Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31989D0688

89/688/EEG: BESCHIKKING VAN DE RAAD VAN 22 DECEMBER 1989 INZAKE DE REGELING VOOR DE HEFFING, IN DE FRANSE OVERZEESE DEPARTEMENTEN, OP OVER ZEE AANGEVOERDE GOEDEREN ( " OCTROI DE MER " )

OJ L 399, 30.12.1989, p. 46–47 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

No longer in force, Date of end of validity: 31/07/2004

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1989/688/oj

31989D0688

89/688/EEG: BESCHIKKING VAN DE RAAD VAN 22 DECEMBER 1989 INZAKE DE REGELING VOOR DE HEFFING, IN DE FRANSE OVERZEESE DEPARTEMENTEN, OP OVER ZEE AANGEVOERDE GOEDEREN ( " OCTROI DE MER " )

Publicatieblad Nr. L 399 van 30/12/1989 blz. 0046 - 0047


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 22 december 1989

inzake de regeling voor de heffing, in de Franse overzeese departementen, op over zee aangevoerde goederen ("octroi de mer'')

(89/688/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 227, lid 2, en artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat in artikel 227, lid 2, van het Verdrag is bepaald dat de Instellingen van de Gemeenschap er, binnen het raam van de procedures waarin dit Verdrag voorziet, zorg voor dragen dat de economische en sociale ontwikkeling van de Franse overzeese departementen mogelijk wordt gemaakt; dat het Verdrag in casu niet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet en dat derhalve gebruik moet worden gemaakt van artikel 235 om de genoemde doelstelling beter te kunnen verwezenlijken;

Overwegende dat de maatregelen ter bevordering van de economische en sociale ontwikkeling van de overzeese departementen in het verleden niet op een gecooerdineerde wijze zijn genomen; dat de Raad evenwel bij Besluit 89/687/EEG (4) een actieprogramma ten behoeve van deze gebieden, genaamd Poseidom, heeft ingesteld; dat dit programma een fiscaal gedeelte bevat dat dient te worden uitgevoerd;

Overwegende dat de heffing op over zee aangevoerde goederen momenteel een steun is voor de plaatselijke produkties die te kampen hebben met problemen als gevolg van het afgelegen en insulaire karakter;

Overwegende dat het bovendien gaat om een instrument dat van essentieel belang is voor de autonomie en de lokale democratie en waarvan de opbrengsten moeten bijdragen tot de economische en sociale ontwikkeling van de overzeese departementen;

Overwegende dat de regeling inzake de heffing op over zee aangevoerde goederen in haar huidige vorm evenwel elementen bevat die een herziening ervan nodig maken ten einde de overzeese departementen, met inachtneming van hun zwakke economische structuur, volledig bij het proces van de voltooiing van de interne markt te betrekken;

Overwegende dat deze regeling binnen een voor de lokale en nationale autoriteiten passende termijn moet worden gewij-

zigd in een interne fiscale regeling die op alle in de overzeese departementen verhandelde produkten van toepassing dient te zijn;

Overwegende dat het, om activiteiten in de overzeese departementen te scheppen, te handhaven en te ontwikkelen, evenwel wenselijk wordt geacht de lokale autoriteiten te machtigen om, naar gelang van de economische behoeften, de lokale activiteiten geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van de toepassing van deze nieuwe heffing voor een periode van in beginsel ten hoogste tien jaar;

Overwegende dat het, om de volledige naleving van de bepalingen van het Verdrag en de nodige cooerdinatie met de algemene doelstellingen van de Gemeenschap te waarborgen, dienstig is dat de Commissie zich binnen een termijn van twee maanden, op grond van de strategie voor de economische en sociale ontwikkeling van elke regio, kan uitspreken over de door de regionale autoriteiten ingediende vrijstellingsregelingen, die ten doel moeten hebben een bijdrage te leveren aan de economische en sociale ontwikkeling van deze regio's overeenkomstig artikel 227, lid 2, van het Verdrag;

Overwegende dat deze vrijstellingsregelingen een tijdelijk karakter dienen te hebben en in principe tien jaar na de herziening van de regeling dienen te eindigen; dat het fiscale stelsel aan het einde van die periode dus volledig in overeenstemming dient te zijn met de beginselen van artikel 95 van het Verdrag, met dien verstande dat steunmaatregelen waarmee dezelfde doelstellingen worden beoogd, altijd genomen zullen kunnen worden in het kader van de regionale steunverlening en met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 92, 93, en 94; dat de Commissie vóór het verstrijken van deze tienjarige termijn de Raad een verslag zal voorleggen over de toepassing van de regeling en het effect ervan op de ontwikkeling van de overzeese departementen, in voorkomend geval voorzien van een voorstel om de mogelijkheid van vrijstellingen te handhaven;

Overwegende dat, in afwachting van de herziening van de regeling voor de heffing op over zee aangevoerde goederen, Frankrijk gemachtigd zou moeten worden om tot en met uiterlijk 31 december 1992 de regeling in haar huidige vorm te handhaven, mits er wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden die ervoor moeten zorgen dat de gemeenschappelijke markt zo min mogelijk nadelig wordt beïnvloed en dat deze regeling uitsluitend voor het in artikel 227, lid 2, van het Verdrag vermelde doel wordt toegepast,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uiterlijk per 31 december 1992 nemen de Franse autoriteiten de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de momenteel in de overzeese departementen van kracht zijnde

regeling voor de heffing op over zee aangevoerde goederen, overeenkomstig de beginselen en bepalingen van de artikelen 2 en 3 zonder onderscheid geldt voor de in de overzeese departementen binnengebrachte en verkregen produkten.

Artikel 2

1. Deze belastingopbrengst wordt door de bevoegde instanties van elk overzees departement aangewend om de economische en sociale ontwikkeling zo doeltreffend mogelijk te bevorderen. De Commissie wordt zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van de maatregelen die door de bevoegde instanties worden genomen met het oog op de verwezenlijking van deze doelstelling.

2. De bevoegde instanties van elk overzees departement stellen een basisbelastingtarief vast. Dit tarief zal naar gelang van bepaalde categorieën van produkten mogen worden aangepast. Die aanpassing mag er in geen geval toe leiden dat ten aanzien van produkten uit de Gemeenschap discriminatie wordt gehandhaafd of ingesteld.

3. Gelet op de bijzondere problemen waarmee de overzeese departementen te kampen hebben en ten einde de doelstelling van artikel 227, lid 2, van het Verdrag te verwezenlijken, kunnen onder de voorwaarden van artikel 3, naar gelang van de economische behoeften, gedeeltelijke of volledige belastingvrijstellingen worden toegestaan ten voordele van lokale produktiesectoren tijdens een periode van ten hoogste tien jaar na de invoering van de betrokken belasting-

regeling. Deze vrijstellingen moeten bijdragen tot de bevordering of de handhaving van een economische activiteit in

de overzeese departementen en moeten passen in de economische en sociale ontwikkelingsstrategie van elk overzees departement, gelet op zijn communautair bestek; zij mogen evenwel de handelsvoorwaarden niet dermate wijzigen dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

Van de door de bevoegde instanties van elk overzees departement overwogen vrijstellingen wordt kennis gegeven aan de Commissie, die de Lid-Staten hiervan op de hoogte brengt en die binnen twee maanden een standpunt inneemt op basis van bovengenoemde criteria. Indien de Commissie zich niet binnen die termijn heeft uitgesproken, wordt de regeling geacht te zijn goedgekeurd.

Uiterlijk vijf jaar na de invoering van deze regeling dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de toepassing van deze vrijstellingsregeling.

Artikel 3

Ten hoogste één jaar vóór het verstrijken van de in artikel 2, lid 3, bedoelde termijn dient de Commissie bij de Raad een

verslag in over de toepassing van de in artikel 2 bedoelde regeling ten einde de gevolgen van de genomen maatregelen voor de economie van de overzeese gebiedsdelen en hun bijdrage tot bevordering of handhaving van de lokale economische activiteiten te verifiëren. In dit verslag dient met name aandacht te worden besteed aan het effect van de betrokken belastingregeling op de economische en sociale inhaalbeweging van de overzeese departementen, met als criteria de werkloosheid, de handelsbalans, het regionale bruto binnenlands produkt, alsmede op het vrije verkeer van de produkten binnen de Gemeenschap en de regionale samenwerking tussen de overzeese departementen en hun buurlanden.

Rekening houdend met de conclusies van dit verslag legt de Commissie, met inachtneming van de in artikel 227, lid 2, van het Verdrag genoemde doelstelling inzake economische en sociale ontwikkeling van de overzeese departementen, eventueel gelijktijdig aan de Raad een voorstel voor ten einde de mogelijkheid tot vrijstellingen te handhaven.

Steunmaatregelen ter verwezenlijking van dezelfde doelstellingen kunnen worden genomen in het kader van de regionale steunregeling.

Artikel 4

In afwachting van de invoering van de herziene regeling voor de heffing op over zee aangevoerde goederen overeenkomstig de in artikel 1 genoemde beginselen is de Franse Republiek gemachtigd om uiterlijk tot en met 31 december 1992 de huidige regeling voor de heffing op over zee aangevoerde goederen te handhaven op voorwaarde dat elk ontwerp tot uitbreiding van de lijst van produkten waarop deze heffing van toepassing is of tot verhoging van de daarbij behorende tarieven ter kennis wordt gebracht van de Commissie die zich binnen een termijn van twee maanden daartegen kan verzetten. De Commissie zal met de bevoegde lokale instanties bovendien alle sinds 1 januari 1980 aangebrachte wijzigingen onderzoeken.

Artikel 5

Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek.

Gedaan te Brussel, 22 december 1989.

Voor de Raad

De Voorzitter

E. CRESSON

(1) PB nr. C 53 van 2. 3. 1989, blz. 12.

(2) Advies uitgebracht op 14 december 1989 (nog niet bekendgemaakt in het Publikatieblad).

(3) PB nr. C 159 van 26.6. 1989, blz. 56.

(4) Zie bladzijde 39 van dit Publikatieblad.

Top