Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003D0637

2003/637/EG: Beschikking van de Commissie van 30 april 2003 betreffende staatssteunregeling C 65/2002 (ex N 262/2002) van Oostenrijk ten gunste van de Oostenrijkse luchtvaartmaatschappijen (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 1307)

OJ L 222, 5.9.2003, p. 33–38 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/637/oj

32003D0637

2003/637/EG: Beschikking van de Commissie van 30 april 2003 betreffende staatssteunregeling C 65/2002 (ex N 262/2002) van Oostenrijk ten gunste van de Oostenrijkse luchtvaartmaatschappijen (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 1307)

Publicatieblad Nr. L 222 van 05/09/2003 blz. 0033 - 0038


Beschikking van de Commissie

van 30 april 2003

betreffende staatssteunregeling C 65/2002 (ex N 262/2002) van Oostenrijk ten gunste van de Oostenrijkse luchtvaartmaatschappijen

(kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 1307)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2003/637/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de voormelde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken(1),

Overwegende hetgeen volgt:

I. PROCEDURE

(1) Overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag heeft Oostenrijk bij brief van 5 april 2002, die op 10 april 2002 geregistreerd is onder nummer SG(2002) A/3826, de Commissie in kennis gesteld van een compensatieregeling voor luchtvaartondernemingen. Een eerste verzoek om aanvullende inlichtingen is op 2 mei 2002 aan Oostenrijk gezonden (brief GD TREN D(2002) 7022). Hierop heeft Oostenrijk geantwoord bij brief van 24 mei 2002, die bij de Commissie onder nummer TREN A/59420 geregistreerd is. Op 5 juli 2002 heeft de Commissie een tweede verzoek om aanvullende inlichtingen verzonden (brief GD TREN D(2002) 11286). Hierop heeft Oostenrijk geantwoord bij brief van 7 augustus 2002, die op 13 augustus 2002 onder nummer SG(2002) A/8235 geregistreerd is.

(2) De Commissie heeft Oostenrijk bij brief van 16 oktober 2002 kennis gegeven van haar besluit een deel van de aangemelde regeling, namelijk vier maatregelen, waarmee een maximumbedrag van in totaal 1419000 EUR gemoeid is, als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt aan te merken, en ten aanzien van de overige steunmaatregelen in het kader van deze steunregeling de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag in te leiden(2).

(3) Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure werd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregelen te maken.

(4) De Commissie heeft geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen.

II. BESCHRIJVING VAN DE STEUNMAATREGEL

Context

(5) Ten gevolge van de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 waren sommige delen van het luchtruim gedurende verschillende dagen gesloten. Dit gold met name voor het luchtruim van de Verenigde Staten, dat van 11 tot 14 september volledig gesloten was en dat pas vanaf 15 september 2001 geleidelijk weer opengesteld is voor de luchtvaart. Andere landen waren genoodzaakt voor hun volledige luchtruim of een gedeelte daarvan vergelijkbare maatregelen te nemen.

(6) Dientengevolge hebben de luchtvaartmaatschappijen gedurende deze eerste periode de vluchten moeten annuleren die gebruikmaakten van het betrokken luchtruim. Voorts hebben zij verlies geleden door de ontregeling van het overige verkeer of omdat bepaalde passagiers niet tot op hun bestemming konden worden gevlogen.

(7) Vanwege de omvang en het onverwachte karakter van deze gebeurtenissen en de kosten die zij voor de luchtvaartmaatschappijen hebben veroorzaakt, hebben de lidstaten overwogen uitzonderlijke compensatiemaatregelen in te voeren.

De aangemelde regeling

(8) Oostenrijk is voornemens een regeling in te voeren om de Oostenrijkse luchtvaartmaatschappijen voor het in de periode van 11 tot en met 14 september 2001 geleden verlies te compenseren.

(9) Voor de compensatie komen alle luchtvaartmaatschappijen in aanmerking die in het bezit zijn van een door de Oostenrijkse autoriteiten verleende exploitatievergunning als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen(3). De aangemelde maatregelen hebben uitsluitend betrekking op het verlies dat de ondernemingen van het Austrian-Airlinesconcern, namelijk Austrian Airlines, Tyrolean Airways, Lauda Air en Rheintalflug, aan de Oostenrijkse autoriteiten gemeld hebben. Oostenrijk heeft de Commissie echter bevestigd dat ook de overige luchtvaartmaatschappijen die in het bezit zijn van een door de Oostenrijkse autoriteiten verleende exploitatievergunning, aanspraak kunnen maken op de compensatieregeling.

(10) De maximale compensatie kan niet hoger zijn dan vier driehonderdvijfenzestigste van de jaaromzet van de onderneming.

(11) Het berekende verlies dat voor compensatie in aanmerking komt, wordt door de accountant van het bedrijf aan de hand van de voorgeschreven criteria gecontroleerd en bevestigd.

(12) Oostenrijk heeft toegezegd de Commissie een verslag toe te zenden over de betalingen die in de zes maanden na de goedkeuring van de regeling plaatsvinden.

(13) De Commissie heeft op 16 oktober 2001 besloten de regeling ter compensatie van het in de periode van 11 tot en met 14 september geleden verlies gedeeltelijk als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt aan te merken. Dit besluit is genomen op basis van artikel 87, lid 2, onder b), van het Verdrag en de richtsnoeren in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - "Gevolgen voor de luchtvaart na de aanslagen in de Verenigde Staten"(4) (hierna "de mededeling van 10 oktober 2001" te noemen). Op grond hiervan is voor Oostenrijk een bedrag van 1419000 EUR goedgekeurd.

(14) De aangemelde regeling waarop deze beschikking betrekking heeft, omvat bovendien nog twee andere maatregelen waartegen bij datzelfde besluit van 16 oktober 2002 de formule onderzoekprocedure is ingeleid:

- de ene maatregel, in het besluit maatregel 2b genoemd, omvat een schadevergoeding voor de geannuleerde transatlantische vlucht op 15 september 2001 (aangemeld bedrag: 55727 EUR);

- de andere maatregel, in het besluit maatregel 3 genoemd, beoogt een schadevergoeding voor het verlies aan inkomsten voor alle vluchten, behalve die naar de VS. Daartoe werd het gemiddelde aantal passagiers per dag en traject in de periode van 11 tot en met 14 september 2001 met dat in de periode van 1 tot en met 10 september vergeleken; het geringere aantal passagiers, namelijk 8630 werd met de gemiddelde omzet op deze trajecten vermenigvuldigd om het verlies aan inkomsten te berekenen. Zodoende is hiervoor een bedrag van 1908128 EUR aangemeld.

(15) De Commissie heeft besloten de formele onderzoekprocedure in te leiden, omdat zij betwijfelt of de steunregeling verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt. Ten aanzien van maatregel 2b, die betrekking heeft op 15 september 2001, berust deze twijfel niet alleen op het feit dat de in punt 35 van de mededeling van 10 oktober 2001 bepaalde termijn overschreden is, maar ook en vooral op het feit dat zich na 14 september 2001 geen buitengewone gebeurtenissen hebben voorgedaan en de na die datum voor vergoeding in aanmerking komende verliezen van andere aard waren. Ook met betrekking tot maatregel 3, die in financieel opzicht de belangrijkste is, betwijfelt de Commissie of deze verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, vooral omdat Oostenrijk het rechtstreekse verband dat op grond van punt 35 van de bovengenoemde mededeling tussen de te compenseren kosten en de sluiting van het Amerikaanse luchtruim moet bestaan, niet aangetoond heeft en de maatregel bovendien blijkbaar betrekking had op geografische gebieden waarvoor deze sluiting niet gold.

III. OPMERKINGEN VAN DE BELANGHEBBENDEN

(16) De Commissie heeft binnen de vastgestelde termijn van een maand geen opmerkingen terzake van de belanghebbenden ontvangen.

IV. OPMERKINGEN VAN OOSTENRIJK

(17) Oostenrijk heeft zijn opmerkingen aan de Commissie toegezonden bij brief van 16 december 2002, die onder nummer TREN(2002) A/72621 bij de Commissie geregistreerd is.

(18) Ten aanzien van de transatlantische vlucht van Austrian Airlines, die op 15 september geannuleerd werd (maatregel 2b), beweert Oostenrijk dat deze annulering volgde op de oorspronkelijke beslissing om deze vlucht door bewapende veiligheidsagenten te laten begeleiden. De toestemming hiervoor van de Amerikaanse autoriteiten kon echter niet tijdig worden verkregen, zodat de noodzakelijke voorbereidingen voor deze vlucht niet konden worden getroffen. Voorts voert Oostenrijk aan dat het vliegverkeer zich slechts langzaamaan hersteld heeft, hetgeen de Commissie zelf in haar besluit erkend heeft, en dat dergelijke annuleringen aantonen dat de toestand ook nog na 14 september 2001 chaotisch bleef.

(19) Ten slotte heeft Oostenrijk ook bevestigd dat het in het kader van maatregel 2b voornemens is het reeds bij de inleiding van de procedure omstreden bedrag van 55727 EUR uit te betalen.

(20) De algemene compensatie voor het hele net (maatregel 3), waartegen de Commissie bezwaar maakt, wordt door Oostenrijk gerechtvaardigd door te stellen dat het de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2001 en de brief van de Commissiediensten aan de lidstaten van 14 november 2001 zo uitlegt en het zich niet baseert op de handelwijze van de Commissie bij vorige beschikkingen voor andere lidstaten(5), waarop de Commissie Oostenrijk gewezen heeft. Bovendien heeft Oostenrijk nadere gegevens over de voorgenomen compensatiemaatregel verstrekt.

(21) Eerst heeft Oostenrijk op basis van de gemiddelde cijfers voor augustus 2001 het daadwerkelijke verlies voor het net van Austrian Airlines berekend dat verband houdt met de transferpassagiers wier vlucht geannuleerd werd doordat de transatlantische vluchten van de maatschappij in de periode van 11 tot en met 14 september 2001 niet zijn doorgegaan; dit verlies bedraagt [...] euro.

(22) Daarnaast heeft Oostenrijk uitgerekend dat voor ongeveer [...] % van de passagiers op de transatlantische vluchten van Austrian Airlines die tussen 11 en 14 september 2001 geannuleerd werden en waarvoor het desbetreffende verlies gecompenseerd mocht worden op grond van het besluit van 16 oktober, de heenvlucht niet is doorgegaan en dat daarna voor deze passagiers logischerwijze ook de terugvlucht geannuleerd werd. Oostenrijk heeft bevestigd dat in zijn eerste aanmelding geen rekening met deze elementen was gehouden en heeft op basis van de gegevens voor de daaraan voorafgaande maand een precieze raming van het betrokken verlies verschaft, dat op 1235700 EUR becijferd wordt.

(23) Verdere verliezen in verband met de transferpassagiers op de overige trajecten van Austrian Airlines die zich in dezelfde situatie bevonden en wier terugvlucht eveneens geschrapt werd, zijn, zoals reeds in punt 21 aangegeven is, op [...] euro berekend.

(24) Ten slotte heeft het Austrian-Airlinesconcern ook nog een soortgelijk verlies ten bedrage van [...] euro geleden in verband met de passagiers van transfervluchten voor de transatlantische vluchten van andere luchtvaartmaatschappijen die in de genoemde periode geannuleerd moesten worden.

(25) Tot besluit heeft Oostenrijk bevestigd dat het voornemens is in plaats van het oorspronkelijk aangemelde bedrag van 1908128 EUR in het kader van deze maatregel een bedrag van 1983333 EUR uit te betalen, d.i. het totaal van de in de punten 21 tot en met 24 genoemde bedragen.

V. BEOORDELING VAN DE STEUNMAATREGEL

Het bestaan van staatssteun

(26) Krachtens artikel 87, lid 1, van het Verdrag zijn "behoudens de afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet [...], steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt".

(27) De steun aan de luchtvaartmaatschappijen wordt met staatsmiddelen bekostigd en verschaft hun derhalve een economisch voordeel.

(28) De maatregel ten gunste van de luchtvaartsector, waarop deze beschikking betrekking heeft, heeft een selectief karakter. Bovendien worden de vier luchtvaartmaatschappijen, waarvoor de steun in de eerste plaats bestemd is, uitdrukkelijk genoemd (zie overweging 9).

(29) Sedert de inwerkingtreding van Verordening (EEG) nr. 2407/92 en Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes(6), gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, waarbij de luchtverkeersmarkt op 1 januari 1993 geliberaliseerd is, zijn de luchtvaartondernemingen in de verschillende lidstaten elkaars concurrenten. De vier luchtvaartmaatschappijen waarvoor de steun bestemd is, zijn werkzaam op de markt van de Gemeenschap. De te hunnen gunste voorgenomen subsidies en de voordelen die deze voor hen opleveren, hebben een ongunstige invloed op het handelsverkeer tussen de lidstaten en kunnen de concurrentie vervalsen.

(30) Deze maatregelen, die staatssteun inhouden, zijn slechts verenigbaar met de gemeenschappelijke markt voorzover ze onder een van de hiervoor vastgestelde uitzonderingen vallen.

Rechtsgrond voor de beoordeling van de steunmaatregel

(31) De in artikel 87, lid 2, onder a) en c), van het EG-Verdrag vermelde uitzonderingen zijn hier niet van toepassing omdat het in dit geval niet gaat om steun van sociale aard aan individuele verbruikers of om steun voor bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland.

(32) Evenmin zijn de in artikel 87, lid 3, onder a) en c), van het Verdrag vermelde uitzonderingen van toepassing, aangezien het ook geen steunmaatregel betreft ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst, of een steunmaatregel om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken.

(33) Ten slotte is in dit geval ook het bepaalde in artikel 87, lid 3, onder b) en d), van het EG-Verdrag niet van toepassing; daarin is sprake van steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen en om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen.

(34) Krachtens artikel 87, lid 2, onder b), van het Verdrag zijn "steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen" verenigbaar met de gemeenschappelijke markt. In punt 33 van de mededeling van 10 oktober 2001 stelt de Commissie dat de gebeurtenissen van 11 september 2001 kunnen worden aangemerkt als buitengewone gebeurtenissen in de zin van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag.

(35) In punt 35 van de mededeling van 10 oktober 2001 geeft de Commissie aan welke voorwaarden zij noodzakelijk acht om ervan uit te kunnen gaan dat de compensaties in verband met deze gebeurtenissen in overeenstemming zijn met de voorwaarden van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag:

"De Commissie meent dat de rechtstreeks uit de sluiting van het Amerikaanse luchtruim van 11 tot en met 14 september 2001 resulterende kosten, een direct gevolg zijn van de gebeurtenissen van 11 september 2001. Uit hoofde van het bepaalde in artikel 87, lid 2, onder b), van het Verdrag kunnen de lidstaten derhalve tot compensatiebetalingen overgaan mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

- de compensatie wordt zonder enige vorm van discriminatie aan alle luchtvaartmaatschappijen van een lidstaat uitgekeerd;

- de compensatie dient uitsluitend ter dekking van de kosten die in de periode van 11 tot en met 14 september 2001 ontstaan zijn ten gevolge van de onderbreking van het luchtverkeer waartoe de Amerikaanse autoriteiten besloten hebben;

- het bedrag van de compensatie wordt nauwkeurig en objectief berekend aan de hand van een vergelijking van het door elke luchtvaartmaatschappij tijdens de vier dagen in kwestie geregistreerde verkeer met dat van dezelfde maatschappij tijdens de voorgaande week, met een correctie voor de trends die gedurende het corresponderende tijdvak van 2000 zijn geconstateerd. Het maximumbedrag van de compensatie, voor de berekening waarvan in het bijzonder de gedragen en vermeden kosten in aanmerking moeten worden genomen, is gelijk aan de gedurende de bewuste vier dagen naar behoren vastgestelde inkomstenderving. Dit bedrag mag uiteraard niet minder zijn dan het vier driehonderdvijfenzestigste deel van de jaaromzet van de onderneming.".

Verenigbaarheid in de zin van artikel 87, lid 2, onder b), van het Verdrag

a) Maatregel 2b (transatlantische vlucht van 15 september 2001)

(36) De aangemelde regeling valt duidelijk buiten de grenzen die in de mededeling van 10 oktober 2001 met betrekking tot de toepassing van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag toelaatbaar geacht worden, waarbinnen namelijk alleen de periode van 11 tot en met 14 september 2001 valt, alsook de verliezen die in deze periode ontstaan zijn, reeds erkend zijn en rechtstreeks het gevolg zijn van de sluiting van het luchtruim.

(37) De Commissie stelt weliswaar in punt 35 van de mededeling van 10 oktober 2001 dat de sluiting van het luchtruim van de Verenigde Staten van 11 tot en met 14 september 2001 kan worden aangemerkt als "buitengewone gebeurtenis" en dat het uit deze sluiting voortvloeiende verlies vergoed mag worden. Zij is echter van mening dat dit niet geldt voor andere schade die indirect verband houdt met deze sluiting en met name voor verliezen die door de luchtvaartmaatschappijen na de heropening van het luchtruim op 15 september zijn geleden.

(38) De Commissie heeft in haar mededeling van 10 oktober 2001 uiteengezet dat de te compenseren verliezen uitsluitend betrekking mogen hebben op "de kosten die [...] ontstaan zijn ten gevolge van de onderbreking van het luchtverkeer waartoe de Amerikaanse autoriteiten besloten hebben". Uit de toelichting van de Oostenrijkse autoriteiten blijkt echter duidelijk dat de bewuste vlucht niet doorging omdat ze zelf beslist hadden een bijzondere maatregel te treffen en bewapend personeel in te zetten en de daartoe vereiste toestemming van de Amerikaanse autoriteiten niet tijdig werd verkregen. Daardoor erkennen de Oostenrijkse autoriteiten dat de situatie na 14 september 2001 niet meer gekenmerkt werd door een onderbreking van het luchtverkeer, maar door grotere beperkingen bij de exploitatie van de vliegroutes.

(39) De Commissie kan er dan ook niet mee instemmen dat de indirecte gevolgen van de aanslagen van 11 september 2001, zoals problemen bij de exploitatie van de vliegverbindingen vanaf 15 september, onder dezelfde noemer worden gebracht als de rechtstreekse gevolgen, te weten de volledige sluiting van bepaalde delen van het luchtruim tot en met 14 september, waardoor de betrokken vliegroutes niet geëxploiteerd konden worden. De indirecte gevolgen van de aanslagen zijn in vele sectoren van de wereldeconomie gedurende kortere of langere tijd merkbaar geweest of houden nog steeds aan, maar net als bij elke andere economische of politieke crisis kunnen deze problemen, hoe zwaar ze ook kunnen zijn, niet worden betiteld als buitengewone gebeurtenissen, die de toepassing van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag rechtvaardigen.

(40) Bovendien wijst de Commissie erop dat zij in het kader van haar opdracht om toe te zien op de gelijke behandeling van ondernemingen, tot nu toe in geen van haar beschikkingen op dit gebied(7) toestemming gegeven heeft voor schadevergoedingen voor de periode na 14 september 2001.

(41) De Commissie komt derhalve tot het besluit dat maatregel 2b, waarmee een bedrag van 55727 EUR gemoeid is, ter compensatie van verliezen na 14 september 2001 niet verenigbaar met de gemeenschappelijke markt is, en meer in het bijzonder niet onder de uitzondering van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag valt, zoals geïnterpreteerd in de mededeling van 10 oktober 2001.

b) Maatregel 3 (andere voorgenomen compensaties)

(42) De Commissie stelt vast dat alle luchtvaartmaatschappijen die in het bezit zijn van een door de lidstaat afgegeven exploitatievergunning, voor compensatie in aanmerking komen. Derhalve gaat het kennelijk om een niet-discriminerende maatregel.

(43) De mededeling van 10 oktober 2001 houdt in principe de goedkeuring in van een compensatie voor de rechtstreekse gevolgen van de sluiting van het luchtruim waartoe de Amerikaanse autoriteiten besloten hebben. De voorschriften voor de toepassing van de mededeling van de Commissie zijn in de brief van 14 november 2001 van de Commissiediensten aan de lidstaten gepreciseerd. Daarin wordt meer in het bijzonder gewezen op het rechtstreekse verband dat tussen de onderbreking van alle luchtverkeer over het Amerikaanse grondgebied en de daaruit voortvloeiende verstoringen van dat verkeer in het Europese luchtruim moet bestaan. Volgens de gegevens die Oostenrijk in antwoord op de inleiding van de procedure verschaft heeft, houdt de maatregel slechts een compensatie in voor netten en individuele verbindingen die door de sluiting van het luchtruim en door de daaruit voortvloeiende storingen in andere netten getroffen waren, bv. wanneer de passagiers niet tot op hun bestemming gevlogen konden worden. De Commissie is van mening dat deze maatregel derhalve spoort met de mededeling van 10 oktober 2001, met name ten opzichte van het rechtstreekse verband dat tussen de te compenseren kosten en de sluiting van het luchtruim moet bestaan.

(44) De maatregel geldt uitsluitend voor de periode van 11 tot en met 14 september 2001 en voor het in die periode geleden verlies dat rechtstreeks het gevolg is van de sluiting van het luchtruim. De maatregel beantwoordt derhalve aan de beperkingen die de Commissie terzake opgelegd heeft.

(45) De methode voor de berekening van het exploitatieverlies, waarvoor compensatie kan worden verleend, is gebaseerd op de in de mededeling van de Commissie vastgelegde methode, die in de brief van 14 november 2001 van de Commissiediensten aan de lidstaten uitvoerig toegelicht is. De inkomstenderving gedurende de vier in aanmerking genomen dagen is aan de hand van de laatste, op het tijdstip van de aanslagen bekende cijfers over het passagiersverkeer van de onderneming berekend. Meer in het bijzonder heeft Oostenrijk slechts rekening gehouden met verlies aan inkomsten dat het gevolg was van de daadwerkelijke annulering van transatlantische vluchten of de bijbehorende transfervluchten.

Wat het verlies aan inkomsten per passagier betreft, maakt Oostenrijk in zijn antwoord duidelijk dat voor deze vluchten geen variabele kosten afgetrokken hoefden te worden omdat ze allemaal volgens plan hebben plaatsgevonden.

Ten slotte stemt ook de door de lidstaat vastgestelde maximumcompensatie van vier driehonderdvijfenzestigste van de omzet overeen met het door de Commissie vastgestelde maximum.

Derhalve is de Commissie van mening dat de berekende compensatie binnen het maximum blijft dat zij in de mededeling van 10 oktober 2001 heeft vastgesteld en dat overeenkomt met de netto-inkomstenderving in deze vier dagen.

(46) Overeenkomstig de toepassingsvoorschriften in de bovengenoemde brief van de Commissiediensten van 14 november 2001 heeft de lidstaat zich vanaf de eerste kennisgeving ertoe verbonden de Commissie binnen zes maanden na de goedkeuring van de steunregeling in kennis te stellen van de voorwaarden voor de toepassing ervan.

(47) De Commissie concludeert derhalve dat de aanvullende compensatie waarmee een bedrag van 1983333 EUR gemoeid is, die Oostenrijk ten gunste van de luchtvaartmaatschappijen verleend heeft naar aanleiding van de sluiting van het luchtruim in de periode van 11 tot en met 14 september 2001, in overeenstemming is met het bepaalde in de mededeling van 10 oktober 2001, en derhalve in de zin van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag als verenigbaar kan worden beschouwd.

IV. CONCLUSIE

(48) De Commissie komt tot de slotsom dat de aangemelde steunmaatregel voor een bedrag van 55727 EUR ter compensatie van de verliezen na 14 september 2001, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is, en met name niet onder de uitzondering valt van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag, zoals geïnterpreteerd in de mededeling van 10 oktober 2001. De Commissie acht daarentegen de aanvullende maatregel die Oostenrijk ten gevolge van de sluiting van het luchtruim in de periode van 11 tot en met 14 september 2001 ten gunste van de luchtvaartmaatschappijen getroffen heeft en waarmee een bedrag van 1983333 EUR gemoeid is, in overeenstemming met het bepaalde in de mededeling van 10 oktober 2001 en derhalve op grond van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag verenigbaar met de gemeenschappelijke markt,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De staatssteun ten bedrage van 55727 EUR die Oostenrijk voornemens is te verlenen aan een Oostenrijkse luchtvaartmaatschappij met het oog op de compensatie van de verliezen die deze na 14 september 2001 ten gevolge van de gedeeltelijke sluiting van het luchtruim hebben geleden, is met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar.

Deze staatssteun mag bijgevolg niet worden toegekend.

Artikel 2

De voorgenomen staatssteun van Oostenrijk ten behoeve van de Oostenrijkse luchtvaartmaatschappijen, ten bedrage van 1983333 EUR, daarentegen is op grond van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag verenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

De tenuitvoerlegging van deze steunmaatregel is bijgevolg geoorloofd.

Artikel 3

Oostenrijk deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen zij heeft genomen om hieraan te voldoen.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Oostenrijk.

Gedaan te Brussel, 30 april 2003.

Voor de Commissie

Loyola De Palacio

Vice-voorzitster

(1) PB C 309 van 12.12.2002, blz. 5.

(2) Zie noot 1.

(3) PB L 240 van 24.8.1992, blz. 1.

(4) COM(2001) 574 def. van 10.10.2001. http://europa.eu.int/eur-lex/fr/ com/cnc/2001/com2001_0574fr01.pdf http://europa.eu.int/eur-lex/nl/ com/cnc/2001/com2001_0574nl01.pdf

(5) Zie soortgelijke beschikkingen voor Frankrijk (N 806/2001 van 30 januari 2002), het Verenigd Koninkrijk (N 854/2001 van 12 maart 2002) en Duitsland (N 269/2002 van 2 juli 2002), die op het volgende internetadres kunnen worden ingezien:

http://europa.eu.int/comm/ secretariat_general/sgb/state_aids/ transports.htm

(6) PB L 240 van 24.8.1992, blz. 8.

(7) Zie naast de in voetnoot 5 genoemde beschikkingen, ook de definitieve ongunstige Beschikking 2003/196/EG (PB L 77 van 24.3.2003, blz. 61) betreffende de staatssteunregeling C 42/2002 die Frankrijk voornemens was ten uitvoer te leggen, waarbij de oorspronkelijk bij Besluit N 806/2001 goedgekeurde compensatie voor tot en met 14 september geleden verliezen verlengd had moeten worden.

Top