Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62015CA0562

Zaak C-562/15: Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 8 februari 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour d’appel de Paris — Frankrijk) — Carrefour Hypermarchés SAS/ITM Alimentaire International SASU (Prejudiciële verwijzing — Vergelijkende reclame — Richtlijn 2006/114/EG — Artikel 4 — Richtlijn 2005/29/EG — Artikel 7 — Objectieve vergelijking van de prijzen — Misleidende omissie — Reclame waarbij de prijzen worden vergeleken van producten die worden verkocht in winkels die in omvang en type van elkaar verschillen — Geoorloofdheid — Essentiële informatie — Vraag in welke mate en via welk medium de informatie moet worden meegedeeld)

OJ C 104, 3.4.2017, p. 19–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

3.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 104/19


Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 8 februari 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour d’appel de Paris — Frankrijk) — Carrefour Hypermarchés SAS/ITM Alimentaire International SASU

(Zaak C-562/15) (1)

((Prejudiciële verwijzing - Vergelijkende reclame - Richtlijn 2006/114/EG - Artikel 4 - Richtlijn 2005/29/EG - Artikel 7 - Objectieve vergelijking van de prijzen - Misleidende omissie - Reclame waarbij de prijzen worden vergeleken van producten die worden verkocht in winkels die in omvang en type van elkaar verschillen - Geoorloofdheid - Essentiële informatie - Vraag in welke mate en via welk medium de informatie moet worden meegedeeld))

(2017/C 104/28)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Cour d’appel de Paris

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Carrefour Hypermarchés SAS

Verwerende partij: ITM Alimentaire International SASU

Dictum

Artikel 4, onder a) en c), van richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame, gelezen in samenhang met artikel 7, leden 1 tot en met 3, van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), dient aldus te worden uitgelegd dat als ongeoorloofd in de zin van eerstgenoemde bepaling kan worden aangemerkt, een reclameboodschap zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, waarin de prijzen worden vergeleken van winkels van verschillende omvang of van een verschillend type, wanneer deze winkels behoren tot bedrijven die elk een reeks winkels van verschillende omvang en type bezitten en de adverteerder de prijzen die worden toegepast in de winkels van grotere omvang of een groter type van zijn distributieketen vergelijkt met die welke zijn genoteerd in de winkels van kleinere omvang of een kleiner type van de concurrerende ketens, tenzij de consument er in de reclameboodschap zelf duidelijk van op de hoogte wordt gebracht dat het een vergelijking betreft van de prijzen die worden toegepast in de winkels van grotere omvang of een groter type van de adverteerder en de prijzen die zijn genoteerd in de winkels van kleinere omvang of een kleiner type van de concurrerende bedrijven.

Het staat aan de verwijzende rechter om, ter beoordeling van de vraag of een dergelijke reclameboodschap geoorloofd is, te verifiëren of in het hoofdgeding, gelet op de specifieke omstandigheden van de zaak, de betrokken reclameboodschap niet voldoet aan het vereiste van objectiviteit van de vergelijking en/of misleidend van aard is, enerzijds met inaanmerkingneming van de perceptie van een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en bedachtzame gemiddelde consument, en anderzijds rekening houdend met de gegevens die in die reclameboodschap zelf worden verstrekt, met name deze betreffende de winkels van het bedrijf van de adverteerder en die van de concurrerende ketens waarvan de prijzen werden vergeleken, en meer in het algemeen met alle bestanddelen van de betrokken advertentie.


(1)  PB C 27 van 25.1.2016.


Top