EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52023XG0314(01)

Conclusies van de Raad over vaardigheden en competenties voor de groene transitie 2023/C 95/03

ST/7089/2023/INIT

PB C 95 van 14.3.2023, p. 3–7 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

14.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 95/3


Conclusies van de Raad over vaardigheden en competenties voor de groene transitie

(2023/C 95/03)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

HERINNERT aan de politieke achtergrond met betrekking tot vaardigheden en competenties voor de groene transitie, zoals uiteengezet in de bijlage bij deze conclusies.

ONDERSTREEPT de conclusies van de Europese Raad van 9 februari 2023 (1) waarin werd opgeroepen tot doortastendere en ambitieuzere maatregelen om de vaardigheden die nodig zijn voor de groene en de digitale transitie verder te ontwikkelen door middel van onderwijs, opleiding, bijscholing en omscholing, teneinde de problemen in verband met het tekort aan arbeidskrachten en de transformatie van banen op te lossen, onder meer in de context van demografische uitdagingen.

Is INGENOMEN MET het voorgestelde initiatief voor een Europees Jaar van de vaardigheden 2023 en BENADRUKT de noodzaak van gezamenlijke inspanningen op het gebied van omscholing en bijscholing met het oog op een vanuit sociaal oogpunt gezien eerlijke, inclusieve en rechtvaardige groene transitie, en ter bevordering van het concurrentievermogen van Europese bedrijven en van de veerkracht van de Europese samenleving.

ONDERKENT het volgende:

1.

De mondiale uitdagingen op het gebied van milieu, klimaat en biodiversiteit vereisen een dringende wereldwijde respons. De groene transitie en de overgang naar duurzaamheid, met inbegrip van de transitie naar een klimaatneutrale economie, maken een fundamentele transformatie van onze samenleving in een brede waaier van sectoren noodzakelijk. Europa moet het goede voorbeeld geven door ambitieuze milieu-, klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen te verwezenlijken waarbij groei, concurrentievermogen en het scheppen van hoogwaardige banen worden gestimuleerd, het milieu wordt beschermd en een rechtvaardige transitie naar een meer hulpbronnenefficiënte en circulaire economie wordt gewaarborgd.

2.

Om haar concurrentievoordeel op het gebied van technologieën voor de groene transitie en voor duurzame ontwikkeling te behouden, moet de Europese Unie de grootschalige ontwikkeling, uitrol en demonstratie van nieuwe technologieën in alle sectoren en in de hele eengemaakte markt aanzienlijk opvoeren, zodat nieuwe, innovatieve waardeketens ontstaan. Er zullen nieuwe “groene banen” worden gecreëerd, terwijl sommige banen zullen worden vervangen en andere opnieuw zullen worden gedefinieerd, waardoor er nieuwe vaardigheden nodig zullen zijn.

3.

Het is van cruciaal belang voort te bouwen op de betrokkenheid bij en het bewustzijn van de groene transitie en duurzame ontwikkeling in de samenleving in het algemeen. Een fundamenteel element bij het faciliteren van de groene transitie en duurzame ontwikkeling is de verwerving van sleutelcompetenties vanuit het perspectief van een leven lang leren, ook vanaf de eerste jaren, die in het kader van alle niveaus en soorten onderwijs-, opleidings- en leertrajecten in aanmerking moeten worden genomen. Een institutiebrede benadering van duurzaamheid, die alle werkterreinen omvat, is belangrijk. Voortbouwend op de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling (2), zijn dringend inspanningen nodig om onderwijs- en opleidingsstelsels te ondersteunen bij het nemen van maatregelen op het gebied van de ontwikkeling van vaardigheden en competenties voor de groene transitie.

4.

De vaardigheden en competenties die nodig zijn voor de groene transitie zijn divers van aard, blijven opkomen en worden verder omschreven. GreenComp (3), het Europees competentiekader voor duurzaamheid, beschrijft “duurzaamheidscompetenties” als de kennis, vaardigheden en attitudes die lerenden van alle leeftijden nodig hebben om op duurzame wijze te leven, te werken en te handelen. “Groene vaardigheden” betreffen beroepsvaardigheden die in alle sectoren en op alle niveaus van de arbeidsmarkt nodig zijn met het oog op de groene transitie, met inbegrip van het scheppen van nieuwe groene banen. Ze hebben ook betrekking op transversale vaardigheden die nodig zijn om kritisch denken, systeemdenken, probleemoplossend en innovatief denken mogelijk te maken.

5.

De groene transitie kan alleen slagen als de EU over de nodige geschoolde arbeidskrachten beschikt. Zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie over een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk (4), is het tekort aan arbeidskrachten, gemeten op grond van het vacaturepercentage, tussen 2015 en 2021 verdubbeld in sectoren die van cruciaal belang worden geacht voor de groene transitie, en de vraag naar technische vaardigheden in verband met de groene transitie neemt toe. Groene vaardigheden en de bij- en omscholing van de beroepsbevolking zullen dringend nodig zijn om de overgang naar een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie te bewerkstelligen. Beleidsmaatregelen voor initieel en voortgezet formeel en niet-formeel onderwijs en opleiding, evenals investeringen gericht op vaardigheden en competenties voor de groene transitie zijn van cruciaal belang voor de toekomstige veerkracht en welvaart van Europa.

6.

Initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding, hoger onderwijs en volwasseneneducatie spelen een belangrijke rol bij het beantwoorden aan de noodzaak om de klimaatverandering tegen te gaan en zich daaraan aan te passen, het biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen en om te keren, en de groene transitie te verwezenlijken door jongeren en volwassenen uit te rusten met de vaardigheden en competenties die zij nodig hebben om te gedijen in een veranderende arbeidsmarkt en samenleving, en door bij te dragen aan de ontwikkeling van groene oplossingen door middel van technologische en sociale innovatie. Door middel van transnationale samenwerking, bijvoorbeeld via de allianties van Europese universiteiten en de kenniscentra voor beroepsopleiding, kunnen initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding en hoger onderwijs hun bijdrage aan de groene transitie en duurzame ontwikkeling versterken.

7.

Door in de behoeften van de verschillende soorten lerenden en de arbeidsmarkt te voorzien, kunnen stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding en voor hoger onderwijs de inzetbaarheid, sociale inclusie, sociale cohesie en gendergelijkheid bevorderen, om- en bijscholing vergemakkelijken, onder meer door flexibele en soepele mogelijkheden voor een leven lang leren, en ook bijdragen tot een toename van het aantal geschoolde werknemers. In dit verband, en afhankelijk van de nationale omstandigheden, kan volwasseneneducatie ook de deelname van volwassenen aan opleidingen gedurende het hele beroepsleven verhogen, in overeenstemming met de bij- en omscholingsbehoeften voor de groene transitie.

IS het EENS OVER het volgende:

1.

Om initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding, hoger onderwijs en volwasseneneducatie aan te passen om de groene transitie te ondersteunen, moeten de huidige en toekomstige behoeften aan vaardigheden in kaart worden gebracht, met inbegrip van de vaststelling van nieuwe functieprofielen en vaardigheden, beroepsbehoeften en vaardigheidskloven. Samenwerking tussen aanbieders van onderwijs en opleiding (zowel publieke als particuliere), overheidsinstanties, onderzoeksorganisaties, diensten voor arbeidsvoorziening, sociale partners, bedrijven en andere relevante belanghebbenden, zowel op nationaal als regionaal niveau, is van essentieel belang om deze nieuwe behoeften aan vaardigheden op de arbeidsmarkt in kaart te brengen. Bovendien kan de follow-up van de overgang van lerenden naar de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door afgestudeerden te volgen, helpen om informatie te verstrekken over bijvoorbeeld de afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en de relevantie van verworven vaardigheden en competenties.

2.

Instrumenten voor informatie over vaardigheden kunnen de identificatie van de huidige en toekomstige behoeften aan vaardigheden verder ondersteunen. In dit verband kan de taxonomie van vaardigheden voor de groene transitie van de Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen (ESCO) (5) bijdragen tot een gemeenschappelijk begrip van de vaardigheden die nodig zijn voor een succesvolle groene transitie op de arbeidsmarkt en bijvoorbeeld de mobiliteit van lerenden en werknemers binnen de EU vergemakkelijken. Deze instrumenten kunnen de lidstaten en aanbieders van onderwijs en opleiding ook helpen bij het identificeren van groene elementen die deel kunnen uitmaken van initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding of kwalificaties en leermogelijkheden in het hoger onderwijs, evenals volwasseneneducatie.

3.

Gezien de veranderingen in functieprofielen en de opkomst van nieuwe beroepen als gevolg van de groene transitie is het absoluut noodzakelijk te zorgen voor actuele en relevante inhoud van initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding, hoger onderwijs en volwasseneneducatie. Beroepsonderwijs en -opleiding en hoger onderwijs moeten, indien relevant en in volledige overeenstemming met de institutionele autonomie en de academische vrijheid, dienovereenkomstig worden herzien door nieuwe kwalificaties in te voeren of groene vaardigheden in bestaande kwalificaties te integreren.

4.

Het aanbod van onderwijs en opleiding moet beantwoorden aan de behoeften van degenen die initieel onderwijs of initiële opleiding volgen en van personen die hun vaardigheden en competenties moeten aanpassen aan de behoeften van hun huidige baan of aan de overgang naar nieuwe banen en groeisectoren. Daarom moeten zowel de lidstaten als aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding en instellingen voor hoger onderwijs innovatieve en flexibele manieren onderzoeken om leermogelijkheden voor groene vaardigheden te bieden, onder meer op de studiegebieden wetenschap, technologie, engineering, kunst en wiskunde (STEAM), waar mogelijk door kleine en op maat gesneden leermodules te ontwikkelen die onder meer kunnen leiden tot microcredentials. Voorts is er ook behoefte aan de ontwikkeling van volwasseneneducatie op secundair en tertiair niveau, onder meer door middel van flexibele leertrajecten die het mogelijk maken competenties bij te werken, te verbreden en te verdiepen. Er moet ook aandacht worden besteed aan de validering en erkenning van eerdere resultaten op het gebied van werk en verworven vaardigheden en, afhankelijk van de nationale context, aan het certificeren of accrediteren van relevante vaardigheden en competenties. Hoewel werkplekleren, met inbegrip van stages en leer-werktrajecten, bijdraagt tot overgangen op de arbeidsmarkt, kan het moeilijk zijn om relevante werkplekken te vinden in snel opkomende bedrijfstakken en in bedrijven die zich aan nieuwe omstandigheden moeten aanpassen. Daarom is er behoefte aan alternatieve manieren om in werkgerelateerde omgevingen leermogelijkheden te bieden die lerenden helpen nieuwe groene vaardigheden te verwerven.

5.

Leerkrachten en opleiders in initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding, hoger onderwijs en volwasseneneducatie hebben een cruciale rol te spelen in de groene transitie door lerenden uit te rusten met actuele beroeps-, technische en andere vaardigheden en competenties die nodig zijn in de opkomende groene bedrijfstakken en om te voldoen aan de veranderende behoeften in bestaande bedrijfstakken. Het is daarom van essentieel belang de kennis, vaardigheden en competenties van leerkrachten, opleiders en personeel verder te ontwikkelen en te actualiseren door mogelijkheden voor bij- en nascholing te ondersteunen, de betrokkenheid bij onderwijsactiviteiten die gericht zijn op vaardigheden en competenties voor de groene transitie in loopbaantrajecten te waarderen en samenwerking en intercollegiaal leren tussen aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding, instellingen voor hoger onderwijs, onderzoeksorganisaties, bedrijven en andere belanghebbenden te bevorderen. Bovendien is leiderschap binnen onderwijs- en opleidingsorganisaties van cruciaal belang om deze ontwikkeling te bevorderen en te ondersteunen.

6.

Er zijn gerichte maatregelen nodig om jongeren en volwassenen, ongeacht geslacht en sociaal-economische achtergrond, aan te trekken, met inbegrip van jongeren en volwassenen uit landelijke en afgelegen gebieden, zoals de ultraperifere gebieden van de EU, om deel te nemen aan leermogelijkheden voor groene vaardigheden. Dit omvat, waar passend en in volledige overeenstemming met de institutionele autonomie en academische vrijheid, het wegnemen van bestaande belemmeringen en hindernissen voor alle vormen van leren, zoals kwesties in verband met mobiliteit, toegankelijkheid, genderongelijkheden en stereotypen, begeleiding, outreach, financiële steun voor individuele personen, ondersteunende diensten voor lerenden en erkenning van verworven competenties. Deelname van zowel vrouwen als mannen moet in gelijke mate worden aangemoedigd en ondersteund door middel van doeltreffende systemen voor levenslange begeleiding, versterkt door initieel onderwijs en verdere opleiding voor beroepskeuzevoorlichters en andere professionele loopbaanbegeleiders.

VERZOEKT DE LIDSTATEN, met inachtneming van de institutionele autonomie en academische vrijheid, en in overeenstemming met de nationale omstandigheden, rekening te houden met bovenstaande kwesties bij:

1.

het blijven ontwikkelen van sleutelcompetenties en duurzaamheidscompetenties vanuit het perspectief van een leven lang leren, ook vanaf de eerste jaren, op alle niveaus en in alle soorten onderwijs-, opleidings- en leertrajecten (6);

2.

het ontwikkelen van stelsels voor initieel en voortgezet beroepsonderwijs en hoger onderwijs, en van onderwijsmogelijkheden voor de groene transitie, alsook volwasseneneducatie, bijvoorbeeld door middel van microcredentials;

3.

het betrekken van aanbieders van onderwijs en opleiding, onderzoeksorganisaties, werkgevers, sociale partners en andere relevante belanghebbenden bij het gezamenlijk in kaart brengen van de omscholings- en bijscholingsbehoeften voor de groene transitie, met inbegrip van publiek-private samenwerking;

4.

het ondersteunen en aanmoedigen van aanbieders van initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding, instellingen voor hoger onderwijs en organisaties voor volwasseneneducatie bij het ontwikkelen en aanbieden van leermogelijkheden voor de groene transitie, met inbegrip van leermogelijkheden op de STEAM-gebieden;

5.

het ondersteunen van leerkrachten, opleiders, personeel, professionele loopbaanbegeleiders en leidinggevenden bij het verwerven en actualiseren van de kennis, vaardigheden en competenties die nodig zijn om bij te dragen aan de groene transitie en duurzame ontwikkeling, door initiële opleiding en bij- en nascholing te bevorderen;

6.

het aanmoedigen en ondersteunen van personen om gebruik te maken van leermogelijkheden en bij- of omscholingskansen, zowel in formeel als niet-formeel onderwijs, alsook van mobiliteit voor de groene transitie;

7.

het gebruikmaken van beschikbare EU- en nationale instrumenten en financieringsprogramma’s zoals Erasmus+ en ESF+ om vaardigheden en competenties voor de groene transitie te ondersteunen, met inbegrip van het delen van goede praktijken en activiteiten voor intercollegiaal leren.

VERZOEKT DE COMMISSIE, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en de nationale omstandigheden, met deze conclusies rekening te houden bij:

1.

het bevorderen van wederzijds leren en het delen van goede praktijken inzake vaardigheden en competenties voor de groene transitie tussen de lidstaten, sociale partners, aanbieders van onderwijs en opleiding, onderzoeksorganisaties, bedrijfstakken en andere relevante belanghebbenden;

2.

het ondersteunen van transnationale samenwerking en het delen van goede praktijken in verband met vaardigheden en competenties voor de groene transitie, onder meer via Erasmus+-uitwisselingen van studenten en personeel en samenwerking tussen onderwijs- en opleidingsinstellingen, zoals in de allianties van Europese universiteiten en de kenniscentra voor beroepsopleiding;

3.

het via het pact voor vaardigheden betrekken van aanbieders van onderwijs en opleiding, industriële ecosystemen, sociale partners en alle relevante belanghebbenden, ook op regionaal en lokaal niveau, bij het gezamenlijk in kaart brengen van de omscholings- en bijscholingsbehoeften voor de groene transitie;

4.

het verder ontwikkelen van de empirische basis voor vaardigheden en competenties voor de groene transitie door samen te werken met Cedefop en andere relevante organisaties, zonder nieuwe rapportageverplichtingen of extra lasten voor de lidstaten in het leven te roepen;

5.

het leveren van verdere inspanningen, samen met de Permanente Groep indicatoren en benchmarks, voor de ontwikkeling van mogelijke indicatoren of doelstellingen op EU-niveau op het gebied van duurzaamheid, inclusief de vergroening van onderwijs- en opleidingsstelsels;

6.

het verder bevorderen van bestaande EU-instrumenten en -programma’s ter ondersteuning van vaardigheden en competenties voor de groene transitie, in nauwe samenwerking met de lidstaten;

7.

het uitvoeren en voorbereiden van initiatieven om het concurrentievermogen en de toekomstige paraatheid van Europa te vergroten en de lidstaten te ondersteunen bij het verwezenlijken van een succesvolle groene transitie in en door middel van onderwijs en opleiding.


(1)  Conclusies van de Europese Raad aangenomen tijdens de buitengewone bijeenkomst van 9 februari 2023 (doc. EUCO 1/23).

(2)  PB C 243 van 27.6.2022, blz. 1.

(3)  Europese Commissie, Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, GreenComp, the European sustainability competence framework (GreenComp, het Europese competentiekader voor duurzaamheid), Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2022.

(4)  Doc. COM(2023) 62 final.

(5)  ESCO (Europese vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen) is de Europese meertalige classificatie van vaardigheden, competenties en beroepen.

(6)  Overeenkomstig de Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling en de Aanbeveling van de Raad van 22 mei 2018 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (PB C 189 van 4.6.2018, blz. 1).


BIJLAGE

Politieke achtergrond

1.   

Aanbeveling van de Raad van 22 mei 2018 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (PB C 189 van 4.6.2018, blz. 1).

2.   

Aanbeveling van de Raad van 24 november 2020 inzake beroepsonderwijs en -opleiding voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht (PB C 417 van 2.12.2020, blz. 1).

3.   

Resolutie van de Raad betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding met het oog op de Europese Onderwijsruimte en verder (2021-2030) (PB C 66 van 26.2.2021, blz. 1).

4.   

Resolutie van de Raad betreffende een vernieuwde Europese agenda voor volwasseneneducatie 2021-2030 (PB C 504 van 14.12.2021, blz. 9).

5.   

Aanbeveling van de Raad van 5 april 2022 over bruggen bouwen voor doeltreffende Europese samenwerking in het hoger onderwijs (PB C 160 van 13.4.2022, blz. 1).

6.   

Conclusies van de Raad over een Europese strategie om met het oog op de toekomst van Europa de positie van instellingen voor hoger onderwijs te versterken (PB C 167 van 21.4.2022, blz. 9).

7.   

Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 35).

8.   

Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende een Europese benadering van microcredentials voor een leven lang leren en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 10).

9.   

Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake individuele leerrekeningen (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 26).

10.   

Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 1).


Top