Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62017TN0286

Zaak T-286/17: Beroep ingesteld op 12 mei 2017 — Yanukovych/Raad

OJ C 231, 17.7.2017, p. 38–39 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

17.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 231/38


Beroep ingesteld op 12 mei 2017 — Yanukovych/Raad

(Zaak T-286/17)

(2017/C 231/47)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Oleksandr Viktorovych Yanukovych (Donetsk, Oekraïne) (vertegenwoordiger: T. Beazley, QC)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

besluit (GBVB) 2017/381 van de Raad van 3 maart 2017 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB L 58, blz. 34), nietig verklaren, voor zover het betrekking heeft op verzoeker,

uitvoeringsverordening (EU) 2017/374 van de Raad van 3 maart 2017 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB L 58, blz. 1), nietig verklaren, voor zover zij betrekking heeft op verzoeker,

de Raad verwijzen in de kosten van verzoeker.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker zeven middelen aan.

1.

Eerste middel: de Raad beschikte niet over een passende rechtsgrondslag voor de bestreden handelingen.

Het bestreden besluit voldeed niet aan de voorwaarden waaronder de Raad zich op artikel 29 VEU kan beroepen.

Aan de voorwaarden om zich op artikel 215 VWEU te beroepen was niet voldaan, daar er geen geldig besluit was vastgesteld overeenkomstig hoofdstuk 2 van titel V van het VEU.

Artikel 215 VWEU kon niet tegen verzoeker worden aangevoerd daar er geen voldoende verband was.

2.

Tweede middel: misbruik van bevoegdheden door de Raad.

Met de uitvoering van de bestreden handelingen beoogde de Raad in wezen het huidige regime in Oekraïne gunstig te stemmen (opdat Oekraïne voortgaat de banden met de EU aan te halen), en niet die doeleinden/beweegredenen die in de bestreden handelingen waren vermeld.

3.

Derde middel: de Raad heeft zijn motiveringsplicht niet nageleefd.

De in de bestreden handelingen gegeven „motivering” om verzoeker op de lijst te plaatsen, is (behalve onjuist) stereotiep, ongeschikt en onvoldoende gespecificeerd.

4.

Vierde middel: verzoeker voldeed destijds niet aan de vastgestelde criteria voor plaatsing op een lijst.

5.

Vijfde middel: door de bestreden maatregelen op verzoeker toe te passen, heeft de Raad kennelijke beoordelingsfouten gemaakt. Door verzoeker, niettegenstaande het feit dat de „motivering” en de relevante criteria voor plaatsing op de lijst duidelijk los van elkaar staan, opnieuw op de lijst te plaatsen, heeft de Raad een kennelijke beoordelingsfout gemaakt.

6.

Zesde middel: schending van de rechten van verdediging van verzoeker en/of ontzegging van zijn recht op effectieve rechterlijke bescherming. De Raad heeft met name niet behoorlijk met verzoeker overlegd alvorens hem weer op de lijst te plaatsen en verzoeker heeft geen behoorlijke of eerlijke kans gekregen om hetzij fouten recht te zetten, hetzij informatie te verschaffen over zijn persoonlijke omstandigheden.

7.

Zevende middel: schending van verzoekers recht op eigendom als bedoeld in artikel 17, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, doordat met name de beperkende maatregelen een ongerechtvaardigde en onevenredige beperking van dat recht vormen.


Top