Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018AE2790

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen (COM(2018) 373 final — 2018/0198 (COD))

EESC 2018/02790

OJ C 440, 6.12.2018, p. 124–127 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

6.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 440/124


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen

(COM(2018) 373 final — 2018/0198 (COD))

(2018/C 440/20)

Rapporteur:

Etele BARÁTH

Raadpleging

Europees Parlement, 11.6.2018

Raad van de Europese Unie, 19.6.2018

Rechtsgrondslag

Artikelen 175 en 304 VWEU

 

 

Bevoegde afdeling

Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang

Goedkeuring door de afdeling

7.9.2018

Goedkeuring door de voltallige vergadering

19.9.2018

Zitting nr.

537

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

195/1/3

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is ingenomen met de door de Europese Commissie voorgestelde verordening betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen (hierna: het mechanisme). Dit voorstel getuigt volgens het EESC van een nieuwe benadering en kan leiden tot meer mogelijkheden voor op subsidiariteit gebaseerde samenwerking tussen de lidstaten, een duurzame en evenwichtigere sociaal-economische ontwikkeling van de grensregio’s en een toename van het bbp van de EU.

1.2.

Het EESC vindt de redenen voor het voorstel gegrond, want ook al bestaan er al meerdere institutionele instrumenten ter ondersteuning van grensregio’s (o.a. Interreg en de EGTS), zij beschikken niet over de vereiste bevoegdheden om de desbetreffende wettelijke maatregelen te nemen.

1.3.

Naar de mening van het EESC kan de tenuitvoerlegging van het verordeningsvoorstel historische belemmeringen uit de weg helpen ruimen, bijdragen aan de verspreiding van Europees gerichte praktijken in het leven van alledag en het besef van Europees burgerschap verstevigen.

1.4.

Het EESC dringt er bij de Commissie op aan helderheid te scheppen over alle kwesties die juridische onzekerheid creëren, zodat de als complex beschouwde procedure met haar vele buitensporige waarborgen geen afschrikkende werking heeft op potentiële gebruikers van de nieuwe wetgeving. Er moet duidelijk vastgelegd worden hoe twee aangrenzende lidstaten kunnen worden gestimuleerd samen te werken als hun opvattingen over een project uiteenlopen of ze er in het algemeen een andere aanpak op nahouden.

1.5.

Het EESC wijst erop dat permanent toezicht op de correcte toepassing van de verordening nodig is omdat die niet de oplossingen maar de procedure zelf regelt en een kader met talloze samenwerkingsmogelijkheden kan bieden.

1.6.

Positief is dat de ontwerpverordening veeleer harmoniseert dan uniformiseert. De afbakening van het territoriale toepassingsgebied is dan ook van groot belang voor de uitvoerbaarheid ervan (zie par. 2.7.4).

1.7.

Verder gaat het verordeningsvoorstel uit van het principe dat een oplossing voor een bepaald probleem zou zijn om de geldende wetgeving aan de andere kant van de grens toe te passen. Dat is in veel gevallen echter niet mogelijk: het kan zijn dat er aan beide kanten van de grens helemaal geen wetgeving is waarmee een bepaald probleem kan worden opgelost. De oplossing kan dan wellicht in een derde land worden gevonden. Voor dit soort situaties zou een instrument moeten worden voorgesteld.

1.8.

Het EESC is ingenomen met de door de Commissie ingevoerde coördinatie en rekent erop dat de grensoverschrijdende coördinatiepunten de oude „goede praktijkvoorbeelden” verspreiden (grensoverschrijdende programma’s enz.) en initiatieven een territoriale dimensie geven (bijv. samenhang met de geïntegreerde macroregionale strategieën voor stedelijke ontwikkeling). Het beveelt in dit verband aan om de deskundigheid en coördinatiecapaciteit van maatschappelijke organisaties te benutten (zie par. 2.14.2).

1.9.

De ontwerpverordening kan bijdragen tot de verdere versterking van een innovatief en verantwoordelijk Europees openbaar bestuur, maar het EESC vindt dat aan de betrokken partijen een informatieverplichting moet worden opgelegd om de mogelijkheden voor grensoverschrijdende samenwerking onder de aandacht te brengen. Het stelt voor om deelname te vereenvoudigen en aantrekkelijker te maken met behulp van de instrumenten voor e-overheid.

1.10.

Het EESC beveelt aan goed in de gaten te houden of er geen sprake is van aanzienlijk scheve verhoudingen tussen potentiële initiatiefnemers. Zulke verhoudingen zouden moeten worden rechtgetrokken met steun om de deelname van de initieel minst begunstigde partners te vergemakkelijken.

1.11.

Wat grensoverschrijdende juridische initiatieven en praktijken betreft, dient elke mogelijke verslechtering te worden voorkomen. In het bijzonder moet erop worden gelet dat geen van de partijen ten gevolge van de samenwerking wordt benadeeld of schade lijdt.

2.   Algemene opmerkingen

2.1.

Het EESC staat achter initiatieven die belemmeringen voor de interne markt uit de weg ruimen en de vier fundamentele vrijheden ervan helpen verwezenlijken (1). Het beschouwt het voorstel voor een grensoverschrijdend mechanisme, dat getuigt van de doeltreffende werkzaamheden van het Luxemburgse voorzitterschap, als een verdere stap in deze richting.

2.2.

De EU telt 40 interne grensregio’s, die samen 40 % van haar grondgebied beslaan en goed zijn voor bijna 30 % van haar bevolking. Dagelijks steken 1,3 miljoen mensen de grens over om te gaan werken (2).

2.3.

Zo’n grensoverschrijdend leven kan leiden tot moeilijkheden op het werk, in de gezondheidszorg, bij de gebruikmaking van door overheidsinstanties aangeboden diensten of in noodsituaties. Als belastingregelingen, pensioenrechten en andere rechten en normen niet worden erkend en gezamenlijke dienstverlening in geval van nood ontbreekt, kan dat ernstige problemen opleveren. De meeste belemmeringen vloeien voort uit wetgeving die aan weerskanten van de grens uiteenloopt, onverenigbare administratieve procedures of simpelweg het ontbreken van gezamenlijke territoriale planning (3).

2.4.

Grensregio’s presteren over het algemeen economisch echter minder goed dan andere regio’s in een lidstaat. De bewoners van grensregio’s hebben doorgaans minder gemakkelijk toegang tot openbare diensten zoals ziekenhuizen en universiteiten. Particulieren, bedrijven en overheden in grensregio’s stuiten op specifieke problemen als ze hun weg proberen te vinden tussen twee verschillende administratieve en juridische systemen. Onderzoekers van de technische universiteit van Milaan hebben aangetoond dat als de huidige administratieve belemmeringen uit de weg worden geruimd, het bbp van de EU met ongeveer 8 % zou kunnen stijgen (4).

2.5.

Gelet op de sociale dimensie van deze uitdaging vindt het EESC het heel belangrijk mechanismen in te voeren die administratieve belemmeringen uit de weg ruimen zodat burgers in alle vrijheid een baan kunnen kiezen en de ontwikkeling van infrastructuur en diensten van algemeen belang wordt bevorderd.

2.6.

Ook vanuit economisch oogpunt is de in het voorstel gevolgde benadering positief omdat die zal leiden tot een grotere vermindering van de administratieve lasten, wat in het belang is van werkgevers en werknemers.

2.7.

Grensregio’s zijn vanwege hun perifere ligging economisch en sociaal gezien vaak minder welvarend (5). Met het voorliggende initiatief zou een nuttige bijdrage kunnen worden geleverd aan het vergroten van de territoriale samenhang, dat wil zeggen de harmonieuze ontwikkeling van alle regio’s door hun inwoners in staat te stellen de regionale mogelijkheden optimaal te benutten. In lijn met het Verdrag van Lissabon (6) is het EESC van mening dat de regionale diversiteit kan worden aangewend ten voordele van de duurzame ontwikkeling van de gehele EU.

2.7.1.

Het EESC betreurt het dat de Commissie geen participatief proces is gestart dat had kunnen uitmonden in een overkoepelende en geïntegreerde strategie voor een duurzaam Europa in 2030 en daarna (7). De contextualisering van het nieuwe mechanisme is daarom bijzonder belangrijk: de nieuwe grensoverschrijdende coördinatiepunten zouden volgens het EESC niet alleen moeten zorgen voor juridische harmonisatie, maar ook voor de integratie van initiatieven in de verschillende territoriale procedures.

2.7.2.

Die territoriale procedures omvatten onder meer de territoriale strategieën voor de diverse niveaus (bijv. macroregionale strategieën of geïntegreerde strategieën voor stedelijke ontwikkeling) en ook de ervaringen met de Europese programma’s voor territoriale samenwerking zijn erin geïntegreerd, met name de ervaringen en uitkomsten van grensoverschrijdende programma’s.

2.7.3.

De kracht van de huidige formulering van het voorstel in vergelijking met eerdere ideeën is dat de mogelijkheid van maritieme samenwerking niet wordt uitgesloten (zodat het mechanisme kan worden toegepast op dynamische maritieme samenwerkingsverbanden, zoals die zijn opgericht in de regio Groot-Kopenhagen en tussen Helsinki en Tallinn, en bijvoorbeeld ook op de zich snel ontwikkelende betrekkingen tussen Italië en Kroatië).

2.7.4.

Het territoriale toepassingsgebied van de ontwerpverordening is het NUTS 3-niveau, maar op grond van de interpretatie van het voorstel moet het mechanisme worden toegepast op de kleinst mogelijke te rechtvaardigen territoriale eenheid, wat lof verdient. Het is echter van belang dat de verordening wordt aangepast voor gevallen waarin het territoriale toepassingsgebied zich verder moet uitstrekken dan de voorgestelde administratieve grenzen (zo moet de radiofrequentie van ambulances eventueel een groter gebied bestrijken).

2.8.

Zoals ook blijkt uit het nieuwe voorstel voor de EU-begroting, is milieubescherming onmiskenbaar een prioriteit geworden: de Commissie stelt voor om de financiering voor milieu en klimaatactie te verhogen (8). Het spreekt voor zich dat elke inspanning om te komen tot een coherente aanpak voor het Europese ecosysteem waarmee de natuur kan worden beschermd, moet worden toegejuicht.

2.9.

Het EESC is van mening dat grensoverschrijdende samenwerking verder zou moeten gaan dan juridische harmonisatie (ondersteuning van meertaligheid enz.). Dit sluit aan op de mededeling van de Commissie „Groei en cohesie stimuleren in grensregio’s van de EU” (9) (waarin aan de hand van tien voorstellen dieper wordt ingegaan op de vraag hoe de EU en de lidstaten de complexiteit, de tijdrovendheid en de kosten van grensoverschrijdende interactie kunnen verminderen en de bundeling van diensten langs binnengrenzen kunnen bevorderen).

2.10.

Niettemin valt te vrezen dat de invoering van het mechanisme op vrijwillige basis zal leiden tot nog meer juridische en administratieve versnippering in Europa, en dat bovendien de praktijken van de meest ontwikkelde en minder ontwikkelde lidstaten aanzienlijk uiteen zullen gaan lopen. Die laatste hebben niet alleen te maken met andere juridische belemmeringen, maar ook met grotere uitdagingen, bijvoorbeeld op economisch vlak.

2.11.

Het EESC is zich ervan bewust dat juridische harmonisatie veel tijd vergt, maar moedigt de lidstaten toch aan om een zo homogeen mogelijke structuur in te voeren. Al met al lijkt het verordeningsvoorstel erop gericht de procedurele termijnen te verkorten om lokale actoren te beschermen. De complexiteit van het mechanisme en de lengte van de bureaucratische procedures vereisen evenwel een grote samenwerkingsbereidheid om de geplande termijnen te kunnen naleven.

2.12.

De opzet van het nieuwe institutionele systeem op meerdere niveaus roept eveneens vragen op. Het kader voor het functioneren van de betrokken instanties moet zo worden afgebakend dat eventuele belemmeringen geen gevolgen hebben voor de autoriteiten (onvoldoende capaciteit enz.).

2.13.

Het EESC is in dit verband ingenomen met de coördinerende rol van de Commissie, die mogelijk is geworden door de oprichting van het „Border Focal Point” in september 2017 (10).

2.13.1.

Niettemin is het EESC bezorgd over het gebrek aan Europese financiering, wat met name voor de minst ontwikkelde lidstaten een probleem zou kunnen vormen. Het vindt het daarom van belang te voorzien in een mogelijkheid om de verschillende financieringsfondsen en het mechanisme aan elkaar te koppelen.

2.14.

Heel positief is het bottom-upkarakter van het initiatief, aangezien de harmonisatieprocedure begint bij lokale actoren, dat wil zeggen degenen die daadwerkelijk te kampen hebben met grensoverschrijdende belemmeringen.

2.14.1.

Aangezien lokale actoren door maatschappelijke organisaties worden gemobiliseerd, zijn die laatste uitermate goed in staat om lokale problemen op te sporen en oplossingen voor te stellen. Het EESC vindt hun deelname daarom van bijzonder groot belang en beveelt aan om hun deskundigheid en coördinatiecapaciteit te benutten (bijv. op basis van interregionale indicatoren van kamers van koophandel of bestaande samenwerkingsverbanden tussen vakbonden en belangengroepen). Het is eveneens belangrijk om de werkzaamheden van de nationale en regionale sociaaleconomische raden in aanmerking te nemen.

2.14.2.

De lidstaten dienen bovendien het maatschappelijk middenveld op grote schaal te ondersteunen zodat de economisch minder begunstigde betrokkenen ook over alle mogelijkheden kunnen worden geïnformeerd en daarvan kunnen profiteren.

2.14.3.

Daarom zouden de werkzaamheden van de door grensregio’s opgerichte organisaties moeten worden gesteund (zoals de Vereniging van Europese grensregio’s, de „Mission Opérationnelle Transfrontalière” en de Centrale Europese Dienst voor grensoverschrijdende initiatieven), teneinde de belangen van grensgebieden te behartigen en contacten, uitwisseling van ervaringen en samenwerking tussen betrokkenen te bevorderen.

Brussel, 19 september 2018.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Luca JAHIER


(1)  PB C 125 van 21.4.2017, blz. 1.

(2)  http://ec.europa.eu/regional_policy/nl/information/publications/communications/2017/boosting-growth-and-cohesion-in-eu-border-regions

(3)  http://ec.europa.eu/regional_policy/nl/policy/cooperation/european-territorial/cross-border/review/

(4)  Camagni et al., Quantification of the effects of legal and administrative border obstacles in land border regions, Europese Commissie, Brussel, 2017.

(5)  http://ec.europa.eu/regional_policy/sources/docoffic/official/reports/cohesion7/7cr_nl.pdf

(6)  PB C 306 van 17.12.2007.

(7)  PB C 345 van 13.10.2017, blz. 91.

(8)  http://europa.eu/rapid/press-release_IP-18-4002_nl.htm

(9)  http://ec.europa.eu/regional_policy/nl/information/publications/communications/2017/boosting-growth-and-cohesion-in-eu-border-regions

(10)  http://europa.eu/rapid/press-release_IP-17-3270_nl.htm


Top