Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016AE5992

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Ruimtestrategie voor Europa (COM(2016) 705 final)

OJ C 209, 30.6.2017, p. 15–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.6.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 209/15


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Ruimtestrategie voor Europa

(COM(2016) 705 final)

(2017/C 209/03)

Rapporteur:

Mindaugas MACIULEVIČIUS

Raadpleging

Europese Commissie, 26.10.2016

Rechtsgrondslag

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

9.3.2017

Goedkeuring door de voltallige vergadering

30.3.2017

Zitting nr.

524

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

199/02/03

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het EESC is ingenomen met de mededeling van de Commissie over een ruimtestrategie voor Europa en onderschrijft de voorgestelde richtsnoeren. Die omvatten een aantal nieuwe elementen, waaronder de openstelling voor het maatschappelijk middenveld, de focus op kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), de impuls voor onderzoek en ontwikkeling en de noodzaak om te zorgen voor passende financiën voor ruimtevaartactiviteiten, onder meer door particulier kapitaal te mobiliseren.

1.2.

Het EESC spoort de Commissie aan om op deze weg verder te gaan en het vizier te richten op nog ambitieuzere horizonten. Het eerste kopje van de mededeling is getiteld „De voordelen van de ruimtevaart voor de maatschappij en de economie van de EU maximaliseren” en omvat veel van de aanbevelingen die het Comité heeft gedaan in zijn project „Ruimtevaart en samenleving”.

1.3.

Het EESC is zich bewust van de tweeledige aard van ruimtevaartcapaciteiten. Het herhaalt echter zijn krachtige steun voor een op civiele behoeften (vrede en samenwerking) gericht ruimtevaartbeleid en erkent hoe belangrijk het voor de openbare veiligheid en beveiliging is om ruimtemonitoringsystemen te gebruiken. Dit tweeledige gebruik is een van de sleutels voor het succes van geïntegreerd en geharmoniseerd beleid waarmee het welzijn van de Europese burgers wordt gewaarborgd.

1.4.

Gezien de grote nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de tot op heden behaalde resultaten hoopt het EESC dat de Commissie komt met een verordening die het gebruik van Galileo als geolokalisatiesysteem prioritair en in sommige gevallen preferentieel maakt in Europa.

1.5.

De voor de komende jaren geplande investeringen zijn toereikend voor het Copernicus- en het Galileo-programma, maar moeten worden gegarandeerd. Volgend jaar worden de gesprekken over het nieuwe meerjarig financieel kader van de Unie gestart, en het Comité zou graag zien dat er aanvullende middelen worden toegewezen om de nieuwe uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, veiligheid en bescherming tegen externe bedreigingen het hoofd te bieden. De ontwikkeling van de activiteiten van de ruimtevaartsector kan worden ondersteund aan de hand van het Horizon 2020-programma en de structuurfondsen.

1.6.

Samen met de Europese Investeringsbank zou de Commissie nieuwe financieringsmogelijkheden in kaart moeten brengen, zodat particuliere investeerders oog krijgen voor de ruimtevaartsector. De Commissie kan hierbij helpen door bijeenkomsten te organiseren op het niveau van de afzonderlijke betrokken lidstaten, waarbij banken, institutionele beleggers en bedrijven worden uitgenodigd om nieuwe investeringsvormen te bestuderen, waaronder ruimteclusters.

1.7.

Alleen met een actieve inbreng van alle lidstaten zal het ruimtevaartbeleid van de EU op de lange termijn succesvol kunnen zijn. Dat kan worden bereikt met concrete en doelgerichte maatregelen om vooral lidstaten met beginnende ruimtevaartactiviteiten en -belangstelling terzijde te staan. Daarbij kan gedacht worden aan opleidingssessies, voorlichtingsbijeenkomsten, advisering (zowel technische adviezen als op gebruikers gerichte adviezen), demonstratieprojecten, regionale initiatieven, synergie tussen al geavanceerde en pas beginnende lidstaten en andere maatregelen die zorgvuldig zijn afgestemd op datgene waar de lidstaten behoefte aan hebben.

1.8.

Onderwijs en bewustmaking van het publiek ten aanzien van de voordelen van middels ruimtevaartactiviteiten beschikbaar gekomen informatie en gegevens zijn van groot belang. Hetzelfde geldt voor met de ruimtevaart samenhangende activiteiten in de lesprogramma’s van scholen, universiteiten en voortgezette opleidingen.

1.9.

Het opleiden van technici en ingenieurs is cruciaal voor de toekomst van de Europese industrie. Het versterken van de Europese arbeidsmarkt, het verbeteren van de infrastructuur voor oefeningen en proeven, kenniscentra en levenslang leren en het voortdurend naar nieuwe hoogten brengen van kennis en vaardigheden, onder meer op het gebied van ruimtewetenschap, moeten de hoekstenen van de Europese ruimtestrategie vormen.

1.10.

In dit verband verzoekt het Comité de Commissie om de haalbaarheid te onderzoeken van één portaal waarop alle activiteiten worden weergegeven die door de verschillende organisaties en agentschappen worden ontplooid. Het portaal moet toegankelijk zijn voor alle geïnteresseerde leden van het publiek en exploitanten en moet wijzen op de voordelen van alle lopende activiteiten en de mogelijke kansen signaleren die de ruimtevaarteconomie biedt voor met name kmo’s.

1.11.

In een recent advies over het Europees cloudinitiatief (1) wees het Comité op „de knelpunten die verhinderen dat Europa het potentieel van de data ten volle kan benutten, voornamelijk door het ontbreken van interoperabiliteit, de versnippering van de structuren en hun geslotenheid voor andere inbrengen en uitwisselingen”. Dezelfde problemen bestaan uiteraard ook in de terrestrische infrastructuur van het Europese ruimtevaartstelsel en moeten zo snel mogelijk worden verholpen.

1.12.

Europa beschikt over een uitstekende infrastructuur voor de lancering van raketten, met de nieuwe generatie lanceerinstallaties zoals Ariane en Vega, die aanzienlijke besparingen opleveren, voor een deel dankzij de toegenomen samenwerking tussen de lidstaten. De ontwikkeling van herbruikbare lanceervoertuigen zal aanzienlijke kostenbesparingen opleveren en zal de landen die niet over de middelen beschikken om een doeltreffende ruimte-infrastructuur op te zetten, toegang bieden tot ruimtevaartactiviteiten.

1.13.

Het gebruik van kleine satellieten voor communicatie- en monitoringsystemen kan op steeds meer belangstelling rekenen. Zelfs in de aardobservatiesector zal de markt voor deze satellieten dankzij nieuwe toepassingen naar verwachting aanzienlijk toenemen. Om hiervan te profiteren zal de EU dan ook moeten inzetten op de ontwikkeling van mini- en nanosatellieten. Ook is het een kans voor kleinere lidstaten, en eveneens voor particuliere ondernemers. Zo’n toename van minder dure satellieten die de oppervlakte van de aarde afspeuren zal echter leiden tot enorme hoeveelheden gegevens. Wel moet hierbij weloverwogen en met degelijke regelgeving prioriteit worden gegeven aan de bescherming van de privacy van alle burgers en gebruikers (2).

1.14.

De gegarandeerde toegang tot en de veiligheid van de ruimte-infrastructuur behoren tot de prioriteiten die de Commissie in overweging moet nemen. Samenwerking met andere landen is essentieel om te voorkomen dat er een stormloop ontstaat op de meest gunstige banen rond de aarde en dat men weinig interesse toont voor het beheer van het ruimtepuin. Daarom moeten de diplomatieke activiteiten met betrekking tot het beheer van de ruimte worden opgevoerd. Tegelijkertijd zou de EU innovaties voor het opruimen van ruimteafval moeten ondersteunen.

1.15.

Tijdens recente mondiale bijeenkomsten (3) werd het belang van dergelijke samenwerking ook uitgelicht. Daarbij werden vier pijlers vastgesteld: economie, samenleving, toegankelijkheid en diplomatie. Deze kwesties hebben altijd de aandacht van het EESC gehad, dat het initiatief heeft genomen om het economisch en maatschappelijk belang ervan over het voetlicht te brengen.

1.16.

Daarom wordt opgeroepen tot een nieuwe benadering van datagebruik waarbij burgers en kleine en middelgrote bedrijven ervan bewust worden gemaakt dat zij zonder enige vorm van discriminatie toegang hebben tot deze informatiekanalen met „big data”, met betere bescherming tegen cyberaanvallen en de voortdurende ontwikkeling van nieuwe toepassingen via gerichte initiatieven waarbij gebruik wordt gemaakt van de creativiteit van onze onderzoekers, universiteiten en bedrijven. Conform het Verdrag van Aarhus dient het gebruik van deze informatie voor de bescherming van het milieu voor een betaalbare prijs mogelijk te worden gemaakt.

2.   Samenvatting van het Commissievoorstel

2.1.

De EU heeft momenteel de op een na hoogste publieke ruimtebegroting ter wereld en is de belangrijkste institutionele klant van lanceringsdiensten in Europa. De EU beschikt over wereldwijd toonaangevende ruimtesystemen: Copernicus voor observatie van de aarde en EGNOS en Galileo voor satellietnavigatie en geolokalisatie. Tussen 2014 en 2020 investeert alleen de EU al 12 miljard EUR in ruimtevaartactiviteiten.

2.2.

Ruimtevaarttechnologieën zijn in het dagelijks leven van de Europese burgers onmisbaar geworden. Bovendien brengen ruimtegebaseerde oplossingen voordelen met zich mee voor zeer uiteenlopende terreinen, zoals rampenbeheer, landbouw, vervoer, energie-infrastructuur en mondiale problemen. Ruimtevaarttechnologieën, -gegevens en -diensten kunnen tal van EU-beleidsmaatregelen en belangrijke beleidsprioriteiten ondersteunen. De ruimtevaart is ook van strategisch belang voor Europa: zij versterkt de rol van Europa als mondiale speler, is een troef voor de veiligheid en defensie van Europa en kan bijdragen tot meer werkgelegenheid, groei en investeringen. Europa heeft een florerende satellietvervaardigende industrie, die rond de 33 % van de open wereldmarkten voor haar rekening neemt, en een dynamische downstreamsector met een groot aantal kmo’s. De Europese ruimtevaarteconomie werd in 2014 geschat op 46-54 miljard EUR, wat neerkomt op 21 % van de waarde van de wereldwijde ruimtevaartsector.

2.3.

Uit hoofde van artikel 189 VWEU stelt de Commissie een nieuwe ruimtestrategie voor Europa voor, die gericht is op vier strategische doelen:

A.

De voordelen van de ruimtevaart voor de maatschappij en de economie van de EU maximaliseren door:

a)

het gebruik van ruimtediensten en ruimtegegevens aan te moedigen en

b)

voortgang te maken met de EU-ruimtevaartprogramma’s en tegemoetkomen aan nieuwe gebruikersbehoeften.

B.

Bevordering van een mondiaal concurrerende en vernieuwende Europese ruimtevaartsector door:

a)

ondersteuning van onderzoek en innovatie en ontwikkeling van vaardigheden en

b)

bevordering van ondernemerschap en nieuwe zakelijke kansen.

C.

Versterking van Europa’s autonomie inzake toegang tot en gebruikmaking van de ruimte in een klimaat van zekerheid en veiligheid door:

a)

Europa’s autonome toegang tot de ruimte te behouden;

b)

de toegang tot het radiofrequentiespectrum te waarborgen;

c)

te zorgen voor bescherming en veerkracht van kritieke Europese ruimte-infrastructuur;

d)

de synergieën tussen ruimtevaartactiviteiten op civiel en op veiligheidsgebied te versterken.

D.

Versterking van de rol van Europa als mondiale speler en bevordering van internationale samenwerking.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Het EESC heeft de Commissie en de belanghebbenden altijd zeer actief ondersteund op het gebied van de ruimtevaart.

3.2.

Het EESC heeft een aantal prioriteiten uiteengezet in zijn adviezen over de ruimtevaart:

pro-actief beleid vaststellen voor kmo’s en voor het ondersteunen van de werkgelegenheid;

lidstaten die met beginnende ruimtevaartcapaciteiten en -belangstelling;

het Europese bestuur aanzienlijk verbeteren;

het maatschappelijk middenveld betrekken bij het maken van strategische keuzes;

investeren in de sector en de rol van financierings- en beleggingsfondsen belichten;

onderzoek en ontwikkeling ondersteunen en op alle niveaus studieprogramma’s op het gebied van de ruimtevaart en technologie bevorderen;

de samenwerking in de ruimtevaart tussen Europese, nationale en regionale autoriteiten, bedrijven en eindgebruikers ontwikkelen.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.    Ruimtestrategie en MFK  (4) : financiële aspecten

4.1.1.

Een ambitieuze strategie vereist een ambitieuze begroting. Volgens de Commissie is de ruimtevaartbegroting van de EU de op een na hoogste ter wereld. De begroting is een combinatie van de begroting van de Europese Unie, de afzonderlijke ruimtevaartbegrotingen van de lidstaten en de begroting van de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA). De begroting van de VS is bijna vier keer zo hoog als die van de EU. Het is buitengewoon moeilijk om de werkelijke uitgaven van Rusland en China op ruimtevaartgebied te ramen, aangezien niet alle gegevens met betrekking tot hun ruimtevaartactiviteiten openbaar zijn. Anderzijds bezet Europa slechts de zesde plaats wanneer de ruimtevaartbegroting wordt berekend als percentage van het bbp.

4.1.2.

Om de ambitieuze doelstellingen van de Commissie te realiseren moeten enorme investeringen worden gedaan die de publieke sector alleen gewoonweg niet voor zijn rekening kan nemen. De betrokkenheid van particuliere beleggers, de bankensector, beleggingsfondsen en andere financiële belanghebbenden is van cruciaal belang voor de ondersteuning van onderzoek en nieuwe toepassingen.

4.1.3.

In de mededeling wordt de cruciale rol van kmo’s, met name innovatieve startende bedrijven, onvoldoende belicht en ondersteund, terwijl die juist versterkt moet worden. Hoewel de innovatiekracht van kmo’s meer aandacht krijgt, voorzien de voorgestelde financiële oplossingen niet in de werkelijke behoeften van kmo’s, die onder meer te maken hebben met hun chronische financieringstekort. Gelet op de hoge risico’s is de bankensector huiverig om innovatie te ondersteunen. Veel kmo’s kunnen niet deelnemen aan openbare verzoeken tot inschrijving, omdat die vaak specifiek op grote spelers gericht zijn. Daarom moeten kmo’s meer worden ondersteund door oproepen tot inschrijving in te voeren voor kleine en middelgrote bedrijven. Het zou ook een stap in de goede richting zijn om de onderaanneming bij de grotere projecten meer open te stellen voor een bredere waaier van kmo’s. Er is een grote rol weggelegd voor Horizon 2020 en andere O&O-programma’s, en vanuit het oogpunt van kmo’s moeten die maximaal worden benut.

4.1.4.

Het EESC is bezorgd over de mogelijke gevolgen van de brexit en de impact ervan op de Europese ruimtevaartactiviteiten. Het VK is een vooraanstaande lidstaat op ruimtevaartgebied. De EU moet daarom nadenken over de manier waarop met het VK kan worden samengewerkt op het gebied van de ruimtevaart.

4.2.    Capaciteitsopbouw in de lidstaten

4.2.1.

Niet alle EU-lidstaten houden zich intensief met de ruimtevaart bezig en helaas zien niet alle sectoren (publieke en particuliere) de voordelen van ruimtevaartactiviteiten. In de publieke sector kunnen ruimtevaartactiviteiten bijvoorbeeld doeltreffend worden toegepast op verschillende terreinen, waaronder: geactualiseerde monitoring van de aarde, monitoring van de isolatieprestaties van huizen, opsporing van illegale stortplaatsen en nog veel meer.

4.2.2.

Om het concurrentievermogen van de ruimtevaartsector van de EU te waarborgen is het cruciaal om alle lidstaten met beginnende ruimtevaartcapaciteiten en -belangstelling hierbij te betrekken, samen met de belanghebbenden, ondernemers, onderzoekers en andere instellingen uit die lidstaten. De Commissie zou moeten nadenken over concrete maatregelen.

4.3.    Bestuur

4.3.1.

Het is een goede zaak dat de onlangs gevoerde discussie over governance, waar het EESC in een aantal eerdere adviezen al naar heeft verwezen, tot een goed einde is gebracht. De ESA-strategie (waaronder de verdeling van de middelen over de verschillende programma’s voor de periode 2017-2021) is in december 2016, tijdens de ESA-Raad op ministerieel niveau, bekrachtigd. De strategie van de EU en die van de ESA lopen niet langer uiteen; zij vullen elkaar aan.

4.4.    Downstreamdiensten en infrastructuurvereisten

4.4.1.

Het is dringend noodzakelijk big data-centra te bouwen voor de opslag, voorbewerking en opslag analyse van vanuit Copernicus gedownloade gegevens. De mogelijkheid om samen met Copernicus historische gegevens te gebruiken is ook zeer belangrijk voor de ontwikkeling van nieuwe instrumenten op dit terrein.

4.4.2.

De EU heeft zich verbonden aan de ambitieuze COP 21-overeenkomst en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling. Het EESC benadrukt dat monitoringsystemen op basis van satellieten en verwerkingsfaciliteiten voor grote hoeveelheden data op de grond cruciaal zijn voor de succesvolle tenuitvoerlegging van de lokale en mondiale verplichtingen. Er is duidelijk behoefte aan nieuwe instrumenten met betrekking tot klimaatverandering, zoals het EESC in eerdere adviezen, waaronder NAT/696 (5), bepleitte.

4.4.3.

Zoals bepaald in de COP 21-overeenkomst speelt Lulucf (6) een belangrijke rol bij de absorptie van de huidige CO2-niveaus in de atmosfeer. Bossen zijn koolstofreservoirs, en de dagelijkse nauwkeurige monitoring van de toestand van de bossen kan illegale bomenkap voorkomen en actief bosbeheer stimuleren, met inbegrip van het planten van meer snel groeiende bomen en de vroegtijdige opsporing en preventie van bosbranden. De huidige EU-voorstellen, die het mogelijk maken om de CO2-uitstoot in sectoren zoals de industrie of het vervoer te compenseren via het gebruik van bosgebaseerde koolstofreservoirs of door bossen te laten groeien, leggen een veel sterkere nadruk op de economische, sociale en milieuaspecten. De voorstellen maken duidelijk dat er dringend behoefte is aan op Copernicus gebaseerde monitoringinstrumenten. Internationaal gezien zijn deze instrumenten van groot belang, aangezien de daadwerkelijke vooruitgang op het gebied van mitigatie en absorptie in de verschillende staten er wereldwijd nauwlettend mee kan worden gemonitord.

4.4.4.

Het EESC beaamt dat satellietsystemen en datacentra van groot belang zijn voor een duurzame voedselproductie in de toekomst. Ze bieden met name grote voordelen voor de precisielandbouw, vooral omdat Galileo en GNSS kunnen leiden tot een lager verbruik van fossiele brandstoffen. Bovendien kan software met behulp van Copernicus-beelden in verschillende spectrums precies bepalen welke plekken in een akker te veel of te weinig vocht of voedingsmiddelen bevatten, zodat de hoeveelheid water en voedingsmiddelen kan worden afgesteld. Op die manier wordt water bespaard en wordt het gebruik van meststoffen en pesticiden verminderd. Hierdoor worden de landbouwsystemen aanzienlijk duurzamer, wordt de vroegtijdige opsporing en preventie van plantenziekten bevorderd, worden oogsten voorspeld en wordt gezorgd voor grote economische voordelen en een zeer positieve sociale en milieu-impact.

4.4.5.

De precisiemeteorologie moet verder worden ontwikkeld om de vroegtijdige opsporing en voorkoming van en de voorbereiding op extreme weersomstandigheden te vereenvoudigen. Zo kan het levensmiddelenverlies op landbouwbedrijven worden verminderd en is het ook mogelijk om mensen te beschermen tegen gevaar voor hun gezondheid en hun eigendom.

4.5.    Voorlichting, onderwijs en bewustwording

4.5.1.

In 2014 gaf het EESC het startschot voor het project „ruimtevaart en samenleving”, waarbij zijn partners aangaven dat in het vervolg de gehele samenleving moet worden betrokken bij het debat over het belang van de rol van Europa in de ruimtevaartsector. Om de verwachtingen en behoeften van het maatschappelijk middenveld te begrijpen, moet die sector goed worden geraadpleegd.

4.5.2.

In de mededeling van de Commissie wordt niet verwezen naar deze strategische uitdaging hoewel in 2016 een openbare raadpleging over de ruimtestrategie voor Europa is gehouden. Het debat over het ruimtevaartbeleid is van oudsher beperkt tot de grootste belanghebbenden, en daarbij gaat men voorbij aan het feit dat een consumentgerichte markt alleen kan worden ontwikkeld wanneer de consument zich bewust is van de mogelijke voordelen en mogelijkheden van technologie.

4.5.3.

Alle grote spelers hebben hun eigen communicatiestrategie, maar er is geen gemeenschappelijke visie of strategisch plan om aan het publiek te presenteren. Het EESC is van mening dat een strategie alleen uitvoerbaar is wanneer de publieke en particuliere belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld worden betrokken bij het actieplan.

4.5.4.

Op regionaal, nationaal en Europees niveau moeten bijeenkomsten voor eindgebruikers worden georganiseerd. Ook moeten er voorlichtingscampagnes worden gehouden met een actieve bijdrage van de lokale autoriteiten.

4.5.5.

Het EESC verzoekt de Commissie en de voornaamste partners om een portaal voor ruimte en samenleving te openen in samenwerking met publieke en particuliere organisaties en ondernemers. Voorlichting en bewustmaking moeten topprioriteiten zijn in een nieuw ruimtevaartbeleid, met als uiteindelijke doel te voorzien in de werkelijke behoeften van het publiek.

Brussel, 30 maart 2017.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Georges DASSIS


(1)  PB C 487 van 28.12.2016, blz. 86 (paragraaf 3.5).

(2)  Zie EESC-advies in PB C 125 van 21.4.2017, blz. 51.

(3)  Forum op hoog niveau — Ruimtevaart als aanjager van duurzame sociaaleconomische groei. Dubai, 24 november 2016.

(4)  Meerjarig financieel kader (MFK).

(5)  EESC-advies — Verdeling van de inspanningen 2030 en landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw (Lulucf) (PB C 75 van 10.3.2017, blz. 103).

(6)  Landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw (Lulucf).


Top