Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017AR3561

Advies van het Europees Comité van de Regio’s over Europa in beweging: arbeidsaspecten van wegvervoer

OJ C 176, 23.5.2018, p. 57–65 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

23.5.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 176/57


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over Europa in beweging: arbeidsaspecten van wegvervoer

(2018/C 176/13)

Rapporteur:

Spyros Spyridon (EL/EVP), lid van de gemeenteraad van Poros

Referentiedocumenten:

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 wat betreft de minimumeisen voor maximale dagelijkse en wekelijkse rijtijden, minimumonderbrekingen en dagelijkse en wekelijkse rusttijden, en Verordening (EU) nr. 165/2014 wat betreft positionering door middel van tachografen

COM(2017) 277 final

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector

COM(2017) 278 final

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1071/2009 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1072/2009 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de sector

COM(2017) 281 final

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EU betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg

COM(2017) 282 final

I.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

COM(2017) 277 final/1

Artikel 1, lid 5, punt c)

Als volgt wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel

c)

de volgende leden 8 bis en 8 ter worden ingevoegd:

c)

de volgende leden 8 bis, 8 ter en 8 quater worden ingevoegd:

 

„8 bis   De normale wekelijkse rusttijden en wekelijkse rusttijden van meer dan 45 uur ter compensatie van eerdere verkorte wekelijkse rusttijden, mogen niet in een voertuig worden genomen. Zij worden genomen in een passend verblijf met geschikte slaapfaciliteiten en sanitaire voorzieningen,

 

„8 bis   De normale wekelijkse rusttijden en wekelijkse rusttijden van meer dan 45 uur ter compensatie van eerdere verkorte wekelijkse rusttijden, mogen niet in een voertuig worden genomen. Zij worden genomen in een passend verblijf met geschikte slaapfaciliteiten en sanitaire voorzieningen,

 

a)

dat ter beschikking wordt gesteld of betaald door de werkgever, of

b)

thuis of op een andere privélocatie die door de bestuurder wordt gekozen.

 

a)

dat ter beschikking wordt gesteld of betaald door de werkgever, of

b)

thuis of op een andere privélocatie die door de bestuurder wordt gekozen.

 

8 ter   Een vervoeronderneming plant de werkzaamheden van een bestuurder zodanig dat deze per periode van drie opeenvolgende weken ten minste één normale wekelijkse rusttijd of een wekelijkse rusttijd van meer dan 45 uur ter compensatie van een verkorte wekelijkse rusttijd thuis kan nemen.”;

 

8 ter     Lid 8 bis is niet van toepassing wanneer de normale wekelijkse rusttijden en andere rusttijden van meer dan 45 uur ter compensatie van eerdere verkorte wekelijkse rusttijden, worden genomen op een veilige plek met behoorlijke sanitaire voorzieningen, en de cabine van de bestuurder voldoet aan de voorschriften die zullen worden vastgelegd door het in artikel 24, lid 1, van de huidige verordening bedoelde Comité wegvervoer.

 

 

8 quater    Een vervoeronderneming plant de werkzaamheden van een bestuurder zodanig dat deze per periode van drie opeenvolgende weken ten minste één normale wekelijkse rusttijd of een wekelijkse rusttijd van meer dan 45 uur ter compensatie van een verkorte wekelijkse rusttijd thuis kan nemen.”;

Motivering

Op veel snelwegen ontbreekt het aan de in lid 8 bis bedoelde accommodatie voor bestuurders en veilige parkeerplaatsen.

In zijn huidige vorm discrimineert de bepaling bestuurders uit perifere EU-lidstaten die noodzakelijkerwijs meer dagen onderweg zijn dan hun collega's uit centraal gelegen lidstaten. Deze bepaling zou de kosten voor ondernemingen uit perifere lidstaten doen stijgen.

Wijzigingsvoorstel 2

COM(2017) 277 final/1

Artikel 2

Als volgt wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel

Verordening (EU) nr. 165/2014 wordt als volgt gewijzigd:

Verordening (EU) nr. 165/2014 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

artikel 8, lid 1, tweede streepje, wordt vervangen door:

(1)

artikel 8, lid 1, tweede streepje, wordt vervangen door:

 

„—

iedere drie uur van de bij elkaar opgetelde rijtijd en telkens wanneer het voertuig de grens oversteekt;”;

 

„—

iedere drie uur van de bij elkaar opgetelde rijtijd en telkens wanneer het voertuig de grens oversteekt;”;

(1)

artikel 34, lid 7, eerste alinea, wordt vervangen door:

(1)

artikel 34, lid 7, eerste alinea, wordt vervangen door:

 

„7.   De bestuurder vermeldt in de digitale tachograaf het symbool van het land waar de werkperiode van de dag is begonnen en geëindigd, en bij aankomst op een geschikte stopplaats ook waar en wanneer hij in het voertuig een grens is overgestoken. Een lidstaat kan de bestuurder van voertuigen die op zijn grondgebied binnenlands vervoer verrichten echter verplichten bij het landsymbool nadere geografische gegevens te verstrekken, mits deze nadere geografische gegevens door de betrokken lidstaat vóór 1 april 1998 aan de Commissie zijn meegedeeld.”

 

„7.   De bestuurder vermeldt in de digitale tachograaf het symbool van het land waar de werkperiode van de dag is begonnen en geëindigd, en bij aankomst op een geschikte stopplaats ook waar en wanneer hij in het voertuig een grens is overgestoken. Een lidstaat kan de bestuurder van voertuigen die op zijn grondgebied binnenlands vervoer verrichten echter verplichten bij het landsymbool nadere geografische gegevens te verstrekken, mits deze nadere geografische gegevens door de betrokken lidstaat vóór 1 april 1998 aan de Commissie zijn meegedeeld.”

 

(3)

Artikel 3, lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

Vijf jaar nadat nieuw ingeschreven voertuigen een tachograaf moeten hebben zoals bepaald in de artikelen 8, 9 en 10, worden voertuigen die in een andere lidstaat dan de lidstaat van inschrijving worden gebruikt, van zo'n tachograaf voorzien.

 

(4)

Artikel 9, lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

Vijf jaar nadat nieuw ingeschreven voertuigen een tachograaf moeten hebben, zoals bepaald in dit artikel en in de artikelen 8 en 10, rusten de lidstaten hun controleautoriteiten in passende mate uit met apparatuur voor vroegtijdige detectie op afstand die noodzakelijk is om de in dit artikel bedoelde gegevensoverdracht mogelijk te maken, met inachtneming van hun specifieke handhavingsvoorschriften en -strategieën. Tot die tijd mogen de lidstaten besluiten of hun controleautoriteiten worden uitgerust met dergelijke vroegtijdige detectieapparatuur op afstand.

Motivering

Dankzij slimme tachografen kunnen snelle, interoperabele digitale controles worden uitgevoerd en de regels worden gehandhaafd. De termijn van 2034 is onaanvaardbaar. Vandaar dat wordt voorgesteld „vijftien jaar” te vervangen door „vijf jaar”, zodat een redelijke overgangsperiode voor de wegvervoerders verzekerd is.

Wijzigingsvoorstel 3

COM(2017) 278 final — deel 1

Artikel 2

Lid 4 wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel

De lidstaten mogen alleen de volgende administratieve eisen en controlemaatregelen opleggen:

De lidstaten mogen alleen de volgende administratieve eisen en controlemaatregelen opleggen:

(a)

de verplichting voor een in een andere lidstaat gevestigde wegvervoerondernemer om uiterlijk bij aanvang van de terbeschikkingstelling een verklaring van terbeschikkingstelling te sturen aan de nationale bevoegde autoriteiten, in elektronische vorm en in een officiële taal van de gastlidstaat of in het Engels, waarin alleen de volgende gegevens zijn opgenomen:

(a)

de verplichting voor een in een andere lidstaat gevestigde wegvervoerondernemer om uiterlijk bij aanvang van de terbeschikkingstelling een verklaring van terbeschikkingstelling te sturen aan de nationale bevoegde autoriteiten, in elektronische vorm en in een officiële taal van de gastlidstaat of in het Engels, waarin alleen de volgende gegevens zijn opgenomen:

 

i)

de identiteit van de wegvervoeronderneming;

 

i)

de identiteit van de wegvervoeronderneming;

 

(ii)

de contactgegevens van een vervoersmanager of een andere contactpersoon in de lidstaat van vestiging die optreedt als tussenpersoon met de bevoegde autoriteiten van de gastlidstaat waarin de diensten worden verleend en met wie documenten of berichten worden uitgewisseld;

 

(ii)

de contactgegevens van een vervoersmanager of een andere contactpersoon in de lidstaat van vestiging die optreedt als tussenpersoon met de bevoegde autoriteiten van de gastlidstaat waarin de diensten worden verleend en met wie documenten of berichten worden uitgewisseld;

 

(iii)

het verwachte aantal ter beschikking gestelde bestuurders en hun identiteit;

 

(iii)

het verwachte aantal ter beschikking gestelde bestuurders en hun identiteit;

 

(iv)

de verwachte duur, de voorgenomen begin- en einddatum van de terbeschikkingstelling;

 

(iv)

de verwachte duur, de voorgenomen begin- en einddatum van de terbeschikkingstelling;

 

(v)

de kentekenplaten van de voertuigen die voor de terbeschikkingstelling worden gebruikt;

 

(v)

de kentekenplaten van de voertuigen die voor de terbeschikkingstelling worden gebruikt;

 

(vi)

het soort vervoersdiensten: goederen-, passagiers- of internationaal vervoer, cabotage;

 

(vi)

het soort vervoersdiensten: goederen-, passagiers- of internationaal vervoer, cabotage;

(b)

de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig een papieren of elektronische kopie te bewaren van de verklaring van terbeschikkingstelling en een bewijs dat het vervoer plaatsvindt in de gastlidstaat, zoals een elektronische vrachtbrief (e-CMR) of een in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad bedoeld bewijs, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;

(b)

de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig een papieren of elektronische kopie te bewaren van de verklaring van terbeschikkingstelling en een bewijs dat het vervoer plaatsvindt in de gastlidstaat, zoals een elektronische vrachtbrief (e-CMR) of een in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad bedoeld bewijs, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;

(c)

de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig de tachograafgegevens te bewaren, met name de landencodes van de lidstaten waar de bestuurder zich bevond tijdens internationaal vervoer over de weg of cabotage, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;

(c)

de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig de tachograafgegevens te bewaren, met name de landencodes van de lidstaten waar de bestuurder zich bevond tijdens internationaal vervoer over de weg of cabotage, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;

(d)

de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig een papieren of elektronische kopie te bewaren van de arbeidsovereenkomst of een gelijkwaardig document in de zin van artikel 3 van Richtlijn 91/533/EEG van de Raad, vertaald in een officiële taal van de gastlidstaat of in het Engels, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;

(d)

de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig een papieren of elektronische kopie te bewaren van de arbeidsovereenkomst of een gelijkwaardig document in de zin van artikel 3 van Richtlijn 91/533/EEG van de Raad, vertaald in een officiële taal van de gastlidstaat of in het Engels, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;

(e)

de verplichting voor de bestuurder om tijdens een wegcontrole op verzoek een papieren of elektronische kopie van de loonstroken van de laatste twee maanden beschikbaar te stellen; de bestuurder mag tijdens een wegcontrole contact opnemen met het hoofdkantoor, de vervoersmanager of een andere persoon of entiteit die deze kopie kan bezorgen;

(e)

de verplichting voor de bestuurder om tijdens een wegcontrole op verzoek een papieren of elektronische kopie van de loonstroken van de laatste twee maanden beschikbaar te stellen; de bestuurder mag tijdens een wegcontrole contact opnemen met het hoofdkantoor, de vervoersmanager of een andere persoon of entiteit die deze kopie kan bezorgen;

(f)

de verplichting voor de wegvervoeronderneming om na de periode van terbeschikkingstelling papieren of elektronische kopieën van de onder b), c) en e) genoemde documenten beschikbaar te stellen op verzoek van de autoriteiten van de gastlidstaat, binnen een redelijke termijn.

(f)

de verplichting voor de wegvervoeronderneming om na de periode van terbeschikkingstelling papieren of elektronische kopieën van de onder b), c) en e) genoemde documenten beschikbaar te stellen op verzoek van de autoriteiten van de gastlidstaat, binnen een redelijke termijn.

 

g)

de verplichting voor de wegvervoerondernemer om vóór de terbeschikkingstelling een papieren of elektronische kopie van de in artikel 4, onder b), d) en e) genoemde documenten beschikbaar te stellen voor de bestuurder.

Motivering

Het is aan de wegvervoerondernemer om ervoor te zorgen dat de nodige documenten in verband met de terbeschikkingstelling kunnen worden voorgelegd bij controles langs de weg.

Wijzigingsvoorstel 4

COM(2017) 281 final — deel 1

Artikel 1

Lid 1, onder b) wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel

(b)

het volgende lid 6 wordt toegevoegd:

(b)

het volgende lid 6 wordt toegevoegd:

 

„6.    Artikel 3, lid 1, onder b) en d), en de artikelen 4, 6, 8, 9, 14, 19 en 21 , zijn niet van toepassing op ondernemingen die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton.

 

„6.   De artikelen 4, 9 en 14 zijn niet van toepassing op ondernemingen die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton , behalve wanneer deze voertuigen internationale vervoersdiensten verrichten zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1072/2009 .

 

De lidstaten mogen echter:

 

De lidstaten mogen echter:

 

(a)

ondernemingen verplichten om sommige of alle van de in de eerste alinea bedoelde bepalingen toe te passen;

 

(a)

ondernemingen verplichten om sommige of alle van de in de eerste alinea bedoelde bepalingen toe te passen;

 

(b)

het in de eerste alinea bedoelde maximum verlagen voor alle of voor sommige categorieën wegvervoersactiviteiten.”:

 

(b)

het in de eerste alinea bedoelde maximum verlagen voor alle of voor sommige categorieën wegvervoersactiviteiten.”:

Motivering

Om de administratieve lasten te verlichten voor kleine ondernemingen die enkel nationale vervoersdiensten of vervoersdiensten voor eigen rekening verrichten, wordt voorgesteld de vier criteria voor toegang tot het beroep enkel uit te breiden tot lichte bedrijfsvoertuigen die zich bezig houden met internationaal vervoer.

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S

Algemene opmerkingen

1.

is ingenomen met de inspanningen van de Europese Commissie om de interne markt voor internationaal wegvervoer te verdiepen met inachtneming van de sociale rechtvaardigheid en de convergentie van arbeidsregelingen, wat cruciaal is voor de economische, sociale en territoriale cohesie, maar plaatst vraagtekens bij het feit dat de internationale vervoersdiensten in het algemeen onder het toepassingsgebied van de detacheringsrichtlijn zouden vallen.

2.

Het wegvervoer is de drijvende kracht achter de EU-economie en moet koploper blijven bij het genereren van verdere economische groei en werkgelegenheid onder gelijke concurrentievoorwaarden, alsook bij het bevorderen van de concurrentiekracht en territoriale cohesie.

3.

De sector wegvervoer wordt gekenmerkt door grote loonverschillen tussen de lidstaten en meer in het algemeen verschillen in toepassing van de arbeidswetgeving; ook leggen heel wat landen nog extra regelgevende beperkingen op. Het is niet ondenkbaar dat de uiteenlopende arbeidsvoorwaarden tot concurrentievervalsing leiden en de verkeersveiligheid schaden. Dat probleem is nog nijpender in de grensregio's, wanneer de levensomstandigheden aan beide zijden van de grens enorm uiteenlopen.

4.

Het Comité wijst er daarom op dat in het kader van de interne markt de duurzaamheid en het concurrentievermogen van de vervoerssector moeten worden veiliggesteld, en dat tegelijk moet worden gezorgd voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en een hoog niveau van verkeersveiligheid. Het beginsel van gelijk loon voor gelijk werk moet ook in de Europese vervoerssector worden toegepast, en tegelijk moet rekening worden gehouden met de behoeften van perifere regio's.

5.

De belangrijkste problemen op het gebied van vervoer, die de Commissie met haar wetgevingsvoorstellen wil aanpakken, hangen op de eerste plaats samen met het feit dat het niveau van sociale samenhang tussen de regio's ontoereikend is. Een toename van de samenhang zal de loonkloof verkleinen, veel van de regels inzake arbeid en cabotage overbodig maken, en aldus het risico van sociale dumping verkleinen en concurrentieverstoringen tegengaan.

6.

Bij de geplande maatregelen wordt met name gestreefd naar een evenwicht tussen de eis van een aantal lidstaten om de status quo te handhaven voor een reeks procedures en besluiten inzake de vervoerssector, en de noodzaak van verdere verdieping van de interne markt via harmonisatie van het desbetreffende regelgevend kader, waarbij enkel garanties worden geboden op het gebied van verkeersveiligheid, behoorlijke arbeidsomstandigheden en de veiligheid van bestuurders en vracht. Het Comité dringt er in dit verband op aan dat de sociale normen ten volle worden nageleefd, en wijst erop dat sociale dumping ten koste van de vrachtwagenbestuurders onaanvaardbaar is.

7.

Een concurrerende, vrije sector moet worden gekenmerkt door transparante regelingen, controleprocedures en sancties, en moet de gebruikers de best mogelijke dienstverlening bieden. Uitwisseling van informatie is geboden, net als het gebruik van moderne technologie, zoals de invoering van slimme tachografen, waarbij nog steeds sprake is van aanzienlijke vertraging.

8.

Perifere lidstaten hebben het moeilijker om door te dringen tot het centrum van de interne markt van de EU. Zo kan het gebeuren dat het traject door maar liefst twee derde landen leidt, wat gepaard gaat met de nodige grens- en douanecontroles, zodat de totale reistijd langer uitvalt en dus ook de kosten hoger liggen. Met het vertrek van het VK uit de EU is het niet ondenkbaar dat ook Ierland met dit soort moeilijkheden te maken zal krijgen. Het Comité zou graag zien dat de Commissie de nodige maatregelen voorstelt om dit probleem aan te pakken.

9.

Het Comité verwelkomt de poging om de regels inzake cabotage en de terbeschikkingstelling van bestuurders te verduidelijken; het gaat hier immers om een economische sector die van cruciaal belang is voor de verwezenlijking van de interne markt en in het teken staat van hoge mobiliteit. Gezien het nauwe verband tussen cabotage en de terbeschikkingstelling van bestuurders moeten de nieuwe voorschriften inzake deze twee kwesties tegelijk worden besproken en goedgekeurd.

10.

Het Comité waarschuwt voor oneerlijke concurrentie van vervoerders uit derde landen en dringt erop aan dat een specifiek kader voor toezicht wordt ingevoerd.

11.

Het Comité pleit ervoor om met behulp van verplichte slimme digitale tachografen systematische en geautomatiseerde controles uit te voeren, die onontbeerlijk zijn voor een goed functionerende interne markt, met of zonder wijzigingen van het institutionele kader.

12.

Ook wijst het Comité erop dat de gevolgen van de voorgestelde regelgeving voor kleine en middelgrote ondernemingen in de EU grondig moeten worden bestudeerd, en merkt het op dat de kosten van de naleving denkelijk zullen stijgen.

Voorstel betreffende de minimumeisen voor maximale dagelijkse en wekelijkse rijtijden, minimumonderbrekingen en dagelijkse en wekelijkse rusttijden, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 165/2014 wat betreft positionering door middel van tachografen (COM(2017) 277 final)

13.

Positief is dat het voorstel inzake de rusttijden voor bestuurders meer flexibiliteit mogelijk maakt en dat de voorwaarden inzake rusttijden worden verbeterd.

14.

Als de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de berekening van de rusttijden en de rustvoorwaarden naar behoren en ten voordele van de bestuurders worden uitgevoerd, zouden de arbeidsomstandigheden van de bestuurders kunnen verbeteren, wat ook de verkeersveiligheid in het algemeen ten goede zal komen.

15.

Tegelijk echter maakt het Comité zich zorgen dat de voorgestelde flexibiliteit mogelijk door de werkgever zal worden gebruikt om druk uit te oefenen, wat dan weer negatieve gevolgen zou hebben voor de verkeersveiligheid en de arbeidsomstandigheden van de bestuurders.

16.

Aangezien het mogelijk blijft om bestuurders alleen te betalen voor de periode waarin zij rijden en niet voor de rusttijden, bestaat het risico op misbruik. Bestuurders moeten dan ook worden betaald naargelang de uren die zij hebben gewerkt, ook buiten het voertuig.

17.

Er moeten duidelijker definities komen in verband met rij- en rusttijden, zodat schemerzones worden aangepakt; zo moet bijvoorbeeld worden aangegeven of de wachttijden tijdens douanecontroles gelden als werktijd.

18.

De voorgestelde wetgeving kan onmogelijk worden uitgevoerd als er geen oplossing komt voor het gebrek aan veilige parkeerplaatsen en rustplekken voor de bestuurders op de Europese snelwegen, wat de nodige tijd en investeringen zal vergen.

19.

Het is een gemiste kans dat de slimme tachografen niet sneller worden ingevoerd; het feit dat de details van de reis manueel moeten worden opgetekend maakt dat uitgebreide controles voorlopig nog toekomstmuziek blijven, en zal naar alle waarschijnlijkheid verkeersopstoppingen teweegbrengen aan de grensovergangen, waar wellicht niet de nodige parkeerinfrastructuur aanwezig is.

20.

Er moet sneller werk worden gemaakt van de invoering van slimme tachografen door vervoerbedrijven, alsook van de technologie waarmee handhavingsautoriteiten deze tachografen op afstand kunnen aflezen.

Voorstel tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector (COM(2017) 278 final), en voorstel houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1071/2009 en Verordening (EG) nr. 1072/2009 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de sector (COM(2017) 281 final)

21.

De termijn van drie dagen voor de terbeschikkingstelling aanvangt maakt vlot internationaal vervoer mogelijk. In het geval van cabotage kan de terbeschikkingstelling onmiddellijk van start gaan, wat oneerlijke concurrentie kan tegengaan. Illegale cabotage leidt tot concurrentieverstoring en creëert onevenwichtigheden tussen lidstaten en regio’s door de aanzienlijke verschillen in loonkosten.

22.

De nieuwe regels inzake cabotage versterken de interne markt, en zullen er tegelijk toe leiden dat het aantal inbreuken op de wetgeving afneemt en controles vlotter verlopen. Een en ander zal ook een positieve impact hebben op de algemene ecologische voetafdruk van het wegvervoer, aangezien het aantal ritten zonder vracht zal verminderen.

23.

Het Comité vreest echter dat de voorstellen inzake terbeschikkingstelling de administratieve kosten voor zowel de bedrijven als de nationale administraties zullen opdrijven, aangezien er sprake is van een tijdsdrempel die gemakkelijk door de bestuurders kan worden overschreden, en er dus herhaaldelijk bureaucratische procedures voor de uitvoering en controle van de arbeidswetgeving van de gastlidstaat in gang zullen moeten worden gezet.

24.

De maatregel zal volgens het Comité niet zonder gevolgen blijven voor de prijzen van de vervoerde goederen, want hoewel de beperking van het aantal ritten zonder lading de kosten drukt, zal de stijging van de administratieve nalevingskosten het tegenovergestelde effect hebben, iets waarvoor de consumenten gedeeltelijk dreigen op te draaien.

25.

Er zijn grote verschillen in de nationale voorschriften voor het vrachtwagenverkeer; een voorbeeld zijn de regels voor het gebruik van de snelwegen tijdens het weekend. Het Comité zou dan ook graag zien dat in nauw overleg met de lokale overheden gemeenschappelijke richtsnoeren ter zake worden aangenomen.

26.

De voorgestelde regels maken het bijzonder moeilijk om de arbeidskosten in te schatten, wat van invloed zal zijn op de manier waarop het vervoer verloopt; we denken dan bijvoorbeeld aan de criteria inzake routeplanning.

27.

Het Comité verwacht dat het bijzonder moeilijk zal zijn wegcontroles uit te voeren om de naleving van de arbeidswetgeving na te gaan, terwijl het voor de bestuurders lastig zal zijn geen fouten te begaan, waardoor zij het risico lopen op sancties. Het is dan ook van belang dat eerst waarschuwingen worden gegeven vooraleer echte sancties worden opgelegd.

28.

Om een en ander te vereenvoudigen stelt het Comité voor na te gaan of het mogelijk is een gewogen dagvergoeding in te voeren, die aan de bestuurder zou worden uitbetaald afhankelijk van het land waar de vervoersdienst wordt verricht en het land waar de vervoeronderneming haar hoofdkantoor heeft. Voor de berekening van een dergelijke dagvergoeding kan gebruik worden gemaakt van de beproefde formule van het cohesiebeleid, namelijk de indeling van de lidstaten op grond van het bbp per hoofd.

29.

Het Comité verheugt zich erover dat de Commissie ijvert voor elektronische registratie en nalevingsmaatregelen voor de hele vervoersketen, zoals slimme tachografen en digitale vrachtbrieven (e-CMR), en zich inzet voor de standaardisatie van documenten en procedures, om zo de handhaving van de wetgeving te verbeteren en tegelijk de administratieve kosten in de hand te houden.

30.

Het is een goede zaak dat de voorwaarden voor toegang tot het beroep van vervoerder worden verduidelijkt en dat maatregelen worden genomen tegen postbusondernemingen. Ook moeten maatregelen worden overwogen waarmee wordt verzekerd dat een bewijs wordt geleverd van de plaats waar de onderneming haar economische activiteit effectief verricht.

31.

De voorgestelde herziening van de wetgeving m.b.t. lichte bedrijfsvoertuigen (minder dan 3,5 ton) is een stap in de goede richting om te verhinderen dat de sociale en arbeidswetgeving bij dergelijke voertuigen wordt omzeild.

32.

Het Comité stelt voor om ook voor deze categorie voertuigen voor zover mogelijk uniforme regels in te voeren en de speelruimte van de lidstaten te beperken, maar erkent dat lichte bedrijfsvoertuigen onder een relatief eenvoudiger kader zouden moeten vallen.

33.

De poging van de Commissie om de verschillende soorten inbreuken en de ernst ervan in kaart te brengen, is een stap in de goede richting; een dergelijke indeling kan door zowel de nationale instanties als de sector zelf worden gebruikt als referentiepunt en bijdragen aan een meer samenhangende aanpak van inbreuken.

34.

Het voornemen om de controles toe te spitsen op de ondernemingen die de meeste inbreuken begaan, zal de administratieve lasten verlichten en de bestrijding van inbreuken efficiënter maken; het Comité pleit voor de invoering van gemeenschappelijke controleprocedures op EU-niveau. Voorts valt ook het voorstel toe te juichen om inbreuken op de richtlijn inzake terbeschikkingstelling van arbeiders in aanmerking te nemen voor de betrouwbaarheidsstatus van een vervoersmanager of een vervoeronderneming. Illegale cabotage moet ook worden opgenomen in de lijst van inbreuken die leiden tot het verlies van de betrouwbaarheidsstatus van een wegvervoerondernemer (Verordening (EG) nr. 1071/2009).

35.

Het Comité waarschuwt voor herhaalde cabotageactiviteiten aan de grenzen van landen met verschillen in loonkosten.

36.

Het Comité betreurt dat het Europees register van ondernemingen voor vervoer over de weg (ERRU) nog steeds niet volledig in werking is getreden en verzoekt de lidstaten zo snel mogelijk aan hun verplichtingen te voldoen; ook verzoekt het de Commissie na te gaan of het nuttig is bestaande databanken zoals TACHOnet, ERRU en de gegevensbank voor de technische inspectie van voertuigen, samen te voegen.

Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg (COM(2017) 282 final)

37.

Het Comité is ingenomen met de voorgestelde volledige liberalisering van het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor goederenvervoer voor eigen rekening in de hele EU, ongeacht de plaats van verhuur; de voorgestelde maatregelen houden immers een verregaande liberalisering van de markt in en zullen volgens het Comité nieuwe banen creëren en het milieu ten goede komen.

38.

Ook staat het achter de gedeeltelijke liberalisering van het gebruik van in een andere lidstaat gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor commerciële activiteiten; de huidige situatie waarin de voorwaarden die van toepassing zijn op vervoersactiviteiten van lidstaat tot lidstaat verschillen, kan zo worden rechtgetrokken.

Samenvatting

39.

Bij het streven naar de voltooiing van de interne markt voor het internationale wegvervoer moet rekening worden gehouden met zowel milieuvereisten, de economische convergentie, de wetgeving van de verschillende lidstaten en de totstandbrenging van eerlijke concurrentie.

40.

In het licht van de toekomstige digitale en technologische ontwikkelingen op vervoersgebied moet actief worden ingezet op bijscholing; zo zouden maatregelen op dit vlak in aanmerking moeten komen voor cohesiesteun.

41.

Het Comité is ingenomen met de poging van de Commissie om uniforme regels in te voeren voor de periodieke verslaglegging over de controles en het toezicht door de lidstaten, en dringt erop aan dat de Commissie de controles opvoert, met name waar het gaat om de transnationale bestuurlijke samenwerking en de interpretatie en correcte en niet-discriminerende handhaving van de vigerende wetgeving.

42.

De lidstaten moeten de voorgestelde wetgeving systematisch en zonder uitzonderingen ten uitvoer leggen, de controles versterken, met inbegrip van de controle van voertuigen van derde landen, en passende sancties opleggen, om zo de harmonisatie van de regels in de praktijk te versnellen, de interne markt te verdiepen en werkgelegenheid, groei en investeringen te bevorderen, in het belang van het concurrentievermogen van de EU en haar regio’s.

43.

Het Comité hoopt op een algemene verbetering van het niveau van de vervoersdiensten, wat de territoriale samenhang en de levenskwaliteit van de burgers ten goede zal komen.

Brussel, 1 februari 2018.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ


Top