Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62014CA0560

Zaak C-560/14: Arrest van het Hof (Derde kamer) van 9 februari 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court — Ierland) — M/Minister for Justice and Equality, Ireland, Attorney General (Prejudiciële verwijzing — Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid — Richtlijn 2004/83/EG — Minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling — Verzoek om subsidiaire bescherming — Regelmatigheid van de nationale procedure voor de behandeling van een verzoek tot subsidiaire bescherming dat is ingediend na afwijzing van een verzoek om toekenning van de vluchtelingenstatus — Recht om te worden gehoord — Strekking — Recht op een onderhoud — Recht om getuigen op te roepen en te ondervragen)

OJ C 104, 3.4.2017, p. 11–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

3.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 104/11


Arrest van het Hof (Derde kamer) van 9 februari 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court — Ierland) — M/Minister for Justice and Equality, Ireland, Attorney General

(Zaak C-560/14) (1)

((Prejudiciële verwijzing - Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid - Richtlijn 2004/83/EG - Minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling - Verzoek om subsidiaire bescherming - Regelmatigheid van de nationale procedure voor de behandeling van een verzoek tot subsidiaire bescherming dat is ingediend na afwijzing van een verzoek om toekenning van de vluchtelingenstatus - Recht om te worden gehoord - Strekking - Recht op een onderhoud - Recht om getuigen op te roepen en te ondervragen))

(2017/C 104/17)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

Supreme Court

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: M

Verwerende partijen: Minister for Justice and Equality, Ireland, Attorney General

Dictum

Het recht om te worden gehoord, zoals dat van toepassing is in het kader van richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming, vereist in beginsel niet dat in het geval waarin in een nationale regeling zoals aan de orde in het hoofdgeding, twee afzonderlijke, opeenvolgende procedures bestaan voor de behandeling van respectievelijk het verzoek om toekenning van de vluchtelingenstatus en het verzoek om subsidiaire bescherming, de persoon die om subsidiaire bescherming verzoekt het recht heeft op een onderhoud over zijn verzoek alsmede het recht om getuigen op te roepen of te ondervragen tijdens dat onderhoud.

Een onderhoud moet wel plaatsvinden wanneer specifieke omstandigheden die verband houden met de elementen waarover de bevoegde autoriteit beschikt, of met de persoonlijke of algemene situatie waarin het verzoek om subsidiaire bescherming is gedaan, dit noodzakelijk maken om dat verzoek met volledige kennis van zaken te kunnen behandelen. Het staat aan de verwijzende rechter om dit na te gaan.


(1)  PB C 81 van 9.3.2015.


Top