Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018AE1658

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad „Aanpassing van het visumbeleid aan nieuwe uitdagingen” (COM(2018) 251 final) en over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 810/2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (COM(2018) 252 final — 2018/0061 (COD))

EESC 2018/01658

OJ C 440, 6.12.2018, p. 142–144 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

6.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 440/142


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad „Aanpassing van het visumbeleid aan nieuwe uitdagingen”

(COM(2018) 251 final)

en over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 810/2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode)

(COM(2018) 252 final — 2018/0061 (COD))

(2018/C 440/23)

Rapporteur:

Ionuț SIBIAN

Raadpleging

Europees Parlement, 16.4.2018

Raad, 2.5.2018

Commissie, 18.6.2018

Rechtsgrondslag

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

 

 

Bevoegde afdeling

Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap

Goedkeuring door de afdeling

19.7.2018

Goedkeuring door de voltallige vergadering

19.9.2018

Zitting nr.

537

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

168/0/1

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) beschouwt de Visumcode als een centraal onderdeel van het gemeenschappelijk visumbeleid omdat er een gemeenschappelijke reeks wettelijke bepalingen en operationele instructies mee wordt vastgelegd.

1.2.

Het EESC kan zich vinden in de voorgestelde geharmoniseerde procedures en voorwaarden van de Visumcode, waarmee kan worden voorkomen dat soortgelijke gevallen door EU-lidstaten verschillend worden behandeld en het mogelijk wordt om de behandeling van aanvragers af te stemmen op hun visumverleden. Er zouden ook inspanningen moeten worden geleverd om de beroepsprocedures in geval van visumweigering te harmoniseren.

1.3.

Het EESC is ingenomen met de voorgestelde geharmoniseerde regels voor meervoudige visa, waarvan de houders gedurende de geldigheidsduur ervan meerdere keren naar de EU kunnen reizen, want dit kan bijdragen aan economische groei, culturele en sociale ontwikkeling en uitwisselingen, wederzijdse ondersteuning en begrip.

1.4.

De visa voor één binnenkomst die aan de buitengrenzen zullen worden afgegeven en die in de Visumcode worden geïntroduceerd om toerisme van korte duur te promoten, laten de flexibiliteit en pragmatische houding van de lidstaten zien. Het EESC pleit ervoor eenzelfde benadering te volgen ten aanzien van andere aspecten van visumafgifte, om ervoor te zorgen dat éénloketfaciliteiten worden aangeboden.

1.5.

De Europese Unie moet proactief streven naar volledige visumwederkerigheid in haar betrekkingen met derde landen. Het EESC dringt er daarom bij de Commissie op aan om snel een raadpleging te houden en met heldere en uitvoerbare voorstellen te komen waarin zowel aandacht uitgaat naar versoepeling als veiligheid.

1.6.

Het EESC is het er echter volledig mee eens dat, voordat de Commissie een besluit neemt om de visumvrijstelling voor onderdanen van een derde land tijdelijk op te schorten, zij de mensenrechtensituatie in dat derde land in acht dient te nemen en rekening dient te houden met de mogelijke gevolgen van een opschorting van de visumvrijstelling voor die situatie.

1.7.

Tegelijkertijd beveelt het EESC aan alles in het werk te stellen om betrouwbare, relevante en (zo veel mogelijk) uniforme/vergelijkbare informatie te verzamelen over derde landen en over de situaties waarin lidstaten kunnen besluiten om de vrijstelling van de visumplicht tijdelijk op te schorten voor onderdanen van een derde land dat is opgenomen in bijlage II bij de verordening. Die bijlage omvat de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld.

1.8.

Het EESC raadt terughoudendheid aan als moet worden besloten over de constante (tweejarige) verhoging van de voorgestelde visumleges. Die verhoging zou niet automatisch mogen worden toegepast, in aanmerking nemende dat de voorgestelde kosten al hoog zijn in vergelijking met de economische groei en het ontwikkelingsniveau van een aantal van de betrokken derde landen.

1.9.

Het EESC staat in het licht van de technologische ontwikkeling achter de voorgestelde veranderingen in de Visumcode die verband houden met de aanvullende mogelijkheid om het aanvraagformulier elektronisch in te vullen en te ondertekenen. Tegelijkertijd vraagt het alle lidstaten zich positief op te stellen ten aanzien van het online indienen van visumaanvragen en de noodzakelijke aanpassingen door te voeren om een onlineprocedure mogelijk te maken. Het verzoekt de Commissie een realistische termijn vast te stellen voor de algemene invoering van onlinevisumaanvragen door de lidstaten.

1.10.

Het EESC vindt het een goede zaak dat de Commissie voorstelt om af te stappen van het principe dat alle visumaanvragers persoonlijk moeten verschijnen. Het staat achter en pleit voor regels die het online indienen van visumaanvragen mogelijk maken. Er zou moeten worden gestreefd naar de voor aanvragers meest gemakkelijke en snelle manier om vanuit hun woonplaats een visum aan te vragen, wat onder meer inhoudt dat zo nodig meer gebruik moet worden gemaakt van externe dienstverleners, dat voor een betere vertegenwoordiging moet worden gezorgd en dat de samenwerking tussen de diplomatieke posten van de lidstaten moet worden vergroot.

1.11.

Het EESC beveelt de Commissie aan om de huidige categorieën aanvragers die voor visumvrijstellingen in aanmerking komen, te herzien en duidelijker te definiëren. Ook zou moeten worden overwogen om vrijstellingen van leges aan te bieden aan ouderen en aan vertegenwoordigers van non-profitorganisaties die deelnemen aan door zulke organisaties gehouden seminars, conferenties, sportieve, culturele of educatieve evenementen. Voor die vertegenwoordigers zou geen leeftijdsgrens mogen gelden of zou die ten minste moeten worden verhoogd.

1.12.

Gelet op de bepaling dat deze verordening van toepassing is „op onderdanen van derde landen die bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit dienen te zijn van een visum […], zulks onverminderd: de rechten van vrij verkeer die worden genoten door onderdanen van derde landen die familieleden van burgers van de Unie zijn” en in het licht van de recente ontwikkelingen in de lidstaten ten aanzien van de definitie van het begrip „familie” wijst het EESC erop dat het van belang is een gangbare praktijk vast te stellen om discriminatie bij de vaststelling van „familiebanden” te voorkomen.

2.   Algemene opmerkingen

2.1.

Het EESC neemt kennis van de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de noodzaak om het gemeenschappelijk visumbeleid aan te passen aan nieuwe uitdagingen, en steunt daarom de twee voorstellen voor een verordening resp. betreffende de visumcode van de Unie en tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld.

2.2.

Het EESC begrijpt daarom dat de Visumcode gevolgen heeft die verder reiken dan de doelstelling om gemeenschappelijke wettelijke bepalingen en aanvraagprocedures vast te stellen, en behalve op het vergemakkelijken van legaal reizen en het bestrijden van illegale immigratie ook een impact heeft op de economische groei en werkgelegenheid, al werd dit aanvankelijk niet met de Visumcode beoogd. In 2017 werden 16,1 miljoen aanvragen voor eenvormige visa ingediend bij de consulaten van de Schengenlanden en dit aantal neemt toe. In meer dan de helft van de gevallen werden meervoudige visa afgegeven, terwijl 1,3 miljoen aanvragen — 8 % van het totaal — werden afgewezen (1).

2.3.

Het EESC is ingenomen met de voorgestelde veranderingen die zijn bedoeld om het aanvragen van een visum voor zowel aanvragers als consulaten te vereenvoudigen, namelijk: de mogelijkheid om een aanvraag zes maanden voor de geplande reis in te dienen (negen maanden voor zeevarenden), de verduidelijkingen en uitbreiding van de categorieën personen die namens de aanvrager een aanvraag kunnen indienen en de harmonisatie van de bewijsstukken. Zeer positief is de inachtneming van het principe dat aanvragers voor het indienen van een aanvraag zich slechts naar één plaats hoeven te begeven.

2.4.

Het EESC is zich er echter van bewust dat het soms lastig blijft om consulaten te bereiken, met name in derde landen waar de meeste lidstaten alleen in de hoofdstad een vertegenwoordiging hebben en aanvragers daarom worden geconfronteerd met hoge kosten (zowel qua tijd als geld) als zij lange afstanden moeten afleggen om bij een consulaat te komen. Het EESC vindt het daarom een goede zaak dat de Commissie voorstelt om af te stappen van het principe dat alle visumaanvragers persoonlijk moeten verschijnen. Het vraagt de lidstaten de noodzakelijke aanpassingen door te voeren om het online indienen van visumaanvragen mogelijk te maken. Tegelijkertijd juicht het toe dat allerlei maatregelen worden genomen om aanvragers in staat stellen op de voor hen meest gemakkelijke en snelle manier vanuit hun woonplaats een visum aan te vragen, wat onder meer inhoudt dat zo nodig meer gebruik wordt gemaakt van externe dienstverleners, dat voor een betere vertegenwoordiging wordt gezorgd en dat de samenwerking tussen de diplomatieke posten van de lidstaten wordt vergroot.

2.5.

In het licht van de onlangs in werking getreden nieuwe regels inzake gegevensbescherming en privacy (algemene verordening gegevensbescherming, AVG) benadrukt het EESC dat externe dienstverleners over de capaciteiten dienen te beschikken om de veiligheid van de verzamelde persoonsgegevens te garanderen. De lidstaten zouden alle nodige maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat de ondernemingen die visadiensten aanbieden (aan Europese onderdanen, of aan niet-Europese onderdanen voor Europese visa) hun beleid op het gebied van gegevensbescherming wijzigen om aan de AVG te voldoen.

2.6.

De nieuwe kortere termijnen voor het indienen van visumaanvragen en voor het nemen van beslissingen daarover alsmede de harmonisatie van de mogelijkheid om eenvormige visa af te geven (m.n. wat betreft beslissingen over de afgifte van meervoudige visa) kunnen de goedkeuring van het EESC wegdragen. Dat geldt ook voor het nieuw voorgestelde artikel 25 bis „Samenwerking op het gebied van overname”, dat is bedoeld om de medewerking van derde landen bij de overname van irreguliere migranten te vergroten door een restrictieve en tijdelijke toepassing van duidelijk omschreven maatregelen mogelijk te maken. Er moet een geharmoniseerde aanpak worden ontwikkeld om de visumaanvraagprocedure te vereenvoudigen voor aanvragers die al eerder naar de EU zijn gereisd.

2.7.

Het EESC ziet in dat moet worden gezorgd voor samenhang tussen het visumbeleid en de verbintenissen die op andere beleidsterreinen zijn aangegaan (bijv. in handelsovereenkomsten), en dat die samenhang realistisch moet zijn. Ten aanzien van visumvrijstellingsovereenkomsten die lidstaten met bepaalde derde landen hebben gesloten, zou de algemeen aanvaarde oplossing moeten worden gekozen. De Europese Unie moet proactief streven naar volledige visumwederkerigheid in haar betrekkingen met derde landen.

2.8.

Het EESC begrijpt de redenen voor de voorgestelde herziening van artikel 16 van de Visumcode, namelijk de verhoging van de visumleges met 1/3, maar is bezorgd over de mogelijke belemmeringen die deze verhoging zou kunnen opwerpen voor de onderdanen van een aantal derde landen met een aanzienlijk lager ontwikkelings- en welvaartsniveau dan de EU-lidstaten. De vergelijking van de hoogte van de visumleges met de reiskosten en andere uitgaven die visumaanvragers hebben, valt niet gunstig uit omdat het huidige ruime aanbod aan goedkope vervoers- en overnachtingsmogelijkheden ertoe kan leiden dat de gehele reis minder of evenveel kost als de visumleges.

2.9.

Wat betreft het voorstel om de visumleges elke twee jaar te herzien, vindt het EESC dat overwogen zou moeten worden om die leges te verlagen naar aanleiding van de eventuele invoering van elektronische visumaanvraagprocedures (die lagere administratieve en personeelskosten voor de lidstaten kunnen inhouden). De Commissie stelt in haar mededeling over de aanpassing van het gemeenschappelijk visumbeleid aan nieuwe uitdagingen dat de meeste lidstaten geïnteresseerd zijn in de voordelen van digitale visa (o.a. lagere kosten voor consulaten en een efficiëntere en klantvriendelijkere aanvraagprocedure dan bij aanvragen op papieren).

2.10.

Gelet op de huidige en voorgestelde hoogte van de visumleges vindt het EESC dat moet worden nagedacht over vrijstellingen van die leges voor vertegenwoordigers van non-profitorganisaties die deelnemen aan door zulke organisaties gehouden seminars, conferenties, sportieve, culturele of educatieve evenementen. Voor die vertegenwoordigers zou geen leeftijdsgrens mogen gelden of zou die ten minste moeten worden verhoogd (in de huidige wetgeving is er een leeftijdsgrens: 25 jaar of jonger). Tevens zouden senioren moeten worden vrijgesteld van visumleges, om hun actieve integratie in de samenleving en kwaliteit van leven te bevorderen.

Brussel, 19 september 2018.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Luca JAHIER


(1)  Visastatistieken voor consulaten, 2017 (https://ec.europa.eu/home-affairs/what-we-do/policies/borders-and-visas/visa-policy#stats).


Top