Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62017CA0713

Zaak C-713/17: Arrest van het Hof (Derde kamer) van 21 november 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesverwaltungsgericht Oberösterreich — Oostenrijk) — Ahmad Shah Ayubi / Bezirkshauptmannschaft Linz-Land (Prejudiciële verwijzing — Richtlijn 2011/95/EU — Normen voor de inhoud van de internationale bescherming — Vluchtelingenstatus — Artikel 29 — Sociale voorzieningen — Verschil in behandeling — Vluchtelingen met een tijdelijk verblijfsrecht)

OJ C 25, 21.1.2019, p. 13–14 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

21.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 25/13


Arrest van het Hof (Derde kamer) van 21 november 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesverwaltungsgericht Oberösterreich — Oostenrijk) — Ahmad Shah Ayubi / Bezirkshauptmannschaft Linz-Land

(Zaak C-713/17) (1)

((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2011/95/EU - Normen voor de inhoud van de internationale bescherming - Vluchtelingenstatus - Artikel 29 - Sociale voorzieningen - Verschil in behandeling - Vluchtelingen met een tijdelijk verblijfsrecht))

(2019/C 25/16)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Landesverwaltungsgericht Oberösterreich

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Ahmad Shah Ayubi

Verwerende partij: Bezirkshauptmannschaft Linz-Land

Dictum

1)

Artikel 29 van richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake de normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, die bepaalt dat vluchtelingen met een tijdelijk verblijfsrecht in een lidstaat sociale bijstandsprestaties ontvangen waarvan het bedrag lager is dan het bedrag van de prestaties die worden toegekend aan onderdanen van deze lidstaat en aan vluchtelingen die in de bedoelde lidstaat een verblijfsrecht voor onbepaalde tijd hebben.

2)

Een vluchteling kan zich voor de nationale rechterlijke instanties beroepen op de onverenigbaarheid van een regeling als in het hoofdgeding met artikel 29, lid 1, van richtlijn 2011/95 om de uit die regeling resulterende beperking van zijn rechten te doen opheffen.


(1)  PB C 123 van 9.4.2018.


Top