Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019IR0645

Advies van het Europees Comité van de Regio’s over betere communicatie over het cohesiebeleid

OJ C 39, 5.2.2020, p. 16–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

5.2.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 39/16


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over betere communicatie over het cohesiebeleid

(2020/C 39/04)

Rapporteur

:

Adrian Ovidiu Teban (RO/EVP), burgemeester van Cugir

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S

Algemene overwegingen

1.

wijst erop dat de uitgaven voor het cohesiebeleid ter hoogte van 351 miljard EUR over de programmeringsperiode 2014-2020 ongeveer een derde van de begroting van de EU uitmaken. Hiermee wordt in een kader voor langetermijninvesteringen ten gunste van de regio’s en de lidstaten voorzien dat een betrouwbaardere planning mogelijk maakt dan de nationale jaarlijkse of tweejaarlijkse begrotingen.

2.

Een grotere zichtbaarheid van de ESI-fondsen kan helpen om de perceptie van de doeltreffendheid van het cohesiebeleid te verbeteren en het vertrouwen van burgers in het Europees project te herstellen. Het is echter van essentieel belang om voor een samenhangend communicatiekanaal te zorgen, niet alleen voor top-downinformatie over de concrete resultaten van de ESI-fondsen, maar ook voor bottom-upcommunicatie die erop is gericht lokale overheden en belanghebbenden bewust te maken van financieringsmogelijkheden, wat het voordeel heeft dat het publiek sterker wordt betrokken bij het uitvoeringsproces.

3.

In beginsel moet communicatie een integraal onderdeel uitmaken van de beleidsvorming en -uitvoering. De bekendheid van door de EU gefinancierde plaatselijke projecten onder begunstigden en in het maatschappelijk middenveld is van cruciaal belang — ondanks het feit dat de financieringsbedragen per regio verschillen — en kan alleen worden bewerkstelligd als alle betrokken bestuurslagen hun krachten bundelen. Het model van multilevel governance en het partnerschapsbeginsel, die beide gestoeld zijn op een versterkte coördinatie tussen overheidsinstanties, economische en sociale partners en maatschappelijke organisaties, kunnen bijdragen tot een effectievere communicatie over de doelstellingen en resultaten van EU-beleid.

4.

Het CvdR benadrukt dat beheersautoriteiten van operationele programma’s die uit de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) worden gefinancierd, informatie moeten verstrekken over de doelen, financieringsmogelijkheden en resultaten van programma’s en projecten in het kader van het cohesiebeleid. Daarom is beheersautoriteiten en begunstigden in de lidstaten de belangrijke taak toebedeeld om vragen te beantwoorden als “Welke investeringsmogelijkheden zijn er?”, “Hoe kunnen begunstigden voor de nodige publiciteit zorgen?” of “Wie komt in aanmerking voor financiële steun en waarvoor wordt steun verleend?”

5.

Het cohesiebeleid van de EU en de maatregelen van de fondsen gaan gepaard met informatie- en publiciteitseisen, wat betekent dat de nationale en regionale overheden die belast zijn met de uitvoering, alsook de eindbegunstigden, wettelijk verplicht zijn om communicatieactiviteiten te ontplooien. Deze eisen zijn de afgelopen drie decennia uitgedijd van eenvoudige informatiemaatregelen zoals gedenkplaten tot meer verfijnde communicatiestrategieën, waaronder meerjarige strategieën, jaarplannen, minimumeisen en evaluaties die voor elk operationeel programma moeten worden uitgevoerd.

6.

Voorlichting aan potentiële begunstigden over financieringsmogelijkheden vormt een cruciaal onderdeel van het programmabeheer. Om ervoor te zorgen dat er in het kader van het cohesiebeleid wordt geïnvesteerd in de relevantste en innovatiefste projecten, moet een zo breed mogelijk publiek van potentiële begunstigden worden aangesproken. Dit kan niet alleen worden bereikt door te wijzen op investeringsmogelijkheden, maar ook door behaalde resultaten en goede praktijkvoorbeelden onder de aandacht te brengen.

7.

Het cohesiebeleid van de EU heeft een aantoonbaar positief effect op de economie en het leven van de burgers, maar de resultaten worden jammer genoeg niet altijd even goed voor het voetlicht gebracht en de bekendheid van deze positieve gevallen lag de afgelopen tien jaar helaas constant op een laag peil. Volgens een Flash Eurobarometer-enquête van 2017 had slechts 35 % van de EU-burgers gehoord van projecten in de buurt van hun woonplaats die door de EU waren medegefinancierd. De mensen die wel van dergelijke projecten hadden gehoord, vinden echter dat er sprake is van een positief effect op de ontwikkeling in hun regio (78 %).

8.

De Europese cohesiebeleidsmaatregelen worden volgens dezelfde Eurobarometer nog steeds gebrekkig gecommuniceerd en het spectrum aan beschikbare informatiebronnen is doorgaans niet bijzonder breed. In het algemeen moet digitale communicatie in de volgende programmeringsperiode, na 2020, veel meer aandacht krijgen.

9.

Het CvdR vestigt de aandacht op het feit dat niet alle lidstaten even veel vooruitgang hebben geboekt bij het stroomlijnen van administratieve procedures in de vorm van een bredere inzet en betrokkenheid van regionale en lokale partners, waaronder de economische en sociale partners en maatschappelijke organisaties, en wijst op het belang van burgerparticipatie en sociale dialoog. Opmerkelijk is dat investeren in regio’s met een hoge werkloosheid wordt ervaren als de hoogste prioriteit. Investeringen in het kader van het regionaal beleid van de EU moeten voornamelijk gericht zijn op infrastructuur in het onderwijs, de gezondheidszorg en de sociale sector, die als de belangrijkste investeringsdomeinen worden beschouwd. Bovendien is het cohesiebeleid voor regio’s en steden het belangrijkste investeringsinstrument van de EU als het erom gaat de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) te verwezenlijken. Een dergelijke benadering is een absolute voorwaarde voor de uitbreiding van de “lokalisering” van de SDG’s en zou de verwezenlijking ervan door middel van het cohesiebeleid bevorderen (1), en zo de weg banen voor de overgang van de lineaire naar de circulaire economie (2).

10.

Zowel de perceptie van het cohesiebeleid als de steun voor de EU kan per bevolkingsgroep en per regio verschillen. Er is in dit verband echter meer bewijs nodig om duidelijke conclusies te trekken. Daartoe is informatie nodig over representatieve steekproeven van personen in alle EU-regio’s. Daarom stelt het CvdR voor om, wanneer een Eurobarometer in alle EU-regio’s (NUTS 2 of gelijkwaardig) representatief moet zijn, vragen op te nemen over de perceptie van het cohesiebeleid en de steun van de burgers aan het Europese project.

11.

Er moet meer inzicht worden verkregen in de impact van de perceptie van het cohesiebeleid van de EU door de burgers op hun steun aan het Europese project. Dit is cruciaal voor de evaluatie vooraf van de doeltreffendheid van specifiek communicatiebeleid dat gericht is op het bevorderen van een positieve houding ten aanzien van het cohesiebeleid en de EU in het algemeen. Daarom stelt het CvdR voor specifieke vragen over de steun voor de EU en de perceptie van het EU-cohesiebeleid op te nemen in dezelfde standaard Eurobarometer-enquêtes.

12.

Het CvdR benadrukt dat het beleid niet alleen door economische factoren onder de aandacht kan worden gebracht. In verschillende onderdelen van de analyse worden groepen burgers aangewezen wier bekendheid met het EU-(cohesie)beleid rechtstreeks verband lijkt te houden met hun identificatie met de Europese Unie als een politieke eenheid. Er lijkt ook een positieve relatie te bestaan tussen de mate van besef van bepaalde EU-beleidsterreinen, waaronder het cohesiebeleid, en het opkomstpercentage bij de Europese verkiezingen. Omgekeerd lijkt het ook waar dat het publiek zich bewuster is van het Europees (cohesie)beleid wanneer het zich sterk identificeert met de Europese Unie en met een gemeenschappelijke Europese geschiedenis en cultuur. Om deze redenen is het belangrijk om de communicatie over de resultaten van het cohesiebeleid van de EU te verbeteren en te intensiveren om de politieke legitimiteit van de Europese Unie en het gevoel van betrokkenheid bij een gemeenschappelijk project onder haar burgers te versterken.

13.

Het CvdR onderstreept ook dat communicatie omtrent het cohesiebeleid niet alleen de verantwoordelijkheid is van de Europese Commissie, maar veeleer van alle actoren die van het cohesiebeleid profiteren, met inbegrip van de lidstaten en de lokale overheden.

14.

Het CvdR is van mening dat het cohesiebeleid anders moet worden uitgedragen, onder meer door een breder publiek te benaderen dat zich niet beperkt tot de belanghebbenden. Het grote publiek moet doelgericht worden aangesproken door een vorm van communicatie die weerklank vindt bij de mensen: er moeten verhalen worden verteld over praktische gevolgen voor lokale burgers en er mogen niet alleen cijfers en grafieken worden gespuid over arbeidsmarkten of infrastructuurproblemen en mensen ver van hun bed. Zij moet zich richten op de rol van de EU als bestuurlijk niveau in het leven van de mensen, en niet op het informeren van de burgers over haar uiteenlopende fondsen en projecten. Essentieel is dat het vertrouwen in de boodschapper minstens even belangrijk is als boodschap zelf, en het vertrouwen in lokale en regionale overheden is nu eenmaal groter dan dat in nationale regeringen of de EU. Daarom is een mogelijk doorslaggevende rol weggelegd voor regionale en lokale politici, en de leden van het CvdR in het bijzonder moeten als “ambassadeurs van Europa in de regio’s, steden en gemeenten” het goede voorbeeld geven.

15.

Er is behoefte aan gerichte communicatie. De toon van deze communicatie moet gericht zijn op de “buurt”; er is emotie nodig, omdat statistische gegevens de mensen niet aanspreken. Ter wille van betere communicatie moet een multilevel governanceaanpak worden gehanteerd. 55 % van de respondenten in de laatste Eurobarometer vindt dat besluiten op subnationaal niveau moeten worden genomen, waarbij bijna een derde (30 %) kiest voor het regionale en een kwart (25 %) voor het lokale niveau, terwijl bijna een op de vijf vindt dat deze besluiten op Europees niveau moeten worden genomen.

16.

Het CvdR wijst erop dat een meer permanente dialoog moet worden aangegaan met de burgers en dat zij vaker moeten worden betrokken bij de besluitvorming, zodat voor een sterkere verantwoordingsplicht en meer legitimiteit bij de uitvoering van het cohesiebeleid kan worden gezorgd. In dit opzicht dienen de bestaande ervaringen met vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling en participatieve begrotingsplanning op lokaal niveau met het oog op de nieuwe overkoepelende doelstelling 5 voor de periode 2021-2027 — “Europa dichter bij de burgers brengen” — te worden verzilverd, alsook met andere methoden om de burgerparticipatie te vergroten. Betrekking van CvdR-leden, burgemeesters en andere lokaal gekozen vertegenwoordigers bij de communicatiecampagnes van de Europese Commissie over het cohesiebeleid kan bijdragen tot een positief beeld van de voordelen van de Europese Unie in het dagelijks leven van burgers.

Uitdagingen in verband met zichtbaarheid

17.

Een betere zichtbaarheid van de ESI-fondsen kan bijdragen tot een positievere perceptie van de Europese Unie en kan helpen om het vertrouwen van het publiek in Europees beleid te herstellen.

18.

Het CvdR wijst er in dit verband op dat het groeiende euroscepticisme en de toenemende steun voor politieke partijen die zich verzetten tegen een verdere integratie van de EU ook te maken hebben met de perceptie van economische, sociale en territoriale ongelijkheden. Het cohesiebeleid is een krachtig instrument voor de bevordering van “territoriale veerkracht” als bouwsteen voor een passende beleidsreactie, terwijl maatregelen om de positieve effecten voor de regio’s en het leven van de mensen in de verf te zetten nu van essentieel belang zijn.

19.

Het CvdR pleit voor operationele programma’s die aandacht besteden aan de behoeften van de mensen en aan communicatie die niet zozeer “tot de mensen” is gericht, maar meer een gesprek “met de mensen” vormt. In dit verband benadrukt het het belang van de partnerschapsovereenkomsten die voorzien in dialoogmechanismen met de burgers tot stand te brengen bij de uitwerking van acties die door het EU-cohesiebeleid worden medegefinancierd, en wel in alle stadia van de uitwerking, uitvoering en evaluatie van operationele programma’s, waarbij de lidstaten wordt aanbevolen om lokale overheden in alle fasen bij het proces te betrekken.

20.

Het CvdR spreekt zich uit voor de introductie van democratische innovaties zoals participatieve begrotingsplanning en beraadslaging (via jury’s, panels en referenda), teneinde lokale burgers inspraak te geven en zo hun deelname aan het communicatiemechanisme drastisch te veranderen.

21.

De zichtbaarheid van investeringen in het kader van het cohesiebeleid is een gedeelde verantwoordelijkheid van de Europese Commissie en de lidstaten en de bevoegde lokale en regionale overheden dienen te worden betrokken bij het formuleren van doeltreffende communicatiestrategieën.

22.

De Europese Commissie wordt opgeroepen om lering te trekken uit de succesvolle communicatie van door de EU gefinancierde kleinschalige en intermenselijke projecten in grensregio’s. Het CvdR neemt nota van de grote betrokkenheid van de mensen die aan dergelijke projecten deelnemen en van hun bijdrage aan de effectieve communicatie van de resultaten van de projecten.

23.

Het CvdR is verheugd over het voorstel dat is opgenomen in het nieuwe wetgevingspakket voor het cohesiebeleid, namelijk om nationale contactpersonen voor communicatie te benoemen die op geïntegreerde wijze moeten zorgen voor de zichtbaarheid van activiteiten in verband met regionale EFRO-programma’s, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds alsook het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer en het Fonds voor interne veiligheid. In dit verband dient tevens optimaal gebruik te worden gemaakt van andere toekomstige EU-programma’s met lokale zichtbaarheid, zoals Horizon Europa, InvestEU e.d., alsook van de Europe Direct-informatiecentra.

24.

De benutting van Refit-achtige platforms om door middel van eenvoudige ICT-oplossingen contact te onderhouden met de Europese burgers, komt een efficiëntere beleidsuitvoering die aan de maatschappelijke verwachtingen beantwoordt, ten goede. De lokale overheden hebben hier veel ervaring mee. Zij gebruiken al toepassingen waarmee ze lokale problemen meteen kunnen oplossen. Er zou uitsluitend op tweerichtingscommunicatie moeten worden ingezet.

25.

Het CvdR verzoekt de Europese Commissie de reeds met beheersautoriteiten geleverde inspanningen uit te breiden tot politieke vertegenwoordigers van regio’s en steden om nieuwe communicatiemethoden te testen. Lokale en regionale overheden zijn naast de begunstigden de meest doeltreffende gesprekspartners die het dichtst bij de burgers staan.

26.

De communicatie over het cohesiebeleid moet zich niet alleen op de resultaten van door de EU gefinancierde projecten richten, maar vooral op de voordelen die deze projecten in het dagelijks leven van de burgers opleveren. Zo gezien lijkt het lokale en regionale niveau het meest geschikt voor dergelijke communicatie (hoe de EU mijn gemeente, stad of regio heeft geholpen) en dient de actieve rol van de Europe Direct-informatiecentra te worden aangemoedigd.

27.

Het CvdR dringt er evenwel op aan dat conform de doelstelling van territoriale cohesie de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid ontwikkelde nationale communicatie-initiatieven worden gecoördineerd en zich richten op bepaalde gebieden (waaronder het platteland) die in hun ontwikkeling achterblijven en waar het gevoel dat men in de steek gelaten is de afgelopen jaren het euroscepticisme heeft aangewakkerd.

28.

Daarom verzoekt het CvdR de Raad en het Europees Parlement om in de rubriek “technische bijstand” een specifieke financiële enveloppe voor communicatie op te nemen en in de nieuwe verordening gemeenschappelijke bepalingen voor de periode na 2020 te zorgen voor meer bindende publiciteits- en informatievoorschriften voor projecten in het kader van het cohesiebeleid.

29.

Het CvdR stelt voor om “slimme communicatieplanning” in te voeren aan de hand van de ontwikkeling van geïntegreerde communicatiestrategieën, met inbegrip van resultaatindicatoren met referentiewaarden, gereserveerde financiële middelen en gespecificeerde kosten.

30.

Er moet in bredere en grotere mate gebruik worden gemaakt van digitale media, met een minder technisch taalgebruik en doelgerichtere acties, en er moet worden bijgehouden hoeveel mensen door de communicatieactiviteiten worden bereikt (bijvoorbeeld door het aantal bezoekers van een webpagina na een bepaald evenement te meten).

31.

Van de succesvolle verzilvering van resultaten in projecten zou een selectiecriterium kunnen worden gemaakt om projecten uit het Cohesiebeleid te financieren (zoals het geval is bij de EU-programma’s Horizon 2020 en Cosme). De vereiste publiciteit moet echter in verhouding staan tot de omvang van het project, met name op het niveau van kleine projecten, die voor de eindbegunstigden een grote administratieve last kunnen inhouden.

32.

In criteria voor de selectie van projecten in het kader van operationele programma’s moeten ten minste communicatiebeginselen worden geformuleerd, zodat het gemakkelijker wordt om op EU-niveau evaluaties en vergelijkingen uit te voeren.

33.

De Europese Commissie zou een evaluatie kunnen invoeren waarbij rekening wordt gehouden met communicatieresultaten en die zich uitstrekt tot communicatieplannen en -maatregelen, verbeterde methoden (enquêtes, doelgroepen, mediamonitoring), EU-richtsnoeren voor evaluatie, een educatief platform waar evaluaties van communicatieactiviteiten beschikbaar worden gemaakt en, tot slot, een databank met goede communicatiepraktijken.

34.

Positief is het voorstel van de Europese Commissie om één financieringsportaal op EU-niveau op te zetten met alle oproepen tot het indienen van voorstellen en een gemeenschappelijke lijst van activiteiten, alsook afzonderlijke nationale websites die toegang bieden tot informatie over alle EU-programma’s en -fondsen. Onlineportaalsites van de diverse instellingen en diverse DG’s van de Commissie zouden moeten worden samengebracht onder één enkel “EU”-merk.

Mediastrategie

35.

Het CvdR stelt voor om bij het uitwerken van (sociale)mediastrategieën naar de lokale context te verwijzen, bijvoorbeeld door positieve formuleringen te gebruiken, langere verhaallijnen te ontwikkelen die aanknopen bij individuele belevenissen, en negatieve formuleringen niet te negeren, maar actief ter discussie te stellen.

36.

Een verdere diversificatie van communicatieactiviteiten en de opvoering van de aanwezigheid in de media van alle EU-activiteiten zijn van essentieel belang om het effect van communicatie over het cohesiebeleid te vergroten.

37.

De communicatieactiviteiten moeten in dit verband in lijn zijn met de zichtbaarheid van de Europese structuur- en investeringsfondsen en programma’s als Interreg, Urbact en Espon, teneinde de aanwezigheid van de EU in de regio’s en steden te versterken.

38.

De activiteit op sociale media moet worden opgevoerd om het draagvlak voor het cohesiebeleid te vergroten, naar het voorbeeld van de campagne #Cohesionalliance, die politieke actoren heeft samengebracht met een duidelijke politieke boodschap over een EU-beleid dat voor al haar gebieden voordelen oplevert.

39.

De Europese Week van regio’s en steden is het belangrijkste politieke evenement op het gebied van de uitvoering van het cohesiebeleid, waar politieke vertegenwoordigers, mensen uit de praktijk, onderzoekers en burgers de mogelijkheid krijgen om kennis op te doen, ideeën uit te wisselen, invloed op de EU uit te oefenen en hun eigen mening over het regionaal en stedelijk beleid te uiten.

40.

Het CvdR stelt voor dat de Europese Commissie een artikel ter zake opneemt in de nieuwe versie van de gedelegeerde verordening van de Commissie betreffende de Europese gedragscode inzake partnerschap in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen. Hierdoor zou het respect voor en de inachtneming van de beginselen inzake partnerschappen in het algemeen en partnerschappen op verschillende bestuursniveaus bij het ontwikkelen van communicatieactiviteiten worden versterkt.

Verbetering van de communicatie over het cohesiebeleid in de periode na 2020

41.

Het CvdR stelt voor dat investeringen in communicatieprojecten in het toekomstige cohesiebeleid voor de periode na 2020 worden gefinancierd uit één welomschreven begrotingslijn, aangezien uit een vergelijking van communicatiestrategieën is gebleken dat het moeilijk is om de begrotingen voor deze activiteiten moeilijk samen te voegen en te vergelijken zijn doordat de strategieën op verschillende niveaus zijn vastgesteld met toewijzingen uit uiteenlopende fondsen, en doordat de kostensoorten en de kostenberekeningsmethoden niet altijd duidelijk zijn gedefinieerd.

42.

Het CvdR dringt erop aan om betere prestatie-indicatoren vast te stellen, gezien het feit dat er momenteel sprake is van een grote variëteit aan indicatoren, die niet zijn afgestemd op communicatieactiviteiten.

43.

Bij de uitwerking van strategieën voor de periode 2021-2027 zou rekening moeten worden gehouden met de resultaten van onderzoek naar de doeltreffendheid van de communicatie inzake het cohesiebeleid dat is verricht in het kader van door de EU gefinancierde projecten als “Cohesify” en “Perceive”, en zou moeten worden ingegaan op de geografische verdeling van ontevredenheid die naar voren is gekomen uit populistische debatten over het Europese project.

44.

We hebben behoefte aan flexibele branding- en zichtbaarheidsstrategieën: de EU-vlag moet alomtegenwoordig zijn in alle verplichte en informele materialen.

45.

Het CvdR is verheugd over de recente mededeling van de Europese Commissie (3) waarin zij benadrukt dat de unieke communicatie-uitdaging van Europa in tijden van fragmentatie en desinformatie moet worden aangepakt, en wijst erop dat het cohesiebeleid een centrale rol te spelen heeft om van de communicatie van de EU een gezamenlijke inspanning te maken waaraan alle bestuursniveaus en instellingen van de EU een bijdrage leveren.

46.

Het CvdR is voorstander van een vereenvoudiging van de communicatie over door de EU gefinancierde projecten, door uniforme branding (geen verwijzingen naar ESI-fondsen of het programmaniveau); één enkele nationale website die toegang biedt tot informatie over alle EU-programma’s en -fondsen; bijzondere zichtbaarheid voor strategisch belangrijke activiteiten en activiteiten waarmee kosten boven de 10 miljoen EUR zijn gemoeid; nationale communicatiecoördinatoren die verantwoordelijk zijn voor alle EU-fondsen en een belangrijke rol voor communicatiemedewerkers binnen programma’s; inhoudelijke integratie van een communicatiestrategie (afgeslankte versie) in programma’s; de mogelijkheid voor beheersautoriteiten om een financiële correctie (van maximaal 5 %) toe te passen als begunstigden niet aan de communicatievoorschriften voldoen; en de mogelijkheid tot hergebruik van communicatiemateriaal — beheersautoriteiten moeten (op verzoek) het recht hebben om het geproduceerde communicatiemateriaal waarover de EU-instellingen beschikken verder te gebruiken.

Brussel, 8 oktober 2019.

De voorzitter

van het Europees Comité van de Regio’s

Karl-Heinz LAMBERTZ


(1)  https://cor.europa.eu/en/events/Pages/ECON-sc-follow-up-UN-SDGs.aspx

(2)  Discussienota naar een Duurzaam Europa in 2030, Europese Commissie COM(2019)22 van 30 januari 2019, https://ec.europa.eu/commission/sites/beta-political/files/rp_sustainable_europe_30-01_en_web.pdf

(3)  Europese Commissie (2019): Europa in mei 2019. “Voorbereidingen voor een meer verenigde, sterkere en democratischere Unie in een steeds onzekerder wereld” (Brussel, 30 april 2019).


Top