Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32004R0824

Verordening (EG) nr. 824/2004 van de Raad van 26 april 2004 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1784/2000 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve invordering van het voorlopige recht op de invoer van bepaalde hulpstukken (fittings) van smeedbaar gietijzer voor buisleidingen uit Brazilië, Tsjechië, Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand

OJ L 127, 29.4.2004, p. 10–11 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 051 P. 163 - 164

No longer in force, Date of end of validity: 19/08/2004

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/824/oj

32004R0824

Verordening (EG) nr. 824/2004 van de Raad van 26 april 2004 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1784/2000 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve invordering van het voorlopige recht op de invoer van bepaalde hulpstukken (fittings) van smeedbaar gietijzer voor buisleidingen uit Brazilië, Tsjechië, Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand

Publicatieblad Nr. L 127 van 29/04/2004 blz. 0010 - 0011


Verordening (EG) nr. 824/2004 van de Raad

van 26 april 2004

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1784/2000 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve invordering van het voorlopige recht op de invoer van bepaalde hulpstukken (fittings) van smeedbaar gietijzer voor buisleidingen uit Brazilië, Tsjechië, Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1), en met name op de artikelen 8 en 9,

Gezien het voorstel dat de Commissie heeft ingediend na overleg met het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VOORAFGAANDE PROCEDURE

(1) Op 29 mei 1999 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen de inleiding van een antidumpingprocedure(2) aangekondigd betreffende de invoer van hulpstukken (fittings) van smeedbaar gietijzer uit Brazilië, de Volksrepubliek China, de Federale Republiek Joegoslavië, Japan, de Republiek Korea, Kroatië, Thailand en Tsjechië.

(2) Deze procedure heeft geresulteerd in de instelling van voorlopige antidumpingrechten in februari 2000 ten aanzien van Brazilië, Tsjechië, Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand bij Verordening (EG) nr. 449/2000 van de Commissie(3), om de schadelijke gevolgen van dumping tegen te gaan.

(3) Bij diezelfde verordening heeft de Commissie een verbintenis aanvaard die was aangeboden door een producent/exporteur uit Tsjechië, Moravske Zelezárny a.s. (Moravske). Onder de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 449/2000 was het betrokken product dat door dit bedrijf was geproduceerd, overeenkomstig artikel 2, lid 1, van die verordening vrijgesteld van de genoemde voorlopige antidumpingrechten.

(4) Later zijn bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 van de Raad(4) definitieve rechten ingesteld ten aanzien van Brazilië, Tsjechië, Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand. Bij die verordening werd Moravske ook van het definitieve antidumpingrecht vrijgesteld, op voorwaarde dat het bedrijf zich aan de daarin gestelde voorwaarden houdt, aangezien in de voorlopige fase van de procedure reeds definitief een verbintenis van dat bedrijf was aanvaard.

B. NIET-NAKOMING VAN DE VERBINTENISSEN

(5) Volgens de verbintenis moet het betrokken bedrijf onder andere het betrokken product naar de Gemeenschap uitvoeren tegen prijzen die gelijk zijn aan of hoger dan de in de verbintenis vermelde minimuminvoerprijzen. Het bedrijf heeft zich er ook toe verplicht de verbintenis niet te ontwijken door compenserende regelingen te treffen met andere partijen, waardoor de nettoprijs die de eerste onafhankelijke afnemer in de Gemeenschap betaalt lager zou zijn dan de minimuminvoerprijs. Bovendien is Moravske verplicht de Europese Commissie ieder kwartaal een verslag te doen toekomen over de gehele uitvoer van het betrokken product naar de Europese Gemeenschap.

(6) Bij een recente controle bij Moravske om de nauwkeurigheid en de waarachtigheid van de gegevens in de genoemde kwartaalverslagen te controleren, is gebleken dat het bedrijf zijn verbintenis niet is nagekomen doordat het een compensatieregeling heeft getroffen waardoor sommige van zijn aan een verbintenis onderworpen producten in de Gemeenschap konden worden verkocht tegen lagere prijzen dan de minimuminvoerprijzen. Bovendien had het bedrijf verzuimd zeventien facturen die waren opgesteld bij export van het aan de verbintenis onderworpen product aan de Commissie te rapporteren.

(7) In Verordening (EG) nr. 833/2004 van de Commissie(5) is de aard van de inbreuken nader aangegeven.

(8) Gezien deze inbreuken is de aanvaarding van de door Moravske aangeboden verbintenis (UT10, aanvullende Taric-code A097) bij Verordening (EG) nr. 833/2004 ingetrokken en moet onverwijld een definitief antidumpingrecht worden ingesteld op het door Moravske geproduceerde betrokken product.

(9) Overeenkomstig artikel 8, lid 9 van Verordening (EG) nr. 384/96 moet het bedrag van het antidumpingrecht worden vastgesteld op basis van de feiten die zijn vastgesteld bij het onderzoek dat tot de verbintenis aanleiding heeft gegeven. Aangezien het betrokken onderzoek was afgesloten met een definitieve vaststelling, bij Verordening (EG) nr. 1784/2000, van dumping en schade, wordt het passend geacht dat het definitieve antidumpingrecht wordt vastgesteld op het niveau en in de vorm die in die verordening zijn vastgesteld, namelijk 26,1 % van de nettoprijs franco grens Gemeenschap, vóór inklaring.

C. WIJZIGING VAN VERORDENING (EG) Nr. 1784/2000

(10) Gelet op het bovenstaande moet Verordening (EG) nr. 1784/2000 dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1784/2000 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tabel in artikel 1, lid 2, wordt de aanvullende Taric-code "A999" voor Tsjechië vervangen door "-".

2. De tabel in artikel 2, lid 3, wordt vervangen door de volgende tabel:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>"

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 26 april 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

B. Cowen

(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2) PB C 151 van 29.5.1999, blz. 21.

(3) PB L 55 van 29.2.2000, blz. 3.

(4) PB L 208 van 18.8.2000, blz. 8. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 436/2004 (PB L 72 van 11.3.2004, blz. 15).

(5) Zie bladzijde 37 van dit Publicatieblad.

Top