met name bij het gebruik van voegmiddelen op basis van acrylaat, als ontledingsproduct bij de vervaardiging van printplaten en bij het afbranden van verf met gasbranders, die niet voortvloeien uit de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof. De beoordeling van de risico's die aan deze blootstellingen zijn verbonden, is in deze risicobeoordeling opgenomen.

RISICOBEOORDELING

A.   Gezondheid van de mens

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent irritatie van en een bijtende werking op de ademhalingswegen door de blootstelling bij eenmalige inademing ten gevolge van de productie en verwerking, de productie van kleefmiddelen die de stof bevatten en het gebruik van kleefmiddelen die de stof bevatten;

bezorgdheid omtrent lokale effecten door de blootstelling bij herhaalde inademing ten gevolge van de productie van kleefmiddelen die de stof bevatten en het gebruik van kleefmiddelen die de stof bevatten;

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit door de blootstelling bij herhaalde inademing ten gevolge van de productie en het gebruik van kleefmiddelen die de stof bevatten.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op plaatselijke aquatische ecosystemen door de blootstelling ten gevolge van natte polymerisatieprocessen, met inbegrip van de natte productie van superabsorberende polymeren, en het gebruik van voegmiddelen op basis van acrylaat.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de LUCHT en het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

er betere informatie nodig is voor een afdoende karakterisering van het risico voor gemeentelijke afvalwaterzuiveringsinstallaties door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van de stof voor natte polymerisatie, met inbegrip van de productie van superabsorberende polymeren.

De vereiste informatie en/of tests zijn:

nadere gegevens over de integriteit van ciliaat-populaties die van nature aanwezig zijn in rioolwater.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

grenswaarden op communautair niveau voor de blootstelling aan acrylzuur op het werk vast te stellen;

dat de werkgevers die kleefmiddelen gebruiken die acrylzuur bevatten, kennis nemen van de niet-bindende praktische richtsnoeren die door de Commissie uit hoofde van artikel 12, lid 2, van Richtlijn 98/24/EG van de Raad (19) (richtlijn chemische agentia) zullen worden ontwikkeld, en van eventuele sector-specifieke richtsnoeren die op basis van deze richtsnoeren op nationaal niveau worden ontwikkeld.

Voor het MILIEU:

Aanbevolen wordt:

Voor acrylzuur dat vrijkomt uit chemische voegmiddelen:

een geharmoniseerd Europees test- en beoordelingsysteem voor chemische voegmiddelen op te zetten;

regelgeving in te voeren met algemene voorwaarden voor het gebruik van chemische voegmiddelen op EU-niveau, met inbegrip van voorschriften voor uitgebreide opleiding voor planners en uitvoerend personeel, terwijl lokale aspecten door de respectieve lokale toezichthoudende instanties moeten worden geregeld;

dat de lokale emissie naar het milieu waar nodig door nationale voorschriften wordt gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

Voor acrylzuur dat wordt gebruikt bij natte polymerisatieprocessen op gebruikerslocaties (verwerkingscapaciteit > 500 ton/jaar) en bij de SAP-productie:

dat de Europese Commissie overweegt acrylzuur in de prioriteitenlijst van bijlage X van Richtlijn 2000/60/EG (de water-kaderrichtlijn) op te nemen bij de eerstvolgende herziening van deze bijlage en maatregelen overweegt als geharmoniseerde voorschriften voor vooraf verleende vergunningen voor lozing en emissie in het water voor de respectieve installaties;

dat deze stof, teneinde de vergunningverlening krachtens Richtlijn 96/61/EG (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) te vergemakkelijken, wordt opgenomen in de lopende werkzaamheden voor de ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT). Er wordt aanbevolen dat de lidstaten via de verlening van vergunningen zorgvuldig toezicht houden op de uitvoering van BBT en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie rapporteren;

dat de lokale emissie naar het milieu waar nodig door nationale voorschriften wordt gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

DEEL 5

CAS-nr. 106-99-0 Einecs-nr. 203-450-8

Structuurformule:

CH2 = CH – CH = CH2

Einecs-naam:

Buta-1,3-dieen

IUPAC-naam:

1,3-Butadieen

Rapporteur:

VK

Indeling (20)

F+:R12

Carc.Cat.1:R45

Muta.Cat.2:R46

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (21). De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap hoofdzakelijk als tussenproduct in de polymeerindustrie wordt gebruikt. De belangrijkste toepassingen van 1,3-butadieen liggen bij de vervaardiging van synthetisch rubber, zoals styreen-butadieenrubber (SBR) en polybutadieenrubber, thermoplastische harsen zoals acrylonitril-butadieen-styreen (ABS) en styreen-butadieenlatex. Het wordt ook gebruikt als chemisch tussenproduct bij de vervaardiging van neopreen voor rubberproducten voor auto's en de industrie, bij de vervaardiging van het polymeer methylmethacrylaat-butadieen-styreen (MBS), dat wordt gebruikt als verstevigingsmiddel voor polyvinylchloride (PVC), en bij de vervaardiging van adiponitril, een nylon-precursor.

Het was onmogelijk informatie te verkrijgen over het gebruik van de totale hoeveelheid stof die in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd of ingevoerd en daarom is het mogelijk dat er sommige toepassingen zijn die niet door deze risicobeoordeling worden bestreken.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de mutageniteit en de carcinogeniteit door de blootstelling ten gevolge van de productie en het gebruik als tussenproduct in de polymeerindustrie.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat de risico's dienen te worden beperkt. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

risico's niet voor alle blootstellingscenario's kunnen worden uitgesloten, aangezien de stof wordt aangemerkt als een carcinogeen zonder drempelwaarde. Er moet worden bekeken of de bestaande controlemaatregelen afdoende zijn en of daarnaast specifieke maatregelen haalbaar en uitvoerbaar zijn. Uit de risicobeoordeling blijkt echter dat de risico's al gering zijn. Hiermee moet rekening worden gehouden wanneer wordt bekeken of de bestaande controlemaatregelen afdoende zijn en of daarnaast specifieke maatregelen ter beperking van de risico's haalbaar en uitvoerbaar zijn.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

de LUCHT, het AQUATISCHE ECOSYSTEEM en het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemde milieucompartimenten worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

grenswaarden op communautair niveau voor de blootstelling aan butadieen op het werk vast te stellen.

Voor de CONSUMENT en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU:

De bestaande wetgeving voor de bescherming van de consument en mensen die via het milieu worden blootgesteld, met name de bepalingen uit hoofde van Richtlijn 76/769/EEG (richtlijn inzake op de markt brengen en gebruik) ten aanzien van CMR-stoffen, Richtlijn 2001/95/EG (algemene productveiligheid) ten aanzien van producten en Richtlijn 96/61/EG (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging), wordt voldoende geacht voor een aanpak van de gesignaleerde risico's.

DEEL 6

CAS-nr. 7664-39-3 Einecs-nr. 231-634-8

Structuurformule:

HF

Einecs-naam:

Hydrogeenfluoride, fluorwaterstof

IUPAC-naam:

Waterstoffluoride

Rapporteur:

Nederland

Indeling (22)

T+:R26/27/28

C: R35

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (23).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap hoofdzakelijk als tussenproduct in de chemische industrie bij de synthese van organische fluorverbindingen en anorganische fluoriden wordt gebruikt. Andere toepassingen zijn het gebruik als beitsmiddel voor metalen oppervlakken, als etsmiddel voor glazen oppervlakken en voor oppervlaktereiniging. Het was onmogelijk informatie te verkrijgen over het gebruik van de totale hoeveelheid stof die in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd of ingevoerd en daarom is het mogelijk dat er sommige toepassingen zijn die niet door deze risicobeoordeling worden bestreken.

Bij de risicobeoordeling zijn andere bronnen van blootstelling van de mens en het milieu aan de stof ontdekt, met name door het vrijkomen van waterstoffluoride in de ijzer/staal- en aluminiumindustrie, de glas-, keramiek- en baksteenindustrie, elektriciteitscentrales en bij de productie van fosfaatchemicaliën, die niet voortvloeien uit de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap vervaardigde of ingevoerde stof. De beoordeling van de risico's die aan deze blootstellingen zijn verbonden, is niet in deze risicobeoordeling opgenomen. Het risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend, bevat echter informatie die bij de beoordeling van deze risico's kan worden gebruikt.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent irritatie van en/of een bijtende werking op de huid, de ogen en de ademhalingswegen, afhankelijk van de concentratie, door de herhaalde blootstelling aan gasvormig waterstoffluoride bij de productie en het gebruik als tussenproduct in de chemische industrie en het gebruik van waterige oplossingen van de stof;

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit door de herhaalde blootstelling bij inademing ten gevolge van het gebruik van waterige oplossingen van de stof;

bezorgdheid omtrent irritatie van en/of een bijtende werking op de huid, afhankelijk van de concentratie, door eenmalige blootstelling aan vloeibaar waterstoffluoride ten gevolge van het gebruik van waterige oplossingen van de stof;

bezorgdheid omtrent irritatie van en/of een bijtende werking op de ademhalingswegen, afhankelijk van de concentratie, door eenmalige blootstelling aan gasvormig waterstoffluoride bij de productie en het gebruik als tussenproduct in de chemische industrie en het gebruik van waterige oplossingen van de stof.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent irritatie van en/of een bijtende werking op de huid, afhankelijk van de concentratie, door eenmalige en herhaalde blootstelling aan vloeibaar waterstoffluoride ten gevolge van het gebruik van preparaten die de stof bevatten door de consument.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit door de herhaalde blootstelling bij inademing in de omgeving van locaties waar de stof wordt geproduceerd en verwerkt.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht, hoewel er bezorgdheid is geuit omtrent risico's in verband met de hevige reactie van de geconcentreerde stof bij contact met water en de mogelijke vorming van waterstof bij de reactie van een oplossing met minder dan 65 % van de stof met metalen.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM en de LUCHT

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op plaatselijke aquatische en atmosferische ecosystemen door de blootstelling ten gevolge van de productie en het gebruik van de stof op bepaalde locaties.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemd milieucompartiment worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemd milieucompartiment worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

te overwegen het beroepsmatig gebruik van waterstoffluoride bij het reinigen van oppervlakken van gebouwen (met inbegrip van vloeren) op communautair niveau te verbieden door de stof/toepassing op te nemen in bijlage III van Richtlijn 98/24/EG (richtlijn chemische agentia);

dat het Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (Scientific Committee on Occupational Exposure Limits – SCOEL) van de Commissie de in het risicobeoordelingsverslag opgenomen nieuwe informatie evalueert en aanbeveelt of de huidige grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling moet worden herzien.

Voor de CONSUMENT:

Aanbevolen wordt:

preparaten van waterstoffluoride die als bijtend of toxisch zijn ingedeeld uit de consumentenmarkt te nemen (24). Deze producten voldoen niet aan de algemene veiligheidsvoorschriften van Richtlijn 92/59/EEG van de Raad van 29 juni 1992 inzake algemene productveiligheid (25) en dienen onmiddellijk uit de handel te worden genomen. De lidstaten dienen een actief en effectief markttoezicht te houden op de situatie op hun grondgebied inzake de aanwezigheid van consumentenproducten die waterstoffluoride bevatten, deze producten uit de handel te nemen aangezien ze krachtens de bepalingen inzake algemene veiligheidsvereisten van Richtlijn 92/59/EEG (algemene productveiligheid) onveilig zijn en de Commissie via het systeem voor de snelle uitwisseling van informatie van Richtlijn 92/59/EEG hiervan in kennis te stellen.

Voor het MILIEU:

Teneinde de vergunningverlening krachtens Richtlijn 96/61/EG (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) te vergemakkelijken dient deze stof te worden opgenomen in de lopende werkzaamheden voor de ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT). Er wordt aanbevolen dat de lidstaten via de verlening van vergunningen zorgvuldig toezicht houden op de uitvoering van BBT en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie rapporteren.

De lokale emissie naar het milieu dient waar nodig door nationale voorschriften te worden gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

DEEL 7

CAS-nr. 7722-84-1 Einecs-nr. 231-765-0

Structuurformule:

H2O2

Einecs-naam:

Hydrogeenperoxide

IUPAC-naam:

Waterstofperoxide

Rapporteur:

Finland

Indeling (26)

O:R8

C: R34

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (27).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap voornamelijk bij het bleken van pulp en de vervaardiging van chemische stoffen wordt gebruikt. Andere toepassingen zijn het gebruik bij het bleken van textiel, ontsmetting in de voedselverwerkende industrie, etsen in de elektronicasector, metaalplating, het afbreken van eiwitten, het bleken van tanden, het beroepsmatig verven en bleken van haar, de zuivering van drinkwater en afvalwater, in zeer veel consumentenproducten voor het verven en bleken van haar, producten voor het bleken van huishoudtextiel, reinigingsmiddelen, producten voor het desinfecteren van contactlenzen en producten voor het bleken van tanden.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent irritatie van en/of een bijtende werking op de huid, de ogen en de ademhalingswegen, afhankelijk van de concentratie, door de blootstelling ten gevolge van beladingswerkzaamheden;

bezorgdheid omtrent irritatie van en/of een bijtende werking op de huid en de ogen, afhankelijk van de concentratie, door de blootstelling ten gevolge van het bleken van textiel (batchproces); aseptisch verpakken (oude types dompelbadmachines), het gebruik van perazijnzuur in brouwerijen, het etsen van printplaten (oud proces), metaalplating en het afbreken van eiwitten;

bezorgdheid omtrent irritatie van en/of een bijtende werking op de ogen, afhankelijk van de concentratie, door de blootstelling ten gevolge van kapperswerkzaamheden;

bezorgdheid omtrent toxiciteit bij herhaalde inademing bij beladingswerkzaamheden en aseptisch verpakken (alle machinetypes), het etsen van printplaten (oud proces) en afvalwaterzuivering.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent oogirritatie door de blootstelling ten gevolge van het verven en bleken van haar en bezorgdheid omtrent irritatie van c.q. een bijtende werking op de ogen bij het gebruik van bleek- en reinigingsmiddelen voor textiel als de feitelijke concentratie van waterstofperoxide hoger dan 5 % is;

bezorgdheid omtrent specifieke schadelijke effecten op de tandzenuw en de tand door de blootstelling ten gevolge van het bleken van tanden met 35 % waterstofperoxide door een tandarts.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken (dit geldt voor de werknemer en voor de consument). Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent het brandgevaar door het morsen van geconcentreerde (> 25 %) oplossingen van waterstofperoxide op brandbare materialen.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

de LUCHT en het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemde milieucompartimenten worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op aquatische ecosystemen door de blootstelling ten gevolge van vier productielocaties en het gebruik bij de vervaardiging van andere chemische stoffen.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's voor bovengenoemd milieucompartiment worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

dat de werkgevers eventueel uit hoofde van Richtlijn 98/24/EG (richtlijn chemische agentia) geproduceerde risicobeoordelingen herzien om rekening te houden met de informatie in de uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 793/93 geproduceerde risicobeoordeling en strategie ter beperking van de risico's en eventueel de nodige maatregelen nemen.

dat de werkgevers die waterstofperoxide gebruiken voor de toepassingen die in de risicobeoordeling (deel I) als zorgwekkend zijn aangemerkt, kennis nemen van de niet-bindende praktische richtsnoeren die door de Commissie uit hoofde van artikel 12, lid 2, van Richtlijn 98/24/EG (richtlijn chemische agentia) zullen worden ontwikkeld, en van eventuele sector-specifieke richtsnoeren die op basis van deze richtsnoeren op nationaal niveau worden ontwikkeld.

Voor de CONSUMENT:

Aanbevolen wordt:

in het kader van Richtlijn 2003/83/EG van de Commissie (28) voor het maximaal aanvaardbare percentage waterstofperoxide voor producten voor hetbleken van tanden die onder toezicht van een tandarts worden gebruikt, een grenswaarde voor de concentratie van 6 % waterstofperoxide te overwegen, mits op het etiket de juiste gebruiksvoorwaarden en een afdoende waarschuwing worden afgedrukt;

dat bleek- en reinigingsmiddelen voor textiel die ≥ 5 % waterstofperoxide bevatten, zodanig worden geformuleerd dat het risico op irritatie van of een bijtende werking op de ogen wordt verminderd (bijvoorbeeld een viskeuze suspensie of een crème). In de gebruiksaanwijzing dient het risico op irritatie van of een bijtende werking op de ogen te worden benadrukt en dient het percentage H2O2 in het product te worden vermeld. Voor haarverf en -bleekmiddelen dienen bovengenoemde aanbevelingen, met inbegrip van de procentuele grenswaarde, in het kader van de communautaire wetgeving inzake cosmetische producten te worden overwogen;

dat de verplichting voor kinderveilige sluitingen in Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad (29)(richtlijn gevaarlijke preparaten) wordt uitgebreid tot alle huishoudchemicaliën die wellicht voor kinderen bereikbaar zijn en waterstofperoxide bevatten.

Voor het MILIEU:

Teneinde de vergunningverlening krachtens Richtlijn 96/61/EG (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) te vergemakkelijken dient deze stof te worden opgenomen in de lopende werkzaamheden voor de ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT). Er wordt aanbevolen dat de lidstaten via de verlening van vergunningen zorgvuldig toezicht houden op de uitvoering van BBT en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie rapporteren.

DEEL 8

CAS-nr. 79-41-4 Einecs-nr. 201-204-4

Structuurformule

:

CH2 = C(CH3) – COOH

Einecs-naam

:

Methacrylzuur

IUPAC-naam

:

2-Methyl-2-propeenzuur

Rapporteur

:

Duitsland

Indeling (30)

:

C: R35

Xn: R21/22

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (31).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap hoofdzakelijk als intern en extern tussenproduct in de chemische industrie bij de vervaardiging van esters van methacrylzuur en als co-monomeer in verschillende soorten polymeren wordt gebruikt. Andere toepassingen zijn het gebruik als bestanddeel van kleefmiddelen en het voorkomen als restmonomeer in verf en producten voor de verwerking van textiel. Het was onmogelijk informatie te verkrijgen over het gebruik van de totale hoeveelheid stof die in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd of ingevoerd en daarom is het mogelijk dat er sommige toepassingen zijn die niet door deze risicobeoordeling worden bestreken.

Bij de risicobeoordeling zijn andere bronnen van blootstelling aan de stof ontdekt die relevant zijn voor mens en milieu, met name bij het gebruik van voegmiddelen op basis van methacrylaat, die niet voortvloeien uit de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof. De beoordeling van de risico's die aan deze blootstellingen zijn verbonden, is in deze risicobeoordeling opgenomen.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent irritatie van de ademhalingswegen door de blootstelling op korte termijn bij inademing ten gevolge van de productie, de verdere verwerking als tussenproduct in de chemische industrie, de productie van kleefmiddelen op industrieel gebied en het industrieel en ambachtelijk gebruik van kleefmiddelen;

bezorgdheid omtrent lokale effecten op de ademhaling door de blootstelling bij herhaalde inademing ten gevolge van de productie en het gebruik van kleefmiddelen.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent effecten op het aquatische ecosysteem door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van voegmiddelen op basis van acrylaat.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de LUCHT en het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

grenswaarden op communautair niveau voor de blootstelling aan methacrylzuur op het werk vast te stellen;

dat de werkgevers die kleefmiddelen gebruiken die methacrylzuur bevatten, kennis nemen van de niet-bindende praktische richtsnoeren die door de Commissie uit hoofde van artikel 12, lid 2, van Richtlijn 98/24/EG (richtlijn chemische agentia) zullen worden ontwikkeld, en van eventuele sector-specifieke richtsnoeren die op basis van deze richtsnoeren op nationaal niveau worden ontwikkeld.

Voor het MILIEU:

Aanbevolen wordt voor methacrylzuur dat vrijkomt uit chemische voegmiddelen:

een geharmoniseerd Europees test- en beoordelingsysteem voor chemische voegmiddelen op te zetten;

regelgeving in te voeren met algemene voorwaarden voor het gebruik van chemische voegmiddelen op EU-niveau, met inbegrip van voorschriften voor uitgebreide opleiding voor planners en uitvoerend personeel, terwijl lokale aspecten door de respectieve lokale toezichthoudende instanties moeten worden geregeld;

dat de lokale emissie naar het milieu waar nodig door nationale voorschriften wordt gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

DEEL 9

CAS-nr. 80-62-6 Einecs-nr. 201-297-1

Structuurformule:

CH2 = C(CH3) – COOCH3

Einecs-naam:

Methylmethacrylaat (MMA)

IUPAC-naam:

2-Methyl-2-propeenzuur, methylester

Rapporteur:

Duitsland

Indeling (32)

F:R11

Xi:R37/38

R43

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (33).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap voornamelijk als tussenproduct bij de vervaardiging van polymeren, copolymeren, kleefmiddelen en reactieharsen, bij omestering en bij de productie van gegoten platen wordt gebruikt. Andere toepassingen zijn het gebruik bij de productie van emulsie-, dispersie- en oplosmiddelpolymeren en polymeren van het acrylplaat-type en als bestanddeel van reactieve kleefmiddelen en inbed-harsen, vloercoatings en gietharsen die in de tandheelkunde en voor medische toepassingen worden gebruikt en daarnaast komt de stof voor als restmonomeer in verf en in andere polymeren die voor consumentenproducten worden gebruikt. Het was onmogelijk informatie te verkrijgen over het gebruik van de totale hoeveelheid stof die in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd of ingevoerd en daarom is het mogelijk dat er sommige toepassingen zijn die niet door deze risicobeoordeling worden bestreken.

Bij de risicobeoordeling zijn andere bronnen van blootstelling aan de stof ontdekt die relevant zijn voor mens en milieu, met name wanneer de stof ontstaat als ontledingsproduct bij de thermische verwerking van polymethylmethacrylaat (PMMA), die niet voortvloeien uit de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof. De beoordeling van de risico's die aan deze blootstellingen zijn verbonden, zijn in deze risicobeoordeling opgenomen.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent irritatie van en een bijtende werking op de ademhalingswegen door de blootstelling bij inademing ten gevolge van de productie van gegoten platen, de productie van reactieharsen, de productie en het gebruik van kleefmiddelen, de productie van verf, ambachtelijke werkzaamheden: vloercoating, het gebruik van gietharsen voor medische toepassingen en in orthopedische werkplaatsen, tandtechnische laboratoria en behandelkamers van tandartsen en het gebruik in decoratie;

bezorgdheid omtrent sensibilisering van de huid door de blootstelling van de huid ten gevolge van de productie van methylmethacrylaat en polymethylmethacrylaat, omestering, de productie van gegoten platen, de productie van kleefmiddelen en reactieharsen in de chemische industrie, de productie van kleefmiddelen, gietharsen en materialen voor vloercoating, de productie van verf en lak, het gebruik van kleefmiddelen in de kunststof-, elektronica- en glasindustrie, het gebruik van kleefmiddelen en vloercoating bij ambachtelijke werkzaamheden, het gebruik van gietharsen voor medische toepassingen en in orthopedische werkplaatsen, tandtechnische laboratoria en behandelkamers van tandartsen en de vervaardiging van lenzen en decoratie;

bezorgdheid omtrent lokale effecten door de blootstelling bij herhaalde inademing ten gevolge van de productie van gegoten platen, de productie van reactieharsen, de productie en het gebruik van kleefmiddelen, de productie van verf en het gebruik van gietharsen in orthopedische werkplaatsen, tandtechnische laboratoria en behandelkamers van tandartsen;

bezorgdheid omtrent de algehele systemische effecten door de blootstelling bij inademing ten gevolge van de productie van gegoten platen, de productie van kleefmiddelen, de productie van verf, ambachtelijke werkzaamheden: vloercoating, het gebruik van gietharsen in orthopedische werkplaatsen en het gebruik in decoratie.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op het lokale aquatische ecosysteem door de blootstelling ten gevolge van natte polymerisatieprocessen.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de LUCHT en het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

grenswaarden op communautair niveau voor de blootstelling aan methylmethacrylaat op het werk vast te stellen;

dat de werkgevers die methylmethacrylaat gebruiken voor de toepassingen die in de risicobeoordeling (deel I) als zorgwekkend zijn aangemerkt, kennis nemen van de niet-bindende praktische richtsnoeren die door de Commissie uit hoofde van artikel 12, lid 2, van Richtlijn 98/24/EG (richtlijn chemische agentia) zullen worden ontwikkeld, en van eventuele sector-specifieke richtsnoeren die op basis van deze richtsnoeren op nationaal niveau worden ontwikkeld.

Voor het MILIEU:

Voor methylmethacrylaat dat bij natte polymerisatieprocessen op gebruikerslocaties (verwerkingscapaciteit > 5 000 t/jaar) wordt gebruikt, wordt aanbevolen:

dat de Europese Commissie overweegt methylmethacrylaat in de prioriteitenlijst van bijlage X van Richtlijn 2000/60/EG (de water-kaderrichtlijn) op te nemen bij de eerstvolgende herziening van deze bijlage en maatregelen overweegt als geharmoniseerde voorschriften voor vooraf verleende vergunningen voor lozing en emissie in het water voor de respectieve installaties;

dat deze stof, teneinde de vergunningverlening krachtens Richtlijn 96/61/EG (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) te vergemakkelijken, wordt opgenomen in de lopende werkzaamheden voor de ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT). Er wordt aanbevolen dat de lidstaten via de verlening van vergunningen zorgvuldig toezicht houden op de uitvoering van BBT en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie rapporteren;

dat de lokale emissie naar het milieu waar nodig door nationale voorschriften wordt gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

DEEL 10

CAS-nr. 108-88-3 Einecs-nr. 203-625-9

Structuurformule:

C6H5 – CH3

Einecs-naam:

Tolueen

IUPAC-naam:

Tolueen

Rapporteur:

Denemarken

Indeling (34)

F:R11

Xn:R20

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (35).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap hoofdzakelijk als tussenproduct voor de synthese van andere chemische stoffen, in oplosmiddelen, kleefmiddelen, verf en lak en in de aardolie-, brandstof- en polymeerindustrie wordt gebruikt. Andere gerapporteerde toepassingen zijn het gebruik in de pulp-, papier- en kartonindustrie, de textielindustrie, de landbouwsector en de elektrische en elektronische industrie.

Bij de risicobeoordeling zijn andere bronnen van blootstelling van de mens en het milieu aan de stof ontdekt, met name het gebruik en de verbranding van aardolieproducten, die niet voortvloeien uit de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap vervaardigde of ingevoerde stof. De beoordeling van de risico's die aan deze blootstellingen zijn verbonden, is niet in deze risicobeoordeling opgenomen. Het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend, bevat echter informatie die bij de beoordeling van deze risico's kan worden gebruikt.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de acute toxiciteit door de blootstelling van de huid ten gevolge van verfspuiten of het gebruik van kleefmiddelen;

bezorgdheid omtrent de acute toxiciteit (hoofdpijn, duizeligheid, roes, slaperigheid en functiestoornissen) door de blootstelling bij inademing ten gevolge van de productie en het gebruik als tussenproduct, de vervaardiging van producten die de stof bevatten en het gebruik van producten die de stof bevatten;

bezorgdheid omtrent oogirritatie door de blootstelling ten gevolge van de vervaardiging van producten die de stof bevatten en het gebruik van producten die de stof bevatten bij het handmatig reinigen, het gebruik van kleefmiddelen, drukken en verven (mechanische coating);

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit door de blootstelling bij inademing ten gevolge van de vervaardiging van producten die de stof bevatten en het gebruik van producten die de stof bevatten bij het handmatig reinigen, het gebruik van kleefmiddelen, drukken en verven (mechanische coating);

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit door de blootstelling van de huid ten gevolge van het gebruik van producten die de stof bevatten bij het handmatig reinigen, het gebruik van kleefmiddelen en verfspuiten;

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit door de gecombineerde blootstelling van de huid en bij inademing ten gevolge van het gebruik van producten die de stof bevatten bij het handmatig verven;

bezorgdheid omtrent specifieke orgaantoxiciteit (toxiciteit voor het gehoororgaan) door de blootstelling bij inademing ten gevolge van de vervaardiging van producten die de stof bevatten en het gebruik van producten die de stof bevatten bij het handmatig reinigen, het gebruik van kleefmiddelen, drukken en verven (mechanische coating);

bezorgdheid omtrent effecten op de vruchtbaarheid en de ontwikkeling en spontane abortus door de blootstelling bij inademing ten gevolge van de vervaardiging van producten die de stof bevatten en het gebruik van producten die de stof bevatten bij het handmatig reinigen, het gebruik van kleefmiddelen, drukken en verven (mechanische coating).

De conclusies van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT zijn

1.

dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de acute toxiciteit (hoofdpijn, duizeligheid, roes, slaperigheid en functiestoornissen) en oogirritatie door de blootstelling van de ogen of bij inademing aan dampen ten gevolge van verfspuiten en het leggen van vloerbedekking;

2.

dat er behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent effecten op de voortplanting door de blootstelling bij inademing.

De vereiste informatie en/of tests zijn:

informatie over het verband tussen de waargenomen effecten op de voortplanting en duur van de blootstelling die tot deze effecten leidt.

De noodzaak om deze informatie te verkrijgen is in het licht van de strategie ter beperking van de risico's opnieuw beoordeeld en de informatie is niet langer nodig (zie deel II: Strategie ter beperking van de risico's).

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op de mens door de bijdrage van het handelsproduct tolueen tot de vorming van ozon en andere schadelijke stoffen, d.w.z. de vorming van smog.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent effecten op het aquatische ecosysteem door de blootstelling ten gevolge van bepaalde productielocaties en de gecombineerde productie en verwerking van de stof, alsmede de blootstelling ten gevolge van de verwerking en de gebruiksectoren bulkchemicaliën (met inbegrip van technische hulpstoffen, „extraheermiddelen” en oplosmiddelen), verwerking en formulering, aardolie en de formulering van brandstoffen, formulering van polymeren, formulering van verf en textielverwerking.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent effecten op het terrestrische ecosysteem door de blootstelling ten gevolge van de verwerking, alsmede de blootstelling ten gevolge van de gebruiksectoren bulkchemicaliën (met inbegrip van technische hulpstoffen, „extraheermiddelen” en oplosmiddelen), verwerking en formulering, aardolie en de formulering van brandstoffen, formulering van polymeren, formulering van verf en textielverwerking.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de LUCHT

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de bijdrage van het handelsproduct tolueen tot de vorming van ozon en andere schadelijke stoffen, d.w.z. de vorming van smog.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent effecten op rioolwaterzuiveringsinstallaties door de blootstelling ten gevolge van de verwerking van de stof, alsmede de blootstelling ten gevolge van het industrieel gebruik als bulkchemicalie.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Bij de risicobeoordeling is gebleken dat er andere bronnen van tolueen-emissie zijn (bijvoorbeeld benzine en ruwe olie). Deze liggen buiten de werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 793/93 en zijn in de strategie ter beperking van de risico's niet aan de orde geweest.

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

Binnen dit kader wordt aanbevolen:

dat het Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (Scientific Committee on Occupational Exposure Limits – SCOEL) van de Commissie de in het risicobeoordelingsverslag opgenomen nieuwe informatie evalueert en aanbeveelt of de huidige grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling moet worden herzien.

Voor de CONSUMENT:

Aanbevolen wordt:

te overwegen op communautair niveau in Richtlijn 76/769/EEG beperkingen voor het op de markt brengen en het gebruik op te nemen voor het gebruik van de stof als zodanig of in preparaten in kleefmiddelen en spuitverf.

Door de voorgestelde beperkingen voor het op de markt brengen en het gebruik zal de noodzaak van meer informatie over effecten op de voortplanting door de blootstelling bij inademing vervallen.

Voor het MILIEU en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU:

Aanbevolen wordt:

dat de Europese Commissie overweegt tolueen in de prioriteitenlijst van bijlage X van Richtlijn 2000/60/EG (de water-kaderrichtlijn) op te nemen bij de eerstvolgende herziening van deze bijlage, maar dat tolueen intussen wordt beschouwd als een stof van lijst II van Richtlijn 76/464/EEG van de Raad (36) betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd, hetgeen betekent dat er moet worden gezorgd voor nationale kwaliteitsdoelstellingen, monitoring en eventueel beperkende maatregelen om ervoor te zorgen dat de concentratie in oppervlaktewateren de kwaliteitsdoelstellingen niet overschrijdt;

dat deze stof, teneinde de vergunningverlening krachtens Richtlijn 96/61/EG (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) te vergemakkelijken, wordt opgenomen in de lopende werkzaamheden voor de ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT). Er wordt aanbevolen dat de lidstaten via de verlening van vergunningen zorgvuldig toezicht houden op de uitvoering van BBT en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie rapporteren;

dat de lokale emissie naar het milieu waar nodig door nationale voorschriften wordt gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

Door het voorstel van de Commissie om het gehalte van bepaalde producten aan oplosmiddelen te beperken wordt het aan tolueen verbonden risico voor de mens via het milieu nog verder teruggebracht (37).

DEEL 11

CAS-nr. 120-82-1 Einecs-nr. 204-428-0

Structuurformule:

C6H3Cl3

Einecs-naam:

1,2,4-Trichloorbenzeen (TCB)

IUPAC-naam:

1,2,4-Trichloorbenzeen

Rapporteur:

Denemarken

Indeling (38)

Xn:R22

Xi:R38

N:50-53

De risicobeoordeling is gebaseerd op de huidige praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals die is beschreven in het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend (39).

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap hoofdzakelijk als tussenproduct voor de synthese van herbiciden en als oplosmiddel in gesloten systemen wordt gebruikt. Andere gerapporteerde toepassingen zijn bijvoorbeeld het gebruik als oplosmiddel, als draagstof voor verf in de textielindustrie, als additief in diëlektrische vloeistoffen en als corrosieremmer. Het was onmogelijk informatie te verkrijgen over het gebruik van de totale hoeveelheid stof die in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd of ingevoerd en daarom is het mogelijk dat er sommige toepassingen zijn die niet door deze risicobeoordeling worden bestreken.

Bij de risicobeoordeling zijn andere bronnen van blootstelling van de mens en het milieu aan de stof ontdekt, met name door bepaalde diëlektrische vloeistoffen die 1,2,4-trichloorbenzeen bevatten en nog in bestaande elektrische apparatuur in gebruik zijn, en door de vorming van 1,2,4-trichloorbenzeen in het milieu als ontledingsproduct van andere complexere organische chloorverbindingen, die niet voortvloeien uit de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap vervaardigde of ingevoerde stof. De beoordeling van de risico's die aan deze blootstellingen zijn verbonden, is niet in deze risicobeoordeling opgenomen.

Het volledige risicobeoordelingsverslag dat door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend, bevat echter informatie die bij de beoordeling van deze risico's kan worden gebruikt.

De risicobeoordeling wijst erop dat nader dient te worden onderzocht of de stof in aanmerking moet komen voor nationale of internationale programma's inzake persistente organische verontreinigende stoffen.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusies van de beoordeling van de risico's voor

de WERKNEMER zijn

dat er behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent effecten door de blootstelling.

De vereiste informatie en/of tests zijn:

informatie over de blootstelling op het werk bij het gebruik van de stof als draagstof voor verf en als oplosmiddel, bij de vervaardiging van producten die de stof bevatten in de sector productie van diëlektrische vloeistoffen en bij het gebruik van producten die de stof bevatten in de sector productie van draad en kabel.

De noodzaak om deze informatie te verkrijgen is in het licht van de strategie ter beperking van de risico's opnieuw beoordeeld en de informatie is niet langer nodig (zie deel II: Strategie ter beperking van de risico's);

dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit door de blootstelling bij herhaalde inademing ten gevolge van vulactiviteiten bij de productie van de stof, ten gevolge van de vervaardiging van producten die de stof bevatten in de sector productie van pigment en ten gevolge van het gebruik van producten die de stof bevatten in de sector verfspuiten;

bezorgdheid omtrent irritatie van de ogen en de ademhalingswegen door de herhaalde blootstelling aan de damp van de stof ten gevolge van de vervaardiging van producten die de stof bevatten in de sector productie van pigment en ten gevolge van het gebruik van producten die de stof bevatten in de sector productie van kunststofkorrels;

bezorgdheid omtrent de algehele systemische toxiciteit en lokale huideffecten door herhaalde blootstelling van de huid ten gevolge van het gebruik van producten die de stof bevatten in de sectoren verfspuiten, ontmanteling van transformators en polijsten.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de CONSUMENT

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent irritatie van de ogen en de ademhalingswegen door de herhaalde blootstelling aan dampen, algehele systemische toxiciteit door de blootstelling bij herhaalde inademing en blootstelling van de huid ten gevolge van verfspuiten en het poetsen van auto's.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent indirecte blootstelling aangezien bij de berekende blootstelling de TDI van de WHO en de richtwaarden van de WHO in drinkwater voor lokale gebruikscenario's kunnen worden overschreden.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

B.   Milieu

De conclusie van de beoordeling van de milieurisico's voor

het AQUATISCHE ECOSYSTEEM en het TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op het aquatische ecosysteem en het terrestrische ecosysteem door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van de stof als draagstof voor verf en voor andere toepassingen (bijvoorbeeld als oplosmiddel, als additief in diëlektrische vloeistoffen en als corrosieremmer).

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

de LUCHT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is gebaseerd op het gegeven dat:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste maatregelen ter beperking van de risico's worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

is dat er specifieke maatregelen nodig zijn om de risico's te beperken. Deze conclusie is gebaseerd op:

bezorgdheid omtrent de effecten op rioolwaterzuiveringsinstallaties door de blootstelling ten gevolge van het gebruik van de stof als tussenproduct en ten gevolge van het gebruik als oplosmiddel in de sector bulkchemicaliën, het gebruik als draagstof voor verf in de textielindustrie en andere toepassingen.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor de WERKNEMER:

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, meer in het bijzonder Richtlijn 2000/39/EG van de Commissie (40) tot vaststelling van een eerste lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan de stof verbonden risico's te beperken voorzover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing.

De voor het milieu voorgestelde beperkingen voor het op de markt brengen en het gebruik zullen ook het risico voor de gezondheid van de mens (werknemers) verminderen en de noodzaak van meer informatie over de scenario's voor beroepsmatige blootstelling opheffen.

Voor de CONSUMENT, het MILIEU en de MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU:

Aanbevolen wordt:

op communautair niveau voor alle toepassingen behalve het gebruik als tussenproduct de opneming van beperkingen voor het op de markt brengen en het gebruik in Richtlijn 76/769/EEG te overwegen om het milieu te beschermen en om de indirecte blootstelling via het milieu te verminderen. Indien nodig dienen ook beperkingen te worden overwogen voor het op de markt brengen en het gebruik van voorwerpen die TCB bevatten.


(1)  PB L 84 van 5.4.1993, blz. 1.

(2)  PB L 131 van 26.5.1994, blz. 3.

(3)  PB L 231 van 28.9.1995, blz. 18.

(4)  PB L 161 van 29.6.1994, blz. 3.

(5)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2000/32/EG van de Commissie van 19 mei 2000 tot zesentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 136 van 8.6.2000, blz. 1).

(6)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(7)  PB L 177 van 5.7.1991, blz. 22.

(8)  PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1.

(9)  PB L 257 van 10.10.1996, blz. 26.

(10)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2001/59/EG van de Commissie van 6 augustus 2001 tot achtentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 225 van 21.8.2001, blz. 1).

(11)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(12)  PB L 262 van 27.9.1976, blz. 201.

(13)  Voegmiddelen op basis van N-methylacrylamide zijn ook een mogelijke bron van vrij acrylamide bij het voegen en een onderzoek van de risico's ten gevolge van deze chemische stof dient te worden overwogen.

(14)  PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4.

(15)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2000/32/EG van de Commissie van 19 mei 2000 tot zesentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 136 van 8.6.2000, blz. 1).

(16)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(17)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2000/32/EG van de Commissie van 19 mei 2000 tot zesentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 136 van 8.6.2000, blz. 15).

(18)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(19)  PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11.

(20)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2001/59/EG van de Commissie van 6 augustus 2001 tot achtentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 225 van 21.8.2001, blz. 1).

(21)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(22)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2000/32/EG van de Commissie van 19 mei 2000 tot zesentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 136 van 8.6.2000, blz. 1).

(23)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(24)  Notulen van de vergadering van 2 april 2003 van het comité voor noodgevallen van Richtlijn 92/59/EEG (algemene productveiligheid).

(25)  PB L 228 van 11.8.1992, blz. 24.

(26)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 91/325/EEG van de Commissie van 1 maart 1991 tot twaalfde aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 180 van 8.7.1991, blz. 1).

(27)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(28)  PB L 238 van 25.9.2003, blz. 27.

(29)  PB L 200 van 30.7.1999, blz. 1.

(30)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2001/59/EG van de Commissie van 6 augustus 2001 tot achtentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 225 van 21.8.2001, blz. 1).

(31)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(32)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2000/32/EG van de Commissie van 19 mei 2000 tot zesentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 136 van 8.6.2000, blz. 1).

(33)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(34)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 91/325/EEG van de Commissie van 1 maart 1991 tot twaalfde aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 180 van 8.7.1991, blz. 1).

(35)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(36)  PB L 129 van 18.5.1976, blz. 23.

(37)  Voorstel voor een richtlijn inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in decoratieve verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG (COM(2002) 750 def.).

(38)  De indeling van deze stof wordt vastgesteld bij Richtlijn 2001/59/EG van de Commissie van 6 augustus 2001 tot achtentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 225 van 21.8.2001, blz. 1).

(39)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen: http://ecb.jrc.it/existing-substances/.

(40)  PB L 142 van 16.6.2000, blz. 47.


Top