Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62018TN0750

Zaak T-750/18: Beroep ingesteld op 21 december 2018 — Briois / Parlement

OJ C 82, 4.3.2019, p. 58–59 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

4.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 82/58


Beroep ingesteld op 21 december 2018 — Briois / Parlement

(Zaak T-750/18)

(2019/C 82/70)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Steeve Briois (Hénin-Beaumont, Frankrijk) (vertegenwoordiger: F. Wagner, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement

Conclusies

het besluit van het Europees Parlement van 24 oktober 2018 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Steeve Briois (2018/2075 IMM), houdende vaststelling van verslag A8-0349/2018 van de Commissie juridische zaken, nietig verklaren;

het Europees Parlement verwijzen in alle kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van zijn beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan schending van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie (hierna „Protocol”), voor zover de publicatie van Briois die in zijn lidstaat van herkomst tot strafrechtelijke vervolging heeft geleid, een meningsuiting tijdens de uitoefening van zijn parlementaire ambt in de zin van die bepaling vormt.

2.

Tweede middel, ontleend aan schending van artikel 9 van het Protocol, doordat het Parlement zowel de letter als de geest van die bepaling heeft miskend door het besluit tot opheffing de immuniteit van Briois vast te stellen, zodat dit nietig is.

3.

Derde middel, ontleend aan schending van de beginselen van gelijke behandeling en behoorlijk bestuur.

Verzoeker betoogt in de eerste plaats dat het Parlement het beginsel van gelijke behandeling heeft geschonden door hem anders te behandelen dan parlementsleden die zich in vergelijkbare situaties bevinden en dat het Parlement bijgevolg ook het beginsel van behoorlijk bestuur heeft geschonden, dat vereist dat de bevoegde instelling alle relevante elementen van het betrokken geval zorgvuldig en onpartijdig onderzoekt.

In de tweede plaats is verzoeker van mening dat uit een geheel van aanwijzingen kan worden opgemaakt dat duidelijk sprake is van fumus persecutionis jegens hem.


Top