Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018AE3230

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een meerjarig herstelplan voor mediterrane zwaardvis en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EU) 2017/2107 (COM(2018) 229 final — 2018/0109 (COD))

EESC 2018/03230

OJ C 440, 6.12.2018, p. 174–176 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

6.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 440/174


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een meerjarig herstelplan voor mediterrane zwaardvis en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EU) 2017/2107

(COM(2018) 229 final — 2018/0109 (COD))

(2018/C 440/30)

Afdelingsrapporteur:

Gabriel SARRÓ IPARRAGUIRRE

Raadpleging van het Europees Parlement

2.5.2018

Raadpleging Raad

14.5.2018

Rechtsgrondslag

Artikel 43, lid 2, en artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Besluit van de voltallige vergadering

22.5.2018

Bevoegde afdeling

Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu

Goedkeuring door de afdeling

5.9.2018

Goedkeuring door de voltallige vergadering

19.9.2018

Zitting nr.

537

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

181/1/3

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het EESC kan zich in grote lijnen vinden in het voorstel van de Europese Commissie om Aanbeveling 16-05 van de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) om te zetten in het recht van de Unie. Deze aanbeveling omvat een meerjarig herstelplan voor mediterrane zwaardvis waarmee wordt beoogd om uiterlijk in 2031 een biomassa te bereiken die een maximale duurzame opbrengst (MDO) kan opleveren met een waarschijnlijkheid van ten minste 60 %.

1.2.

Het Comité heeft vastgesteld dat de Europese Commissie zich niet heeft beperkt tot de omzetting van bovenvermelde ICCAT-aanbeveling, maar in haar voorstel ook een aantal punten heeft opgenomen die niet in deze aanbeveling voorkomen en die de Europese vissers concurrentienadeel zouden kunnen bezorgen ten opzichte van de vissers uit derde landen rond de Middellandse Zee, zoals Marokko, Algerije, Tunesië en Turkije, die ook actief zijn in deze tak van de visserij. Om te voorkomen dat de sociaaleconomische gevolgen voor Europese werkgevers en werknemers ernstiger zijn dan de gevolgen voor andere landen, verzoekt het EESC de medewetgevers dan ook om rekening te houden met onderstaande specifieke opmerkingen.

1.3.

Het EESC verzoekt de Commissie, de lidstaten en de landen rond de Middellandse Zee met klem alles in het werk te stellen om het gebruik van drijfnetten, waarvan het gebruik sinds 1998 verboden is, volledig uit te bannen, zodat de illegale vangst en verkoop van zwaardvis uit de Middellandse Zee, de gevolgen daarvan voor de markt en de oneerlijke concurrentie die dit met zich meebrengt voor de vissers die zich wel aan de regels houden, worden voorkomen.

2.   Inhoud van het Commissievoorstel

2.1.

Gezien de alarmerende toestand van mediterrane zwaardvis (Xiphias gladius) heeft de ICCAT tijdens haar jaarvergadering van 2016 door middel van Aanbeveling 16-05 een 15-jarig herstelplan voor deze vissoort vastgesteld. In de aanbeveling worden regels bepaald voor de instandhouding, het beheer en de controle van het zwaardvisbestand in de Middellandse Zee, om een biomassa te bereiken die in 2031 een maximale duurzame opbrengst kan opleveren met een waarschijnlijkheid van ten minste 60 %.

2.2.

Het onderhavige voorstel voor een verordening heeft tot doel deze aanbeveling, die sinds 2017 rechtstreeks van toepassing is, om te zetten in EU-recht om de Unie in staat te stellen haar internationale verplichtingen na te komen en marktdeelnemers rechtszekerheid te bieden met betrekking tot de regels en verplichtingen waaraan zij moeten voldoen.

2.3.

De belangrijkste onderdelen van het herstelplan zijn: vaststelling van een geleidelijk af te bouwen totale toegestane vangst (TAC) van 10 500 ton; vaststelling van een minimuminstandhoudingsreferentiegrootte van een lengte onderkaak-vork van minder dan 100 cm, een levend gewicht van minder dan 11,4 kg of een ontkieuwd en ontweid gewicht van minder dan 10,2 kg; vaststelling van een maximumaantal vishaken dat mag worden aangebracht of aan boord mag worden genomen op 2 500; een jaarlijkse sluitingsperiode van drie maanden, die loopt van 1 januari tot en met 31 maart; beperking van het aantal vissersvaartuigen, en soortgelijke controlemaatregelen als voor blauwvintonijn.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Het EESC staat achter de omzetting van ICCAT-aanbeveling 16-05 in het recht van de Unie en steunt daarom het initiatief van de Europese Commissie.

3.2.

Het Comité heeft echter geconstateerd dat het voorstel van de Europese Commissie verder gaat dan de ICCAT-aanbeveling en nieuwe voorschriften bevat die niet in deze aanbeveling voorkomen. Aangezien het visbestand in kwestie niet alleen door de EU-vloot wordt geëxploiteerd, maar ook door alle andere landen rond de Middellandse Zee — hetzij via gerichte visserij, zoals in het geval van Marokko, Algerije, Tunesië en Turkije, hetzij via bijvangsten — acht het Comité het niet opportuun om eenzijdig dergelijke aanvullende maatregelen te nemen, aangezien dit tot discriminatie van de Europese vissers kan leiden en dit voor de marktdeelnemers uit de Unie andere sociaaleconomische gevolgen kan hebben dan voor de vissers uit andere landen.

3.2.1.

Met het oog op toekomstige onderhandelingen dringt het Comité er bij de Europese Commissie op aan om in het kader van de ICCAT intensiever samen te werken met derde landen en aldus overeenkomsten te sluiten die oneerlijke concurrentie tussen vissers voorkomen, het herstel van biomassa bevorderen en de overgang naar de gewenste MDO versnellen.

3.3.

Het Comité herinnert de Commissie eraan dat het gebruik van drijfnetten voor de vangst van zwaardvis in de Middellandse Zee sinds 1998 verboden is. Gezien de gevolgen van het illegale gebruik van dit verboden vistuig door sommige marktdeelnemers voor de toestand van de zwaardvisbestanden in de Middellandse Zee en gelet op de oneerlijke concurrentie die dit met zich meebrengt voor marktdeelnemers die zich wel aan de regels houden, roept het EESC de Commissie, de lidstaten en de kuststaten op om alles in het werk te stellen om dit vistuig volledig uit te bannen.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.

Artikel 8, dat voorziet in een capaciteitsbeperking per vistuigtype, is niet slechts een omzetting van wat in paragraaf 6 van de ICCAT-aanbeveling staat („Gedurende de looptijd van het herstelplan geldt een capaciteitsbeperking. In 2017 beperken de verdragsluitende partijen (1) hun aantal vissersvaartuigen die gemachtigd zijn om op mediterrane zwaardvis te vissen tot hun gemiddelde jaarlijkse aantal vaartuigen die in de periode 2013-2016 mediterrane zwaardvis hebben bevist, aan boord gehouden, overgeladen, vervoerd of aangeland. De verdragsluitende partijen kunnen echter besluiten uit te gaan van hun aantal vaartuigen die in 2016 mediterrane zwaardvis hebben bevist, aan boord gehouden, overgeladen, vervoerd of aangeland, indien dat aantal lager is dan het gemiddelde jaarlijkse aantal vaartuigen in de periode 2013-2016. Deze beperking geldt per vistuigtype voor visserijvaartuigen”), maar bepaalt dat moet worden gekozen voor de optie die het kleinste aantal oplevert. Daarom stelt het Comité voor om paragraaf 6 van ICCAT-aanbeveling 16-05 letterlijk over te nemen.

4.2.

Het EESC is van mening dat de formulering van artikel 10, lid 2, misleidend kan zijn en kan worden geïnterpreteerd als een volledig verbod op de beugvisserij, terwijl de ICCAT-aanbeveling bedoeld is om te voorkomen dat jonge zwaardvis wordt gevangen met de kleine haak die wordt gebruikt door vaartuigen die in de Middellandse Zee op witte tonijn vissen. Daarom stelt het Comité de volgende formulering voor: „Om mediterrane zwaardvis te beschermen, is de vangst van mediterrane witte tonijn (Thunnus alalunga) verboden gedurende de periode van 1 oktober tot en met 30 november van elk jaar.”

4.3.

Artikel 14, lid 2, is een van de artikelen waarin de Commissie restrictiever is dan de ICCAT-aanbeveling, aangezien daarin wordt bepaald dat aan boord van vissersvaartuigen „2 500 niet-gebruiksklare reservehaken [zijn] toegestaan voor reizen van meer dan twee dagen”. In paragraaf 18 van de aanbeveling, daarentegen, worden deze haken wel toegestaan. Het voorstel van de Commissie zou een operationeel probleem opleveren voor de bemanning van vissersvaartuigen, die aan steeds meer verplichtingen moeten voldoen. Het EESC beveelt dan ook aan om de woorden „niet-gebruiksklare” uit dit artikel te schrappen en de bewoordingen van de aanbeveling te gebruiken: „Een tweede reeks gebruiksklare haken kan aan boord worden toegestaan voor reizen van meer dan twee dagen op voorwaarde dat deze benedendeks naar behoren zijn vastgemaakt en opgeborgen zodat zij niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt.”

4.4.

In artikel 18, lid 2, wordt bepaald dat „de doorgifte van VMS-gegevens van vangstvaartuigen (2) die gemachtigd zijn om op mediterrane zwaardvis te vissen [voor controledoeleinden], niet [wordt] onderbroken wanneer de vaartuigen in de haven zijn”. Het Comité is van mening dat dit voorstel onnodige extra kosten met zich mee kan brengen voor de vissers en stelt daarom voor om op grond van artikel 18, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, toe te staan dat het VMS-systeem in de haven wordt uitgeschakeld, op voorwaarde dat er steeds op dezelfde positie wordt in- en uitgeschakeld.

4.5.

Ook in artikel 20, lid 2, gaat de Commissie verder dan wat er in ICCAT-aanbeveling 16-05 staat. De Commissie stelt namelijk voor dat ten minste 20 % van de pelagische beugvisserijvaartuigen die vissen op mediterrane zwaardvis, wetenschappelijke waarnemers moet hebben. In paragraaf 44 van de ICCAT-aanbeveling staat echter: „Elke verdragsluitende partij zorgt ervoor dat ten minste 5 % van de pelagische beugvisserijvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter die vissen op mediterrane zwaardvis, nationale wetenschappelijke waarnemers aan boord moet hebben.” Het EESC acht het ongerechtvaardigd en onevenredig om het percentage te verhogen tot 20 %, aangezien het veelal om kleine vaartuigen gaat die vanwege ruimteproblemen en uit kostenoverwegingen maar moeilijk aan deze eis kunnen voldoen. Bovendien kunnen de vloten van derde landen die ondergrens van 5 % blijven hanteren. Daarom beveelt het Comité aan om het door de ICCAT verplicht gestelde percentage van 5 % te handhaven.

4.6.

In artikel 24, lid 2, staat dat de kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van minder dan twaalf meter ten minste vier uur vóór de verwachte tijd van aankomst in de haven bepaalde informatie moeten verstrekken aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat. Gezien de problemen die deze verplichting op bepaalde momenten kan opleveren voor kleine vissersvaartuigen, stelt het EESC voor om een zin toe te voegen die ervoor zorgt dat de lidstaten in uitzonderlijke gevallen kunnen afwijken van de termijn van vier uur. Zo zou bijvoorbeeld een formulering kunnen worden gebruikt die vergelijkbaar is met die van artikel 31, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1627 betreffende het herstelplan voor blauwvintonijn: „Indien de lidstaten krachtens het toepasselijke Unierecht gemachtigd zijn een kortere kennisgevingsperiode toe te passen dan die bedoeld in de leden 1 en 2, kan de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden blauwvintonijn worden gemeld op het toepasselijke tijdstip van kennisgeving vóór aankomst. Als de visgronden zich op minder dan vier uur van de haven bevinden, kan de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden blauwvintonijn te allen tijde worden gewijzigd vóór aankomst.”

Brussel, 19 september 2018.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Luca JAHIER


(1)  Verdragsluitende partijen bij het ICCAT-verdrag.

(2)  Satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen.


Top