Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001R1035

Verordening (EG) nr. 1035/2001 van de Raad van 22 mei 2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.

OJ L 145, 31.5.2001, p. 1–9 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 037 P. 299 - 307
Special edition in Bulgarian: Chapter 11 Volume 024 P. 67 - 75
Special edition in Romanian: Chapter 11 Volume 024 P. 67 - 75
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 122 P. 84 - 92

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1035/oj

32001R1035

Verordening (EG) nr. 1035/2001 van de Raad van 22 mei 2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.

Publicatieblad Nr. L 145 van 31/05/2001 blz. 0001 - 0009


Verordening (EG) nr. 1035/2001 van de Raad

van 22 mei 2001

tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, hierna "het Verdrag" genoemd, is bij Besluit 81/691/EEG(3) goedgekeurd en is voor de Gemeenschap op 21 mei 1982 in werking getreden.

(2) Dit Verdrag behelst een raamregeling voor de regionale samenwerking inzake de instandhouding en het beheer van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, door de instelling van een Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, hierna de CCAMLR genoemd, en door de vaststelling van instandhoudingsmaatregelen die voor de verdragsluitende partijen bindend worden.

(3) De CCAMLR heeft in zijn XVIIIe jaarvergadering van november 1999 instandhoudingsmaatregel 170/XVIII tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp. vastgesteld.

(4) De invoering van de documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp. heeft tot doel de internationale handel in deze soort beter te controleren en toezicht op de oorsprong van alle partijen Dissostichus spp. te houden die uit het grondgebied van verdragsluitende partijen van de CCAMLR worden ingevoerd of naar dit gebied worden uitgevoerd.

(5) Het visvangstdocument moet het ook mogelijk maken te bepalen of de Dissostichus spp. in het verdragsgebied is gevangen overeenkomstig de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR en vangstgegevens te verzamelen om de wetenschappelijke beoordeling van de bestanden te vergemakkelijken.

(6) Instandhoudingsmaatregel 170/XVIII is op 9 mei 2000 voor alle verdragsluitende partijen verbindend geworden. De Gemeenschap moet deze maatregel derhalve uitvoeren.

(7) De overlegging van een vangstdocument bij elke invoer van Dissostichus spp. moet verplicht worden gesteld, teneinde de CCAMLR in staat te stellen de instandhouding van deze soort veilig te stellen.

(8) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld, overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(4),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Doel

Bij deze verordening worden de algemene beginselen en de voorwaarden vastgesteld voor de toepassing door de Gemeenschap van de door de CCAMLR aangenomen documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.

Artikel 2

Toepassingssfeer

Deze verordening is van toepassing op:

a) elke overlading of aanvoer van Dissostichus spp. door een communautair vissersvaartuig;

b) elke invoer in de Gemeenschap of uitvoer dan wel wederuitvoer uit de Gemeenschap van Dissostichus spp.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "Dissostichus spp.": vissen van de soort Dissostichus eliginoides of van de soort Dissostichus mawsoni;

b) "Vangstdocument": het document waarin de in bijlage I vermelde gegevens vermeld zijn en dat opgesteld is overeenkomstig het model in bijlage II;

c) "CCAMLR-gebied": het toepassingsgebied zoals omschreven in artikel 1 van het verdrag.

HOOFDSTUK II

Verplichtingen van de vlaggenstaat

Artikel 4

De lidstaten treffen alle nodige maatregelen opdat de vissersvaartuigen die hun vlag voeren en die gemachtigd zijn op Dissostichus spp. te vissen, bij elke aanvoer of overlading van Dissostichus spp. naar behoren het vangstdocument invullen.

Artikel 5

De lidstaten treffen alle nodige maatregelen opdat elke overlading van Dissostichus spp. op vaartuigen die hun vlag voeren, vergezeld gaat van het naar behoren ingevulde vangstdocument.

Artikel 6

De lidstaten stellen elk van de vaartuigen die hun vlag voeren en die gemachtigd zijn op Dissostichus spp. te vissen, en uitsluitend deze vaartuigen, vangstdocumentformulieren ter beschikking.

Artikel 7

De lidstaten vergewissen zich ervan dat op elk vangstdocumentformulier dat zij afgeven, een specifiek identificatienummer is vermeld zoals bedoeld in bijlage I.

Zij vermelden op elk vangstdocumentformulier ook het nummer van de visvergunning of van het visdocument tot machtiging voor het vissen op Dissostichus spp., dat zij het vaartuig dat hun vlag voert, hebben uitgereikt.

HOOFDSTUK III

Verplichtingen van de kapitein

Artikel 8

1. De kapitein van een communautair vissersvaartuig zorgt ervoor dat elke aanvoer van of overlading via zijn schip van Dissostichus spp. vergezeld gaat van het desbetreffende, naar behoren ingevulde vangstdocument.

2. De kapitein van een communautair vissersvaartuig die een of meer vangstdocumentformulieren heeft ontvangen, volgt onderstaande werkwijze vóór elke aanvoer of overlading van Dissostichus spp:

a) hij vergewist zich ervan dat alle in bijlage I bedoelde verplichte gegevens juist op het vangstdocument zijn ingevuld;

b) wanneer een aanvoer of een overlading op de twee soorten Dissostichus betrekking heeft, vermeldt hij op het vangstdocument het geraamde totale gewicht van de aan te voeren of over te laden vangst, met opgave van het geraamde gewicht van elke soort afzonderlijk;

c) wanneer een aanvoer of een overlading betrekking heeft op de twee soorten Dissostichus, die in verschillende deelgebieden en/of statistische sectoren zijn gevangen, vermeldt hij op het vangstdocument het geraamde gewicht van elke soort die in elk deelgebied of statistische sector is gevangen;

d) hij deelt de vlaggenstaat van het vaartuig via het snelste elektronische middel waarover hij beschikt, het nummer van het vangstdocument, periode waarin de vangst heeft plaatsgevonden, de soorten, de aard van de behandeling(en), het geraamde aan te voeren gewicht en het vangstgebied (of de vangstgebieden), de datum van aanvoer of overlading, de haven en het land van aanvoer of het vaartuig waarop is overgeladen mee en vraagt de vlaggenlidstaat een bevestigingsnummer.

De uitvoeringsbepalingen voor punt d) kunnen worden vastgesteld door de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 2.

Artikel 9

Nadat de vlaggenlidstaat heeft bevestigd dat de aan te voeren of over te laden vangst aan de visvangstvergunning van het vaartuig beantwoordt, deelt hij de kapitein langs de snelste elektronische weg een bevestigingsnummer mee. De kapitein brengt dit bevestigingsnummer op het vangstdocument aan.

De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel kunnen worden vastgesteld door de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 2.

Artikel 10

1. Onmiddellijk na elke aanvoer of overlading van Dissostichus spp. zorgt de kapitein van een communautair vissersvaartuig of diens gemachtigde die een of meer vangstdocumentformulieren heeft ontvangen ervoor dat:

a) bij overlading de kapitein van het vaartuig waarop de vangst wordt overgeladen, het vangstdocument ondertekent;

b) bij aanvoer

- een vertegenwoordiger van de aanvoerhaven of de vrijhandelszone het vangstdocument door middel van ondertekening en afstempeling valideert en

- de persoon die de vangst in de aanvoerhaven of vrijhandelszone in ontvangst neemt, het vangstdocument ondertekent.

2. Wanneer de vangst bij de aanvoer wordt verdeeld, overhandigt de kapitein of zijn gemachtigde elke persoon die een deel van de vangst in de aanvoerhaven of de vrijhandelszone in ontvangst neemt een kopie van het vangstdocument. De kapitein of zijn gemachtigde vermeldt op de kopie van het aldus overhandigde document de hoeveelheid en de oorsprong van de vangst die deze persoon in ontvangst heeft genomen en laat deze persoon de kopie ondertekenen.

De in dit lid genoemde vangstgegevens kunnen worden gewijzigd op basis van de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR die voor de Gemeenschap bindend zijn geworden; daarbij wordt de procedure van artikel 25, lid 3, gevolgd.

3. De kapitein of zijn gemachtigde zendt, langs de snelste elektronische weg waarover hij beschikt, de vlaggenlidstaat onmiddellijk een door hem ondertekende kopie of, ingeval de aangevoerde vangst is verdeeld, ondertekende kopieën van de vangstdocumenten. Hij zendt ook een kopie van het ondertekende document aan elke persoon die een deel van de vangst in ontvangst neemt.

De uitvoeringsbepalingen voor dit lid kunnen worden vastgesteld door de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 2.

Artikel 11

De kapitein van het communautaire vissersvaartuig of zijn gemachtigde bewaart het origineel van het ondertekende document of de ondertekende documenten en zendt deze uiterlijk één maand na het einde van het vangstseizoen aan de vlaggenlidstaat terug.

De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel kunnen worden vastgesteld door de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 2.

Artikel 12

1. De kapitein of de gemachtigde van de kapitein van een communautair vaartuig waarop, onmiddellijk na de aanvoer van Dissostichus spp., een vangst wordt overgeladen, laat het vangstdocument dat hij van de vaartuigen die de overlading hebben uitgevoerd heeft ontvangen:

- door een officiële functionaris in de aanvoerhaven of de vrijhandelszone door middel van ondertekening en afstempeling valideren en

- door de persoon die de vangst in de aanvoerhaven of de vrijhandelszone in ontvangst neemt, ondertekenen.

2. Wanneer de vangst bij de aanvoer wordt verdeeld, overhandigt de kapitein of zijn gemachtigde elke persoon die een deel van de vangst in de aanvoerhaven of de vrijhandelszone in ontvangst neemt, een kopie van het vangstdocument. De kapitein of zijn gemachtigde vermeldt op de kopie van het aldus overhandigde document de hoeveelheid en de oorsprong van de vangst die deze persoon in ontvangst heeft genomen en laat deze persoon de kopie ondertekenen.

De in dit lid genoemde vangstgegevens kunnen worden gewijzigd op basis van instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR die voor de Gemeenschap bindend zijn geworden; daarbij wordt de procedure van artikel 25, lid 3, gevolgd.

3. De kapitein of zijn gemachtigde zendt, langs de snelste elektronische weg waarover hij beschikt, de vlaggenstaten die deze documenten hebben afgegeven onmiddellijk een ondertekende en afgestempelde kopie of, ingeval de aangevoerde vangst is verdeeld, ondertekende en afgestempelde kopieën van de vangstdocumenten. Hij zendt elke persoon die een deel van de vangst in ontvangst neemt, een kopie van dit document.

De uitvoeringsbepalingen voor dit lid kunnen worden vastgesteld door de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 2.

HOOFDSTUK IV

Verplichtingen van de lidstaat bij aanvoer, invoer, uitvoer of wederuitvoer van Dissostichus spp.

Artikel 13

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de oorsprong van elke op hun grondgebied ingevoerde of uit hun grondgebied uitgevoerde partij Dissostichus spp. te bepalen en vast te stellen of deze soorten overeenkomstig de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR zijn gevangen, wanneer deze uit het verdragsgebied afkomstig zijn.

Artikel 14

De lidstaten nemen alle nodige maatregelen opdat elke aanvoer van Dissostichus spp. in hun havens van het naar behoren ingevulde vangstdocument vergezeld gaat.

Artikel 15

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen opdat elke lading Dissostichus spp. die op hun grondgebied wordt ingevoerd vergezeld gaat van een of meer voor uitvoer of wederuitvoer gevalideerde documenten die overeenstemmen met de totale hoeveelheid Dissostichus spp. die de lading bevat.

2. Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn douaneautoriteiten of andere bevoegde overheidsfunctionarissen de documentatie betreffende de invoer van elke lading Dissostichus spp. op zijn grondgebied opvragen en onderzoeken, teneinde na te gaan of deze een of meer voor uitvoer of wederuitvoer gevalideerde vangstdocumenten bevat die overeenkomen met de totale hoeveelheid Dissostichus spp. van de lading. Deze functionarissen kunnen ook de inhoud van elke lading onderzoeken om de in voornoemde documenten vermelde gegevens te verifiëren.

3. Een voor uitvoer gevalideerd vangstdocument voor Dissostichus spp. voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) het bevat alle in bijlage I bedoelde gegevens en alle vereiste handtekeningen; en

b) het bevat een door een officiële functionaris van de lidstaat van uitvoer ondertekende en afgestempelde verklaring dat de in het document vermelde gegevens juist zijn.

Artikel 16

De lidstaten treffen alle nodige maatregelen opdat elke lading Dissostichus spp. die uit hun grondgebied wordt wederuitgevoerd, van een of meer voor wederuitvoer gevalideerde vangstdocumenten vergezeld gaat die overeenstemmen met de totale hoeveelheid Dissostichus spp. die de lading bevat.

Een voor wederuitvoer gevalideerd vangstdocument is volgens het model in bijlage III opgesteld en bevat de in artikel 19 bedoelde gegevens.

HOOFDSTUK V

Verplichtingen van de importeur en van de exporteur

Artikel 17

De invoer van Dissostichus spp. is verboden wanneer de desbetreffende partij niet vergezeld gaat van het vangstdocument.

Artikel 18

1. Voor elke lading Dissostichus spp. die uit de lidstaat van aanvoer moet worden uitgevoerd, vermeldt de exporteur op elk vangstdocument:

a) de hoeveelheid van elke soort Dissostichus spp. die de in het document vermelde lading bevat;

b) de naam en het adres van de importeur van de lading en de plaats van invoer;

c) zijn eigen naam en adres.

Na elk vangstdocument te hebben ondertekend, laat hij vervolgens het vangstdocument door de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat door middel van ondertekening en afstempeling valideren.

2. De in lid 1 genoemde informatie kan worden gewijzigd op basis van de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR die voor de Gemeenschap bindend zijn geworden; daarbij wordt de procedure van artikel 25, lid 3, gevolgd.

Artikel 19

1. In geval van wederuitvoer doet de wederuitvoerder mededeling van:

a) het nettogewicht van de producten van alle weder uit te voeren soorten, alsmede het nummer van het vangstdocument waarop elke soort en elk product betrekking heeft;

b) de naam en het adres van de importeur van de lading, de plaats van invoer en de naam en het adres van de exporteur.

Hij laat vervolgens al deze gegevens door de bevoegde autoriteit van de wederuitvoerende lidstaat door middel van ondertekening en afstempeling valideren.

2. De in lid 1 genoemde informatie kan worden gewijzigd op basis van de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR die voor de Gemeenschap bindend zijn geworden; daarbij wordt de procedure van artikel 25, lid 3, gevolgd.

HOOFDSTUK VI

Verzending van de gegevens

Artikel 20

De vlaggenlidstaat zendt de in de artikelen 10 en 12 bedoelde kopieën langs de snelste elektronische weg waarover hij beschikt, onmiddellijk aan het secretariaat van de CCAMLR, en zendt de Commissie een kopie ervan.

De lidstaten zenden, langs de snelste elektronische weg waarover zij beschikken en met kopie aan de Commissie, onmiddellijk een kopie van de voor uitvoer of wederuitvoer gevalideerde vangstdocumenten aan het secretariaat, dat die de volgende werkdag voor alle partijen bij het verdrag beschikbaar stelt.

Artikel 21

De lidstaten delen de naam van de nationale instantie of de nationale instanties (met vermelding van hun naam, adres, telefoon- en faxnummer en e-mail adres) die met de afgifte en de validatie van de vangstdocumenten belast zijn, aan de Commissie mee, die deze gegevens aan het secretariaat van de CCAMLR doorzendt.

Artikel 22

De lidstaten delen elk jaar, uiterlijk 15 september, de aan de vangstdocumenten ontleende gegevens betreffende de oorsprong en de hoeveelheid van de op hun grondgebied ingevoerde, dan wel uit hun grondgebied uitgevoerde hoeveelheden Dissostichus spp. aan de Commissie mee, die deze gegevens aan het secretariaat van de CCAMLR doorzendt.

HOOFDSTUK VII

Slotbepalingen

Artikel 23

De bijlagen I, II en III kunnen worden gewijzigd op basis van de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR die voor de Gemeenschap bindend zijn geworden; daarbij wordt de procedure van artikel 25, lid 3, gevolgd.

Artikel 24

De voor de toepassing van deze verordening benodigde maatregelen in verband met artikel 8, lid 2, onder d), artikel 9, artikel 10, lid 3, artikel 11 en artikel 12, lid 3, worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 2.

De maatregelen die moeten worden genomen uit hoofde van artikel 10, lid 2, artikel 12, lid 2, artikel 18, lid 2, artikel 19, lid 2, en artikel 23, worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 3.

Artikel 25

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 3760/92(5) ingestelde Comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Beschikking 1999/468/EG van toepassing.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Beschikking 1999/468/EG van toepassing.

4. De in artikel 4, lid 3, en in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

Artikel 26

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 mei 2001.

Voor de Raad

De voorzitter

M. Winberg

(1) EEG C 337E van 28.11.2000, blz. 103.

(2) Advies uitgebracht op 28 februari 2001 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3) PB L 252 van 5.9.1981, blz. 26.

(4) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(5) PB L 389 van 31.12.1992, blz. 1.

BIJLAGE I

VANGSTDOCUMENT VOOR DISSOSTICHUS

In het vangstdocument moet worden vermeld:

1. Een specifiek identificatienummer, dat is samengesteld uit:

i) een getal van vier cijfers bestaande uit de twee cijfers van de landencode, opgesteld door de Internationale Organisatie voor normalisatie (ISO), gevolgd door de twee laatste cijfers van het jaar waarop het document betrekking heeft;

ii) een oplopend getal van drie cijfers (beginnend bij 001) ter aanduiding van de volgorde waarin de vangstdocumentformulieren zijn afgegeven.

2. Onderstaande gegevens:

i) naam, adres en telefoon- en faxnummer van de autoriteit die het vangstdocumentformulier heeft afgegeven;

ii) naam, thuishaven, nationaal registratienummer, radioroepnaam en, eventueel, registratienummer bij de IMO/Lloyd's;

iii) nummer van de aan het vaartuig afgegeven visvergunning of het visdocument, naar gelang van het geval;

iv) het gewicht van elke soort Dissostichus, voor elk type product dat is aangevoerd of is overgeladen,

a) per deelgebied of statistische sector van de CCAMLR, wanneer de vangst afkomstig is uit het Verdragsgebied en/of

b) per gebied, deelgebied of statistische sector van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), wanneer de vangst niet uit het Verdragsgebied afkomstig is;

v) de periode waarin de vangst heeft plaatsgevonden;

vi) in het geval van aanvoer, de datum en de haven van aanvoer; of, in het geval van overlading, de datum, de naam van het vaartuig waarop is overgeladen, zijn vlaggenstaat en nationaal registratienummer (voor communautaire vaartuigen: het aan het vaartuig toegekende interne nummer van het vlootgegevensbestand, overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2090/98 van de Commissie van 30 september 1998 betreffende het communautaire gegevensbestand van vissersvaartuigen); en

vii) naam, adres en telefoon- en faxnummers van de persoon of personen die de vangst in ontvangst hebben genomen, alsmede de hoeveelheid van elke soort en het type van het product.

BIJLAGE II

>PIC FILE= "L_2001145NL.000702.EPS">

>PIC FILE= "L_2001145NL.000801.EPS">

BIJLAGE III

>PIC FILE= "L_2001145NL.000902.EPS">

Top