Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62016CA0021

Zaak C-21/16: Arrest van het Hof (Negende kamer) van 9 februari 2017 [verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Arbitral Tributário (Centro de Arbitragem Administrativa) — Portugal] — Euro Tyre BV/Autoridade Tributária e Aduaneira [Prejudiciële verwijzing — Btw — Richtlijn 2006/112/EG — Artikelen 131 en 138 — Voorwaarden voor vrijstelling voor een intracommunautaire levering — Systeem voor de uitwisseling van btw-informatie (VIES) — Niet-geregistreerde afnemer — Weigering van de vrijstelling — Toelaatbaarheid]

OJ C 104, 3.4.2017, p. 21–21 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

3.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 104/21


Arrest van het Hof (Negende kamer) van 9 februari 2017 [verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Arbitral Tributário (Centro de Arbitragem Administrativa) — Portugal] — Euro Tyre BV/Autoridade Tributária e Aduaneira

(Zaak C-21/16) (1)

([Prejudiciële verwijzing - Btw - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 131 en 138 - Voorwaarden voor vrijstelling voor een intracommunautaire levering - Systeem voor de uitwisseling van btw-informatie (VIES) - Niet-geregistreerde afnemer - Weigering van de vrijstelling - Toelaatbaarheid])

(2017/C 104/30)

Procestaal: Portugees

Verwijzende rechter

Tribunal Arbitral Tributário (Centro de Arbitragem Administrativa)

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Euro Tyre BV

Verwerende partij: Autoridade Tributária e Aduaneira

Dictum

Artikel 131 en artikel 138, lid 1, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de belastingdienst van een lidstaat een intracommunautaire levering weigert van de belasting over de toegevoegde waarde vrij te stellen enkel en alleen omdat de afnemer die gevestigd is op het grondgebied van de lidstaat van bestemming en voor handelingen in die staat beschikt over een geldig identificatienummer voor de belasting over de toegevoegde waarde, op het tijdstip van die levering noch in het systeem voor de uitwisseling van informatie inzake de belasting over de toegevoegde waarde was geregistreerd, noch aan een belastingregeling voor intracommunautaire verwervingen onderworpen was, terwijl geen enkele ernstige aanwijzing duidt op het bestaan van fraude en vaststaat dat is voldaan aan de materiële voorwaarden voor de vrijstelling. In dat geval verzet artikel 138, lid 1, van deze richtlijn, uitgelegd in het licht van het evenredigheidsbeginsel, zich ook tegen die weigering wanneer de verkoper op de hoogte was van de situatie waarin de afnemer zich voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde bevond, en verwachtte dat de afnemer naderhand met terugwerkende kracht als intracommunautaire handelaar zou worden geregistreerd.


(1)  PB C 118 van 4.4.2016.


Top